Ducati Scrambler 1100 2018 Test

Toen de eerste Scrambler van Ducati in 2015 ten tonele verscheen, hing het succes eigenlijk al aan z’n kont. Vol in de retro-trend, aangename prijs, karaktervolle twin en een design om je vingers bij af te likken. Nu verschijnt de overtreffende trap op de markt; de Scrambler 1100. Inderdaad, dat broertje met een nóg langere baard.

Jaap van der Sar

Die fijne Scrambler 800. Misschien niet eens de beste mid-size retro, maar wél een van de geloofwaardigste. Met een meer dan fraaie vormgeving, aandacht voor details, een naamplaatje van Ducati en een zorgvuldig geregisseerd ‘stoer verhaal’ heeft de firma er de afgelopen drie jaar maar liefst 46.000 weten te slijten. Met de komst van de Sixty2 werd de Scrambler naar beneden uitgebreid; dit jaar doet Ducati met de Scrambler 1100 een gooi naar het zwaardere segment onder de retro’s. En dat is geen sinecure met bestaande toppers als de BMW R nineT, Triumph Bonneville T120 en de Kawasaki Z900RS, om er maar eens een paar te noemen. Aan Ducati dus de edele taak om met een klapper dit segment te betreden en dat doe je dus vooral door heel veel aandacht te schenken een de juiste look. Het is dan ook geen verrassing dat de Scrambler 1100 vooral doet denken aan een ietwat opgeschaalde Scrambler 800. Die formule werkt tenslotte uitstekend. Maar eenmaal de eerste blik voorbij, wordt duidelijk dat het hier toch echt draait om een heel nieuw, eigen exemplaar.

Vertrouwd en helemaal nieuw

Want o heerlijkheid, we zien ouderwets fijn twee enorme stortkokers aan beide zijden van de Scrambler de achterkant sieren. Da’s oldschool duidelijk maken dat we hier te maken hebben met een serieuze motor. Om te beginnen is hij zo’n 20 kilo zwaarder dan de 800. Ook de tank is gegroeid naar 15 liter om de grotere dorst van het 1.079cc blok te stillen, de zijpanelen zijn anders vormgegeven, het frame is vers van de tekentafel en de wielbasis is wat centimeters toegenomen. Daarbij is de Scrambler 1100 hoger en biedt het nieuwe zadel nu echt een volwaardige zitplaats aan een eventuele duopassagier. Ook direct in het oog springt de nieuwe koplamp, die standaard is voorzien van fraai ontworpen LED-dagrijverlichting in de helder beglaasde ronde koplamp-unit. Natuurlijk is ook het dashboard van nieuw fabricaat, om plaats te bieden aan nieuwe elektronische snufjes. Daarbij zijn ze er bij Ducati overigens trots op dat er nauwelijks kunststof te vinden is op de 1100. Zelfs het ranke voorspatbord is gemaakt van aluminium en het moet gezegd, details als dit maken de dikke Scrambler echt af. De plank werd wat mij betreft alleen een beetje misgeslagen met de remleiding, die vanaf het stuur in een grote boog om het dashboard heen gebogen is. Dient geen enkel doel, of het moet een knipoog zijn naar zo’n ouderwetse gaskabel. Naja, zo hebben we allemaal onze eigenaardigheden zullen we maar denken.

Scrambler_1100_Special_Static_044

Tot zover de looks; door naar de techniek, die zeker heeft meegeprofiteerd van het grote opschalen naar een hogere klasse. En dat betekent niet alleen een groter blok met meer vermogen. Twee remschijven sieren tegenwoordig het voorwiel, het gas wordt bediend via ride-by-wire, het veerwerk voor is volledig instelbaar en ook zijn ze bij Ducati wat aan het grasduinen geweest in de doos met elektronica. Want Retro is heel leuk, maar qua rijbeleving verwachten we tegenwoordig gewoon modern rijgedrag in plaats van ouderwets gezwabber. Dat betekent dus dat we kunnen genieten van instelbare tractiecontrole, geavanceerd bochten-abs en de keuze uit drie verschillende rijmodi. Active, Journey en City heten deze in het geval van de Scrambler, in navolging van de wijze waarop je een fraai getekende retro het meest zult inzetten. Voor het standje circuit verwijst de Italiaanse firma je graag door naar de Panigale…

Scrambler_1100_Special_Static_057

Twin met karakter

Voor wat betreft het blok: dat is gebaseerd op het blok van de Monster 1100 en als vanouds gewoon lekker luchtgekoeld. Het valt op dat Ducati zich niet laat verleiden tot een wedloop in paardenkrachten. Sterker nog, het blok is qua vermogen niet eens zoveel gegroeid in vergelijking tot de 800. Hij groeide slechts 11 pk, naar 86pk ten opzichte van de 75 van zijn kleine broertje. Vloeiende vermogensafgifte, breed uitgesmeerd koppel en bruikbare kracht stonden duidelijk hoger op de lijst. Opvallend, want de meeste concurrenten bevinden zich in het 100pk-plus segment. Maar Ducati verklaart dat veel vermogen er voor de liefhebber van de Scrambler-lifestyle niet heel veel toe doet. Die geniet vooral van het rijden, van de looks en de allround-ontspannen rijbeleving, niet van de laatst uitgeperste pk’s.

Drie types

Tijd om dat zelf eens te ontdekken. Vanuit het fraaie Lissabon vertrekken we richting het zuiden, over die indrukwekkende ‘Ponte 25 de Abril’ hangbrug die in 1966 is gebouwd door dezelfde firma die ook de beroemde San Fransisco ’Bay Bridge’ heeft gefabriceerd. Een stukje retro-kennis voor de liefhebber en letterlijk een bruggetje naar de 1100, die van meet af aan prettige herinneringen oproept naar een tijd dat motorrijden wat ongecompliceerder was. Een heel volwassen machine, met een heerlijk uitgekiende rechtop-zithouding en een heerlijk breed stuur. We reden overigens met de Special, herkenbaar aan een wat lager stuur en een diepgrijze kleur. Verder is ie gelijk aan de standaard 1100 en voor de sportiever aangelegde retro-vriend is er de 1100 Sport, die is afgemonteerd met spullen van de firma Öhlins en Brembo. De Special houdt het dus verder standaard en dat is bepaald geen straf. Wel moeten we even wennen aan het rudimentaire karakter van de motor. Of karakter, dat is een beter woord. Want die dikke twin voel je werken, de klappen worden niet weggefilterd. En dat is een compliment, want vervelend worden die trillingen eigenlijk nooit. Tussen de drie- en achtduizend toeren heb je de beschikking over karrevrachten koppel en dat is een duidelijk verschil met de 800, die je wat meer moet uitmelken om de vaart er een beetje in te houden. Daarbij verzorgt die roffel uit de dubbele pijp voor een extra portie kippenvel. Man, wat is dat verslavend, donkerbruin plezier maken. En die power? Ach, we zaten binnen no-time op zeer illegale snelheden. En vol accelererend bocht-uit doet hij niet onder voor welke concurrent dan ook, ongeacht de rijmodus die je hebt ingeschakeld. Uitstekende handling, laat dat maar aan de Italianen over.

Scrambler_1100_Special_Static_089

Nukkige versnellingsbak

Een beetje rauw, een randje hoekig, dat zet zich ook door in de manier waarop de 1100 zich laat bedienen. Verwacht niet dat ie poeslief reageert op je input. Nee, je dient hem stevig bij de kladden te pakken. Een beetje sleuren aan dat brede stuur, dan is hij zo lichtvoetig als je zelf wilt. We hebben de dag doorgebracht in de modi ‘Active’ en ‘Journey’ en het verschil is met name voelbaar in de gasreactie en de veerpartij, waarbij opvalt dat vooral de achterkant behoorlijk van de straffe blijft. Je kunt overigens nog wel wat spelen met de veervoorspanning om dat naar wens te aan te passen. De tractiecontrole merk je eigenlijk nauwelijks op, maar hij houdt ons wel met het rubber op de grond, spelend op de soms verraderlijk gladde Portugese wegen. Verder valt op dat de Scrambler 1100 zich niet alleen in bochten keurig gedraagt, maar zich mede dankzij dat romige blok ook heerlijk op halfgas laat bedienen. Een beetje cruisen in alle comfort is geen enkel probleem. Voor wat betreft de versnellingsbak zijn we wat minder enthousiast. Natuurlijk is een beetje hoekig best leuk, maar je wil niet een bak die tegenwerkt als je van verzet wilt wisselen. Bewust schakelen, soms harder trappen dan leuk is en er schijnt een tweede neutraal te zitten tussen de vierde en de vijfde gang, althans op onze testmachine. Wellicht exemplarisch, maar voor een kleine 17 mille mag je beter verwachten. De remmen zijn uitstekend, mits je voorzichtig-progressief remt, de voorkant zit tegen het bijterige aan. Bewust gebruiken dus, anders zit je met je vizier op de kroonplaat. Echt motorrijden, genieten van die grote klappen en bij de les blijven, dan word je bij de Scrambler 1100 getrakteerd op onvervalste pret en karrevrachten rijplezier. Op ouderwetse leest geschoeid, maar moderner dan ooit.

Dit vindt Jaap

De retro-revival heeft de afgelopen jaren de nodige prachtige motorfietsen opgeleverd en Ducati levert daar met de Scrambler een aardig aandeel in. Met de 1100 zetten de Italianen dat door. Aan alle kanten volwassener, groter en technisch geavanceerder dan de 800, terwijl hij aan karakter en schoonheid niets heeft ingeleverd. De versnellingsbak gooit echter wel wat roet in het eten, die is nukkig en niet erg subtiel. Daarbij is de vanafprijs van dik 15 mille, bijna 17 zelfs voor de door ons gereden Special behoorlijk aan de forse kant, zeker als je bedenkt dat zijn voornaamste concurrenten flink meer vermogen leveren. Nu zijn extra pk’s lang niet altijd zaligmakend, zeker als je dit type motorfiets in gedachten hebt, maar de Ducati zal alle charmes in de strijd moeten gooien om potten te breken in dit segment. Gelukkig heeft ’ie dat dan ook ruim op voorraad

MotorNL Nieuwsbrief

Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief of aanbiedingen en blijf iedere week op de hoogte van al het nieuws, motortests, leuke routes of aanbiedingen.

Ik meld me hierbij aan voor de volgende mailinglijsten:




Vul een geldig emailadres in
Dat adres bestaat al in ons bestand
The security code entered was incorrect
Dank voor je aanmelding

Gerelateerd

REAGEER OP DIT ARTIKEL