maandag 15 juli 2024

Boudewijn Geels: ‘Toen ik de politie belde begon de ellende pas echt’

De tekst bij de Whatsapp-foto bestaat uit één woord: ‘Oeps.’ Op het plaatje zelf zie ik de buik van een mij bekende motorfiets van een Oostenrijks merk. Het profiel van de banden is volledig volgelopen met slijk. Er is ook een filmpje van een beregende landweg. De filmer, met een grafstem: ‘Hier is een trekker flink op en neer gereden vanaf de akker. Er ligt verdomme een laag klei van een centimeter dik en 60 meter lang. Dan hou je dus geen enkele tweewieler overeind. En al helemáál geen KTM Superduke 1290 GT. Fuck!’

De filmer ken ik. Het is mijn ouwe motormaat E., die had gevraagd of ik meeging ‘mooie kronkelwegen rijden in België’. Ik had bedankt na een blik op mijn volle agenda én op Weeronline.nl. ‘Dan ga ik solo,’ had E. dapper gezegd. En nu ligt hij daar. Solo, maar zo te horen fysiek gelukkig nog heel.

Het filmpje is een kwartier geleden gestuurd. Ik bel E., maar krijg de voicemail. Ruim twee uur later is er weer een appje. ‘Ben weer veilig thuis: 200 km wolkbreuk met een scheef stuur. Onvergetelijk! Met dank aan die Belgische boer.’ Ter illustratie van zijn gemoedstoestand heeft E. er een doodshoofd-emoticon bijgedaan.

Ik bel opnieuw. Nu neemt hij wel op. ‘Ik ben oké, maar die landweg was echt een glijbaan,’ klinkt het nijdig. ‘Echt rete-asociaal. Kansloos was ik. En ik reed maar 60, max. Jij was ook 100 procent zeker op je plaat gegaan met je Kawa.’

‘En nu?’ vraag ik meelevend. ‘Valt er iets te verhalen?’ Ik hoor een strijdlustige grom. ‘Dit ga ik natuurlijk niet zomaar pikken!’

E. is 86 kilo spier. Hij heeft een half jaar geleden de bruine band gehaald in een sport die Braziliaans jiujitsu heet. Een soort worstelen is het, maar dan nog gemener. Ik heb ook een bruine band, in judo, maar die is van 1984. Toen ik laatst eventjes op E. ging liggen voor een speels testje van zijn kunnen, had hij binnen twee tellen mijn linkerarm om mijn rechterbeen geknoopt en mijn hoofd meermaals op Exorcist-achtige wijze verdraaid.

Boudewijn Geels: ‘Had jou dit nou ook kunnen gebeuren?

Maar gelukkig voor de Belgische boer is E. dat bij hem niet van plan. Nee, de agrariër kan slechts een brief van E. verwachten. Want: ‘Zo’n man moet de weg schoonhouden. Staat gewoon in de wet!’

Een paar weken later spreek ik E. opnieuw. ‘Hoe gaat het met de strijd?’ Weer een verontwaardigde grom. ‘Ik had meteen de Belgische 112 moeten bellen. Dan had de politie ter plekke proces verbaal opgemaakt en had die boer die weg alsnog moeten reinigen. Maar daar dacht ik toen helemaal niet aan. Ik was doorweekt, had het koud en een vinger deed serieus pijn. Naar huis wilde ik.’

‘Logisch,’ zeg ik. ‘Kun je vanuit Nederland de eigenaar van zo’n akker achterhalen?’ E. weet in elk geval precies waar het gebeurde. ‘Dat heeft mijn telefoon bijgehouden. Het kadastrale nummer van de akker heb ik ook.’ Ik knik grijnzend. ‘Dus die boer heeft een brief op poten van je gekregen?’

E. schudt bedrukt het hoofd. ‘Bij het Belgische Kadaster kun je niet de naam van de eigenaar opvragen. Dat moet je bij de politie doen, en die oordeelt dan of je het recht hebt om dat te weten. Naast die akker zit een autohandeltje, zag ik op Google maps. Die man heb ik dus gebeld. Maar toen hij in de gaten kreeg wat ik wilde, namelijk de eigenaar van de akker aansprakelijk stellen voor mijn schade, sprak meneer opeens geen Nederlands meer, maar alleen nog maar Frans. K-Belgen!’

Ach, de politie is er dus ook nog, probeer ik mijn studievriend op te monteren. Hij kijkt me getroffen aan. ‘België is geen Nederland, hè. Toen ik de politie belde begon de ellende pas echt…’

Wordt vervolgd 

Stay tuned

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en mis nooit het laatste nieuws! Onze nieuwsbrief wordt iedere week op dinsdag (bij veel nieuws) en donderdag verstuurd.


Gerelateerde artikelen