donderdag 18 april 2024

Toertocht Tsjechië: op een Jawa door het Tsjechische Paradijs

Moet ik hierop rijden? De 350 OHC die bij de Tsjechische Jawa-fabriek op mij staat te wachten, lijkt eerder op een Kreidler of Zundapp waarmee de jeugd zich vijftig jaar geleden verplaatste tussen huis, snackbar en school. Ik ben niet meer de jongste en de lichtste en dan is er nog mijn bagage. Maar na wat passen en meten lijkt het allemaal toch te passen.

Foto’s: Michiel van Dam

De ringweg van Praag vindt mijn Jawa maar niks. Op de snelweg is het beestje verloren tussen voortdenderende vrachtwagens en ander haastig beroepsvervoer. Ik probeer daarom die verkeersdrukte zo veel mogelijk te mijden. Jawa heeft bij de Tsjechen een ware cultstatus gekregen, ondanks dat ze sinds 2022 door Mahindra in India worden gebouwd en niet langer in Týnec nad Sázavou. Daar stond ooit de Jawa-fabriek, maar het oude, kolossale gebouw aan de oever van de Sava werd gesloopt en vervangen door een strak modern gebouw waar de kleur rood vanaf spat. Jawa-rood. Daar worden nu de acties bedacht die moeten leiden tot de herovering van Europa.

Toertocht Millau, Frankrijk: brugdagen

Buiten Praag gaat het verkeer er ineens stuk gemoedelijker aan toe. Zo nu en dan een autootje, de wegen op de uitgestippelde route zijn meestal verlaten. Op de smalle, bochtige binnenwegen voelt mijn Jawa zich meer op zijn gemak. Het luchtfilter snorkelt tevreden de zuivere lucht op, terwijl het rood-chromen gevaarte voortdraaft door bossen en open heuvelland, langs grillig gevormde zandsteenformaties die doen denken aan het Mullerthal van Klein Zwitserland in Luxemburg, waar ooit, decennia geleden, onze eerste buitenlandse motortochten heengingen.

Český Ráj is bedeesd, ingetogen mooi, het geknipte terrein voor deze Jawa. Hier en daar een lieflijk versierd houten Hans-en-Grietjehuisje, een kapelletje en een wegkruis. Bovenop bergtoppen staan eeuwenoude kasteelmuren, zoals Baba (Grootmoeder) en Panna (Maagd) op twee vulkaankegels bij Trosky, die tot het icoon van het Boheems Paradijs zijn uitgegroeid.

Verslavend labyrint

Ik spreek onderweg bij een benzinepomp vaak met motorrijders of oudere mannen, die dat vroeger ook waren. Ook in Tsjechië, zeker als je op zo’n icoon als een Jawa rijdt. Het ooit oppermachtige Tsjechische motormerk is als een feniks uit de as van het post-communistische faillissement herrezen. En Tsjechen zijn trots op hun industrieel verleden, op de tijd van zo’n eeuw geleden waarin Tsjecho-Slowakije een vooraanstaande rol speelde. Het aantal uit de hand gelopen privé-verzamelingen van Tsjechische auto’s en motoren is bijna niet te tellen, elk stadje of dorpje lijkt wel zo’n museum, groot of klein, te herbergen waarin merken als Škoda, Tatra, Jawa en ČZ staan te pronken.

Ik verlaat het verslavende labyrint van het Boheemse Paradijs even om zo’n museum te bezoeken. In Borek pod Preskami presenteert Jaromir Pacal zijn collectie Tsjechische kroonjuwelen op wel heel fraaie wijze in zijn motormuseum. De pronkstukken Jawa, ČZ, Ogur en Čechie- Böhmerland zijn omgeven door statusverhogende parafernalia, zoals poppen in uniformen en motorkleding, posters, olieblikken en wat dies meer zij.

Een stukje verderop kan ik nog meer van dat lekkers snoepen in het Museum voor Socialistische Voertuigen in het bergstadje Železný Brod. In een oud fabrieksgebouw, ingeklemd tussen een Lidl en een Pennymarkt, staan vrachtwagens, auto’s en motorfietsen uit alle uithoeken van het voormalige socialistische wereldrijk te verstoffen achter een rood lintje. Ook hier is Jawamania springlevend, ondanks dat de communistische regering van het voormalige Tsjecho-Slowakije verkondigde dat de communistische mens in een auto naar de toekomst zou rijden en niet op een motorfiets. De staat Tsjecho-Slowakije is uiteengevallen, net als het communisme, maar Jawamania is tot op de dag van vandaag springlevend.

Na dit korte intermezzo duikelt mijn brave dravertje weer over de slingerweggetjes van Český Ráj. Ik voel me op de Jawa wel een beetje als een beer op een fietsje in het circus van vroeger, toen dat nog mocht. Circusberen en tweetaktmotoren zijn uit onze wereld verdwenen. Maar de prachtige Tsjechische natuur is gebleven, net als de fraaie Midden-Europese architectuur van fraaie en kleurrijke gevels rond met kinderkoppen bestrate pleinen, eeuwenoude pracht, liefdevol onderhouden. Fonteinen, kerktorens en standbeelden. ‘Jawa California!’ zegt op zo’n plein een oude man en wijst grijnzend naar zichzelf. ‘Top speed!’ Dat is helaas ook het enige Engels dat hij spreekt.

GPS-tocht Brabant: unieke heidevelden en vennen

Mijnen van de Hel

Waarheen zal ik nu eens rijden? De keuze is in het Tsjechische Paradijs niet moeilijk. Het is gewoon overal mooi sturen op de Tsjechische binnenwegen. Ik mijd de doorgaande wegen zo veel mogelijk en zwerf op de bonnefooi door het platteland, zoals het een ware bohémien betaamt. Levensgenieter, lustige vagebond, vrolijke flierefluiter. In die rol kan ik me op de Jawa prima vinden. De droom van wegen zonder einde lijkt hier eventjes werkelijkheid te worden.

De Mijnen van de Hel, zo heten deze zandsteengrotten in de bossen rond de Svitavka-rivier. De grotten werden door de eeuwen heen uitgegraven voor zandwinning voor de productie van het beroemde Boheemse kristal. De grotten worden nu gebruikt door een Tsjechische motorclub. Je mag op je eigen motor deze onderwereld inrijden, er is een podium voor livemuziek en een bar. En natuurlijk raak ik hier aan de praat met andere motorrijders die nieuwsgierig naar mijn Jawa komen kijken. Hier geen hellehonden die naar mijn kuiten happen of op een knokpartij beluste leden van Tsjechische 1%-clubs. Het motto van MC Pekelné Doly ‘jezdi v klidu!’ oftewel ‘Rij in Vrede!’ En aldus geschiedt. Ik begin mijn Jawa steeds leuker te vinden. Voor een rustige rit over binnenwegen van zo’n prachtig land als Tsjechië is het rode gevaarte bij uitstek geschikt.

Hoge duivelskoppen

Op minder dan een uur rijden ten noorden van Praag ligt het Nationale Park Kokořínsko. Het staat er vol met kastelen, ruïnes en dorpjes van kleine houten huisjes. Langs de smalle slingerwegen liggen moerasachtige wetlands in een romantisch, mooi en mysterieus landschap. De vallei Kokořínský důl is een van de meest geliefde routes van Praagse motorrijders. Het vroeger geïsoleerde gebied had een heel eigen karakter dat goed bewaard is gebleven, met houten vakwerkhuizen, woningen in de rotswanden en hier en daar een door waterkracht aangedreven houtzaagmolen.

Midden in de bossen ligt Hlučov, een dorpje aan de Pšovka-rivier met slechts zes huizen. Hier leven wilde zwijnen, wolven, herten en berggeiten. En Lucie en Erik dus. De Tsjechische Lucie Buhlová en de Nederlander Erik Houben leerden elkaar in Nederland kennen en begonnen een pension annex restaurant in de Kokořín-vallei. In een gerenoveerd houten huis uit 1839 serveren ze eerlijke Boheemse gerechten en bieden ze onderdak dat van alle moderne gemakken is voorzien. Ook hier is weer die trots op het Tsjechische erfgoed goed voelbaar, gezien de nauwgezette wijze waarop Lucie en Erik hun stukje paradijs op aarde liefdevol hebben gerestaureerd en naadloos in de huidige tijd hebben gevoegd.

Na kasteel Houska in Kokořínský důl, volgens geruchten een toegang tot de hel, volgen op mijn route de negen meter hoge duivelskoppen bij Želízy, in de negentiende eeuw in de rotsen gehakt door beeldhouwer Václav Levy. Daarna wacht in Mělník de volgende hellepoort. Die koningsstad ligt aan de samenvloeiing van de rivieren Elbe en Moldau. In de heuvel onder de fraaie oude binnenstad ligt een labyrint van onderaardse gangen, kelders op meerdere verdiepingen, die allemaal met elkaar verbonden zijn.

Eindeloze rijen dierenkoppen

In Netvorice suist me een groep jongeren tegemoet die hun Tsjechische tweewielers tot cultstatus hebben verheven. ‘De Amerikanen hun choppers, de Britten hun café-racers en wij onze tweetakters,’ aldus de beeldtaal die deze in retrostijl geklede liefhebbers met hun verschijning uitschreeuwen. In de passerende stofwolk ontwaar ik pothelmen, lange leren jassen en veel Jawarood. Het zijn dezelfde motoren die een paar straten verderop in het motormuseum van Jiří Stibůrek staan opgesteld. Hij ziet het als zijn missie om de Tsjechische motorbouw te eren als onderdeel van het nationaal erfgoed. ‘Ter herinnering aan het gouden tijdperk van de Tsjechische motorfietsproductie, het tijdperk waarin de ontwikkeling van tweewielige motorvoertuigen op aarde werd geleid door vakbekwame Tsjechen,’ aldus de gedreven museumeigenaar.

In Konopiště troont een groot sprookjeskasteel boven het meer en de tuinen uit. De oude burcht werd eind negentiende eeuw gemoderniseerd door de Habsburgse aartshertog Franz Ferdinand d’Este. Restaurant Stara Myslivna maakt deel uit van het kasteelcomplex. Vanaf de muren kijken opgezette dierenkoppen neer op de gasten, ik krijg maar met moeite mijn portie knoedels met worst weggewerkt. Ook aan de muren van het kasteel zelf hangen duizenden dierenkoppen, allemaal trofeeën van Franz Ferdinands jachtlust. Uiteindelijk werden hij en zijn echtgenote Zopie Chotková op 28 juni 1914 in Sarajevo doodgeschoten door de Servische revolutionair Gravilo Princip, wat en passant de geschiedenis inging als het startschot van de Eerste Wereldoorlog.

Maar daarvoor ben ik niet naar Konopiště gereden. Jiri Stibůrek heeft hier een tweede motormuseum, geheel gewijd aan Jawa. Een prachtige verzameling met veel unieke motoren van het rode merk, waaronder het prototype van een viertakt boxermotor en veel machines waarmee wedstrijden werden gewonnen. Jiří Stibůrek weemoedig: ‘Waar is de voorsprong gebleven die we wereldwijd tot in de jaren 60 hadden? Laten we nooit meer middelmatig zijn en alleen naar het hoogst denkbare streven.’ Als dat geen Jawamania is, dan weet ik het niet meer.

Op een rots staat een imposant kasteel. De grondvesten van Hrad – Burg – Kámen gaan terug tot de dertiende eeuw. Dat is allemaal mooi en aardig, maar zo’n rotsklomp moet toch echt iets meer in de aanbieding hebben, voordat ik van de motor stap. En dat heeft het plaatselijke kasteelmuseum. Hrad Kámen heeft namelijk de grootste collectie Tsjechische motorfietsen van het land en dus van de hele wereld onder de pannen.

Hoeveel verzamelingen Tsjechische motorfietsen en andere wonderen der techniek kun je op één motortocht aandoen? In Divišov staat nog een Jawa-fabriek. In de museaal ogende werkplaatsen worden traditioneel viertaktmotoren voor speedwayraces gebouwd. De toekomst van het motormerk Jawa lijkt dus via meerdere kanalen te zijn veiliggesteld.

Het is met een gerust hart en ook een beetje weemoed dat ik mijn Jawa weer bij de fabriek in Týnec nad Sázavou aflever. Een gedenkwaardige tocht door de Tsjechische hemel en langs de poorten van de hel ligt achter mij.

Download de route Tsjechië

Reisinformatie
Veel Tsjechen spreken Duits of Engels. Tijdens het Interbellum was Tsjechië een bakermat van cultuur en een van de belangrijkste industriële landen van Europa. Tsjechië werd in 1993 gescheiden van buurland Slowakije. Beide landen zijn sinds 2004 deel van de Europese Unie. Tsjechië is nog geen deel van de eurozone; je betaalt er met Tsjechische kronen.

Toeristische informatie: www.visitczechia.com

Jawamania-adressen in Tsjechië

Jawamania in Nederland
In de EU kunnen nieuwe tweetakten niet meer op kenteken worden gezet. Maar Jawa maakt ze nog voor de Russische, Aziatische en Zuid-Amerikaanse markt. Wat nu als de Jawamania zo diep zit dat je echt op een originele tweetakter wilt rijden? Dan ben je aangewezen op de klassiekermarkt. Maar wacht: er is nog een oplossing. Als je een oud Jawaframe hebt met framenummer waarvoor een Nederlands kenteken is afgegeven, dan kun je daarin een geheel nieuwe motor, voorvork, wielen en remmen schroeven of laten schroeven. Dan rijd je volkomen legaal toch op zo’n ouderwetse Jawa tweetakter rond, omgeven door de blauwe walm van Jawamania. Waar dat kan? In Burum, Friesland, bij Venema motoren. Jelle Venema is liefhebber van oude auto’s, vrachtauto’s, bussen, trekkers, motoren en brommers uit Tsjechië. Venema is een van de twee officiële Jawa-importeurs in Nederland. www.jawamotoren.nl. Ook Richard Busweiler in Genemuiden, bekend van Ural- en Dneprzijspannen, importeert het rode merk in Nederland. www.uraldnepr.nl.
Michiel van Dam
Michiel van Dam
Michiel van Dams schrijft als freelance redacteur prachtige reisverslagen voor Motor.NL. Reizen die de fervente motorrijder inspireren om erop uit te trekken. Wordt het Slovenië om die prachtige privé-collectie motoren te bekijken? Een rondje bergpassen in de Dolomieten? Of de Nederlandse herberg in de Vogezen, exclusief voor motorrijders?

Stay tuned

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en mis nooit het laatste nieuws! Onze nieuwsbrief wordt iedere week op dinsdag (bij veel nieuws) en donderdag verstuurd.


Gerelateerde artikelen