Helemaal in het noordwesten van de Steiermark, grenzend aan het land Salzburg en Opper-Oostenrijk, biedt de grandioze natuur rondom het machtige Dachsteingebergte talrijke mogelijkheden voor sportieve of juist meer ontspannen verplaatsingen. Voor ons betekent dat natuurlijk allereerst met de motorfiets.
Dachstein of Daytona, wandel- of motorlaarzen, dat is in de Alpen vaak de vraag. Hoe dan ook, vol verlangen kom je aan bij het Dachsteingebergte, waarvan de zuidflank enkele zijwegen heeft die als boor de rotsachtige falanx van bijna drieduizenders binnendringen. En dan dit: 07:00 uur, verwachtingsvolle blik uit het hotelvenster – op een dicht wolkendek ter hoogte van de boomgrens, geen rotswand in zicht. Dit kan weer een avontuur worden. En dat wordt het ook. Na het ontbijt in Radstadt maken we een sprongetje naar het nabijgelegen Eben – en hup, het grijze gordijn trekt zich al terug, de Suzuki en het firmament strijden om de titel van het meest schitterende blauw. Magische momenten, vooral voor Gerd, die al twee keer bij de Dachstein was tijdens tochten te voet van hut naar hut, altijd in de regen. Dat is nogal onplezierig als je bedenkt dat de vuistregel voor bergwandelaars luidt: 400 hoogtemeters per uur. Maar dat ligt ver achter ons, voor ons ligt iets wat motorrijders keer op keer als een magneet aantrekt: bergen tot in de hemel, bochten tot je erbij neervalt. Het leven kan zo heerlijk simpel zijn.
De natuur zwaait de baton
In Eben dus, van de 99 rechtsaf op de L219 naar Ramsau am Dachstein, niet te verwarren met de naamgenoot bij Berchtesgaden. Kaarten liegen niet. De verleidelijke geel-groen gemarkeerde zijweg, parallel met de doorgaande 320, is een waar snoepje. De weg slingert tussen de Dachsteingroep en Schladminger Tauern door een vallei, waarin je kennismaakt met land en mensen. Bij Schattau bijvoorbeeld, slaat een goed pad af naar de vierhonderd jaar oude Wexlerhof en voert een houten bruggetje over de vrolijk kabbelende Fritzbach. Daar mogen niet-ingezetenen volgens §354 ABGB geen bessen en paddenstoelen verzamelen, maar dat weerhoudt ons niet van verdere indrukken. Zo feliciteert een laken met de tekst ‘Alles Gute Stefan’ voor het Kirchgasshof-Eisstadl hem met zijn dertigste verjaardag. Even verderop verleidt Gasthaus Geierhäusl onbekenden met ‘doorlopend warme keuken’. Een plek om in retraite te gaan? Geenszins! Warm de banden en remschijven op, voel de Dachstein aan zijn rotsige tand. Zeg maar: een wortelkanaalbehandeling van de fijnste soort. Zoals verwacht komt daar de afslag naar de Hofalm. Haarspeldbochten treffen we eerst niet aan, maar er is zat hout. Eerst verwerkt in het ontzettend mooie Filzmoos, populair als zomer- en wintersportdorp, dan als rijen langs het bospaadje naar de in 1776 gebouwde Unterhofalm. Die werd bekroond als ‘Mooiste alm van de Alpen’. Ook haar buurvrouw, de Oberhofalm, heeft nog zo’n honderd jaartjes meer in de houten botten en is een klassiek voorbeeld dat ouderdom niet altijd lelijk is. En om je energiereserves weer aan te vullen, zijn er ter plaatse maar liefst zeventien aardenergievelden, met elkaar verweven door geomantische metingen. Nu zou het geloof bergen kunnen verzetten, maar de wildgetande Gosaukamm boven Filzmoos staat er nog steeds als vastgenageld.
Meestal zwijgen onze motoren niet, maar hier… Soms zetten we ze stil en dan zwaait Natuur met de baton. Met aan de ene kant het geluid van een kudde koeien met bellen en aan de andere kant het vrolijke gekabbel van het bergbeekje de Warme Mandling. Voor het afscheid zwaaien we nog een keer naar het tegemoetkomend verkeer; vier paardenkoetsen met aan boord vrolijke ouderen in sightseeing-modus.
Toertocht Oostenrijk: Romantikstraße, geen ruimte voor hectiek
Glimmende rotswand
Terug op de hoofdweg volgt al snel de volgende veelbelovende afslag. Maar ach, naar de Bachlalm gaat het alleen te voet of met een shuttlebus, zodat de ontmoeting met de tamme Alpenmarmotten niet doorgaat. Maakt niet uit, vijf kilometer verder, na een onopvallende overgang van het Salzburgerland naar Steiermark, knipperen naar links en sturen de tolweg naar de Dachstein in. Sky Walk, Eispalast en een hangbrug beloven de borden, maar eerlijk: hebben we dat echt nodig? Hoeveel tijd is er gemoeid met zulke excursies? En wat doen we ondertussen met de motoren, zomaar alleen gelaten op een parkeerplaats? Voor ons zijn 1000 cc en negen bochten omhoog naar 1700 meter al genoeg voor opperst geluk. Gratis en in het voorbijgaan zijn de imposante zuidwand van de Dachstein en de Hohe Dachstein te bewonderen. Maar liefst 2.995 meter rots ligt er te glimmen in de zon. De weg eindigt bij het dalstation van de Dachstein-gletsjerbaan. Die kan jou en zo’n zestig andere personen nog eens bijna 1000 meter hogerop brengen.

Super G-afdaling
High Noon, tijd voor een snack op de Glösalm? We weerstaan de vette hap, we zitten net zo lekker in een flow, en sturen de Dachsteinstraße liever zonder tussenstop naar beneden. Liever richten we ons op het volgende lekkernij, de zijweg die zuidelijk van het Ennstal en de 320 naar de Hochwurzen omhoog slingert. Maar voor we daar zijn, zullen we moeten afzien door de overkill aan toeristenindustrie rond Ramsau en Schladming zoveel mogelijk te negeren. Dit is vooral niet bedoeld als toeristenbashing, tenslotte zijn we het zelf ook. Voorbeeldig is in ieder geval de afwezigheid van ultragrote hotels. ‘Den Bergen so nah’, ‘Luxus des Natürlichen’, ‘Abenteuer-Zentrum’, ‘Rafting Camp’ – aan billboards met reclameboodschappen geen gebrek en er is geen trendy vrijetijdssport die hier niet wordt beoefend. Vooral het plakkaat met dikke letters ‘Auf der Rennstrecke geboren. Für die Piste gebaut’ valt op. Reclame voor de GSX-S1000 GT, de sportieve Suzuki vier-in-lijn-toersport? Natuurlijk niet, de slogan slaat op de modelrange van de Atomic Redster G/S (!). Dat zijn ski’s waarmee, zo luidt de belofte, ‘elke berg een racebaan wordt’. Met dat in gedachten drijven we de motoren, als ware we deelnemers aan de Super G-afdaling, steil naar beneden over de kronkelige L711 de vallei in.
Niet pas achter de horizon, maar al voor Schladming gaat het weer super verder. Voor professionals en hobbyracers is de Planai, de locatie voor wereldkampioenschappen en wereldbekers skiën, een ideale plek. Voor ons is dat de Hochwurzenstraße waarvoor je ‘maut’ moet betalen. Maar dan moet je er wel voor 08:00 uur zijn, want daarna is de weg voor al het verkeer gesloten. Ben je te laat, kun je altijd nog de ‘Gipfelbahn Hochwurzen’ gebruiken voor een comfortabele rit omhoog. Tenminste, zo probeert het bord bij de toegangspoort deze milieuvriendelijke alternatieve vervoerswijze aantrekkelijk te maken. Ietwat teleurgesteld door het mislukte plan zien we over het hoofd dat er iets verder naar het oosten met de Planaistraße (afslag bij het JET-tankstation aan de 320) een eveneens bochtige, alternatieve route tot 1820 meter hoogte is zonder rijtijden… In plaats daarvan voeden we bij Preunegg de fotogeheugenkaart met het bijna kitscherige bijschrift ‘Libellenblauwe Suzuki voor een houten waterrad en een betoverende bergboerderij’ en zetten dan koers naar de Bodensee. Huh? Zijn we nu volledig de oriëntatie kwijt of maken we ons op voor een voortijdig vertrek? Zeker niet.
De groeten van Anita
De bestemming is niet de Zwabische zee, maar de Steirische Bodensee, een door bossen omringd natuurjuweel tussen Hauser Kaibling en Pleschnitzzinken. De ‘Bodensee’ is bereikbaar vanaf Ruperting of Aich via een pittoreske tolweg. De tol wordt geïncasseerd door de knappe Anita, die gezelschap wordt gehouden door Emil, een eend die naast het tolhuis graast. Of ze hem niet even voor een foto op de schouder kan nemen, vraagt de auteur met een glimlach. ‘Het is geen papegaai – en als hij niet door de vos te grazen wordt genomen, is hij volgend jaar ook nog hier’, is haar geestige antwoord. Van de lieflijke Anita en haar zorgeloze bergeend krijgt iedereen de hartelijke groeten. Nu is de Bodensee volgend jaar zeker ook nog aanwezig. We hebben een dilemma te pakken: moeten we absoluut vanmiddag vertrekken voor de vijftien minuten durende wandeling van de parkeerplaats aan het einde van de tolweg naar het meer? En zoals wordt aanbevolen rond het meer wandelen om, zonder enige vermoeidheid voor te wenden, verder omhoog te klimmen naar de aangrenzende waterval? Of zullen we vanaf het zadel gewoon even naar het terras van het Seewigtalstüberl schuiven? Je voelt het al: tegen apfelstrudel met ijs en slagroom is geen kruid gewassen, vooral omdat daarna Süsses Löchl, Saukegeln en Co. lonken, de fantastische bochten van de panoramaweg Stoderzinken bij Gröbming. Als je daar dan in een van de bochten met 115 km/u letterlijk wordt ingehaald door een adrenalinejunkie die aan een van de vier parallel gespannen stalen kabels hangt en een glijvlucht maakt aan Europa’s grootste zipline. Motorfietsen lijken er al lang niet meer de coolste voertuigen in het alpine pretpark te zijn. Hoe dan ook, vanuit Rosemialm en Berggasthof Steinerhaus, uitnodigende locaties boven op de Stoderzinken, cirkelen we naar Gröbming en stuiven over de 320 razendsnel naar Radstadt. Waar we weer in het centrale Hotel Post landen en waar Gerd nog een leuke anekdote heeft om mee af te sluiten. Een schoolvriend zwoer als puber bij zijn supercomfortabele Dachstein-bergschoenen, zonder ook maar de vaagste idee van aardrijkskunde te hebben. Toen de geliefde schoenen op een gegeven moment op waren, kon hij het niet over zijn hart verkrijgen ze in de kliko te gooien. Daarom heeft hij ze maar in de tuin begraven. Of de schoolvriend, tegenwoordig ook motorrijder, dat dan ook met zijn Daytona’s (of laarzen van een ander merk) zal doen?
Foto’s: Klaus H. Daams
Reisinformatie
Heenreis
Van Rotterdam via Eindhoven, Karlsruhe en München is het goed 1050 kilometer tot het Oostenrijkse Radstadt.
Overnachten
Heel centraal ligt het Hotel Post, Stadtplatz 8/9, 5550 Radstadt, Telefoon 0043/64524306, www.posthotel-radstadt.at; voor de avondlijke afsluiter een dakterras, voor de motoren een parkeergarage. Eveneens in het hart van de stad Hotel-Gasthof Brüggler, Hoheneggerstraße 10, 5550 Radstadt, www.hotelbrueggler.at; eigen, voetgangersvriendelijke parkeergarage en individueel touradvies voor motorrijders.
Eten
Talrijke berg- en almhutten (Jausenstation) bieden onderweg lokale lekkernijen midden in de natuur. De zoete of ook hartige keuze. Vanwege de krappe tijd was er voor ons slechts gelegenheid voor een korte stop en gebak op het Seewigtalstüberl aan het einde van de panoramaweg naar de Steirische Bodensee (hopelijk binnenkort weer geopend).
Attracties
Geen angst voor vliegen? Dan kun je je aan een staalkabel met tot 115 km/u naar beneden laten storten, in een glijvlucht die 700 hoogtemeters afdaalt. Met dank aan Europa’s grootste zipline op Stoderzinken bij Gröbming, www.zipline.at. Alternatief is de Flying Coaster die met ‘slechts’ 40 km/u door het bos naar beneden de vallei inschiet, www.flyingcoaster.at. Beide zijn ook beschikbaar met een combiticket: de Mountain-Gokart, www.mountain-gokart.at. Het gevoel van een cabrio beloven de cabines van de Dachstein-gletsjerbaan, die vanaf het dalstation Türlwandhütte aan het einde van de Dachsteinstraße nog eens 1000 hoogtemeters de lucht in zweven, omhoog naar de Skywalk, hangbrug en het Eispalast; reservering wordt aanbevolen, www.derdachstein.at.
Download de route



