zondag 3 mei 2026
Home Blog Pagina 318

Techniek Schokdempers: Bucking Bronco

1

Op YouTube en Facebook gaan filmpjes rond, waarop de crossmotor van Ken Roczen na een landing grote rookwolken uitstoot. Een aantal hobbels later wordt Ken door zijn bucking Bronco uit het zadel geworpen. Bekijk de video hier. Wat gebeurt daar en waarom?

De eerste vraag is eenvoudig te beantwoorden: bij de landing, na een hoge sprong, slaat de achtervering van Kens motorfiets – aan de kleur te zien een Suzuki – met een dermate grote klap door, dat de behuizing van de schokdemper ergens breekt en de demperolie er samen met de onder hoge druk staande stikstof uit spuit. Een deel zal op de uitlaat terecht zijn gekomen, die zo heet is dat de olie verbrandt. Vandaar de dikke rookwolken.

Vering

Voor het gevolg daarvan moeten we kijken naar de constructie en de werking van de achterschokdemper. De vering dient – uiteraard – om hobbels te absorberen en te zorgen dat de achterband zijn noppen zoveel mogelijk in de aarde houdt. Om hobbels te absorberen moet de achterbrug omhoog kunnen inveren en om het wiel een kuil in te drukken, moet ze kunnen uitveren. Logisch. Maar daarmee zijn we er niet. Dat zien we als we in slow-motion bekijken wat er gebeurt wanneer je met een motor tegen een hobbel op rijdt. Het wiel rolt dan de hobbel op. Zonder vering zou de motor met dezelfde snelheid omhoog bewegen en dat zou voelen als een klap. Is er wel vering, dan gaat in eerste instantie alleen het wiel omhoog, de motorfiets zelf beweegt nog niet. Bij de achtervering van een crosser is het gevolg dat de swingarm omhoog beweegt. De swingarm duwt de achterschokdemper in, die bij een crosser vrij dicht bij het scharnierpunt van de swingarm – de swingarmas – aan de swingarm is bevestigd. Dat kan direct, vaak gebeurt dat via een link- of hevelmechanisme. De schokdemper zelf bestaat doorgaans uit een schroefveer, waar de eigenlijke schokdemper binnenin is geplaatst. De veer is ingeklemd tussen een schotel op het schokdemperhuis en een schotel aan het einde van de zuigerstang. Die kant van de demper zit doorgaans vast aan de swingarm, de andere kant steunt af tegen het frame. De indrukking van de schokdemper is door zijn plaatsing vele malen kleiner dan de invering van het achterwiel, ze wordt in feite met een lange hefboom bediend.

Techniek automatisch schakelen: Koppel en schakelassistenten

Ingaande demping

Als de achterveer op de schokdemper door het oprijden van de hobbel wordt ingedrukt, duwt de ingedrukte veer het frame omhoog. Dat gebeurt pas in tweede instantie en dat noemen ze ook wel een ’tweede orde systeem’. Het mooie daarvan is dat het veel langzamer en dus veel comfortabeler gebeurt. De motor krijgt hierbij echter wel een snelheid omhoog. Zou die opgaande beweging niet gedempt worden, dan zou deze voorbij de evenwichtstand van de veer schieten en daarna terugvallen, weer voorbij de evenwichtstand. De motorfiets gaat dus deinen. Dat is slecht voor de wegligging. In de hoogste stand drukt de motor immers minder zwaar op de veer en is er dus minder wieldruk op het asfalt, of in dit geval; op het zand. Daardoor is er minder tractie, bovendien is de vering niet meer in staat om het wiel een kuil in te duwen, omdat de veer al is uitgerekt. En in de laagste stand is de vering niet in staat een flinke hobbel op te vangen omdat er dan minder ‘veerweg’ over is.

Een deinende vering is dus niet op tijd klaar voor de volgende hobbel. Daarom moet die opgaande beweging van de motor meteen door de schokdemper worden afgeremd. Dat is de taak van de ‘uitgaande demping’. Die mag echter ook weer niet te straf zijn, want dan is de motor niet op tijd terug op de normale rijhoogte om een volgende hobbel op te vangen. Bovendien moet het wiel wel snel naar beneden kunnen bewegen wanneer je een kuil tegenkomt. De veer moet de motor en het wiel dus snel uit elkaar kunnen drukken. Dat gaat ook beter als het wiel – het onafgeveerde gewicht – licht is. En beter als de motorfiets zelf – het afgeveerde gewicht – zwaar is. Want de kracht werkt beide kanten uit: F = ma (kracht = massa x versnelling).

Uitgaande demping

De uitverende beweging is niet de enige beweging die moet worden afgeremd: ook de inverende beweging moet worden gedempt. Anders zou een wiel, wanneer je een grote hobbel tegenkomt, zoveel snelheid omhoog kunnen krijgen dat het opspringt en het wegcontact verloren gaat. Maar ook deze ingaande demping mag niet te groot worden, want hoe harder je de inverende beweging afremt, hoe harder de motor zelf de klap opvangt. De ingaande demping moet echter wel groot genoeg zijn om te zorgen dat de schokdemper niet helemaal onderin kan slaan als de hobbel erg groot is, of – als je mooie sprongen maakt – wanneer je neerkomt. Maar daarin speelt ook de veerstijfheid weer een rol.

Constructie

Een goed veersysteem is dus een kwestie van evenwicht tussen het onafgeveerd gewicht, het afgeveerd gewicht, de veerstijfheid en de demping van de schokdemper. Die heeft doorgaans veel meer uitgaande dan ingaande demping. Voor de constructie van de demper betekent dat nogal wat. De meeste schokdempers maken gebruik van een systeem, waarbij olie door kleine gaatjes wordt geperst. De demper bestaat dan uit een buis, waarin een zuiger op en neer beweegt. In de buis zit olie, in de zuiger zitten gaatjes. Wanneer de zuiger op en neer beweegt, moet deze de olie verdringen. Die olie, die een beetje stroperig is (viskeus), wordt daarvoor door de gaatjes in de zuiger geperst. Dat kost veel kracht en dat remt de beweging af. De dikte van de olie heeft dus ook een grote invloed op de mate van demping: olie met een hoge viscositeit (stroperige olie) gaat moeilijker door de gaatjes dan een olie met een lage viscositeit en zal dus voor een grotere demping zorgen.

Karakteristiek

Nu moet een demper niet alle bewegingen even hard dempen. Om het comfort te waarborgen moeten kleine bewegingen zachtjes afgeremd worden en harde, snelle bewegingen feller gedempt. Maar ook daar zijn grenzen aan. Daarom heeft de zuiger van een schokdemper extra gaatjes, die zijn afgedekt met een stapeltje verende ringen. Bij een bepaalde druk duwt de olie de ringen van hun plek en kan de olie door de extra gaatjes stromen, zodat er niet nog meer weerstand wordt opgebouwd. De ‘karakteristiek’ van de demper wordt bepaald door de vorm van de ringen en het toegepaste aantal. En natuurlijk zijn er voor de in- en uitgaande bewegingen aparte boringen en eigen ringconfiguraties. Dan is een schokdemper ook nog gevuld met stikstof, dat is om cavitatie door schuimvorming en veroudering van de olie te voorkomen. Vaak zijn er ook nog constructies die zorgen dat de stikstof en de olie gescheiden blijven, om de kans op schuimvorming nog verder te beperken.

Veerweg

De vering moet dus kunnen inveren en uitveren. De verhouding daartussen is ongeveer 2/3 tot 3/4 inveren (positieve veerweg) en 1/3 – 1/4 kunnen uitveren (negatieve veerweg). De achtervering van een sportieve wegmotor heeft doorgaans een slag van 120 mm, dus moet deze zo staan ingesteld dat het wiel 80-90 mm kan inveren en 30-40 mm kan uitveren. Bij een allroad, waarmee je echt offroad kunt, is dat niet genoeg. De achtervering van een KTM 990 Adventure heeft bijvoorbeeld een veerweg van 240 mm, dus 160-180 mm positieve veerweg, 80-60 mm negatieve veerweg. De achtervering van een KTM 450 SX-F crossmotor is 300 mm, die moet dan dus ongeveer 200-225 mm kunnen inveren, 75-100 mm kunnen uitveren. De schokdemper is dus zo gemaakt, dat deze precies zover kan in- en uitschuiven. Niet meer en niet minder. Om te voorkomen dat de schokdemper helemaal onderin slaat, is er vaak een rubberen blokje op de zuigerstang gemonteerd, de zogenaamde bumpstop. Die vangt de klap op.

Veerconstante

De veer moet het gewicht van de rijder en de motorfiets dragen. De veer moet soepel genoeg zijn om comfortabel in te veren, maar stug genoeg om niet door te slaan en de motor snel genoeg uit te laten veren. In de autotechniek gaan ze ervanuit dat de veerconstante dusdanig is, dat de vering een eigenfrequentie van 1,5 Hz krijgt voor een comfortabele afstelling, 2 tot 2,5 Hz voor een sportieve afstelling. De formule voor veerconstante is M*(2*π*f)2 = k, waarin M, de onafgeveerde massa van de motorfiets, f de eigenfrequentie en k de veerconstante in N/m. Weegt een crossmotor 100 kg, en gokken we dat dit zonder onafgeveerd gewicht 70 kg is, de wielen en swingarm 30 kg, dan is het afgeveerde gewicht inclusief de 70 kilo van de rijder 140 kg. Rust de helft daarvan op de achtervering, dan is dat 70 kg. Vullen we dat in de formule in met f = 1,5, dan volgt er een veerconstante van 6212 N/m of 6,21 N/mm. Op Google vind ik dat voor de veerconstante van een crossmotor voor iemand met een gewicht van 70 kg 7 N/mm wordt geadviseerd, dus dat klopt redelijk. Natuurlijk hebben we het dan over het veersysteem, nog niet over de stugheid van de veer zelf, want die wordt via een hefboom bediend. Dus moet de veerconstante van de schroefveer zelf ook een stuk stugger.

Veervoorspanning

Wanneer we een veer met de juiste veerconstante hebben, moet die ook genoeg slag kunnen maken. Met het gewicht van de rijder in het zadel moet ze precies zover inzakken, dat die verhouding tussen de positieve en negatieve veerweg perfect is. Zou de veer precies lang genoeg zijn, om tussen de twee veerschotels op de schokdemper te passen wanneer deze volledig uitgeschoven is, dan zou de motor te ver inveren als de rijder erop gaat zitten. Daarom wordt een langere veer gekozen, zodat deze al een stukje is ingeveerd als deze tussen de schotels klem zit. Er is dus al veervoorspanning voordat er iemand op de motor zit. De veervoorspanning is altijd instelbaar, zodat de juiste verhouding tussen de positieve en negatieve veerweg op het gewicht van de rijder, het parcours of de belading kan worden afgesteld. Bij crossmotoren heeft de fabrikant doorgaans ook wel vier of vijf verschillende veren met verschillende veerconstantes beschikbaar, om de motor aan te passen aan de belasting.

De fout

Maar wat ging er mis met Ken? De schokdemper sloeg met kracht door. Als je het filmpje goed bekijkt, zie je dat Ken keurig op de afdaling van de wasbord-heuvel landt, dus de kracht op de vering is niet onverwacht groot. Dan moet de veer te slap zijn geweest, de ingaande demping ondermaats of de afstelling van de veervoorspanning te laag. Het kan ook nog zijn dat de bumpstop niet gemonteerd was. Het gevolg is in elk geval dat er ‘iets’ brak, waardoor de demper zijn olie verloor. Geen olie betekent geen demping en dat betekent dat de vering te hard gaat inveren en veel te hard en te ver gaat uitveren. De motor wordt een bucking bronco. Je ziet ook op de laatste heuvel Kens motor te ver uitveert en dat hij hierdoor uit het zadel wordt gelanceerd. Einde oefening.

Foto’s: Peter Aansorgh, fabrikanten

Test Honda CBR500R vs. Kawasaki Ninja 500 SE: sporters voor starters

0
Honda CBR500R vs. Kawasaki Ninja 500 SE

Motorfietsen voor A2-rijbewijshouders, die de maximum toegestane 48 pk niet mogen overschrijden, zijn zeldzaam. Meestal verwijzen dealers je naar 650cc-modellen, die vervolgens geknot worden en dat leidt nogal tot compromissen wat de motor er niet beter op maakt. De Honda CBR500R en de Kawasaki Ninja 500 SE laten zien hoe je zonder poespas in een mum je racelicentie kunt halen.

Oké, wie de waarde van een sportmotor afmeet aan de rondetijden op het circuit, zal een neerbuigende of meewarige blik werpen op onze 48 pk-sportmotoren. En natuurlijk zul je op het TT-circuit tijdens een trackday genadeloos om de oren worden gereden door de snelle mannen.

Vergelijkingstest Honda CL500 vs. Voge 500AC: ode aan weleer of advanced classic?

Maar dat hoeft helemaal niet zo erg te zijn, zoals menig weekend-coureur met grootheidswaanzin en 215pk-superbike je maar wat graag wil laten geloven. Enerzijds haal je je schouders op omdat het nou eenmaal een gegeven is dat je als A2-rijbewijshouders geen sterkere motor mag dan 48 pk. Anderzijds moet je echt niet vergeten dat er ook veel ervaren motorrijders zijn met veel interesse in een levendige lichtgewicht en een gunstig verbruik. En ze stoeien maar wat graag met 50pk-machines omdat ze zo veel plezier geven op bochtige wegen.

Toerentalbonus

De eerste indruk: beide motoren zien er behoorlijk stoer uit. De Honda lijkt op een Fireblade, de Kawasaki op een dikke Ninja-superbike. Je mag ervan uitgaan dat beide 500cc-modellen glansrijk slagen in opvallen voor het caféterras. Je ziet wel dat de Honda groter, steviger en volwassen overkomt. De nieuwe Kawasaki, voortgekomen uit de vorig jaar geïntroduceerde Ninja 400, weegt daarentegen 19 kilo minder, heeft een kortere wielbasis en 10 mm smallere banden voor en achter dan de uit de kluiten gewassen Honda.

Aangezien het wettelijk niet mag in deze klasse dat één van dit dynamische duo prestatietechnisch boven de ander uitsteekt, wordt de vergelijking op het testparcours vooral bepaald door het te accelereren gewicht. Het zal je daarom niet verbazen dat de Kawasaki haar 19 kg gewichtsvoordeel omzet in dynamischere acceleratietijden. Opvallend is de duidelijk langere slag van de Honda-twin, wat de stuwkracht ten goede komt maar het maximumtoerental beperkt.

Inderdaad grijpt de elektronische begrenzer van de Honda veel eerder in dan die van de Kawasaki, die geen problemen heeft met vijfcijferige toerentallen. Het lange slag-koppel van de Honda-twin gaat ietwat verloren in de lange eindoverbrenging, de korter gegearde Kawasaki daarentegen maakt in de zesde versnelling duidelijk meer vaart.

Maar als Honda de zesde versnelling nog korter had gemaakt, was de topsnelheid in het geding gekomen. Want de twin, die al bij 9.000 tpm wordt begrensd, zou met een kortere overbrenging genadeloos in de begrenzer lopen. Nu zien we dat het veelzijdig inzetbare Honda-blok snel aan zijn limieten zit, waardoor het zijn constructieve sterke punten slechts beperkt kan benutten.

Toch is het brede toerentalbereik van de Kawasaki ook maar beperkt bruikbaar, want het blijven natuurlijk motorfietsen met een tot 45 pk-gereduceerd blok. In de Verenigde Staten levert de Ninja 500 namelijk ruim 50 pk. Even snel terug in de tijd: de legendarische Kawasaki GPZ500S leverde bij een vergelijkbare motoropbouw al in 1987 60 pk bij 9.800 tpm. De Ninja levert 48 pk bij 9.000 tpm op de Dynojet.

Dit heeft zeker gevolgen voor het sportieve rijgedrag. Wie de Honda echt helemaal wil opendraaien, moet de versnellingen tot diep in het rode toerenbereik laten doorlopen. De kortgearde Kawasaki heeft daarentegen wat over door zijn brede toerentalbereik, wat betekent dat de opbouw van het vermogen voorbij het piekvermogen langer doorloopt. Dynamisch is deze toerentalbonus in de praktijk weinig nuttig – beter is het om ‘al’ bij 10.000 tpm op te schakelen.

Vind je deze nauwkeurige analyse een beetje kort door de bocht, zelfs kleingeestig? Dan heb je gelijk, maar in elke wettelijk gelimiteerde klasse wil een motorrijder alles uit zijn of haar motor halen wat erin zit. En voor sportmotoren geldt dat zeker in dubbele mate.

Prijsverschil

En hoe zit het dan met het sportieve potentieel van de Kawasaki en de Honda? Als je beide zo ziet staan, voel je je haast verplicht om elke bocht vastberaden aan te vallen. Maar de ontspannen zithouding en de acceptabele rijeigenschappen op secundaire wegen wijzen eerder in de richting van dagelijks gebruik en avondritten.

Dat is consequent, want ‘echte racetechniek’ zou binnen het gestelde prijskader toch niet te realiseren zijn. Dus krijgen we simpele stalen frames en minimale veerelementen, waarbij alleen de veervoorspanning van de achtervering verstelbaar is.

Klein verschil: wil je de veervoorspanning van de Honda veranderen, dan moet je omslachtig met een steeksleutel in de weer, terwijl de Kawasaki-rijder voor hetzelfde klusje lekker aan het handwiel kan draaien. Dat is fijn als je snel van solo naar duo-gebruik wilt overschakelen. Bedenk dan wel dat het smalle duozadel van de Kawasaki een duo nog minder uitnodigend dan dat van de Honda. Zou de duo bovendien van een zeker formaat zijn, belast je de tengere Kawasaki zwaarder dan de stevige Honda. In dat opzicht zou de CBR500R de betere koppelmotor moeten zijn.

Maar het is de Ninja 500 SE die je betovert in de bochten, waar de Kawasaki naast de korte wielbasis en het lage gewicht ook haar smallere banden in de strijd kan werpen. Op dit terrein voelt de Kawasaki wel als een hele klasse ‘kleiner’ aan dan de Honda, maar wie dat niet als imagoverlies ziet, krijgt het terug in enorm veel rijplezier.

De Honda voelt daarentegen groter en ruimer aan, wat lange en wat stevig gebouwde rijders goed zal bevallen, die natuurlijk ook geen probleem hebben met de 193 kg van de CBR. Nog een blik in de specs: de Kawasaki Ninja 650 weegt 175 kg en het prijsverschil met de Honda is maar liefst 1.300 euro. Bovendien heeft de Kawasaki de mogelijkheid om na de A2-fase door te gaan als een pittige 68 pk-motorfiets.

Prima remmen

Wat uitrusting en afwerking betreft, kun je op beide motoren nauwelijks ook maar iets afdingen. De Kawasaki moet het met één enkele schijfrem met een eenvoudige zwevende remklauw vooraan doen, wat voor de remprestaties acceptabel is. Maar op het ABS-testparcours werd de remwerking na vijf keer hard remmen achter elkaar iets minder. Met de aantekening dat dit een belasting is die in het dagelijks verkeer nauwelijks voor zal komen. Maar als je bergpassen rijdt met een duopassagier achterop moet je gewoon wel iets eerder in de remhendel knijpen.

De dubbele schijf van de Honda is zelfs voorzien van sportieve, vaste remklauwen en over de standvastigheid daarvan bestaat dus geen twijfel. Ook bij de ABS-test scoort de Honda punten; de gemiddelde remweg van 100 km/u naar 0 km/u is een goede meter korter.

Daar zet de Kawasaki Ninja, die in de Benelux alleen als de beter uitgeruste SE- en SE Sport verkrijgbaar is, een keyless-go systeem tegenover. Of te wel starten zonder sleutel. Dat is handig, hoewel de dikke transponder in je broekzak best wel opvalt en dat je voor het tanken toch weer naar de sleutel terug moet grijpen.

Digitaal bieden beide motoren Bluetooth-connectiviteit met de smartphone en een goed vormgegeven TFT-display. Dat de Honda een tractiecontrole heeft, is in dit vermogensgebied eerder een leuk extraatje dan een must.

Test Royal Enfield Guerrilla 450: niet te onderschatten straatvechtertje

Conclusie test Honda CBR500R vs. Kawasaki Ninja 500 SE

Meer schijn dan zijn? Mocht je het deze twee A2-sportmotoren al verwijten dan laten ze het onverstoorbaar van zich afglijden. Ze bieden zoveel race-gevoel als in dit segment en deze prijsklasse mogelijk is. Als het ontwerp meer belooft, zegt dat meer over degene die deze mening verkondigt dan over de motoren. Daarvoor kloppen de alledaagse eigenschappen, in de stad zijn de Ninja 500 SE en de CBR500R praktisch en ongecompliceerd, op de binnenwegen blinkt vooral de Kawasaki uit met verrassende frisheid. Dat maakt de slanke Ninja 500 SE tot een bijzonder aantrekkelijk aanbod voor overtuigde liefhebbers die buiten de A2-regels om op zoek zijn naar een bijzonder lichte en sportieve motor voor dagelijks gebruik.

Tekst en foto’s: MotorradNews

Scoreboard  

Honda Kawasaki
MOTOR 4 4
PRESTATIES 3 3
VERBRUIK 5 5
CHASSIS 4 4
REMMEN 5 3
ABS 4 3
COMFORT 4 4
AFWERKING 4 4
UITRUSTING 4 4
ALLEDAG 5 5

           

     

Een straatlegale Ducati 450 Enduro komt eraan. Komen er ook 450 Supermoto’s?

0

Ducati heeft plannen om in 2027 een straatlegale 450cc-enduromotor op de markt te brengen. Dit maakt deel uit van Ducati’s bredere doelstelling om de offroadwereld te veroveren. Voordat dit gebeurt, zal Ducati eerst in juni 2025 de Desmo450 MX-crossmotor lanceren, die momenteel nog in ontwikkeling is. Daarna staat de ontwikkeling van een 250cc-crossplatform op de planning.

De straatlegale enduro zal gebaseerd zijn op het Desmo450 MX-platform, met aanpassingen aan de motor, vering en achterwiel om beter geschikt te zijn voor endurorijden.

Ducati’s stap naar de offroadmarkt is bedoeld om een jongere generatie rijders aan te trekken, aangezien de huidige rijderspopulatie vergrijst. Dit sluit aan bij de strategie achter de eerder gelanceerde Hypermotard 698 Mono.

Het is nog onduidelijk of Ducati ook van plan is om een 450cc-supermotoversie te ontwikkelen. De focus lijkt vooralsnog volledig op de enduro- en crossmotoren te liggen om zo nieuwe, jongere klanten te werven voor het merk.

Op expeditie in Nederland met KTM Adventure Camps

0

Unieke kasns: de KTM Adventure Camps 2024 van 27 t/m 29 september op Avonturenpark De Bergen, Wanroij. Het weekeinde is speciaal ontworpen voor rijders van KTM, Husqvarna, GASGAS en MV Agusta. Tijdens dit weekend kun je genieten van uitdagende off-road routes en ervaringen delen met andere gepassioneerde motorrijders.

Het programma biedt een afwisselend aanbod van activiteiten. Op vrijdag start het evenement met een inspirerende presentatie door het BAS Dakar Team. Zaterdag staat in het teken van het verkennen van prachtige routes die je offroad-vaardigheden testen, gevolgd door een gezellige BBQ met live muziek. Zondag sluit je het weekend af met nog meer avontuurlijke ritten voordat je afscheid neemt.

Speciale gasten zoals Grégory Gordinne zullen aanwezig zijn om tips te geven en mee te rijden. Daarnaast kun je deelnemen aan een offroad-training om je rijvaardigheden te verbeteren. Heb je zelf geen geschikte motor? Er is de mogelijkheid om een motor te huren.

Er zijn verschillende accommodatie-opties beschikbaar, van luxe villa’s tot kampeerplekken. Ook is het mogelijk om alleen op zaterdag of zondag deel te nemen of vrienden en familie mee te nemen.

Wil je meer informatie of je inschrijven? Check dan de KTM Adventure Camps-pagina.

Harley-Davidson feest in Oostenrijkse Alpen

0

Harley-Davidson-liefhebbers kunnen zich opmaken voor een week vol plezier en actie tijdens de European Bike Week in Faaker See, Oostenrijk van 3 tot 8 september 2024. Dit jaar staat het evenement in het teken van de erkenning van de bijdragen van Willie G. Davidson aan Harley-Davidson en de motorcultuur. Bezoekers kunnen genieten van live muziek, motorshows, demo-ritten, een custom bike show en een grote parade.

Het 40.000 m2 grote Harley Village biedt een expo met de nieuwste 2024-modellen, kleding en accessoires. Avonturiers kunnen terecht in de Adventure Zone voor offroad-demonstraties en lessen op de Pan America 1250 Special. Er zijn gratis begeleide tours door de mooie omgeving van Karinthië en Slovenië.

De festiviteiten worden afgetrapt met optredens van The BossHoss bij kasteel Finkenstein. Gedurende de week is er volop live entertainment op twee podia. De Custom Bike Show op vrijdag en de grote parade op zaterdag zijn hoogtepunten. Eén gelukkige bezoeker wint een gloednieuwe Harley-Davidson in de gratis loterij.

Met gratis toegang en non-stop festiviteiten is de European Bike Week het grootste open motorfestival van Europa. Het trekt zowel lokale rijders als internationale bezoekers aan voor een onvergetelijke ervaring.

Purple Virgin: Robin’s fascinatie voor Harley en de choppercultuur

0

Robin de Wit heeft al meer dan twintig jaar een innige band met zijn Purple Virgin. “Het was een paarse maagd en ikzelf heb haar ingereden. Hoe uniek en ultiem onafscheidelijk van elkaar ben je dan. Heel veel mooie momenten hebben we samen meegemaakt, enorm veel kilometers mogen rijden en ik voel dankbaarheid dat dit in m’n bloed zit.”

De joviale, goedlachse Robin is zeker geen onbekende in de chopperwereld. Zijn aanstekelijke enthousiasme zet de toon en verhalen over zijn chopper en zijn reizen maken duidelijk dat Robin een echte liefhebber is en geen weekend-warrior. We zitten samen met Robin’s dochters en zijn vriendin Valesk in de zon en genieten van deze gezellige middag nabij Santpoort.

ROBIN DE WIT

Bouwjaar 1989
Beroep Metaalbewerker
Type Eigenbouw
Drank Rum en bier
Eten Andijvie met spek, maar lust vanalles
Liefde Heerlijk samen met Valesk
TV Gold Rush
Film Fixing the Shadow
Muziek Old school metal
Boek Harley werkplaatshandboek
Sport Motorrijden is sport genoeg
Hobby Metaalbewerking
Vrouwen Mijn dochters
Mannen Mijn vader
Motoren Deze
Voorbeeld Mijn vader
Lijfspreuk ‘Geniet, want je leeft maar 1 keer!’

Project

De Purple Virgin is een project dat al vele jaren gaande is. Op de basis van het project zijn al verschillende versies gebouwd, met als rode draad de vormgeving van de chopper, reizen en Robin’s familie, in het bijzonder zijn dochters Angela en Christa. Beide dametjes zijn motorliefhebbers en rijden vaak achterop mee. Bij het bouwen van deze chopper deed Robin bijna al het werk zelf. Van beroep is hij metaalbewerker en zoals iedereen weet, ‘een handige donder’. Bijna 25 jaar geleden werd de Harley bij een dealer gekocht en in de loop der jaren tot een chopper getransformeerd, waarbij vele onderdelen en voorwerpen er een persoonlijke touch aan geeft. Van de stickers van bezochte evenementen tot de eerste speentjes van zijn dochters sieren deze coole chop die niet voor de show is, maar waar daadwerkelijk tal van verre reizen mee ondernomen wordt.              

MaryLou Sporty: Michelangelo vernoemde zijn Chopper naar zijn oma

Stil

Dat er dan wel eens iets misgaat, iets afbreekt of los trilt hoort erbij, weet Robin maar al te goed. Grinnikend vertelt hij; “Met mijn maat Martijn werd er dan driftig tot in de kleine uurtjes gesleuteld om de bike weer klaar te hebben. Een keer zat hij al een kwartier helemaal stil op de vloer met zijn kop in zijn laskap onder het frame te kijken, want de bodemplaat accubak moest gehecht worden. Ik dacht dat hij zwaar zat te trippen onder die kap vanwege een heerlijk gemixte jonko kort daarvoor. Maar wat bleek… In werkelijkheid zat hij al een kwartier roerloos, omdat hij kansloos zocht naar een goede plek voor zijn TIG- lastoorts. Hahaha!”

Smoke en booze

Met overtuiging stelt Robin: “Van kinds af aan was ik al gefascineerd door H-D en de choppercultuur. Ik begon op mijn 27ste met een Kawasaki ZL Eliminator, de Lowtail was mijn eerste Harley en nu heb ik alweer vele jaren deze bike. In al die jaren ben ik geholpen door mijn toenmalige beste vriend Steef (RIP bro) en Martijn (de beste lasser van de wereld) die op de vrijdagavonden en -nachten met heul veul smoke en booze nog zijn lastoorts op mijn frame wist te richten.” Bijna alle onderdelen zijn door Robin zelf gemaakt en in de loop der jaren is er vaak iets gewijzigd, gerepareerd of gemoderniseerd, waardoor het een echt een heel persoonlijke chopper is geworden. “Problemen had ik genoeg”, verklaart Robin, “maar die ben ik gelukkig allemaal vergeten! Ik heb er waanzinnig veel plezier van en heb er de mooiste herinneringen aan. De vele reizen die ik met de chop gemaakt heb, zoals mijn recente trip naar Andorra, waren geweldig. Die Andorratrip was ultiem/hardcore en om nooit te vergeten”, aldus Robin, die inmiddels alweer plannen heeft om zijn chopper weer een upgrade te geven.

Tekst & fotografie: Onno “Berserk” Wieringa

TECHNISCHE GEGEVENS PURPLE VIRGIN

ALGEMEEN
Eigenaar en bouwer Robin de Wit
Merk Eigenbouw
Model Hardtail
Bouwtijd 4.5 jaar, nooit klaar
MOTORBLOK
Type Evolution
Bouwjaar 1989
Cilinderinhoud 1340 cc
Carburateur CV
Luchtfilterhuis S&S-style Teardrop
Ontsteking Elektronisch
Uitlaatsysteem Pork en eigenbouw
Versnellingsbak H-D 5-speed
RIJWIELGEDEELTE
Frame Viking hardtail
Voorvork Tolle/L&L
Voorwiel 21″
Achterwiel 15″
Remmen Performance Machine
DIVERSEN
Voorspatbord Wide Glide
Achterspatbord L&L
Spatbordsteunen Eigenbouw
Benzinetank King Sportster, flink aangepast
Dashboard/Tellers Boardcomputer van Tom
Olietank Eigenbouw
Stuur Eigenbouw
Handvatten Chopper
Schakelaarhuizen/rem- koppelingshendel Magura
Koplamp Aluminium bij Beast vandaan
Achterlicht Maltezer kruis/ led
Zadel Eigenbouw
Sissybar Zit aan het zadel vast
Forward controls Viking L&L
Voetsteunen H-D
Rem- schakelpedaal GMA pot
SPUITWERK
Kleur Two-tone paars
Soort en merk verf Oldschool hippie & flowerpower van AkzoNobel
Spuiter Giesbergen
Special paint Tankemblemen 5 mm aluminium
Idee Robin
Design Purple Virgin

Wereldprimeur van Ducati in Nederland!

0

Ducati heeft officieel laten weten deel te gaan nemen aan de MXGP van Arnhem in het weekend van 17 en 18 augustus. Dat het merk uit Borgo Panigale niet afwijzend staat tegenover nieuwe initiatieven bleek vorig jaar, toen ze de motoren ging leveren voor de MotoE, het wereldkampioenschap wegrace voor elektrische motoren. Ook werd vorig jaar aangekondigd dat Ducati voor het eerst een crossmotor wilde gaan produceren. Na een ontwikkelingstijd van twee jaar zou vanaf 2025 worden deelgenomen aan het wereldkampioenschap motorcross in de klasse MXGP, waarin met 450cc eencilinder viertakten wordt gereden. Dat het Ducati menens was bleek wel uit het feit dat negenvoudig wereldkampioen Tony Cairoli werd aangetrokken als ontwikkelings- en testrijder, naast de Italiaanse topper Alessandro Lupino.

Ducati heeft veel in eigen land getest en ook al deelgenomen aan enkele wedstrijden voor het Italiaans kampioenschap. Met succes, want de ranglijst wordt aangevoerd door Lupino. Recent werd er op enkele circuits in Nederland getest, onder andere op het GP-circuit van Arnhem. Kennelijk zijn de testen zo goed verlopen dat Ducati de tijd rijpt acht met de Desmo450MX in een WK-wedstrijd aan de start te komen en hebben ze Tony Cairoli aangemeld voor Arnhem.

Moeten MXGP-toppers als Jeffrey Herlings, Tim Gajser, Jorge Prado, Calvin Vlaanderen, Glenn Coldenhoff en Romain Febvre zich zorgen maken over de deelname van Cairoli? Dat is moeilijk te zeggen. Zij verkeren allemaal in topvorm en beschikken over een wedstrijdritme van vele maanden. Cairoli stopte na het seizoen 2021 met de GP’s, werkte in 2022 voor KTM en begon afgelopen jaar bij Ducati. Wedstrijdritme heeft de 38-jarige Italiaan nauwelijks. Wel heeft hij veel testronden gereden, maar hij is slechts sporadisch in een wedstrijd van start gegaan.

Dat Ducati er klaar voor is staat buiten kijf, want de Italianen pakken alles waar zij aan deelnemen uitermate grondig aan. Dat bewijst wel hun suprematie in de MotoGP, zoals afgelopen zondag in de Britse GP, waar Ducati-coureurs de plaatsen één tot en met zeven innamen.

Het is voor de motorcross een fantastisch gegeven dat in navolging van Triumph (dat dit jaar in de MX2 van start is gegaan) nu ook Ducati gaat deelnemen aan het wereldkampioenschap. En het mooiste is dat Arnhem de primeur krijgt!

Herman Brusselmans: ‘Een onervaren pipo op een Yamaha R1 sneed Piet de weg af’

0
Column_Herman_Brusselmans_2023

Net zoals ik gehecht ben aan Triumph-motoren, was m’n vroegere buurman Piet verknocht aan Ducati’s. Hij had er wel vijf, een Monster, een 848, een 996, een Panigale, en een Multistrada. Hij deed er heel veel kilometers mee, reed met de Multistrada naar z’n werk, doorkruiste de stad met z’n Monster, en ging het circuit op met de sportmodellen; tot hij in Spa een ongeluk kreeg met de Panigale. Een onervaren pipo op een Yamaha R1 sneed Piet de weg af, en Piet ging ten gronde, brak een sleutelbeen en een pols, en de Panigale was total loss. Met het sleutelbeen kwam het algauw in orde, maar de pols bleef schrijnen, zodat Piet niet meer voorover kon liggen op de motor, en alvast z’n racemachines van de hand deed. Bovendien werd z’n Monster gestolen, toen Piet iets zat te degusteren in restaurant De Boshoeve in Lembeke, na de smakelijke maaltijd (eet in De Boshoeve vooral het stoofvlees met friet) de parking weer opzocht, en verdomd nog aan toe, de Monster was weg. Op de koop toe verloor Piet z’n werk, en hoefde hij niet meer elke dag op z’n Multistrada naar het bedrijf (fabrikant van oogdruppels) te rijden. Nu had hij geen enkele Ducati meer in bezit. ‘Doet dat geen pijn, Piet?’ vroeg ik hem. ‘Aanvankelijk wel,’ zei hij, ‘mede omdat Ducati’s de mooiste motoren aller tijden zijn.’ ‘Dat wens ik te betwijfelen,’ zei ik, ‘als je er rekening mee houdt dat Trumph’s de mooiste motoren aller tijden zijn.’ ‘Om het even,’ zei Piet, ‘een feit is dat ik geen motoren meer heb, maar dat ik wel een elektrische fiets gekocht heb, van het merk Sparta.’ ‘De beste fietsen aller tijden,’ zei ik.

Herman Brusselmans: ‘Is het echt nodig om alwéér van motor te veranderen?’

’s Avonds dacht ik na over Piet en z’n vroegere motoren en z’n huidige fiets, en ik contempleerde er onder meer over dat ik zelf nog steeds twee motoren heb en geen fiets, maar dat m’n motoren meer op stal staan dan dat ze van de buitenlucht proeven. Ik gebruik ze minder en minder, omdat ik praktisch geen tijd heb om ze de vrije baan te geven. Sinds m’n zoontje Roman geboren is, ben ik vooral bezig met dat ventje, zeker als m’n vriendin naar haar werk is, en ik de hele dag Roman onder m’n hoede heb. Vroeger was het simpel: toen sprong ik op een van m’n bolides als ik daar zin in had, maar die tijden zijn voorbij, met een kind in huis zit je vrijheid in een nieuwe jas, en doe je niet zomaar wat je wil. Maar goed, ik heb effectief nog altijd de slechts één jaar oude Street Triple 765 R en de twee en een half jaar oude Speed Twin Breitling. Ik bedacht dat ik althans één van de twee van de hand zou kunnen doen. Maar welke van de twee? Ik amuseer me bijzonder met beide, met de Street om snelheid na te jagen en prettige manoeuvres uit te voeren, met de Breitling om op een sobere manier door het land te trekken, eventueel met m’n vriendin achterop. Van een van hen afscheid nemen, zou me pijn in m’n hart bezorgen, al zou het m’n portemonnee goed doen, omdat ik immers minder verzekerings- en onderhoudsgeld zou moeten ophoesten. Wat ondertussen ook mogelijk is – en wat me nog meer pijn in het hart zou bezorgen – is allebei de motoren in de verkoop zetten, en naar de fietsenwinkel hollen om net zoals Piet een elektrische Sparta in te slaan. Ik had er vannacht een nachtmerrie over: ik stond bewegingloos en jazelfs stokstijf op de Sparta op de weg verankerd, en links en rechts van mij zoefden Streets en Breitlings voorbij. Van nachtmerries hoop je dat ze nooit de werkelijkheid zullen bereiken, maar soms gebeurt het onvermijdelijke.

Royal Enfield introduceert wereldwijd garantieprogramma

0

Royal Enfield is het eerste Indiase motormerk dat een wereldwijde garantie aanbiedt, ondersteunt door een netwerk van meer dan 3.000 Royal Enfield erkende servicelocaties in 70+ landen.

Het ‘Borderless Warranty Program’ is erop gericht om rijders ongekende vrijheid te bieden om te rijden en nieuwe horizonten te veroveren, met veel gemoedsrust, ongeacht waar ze naartoe gaan.

Test Royal Enfield Guerrilla 450: niet te onderschatten straatvechtertje

Royal Enfield-modellen worden ondersteund door een uitgebreid garantieprogramma dat landsgrenzen overstijgt. Het garantieprogramma is van toepassing op alle Royal Enfields die momenteel onder garantie zijn en op alle nieuwe motorfietsen die worden gekocht bij erkende Royal Enfield-dealers over de hele wereld.

Het programma wordt ondersteund door een netwerk van 3.000+ Royal Enfield erkende servicelocaties in 2.605 steden in 70+ landen (inclusief India), waardoor rijders niet worden belast door onderhoudszorgen.

Yadvinder Singh Guleria, Chief Commercial Officer van Royal Enfield, zegt: ‘Bij Royal Enfield zijn we toegewijd aan het bevorderen van een levendige, wereldwijde gemeenschap van rijders die onze passie voor ontdekken en avontuur delen. Met de introductie van het Royal Enfield Borderless Warranty Program streven we ernaar de klantenervaring opnieuw te definiëren door ongeëvenaarde ondersteuning en zekerheid te bieden aan rijders over de hele wereld.’

Suzuki zet onderzoek naar waterstof-Burgman voort

0

Nu de ontwikkeling van elektrische motorfietsen maar langzaam vordert, lijkt de industrie zich meer te richten op alternatieve brandstoffen. Tegenwoordig lijkt de focus te liggen op waterstof – Kawasaki onthulde eind juli een waterstofaangedreven hyperbike en nu zien we nieuwe berichten over een waterstofaangedreven Suzuki Burgman.

Als je al een tijdje meekijkt – en dat is al een lange tijd – kun je je misschien herinneren dat Suzuki in 2017 al onderzoek deed naar een waterstof-Burgman. Destijds bouwden ze enkele op waterstof aangedreven scooters voor de Metropolitan Police in het Verenigd Koninkrijk. Na afloop van dat testproject hoorden we niet veel meer over het succes of falen ervan, en het leek erop dat Suzuki zich richtte op elektrische scooters – vooral toen het zich terugtrok uit MotoGP en begon te werken aan een elektrische scooter.

Techniek Kawasaki waterstofmotor: toekomstbeeld of stuiptrekking?

De industrie is momenteel echter een draai aan het maken naar waterstof, waarbij sommige prominente insiders zeggen dat batterijtechnologie nog steeds niet goed genoeg is om te voldoen aan de behoeften van krachtiger motorfietsen. Tegen deze achtergrond zet Suzuki het werk aan de aanpassing van het Burgman-platform aan deze alternatieve brandstof voort. Ben Purvis, ’s werelds meest productieve motor-spion, heeft patentafbeeldingen gepubliceerd bij Cycle World waaruit de voortgang van het ontwerp blijkt.

Wat is er nieuw? De laatste ontwikkelingen die Purvis aan het licht bracht, hebben betrekking op het waterstofstoopsysteem. Eerdere ontwerpen hadden één grote, logge tank die van voor naar achter liep. Dit leidde tot een langere wielbasis, wat negatieve gevolgen had voor het rijgedrag.

Het nieuwe ontwerp maakt gebruik van meerdere tanks om voor een compacter chassis te zorgen. Eén tank zit onder het zadel, de andere bevindt zich zoals in het eerdere ontwerp voor de motor, maar is nu kleiner. Purvis zegt dat het eerdere ontwerp vereiste dat het Burgman 400-chassis met 200 mm werd verlengd, maar dit ontwerp maakt het mogelijk om het waterstofsysteem in een standaard Burgman 400-platform te laten passen. Dat verbetert niet alleen het rijgedrag, maar het bespaart Suzuki waarschijnlijk ook geld door gebruik te maken van onderdelen uit de eigen productlijn…