dinsdag 7 april 2026
Home Blog Pagina 133

R 1300 R TITAN: een BMW om van te dromen!

0

Wat gebeurt er als je de ingenieurs en ontwerpers van BMW Motorrad een vrije hand geeft na een bedrijfsfeest? De fantasieën zullen ongetwijfeld de ronde doen, maar het resultaat is verrassend anders. En toch… de BMW R 1300 R TITAN doet ons verlangen naar meer ruimte in de broekzak…

Klein team

Het lijkt wel typisch voor BMW: projecten die in de vrije tijd tot stand komen door gemotiveerde medewerkers die net dat beetje extra willen bereiken met de motoren die ze ontwerpen. Een mooi voorbeeld hiervan is het ontstaan van de eerste BMW R80 G/S – maar dat terzijde. De TITAN is ook het resultaat van een klein team binnen BMW Motorrad. Philipp Ludwig fungeert als projectleider, terwijl Andreas Martin de agressieve lijnen ontwerpt. Het grafische aspect is in handen van Theresa Stukenbrock, en prototypebouwers Paul Summerer en Thomas Becker geven de TITAN zijn definitieve vorm, compleet met fantastisch detailwerk zoals het dashboard dat in de tank is geïntegreerd. Laat je ogen goed te werk gaan.

Meer dan alleen esthetiek

Toch is het niet alleen een kwestie van uiterlijk. De TITAN is van binnen opnieuw geconstrueerd. Het standaardframe van de R 1300 R is vervangen door een speciaal ontwikkeld frame met een verlengde achterbrug – beide gemaakt door Wilbers: stijver, lichter en geoptimaliseerd voor korte sprints. De zithouding en besturing zijn duidelijk gericht op de race. Verstelbare voetsteunen van gefreesd aluminium zorgen voor een compacte en agressieve rijhouding. Bovendien is de TITAN uitgerust met een Magura HC3-rempomp, een hoogwaardige hoofdremcilinder die maximale controle biedt bij hoge snelheid. In combinatie met precisiehendels en een quickshifter zorgt dit voor perfecte schakelmomenten en een direct remgevoel — essentieel wanneer elke milliseconde telt.

Boxerkracht

Het kloppende hart van deze motor is de 1300cc-tweecilinder boxer, ondersteund door een Akrapovič-uitlaatsysteem van titanium. De uitlaatgassen worden samengevoegd onder de motor en komen via een korte, dubbelzijdige demper onder de verhoogde achterzijde naar buiten. En dan is er nog het geheime wapen: een volwaardig NOS-systeem. Tussen de achterdempers bevindt zich discreet een fles met lachgas. Met één druk op de knop komt er een explosieve krachtinjectie vrij. Een raket op wielen. We zouden je graag vertellen hoe snel deze motor over het asfalt raast, maar vanuit München krijgen we geen informatie over pk’s, Nm’s of gewicht. Later komt daar ongetwijfeld meer over.

Geen productiemodel

De BMW R 1300 R TITAN is – dat is duidelijk – geen productiemodel. Het is echter een schitterende ode aan snelheid, vervaardigd door een team dat elke schroef en lasnaad met passie heeft ontworpen. Dit project laat zien wat mogelijk is wanneer vakmanschap, durf en technische perfectie samenkomen. Meer van dit soort projecten, graag!

Boete? Deze bedragen kun je aftikken in het buitenland

0

Overweeg goed of je het gashendel flink wilt aandraaien om zo snel mogelijk op je vakantiebestemming te komen deze zomer. Vooral als je door Zwitserland rijdt, is het belangrijk om extra voorzichtig te zijn, omdat je anders met hoge boetes te maken kunt krijgen. Pielen aan de navigatie op je telefoon terwijl je rijdt? In België kan dat je twee weken je rijbewijs kosten. Wegenvignetten.nl heeft de belangrijkste verkeersboetes in populaire Europese vakantielanden op een rij gezet.

Hoewel de boetes in Nederland al hoog zijn, zijn ze elders in Europa vaak niet zo schrikbarend. In Zwitserland moet je echter goed opletten, want daar zijn de boetes inkomensafhankelijk, vooral als je buiten de bebouwde kom meer dan 25 km/u te hard rijdt. In landen zoals Frankrijk, Italië, Kroatië en Luxemburg krijg je voor vrijwel elke snelheidsovertreding – of het nu 10 of 40 km/u betreft – opvallend genoeg hetzelfde boetebedrag. Zwaardere overtredingen kunnen echter leiden tot meer punten op je rijbewijs en een grotere kans op inbeslagname van dat rijbewijs.

Deze puntenstraf geldt ook voor Nederlanders. Als je tijdens je vakantie meerdere verkeersovertredingen begaat, of al eerder boetes hebt ontvangen, kun je een rijverbod in dat land opgelegd krijgen. Dit kan variëren van enkele maanden tot zelfs jaren. Duitsland en Zwitserland zijn hier bijzonder streng in.

Een ander opmerkelijk verschil met Nederland is dat je in veel Zuid-Europese landen vaak korting krijgt als je direct betaalt. In Frankrijk betaal je bijvoorbeeld slechts 90 euro in plaats van 135 euro voor de meeste overtredingen als je binnen vijftien dagen betaalt. In Italië is het voordelig om binnen vijf dagen te betalen, wat je 30 procent bespaart. In Spanje kan de korting oplopen tot maar liefst 50 procent van het oorspronkelijke boetebedrag!

Wat betreft boetes voor niet-handsfree bellen zijn er ook grote verschillen. In Duitsland en Oostenrijk kost dit ‘slechts’ 100 euro, terwijl je in Italië en Slovenië tweeënhalf keer zoveel betaalt. België heeft sinds dit jaar een strenge aanpak; als je als Nederlander betrapt wordt, ben je zelfs vijftien dagen je rijbewijs kwijt, bovenop een boete van 174 euro.

Mattijs Wijnmalen van Wegenvignetten.nl adviseert vakantiegangers om niet te gehaast op pad te gaan: “Een uur eerder op je bestemming zijn is het risico op een hoge boete of het verliezen van je rijbewijs simpelweg niet waard. Rijd rustig, houd je aan de regels en denk aan je eigen veiligheid en die van anderen. Dan begint je vakantie pas echt ontspannen.”

Jeremy ‘Twitch’ Stenberg’s op maat gemaakte Indian Chieftain PowerPlus

0

Indian Motorcycle publiceerde een nieuwe aflevering van de Forged videoreeks, waarin pro-skater en adrenalinejunkie Ryan Sheckler voor de eerste keer kennis maakt met een motor die net zo gedurfd en meedogenloos is als zijn stijl: een volledig op maat gemaakte Chieftain PowerPlus, van de grond af aan gebouwd door Jeremy “Twitch” Stenberg, met hulp van zijn oude vriend Seth Brisson.

Wat ooit begon als een droom in de garage, terwijl hij zijn vader aan motoren zag sleutelen, is uitgegroeid tot een volwaardig passieproject voor Twitch. “Ik heb altijd al een motor willen bouwen. En nu, dankzij Indian Motorcycle, krijg ik eindelijk de kans – en nog beter, ik mag het aan een geweldige vriend geven. Ik wilde gewoon iets maken dat vet is en bij mijn stijl past, maar ook iets waarvan Ryan enthousiast zou zijn. Ik denk dat we het perfect hebben gedaan.”

“Het meest uitdagende onderdeel van de bouw voor mij was het hele verdomde ding. Ik heb dit nog nooit gedaan, dus ik leerde terwijl ik bezig was. Ik herinner me dat ik daar zat en tegen mezelf dacht: ‘Nou, als ik het uit elkaar kan halen, moet ik het ook weer in elkaar kunnen zetten.’ Gelukkig had ik gasten zoals Carey Hart, Kyle van Forever Rad en mijn maat Seth om elk moment te bellen met vragen die ik had.”

De esthetiek van de motor kwam rechtstreeks voort uit een gesprek met Sheckler: “Hij zei dat als hij ooit een motor had, het eruit moest zien als Knight Rider. Kortom, helemaal zwart,” legde Twitch uit. “Dus dat is precies wat we deden; we gingen voor glanzend zwart, mat zwart en satijnzwart en hadden er plezier mee.”

Standaard 2025 Indian Chieftain PowerPlus

Tijdens een proces van meer dan een maand transformeerden Twitch en Seth een standaard 2025 Indian Chieftain PowerPlus in een strakke, agressieve build die prestaties uitstraalt zonder in te boeten op stijl: een zwarte prestatie bagger met subtiele ingelakte verf, gefreesd aluminium en carbonfiber accenten overal.

Maar het gaat niet alleen om de looks; Twitch en Seth hebben veel tijd besteed aan het optimaliseren van de prestaties van de motor voor Sheckler, inclusief raceklare vering- en remcomponenten, plus ergonomie ontworpen om een MX-rijpositie en -gevoel na te bootsen.

Om het nog verder te brengen, voegde Twitch gepersonaliseerde stijldetails toe, zoals de namen van Ryan’s kinderen op de kuip. Deze build zit vol met ‘easter eggs’.

Twitch geeft zijn team de credits voor het waarmaken van zijn motordromen: “Grote dank aan Seth, Carey Hart, Kyle van Forever Rad, en iedereen die me heeft geholpen om dit onderweg te begrijpen. Ik heb veel geleerd en had er plezier in.”

En wat betreft het moment dat Sheckler zijn nieuwe rit voor het eerst zag? “Dat was het meest belonende deel. Het zien van zijn reactie toen het eindelijk af was.”

Opgericht door motocrosslegende Jeremy “Twitch” Stenberg, is Twitch’s Shop (@twitchthis8) waar hoogwaardige builds samensmelten met persoonlijke visie. Bekend om het verleggen van grenzen in actiesporten, brengt Twitch diezelfde intensiteit naar elk custom motorproject.

Bouwen aan deze motor heeft een vlam doen ontbranden. “Ik heb net een build voor mezelf afgerond, en nu werk ik aan een derde Chieftain PowerPlus. Deze hele ervaring heeft me laten zien dat je, zelfs als je geen ‘motorbouwer’ bent, toch iets geweldigs kunt creëren als je de juiste mensen om je heen hebt.”

Indian Chieftain PowerPlus door Twitch

  • Uitlaat: Hart Luck
  • Vering: Big Bear Choppers, 2” hoger met 1,75” achterlift
  • Remmen: Brembo met Forever Rad achterremmontage, Galfer schijven
  • Velgen: Hart Luck – 21” voor, 18” achter, omhuld met Dunlop rubber
  • Verlichting: LP6 koplamp + mistlampenpakket, achterlichten van Ride Culture, Rizoma knipperlichten
  • Op maat gemaakte carbon fiber tassen & achterspatbord van TNA, voorspatbord van RWD

Details

  • Aangepaste tas spacers om de breedte van de motor te verkleinen
  • Forever Rad scharnierdoppen
  • Saddlemen zitting
  • Klock Werks windscherm
  • Kraus voetsteunen, Hart Luck sturen & handgrepen, Behringer handbediening
  • Lakwerk door Stephen bij Finish FX

De Street Bob Special van Jim: Dyna in rood, wit en blauw

0

Op het eerste gezicht lijkt het alsof Jim van Clubstyle Europe niet kan kiezen: zijn motor brandt aan de ene kant in rood met vlammen, terwijl de andere kant koelblauw glinstert. Maar juist die tegenstellingen maken hem tot wie hij is. Opgegroeid tussen de Harley’s en verslaafd aan snelheid, ziet Jim Clubstyle als de ultieme samensmelting van deze twee schijnbaar tegenstrijdige werelden.

In Amsterdam spreek ik Jim in zijn knusse maar heel compleet uitgeruste werkplaats. Een kleurrijke ruimte die zijn creativiteit en vakmanschap ademt. Aan alles is te zien dat hier met liefde wordt gewerkt: De muren hangen vol herinneringen aan zijn avonturen met Clubstyle Europe.

Meer Jim

Naam Jim
Bouwjaar 1991
Beroep Monteur
Type Dyna
Drank Bier
Eten Pizza
Liefde Chantal
TV Sopranos
Muziek Heavy metal+
Boek Bigtwin
Sport Fietsen/hardlopen
Hobby Motorsport, motoren en concerten
Vrouwen Ja
Mannen Nee
Motoren Bigtwin of jankende viercilinder
Voorbeeld Niki Lauda
Lijfspreuk Het loopt altijd anders.

NEXT LEVEL

Een winter geleden wist Jim via een ruildeal een flinke reeks carbon onderdelen te scoren: een voorspatbord, achterspatbord, zijdeksels, dashboard, skidplate en claxondeksel. Dat zette de boel weer in gang: tijd om zijn motor naar een next level te tillen. Jim begint: “Clubstyle heeft zich ontwikkeld. Je ziet bikes die puur voor dagelijks gebruik zijn, anderen voor stunts en dan heb je de groep die richting het circuit denkt. Ik ben denk ik een mix van alles. Maar stunten? Daar moet je mij niet voor bellen, haha. Ik had alle carbononderdelen eerst gepast en daarna weer gedemonteerd. Ze gingen op de plank, want ik wilde meer dan alleen die standaard carbonlook: vlammen, rood-wit-blauw… Dat typisch Nederlandse gevoel. De ene kant blauw, de andere rood. Dat zie je zelden op een Harley. Misschien op een racefiets of stuntbike. Ik maakte een simpele schets, op papier en daar ging ik mee naar Dylan van Lowlands Customs voor het spuitwerk.”

UITLAAT

Terwijl de Dyna wordt gespoten, krijgt ook het blok een upgrade. Jim begint met het poedercoaten van de kleppendeksels in de rode kleur en voegt een subtiele touch chroom toe. “De stoterstangen heb ik ook vervangen door chromen exemplaren”, vertelt hij. “Blank aluminium oxideert namelijk snel. Ik monteerde ook een set 577-nokkenassen van Star Racing voor extra pit. Ondertussen waren we bij Clubstyle Europe bezig met een samenwerking met Malparidos Exhausts. Voor de Dyna ontwikkelden zij een nieuwe uitlaat. Ik had de eer om als eerste het prototype te testen en ging er vervolgens mee naar Punta Bagna. Nu was het productiemodel inmiddels klaar: geen gedoe met elektra, gewoon plug & play. Die kon ik er zo opschroeven.”

De FXE-F Shovelhead van Paul: Those Were The Days…

SCHIJFREM

Nadat de gespoten onderdelen, inclusief de hagelwitte velgen, gereed waren kon de Dyna worden herbouwd. “De vlammen zitten precies waar ze moeten, de kleurverdeling klopt en de flakes in de lak geven het een mooie glinstering in de zon. Echt vakwerk. Die wit gecoate velgen zijn een knipoog naar de oude GSX-R’s. Supersports met witte wielen, daar was ik vroeger al fan van. De grote 15-inch schijfrem aan de voorzijde was een project op zich. Aanvankelijk overwoog ik een Arlen Ness-stijl of in ieder geval een grotere schijf. De standaard remklauw vond ik saai en de remblokken waren toch al op. Daarom probeerde ik iets nieuws: ik kocht een set Tokico-remklauwen van een Hayabusa en een axiale remadapter. Aangezien deze adapter was ontworpen voor een 11,8-inch schijf en ik een 15-inch schijf had, maakte ik een grove spacer en gebruikte langere titanium bouten. Het werkt uitstekend. Daarnaast installeerde ik de YSS duo-shocks, geleverd door Barns Choppers. Deze zijn op maat gemaakt met een lengte van 14,5 inch. De achterbrug komt van het Engelse bedrijf Metmachex”.

LEGAAL

Het afstellen van de motor liet Jim over aan Gert-Jan Laseur in Almere. “Hij staat bekend als een van de besten op dat gebied”, vertelt Jim. “Zowel in de dragracewereld als via vrienden hoorde ik alleen maar goede verhalen, zeker als het gaat om afstellingen bij hoogteverschillen. Mijn Dyna was al eens afgesteld, maar de bougies waren nooit mooi koffiebruin. Tot Gert-Jan ermee aan de slag ging. Met zijn afstelling loopt de motor perfect, zonder een slag verkeerd en de bougies zijn nu precies zoals ze horen: mooi bruin.” Wat Jim het meeste waardeert, is dat alles legaal is. “De uitlaat is goedgekeurd, met de juiste dB-killer en afgesteld door Laseur. Ik dacht: wat heb je aan veel vermogen als je vooral op straat rijdt? Misschien één keer per jaar het circuit op, that’s it. Inmiddels zit er een XL-dB-killer in die iets luider is, maar nog steeds perfect. Rustig als je normaal rijdt, rauw en vol zodra je gas geeft. Vooral onder belasting klinkt hij fantastisch. Stationair hoor je vooral het blok, maar zodra je gas geeft, komt het karakter tot leven. Alles is goedgekeurd en de papieren zijn in orde. Ik wilde het netjes regelen, want in Nederland kun je al snel gedoe krijgen over geluid. Alles is CE- en TUV-gekeurd. Geluid blijft altijd een aandachtspunt, maar deze setup is gewoon legaal.”

ONTWIKKELEN

We sluiten de dag af bij de boerderij van een vriend voor de fotoshoot, waar we nog lang doorgaan met motorpraat. “Af is hij nooit, een motor blijft zich ontwikkelen. Maar ik ben wel over de helft en dat geeft rust. Zeker nu het weer zomer wordt en hij gewoon rijdt, dat is het belangrijkste. Volgende week is er een open house bij H-D Amsterdam, waar we zijn uitgenodigd. Ook gaan we weer naar Punta Bagna in de Alpen. Dat is voor mij het mooiste evenement van het jaar, voornamelijk door de omgeving. Twee weken later staan we in Duitsland, op een vliegveld, voor een nieuw Clubstyle-event: de Clubstyle-Bash.”

Tekst & fotografie: Edgar Vingerhoed

CLUBSTYLE EUROPE
Jim over Clubstyle Europe: “Voor ons draait Clubstyle Europe puur om passie en plezier. Het is geen manier om op te klimmen of te doen alsof we influencers zijn. Wat ‘hot’ is, interesseert me niet; ik hecht aan wat ik zelf mooi vind. Wat we tot nu toe hebben meegemaakt is geweldig. Clubstyle is meer dan een motor, het is een cultuur en daar zijn we trots op. Wat ik het mooiste vind, is dat we gewoon kunnen zijn wie we zijn, zonder verplichtingen of druk. We nemen onze tent mee naar evenementen om de motoren mooi neer te zetten, niet om spullen te moeten verkopen. We willen er rijdend heen, het feest meemaken en als mensen ons willen spreken of iets kopen, gebeurt dat vanzelf.”

SPECIFICATIES CLUBSTYLE HARLEY-DAVIDSON FXDBB

Kenmerk Details
ALGEMEEN
Eigenaar/bouwer Jim
MOTORBLOK
Bouwjaar 2014
Merk Harley-Davidson
Type FXDBB
Cilinderinhoud 1690 cc
Versnellingsbak 6-bak
Ontsteking Laseur mapping
Carburateur Laseur mapping
Luchtfilter Screamin’ Eagle
Uitlaat Malparidos Exhaust
Covers Malparidos Exhaust
RIJWIELGEDEELTE
Frame Dyna
Schokbrekers YSS 14,5 inch
Voorwiel Harley-Davidson switchblade
Voorband 100/90-19 Shinko 777
Voorrem Tokico met 15 inch remschijf
Voorvork 2” verlengd en Hyperpro veren
Balhoofdplaten Harley-Davidson
Achterwiel Harley-Davidson switchblade
Achterband 160 70 17 Shinko 777
Achterrem Tokico
Bijzonderheden Metmachex achterbrug
DIVERSEN
Stuur 17” mx bar van Triple Seven Customs
Gadgets Carplay en neon
Handvatten Vans Odi
Koplamp LED
Controls Forward controls aangepast
Benzinetank Harley-Davidson
Zadel Saddlemen
Achterspatbord Lucas Carbon
Achterlicht DMP
Floor Boards Kuryakyn
Bagagedrager Zelf gemaakte afneembare topkoffer en kleine zadeltassen
Draai- en freeswerk Zelf
SPUITWERK
Kleur Rood, wit en blauw
Design Jim en Lowlands Customs
Spuiter Lowlands Customs
DANK AAN Iedereen die me door de jaren geholpen heeft…

Ontdek de Nieuwe Scrambler 400 XC: Robuuste Offroad Capaciteiten in een Stijlvol Jasje

0

Triumph Motorcycles lanceert met trots de nieuwe Scrambler 400 XC, die de gewaardeerde 400cc Modern Classic line-up verder uitbreidt en offroad capaciteiten combineert met een opvallend design. Deze motorfiets, die vanaf september 2025 beschikbaar zal zijn via het Triumph-dealernetwerk, is een perfecte keuze voor zowel avontuurlijke rijders als liefhebbers van klassiekere stijlen.

De Scrambler 400 XC is uitgerust met nieuwe gespaakte wielen, vervaardigd uit lichtgewicht aluminium en voorzien van tubeless banden, wat zorgt voor optimale prestaties op alle soorten terrein. Met een 19-inch voorwiel en een 17-inch achterwiel biedt deze motorfiets niet alleen uitstekende offroad mogelijkheden, maar ook een authentiek Scrambler uiterlijk. Het vernieuwde hoge voorspatbord en de flyscreen bieden daarnaast stijlvolle bescherming tegen zware weersomstandigheden.

Kies uit drie moderne kleurstellingen: Racing Yellow, Storm Grey en Vanilla White, die stuk voor stuk zijn voorzien van opvallende graphics en een zwart Triumph-logo. Paul Stroud, Chief Commercial Officer van Triumph Motorcycles, benadrukt de wereldwijde vraag naar dit model en de hoop om nog meer motorrijders aan te spreken met zijn aantrekkelijke ontwerpen en verbeterde capaciteiten.

De Scrambler 400 XC is niet alleen visueel indrukwekkend, maar biedt ook toonaangevende specificaties voor de avontuurlijke rijder. Met een hoogwaardige vering die zorgt voor een comfortabele rit op gevarieerd terrein, evenals geavanceerde technologieën zoals schakelbare tractiecontrole en een speciale offroad ABS-modus, is deze motorfiets ontworpen om zowel veiligheid als veelzijdigheid te waarborgen.

Met een krachtige 400cc TR-serie motor, die 40 pk en 37,5 Nm koppel levert, biedt de Scrambler 400 XC responsieve prestaties in elke rijomstandigheden. De zesversnellingsbak met slip & assist-koppeling en het roestvrijstalen uitlaatsysteem dragen bij aan de betrouwbaarheid en het karakteristieke geluid dat bij Triumph hoort.

Met een aantrekkelijke prijsstelling vanaf €7645 in België en €8645 in Nederland, en meer dan 20 originele accessoires om de motor aan te passen, is de Scrambler 400 XC de ideale metgezel voor zowel beginners als ervaren rijders. Ontdek de onmiskenbare charme en veelzijdigheid van de nieuwe Scrambler 400 XC en maak u klaar voor onvergetelijke avonturen op de weg en daarbuiten.

Historie Indian Motorcycle: Indian Summer

0

Een van de oudste namen in de motorwereld is het Amerikaanse Indian Motorcycle. Lang, lang geleden was dit het grootste en beroemdste motormerk ter wereld. Innovatief en ongenaakbaar in de sport. De roerige geschiedenis van Indian is een boeiende reis door de tijd. Ideaal leesvoer voor onder een relaxt zonnetje deze zomer.

Indian dankt haar naam en ook haar oorsprong aan die andere tweewieler, de fiets. Dat kwam door George Hendee (1866-1943). Hij kwam uit de stad Springfield in de staat Massachusetts, ‘rechtsboven’ op de landkaart van Amerika. Hendee was een professioneel wielrenner die met koersen begon toen hij 16 jaar oud was. Hij was een enorm groot talent. In 1886 brak hij het wereldrecord op de halve mijl dirttrack op een hoge bi. Net zoals de huidige wegracerij voor motoren, kent ook de dirttrack haar oorsprong als fietswedstrijd. Het was een succesvol jaar voor George, want hij werd ook Amerikaans Nationaal Amateur kampioen in de hoge bi-klasse. George Hendee was ook Amerika’s eerste nationale wielrenkampioen. In totaal won hij 302 van de 309 wedstrijden waar hij aan deelnam. Hij was een bijzonder succesvol wielrenner en erg bekend in die tijd.

In 1892 stopte hij met de wielrennerij en drie jaar later ging hij zelf fietsen produceren. Dat ging goed, dus richtte George in 1896 de ‘Hendee & Nelson Manufacturing Company’ op. Zijn nieuwe firma maakte twee soorten fietsen, de Silver King voor mannen en de Silver Queen voor vrouwen. Deze fietsen werden ook geëxporteerd. Om in het buitenland duidelijk te maken dat het hier om een Amerikaans product ging, kregen ze de naam ‘American Indian’ mee. Succesvol was deze onderneming niet. Binnen een paar jaar ging het failliet. In de veiling die volgde in 1898 kocht Hendee de volledige inventaris aan materiaal, gereedschap en voorraad op. Kort daarna richtte George de ’Hendee Manufacturing Company’ op. Vanaf dat moment werd de naam ‘Indian’ ook in Amerika voor zijn fietsen gebruikt. Hendee sponsorde erg veel koersen en nogal wat talentvolle wielrenners kregen van hem een gratis Indian-fiets. Door deze acties kreeg de Indian merknaam veel bekendheid en daarmee stegen de verkopen flink.

George Hendee met zijn nichtje June Hale in 1927.

In januari 1900 ontmoette George tijdens een fietsevenement in de stad New York de als kind uit Zweden geëmigreerde Carl Oscar Hedström (1871-1960). Carl was naar het evenement in Madison Square Garden gekomen met zijn stayermotor, een motor die veel lichter was dan de zware monsters die tot dan toe dienden als gangmaker. George was zwaar onder de indruk, ook het motorblokje was stukken kleiner dan de meeste motorblokken die tot op dat moment gebruikt werden en functioneerde perfect. Hendee gaf Hedström daarom opdracht om een gemotoriseerde fiets te ontwikkelen die geschikt was voor massaproductie, de eerste Indian-motorfiets stond op het punt om geboren te worden! Dit was het begin van een lange, vruchtbare samenwerking tussen de twee fietsliefhebbers die precies een jaar later, in januari 1901, zou leiden tot de oprichting van de Hendee Manufacturing Company. Hendee nam in het nieuwe bedrijf de administratieve kant voor zijn rekening, Hedström had een dubbelrol als ontwerper en hoofdconstructeur. De oprichting van de Hendee Mfg. Co. wordt gezien als de start van motorfabrikant Indian.

De eerste Indian-prototype uit 1901 gebouwd door Oscar Hedstrom.

De allereerste Indian

Het eerste-Indian prototype werd in tegenstelling tot wat algemeen aangenomen wordt, niet in Springfield ontwikkeld en gebouwd, maar bij de Worcester Bicycle Manufacturing Company in het plaatsje Middletown, Connecticut. Carl Hedström had namelijk zijn eigen werkplaats in deze fietsfabriek. Hij had slechts vier maanden nodig om zijn opdracht te voltooien, want zijn eerste prototype werd voor het eerst aan het publiek getoond en gedemonstreerd in Springfield op 10 mei 1901. Het ontwerp was eenvoudig en zat constructief erg goed in elkaar. Het staande 13c.i./213cc-motorblokje was geplaatst tussen crankstel en zadel en verving de framebuis die daar normaliter bij een fiets aanwezig was. Het brandstoftankje lag op het achterspatbord. ‘INDIAN’ stond er op de tank te lezen, met in kleinere letters daaronder ‘Hendee Mfg. Co.’ en ‘Springfield, Mass.’. Bijzonder was de kettingaandrijving naar het achterwiel, handig op een steile helling waar de riemaandrijvingen uit die tijd slippende moeite mee hadden. Na deze introductie ging Hedström naar de ‘Aurora Automatic Machine Company’ in de stad Aurora, Illinois. Daar perfectioneerde Carl het ontwerp en maakte het productierijp, waarna Aurora het motorblok voor de Hendee Mfg. Co. ging produceren. De krachtbronnen werden vervolgens naar de fabriek in Springfield gebracht, waar het rijwielgedeelte gebouwd werd en de assemblage plaatsvond. Eigenlijk was het eerste Indian model niets meer dan een verzwaarde fiets met een ééncilinder motorblok dat nog geen 2 pk leverde.

De eerste Indian was de Indian Camelback. De foto stamt uit 1905.

De nieuwe Indian maakte razendsnel furore, hij was heel erg betrouwbaar vergeleken met zo’n beetje al zijn concurrenten. Aurora zag kansen en kocht een licentie om Hedström’s Indian-motorblok ook voor derden te produceren. Dit leidde niet alleen tot de oprichting van het motormerk ‘Thor’ door Aurora, maar ook tot een stortvloed aan aanvragen van beginnende motorfabrikanten die dit motorblok allemaal als uitgangspunt van hun eigen merk gebruikten. Je kunt geruststellen dat deze Indian de nog heel prille Amerikaanse motorindustrie een werkelijk enorme impuls gaf.

Indian’s motorproductie zou in die prille beginperiode explosief groeien. Het eerste jaar werden er twee verkocht, in 1904 was dat al opgelopen naar 588 stuks. Dat jaar werd ook de kenmerkende rode kleur geïntroduceerd op de Indian-motoren, tot dan toe waren de Indian’s alleen in de donkerblauwe kleur ‘Royal Blue’ leverbaar. Indian werd in alle opzichten marktleider in die vroege pionierdagen van de motorfiets. Door de grote betrouwbaarheid van de Indian modellen ontstond al snel een hele grote en trouwe Indian-klantenkring.

Grootste ter wereld

Op 5 maart 1907 verliep Aurora’s licentie om de Indian ééncilinder-motorblokken te produceren. Vanaf dat moment werden de motorblokken ook in Springfield door de Hendee Mfg. Co. geproduceerd. In hetzelfde jaar werden ook de eerste V-twin-productiemodellen door Indian gebouwd. Dit waren overigens niet de eerste V-twins die Indian bouwde. Al op 5 augustus 1904 debuteerde de eerste Indian V-twin toen Hedström deelnam aan een race op Newport Beach in de staat Rhode Island. In 1907 had Hendee twee fabrieken in Springfield. In de hoofdfabriek aan State Street vond de administratie en de assemblage van de motoren plaats. Daarbij kwam een metaalgieterij in ‘Hendeeville’, een industrieel gebied in het oosten van Springfield. Hedström overzag ontwerp en productie in al zijn aspecten. Hendee was de algemeen directeur en operationeel manager. Hij benaderde investeerders en reisde intensief door het grote Amerika om dealers te zoeken. Dit alles had resultaat. In 1912 was de Hendee Mfg. Co. de grootste motorproducent ter wereld. De jaarlijkse productie lag toen op zo’n 30.000 motoren per jaar.

1918: In de Indian-fabriek krijgen de motorfietsen een laatste inspectie na een testsessie.

In 1916, niet lang voordat Amerika in de Eerste Wereldoorlog betrokken raakte, was de productie al gegroeid naar 35.000 motoren. Indian had toen een marktaandeel in Amerika van 40%. Maar niet alles was pais en vree bij de fabriek in Springfield. Carl Hedström zou op 24 maart 1913 Indian verlaten na een geschil met de raad van bestuur toen die een dubieus plan lanceerde om op een slinkse manier de aandeelkoers te verhogen. George Hendee hield het voor gezien in 1916, vanwege een conflict met de raad van bestuur over investeringen die niets met motorproductie van doen hadden, maar bedoeld waren om de eigen projecten van de bestuursleden via een omweg te financieren. Het was de beruchte periode dat het bijzonder winstgevende Indian leeggezogen werd door bestuurders die het persoonlijke gewin hoger in het vaandel hadden staan dan het welzijn van het bedrijf. Het verdwijnen van de twee oprichters zorgde in oktober 1923 uiteindelijk voor een naamsverandering. Voortaan ging de Hendee Mfg. Co. als Indian Motocycles (zonder ‘r’) door het leven. Hiermee had het moederbedrijf de modelnaam van haar succesvolle product overgenomen. De Indian-fabriek werd in die periode vaak als de ‘Wigwam’ aangeduid.

Motorsport doet verkopen

Vanaf het prille begin was het Indian-management van mening dat de racerij de ontwikkeling van de straatmodellen en de daaropvolgende verkopen stimuleerde. Dit had tot gevolg dat ze een omvangrijk raceprogramma lanceerden, geleid door hun iconische en succesvolle achtkleps V-twin boardtrack racer die in 1911 debuteerde. In die periode brak Indian ook een aantal lange afstandsrecords en wereldsnelheidsrecords. Met name Erwin ‘Canonball’ Baker en Jake De Rosier schreven in dit opzicht historie. De Rosier behaalde in slechts een paar jaar tijd voor Indian maar liefst 900 overwinningen in de dirttrack en boardtrack racerij voordat hij voor Excelsior ging rijden en in 1913 overleed aan de gevolgen van een raceongeval.

Ook in Europa was Indian geen onbekend merk in de racerij. Hoe veelzijdig de producten van de fabriek uit Springfield waren, blijkt bijvoorbeeld uit de Engelse ISDT Zesdaagse van 1907, die door Teddy Hasting gewonnen werd op een Indian V-twin. Ook domineerde het merk met een 1-2-3 overwinning de allereerste Senior T.T. die op het eiland Man gehouden werd. Oliver Godfrey won deze race voor de Ier Charles Franklin, de latere ontwerper van de legendarische Indian Scout en Chief. Deze machines waren de opvolgers van de beroemde Indian Powerplus, een 61 c.i./1000 cc V-twin die ondanks zijn zijkleppen meer vermogen leverde dan zijn voorganger met kopkleppen. De Powerplus bleef in productie tot 1924. Dankzij een contract met het Amerikaanse leger rolde de legeruitvoering tijdens de Eerste Wereldoorlog maar liefst 41.000 keer van de band! Maar dit legercontract zou uitlopen op een catastrofe voor Indian. Na ondertekening van het contract stegen de materiaalprijzen explosief waardoor iedere Powerplus met verlies geproduceerd werd. Harley-Davidson bouwde destijds 15.000 legermotoren en bleef daarnaast ook motoren produceren voor de civiele markt. Indian had hier geen capaciteit voor, ondanks dat ze voor de Eerste Wereldoorlog populaire en heel erg geavanceerde civiele modellen bouwden met verende frames, elektrische starters en elektrische verlichting via magdyno’s, de klassieke combinatie van een ontstekingsmagneet en een dynamo.

Toch wist het verarmde Indian na de oorlog weer op te krabbelen dankzij de 36,6 c.i./600 cc Scout en zijn grotere broer, de 61 c.i./1000 cc Chief. Beide V-twin zijklep modellen waren vergelijkbaar met de 600 cc Supersport en de 1000 cc Superbikes van vandaag de dag. Ze zouden de meest succesvolle Indian-modellen worden die de Wigwam ooit voortbracht. Beide machines waren ontworpen door Charles B. Franklin, Indian’s nummer 2 van de T.T. op het eiland Man in 1911.

De Ierse Scout

Charles Bayly Franklin werd op 1 oktober 1880 geboren in Dublin. Hij racete met motorfietsen tussen 1903 en 1916. Met Indian maakte hij furore, zowel als rijder als tuner. Indian bood hem een contract aan op de ontwerpafdeling in Springfield toen de Engelse Indian-importeur in 1915 haar deuren sloot vanwege een nieuwe, hoge importheffing op luxegoederen zoals auto’s en motorfietsen. Engeland was in oorlog, er was geld nodig. Op 1 november 1916 vertrok Charles uit de haven van Liverpool met de White Star RMS Adriatic en op 16 november arriveerde hij in de haven van New York. Hij zou nooit meer terugkeren naar Ierland. Franklin zou als ontwerper en door zijn grote technische kennis een ontzettend grote rol spelen in de historie van Indian. De 36,6 c.i./600 cc Scout was de eerste machine die Franklin ontwierp voor Indian. Voor zijn tijd was het een erg geavanceerde motorfiets, de pers beschreef hem als sensationeel. De Scout werd direct een commercieel en sportief succes. Het was in tegenstelling tot veel van de motoren uit die tijd nu eens niet een motorfiets die samengesteld was uit een som van losse, aan elkaar geschroefde onderdelen. Integendeel. Het frame, motorblok, transmissie en aandrijving waren zorgvuldig op elkaar afgestemd en ook als zodanig ontworpen. Het motorblok zat met bouten vast aan de versnellingsbak. Dat gaf mogelijkheden om de primaire overbrenging ‘bullet proof’ te maken en dat was precies wat Franklin gedaan had door hem uit te voeren als schuin vertande tandwieltrein, prachtig uitgevoerd in de lekvrije gietaluminium kast van de primaire overbrenging tussen motorblok en versnellingsbak. Het motorblok leverde een vermogen van 11 pk en er waren drie handbediende versnellingen aan boord. Het blok was rechtstreeks gemonteerd in een enkel wiegframe. Ook dat was nieuw in een tijdperk waar het motorblok normaliter via montageplaten in het frame gemonteerd werd. Dat stamde nog uit de tijd waarin fietsen omgebouwd werden tot motoren. Indian rekende daar voorgoed mee af en introduceerde een nieuwe norm in de Amerikaanse framebouw die vandaag de dag nog steeds voortduurt.

Charles Bayly Franklin.

Helemaal rijklaar woog de nieuwe Scout 154 kg. Zijn topsnelheid lag op 90 km/u en hij kon een snelheid van 72 km/u werkelijk eindeloos volhouden. Destijds waren dat indrukwekkende waarden voor een 600cc-twin. Zo brak de Scout in 1920 het wereldafstandsrecord over 24 uur met een afgelegde afstand van 1.793 km, dat was ruim vierhonderd kilometer meer dan het voorgaande record dat met een 1000cc-motorfiets neergezet was! In 1923 werden met een standaard Indian Scout een serie lange afstandsrecords gebroken die met 1000 cc Excelsior V-twins en 1310 cc Henderson viercilinders neergezet waren. Dit waren records zoals Canada-Mexico, maar met name duurritten van de Amerikaanse oostkust naar de westkust.

Een advertentie uit 1926 voor de Indian Scout.

Zelfs Honda reed ermee

De Scout was een fantastisch ontwerp dat zijn tijd ver vooruit was. Hij was superieur aan iedere andere productie V-twin zoals die aan beide zijden van de Atlantische Oceaan werd geproduceerd. Het massieve motorblok met overbemeten doch fraai en precies gemaakte onderdelen draaide rond als een klok en was vrijwel onverwoestbaar. Geen wonder dat al snel een grotere versie van de Scout zijn intrede zou doen. Eind 1921 was dat al zo ver, Franklin’s nieuwste creatie voor Indian was productierijp. Het was de Indian Chief. Net zoals de Scout wordt zijn modelnaam nog steeds gebruikt en niet zonder reden, want ook de Chief groeide uit tot een legendarisch model. De 61 c.i./1000 cc Chief V-twin was in feite een vergrote Scout en werd ook als zodanig aangekondigd door Indian. Door de jaren heen werd de Scout steeds verder technisch verfijnd maar de basis bleef hetzelfde. In 1927 verscheen de opgeboorde 45c.i./750cc-versie van de Scout, gevolgd door de legendarische Model 101 Scout uit 1928 met een vernieuwd frame. Dit model wordt door velen beschouwd als de beste Indian die ooit gemaakt is. Zijn prestaties waren beter dan Harley’s 1200 cc V-twin modellen en hij was betrouwbaarder. Soichiro Honda, oprichter van Honda, reed voor de Tweede Wereldoorlog ook langere tijd met een Indian Scout. De Nieuw-Zeelander John Britten vond op 14-jarige leeftijd een verwaarloosde Scout in een greppel. Hij bracht hem met de trein naar huis en wist deze machine zelfs weer aan het lopen te krijgen, waarna een levenslange liefde voor het V-twin concept in hem opbloeide. Dat zou in de jaren ’80 en ’90 leiden tot de Britten, één van de meest innovatie V-twins die ooit gebouwd zijn.

Indian Big Chief Roadmaster uit 1938.

Net zoals bij de Scout groeide ook de cilinderinhoud van de Chief. In 1924 werd de Big Chief geïntroduceerd met een 74 c.i./1210 cc V-twin. Deze fraaie en bijzonder betrouwbare machine werd gigantisch populair. Een andere mijlpaal in de Indian-historie kwam na de overname van Ace, een fabrikant van geavanceerde viercilindermotoren waarmee ook wereldrecords gebroken werden. Dit leidde tot de introductie van de Indian Ace in 1927. Nadat het 77c.i./1265cc-motorblok en het rijwielgedeelte onder handen genomen waren, werd hij in 1928 tot Indian Four omgedoopt. Zijn volledig verende frame met achtervering was een bijzonderheid destijds. De beroemde Indian Four werd stelselmatig verder ontwikkeld tot hij in 1942 uit productie ging.

Redder in de nood

Terwijl de productiemedewerkers, ingenieurs en coureurs Indian de roerige jaren ‘20 doorhielpen met prachtige raceoverwinningen en uitzonderlijk hoge productieaantallen, zorgde het management ervoor dat dit weer net zo snel tenietgedaan werd door het kapitaal, het krediet en de goodwill van het bedrijf in rap tempo te verspelen. Hedström’s opvolgers aan de technische kant van de fabriek hadden visie, kundigheid en passie. Maar Hendee’s opvolgers aan de managementkant waren op zijn zachtst gezegd witteboordencriminelen die vast van plan waren om Indian te plunderen en te ontdoen van alle bezittingen. Onder hun mismanagement bloedde de uiterst winstgevende Indian Motocycle Manufacturing Company (IMMC) leeg om een aantal verliesgevende bedrijven die niets met de motorindustrie te maken hadden te ondersteunen. Deze bedrijven werden in het geheim geleid door IMMC-toplieden die Indian daarin lieten investeren. Dit leidde ertoe dat Indian weinig kans had om te overleven toen de Grote Depressie van de jaren ’30 zich aandiende.

Indian’s redder in nood was de 42-jarige Eleuthere Paul duPont, een fanatiek motorrijder en nakomeling van één van Amerika’s rijkste families die ook eigenaar waren van de gelijknamige Amerikaanse chemiegigant. Samen met zijn broer was hij sinds 1923 een aandeelhouder van Indian. Hij besefte dat als hij ooit nog iets van zijn US$ 300.000 grote investering terug wilde zien, hij het bedrijf over moest nemen. Dat deed hij, vlak voor de Beurskrach van 1929. Na zijn overname werden alle niet motorfietsgerelateerde bedrijven afgestoten en nam hij Briggs Weaver in dienst als het nieuwe hoofd van de ontwikkelingsafdeling. Deze legendarische ingenieur werd vanaf dat moment verantwoordelijk voor de styling van de Indian-modellen. E. Paul duPont zorgde ervoor dat Indian weer op de kaart gezet werd. Ze introduceerden vele technische nieuwigheden, domineerden in de racerij en ze konden zich weer meten met Harley-Davidson voor wat betreft winstgevendheid en productieaantallen.

Maar dat was in de vroege jaren ‘30 nog toekomstmuziek. Het waren rampzalige tijden voor zowel de motorverkopen als de motorsport in Amerika. Halverwege 1932 waren 15 miljoen Amerikanen werkloos, 5000 banken werden gesloten, talloze bedrijven sloten iedere dag hun deuren en massaverhongering kon ternauwernood voorkomen door het inzetten van gaarkeukens. In 1932 probeerde Indian het tij te keren met de verkleinde 30.5 c.i./500 cc Scout Pony en een jaar later kwam de Motoplane op de markt. Het motorblok van de 45 c.i./750 cc Scout was gemonteerd in het frame van de Scout Pony. Het was geen goede combinatie, de Motoplane zou falen. Indian produceerde in 1933 slechts 1.657 van de in totaal 7.418 motoren die dat jaar in Amerika geproduceerd werden en draaide op een capaciteit van 5%. De fabriek uit Springfield probeerde de verkopen te stimuleren door het ontwerp van de modellen te moderniseren. In die periode introduceerde Briggs Weaver zijn iconische, vloeiend gestroomlijnde stijl die in 1940 vooral tot uiting kwam door de grote, volumineuze spatborden die de wielen grotendeels omhulden. Door deze styling zien deze motoren er vandaag de dag nog net zo levendig en opvallend uit als 75 jaar geleden. De styling van de huidige zware Indian-modellen is ook op deze machines gebaseerd.

Het was een wonder dat de motorsport bleef bestaan tijdens de crisisjaren. Maar juist in die periode bloeide ook de rivaliteit tussen Harley-Davidson en Indian weer op. In deze sociale en economische crisis besloot de Amerikaanse motorbond A.M.A. de ‘Class C’ raceklasse op te richten, speciaal bedoeld voor standaardmachines en privérijders, want de fabrieken hadden geen kapitaal meer om te investeren in de racerij. Het was een gouden zet, de bijzonder laagdrempelige Class C werd ondanks de crisisomstandigheden heel snel populair en groeide uit tot een raceserie op nationaal niveau.

De Indian Sport Scout werd sinds 1934 speciaal voor deze 45c.i./750cc-raceklasse gebouwd en werd daarin al snel de meest succesvolle machine. Zo won hij in de handen van Ed Kretz in 1937 de allereerste Daytona 200 mijlsrace die toen nog verreden werd deels op het strand en deels op een stuk asfaltweg van Daytona Beach. Ook na de Tweede Wereldoorlog bleef de Sport Scout een uiterst competitieve machine. Hij boekte nog steeds veel beroemde en prestigieuze overwinningen ondanks de felle tegenstand van de Norton International en Manx-bovennokkers en andere Engelse kopkleppers. Ook Harley-Davidson maakte het Indian niet makkelijk met hun naoorlogse racers.

Verkeerde strategie

In de Tweede Wereldoorlog werden er ruim 42.044 militaire Indian Scouts gebouwd. Een behoorlijk aantal daarvan rust op de bodem van de Atlantische Oceaan, als slachtoffer van de Duitse U-boten. Na de oorlog werd die productie flink teruggebracht. Ralph B. Rogers, een investeerder zonder ervaring in de motorfietsindustrie, kocht een meerderheidsbelang in Indian van de ernstig zieke E. Paul duPont. Rogers besloot om Europees aandoende motorfietsen te gaan produceren. Dit, terwijl teruggekeerde Amerikaanse soldaten de militaire Scout hadden leren kennen als een uitstekende motorfiets die ze eenmaal terug in Amerika ook graag wilden blijven rijden. Nog nooit was de roep van de Indian-dealers om deze motoren zo luid geweest. Desondanks werden onder de leiding van Rogers in 1947 de 213 cc Arrow 149 en de 426 cc Super Scout 249 lightweight modellen geïntroduceerd. De 500 cc Warrior volgde in 1950. In dat jaar groeide het motorblok van de Chief V-twin overigens nog uit naar 80 c.i./1340 cc en deed een telescoopvoorvork zijn intrede.

Ondanks het fraaie uiterlijk van de lightweight-modellen werden ze vol kinderziektes op de markt gezet. Rogers had het ontwerp als gereed voor productie gekocht van het Nederlandse Stokvis. De realiteit was anders en zou langzaam maar zeker de teloorgang van het klassieke Indian inluiden. Om de technische doorontwikkeling van deze nieuwe modellen door alle kinderziektes wat meer tijd te geven, sloot Rogers een deal met de Engelse firma Brockhouse Engineering. Engelse machines van Vincent, Norton, A.J.S., Matchless en Royal Enfield werden nu door Indian in Amerika geïmporteerd. Deze strategie viel verkeerd uit toen de Engelse pond in 1949 devalueerde. Hierdoor werden deze machines veel goedkoper dan de vergelijkbare, in Amerika gebouwde, Indian lightweight-modellen die nog steeds kampten met allerhande technische problemen. Hieraan ging de Indian-fabriek uiteindelijk ten onder. De fabricage van alle Indian-motoren werd in 1953 beëindigd. Vervolgens kregen de uit Engeland geïmporteerde Royal Enfield-modellen in Amerika het Indian-logo op de tank en werden in de jaren ‘50 op de markt gezet als zijnde Indian. Dit eindigde in 1962, toen Indian failliet ging. Maar juist in dat rampjaar gebeurde er iets wonderlijks.

In 1967 verbrak Nieuw Zeelander Burt Munro op de zoutvlakte van Bonneville verschillende wereldsnelheidrecords met een Indian Scout uit 1920.

Nieuw Zeelander Burt Munro verscheen uit het niets op de zoutvlakten van Bonneville met een door hemzelf flink verbouwde Indian Scout en tot en met 1967 brak hij daar verschillende wereldsnelheidsrecords mee. De laatste was op 26 augustus 1967, toen haalde hij met zijn Scout een snelheid van 295,453 km/u! Het bouwjaar van zijn Indian Scout? 1920!

Opnieuw succesvol

Na het faillissement ontspon zich een waanzinnig spel rond het eigendom van Indian en haar merknaam… De eerste die de hand wist te leggen op Indian was de voormalige bajesklant, Indian-dealer en ondernemer Floyd Clymer. Halverwege de jaren ‘60 gebruikte hij de Indian-merknaam zonder toestemming voor een serie motorfietsen die gebouwd werden door het Italiaanse Italjet. De kleine 50 cc Papoose modellen met Minarelli-blok werden al snel gevolgd door grotere modellen met Triumph-, Royal-Enfield- en Velocette-motorblokken. Na zijn dood in 1970 verkocht Clymer’s weduwe onder valse voorwendselen de Indian-merknaam aan Alan Newman, een advocaat uit Los Angeles. Die bleef lichte 50- tot 175cc-tweetaktmachines importeren van Italjet en van Indian’s eigen assemblagefabriek in Taiwan. Toen de verkopen daalden, ging het bedrijf in januari 1977 failliet. Vervolgens werd de Indian-merknaam doorverkocht, steeds onder dezelfde valse voorwendselen, aan een serie optimisten en charlatans. Totdat alle claims om de Indian-merknaam uiteindelijk in december 1998 door een Amerikaanse federale rechtbank in Denver toegewezen werden aan de California Motorcycle Company die geleid werd door zakenman Murray Smith.

Smith bouwde een fabriek in de stad Gilroy, vlakbij het circuit van Laguna Seca in Californië. Daar werden tussen 1999 en 2003 de Indian Chief-, Scout- en Spirit-modellen geproduceerd. Aanvankelijk hadden ze motorblokken die door S&S gemaakt werden. Dat werd door de puristen van het merk niet echt op prijs gesteld, gezien de link tussen S&S en Harley-Davidson. Vlak na de introductie van hun eigen 100 c.i./1640 cc Powerplus-motorblok gingen de California Motorcycle Company in september 2003 failliet. De Britse zakenman Stephen Julius van Stellican Limited kocht vervolgens de restanten van het bedrijf van de curator, inclusief alle rechten op de Indian-merknaam. Samen met zijn partner Stephen Heese ontwikkelde Julius een nieuw vormgegeven versie van de Gilroy Indian met een 105c.i./1720cc-versie van het Powerplus-motorblok. De Indian productie werd in december 2008 weer opgestart in een nieuwe fabriek in Kings Mountain, North Carolina. Maar dit viel samen met de kredietcrisis, waardoor er slechts 800 machines gebouwd werden voordat Indian in april 2011 overgenomen werd door het goed draaiende Polaris, destijds ook de eigenaars van het inmiddels verdwenen motormerk Victory. Zij verplaatsten de Indian-productie naar hun bestaande fabriek in Spirit Lake, Iowa waar ze nu nog steeds geproduceerd worden.

Na honderdtien jaar van stammenoorlogen was Polaris aan zet om Indian nieuw leven in te blazen, tot 2013 bleven zij de Kings Mountain Indian’s nog produceren. In de tussentijd werd het Zwitserse Swissauto de opdracht gegeven een nieuw motorblok te ontwikkelen. Dit was het nieuwe, luchtgekoelde Thunder Stroke 111 c.i./1819 cc V-twin motorblok dat in maart 2013 tijdens de Daytona Bike Week zijn debuut maakte. Vervolgens werden tijdens de Sturgis-rally in augustus 2014 door Polaris hun eerste nieuwe Indian-modellen geïntroduceerd: de Classic, de Vintage en de Chieftain. In september van dat jaar werden de allereerste nieuwe Indian’s uitgeleverd aan de Amerikaanse dealers. Het Thunder Stroke 111-motorblok kreeg in 2019 een groter broertje, de 116 c.i./1890 cc Thunder Stroke 116.

In 2015 ging de nieuwe 69,1c.i./1133cc-Scout in productie, een jaar later gevolgd door de Scout Sixty met een 61c.i./1000cc-motorblok. Voor het modeljaar 2025 deed het nieuwe SpeedPlus 76c.i./1250cc-motorblok zijn intrede op een aantal Scout modellen waaronder de nieuwe 101 Scout.

Na een succesvol raceseizoen met de FTR750-fabrieksdirttracker kwam daar in 2019 de FTR1200 bij. In 2020 ging de Challenger-modellenlijn in productie, waarmee in Amerika ook met veel succes geracet wordt in de King of the Baggers-competitie. Dat kan ook prima dankzij zijn nieuwe, vloeistofgekoelde 108 c.i./1769 cc Powerplus-motorblok dat inmiddels ook in een 112c.i./1835cc-variant geproduceerd wordt. Ook zal Indian in de toekomst een aantal elektrisch aangedreven modellen uitbrengen, naast de huidige line-up die vooral bedoeld is voor kids.

Nu, bijna 125 jaar na het begin in Springfield, gaat het Indian weer voor de wind. Zowel op de straat als op het circuit, wat tegelijk ook een mooi eerbetoon is aan de beide Indian-stamvaders George Hendee en Oscar Hedström.

Airoh Bandit helm combineert offroad en straatgebruik in één betaalbaar pakket

0

De motorwereld kent steeds meer rijders die zowel op als naast de verharde weg avontuur zoeken. Voor hen is een veelzijdige helm essentieel. De Airoh Bandit positioneert zich precies in dit segment als een dual-sport/adventure helm die het beste van beide werelden probeert te combineren. Met een aantrekkelijke prijs en een uitgebreide lijst specificaties is deze helm het onderzoeken waard voor avontuurlijk ingestelde motorrijders.

High Resistant Thermoplastic

De Airoh Bandit is vervaardigd uit hoogwaardig thermoplastisch materiaal (HRT – High Resistant Thermoplastic), dat een goede balans biedt tussen gewicht en bescherming. Met een gewicht van ongeveer 1630 gram (met een tolerantie van 50 gram) bevindt de helm zich in het middensegment wat betreft gewicht voor deze categorie.

De helm is verkrijgbaar in verschillende maten, van XS (53-54 cm) tot XXL (62 cm), waardoor de meeste rijders een passende maat kunnen vinden. Belangrijk voor de veiligheid is de ECE 22.06 certificering, die voldoet aan de nieuwste Europese veiligheidsstandaard voor motorhelmen.

Een van de sterke punten van de Bandit is het vizier. Het biedt een extra breed gezichtsveld en is uitgerust met een anti-condens positie, een vergrendelingssysteem en een krasbestendige coating. Daarnaast is het vizier UV-bestendig en wordt de helm geleverd met een Pinlock® 70 Max Vision insert, de beste anti-condens technologie die momenteel beschikbaar is.

Het ventilatiesysteem is uitgebreid met ventilatieopeningen bij de kin, bovenaan, aan de zijkanten en achteraan, wat zorgt voor een efficiënte luchtcirculatie tijdens het rijden. Het interieur is gemaakt van Coolmax materiaal dat ademend is en snel droogt, aangevuld met technische textielen (2dry microsense) met antibacteriële eigenschappen. Het binnenwerk is bovendien uitneembaar, wasbaar en hypoallergeen.

Geavanceerde veiligheidssystemen

De Airoh Bandit beschikt over enkele geavanceerde veiligheidssystemen. Het ASN (Airoh Sliding Net) systeem laat het binnenwerk bij een impact verschuiven om de energie beter te verdelen en het risico op hersenletsel te verminderen. Daarnaast is de helm uitgerust met AEFR (Airoh Emergency Fast Release), waarmee in noodsituaties de zijkussens snel kunnen worden verwijderd om het werk van hulpverleners te vergemakkelijken.

Qua rijervaring biedt de Bandit een goede balans en stabiliteit, cruciaal voor zowel op als naast de weg. De ventilatie werkt efficiënt, hoewel het geluidsniveau (ongeveer 85 dB bij 100 km/u) voor sommige gebruikers aan de hoge kant kan zijn – een algemeen kenmerk van adventure helmen met hun grotere ventilatieopeningen en kinstuk.

Sterke punten en mogelijke nadelen

De Airoh Bandit onderscheidt zich door zijn veelzijdigheid, moderne ontwerp, efficiënte ventilatiesysteem en competitieve prijs. De helm is vooral geschikt voor rijders die regelmatig wisselen tussen verharde en onverharde wegen.

Mogelijke nadelen zijn het geluidsniveau, dat voor sommige gebruikers aan de hoge kant kan zijn, en het gewicht dat bij langere ritten merkbaar kan worden, vooral in vergelijking met duurdere carbon helmen die lichter zijn.

Brough Superior x Richard Mille RMB01: Exclusieve samenwerking tussen twee luxemerken

0

De werelden van exclusieve horloges en custom motorfietsen zijn samengekomen in een uniek project. Het Zwitserse horlogehuis Richard Mille en de Britse motorbouwer Brough Superior hebben hun expertise gebundeld in de RMB01, een motorfiets die verder gaat dan conventionele tweewielers. Deze bijzondere samenwerking werd op 3 juli 2025 onthuld tijdens het prestigieuze Le Mans Classic evenement en belichaamt wat Thierry Henriette, CEO van Brough Superior, omschrijft als “meer dan een motor, het is een zoektocht naar perfectie.”

De RMB01 is gelimiteerd tot slechts 150 exemplaren wereldwijd, wat de exclusiviteit van dit rijdende kunstwerk benadrukt. Met een prijskaartje van €200.000 (exclusief belastingen) positioneert deze motorfiets zich in hetzelfde segment als de meest exclusieve horloges van Richard Mille.

Technisch meesterwerk met race-DNA

In het hart van de RMB01 klopt een 997 cc watergekoelde DOHC 88° V-twin motor met vier kleppen per cilinder. Deze krachtbron levert 130 pk en is gekoppeld aan een 6-versnellingsbak met cassette-opbouw. De multiplate oliebadkoppeling met hydraulische bediening en APTC slipperfunctie zorgt voor soepele vermogensoverdracht.

Het frame is opgebouwd uit CNC-gefreesd aluminium met een zelfdragend gesmeed carbon achterframe. De voorvering bestaat uit een Fior-type CNC-gefreesde aluminium vork met dubbele driehoekige schakels en een instelbare monoshock met 85 mm veerweg. Achter vinden we een CNC-gefreesde aluminium swingarm die scharniert in de motorcarters, voorzien van een monoshock met progressieve werking en 113 mm veerweg.

De RMB01 is opvallend licht dankzij geavanceerde materialen en productietechnieken. Het motorblok illustreert deze gewichtsbesparing perfect: van 160 kg ruwe massa is het teruggebracht naar slechts 23 kg aan afgewerkte onderdelen, wat bijdraagt aan de wendbaarheid en prestaties van deze motorfiets.

Invloeden uit de horlogewereld

Richard Mille’s invloed is duidelijk zichtbaar in verschillende designelementen van de RMB01. De gesplitste velgen doen denken aan tandwielen uit precisieuurwerken, terwijl de motorcarters verwijzen naar tourbillon-mechanismen. De wielen zijn volledig opgebouwd uit CNC-gefreesd aluminium, een techniek die precisie en lichtheid combineert.

In lijn met het puristische karakter is de RMB01 bewust ontdaan van overbodige elektronica. Het dashboard, geïnspireerd door de horlogewereld, is functioneel en minimalistisch. De mechanische snelheidsmeter vormt een directe verwijzing naar de uurwerken van Richard Mille, terwijl geskeletteerde hendels en carbon fiber accenten de gezamenlijke obsessie met detail onderstrepen.

Exclusiviteit en beschikbaarheid

De Brough Superior x Richard Mille RMB01 is vanaf eind 2025 leverbaar in drie kleurvarianten: Nocturnal Sapphire (diepblauw met blauwe details), Selene (matgrijs met oranje accenten) en Pearl of Speed (parelwit met rode details). De basisprijs van €200.000 exclusief belastingen maakt deze motorfiets tot een investering die vergelijkbaar is met de meest exclusieve verzamelobjecten.

De doelgroep bestaat uit vermogende verzamelaars en liefhebbers die op zoek zijn naar een uniek object dat de grenzen van design en techniek verlegt. Deze motor concurreert in een zeer select segment waar custom-built motorfietsen en limited-edition modellen van gerenommeerde merken als MV Agusta en Norton opereren, maar geen van deze biedt dezelfde combinatie van horlogerie-invloeden en exclusieve materialen.

Een modern eerbetoon aan het verleden

De RMB01 kan gezien worden als een moderne interpretatie van de Board Trackers, baanracemotoren uit de jaren 1910 en 1920. Deze historische machines, die reden op circuits van houten planken, waren minimalistisch en volledig gericht op snelheid. De RMB01 eert deze traditie door het uitgepuurde ontwerp en focus op prestaties, maar voegt daar een moderne dimensie aan toe met geavanceerde materialen en technologieën.

Met de RMB01 hebben Richard Mille en Brough Superior een rijdend kunstwerk gecreëerd dat de passie voor perfectie van beide iconische merken belichaamt. Het is niet zomaar een motorfiets, maar een statement over wat mogelijk is wanneer twee werelden van precisie en vakmanschap samenkomen.

Barry Baltus over zijn progressie in de Moto2: ‘Ik had deze verandering nodig’

0

Barry Baltus is een van de verrassingen van 2025. Na vier seizoenen voor het Nederlandse RW Racing GP te hebben gereden, maakte de Belg afgelopen winter de overstap naar Fantic Racing. Na de TT Assen had Baltus al drie podiumplaatsen op zijn naam staan in 2025 en bezet hij de vijfde plaats in het Moto2-wereldkampioenschap. Maar waar komt die plotselinge progressie vandaan? Baltus vertelde het ons zelf.

Je hebt dit jaar een enorme progressie gemaakt ten opzichte van voorgaande jaren. Kun je uitleggen hoe dat komt?

‘Ik heb een heel goed gevoel met het team. Vanaf de eerste test zaten we er meteen goed bij. We doen goed werk, hebben plezier op de motor en de resultaten zijn er. Alles is positief. Vorig jaar was een heel moeilijk seizoen, ook binnen het team. Na vier jaar waren we in een bepaalde routine beland. Ik had een verandering nodig en de stap naar Fantic Racing was de beste keuze.’

Heb je ook dingen veranderd in je voorbereiding of tijdens het racen?

‘Op de baan niet zoveel, maar buiten de baan werken we veel harder dan vorig jaar. Dat is de grootste verandering. Alles wordt voor de sessies beter voorbereid en na afloop doen we meer aan analyse. Ik heb me gerealiseerd dat ik buiten de baan harder moet werken. Vorig jaar was ik vooral gewoon aan het rijden, maar nu begrijp ik dat je ook naast de baan het verschil moet maken om tot resultaten te komen.’

Tijdens zijn ‘thuisrace’ in Le Mans eindigde Barry Baltus als tweede achter Manuel Gonzalez.

Kun je voorbeelden geven van wat er anders gaat?

‘We steken meer tijd in de voorbereiding, vooral in het analyseren van het circuit vooraf. Het complete plan voor het weekend is doordachter. Alles is gepland: we hebben voor elke ronde in elke sessie een duidelijk plan. Vorig jaar leek het soms alsof we voor het plezier aan het rijden waren, nu is alles meer gestructureerd. Op dit moment werkt het, dus houden we vast aan deze strategie en bekijken we het per race.’

Je verliet RW Racing GP na vier jaar. Heb je een goed gevoel aan die periode overgehouden?

‘Ja, ik ben met een goed gevoel vertrokken. Ze hebben mij opgepikt toen ik nog in de Moto3 reed en nog nergens was. Zij hebben me naar de Moto2 gebracht en mij daar de kans gegeven om te groeien. Dankzij hen sta ik nu hier. De relatie met RW is nog steeds heel goed, maar inmiddels zit ik bij een nieuw team en dat werkt heel goed.’

Voordat de Belg naar Fantic Racing vertrok, racete hij vier jaar voor het Nederlandse RW Racing GP. Zijn beste resultaat behaalde hij met een tweede plaats tijdens de Grand Prix van Qatar in 2024.

Vorig jaar overleed halverwege het seizoen je moeder. Dat moet erg zwaar zijn geweest en veel impact hebben gehad. Had je de afgelopen winter ook nodig om dat verlies een plek te geven, en heeft dat geholpen in je progressie dit jaar?

‘Ik had die winter niet per se nodig – het is meer een combinatie van omstandigheden. Vorig jaar was een ontzettend moeilijk jaar, moeilijker dan twee jaar geleden. Er sloop een bepaalde routine in het team na vier jaar samenwerken; het vuur brandde simpelweg niet meer tussen ons. Hier kon ik weer helemaal vanaf nul beginnen. Het was vorig jaar een goed idee om mee te doen aan de 8 uur van Suzuka – dat hielp om mijn gedachten te verzetten en het plezier in het racen terug te vinden. Aan het eind van vorig jaar had ik niet meer het plezier in het racen zoals ik dat nu ervaar.’

Kun je uitleggen wat voor team Fantic Racing is?

‘Het is een ontzettend fijn team. Vanaf de allereerste test voelde ik me enorm gewaardeerd – het voelt echt als een grote familie. We werken heel goed samen, ook met de andere kant van de pitbox, waar Aron Canet rijdt. Ons gezamenlijke doel is om het teamkampioenschap binnen te halen en op dit moment staan we aan de leiding. We zijn echt op de goede weg.’

Tijdens de TT Assen 2025 kende Barry Baltus (7) een moeizaam weekend. Na twee long lap penalties – vanwege een overtreding in de training – te hebben uitgevoerd in de race, kwam hij vervolgens ten val.

Heb je jezelf ook verrast met de goede resultaten?

‘Voor mij én het team is het inderdaad wel een verrassing. Maar vanaf de eerste test dit jaar zaten we er goed bij. Ik was eerder ook wel eens snel, maar niet op zo’n constante manier – tijdens de IRTA-test stond ik telkens bij de topposities. Sinds de eerste race vechten we mee voor de top en in elke sessie doen we mee vooraan. We slagen erin om alle verschillende situaties goed te managen en dat is precies wat het zo lastig maakt in deze klasse. Er zijn maar weinig rijders die dat op dit moment kunnen. Het gebeurt regelmatig dat iemand de ene race op het podium staat en de volgende keer niet eens punten pakt. En mij lukt het nu om er telkens bij te zitten, dat is echt belangrijk.’

Je rijdt inmiddels je vijfde seizoen in de Moto2, maar je bent pas 21 jaar. Is de MotoGP nog steeds de droom en leeft die droom door de recente resultaten sterker dan ooit?

‘Ja, we zitten er niet zo ver vanaf. Elke race waarin je meedoet om het podium, voel je dat je een van de jongens bent die deze stap zou kunnen maken. We zijn nog maar één stap verwijderd. Maar op dit moment ligt de focus volledig op ons doel hier in de Moto2. Daarna zien we wel waar we staan aan het einde van het jaar in Valencia.’

Je hebt dit jaar al drie podiumplaatsen behaald, waaronder een tweede plek in Le Mans. Je noemde dat jouw thuisrace. Hoe zie je Assen – is dat ook een thuisrace voor jou?

‘Het zijn allebei een soort thuisraces voor mij, maar Le Mans net iets meer, omdat wij allemaal Frans spreken. Er zijn momenteel geen Franse rijders in de Moto2, dus dat zorgde in Le Mans voor extra aandacht. In deze klasse rijden wél twee Nederlanders mee, waardoor Assen voor mij iets minder als een echte thuisrace voelt. Maar goed, het is maar drie uur rijden – dat is niks – dus ja, het voelt zeker wel een beetje als thuis.’

Jerez, Le Mans en Aragón: Barry Baltus stond vóór de TT Assen al drie keer op het Moto2-podium in 2025.

Je bent ook al twee keer als tweede geëindigd. Wat ontbreekt er nog om een race te winnen?

‘Er mist eigenlijk niet zo veel. In Mugello – net voor Assen – ging het wat minder, maar we weten waarom, en dat is het belangrijkste. Als we vaker mee kunnen strijden in de voorhoede, heb ik er vertrouwen in dat het op een gegeven moment vanzelf de goede kant op zal vallen.’

Strijden aan de voorkant van het Moto2-veld – is dat heel anders dan in het middenveld?

‘Het is eigenlijk veel makkelijker om vooraan te vechten dan in het midden- of achterveld. De rijders daar zijn gewoon slimmer. Je hebt voorin geen coureurs die proberen om tien man tegelijk in te halen. Als je vanaf de eerste rij start, komt het soms voor dat je in de hele race maar een paar keer ingehaald wordt of zelf hoeft in te halen. In de Moto2 is inhalen sowieso lastig, omdat iedereen vrijwel hetzelfde tempo rijdt.’

Wanneer ben je aan het einde van het seizoen tevreden?

‘Ik ben nu eigenlijk al tevreden, mede omdat ik weer veel plezier heb in het rijden. Ik heb niet één specifiek resultaat nodig om aan het eind van het seizoen tevreden terug te kijken. Wat mij gelukkig maakt, is dat ik in zoveel mogelijk weekenden kan strijden voor het podium of de overwinning. Het is een heerlijk gevoel om op donderdag op een circuit aan te komen en te weten dat je snel kunt zijn en mee kunt doen voor een topresultaat. Dat geeft natuurlijk enorm veel zelfvertrouwen.’

Barry Baltus is vernoemd naar Barry Sheene, tevens de reden waarom hij met startnummer 7 rijdt. Tijdens de TT Assen 2024 verscheen Baltus in een speciale kleurstelling van zijn idool Sheene.

Wat kost motorrijden nu echt? We zetten het op een rij voor je

3

Een hobby mag geld kosten. Mobiliteit kost sowieso geld. Maar hoeveel kost het nou eigenlijk precies? Wij besloten daar eens wat dieper in te duiken en de rekenmachine uit de kast te trekken.

Met die rekenmachine op tafel komt het eerste probleem boven water. Welke kosten tikken we in op het klavier? Wat reken je wel en niet mee? Motorkleding? Nou, dat maar even niet, we houden het bij de motor zelf. Welke motorfiets? Het maakt uit of je een MV Agusta van 70.000 euro koopt of een Versys van 9.000. Die MV zal in een jaar meer afschrijven dan de Versys in zijn geheel nieuw kost. Een achterband voor een MV zal ook twee keer zoveel kosten en vier keer zo snel verslijten. Het zijn keuzes, net als de brandstof: tanken we 98 of 95? Zit daar in de praktijk veel verschil tussen? Hoeveel kilometer rijden we per jaar? Hoeveel schadevrije jaren heeft de motorrijder? Is het een man of een vrouw? Het aantal variabelen stapelt zich in hoog tempo op en het woord ‘precies’ verliest al snel zijn gebruiksrecht. Het wordt een indicatie die past bij een groot aantal aannames en keuzes. Een educated guess zou een mooie omschrijving zijn. Maar het geeft wel helderheid, dus gaan we er toch wat dieper op in aan de hand van drie zes-en-halven: de Kawasaki Versys 650, de Triumph Tiger Sport 660 en de Moto Morini XCape 650. We gaan ervan uit dat we ze na vier jaar inruilen met 16.000 km op de teller, bij aanschaf van een vergelijkbare nieuwe motor.

Techniek BMW Concept RR: het verhaal dat de persmap niet vertelt

Afschrijving

Nieuwprijzen staan vast, da’s mooi. Tegenwoordig worden die gegeven inclusief ‘onvermijdbare kosten’, dus je hoeft ook geen verrassingen te verwachten met afleveringskosten. De afschrijving is een ander verhaal. Uiteraard hangt zoiets af van de nieuwprijs, een duurdere motor verliest in het begin meer waarde dan een goedkope. Het hangt echter ook af van je dealer, hoe graag hij hem inruilt (heeft-ie er al vijf staan?), wat je terugkoopt en vooral of jouw inruiler een populaire motor is, die hij gemakkelijk weer kan verkopen. Motorrijders zullen wellicht liever een gebruikte Versys kopen dan een gebruikte XCape, omdat het Italiaans/Chinese merk zich na zijn hergeboorte nog moet bewijzen. Een rondje bellen levert het volgende op: op de Versys schrijf je bij Arie Molenaar in vier jaar 3.000 euro af, op de Moto Morini bij MotoPort Almere ook 3.000 en op de Triumph bij MotoPort Goes 4.400 euro. Logisch, want de Triumph is nieuw bijna 2.000 euro duurder dan de Versys en 3.000 euro duurder dan de XCape. De XCape is 1.000 euro goedkoper dan de Versys, maar heeft wel dezelfde afschrijving. Dat zal zitten in het verschil in populariteit en bekendheid, zoals al beschreven.

Kopen?

Je zou denken dat je geen kosten hebt als je een motor cash kunt betalen. Dat hangt er echter van af hoe je er tegenaan kijkt. Want als je 9.000 euro hebt en je zet het op de bank, dan krijg je daar rente over. Die rente loop je mis als je een motor koopt. Het kost je dus toch geld. Als we even rekenen hoeveel: de actuele rente bij een doorsnee bank als de ING staat op 1,25%. Zet je het aanschafbedrag van een Versys op de bank, vang je in het eerste jaar 112,49 rente. Dan staat er dus 9.111,49 op de bank. Daar krijg je het jaar erop rente van. Zo groeit het bedrag je spaarrekening elk jaar en groeit ook het rentebedrag dat je daar weer over krijgt. Na vier jaar zou je in totaal 458,46 rente hebben gehad, gemiddeld 114,62 per jaar. Die rente heb je dus niet als je er een motor voor hebt gekocht. Dat moeten we dus meerekenen.

Lenen

Moet je geld lenen om een motor te kopen, dan wordt het wat duurder: Dan betaal je rente. Nu kun je een lening in vier jaar helemaal aflossen, maar dat hoeft niet. Je kunt ook precies zoveel aflossen dat het bedrag, dat je de bank na vier jaar nog verschuldigd bent, gelijk is aan de waarde van je motor. Je verkoopt je motor, geeft het geld aan de bank en je lening is afgelost. Veel motor-financieringsplannen hebben dat idee in het achterhoofd. Al hebben financieringsmaatschappijen het liever over ‘slottermijn’ dan ‘restschuld’, want dat klinkt positiever. Maar als globaal rekenvoorbeeld: als je bij de ING een persoonlijke lening neemt voor 8.999 euro met een maandlast van 125 euro, dan heb je na 48 maanden nog een restschuld van 5.875 euro. De inruilprijs van een Versys – 6.000 euro. Dat is dus genoeg om de lening mee af te lossen. Je hebt op dat moment 48 x 125 euro betaald. Dat is 6.000 euro, waarvan 2.876 euro rente. Gemiddeld per jaar dus een kostenpost van 719 euro.

Je kunt een lening ook helemaal aflossen, zonder slottermijn. Doe je dat ook in 48 maanden, dan heb je een maandlast van 226 euro. Het kost dus meer, maar het is toch goedkoper. Hoe kan dat? We rekenen het uit. Na 48 maanden heb je 10.848 euro betaald, waarvan 1.854 euro rente. Een kostenpost van 463,50 per jaar. Dat scheelt dus gemiddeld 256 euro rente per jaar. Toch was je maandlast 101 euro hoger. Dat komt omdat je je lening helemaal hebt afgelost. Je hebt geen slottermijn, dus de inruilwaarde van de motor is helemaal van jou, die kun je investeren in je nieuwe motor. Je hebt die hoge maandlasten dus in feite gehad om 6.000 euro te sparen. Als je die hogere maandlast kunt missen is dat mooi. Zo niet dan, is zo’n financieringsplan een mooie manier om met een lage maandlast toch een nieuwe motor te rijden. Wij doen dat niet, we doen alsof we rijke stinkers zijn. Dus voor onze berekening gaan we ervan uit dat de motor met eigen geld is gekocht.

Belasting en verzekering

De houderschapsbelasting is bij auto’s afhankelijk van de brandstof en het gewicht. Bij motorfietsen is het wat overzichtelijker: Het kan per provincie een paar centen verschillen, maar niet meer dan dat. Gewicht speelt geen rol, de brandstof wel. In de provincie Utrecht kost een elektrische motor 36 euro per jaar, op benzine 144 euro. In Gelderland kost een benzinemotor 152 euro per jaar. Wij kozen voor Utrecht. Gewoon omdat het lekker centraal ligt.

Bij verzekeringen is er wel een enorme spreiding aan premies, afhankelijk van je situatie. Ben je 24, heb je geen schadevrije jaren van je auto en koop je een pk-kanon, dan kost het je honderden euro’s per maand, zeker als je voor WA en volledig casco gaat. Ben je een ervaren kilometervreter met 80% no claim, dan kom je er met een paar tientjes per maand vanaf, bij WA kan het de prijs van een glas bier benaderen. Een kleintje pils bedoel ik dan: ik heb twee oude motoren die WA rond de €2,50 per maand kosten! Wij gingen uit van iemand die op zijn negentiende is gaan autorijden, op zijn 24e een motorrijbewijs haalde en die na zes schadevrije jaren op zijn dertigste een van de drie motoren kocht en via MotorNL WA met Volledig Casco verzekerde, inclusief opzittenden-verzekering, verhaalsrechtsbijstand en pechhulp Nederland. Daarbij moet je wel lid zijn van de Riders Club, voor de extra korting. Dan blijkt het verschil voornamelijk bepaald te worden door de catalogusprijs van de motor: de Triumph kost 505,02 euro per jaar/44,61 euro per maand, de Versys 458,46 euro p.j./38,91 euro p.m. en de Moto Morini 407,51 euro p.j./37,17 euro p.m.. Een spreiding van 85 euro per jaar dus, ongeveer 7,50 per maand.

Brandstofkosten

Bij motorfietsen wordt het brandstofverbruik gemeten tijdens een WMTC-cyclus, een soort route die in een laboratorium op een rollenbank wordt gereden. Het praktijkgebruik ligt doorgaans 10 tot 30% hoger, omdat de omstandigheden op de weg minder gunstig zijn als in een laboratorium. Bij een sportieve rijstijl kan het nog verder oplopen. Heel rustige rijders zullen wellicht zuiniger kunnen rijden. We houden voor de voorzichtigheid in elk geval 10% meerverbruik aan, waarbij we ervan uitgaan dat er Super 98/E5 wordt getankt. Dat bevat (meestal) geen ethanol. Euro 95/E10 wel. De energie-inhoud van Euro 95 is volgens brandstoffabrikanten 1,5% lager, dus zou het verbruik 1,5% hoger moeten zijn. Mijn ervaringen zijn wisselend. Ik heb met diverse motoren gereden die 16% meer verbruikten op E10, met mijn huidige motor merk ik nauwelijks verschil. Op internetfora (Lexus bijvoorbeeld) kom ik een meerverbruik van 10% tegen. Voor de berekeningen heb ik daarom een voorzichtige 5% aangehouden, bovenop de 10% marge ten opzichte van het WMTC-verbruik. Dan kom ik uit op een verschil van vijf tientjes per jaar tussen 98 en 95. Bedenk daarbij dat Euro 95 instabiel is en na zes weken al begint te degraderen. In de winterstalling zul je hem dus moeten wegzetten met beschermende additieven in de tank, anders start je motor na de winter niet meer. Twee flesjes Forté Moto Power I en II kostten samen 32 euro. Dan is het verschil nog twee tientjes. Voor de berekening houd ik daarom Super 98 aan.

Onderhoud

Onderhoudsintervallen zijn tegenwoordig vrij groot. Voor de Versys geldt een interval van een jaar of 12.000 km voor een kleine beurt, 24.000 voor een grote. Kleppen stellen hoeft pas bij 48.000 km. De twee grote beurten ga je in vier jaar dus niet tegenkomen bij 4.000 km per jaar. Je krijgt bij die kilometers een jaarlijkse beurt. Waar je wel tegenaan loopt, is dat er nog een 1000-beurt is, om de slijtagedeeltjes van het inlopen uit de motor te halen. Dan wordt het schema voor onze Versys: kleine beurt bij 1.000, 5.000, 9.000, en 13.000. Je moet dus op 16.000 km vier kleine beurten rekenen. Voor de andere twee motoren geldt eigenlijk hetzelfde: de grote beurt bij de Moto Morini hoeft pas na 20.000 km, de kleine om de 10.000, maar elk jaar moet hij toch even bij de dealer langs. Dus ook 1.000, 5.000, 9.000 en 13.000 km. Bij Triumph hetzelfde verhaal. Op www.Triumphnijmegen.nl kun je de onderhoudsintervallen- en prijzen transparant lezen: een 1.000 km-beurt en daarna jaarlijks een kleine, een grote elke 16.000 km. Waarbij opvalt dat de 32.000 km-beurt een stuk duurder is (691 euro) en de 64.000 beurt nog duurder (805,81 euro). Maar de grote beurten kom je dus allemaal niet tegen. Ook de eerste niet, want als je hem net inruilt is dat het probleem van de dealer. Ook hier dus 1.000, 5.000, 9.000 en 13.000 kilometer. Waarbij opvalt dat de beurt bij Triumph marginaal duurder is dan bij de andere twee.

Banden en remmen

Banden en remmen worden bij het onderhoud wel bekeken, net als een ketting-tandwielset. Ze horen financieel echter niet tot de beurt, het is meerwerk. Banden worden ook meestal vervangen als ze eraan toe zijn. ‘Ik heb even gekeken in de onderhouds- en reparatiehistorie van ons bekende X-Cape’s,’ zo laat Peter Wilmink van MotoPort Almere weten, ‘daar zitten er twee bij die al meer dan 30.000 km op de teller hebben staan en daar zijn een keer beide banden vervangen, maar er is nog nooit een setje remblokken vernieuwd.’ Bij mijn KTM 990 Adventure heb ik bij 30.000 de voorremblokken vervangen en bij 37.600 de achterremblokken. Dat laatste net te laat, dat kostte me een remschijf, maar dit terzijde. Het is dus aannemelijk dat remblokken binnen 16.000 km niet aan de orde zijn. Kosten 0. Met banden is het een nog moeilijker verhaal. Ik heb achterbanden in 3.000 km kaal gereden, maar ik heb ook wel eens 19.000 km met een achterband gedaan en 20.000 km met een voorband. Nu zijn onze drie voorbeeldmotoren geen pk-kanonnen en als we Peter zijn ervaring meenemen, lijkt het me reëel om ervan uit te gaan dat bij de Versys en de X-Cape bij 16.000 km één achterband vervangen is. MotoPort Goes meldt dat de banden van een Triumph Tiger Sport 660 10.000 tot 15.000 km meegaan, zowel voor als achter. Het zijn bovendien duurdere banden. Hier rekenen we dus toch een voor- en een achterband. Wat we bij de drie motoren niet meenemen in de kosten zijn de ketting-tandwielset en de kosten van de accu. Een tandwielset kan – als je hem goed smeert – meer dan 30.000 km mee, een accu tien jaar als je hem in de winterstalling tenminste aan een onderhoudslader hangt.

Techniek: je motor als aggregaat?

Bijkomende kosten

Heb je naast het dealer-onderhoud nog kosten aan je motor? Je zult je motor een aantal keer per jaar wassen. Dat betekent inspuiten met motowash en afspuiten bij de hogedrukspuit in het dorp. Dat kost alles bij elkaar zo’n 7,50 per keer. Dan zul je de ketting van elke motor nog elke 600 km moeten smeren. Een spuitbus kettingsmeer kost 15 euro. Ga je uit van vijftig smeerbeurten per spuitbus, dan kost het dertig cent per smeerbeurt, of twee euro per jaar.

Optelsom

Tellen we alle jaarlijkse kostenposten bij elkaar op, dan komen we tot de conclusie dat de Kawasaki Versys 650 met een jaarlijkse kostprijs van 2.285,38 euro de goedkoopste van het stel is, op de voet gevolgd door de Moto Morini XCape 650, die 2.301,32 euro kost. Dat vertaalt zich in een kilometerkostprijs van 58 cent, 1 cent duurder dan de Versys. Het verschil met de Triumph is relatief groot. Dat komt doordat de Triumph op elk onderdeel net wat duurder is: door de hogere catalogusprijs is de afschrijving hoger, de verzekeringspremie hoger, de rentederving hoger. De beurten zijn ook wat duurder. Het scheelt allemaal niet veel, maar opgeteld kom je met 3.103,19 euro toch bijna 800 euro duurder uit. De kilometerkostprijs is daardoor 78 cent/km. Dat is riant hoger dan de belastingvrije kilometervergoeding van 23 cent. Dat komt echter voornamelijk omdat dit een politieke waarde is, die op geen enkele manier overeenkomt met de realiteit. Het komt ook doordat je alle kosten over relatief weinig kilometers afschrijft. Zou je veel meer rijden, dan daalt de kilometerkostprijs.