vrijdag 27 maart 2026

In Memoriam: Jan Thiel, de beste vijler ter wereld

3 juni 1940 – 23 maart 2026

Met het overlijden van Jan Thiel (85) op 23 maart 2026 verliest de internationale motorsport een groot constructeur. Op tweetaktgebied misschien wel de allergrootste. Zelf verlies ik de man waardoor ik gefascineerd raakte door in de eerste plaats de 50cc-machientjes. Met als gevolg dat ik nu, bijna zestig jaar later, nog altijd als journalist en fotograaf in het racewereldje actief ben. Deze terugblik op het leven van de Nederlandse tweetakttovenaar is gebaseerd op een interview dat ik in 2011 met hem had en werd gepubliceerd in MOTO73 nummer 12 van dat jaar.

Hele generaties groeiden ermee op en hadden er eentje. In de eerste plaats de jongens. Maar later ook de meisjes. We hebben het over de tweetaktmotor. Meestal in de vorm van een 50cc’tje als aandrijving van de bromfiets en later ook steeds meer van de scooter.

Vanaf de jaren ’50 van de vorige eeuw nam ‘de brommer’, zoals de bromfiets in de volksmond werd genoemd, een steeds belangrijkere plaats in het straatbeeld in. Na de Tweede Wereldoorlog nam de mobiliteit van de Nederlanders snel toe en naast de fiets veroverde de bromfiets een steeds belangrijkere positie als vervoermiddel in onze samenleving.

Jan en Henk hebben samen heel wat meegemaakt!

Bij wet mocht de maximumsnelheid van een bromfiets, officieel ‘een rijwiel met hulpmotor’ geheten, niet meer dan 40 km/u bedragen. Maar welke jongeling zette zo’n vijftig jaar geleden niet de vijl in de cilinder van zijn Kreidler, Zündapp, Puch, Tomos en hoe al die andere merken ook mogen heten?

‘Vijlen’, ‘opvoeren’, ‘tunen’ oftewel allemaal benamingen voor het harder laten lopen van een tweetaktmotortje. Dat ging dan niet alleen door de uitlaatpoort wat hoger en de spoelpoorten wat breder te maken, maar ook door het monteren van een grotere carburateur en/of voortandwiel plus wat rommelen aan de uitlaat. Al met al liep zo’n 50cc-motortje dan al gauw meer dan 60, 70, zelfs 80 km/u. Geen enkel probleem… zolang de politie er niet achter kwam!

Niet alleen in het verkeer nam het aantal 50cc-tweetakten snel toe. Er werd ook meer geracet op het circuit. Prachtig was dat: die lichte, ranke racemachientjes met het machtig hoogtonige snerpende geluid dat uit de expansie-uitlaten kwam. Plus het feit dat dit alles vergezeld ging van de heerlijke geur van verbrande Castrol-raceolie.

Nieuwe raceklasse

Met het opvoeren van bromfietsen werd het fundament gelegd voor een nieuwe raceklasse. Dat was de 50cc. De ‘borrelglaasjesklasse’ (zoals de nieuwe categorie ook wel werd genoemd) zorgde er in samenhang met de opkomst van de Japanse motorindustrie tevens voor dat de tweetakt steeds belangrijker in de motorsport werd. De eenvoudige en betaalbare krachtbron maakte het voor menig technisch ingestelde doe-het-zelver immers mogelijk om in het schuurtje thuis het nodige tuningswerk te verrichten.

De eerste Nederlandse kampioen in de 50cc-klasse werd in 1959 Ferry Swaep op NSU. Andere rijders van het eerste uur waren onder andere Cees van Dongen, Jan Huberts, Pierre Kemperman, Cees van Koeveringe en Jan Thiel. Laatstgenoemde zou zich een halve eeuw laten gelden in de racerij. Niet als coureur, maar als constructeur. Thiel werd op 3 juni 1940 in Amsterdam geboren. Na de HBS ging hij naar de HTS om er werktuigbouwkunde te studeren. In zijn vrije tijd hield hij zich intensief met de beginselen van de tweetakttuning bezig. Zijn fascinatie voor dit type krachtbron leidde ertoe dat Thiel zijn studie opgaf en bromfietsmonteur werd. Met het verdiende geld stortte hij zich als tuner en coureur helemaal op de 50cc-racerij. In 1962 ontmoette Jan Thiel een andere 50cc-coureur, de uit Nederhorst den Berg afkomstige Martin Mijwaart. Ze besloten samen hun krachten te bundelen en hun eigen machine te ontwikkelen. Het geheel kreeg de naam ‘Jamathi’. Naar een samenvoeging van hun namen: JAn, MArtin, THIel. Met de komst van Paul Lodewijkx als coureur ontstond het ‘Jamathi-trio’. Het drietal schreef geschiedenis toen Lodewijkx op de 50cc-eigenbouwracer in 1968 de TT van Assen wist te winnen. Iets dat een ongeëvenaarde prestatie was en niet alleen het nationale maar ook het internationale nieuws haalde. Jan Thiel was toen inmiddels al lang gestopt als coureur om zich helemaal op het construeren van racemotoren te concentreren.

Icoon Pierfrancesco ‘Frankie’ Chili: ‘Ik word niet graag aan mijn 500cc-zege herinnerd’

Omdat er in Nederland niet genoeg geld voor de racerij was, verkasten Thiel en Mijwaart eind 1974 naar het buitenland. Samen bouwden ze vervolgens in Italië en Spanje 50, 125 en 250cc-tweetaktracemachines voor de merken Piovaticci, Bultaco en Minarelli. Nadat Martin Mijwaart (die in 1988 op veel te jonge leeftijd overleed) eind 1981 besloot om met zijn gezin terug te keren naar Nederland, ging Jan Thiel in z’n eentje verder als constructeur. Hij werkte vervolgens voor Garelli, Rumi, Aprilia, Derbi en nogmaals Aprilia. Tussendoor construeerde hij voor een Nederlandse opdrachtgever ook nog een 250cc-eencilinderviertakt-kartmotor.

Eind 2007 zette de bescheiden technicus, die als bijnaam ‘de professor’ kreeg en zich immer op sandalen voortbewoog, een punt achter zijn carrière als motorconstructeur en vestigde zich met zijn vrouw Nim in haar geboorteland Thailand. Daar genoot de autodidact Thiel, die buiten zijn racecreaties geschiedenis heeft geschreven met uitspraken als ‘Dit is geen hobby meer maar gekkenwerk’ (dan had hij het over Jamathi), ‘Aan beroemd worden ben ik nooit begonnen. Daar heb ik een hekel aan’ en ‘Erkenning is fijn, herkenning niet’, van zijn pensioen. Via de televisie en het internet volgde hij de GP-racerij echter nog altijd op de voet en had via Skype contact met mensen, veelal tweetakt- en raceliefhebbers, van over de hele wereld.

Indrukwekkende erelijst

De erelijst van Jan Thiel mag meer dan indrukwekkend worden genoemd. Hij was direct of indirect betrokken bij maar liefst 62 wereldtitels: dertig bij de coureurs en 32 bij de constructeurs.

Coureurs die één of meerdere wereldtitels op Thiels machines veroverden zijn: Ángel Nieto (naast Paul Lodewijkx zijn favoriete coureur), Ricardo Tormo, Fausto Gresini, Luca Cadalora, Valentino Rossi, Kazuto Sakata, Loris Capirossi, Roberto Locatelli, Arnaud Vincent, Marco Melandri, Manuel Poggiali, Álvaro Bautista, Jorge Lorenzo, Gábor Talmácsi, Mike di Meglio, Marco Simoncelli, Julián Simón, Marc Márquez en Nicolás Terol. Door de inbreng van talloze andere coureurs werden in een tijdbestek van 44 jaar ruim driehonderd Grands Prix-overwinningen geboekt.

Als er één man was die het aan het hart ging dat de tweetaktmotor uit de GP-racerij verdween, was het Jan Thiel. ‘Waarom de tweetakt moet verdwijnen, snap ik echt niet,’ vroeg hij zich dan ook duidelijk verbolgen af. ‘De huidige Moto3- en Moto2-klasse leveren geen enkele bijdrage aan de technische ontwikkeling. Je ziet steeds meer merken uit de racerij verdwijnen. De motor van de toekomst wordt uiteraard elektrisch. Dat geldt niet alleen voor de auto, maar ook voor de lichte motorfiets. Volgens mij hadden ze beter meteen op elektrische motoren kunnen overstappen in plaats van op die nutteloze Moto2 en Moto3.’ Thiel was van mening dat zijn laatste creatie, de 125cc-Aprilia RSA, op het gebied van het vermogen met 54 pk zo’n beetje aan z’n maximum zat. Maar de Nederlandse techneut zag nog genoeg mogelijkheden om de tweetaktmotor, die uit veel minder onderdelen bestaat dan een viertakt, in zijn algemeenheid nog een stuk te verbeteren. Dat gold dan in de eerste plaats voor het rendement en de emissie. De twee belangrijkste factoren die tegenwoordig voor een motor bestemd voor dagelijks gebruik van eminent belang zijn. ‘Door de elektronica zijn er de laatste jaren veel meer mogelijkheden gekomen. Directe brandstofinjectie bijvoorbeeld. Hoewel daarmee misschien koelingsproblemen ontstaan. De binnenkomende lucht wordt dan immers niet meer door de verdampende benzine gekoeld. Maar bij tweetaktbuitenboordmotoren wordt directe injectie inmiddels met succes toegepast. En ze voldoen aan de milieueisen. Dit zou dus met motorfietsmotoren ook moeten kunnen. Er zal alleen op die specifieke gebieden ontwikkelingswerk moeten plaatsvinden,’ aldus Thiel in 2011.

Uitstekend middel

Dat de racerij daar een uitstekend middel voor is, is algemeen bekend en in het verleden al vaak genoeg bewezen. Terugkijkend op vijftig jaar tweetakttuning wist Jan Thiel daarover mee te praten. De eerste keer dat hij het vermogen van een van zijn creaties op een proefbank mat, was in 1965 met de 50cc-Jamathi. Die leverde toen 8 pk bij 14.000 tpm. Oftewel een litervermogen van 160 pk. Voor 1988 construeerde Thiel bij Garelli zijn eerste 125cc-ééncilinder. Die leverde in eerste instantie 37 pk bij 12.000 tpm. Oftewel een litervermogen van 296 pk. En zijn laatste motor, de 125cc-ééncilinder Aprilia/Derbi RSA, leverde in 2008 54 pk bij 13.000 tpm. Oftewel een litervermogen van maar liefst 432 pk.

Er zijn heel veel factoren waardoor de racetweetaktmotor in de loop der jaren zoveel sneller en ook betrouwbaarder is geworden. ‘De cilinder is aanzienlijk verbeterd door betere giettechnieken en een wand van nikasil. Daardoor komen vastlopers nagenoeg niet meer voor. Dan zijn de zuigers, de zuigerveren en de big-ends een stuk beter geworden. Een grote vooruitgang werd bereikt door de toepassing van een powerjet in de carburateur en een klep in de uitlaatpoort. Verder de ontwikkeling van de airbox en natuurlijk de elektronica. Dat geldt met name voor de ontsteking,’ aldus de man, die zeker tot het moment van zijn pensionering als ‘de beste vijler ter wereld’ kon worden genoemd. Bescheiden als de geboren Amsterdammer was, liet hij zich er niet over uit of dat ook zo is. Hij sloot het interview in 2011 af met: ‘Ik ben in ieder geval blij met het feit dat ik er op het juiste moment mee ben opgehouden. Maar ik ben ervan overtuigd dat de tweetaktmotor, ondanks dat-ie nu uit de Grands Prix moet verdwijnen, niet dood is. Er zijn zeker technici die hem verder zullen ontwikkelen.’

Vastloper…

Dat maakt Jan Thiel helaas niet meer mee. Ik weet me nog te herinneren dat bij een van de vele testen die we op de proefbank deden, de motor vastliep. Jan merkte toen op: ‘Zolang ik zelf maar niet door een vastloper word getroffen, dan komt het wel weer goed. Het is telkens alleen een hoop werk.’ Na zijn pensionering zocht ik Jan (we kenden elkaar uiteindelijk bijna zestig jaar en maakten samen heel wat mee) en zijn familie geregeld op in Thailand. Gezellig terugkijkend op ‘Die goede oude tweetakttijd’. Het verging hem daar goed. Alleen ging zijn gezondheid gestaag achteruit, mede omdat hij aan diabetes leed. Uiteindelijk leidde dit op 23 maart jongstleden dan toch tot een gevreesde vastloper. Met als gevolg dat ‘de beste vijler ter wereld’ definitief is uitgevijld.

Foto’s: Henk Keulemans, Wout Meppelink en Jan Heese

Racecarrière van Jan Thiel

1959 – 1960HMW 50cc
1960 – 1962FBM 50cc
1962 – 1963Benelli 50cc
1963 – 1964Royal Nord 50cc
1964 – 1965Tansini 50cc
1965 – 1966Jamathi 50cc
Gestopt als coureur, doorgegaan als alleen constructeur
1966 – 1975Jamathi 50cc
1975 – 1976Piovaticci 50cc, 125cc
1976 – 1980Bultaco 50cc, 125cc, 250cc
1980 – 1982Minarelli 50cc, 125cc
1982 – 1991Garelli 50cc, 125cc, 250cc
1991 – 1992Agrati 125cc, 250cc
1992 – 1993Rumi 125cc
1993 – 1995Schuurman 250cc-viertakt-kartmotor
1995 – 2005Aprilia 125cc, 250cc
2005 – 2006Derbi 125cc
2006 – 2008Aprilia 125cc, 250cc

Stay tuned

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en mis nooit het laatste nieuws! Onze nieuwsbrief wordt iedere week op dinsdag (bij veel nieuws) en donderdag verstuurd.


Gerelateerde artikelen