MotoGP: dichter bij elkaar dan ooit?

De Grand Prix van Engeland op het circuit van Silverstone was, met een verschil van 0,013 seconden tussen de nummer één en twee, een van de spannendste finishes ooit in de MotoGP. Bij slechts drie races ooit in de geschiedenis van de koningsklasse van de Grand Prix was het gat tussen de winnaar en de eerste verliezer kleiner. Reden genoeg eens in de statistiek te duiken.

Te beginnen met zondag. Het verschil was het op drie na kleinst van alle Grands Prix. Alex Rins wist Marc Marquez aan de lijn met 0,013 seconde te kloppen. Met je oog knipperen duurt tussen de drie en vier tienden van een seconde – we nemen voor het gemak het gemiddelde van 0,35 seconde. Dus past het verschil tussen de twee Spaanse kemphanen aan de meet net geen 27 keer in de tijd die je nodig hebt om te knipperen met je oog.

  1. 1975 – Nederland – TT Circuit Assen : Barry Sheene en Giacomo Agostini – 0.000
  2. 1996 – Tsjechië – Brno : Alex Criville en Mick Doohan – 0.002
  3. 2006 – Portugal – Estoril : Toni Elias en Valentino Rossi – 0.002
  4. 2019 – Engeland – Silverstone : Alex Rins en Marc Marquez – 0.013

De finish van Rins en Marquez was al de derde in het seizoen van 2019 waarbij de nummer één en de nummer twee binnen duizendsten van seconden van elkaar zaten.

  1. Qatar – Losail : Andrea Dovisioso en Marc Marquez – 0.023
  2. Italië – Mugello : Danillo Petrucci en Marc Marquez – 0.043
  3. Engeland – Silverstone : Alex Rins en Marc Marquez – 0.013

‘Je zou bijna denken dat Marquez slecht is in laatste ronde-gevechten’, liet David Emmett van Motomatters.com ontvallen. Wat meteen de vraag doet rijzen; zit het in de MotoGP dit seizoen dichter bij elkaar dan ooit? Dat zochten we uit.

Invloed van reglementswijzigingen

Om een enigszins duidelijk beeld te krijgen, hebben we de nadruk van het onderzoek gelegd op de MotoGP sinds de invoering van de viertakten – van seizoen 2002 tot heden dus. We hebben de gegevens vervolgens opgedeeld in een grafiek voor gemiddelde verschillen per seizoen en de absolute topverschillen per seizoen.

MotoGP

Rode lijn: gemiddelde verschillen. Donkergrijze lijn (horizontaal): absoluut gemiddelde. Lichtgrijze lijn (verticaal): reglementswijziging.

Bovenstaande grafiek toont het gemiddelde verschil tussen de racewinnaar en de nummer twee per seizoen. Opvallend is de duidelijke verschuiving ter hoogte van de grijze verticale lijnen. De eerste lijn bij het seizoen van 2007 is de overstap van 990cc naar 800cc. De tweede grijze lijn is vervolgens het afschaffen van de 800cc grens, waarna het maximum op 1000cc kwam te liggen. Dit heeft duidelijk invloed gehad op de onderlinge verschillen de koningsklasse.

Als we de uitschieter van seizoen 2012 erbij pakken, kunnen we Dani Pedrosa het fiks hogere gemiddelde aanrekenen. Drie van zijn races hebben het gemiddelde er niet lager op gemaakt. Op de Sachsenring pakte Pedrosa 14,996 seconde op rivaal Jorge Lorenzo, terwijl hij op Indianapolis een gat van 10,823 seconden had weten te slaan – wederom op de uiteindelijke wereldkampioen Lorenzo.

Valencia was vervolgens de nagel aan de doodskist van een deftig gemiddeld verschil tussen de winnaar en eerste verliezer. Met 37,661 seconden voor op Yamaha-invaller Katsayuki Nakasuga was het opnieuw een dominante Pedrosa die een gigantisch gat geslagen had naar de concurrentie.

Wil niet zeggen dat het veld niet dicht bij elkaar zat in het seizoen van 2012, want in 2008 werd bijvoorbeeld geen enkele race beslist met minder dan een seconde verschil tussen de nummer één en nummer twee. Sterker nog; het kleinste beetje ademruimte tussen de winnaar en de tweede plaats was 1,817 seconden. Jorge Lorenzo wist toen in 2008 Pedrosa achter zich te houden op het circuit van Estoril. In het gemiddeld hoog uitgevallen jaar van 2012 was het kleinste verschil toch nog 0,178 seconden. Tussen wie? Je raadt het; Dani Pedrosa, voor Jorge Lorenzo. Op Brno, ditmaal.

Absolute verschillen

Als je vervolgens de kleinste absolute verschillen per seizoen uitzet, krijg je een ander beeld. Het beeld met absolute verschillen is natuurlijk enorm vertekend. De hoeveelheid data van achttien seizoenen, vermenigvuldigd met zo’n zeventien of achttien ronden per seizoen, is veel groter dan slechts de allerkleinste verschillen per seizoen. Toch geeft het een interessant inkijkje.

MotoGP

Blauwe lijn: kleinste onderlinge verschillen. Lichtgrijze lijn (verticaal): reglementswijziging.

Het toont namelijk niet zo zeer een directe daling, terwijl het wel laat zien dat het afstappen van de 800cc-limiet de sport goed gedaan heeft. Het gemiddelde verschil over de eerste achttien seizoenen in het viertakttijdperk van de MotoGP ligt namelijk op 3,724278 seconde tussen de de nummer één en nummer twee. Al begaan we daarmee wel de statistische doodzonde van een gemiddelde van een gemiddelde nemen. Het geschetste beeld is desondanks duidelijk.

Je kunt er namelijk niet omheen dat alle gemiddelde verschillen die boven dat algeheel gemiddelde uitkwamen tussen seizoen 2007 en 2011 liggen; de 800cc periode. Toen MotoGP haar maniakale kinderjaren met haast ongelimiteerde, vuurspuwende 990’s verliet, werd domineren in de koningsklasse gemakkelijker. De onderlinge verschillen van rijders en de motoren waren simpelweg groter.

Verwend geraakt

Sinds de Dorna de limiet opschroefde tot 1000cc, werd domineren wellicht moeilijker; gedomineerd werd er desalniettemin. Tussen 2013 en het heden wist enkel Jorge Lorenzo de titel af te houden van Marc Marquez – in 2015. Doorslaggevend als Marquez’ bizarre talent en kunde uitgedrukt in titels blijkt, heeft de concurrentie de zevenvoudig wereldkampioen steeds vaker op de korrel.

Zoals in – statisch gezien – niet het spannendste seizoen van 2016. De verschillen in de cijfertjes zijn niet overweldigend, terwijl we dat seizoen een recordaantal van negen verschillende racewinnaars zagen. Het wordt Marquez moeilijker gemaakt en eenieder die durft te beweren dat de MotoGP saai geworden is; jongens en meisjes, we zijn verwend geraakt.

We zagen zondag op Silverstone dat Marquez niet altijd kan winnen, evenals de zondag twee weken daarvoor toen het Andrea Dovizioso was die de verdedigend wereldkampioen aftroefde op de Red Bull Ring. Toch staat Marc Marquez alweer 78 punten los – een fikse marge. Desondanks zijn er de komende zeven ronden van het seizoen nog maximaal 175 punten binnen te halen, en is alles technisch gezien nog mogelijk.

Een ding is wel duidelijk; Marc Marquez heeft de concurrentiestrijd opgedreven. Mannen als Rins, Andrea Dovisiozo en Maverick Vinales, maar zelfs Petrucci, Rossi en Crutchlow; stuk voor stuk zijn ze er op gebrand Marquez te kloppen.

Helaas moeten we concluderen dat Marquez niet per se slecht is in gevechten in de laatste ronde; op een slechte dag – op een circuit dat de Honda niet super ligt – is hij simpelweg nog steeds goed voor de tweede plek. En die tweede plek is ook gewoon twintig punten waard.

Tot slot; de toppers!

Omdat we toch in de cijfers zitten, willen we je natuurlijk de top-5 close-finishes in het viertakttijdperk van de MotoGP niet onthouden.

5. 2019 – Qatar – Losail : Andrea Dovizioso en Marc Marquez – 0.023

4. 2016 – Italië – Mugello : Jorge Lorenzo en Marc Marquez – 0.019

3. 2011 – Spanje – Valencia : Casey Stoner en Ben Spies – 0.015

2. 2019 – Engeland – Silverstone : Alex Rins en Marc Marquez – 0.013

1. 2006 – Portugal – Estoril : Toni Elias en Valentino Rossi – 0.002

Foto: MotoGP.com
Video: Youtube.com
Grafieken: Motor.nl

*Seizoen 2019 tot en met de Grand Prix van Engeland

MotorNL Nieuwsbrief

Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief of aanbiedingen en blijf iedere week op de hoogte van al het nieuws, motortests, leuke routes of aanbiedingen.

Ik meld me hierbij aan voor de volgende mailinglijsten:




Vul een geldig emailadres in
Dat adres bestaat al in ons bestand
The security code entered was incorrect
Dank voor je aanmelding

Gerelateerd

REAGEER OP DIT ARTIKEL