Noorwegen: de mooiste wegen boven de poolcirkel

Het hoge noorden van Noorwegen is dunbevolkt en heeft maar weinig wegen. Toch liggen de mooiste zo verborgen dat je ze geheid mist als je rechttoe rechtaan op de Noordkaap afstormt. Onderaan deze pagina kan de route worden gedownload.

De eenzaamste

  • Waar? Porsanger/Lebesby (Veidnes)
  • Weg? Fv 183
  • Lengte? 77 km (doodlopend)

Hoe vaak ben ik al niet in Lapland geweest? Acht keer, negen? Al die keren heb ik Folkesvei 183  gemist. Altijd gedacht dat het lange schiereiland Porsanger/Lebesby onbewoond was. Maar als je flink inzoomt op Google Earth komt er ergens halverwege toch een plaatsje tevoorschijn. Veidnes. En daar naartoe loopt een weggetje van 77 km. Iemand die er een foto bij heeft geplaatst, noemt het ‘de eenzaamste weg ter wereld’.
Het weggetje begint in het dorp Børselv. Een bord waarschuwt: wie naar Veidnes gaat, komt 154 km geen tankstation tegen. Ik kan daar nog eens een klein 100 km bij optellen, want het tankstation is dicht. Het loopt namelijk al tegen middernacht. Ik zal rustig moeten rijden.

Het weggetje zoekt snel de rotsachtige kustlijn op en klimt licht slingerend tot een meter of dertig hoog. Er hangt een loodzware lucht, die vlak boven de horizon een gouden rand krijgt:  de noorderzon probeert er met dikke stralen doorheen te snijden. Als ik stop om een foto te maken, merk ik hoe stil het is. Geen golf, geen ritselend blaadje, geen meeuw, niets hoor ik. Een magisch moment. Dat smaakt naar meer.

Het lange, smalle weggetje voor de pakweg dertig inwoners van Veidnes is geheel geasfalteerd. Op sommige delen lijkt het alsof de bewoners zich verplaatsen met voertuigen met stalen rupsbanden. Scheuren, gaten, grote bobbels. Door een onverwachte felle hobbel beland ik korte tijd in het luchtruim. Als ik enigszins slingerend weer terugkeer op aarde, vraag ik me af wanneer ik zou worden gevonden als ik hier een ongeluk kreeg. Ik ben al 60 km aan het rijden en heb nog geen levende ziel gezien. Ik heb het gevoel dat ik op deze weg een tentje kan neerzetten en daarin nog rustig zou kunnen slapen ook.

Na het magische begin, is het daarna vooral de eenzame afgelegenheid die deze weg boeiend maakt, niet het verloop of het landschap, want dat is een beetje monotoon. Toch komt er aan het eind nog een kleine opleving als ik Veidnes bereik. Een desolaat gehucht, waar de huizen ver uit elkaar staan en tuinen zijn gevuld met autowrakken. Twee rendieren hollen over de weg voor me uit naar het einde: een schuur die enorm naar vis stinkt. Op de terugweg zie ik een overstekende vos. In ruim drie uur rijden heb ik dus drie levende wezens gezien. Meer niet.

Langs Rusland

  • Waar? Sør Varanger (Kirkenes)
  • Weg? E6, 805 en 886
  • Lengte? 58 km (doodlopend)

In het dal van Grense Jakobselv sjouwen bezweten jonge soldaten een spoorbiels over de weg. Anderen graven een kuil in de berm. Mag ik een foto maken? Ja, natuurlijk. Volgens de borden is het hier nog altijd verboden militairen te fotograferen. Maar de Koude Oorlog is voorbij, dus zijn ze wat soepeler. Maar de rivier Jakobselv, die midden door het dal stroomt, vormt nog steeds de spijkerharde grens. En wie hem een metertje oversteekt, heeft wat uit te leggen en mag daar rustig een dag of wat over doen. Vanuit een cel.
Het dal ligt in het uiterste noordoosten van Noorwegen. De doodlopende weg er naartoe heeft een lengte van bijna 60 km en geen tankstations. De eerste 15 km loopt van Kirkenes naar de enige Russische grensovergang: Storskogen. Met een visum – regelen in Nederland – zou je de grens over kunnen, maar dat is vooral interessant als je van ramptoerisme houdt.
De grens slaan we dus over. Over redelijk tot slecht asfalt hobbel je daarna een wild en spannend gebied in met veel bochten, fjorden en bergjes tot een meter of 400. Het is zo wild dat een beer hier twee jaar geleden een eenzaam vakantiehuisje binnendrong, alles kort en klein sloeg en de biervoorraad opdronk. Dat klinkt als een Russische beer, maar het was een bruine.

Het militaire gebied, dat pal tegen de grens aanloopt, begint bij de laatste 10 km. Hier wordt de weg onverhard, maar dat voelt na het gatenasfalt als een opluchting.
Hoewel de leider van Rusland, in tegenstelling tot de voorzitter van de EU, tegenwoordig door het volk wordt gekozen, vinden we Rusland nog altijd een gesloten rijk met mogelijk duistere bedoelingen. Bij Grense Jakobselv is die duistere geslotenheid bijna tastbaar. Aan de overkant van  de grensrivier zie je dichte bossen waar barakken en militaire voertuigen doorheen schemeren, met vlakbij de granieten bergjes waarachter dat onmetelijke, grimmige land moet liggen waar alles anders is dan bij ons.
Aan onze kant liggen nog wat laatste rekwisieten van onze wereld – iets boerderijachtigs, een kapelletje, een paar houten huizen. Bij een strandje en een kapotte betonnen stijger houdt het op. Dan rest alleen nog maar Barentszzee. En daar rijd je dan met je motor naartoe, in dat mengsel van spanning, weemoed en vervreemding. Een aanzienlijk deel van de zeventig motorrijders (m/v) met wie ik de afgelopen jaren een reis maakte naar de bijzondere wegen van Lapland vond deze weg een van de hoogtepunten. Terwijl een enkeling de lol van zoveel desolaatheid volledig ontging.

Ver weg

  • Waar? Varanger (Varangerbotn)
  • Weg? E75 en FV341|
  • Lengte? 160 km (doodlopend)

Als je in het erg verre Varangerbotn rechtaf slaat naar het nog veel verdere Hamningberg, kom je op de langste dooplopende weg van Noorwegen: 160 km. Tot aan Vardø heet ie E75, daarna FV341. Het gehele stuk is door de Noorse Rijkswaterstaat gepromoveerd tot een van de Nasjonale Turistveger, een elitegroepje van de achttien mooiste Noorse wegen. Het interessantste deel begint bij de enige Europese stad met een arctisch klimaat: Vardø. Daarvandaan loopt de weg veertig kilometer door naar Hamningberg – een uithoek in het kwadraat, vanuit Nederland de meest verafgelegen plaats van het Europese vasteland.
Het is dus een stukje rijden, pakweg 3000 km, maar dan heb je ook wat. Een smalle slingerweg aan de rand van de wereld, langs wild opstaande rotsen aan de poolzee. Gek genoeg lijken er nog redelijk wat mensen te wonen, maar dat is schijn. De huizen die je ziet zijn uitsluitend vakantiehuizen. Zes maanden per jaar is de weg in een dikke laag sneeuw verpakt en dan woont hier niemand.
Op een zomerse avond met de zon vanuit het noordwesten, kun je je de winterse gruwelen niet voorstellen. Op de maanachtige rotsen en wat afgronden na, oogt het eigenlijk best vriendelijk. Iets heel anders komt tevoorschijn bij stormachtig slecht weer. Dan laten metershoge golven de kust schudden, ga je in gebed over spekgladde houten bruggen en lijken de bergpasjes naar een onderwereld te leiden. Dan besef je pas goed dat je heel erg ver van huis bent.

Schaduw-Noordkaap

  • Waar? Masøy (Havøysund)
  • Weg? 889
  • Lengte? 65 km (doodlopend)

Net als je op de E69 aan de laatste 120 km naar de Noordkaap bent begonnen, gebeurt het. Zonder het in de gaten te hebben, passeer je de nogal saai ogende afslag naar Havøysund. En dat is jammer. Want na een kilometer of twintig recht en vlak komt de afslag uit op bergen aan zee met asfalt ertussen. Beter kun je niet hebben. Want het betekent slingeren van de ene fjord naar de andere, klimmen en afdalen  met vergezichten in vijftig tinten blauw. De hoofdweg naar de Noordkaap, die aan de oostzijde van het schiereiland ligt, heeft dat ook wel, maar net iets minder spectaculair. Daarom is die weg niet tot de adelstand van Rijkswaterstaat verheven, en de weg aan de westzijde  – 889 – wel. Dat betekent ook dat hij is opgesierd met kunstwerken, picknickbankjes en uitzichtpunten. Na 65 km rijplezier kom je via een hoge brug aan op het eilandstadje Havøysund. Dat is het eindpunt van weg 889, maar niet van het spektakel. Ten westen van het plaatsje ligt bovenop een berg een windmolenpark. En daarvoor hebben ze een spannend weggetje aangelegd. Het eerste stuk is asfalt, daarna volgen een paar onverharde kilometers. Deze eindigen bij een plateau op een kaap, die veel wegheeft van de Noordkaap. Er staat zelfs een restaurantje op. Hoewel dat natuurlijk geen reden is om de Noordkaap over te slaan.

Klein Noorwegen

  • Waar? Senja
  • Weg? 862 en 86
  • Lengte? 84 km

Het eiland Senja hoort volgens sommigen tot de allermooiste van Noorwegen. Maar Senja weet zijn schoonheid goed te verbergen. Komend vanuit het noorden heb je maar liefst drie pontjes nodig om er te komen. Minder kan ook, maar dan moet je flink omrijden.
De laatste van de drie veerboten komt aan in Botnhamn. En dat treft: hier precies begint weer een van de bekroonde wegen: de 862. Best wel een smal asfaltweggetje, dat niet geheel in topconditie verkeert, maar wel in hoog tempo een soort Best of Senja afwerkt en daar nog een paar kunstzinnig gebouwde uitzichtpunten aan toevoegt. En veel tunnels met avontuurlijk weinig licht en stuiterwegdek. Ze brengen je van de ene fjord naar de andere. Specifiek is dat ze een stuk kleiner en intiemer dan je gewend bent. Senja staat dan ook bekend als Noorwegen in het klein. Dit kun je dus vrij letterlijk opvatten.
Als je hier onderdak zoekt en je wilt jezelf in luxe dompelen, stop dan bij Hamn in Senja, dat aan de route ligt. Dit is een hotel met zeer comfortabele havenhuisjes en een uitstekende keuken. Onbegrijpelijk goed eigenlijk, voor zo’n uithoek, en een grote troost als je een verregende dag achter de rug heb – wat hier niet geheel valt uit te sluiten.
De volgende dag kun je dan het pontje van Gryllefjord naar Andenes nemen – om de Lofoten te bereiken. Dit bootje vaart bijna twee uur over open zee, waar regelmatig walvissen en orca’s worden gespot.

Tropische stranden

  • Waar? Andøya
  • Weg? Fv 976
  • Lengte? 50 km

Op het eiland Andøya zijn twee mogelijkheden om van noord naar zuid te komen, beide beginnen in Andenes. Je kunt de hoofdweg langs de oostkust nemen of de b-weg langs de oceaan. Het wordt natuurlijk de laatste. Die is niet alleen b, maar ook heel erg a. Hij hoort namelijk ook bij de lievelingen van de Noorse Rijkswaterstaat. De grootste attractie langs deze route vormen de witte strandjes die zo nu en dan opduiken. Bij felle zon geven deze het hoge noorden een onverwacht tropische aanblik. Vooral de Noren zelf vinden dit erg bijzonder. Wij zijn misschien iets minder onder indruk van een mooi strand. Maar dan heb je hier altijd nog de hoge bergpunten die imponeren. Na vijftig afwisselende kilometers is de weg alweer op. Maar de echte die-hard pakt daarna een afslag waar de kustweg een onverhard vervolg krijgt. En dat is geen makkie. Wat eerst goed te doen lijkt, ontaardt in een modderpad met gras, losse keien en diepe gaten. De voorzichten keren hier om, maar de bikkels daveren door. En de bluffers zeggen dat ze het ook gedaan hebben, maar komen wel met een brandschone motor in het volgende hotel aan. In het verre verlengde van de Fv976 liggen de Lofoten. Hier is de E10 de weg die je gereden moet hebben, met name het onderste deel. Ook dat is een bekroonde weg.

Download de route

MotorNL Nieuwsbrief

Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief of aanbiedingen en blijf iedere week op de hoogte van al het nieuws, motortests, leuke routes of aanbiedingen.






Hierbij geef ik toestemming om me via email, met de informatie die ik in dit formulier opgegeven heb, nieuwsbrieven te sturen.

Uitschrijven kan op elk moment, onder iedere nieuwsbrief staat onderaan een link om uit te schrijven. We hebben je privacy hoog in het vaandel, onze privacy policy is op de website te lezen. Als je dit formulier instuurt, dan ga je akkoord met de voorwaarden genoemd in de privacy policy.


Over de auteur

Misschien vind je dit ook interessant?