Het Brabantse dorp Moerdijk dreigt plaats te moeten maken voor de oprukkende industrie. Een pijnlijk vooruitzicht voor de pakweg 1.150 inwoners. Uniek is het echter niet. Een rit langs verdwenen dorpen voert naar het Belgische Doel, dat nooit opgaf en een tweede leven is beloofd.
Moerdijk. Iedere Brabander kent het kleine dorp in elk geval van naam. Want ‘boven de Moerdijk’, zoals dat wordt gezegd, ligt een andere wereld. Het noorden. Maar nu dreigt het dorp te worden gesloopt. Het grote industrie- en bedrijventerrein met onder meer Shell en de Hollandse Cement Maatschappij moet mee in de vaart der volkeren en dat kan volgens de slimme koppen het best als het dorp verdwijnt.
Als ik ’s ochtends vroeg het dorp inrijd, is het stil op straat. Een mevrouw laat haar kleine hondje uit, een man zet een vuilcontainer op straat. Het zijn alledaagse tafereeltjes die niets verraden van de onderhuidse spanning. Op een rondje dorp zie ik evenmin grote spandoeken of protestborden. Of het moet zijn dat ik ze heb gemist.
RIDERS Provincietour Zeeland: misschien wel de perfecte motorroute
Terwijl ik de motor het dorp uit en door het omliggende polderland stuur, maakt de stilte langzaam maar zeker plaats voor de bedrijvigheid van grote ondernemingen. Dit is dus het voorland van Moerdijk, dat overigens niet het eerste Nederlandse dorp is dat om deze reden moet wijken. Ook voor de havens van Rotterdam en Delfzijl én voor de uitbreiding van Schiphol zijn kernen verdwenen zoals Blankenburg, Rijk en Oterdum.
Voorbij de industrie wacht een kleine strook groen, gevolgd door het vestingdorp Klundert, dat met zijn wallen en bastions wel gespaard wordt. Rijden door het compacte centrum, langs het monumentale stadhuis en daarna de polders in, waar lang geleden het gehucht Niervaart lag. Voortdurende overstromingen maakten het uiteindelijk onbewoonbaar. Een belangrijk reliek – de wonderbaarlijke hostie – kreeg een nieuwe plek in de Grote Kerk van Breda.
Een rampzalig lot
De polder. Vrije ruimte. Lucht. Ik geef gematigd gas over rechte wegen en dijken die af en toe bochtig worden. Akkers met dikke vruchtbare grond liggen klaar om bewerkt te worden. Het is waar West-Brabant goed in is. Op de route neem ik een puntje Willemstad mee met zijn gezellige terrassen aan het haventje én maak ik snelheid in het lege land rondom dorpen als Dinteloord, Klutsdorp, Kladde en Lepelstraat.
Een brug brengt me naar Zeeland voor een koffiestop in het verrassend leuke Tholen. Ik verruil er de route voor een ritje door het dorp om hem daarna via de Mosselhoek weer op te pakken. Voor me ligt de Oesterdam, een tien kilometer lange dam die onderdeel is van de Deltawerken. Parkeren aan het begin en een klein stukje lopen naar een monument voor Verdronken Dorpen. Voor zover bekend zijn er door de eeuwen heen 117 Zeeuwse dorpen en een stad door het water opgeslokt.
Reimerswaal – dat ook op andere manieren wordt geschreven – was in de zestiende eeuw na Middelburg en Vlissingen de derde stad van Zeeland. Het had in de veertiende eeuw al stadsrechten. Op de kaart zie ik dat de kern hier min of meer recht onder mijn voeten ligt. Er waren stadsmuren, poorten, torens, een stadhuis en een markt. Het lot van Reimerswaal is overigens voor een belangrijk deel door de mensen zelf bepaald. Door zoutwinning was de bodem zodanig verzakt dat het gebied bij storm steeds kwetsbaarder werd. Met een rampzalige afloop dus.
Gallisch dorp
Terug in het zadel en uitwaaien op de dam. Het grote water rechts, het binnenwater met daarachter de contouren van Bergen op Zoom aan de linkerkant. Rijden op de grens van land en water. En op die van Zeeland, Brabant en België. De kennismaking met de Antwerpse haven is meteen raak: het enorme complex van BASF.
De motor rolt door een landschap waar ik normaal niet zo gemakkelijk kom. Het is een wereld van stoom, rookwolken, vlammen, buizen, containers, kranen, een wirwar van spoorlijnen en brede wegen vol vrachtwagens. Mijn 1050 cc grote allroad voelt plotseling heel klein.
Als een soort Gallisch dorp ligt het fort van Lillo tussen Schelde en industrie. Van het verderop gelegen dorp rest enkel nog de molen. En die is verplaatst. Via de verdedigingswallen stuur ik naar de huizen die hier standhouden in een vijandige wereld. Het was kantje boord, want ook het fort zou eigenlijk verdwijnen. De huizen waren zelfs al onteigend. Onder meer door de historische waarde ging het niet door.
Willem van Oranje liet de vesting samen met die van Liefkenshoek aan de overkant bouwen om zo de verbinding tussen Antwerpen, Zeeland en Holland te beschermen tegen de Spanjaarden. Liefkenshoek werd uiteindelijk aangevallen op 10 juli 1584. Voor de opletters: inderdaad, de dag van de moord op Willem van Oranje. Liefkenshoek hield geen stand, Fort Lillo daarentegen wel. Sterker nog, er zou nooit één Spaanse soldaat tot de vesting doordringen.
Lopend over de kasseien van de kleine kern is het moeilijk voor te stellen dat dit ooit een extreem belangrijke plek was. Het werd zelfs een Staatse enclave in de Spaanse en daarna Oostenrijkse Nederlanden. Herkenbaar zijn onder meer de kazematten, de kazerne en het kruitmagazijn. Op de kleine Havermarkt kun je aanleggen bij ’t Pleintje of bij het authentieke café In de 7 Saeligheden.

Kerktoren tussen containers
Zodra ik de motor start en de verdedigingswallen van Fort Lillo verlaat, ben ik weer omringd door de Antwerpse haven. Hoewel niet per se lekker toerterrein, wel een spannend decor. Het is er dynamisch, vol energie. Tussen containers, distributiedozen en rangeerterreinen ga ik op zoek naar wat over is van het dorp Oorderen. De conclusie na wat rondrijden over steen en zand: niks. Of je moet een kluit bomen meetellen.
Aan de overkant van het Churchilldok ligt dat anders. Daar vang ik tussen de gebouwen en gestapelde containers af en toe een glimp op van een kerktoren, het enige dat rest van het dorp Wilmarsdonk dat in 1966 werd gesloopt. Niet dat de havenbaronnen zo begaan waren met historie of iets dergelijks, ze konden de toren goed gebruiken als referentiepunt bij de landmetingen.
Van dichtbij bekijken lukt niet. De kerktoren staat op een terrein waar voortdurend met containers wordt gereden. Dan maar van buiten het hek. Ik parkeer de motor in het gras en probeer me voor te stellen dat hier ooit een dorp met zo’n 1.500 inwoners heeft gestaan. Groter nog dan Moerdijk. Verderop passeert de route het kerkje van het verdwenen Oosterweel, ook zo’n bouwwerk dat als baken van pas kwam.
Uiteindelijk rijd ik in de Antwerpse wijk ’t Eilandje binnen. Hier vinden we het omgekeerde verhaal. De stad heeft er de haven en bedrijvigheid verdreven. Nou had dat weinig met een doordacht plan te maken. Er was gewoon te weinig ruimte voor de steeds grotere schepen. Leuke buurt. Met gezellige terrassen, topmuseum (MAS) en het Red Star Line Museum over landverhuizers. Over het achterlaten van huis en haard gesproken. Eind negentiende en begin twintigste eeuw emigreerden miljoenen Europeanen naar Amerika.
Toertocht Zeeland: Parijs – Roubaix in Nederland
Tweede leven
De navigatie maakt een foutje bij het uitrijden van de Waaslandtunnel – de Konijnenpijp in de volksmond – onder de Schelde door. Per toeval beland ik in het polderlandschap van Zwijndrecht. Smalle wegen langs bescheiden velden en akkers. Het is er leuk rijden met veel overzicht. Lekker de bochten even scherp aansnijden, versnellen, schakelen. En nog een keer, nog een keer, nog een keer.
Ook als ik later de route oppak in het havengebied blijft het goed rijden. De weg is breed, het asfalt glad, de bochten zijn rond. Er passeren twee supersportmachines die de boel als circuit gebruiken. Ik houd het bij doorrijden in een strak tempo. Tot het eindpunt in zicht komt: Doel, het dorp dat al lang afgebroken had moeten zijn.
Aan het begin van de Engelsesteenweg staan borden dat het dorp vrij te bezoeken is tot 18 uur ’s avonds. De entree is meteen ongemakkelijk. Een desolaat bushokje, huizen die volledig overwoekerd zijn, één huis dat nog wel bewoond wordt, links de koeltorens van de kerncentrale… Hoewel links en rechts wordt benadrukt dat Doel nog altijd een ‘levend’ dorp is met enkele bewoners, voelt het spookachtig. Hier hangt de geest van een verdwenen gemeenschap.
Ik zet de motor in de tweede versnelling en rijd wat rondes door het centrum. Koggestraat, Pastorijstraat, Camermanstraat, Hooghuisstraat, Liefkenshoekstraat. Nagenoeg alle ramen en deuren zijn dichtgemaakt met metalen platen, de gevels zijn bedekt met graffiti die zelden mooi is. Zestig jaar geleden werden de eerste tekeningen gemaakt voor de uitbreiding van de Antwerpse haven, inclusief het opheffen van Doel. Verbeten verzet en nieuwe inzichten hebben de plannen veranderd. Volgens de laatste stand krijgt Doel een tweede leven.
Ik parkeer midden op de weg, stap af en kijk rond. Is dit het voorland van Moerdijk?
Foto’s: Hans Avontuur
5 x afstappen
1. Willemstad
Heeft niks met verdwenen dorpen te maken, maar is gewoon een fijne stopplek. Haventje, terras, afijn, je kent het wel.
2. Tholen
Als je hier rond de lunch belandt, heb ik twee opties voor je: De Koffiekan voor uh, lekkere koffie. En Kaeswienkeltje Potter voor een broodje kaas naar keuze.
3. Fort Lillo
Minidorp in een vesting, omringd door de Antwerpse haven. Een hele wonderlijke plek. Beklim ook even de dijk voor uitzicht op de Schelde en de terminals.
4. Red Star Line Museum
Alles over moedige en wanhopige mensen die eind 19de en begin 20ste eeuw huis en haard verlieten en op een schip van Red Star Line naar Amerika vertrokken.
5. Doel
Spookdorp dat na tientallen jaren het gevecht met de Antwerpse haven heeft gewonnen. Althans, volgens de stand van nu.
Download de route van Moerdijk naar Doel



