Recent onderzoek door SWOV heeft inzicht gegeven in motorongevallen in Nederland. Dit rapport, dat 50 motorongevallen in de regio Den Haag bestudeert, legt de focus op verkeerssituaties, gedrag van betrokkenen, en de omstandigheden rondom deze incidenten. Het doel van het onderzoek is de verkeersveiligheid van motorrijders te verbeteren.
Het aantal verkeersdoden onder motorrijders is de afgelopen tien jaar relatief constant gebleven, met jaarlijks tussen de 42 en 56 doden. Dit is zorgwekkend, vooral omdat motorrijders slechts een klein percentage van de totale verkeerskilometers rijden, namelijk 0,5%.
Tussen de file door: hoe zit het met je verzekering bij een aanrijding tijdens filerijden?
De vijf verschillende ongevalstypen die zijn onderzocht:
1: Motorrijder verliest in bocht de controle over motor, door een glad wegdek
2: Motorrijder remt zichzelf onderuit bij het naderen van een rood verkeerslicht
3: Door zeer hoge snelheid is motorrijder niet in staat om tijdig te reageren
4: Motorrijder botst achterop file of door onverwachte remming op voorganger
5: Motorrijder wordt over het hoofd gezien door een andere weggebruiker
Bij de meerderheid van de ongevallen was een botsing met een andere verkeersdeelnemer de oorzaak, vaak met een personenauto. De studie wijst op verschillende factoren die een rol spelen bij het ontstaan van deze ongevallen, waaronder snelheid, gebrek aan aandacht en verkeersdrukte. Bijna 60% van de ongevallen vond plaats bij daglicht en onder droge omstandigheden, wat aangeeft dat ongevallen vaak plaatsvinden in ogenschijnlijk veilige omstandigheden. Vaak ook het moment dat de meerderheid van de motorrijders op pad is.
Aanbevelingen
Motorongevallen hebben verschillende oorzaken, waardoor één enkele oplossing niet voldoende is. Een combinatie van maatregelen is noodzakelijk om het aantal ernstige en fatale ongevallen te verminderen. De meest effectieve acties volgens het rapport zijn:
- Regelmatige controle van het wegdek en de bermen, met aandacht voor de kwaliteit en uitvoering van herstelwerkzaamheden.
- Strengere handhaving van snelheidsovertredingen en het negeren van rood licht.
- Stimuleren van het gebruik van ABS op motoren door middel van voorlichting en een inruilpremie voor motoren zonder ABS.
- Afdwingen van veilige snelheden met fysieke snelheidsremmers zoals verkeersdrempels, plateau’s en asverspringingen, die motorrijders dwingen hun lijn aan te passen.
- Binnen de bebouwde kom snelheden begrenzen met behulp van Intelligente Snelheidsassistentie.
- Verbeteren van de zichtbaarheid op kruispunten door obstakels te verwijderen of te verplaatsen, bijvoorbeeld door heggen te snoeien en parkeerplaatsen verder van kruispunten te situeren.
- Bevorderen van het gebruik van AEBS, FCW en ACC door voorlichting over de voordelen van deze systemen.
- Motorrijders aanmoedigen om deel te nemen aan voortgezette rijopleidingen.
- In alle rijopleidingen meer aandacht besteden aan inzicht in risico’s, gevaarherkenning en beheersing.
Dit onderzoek toont aan dat er nog veel werk aan de winkel is om de veiligheid van motorrijders op de Nederlandse wegen te waarborgen. Het delen van deze kennis kan helpen om toekomstige ongevallen te voorkomen en de ernst van letsel bij betrokkenen te beperken.



Drempels op plekken waar je als motorrijder schuin ligt moeten worden afgeschaft.
Tja, mooi weer is dus het onveiligst volgens de statistiek (maar “Vaak ook het moment dat de meerderheid van de motorrijders op pad is.”), en die statistiek zei inderdaad dus ook wel eens dat rijden in slecht winterweer het veiligst is, want dat gebeuren nauwelijks ongelukken. Het kan echter ook zijn dat motorrijders dan nauwelijks op de weg komen dacht ik toen ……
Inderdaad, dit is ook gewoon weer het zoveelste onderzoek op zoek naar iets wat al jaren bekend is.