Kaunertaler Gletscherstrasse: verborgen sensatie op 2.750 meter

Het Kaunertal heeft net als het nabijgelegen Ötztal een weg die naar een zomerskigebied loopt. Het eindpunt ligt op 2750 m, iets lager dus dan bij de buren. Maar in alle andere opzichten is de Kaunertaler Gletscherstrasse de absolute topper.

Een aanwijzing hiervoor is een enorm motorhotel, vlak voor het slaperige plaatsje Feichten. Hotel Weisseespitze is niet alleen groot, maar mag zich ook nog eens het eerste officiële BMW Test-Ride hotel noemen. Dat betekent dat je hier op een aantal nieuwe modellen tekeer mag gaan voor een zacht prijsje. In 2008 hebben ze onder meer de F 800 GS in de uitgebreide renstal. En dan spreken ze hier ook nog Nederlands.

Vlak na Feichten kom ik bij het enige smetje van dal. Een tolhokje, ja. En bij deze betaal je het dubbele van de Ötztaler Gletscherstrasse. Tien euro dus. Maar de weg is twee keer zo lang, telt drie keer zoveel bochten, is vier keer zo mooi en er zit een leuk meisje achter de kassa. Dus vooruit dan maar.

Kurven & Kehren

Na de slagboom houdt de bewoonde wereld zo ongeveer op en slinger ik zes kilometer lang door bebost gebied naar boven. Een bord attendeert op overstekende steenbokken, maar een waarschuwing voor de wilde bergragger zou meer op zijn plaats zijn. Dit zijn namelijk de weggetjes die het motorhart sneller doen slaan. Veel herrliche Kurven en in totaal 29 Kehren (haarspeldbochten), die op bordjes van 29 naar 1 worden afgeteld. De meeste motorrijders doen het redelijk rustig aan, enkelen gaan akelig hard en weten dan niet altijd binnen hun lijnen te blijven. Oppassen dus voor uitwaaierende tegenliggers.

Circustent

De eerste vier haardspeldbochten brengen me aan de oever van het lichtgroene Gepatsch stuwmeer, dat een van de hoogste damwanden – 168 m – ter wereld heeft. Erna begint de Schnapsloch, een bizarre kluwen van tien haarspeld- en bijna net zoveel negentiggradenbochten. Mits snel genomen al bijna net zo desoriënterend als Schnaps uit een fles. Wel even stoppen tussen haardspeldbocht nummer 12 en 13, waar je een fantastisch uitzicht hebt op het stuwmeer – dat inmiddels ver onder je ligt – en de Gepatschferner, de tweede gletsjer van Oostenrijk.

Direct na serpentine ga ik over de boomgrens en begint de woestenij van het hooggebergte. Ik passeer de Weissee, die gevuld is met groene gletsjermelk, erachter doemt de Glockturm (3355 m) op. Touringcars, koeien en tamelijk steile afgronden drukken het tempo op het smalle asfalt, maar dat hindert nauwelijks, want de weg kan me niet lang genoeg duren. Na nog eens negen haarspeldbochten bereik ik de parkeerplaats van Gletscherrestaurant Weissee op 2750 m. Om het snelle smelten tegen te gaan, hebben ze de gletsjer hier afgedekt met witte doeken ter grootte van een aantal voetbalvelden. Voor de toeristen hebben ze zelfs een ijstunneltje uitgebikt, zodat je de gletsjer van de binnenkant kunt bekijken. Het geheel lijkt sprekend op een circustent, maar na de achtbaan waarover ik zojuist ben gereden, misstaat dat niet eens.