dinsdag 27 februari 2024

Motor vs. vliegtuig, van Brussel naar Frankfurt. Wie is het snelst?

Fotografie: Jarno Van Osch

Stel: je werkt voor een groot bedrijf en moet naar Frankfurt voor een businessmeeting, samen met een collega. Hij besluit om met het vliegtuig te reizen, jij om de motorfiets te nemen. Wie zal het eerst aankomen in deze Duitse stad? En op wat voor type motorfiets maak je het best zo’n trip over voornamelijk snelwegen? Motor.NL zoekt het voor je uit.

Uitnodiging: meeting over de 2022-marktvoorspellingen, inclusief diner. Locatie: Hilton Hotel, pal naast luchthaven Frankfurt am Main. Aanvang meeting: 14.00 uur. Mijn collega Tim heeft geluk, want er landt een vlucht vanuit Brussel om 13.30 uur in Frankfurt. En die vlucht duurt exact één uur, dus zou hij rond 10.30 uur op de luchthaven moeten zijn. Daarmee is hij twee uur voor vertrek ter plaatse, met voldoende tijd om in te checken en een buffer voor onvoorziene drukte of als er ergens iets fout loopt. Reistijd naar de luchthaven is er bijna niet, want we werken in Brussel. Tim wil graag het vliegtuig nemen, omdat hij zijn presentatie nog wat wil voorbereiden. Ik heb gisteren een avondje doorgewerkt aan mijn presentatie en wil graag wat ontspannen door met de motor te reizen. Google Maps leert mij dat de tijd om van luchthaven Brussel tot luchthaven Frankfurt te rijden met de motor exact drieënhalf uur is. Dat wil dus zeggen dat ik op hetzelfde tijdstip zal moeten vertrekken als Tim en het weleens heel spannend kan worden wie er als eerste aan zal komen.

Test BMW R18 Transcontinental: Rock ’n’ roll übercruiser

Zo relaxed mogelijk

Ik neem afscheid van Tim om 10.30 uur stipt. Hij wandelt richting ‘vertrek’, ik vertrek richting snelweg. Mijn motorkeuze voor deze 385 kilometer lange trip is gevallen op een zo comfortabel mogelijke motor. Een waar je zo lang mogelijk op kunt blijven zitten zonder dat het onplezierig wordt. Een motorfiets met voldoende power ook, om op de Duitse Autobahn tijd goed te maken op de ongelimiteerde stukken. De BMW R18 Transcontinental voldoet aan al die eisen. Het is een machine die gemaakt is om zo relaxed mogelijk rechtdoor te rijden. Je zit erop als in een salon – al helemaal met het optionele comfortzadel –, je hebt voldoende windprotectie en je kunt onderweg genieten van muziek met het krachtige luidsprekersysteem van Marshall. De start verloopt echter moeizaam, want manoeuvreren met een 427 kg zware machine is niet gemakkelijk. Het lage gewicht van de 1800 cc grote boxertwin helpt je daar wel wat bij, maar het blijft een mastodont. Gelukkig beschikt mijn testmotor over een achteruitversnelling, die werkt door middel van een klein hendeltje aan je linkervoet dat je manueel moet omdraaien. Als je nu op de startknop duwt, helpt een kleine elektromotor om achteruit te rijden. Handig, want je moet jezelf niet moe maken. Maar vooral ook veilig, want je wilt niet onder de BMW R18 komen te liggen.

Eenmaal onderweg zijn er geen gewichtsproblemen meer. Door de massieve bouw, het hoge gewicht en de lange wielbasis voelt de R18 Transcontinental uiterst stabiel. Dwarsrichels en veel voorkomende slechte stukken Belgisch asfalt deren hem niet. Door de grote omvang van de machine moet je wel wat rekening houden met zijwind, want dat kan hem flink van zijn rijlijn laten afwijken.

Begrensde topsnelheid

Het 1800 cc grote boxerblok pruttelt rustig verder. Niks te zoeken in hoge toeren, al de kracht zit onderin. En dat is exact wat je wil op de autosnelweg. Van Brussel gaat het richting Luik. Rustig aan, op cruisesnelheid. Die kun je ook adaptief instellen, maar ik kies voor de standaard vaste snelheid. Het zal de aankomsttijd alleen maar ten goede komen doordat de machine niet zelf af zal remmen en ik de teugels in handen heb.

Ten zuiden van Aken steken we de grens met Duitsland over. Nu is het wachten. Wachten op dat allesverlossende witte, ronde verkeersbord met zwarte, diagonale strepen. Is er dat een in de verte? Vals alarm, inhaalverbod voor vrachtwagens. Nog eventjes geduld. 130 km/u voelt in ieder geval al beter dan 120 km/u. Dan mag eindelijk het gas erop. De BMW klimt vlot naar 170, 180 km/u. De stabiliteit blijft onverstoorbaar en ik heb niet het gevoel om met meer dan een halve ton – inclusief mezelf – aan gewicht onderweg te zijn. Bij 190 km/u stopt de R18 met accelereren. Elektronisch begrensd, op een acceptabele snelheid. Er zit nog extra power in het motorblok en het zou zeker kunnen om hem nog sneller te laten gaan, maar cruisen op minder dan 200 km/u houdt het enigszins comfortabel. Je hebt ook echt niet het gevoel op die snelheid door Duitsland te denderen. Het lijkt zo gemakkelijk en moeiteloos te gaan, terwijl je goed uit de wind zit en de machine zo rustig en gecontroleerd blijft. Toch is de windprotectie niet perfect. Ik verwachtte het eerlijk gezegd wel, met die supergrote voorruit en alle beschermingsstukken aan de benen. Toch krijg ik nog flink wat turbulentie op de bovenkant mijn helm, waardoor je automatisch wat in elkaar gezakt gaat zitten om die windgeleiding te vermijden. Niet optimaal. Voor de rest zit bijna je ganse lichaam volledig uit de wind, zelfs je benen en voeten. De snelheidssensatie gaat er wat door verloren, maar het rijdt zo ontspannend.

Duitse radiozenders

Ondertussen ben ik al voorbij Keulen en zit collega Tim nog niet eens in het vliegtuig. Volgens de ingebouwde gps zit ik mooi op schema, dus voorlopig geen zorgen. Ik knal de Marshall-speakers aan en ga op zoek naar een goede Duitse radiozender. Vijftig kilometer later kom ik tot de conclusie dat die niet bestaat, of ik moet de DAB/FM-frequentie niet gevonden hebben. Bluetooth dan maar en al rijdend mee headbangen op eigen favorieten. Zelfs op topsnelheid blijft de geluidskwaliteit verrassend goed. De speakers krijgen het zwaar te verduren, want ze moeten hun geluidsgolven niet alleen door de wind krijgen gestuurd, maar ook door een helm, een neksjaaltje over de oren en oorbescherming. Het maakt een saaie snelwegrit plots wel heel leuk.

Al drie minuten goedgemaakt. Dit gaat veel te gemakkelijk. Maar je hebt het nog niet gedacht of er gebeurt iets wat negatieve invloed heeft: file. Gelukkig staat het verkeer niet volledig stil, dus ik blijf op kruipsnelheid rijden. Toch verlies ik mijn goedgemaakte tijd en moet ik het tempo zo hoog mogelijk houden. De stukken met onbeperkte snelheid worden echter schaarser en vooral ook korter. Optrekken tot 190 km/u, afremmen tot 100 km/u. Weer optrekken tot 170, maar dan over een brug met 120 km/u. En zo gaat het gedurende kilometers aan een stuk door. Steeds weer accelereren en snelheid minderen. En dat is niet zo gunstig voor het brandstofverbruik. Ik gok om in Frankfurt te geraken op één tankstop, dus nu is het ideale moment om dat te doen. Met nog dik één uur rijtijd, zal Tim nu wel aan het boarden zijn. Ondertussen tank ik de 24-litertank vol benzine, terwijl ik zelf ook even wat drink en eet. Geen tijd om dat rustig in de shop te doen, hier moet een race gewonnen worden!

Terwijl Tim nog even moet wachten om zijn laptop op te starten totdat het vliegtuig voldoende hoogtemeters heeft, druk ik alweer op de startknop en maak me op voor de laatste etappe. Na de verloren tanktijd moeten er nog wat minuten worden goedgemaakt om als eerste aan te komen in Frankfurt. Gelukkig is het niet te druk en kan het tempo snel de hoogte in. Daarbij is het bizar hoe snel je gewend raakt aan die hogere snelheid. Op 130 km/u lijkt het dan wel alsof je stilstaat.

Stamboom Kawasaki Z-serie: eerbetoon aan een legende

Wie wint?

De bordjes met een vliegtuigsymbool komen in zicht. Ik ben er bijna. De verloren tijd heb ik niet meer kunnen goedmaken, maar ik zou toch voldoende over moeten hebben om voor Tim aan te komen. Hij moet immers nog uit het vliegtuig stappen en richting de uitgang van de luchthaven lopen. Om 13.36 uur kom ik aan op de afgesproken plek. Geen Tim te zien. Of verstopt hij zich ergens? Ik parkeer de BMW en nestel me ontspannen op het achterzadel. Acht minuten later wandelt Tim teleurgesteld, maar wel met een lach op zijn gezicht, naar buiten. De motorfiets wint. Eigenlijk vrij gemakkelijk, want we zijn beiden vertrokken vanuit Brussel. Stel dus dat je in het oosten van het land woont, dan is de reistijd met de motor nog een stuk korter, en die met het vliegtuig heel wat langer. Bovendien ben ik helemaal ‘uitgewaaid’ en kan ik fris aan de meeting beginnen. Het is geen trip die je met een naked bike moet doen, want dat zou door de continue wind op je lichaam eerder een aanslag zijn. Maar met een BMW R18 Transcontinental of eender welke comfortabele toermachine is het first class richting meeting.

Motor vs. vliegtuig
‘Guten Tag. Ich gewinne, du verlierst.’
Gijs Gilis
Gijs Gilis
Zot ván alles wat op wielen staat, soms zot óp alles wat wielen heeft. Rijdt het liefst met van die tweewielige machines. Licht of zwaar, naakt of aangekleed, traag of snel, als er maar iets leuk over te vertellen is.

1 Reactie

Reacties zijn gesloten.

Stay tuned

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en mis nooit het laatste nieuws! Onze nieuwsbrief wordt iedere week op dinsdag (bij veel nieuws) en donderdag verstuurd.


Gerelateerde artikelen