Lewis & Clark Trail: beter dan Route 66

Toen president Thomas Jefferson in 1804 legerofficieren Lewis en Clark op expeditie stuurde om een waterweg door het volledig onbekende Noord-Amerika naar de westkust te vinden, verwachtte hij dat ze mammoets en uitbarstende vulkanen zouden aantreffen. Wat ze vonden was niet minder verrassend. Honderden nieuwe planten- en diersoorten en landschappen die alles overtroffen wat ze kenden. En zonder het te weten effenden ze het pad voor een motorroute, die Route 66 overtreft.

Twee eeuwen geleden bestonden de VS uit maar dertien staten. Het noordwesten van nu was een witte vlek op de kaart. Daarom zei president Jefferson tegen Lewis en Clark. ‘Jongens, zoeken jullie nou eens een noordelijke waterroute naar de Grote Oceaan. En maak daar meteen een kaart van. Sluit vriendschap met de Indianen, dat scheelt later een hoop geknok. En schiet wel een beetje op, want anders zijn de Engelsen ons voor en worden we nooit een land met vijftig staten.’

‘Doen we,’ zeiden Lewis en Clark. Ze zochten 45 mannen uit die een beetje handig waren en wel zin hadden in een avontuur. In de lente van 1804 stapte het gezelschap aan de rand van de bewoonde wereld in een paar kano’s en peddelde tegen de stroom van de Missouri in naar het noorden. Eerst wilden ze de oorsprong van deze rivier vinden. Daarna moesten ze een rivier zoeken die ze naar de westkust bracht. Tot zover het Jeugdjournaal.

De ronde aarde

Ruim een jaar na vertrek uit het midden van de huidige VS kreeg de expeditie de Rocky Mountains in het vizier. Niet veel later stuitten ze op een grote hindernis: vijf enorme watervallen – ‘een majestueus groots landschap’, volgens Clark. Rond die plek ligt nu een stad met een prachtig Lewis & Clark museum: Great Falls, Montana. En dat is voor mij en mijn Goldwing het startpunt van de Lewis & Clark Trail, de route die over de weg de rivieren volgt.

Tussen Great Falls en de eerste bergrug – de Belt Mountains – ligt dertig mijl prairie. Net genoeg om iets van de weidsheid van Montana te proeven. De weg erdoorheen is zo rustig, dat ik makkelijk mijn motor op de rijbaan zou kunnen parkeren om een kudde herten te fotograferen. Erboven hangt de beroemde Big Sky van Montana. Hoe de lucht hier groter kan lijken dan ergens anders, weet ik niet echt. Misschien komt het omdat je over het land zo enorm ver kunt kijken. Het oogt zo weids dat je bijna ziet dat de aarde rond is.

Kapitale blunder

Bij de Belt Mountains pak ik de recreation road, een tweebaans hartenbreker die pal naast de Missouri loopt – glashelder ondiep water, waaruit hengelaars vis lepelen als ballen uit de soep. Eromheen liggen sappige weiden met grazend vee, coniferen en witte huisjes. Een oase, die eindigt bij een zeer nauwe rivierkloof van vijf mijl, die Lewis de ‘Gates of the Rocky Mountains’ noemde. Het waren de ‘meest opmerkelijke kliffen’ die hij ooit had gezien. Maar het was ook een plek om een kapitale blunder te maken. Lewis en Clark hadden hier recht op de Rocky Mountains af moeten gaan, waar een makkelijke doorsteek was. In plaats daarvan bleven ze de Missouri volgen, die hier naar het zuidoosten stroomt. Goed voor een omweg van 400 mijl en een verloren maand. Maar ik vind het best, want Montana kan me niet lang genoeg duren.

Ratelslangen en treiterinsecten

Tachtig mijl verder kregen ze de volgende kans om een misser te maken. Bij Three Forks splitst de Missouri zich namelijk in drie gelijkwaardige rivieren. Na enig geruzie kozen ze de goede, de rivier die nu de Jefferson heet.

Officieel begint de Missouri hier – de tweede rivier van de VS. Daarom vind je hier het kleine Missouri Headwaters State Park, waar drie wandelingen van honderd meter langs instructieve tekstborden zijn uitgezet – Amerikanen haten lange wandelingen. Leuk om hier even rond te struinen, totdat je bijna op een ratelslang gaat staan. Van schrik spring ik een meter of vier de lucht in en kom op mijn kont in het gras terecht. En dat zit vol met treiterinsecten die het geluid van een ratelslang kunnen imiteren. Het bewijst maar weer eens dat de natuur fascinerend is, maar dat je haar alleen vanaf asfalt moet bekijken. 

Lewis en Clark waren de eersten die melding maakten van de prairieratelslang. Ook de grizzly beer, rode vos, coyote, de poema, zeeotter, havenzeeleeuw en ruim honderd andere noordelijke diersoorten werden voor het eerst wetenschappelijk omschreven door de expeditie.

Buitenaards leven

Via doodstille wegen waarlangs vroeger duizenden bizons graasden en nu zwarte koeien en Amerikaanse antilopen, kom ik tegen zonsondergang aan op de ranch van cowboy Dan. Ik krijg een huisje met een stoffig weggetje erbij, een hond die Abby heet, een telefoonpaal met een buizerd erop en een open haard. Tot middernacht zit ik op de patio in een schommelstoel onder vijf triljard sterren en ouwehoer met Dan over alles wat hier in de prairie voorbij komt. Koeien, herten, ratelslangen en aliens from outer space. Pardon? Jawel, het barst van de UFO’s in Big Sky Country. Alleen al rondom Great Falls zijn er sinds de jaren vijftig meer dan honderd meldingen binnengekomen. Waarom buitenaards leven liever hier landt dan in bijvoorbeeld Zoetermeer, kan ik niet met zekerheid zeggen, maar het heeft vast iets met de dromerige verten van Montana te maken.

Cowboylandschap

Is dat nou niet eenzaam, daar in een hutje op de prairie? Ach, dat valt zo mee. Dat komt omdat cowboy Dan dichtbij het stadje Dillon woont en daar zijn de mensen toch zo aardig! Vanmorgen ben ik meteen na het koeienmelken weggereden om er te tanken en dan snel op pad te gaan. Maar dat kun je hier vergeten. Doorlopend spreken de mensen je namelijk aan op straat. Eerst een klant van het tankstation, daarna Ray van de kassa, de vrouw van de bookstore, een ranger (‘Have you seen a dead moose?’), het hield maar niet op. Anderhalf uur later verliet ik het stadje pas. Met een glimlach van oor tot oor.

Baja California, Mexico: Zingend door de woestijn

Elf mijl na Dillon rijd ik de dam van het Clark Canyon Reservoir op, waar het eerste deel van de expeditie eindigde. Het water werd te ondiep en Lewis en Clark wilden hier de bergen over, bij de Lemhi Pass. Tot hun grote opluchting ontmoetten ze vlakbij voor het eerst indianen, Shoshones, van wie ze paarden kochten. Na de eerste landschappelijke schermutselingen volgde de Horse Prairie. ‘Omringd door golfachtige bergen vormt deze vlakte een van de allermooiste die ik ooit zag,’ schreef Lewis in zijn dagboek. Tweehonderd jaar later is er op de weg en enkele ranches na, eigenlijk niets veranderd aan het cowboylandschap. Helemaal authentiek wordt het als ik de voet van de 2247 m hoge Lemhi Pass oprijd. Hier houdt het asfalt op en kom ik op een licht verbeterde versie van het stofpaadje dat de indianen gebruikten. Ben ik verdorie zomaar aan het offroaden met mijn Waterbuffel! Deze gedachte geeft me klammere handen dan de weg zelf, want die valt eigenlijk best mee.

Diepe teleurstelling

Na dertig mijl slingeren door het stof bereik ik de top en eigenlijk meer dan dat. Hier loopt namelijk de Continental Divide, wat betekent dat het rivierwater ten westen van deze lijn uiteindelijk in de Pacific terechtkomt. Iets ten oosten van de top vond Lewis de meest afgelegen waterbron van de Missouri, een wat drassig plekje waaruit ijskoud water sijpelt. De mannen gingen eromheen zitten en dronken ervan. Na ruim een jaar knokken tegen de reusachtige rivier, hadden ze hem eindelijk klein gekregen. Maar deze triomf kon een gevoel van diepe teleurstelling niet onderdrukken. Aan de westkant van de Divide lagen namelijk bergen, bergen en nog eens bergen, waar ze op vlak land hadden gehoopt. 

Ik ga naar beneden, Idaho in. Hier wordt de onverharde weg hobbeliger en steiler. Er komt zo weinig verkeer langs dat er een coyote oversteekt en ik bij windstil, zonnig weer een omgewaaide boom van de weg moet rapen. Aan het einde van vijftig mijl dirtroad stuit ik op de Tendoy Store, een plattelandswinkeltje. Achter de toonbank staat  – al 58 jaar – oma Agnes. Ze is zo oud dat ze Lewis en Clark bijna persoonlijk heeft gekend en bovendien was ze vroeger geschiedenislerares. Alles wat ik maar wil weten en nog veel meer vertelt ze me. Ze laat haar museumpje van krantenknipsels zien en ze loopt naar buiten om historische plekjes aan te wijzen  Bovendien kan ik bij haar tanken en batterijen, cola en een broodje kopen. Als het vrijdagavond was, kon ik er ook nog een optreden van een countryband zien. Als je in Idaho niet voor eeuwig in je hart wilt sluiten, moet je niet stoppen bij de Tendoy Store.

79 mile winding road

In de Lemhi rivier, die vlak langs de winkel loopt, zagen Lewis en Clark zalm zwemmen.  Zalm stilde niet alleen de honger, maar betekende bovendien dat dit water in open verbinding met de Pacific stond. De indianen van wie ze paarden hadden gekocht, temperden echter de vreugde. De rivier zou snel veel te wild worden om te bevaren. De bergen oversteken was hier helemaal onmogelijk. Er zat niets anders op dan een – oogverblindende – voetreis van ruim honderd mijl naar het noorden te maken om bij Lolo eindelijk een pad naar het westen te vinden.

Ik ben nog maar net op de weg langs deze Lolo Trail gekomen of een bord geeft aan dat me 79 mile winding road te wachten staat. Een zwaar understatement. In werkelijkheid staat me de langste bergweg te wachten die ik ook heb gereden. Tweehonderd mijl langs de Lolo Creek door een benauwend, dichtbegroeid dal. Steeds als ik na de volgende bocht verwacht een open vlakte aan te treffen, slaan nieuwe bergen de deur weer dicht. Lewis en Clark legden de route hier te paard af op een pad boven me. De eindeloosheid van het dal maakte ze totaal radeloos, te meer omdat hier op niet veel meer te jagen viel dan een paar eekhoorns. Na elf dagen kwamen ze ziek en verzwakt de donkere bergen uit, vlakbij de grens van de huidige Washington State. Hier vonden ze een indianenstam die ze volop van voedsel voorzag.

Klukkluk en Winnetou

Vooral in Idaho rijd ik regelmatig door een gebied waar indianen wonen. Dat is vrij makkelijk te herkennen. Niet alleen door de aanwezigheid van casino’s (typische indianenbusiness, door de overheid gestimuleerd), maar vooral door de gigantische klerezooi rondom de huizen en door verkeersborden met de tekst: ‘Please don’t drink and drive’. Het blijft tobben met de oorspronkelijke bewoners van Amerika. Volgens sommigen komt dat omdat de indianen geen role-model hebben. De kracht van Witte Veder, Klukkluk en Winnetou is uitgewerkt. Dat waren bovendien alleen voorbeelden voor indianen uit de polder en Duitsland.

Maar ik weiger vooralsnog indianen te zien als drankzuchtige losers. Voor mij zijn het nog altijd de helden uit mijn kindertijd, ook al zeiden ze niet veel meer dan ‘uch’. Daarom zoek ik al een tijdje naar een kunstvoorwerp dat door indianenhanden is vervaardigd. Een hippe totempaal of zo. In een arts & crafts winkeltje bij Orofino kom ik eindelijk wat tegen. Een soort talismannen met ringetjes en veertjes. Eerlijk gezegd vind ik ze niet zo erg kunstzinnig. De verkoopster is het met me eens. ‘Maar je moet ook niet te veel verwachten. Ze zijn gemaakt door de mensen van de state prison voor indianen. Wilt u er een kopen?’

Daar moet ik nog eens lang over nadenken.

Billen en decolletés

Voorbij Orofino werd het leven voor de expeditie een stuk gemakkelijker. De Rockies waren achter de rug, de rivier werd steeds groter en voedsel was geen probleem meer. Op de grens van Idaho en Washington lijken Lewis en Clark elkaar dan ook voor eeuwig een hand te hebben geven. Hier liggen namelijk de steden Lewiston en Clarkston gebroederlijk naast elkaar, verbonden door een brug. Erna begint een heerlijk boerenlandschap van hoge, met graanvelden bedekte heuvels, gevolgd door een vlakke wijnbouwstreek. Net als Lewis en Clark denk ik dat het grote spektakel nu wel voorbij is. Tegen het licht van de ondergaande zon in tuf ik tevreden langs druivenranken en appelgaarden naar Kennewick, een grote stad waar ik vanavond maar eens samen met mijn buddy Wiser naar een bluescafé ga.

Toerisme Duitsland: Pfalz, reisje langs de wijn!

Hoe een mens zich kan vergissen, zie ik als ik ’s morgens over de oevers van de Columbia rijd. Mijn verwachting was een soort Rijn aan te treffen die kalm naar de Pacific stroomt. In plaats daarvan tref ik een rivier van soms drie mijl breed aan, die kloven van soms honderden meters diep heeft uitgehouwen. Elke veertig mijl tovert de Columbia een totaal ander landschap tevoorschijn. Voor mijn gevoel ga ik achtereenvolgens door Noord-Noorwegen, de woestijn van Nevada, langs de Grand Canyon en het Gardameer. Erachter zie je heel lang de besneeuwde top van Mount Hood (3429 m), ertussen liggen megagrote dammen, wijnhellingen en bergen die uit dijen, billen en decolletés lijken te bestaan. Dat laatste komt waarschijnlijk omdat ik te lang van huis ben, maar ik bedoel maar. De hoogtepunten van de Lewis & Clark Trail liggen niet alleen achter me, maar net zo goed hier. En dan bevindt zich aan het einde van de canyonrit ook nog eens een hippe wereldstad: Portland, Oregon, thuisbasis van Nike en geboorteplaats van The Simpsons.  

Welk een vreugd!

Na Portland ben ik bijna opgelucht dat de route me een uur lang over een duffe snelweg loodst. Eindelijk kan ik iets doen waar ik al die dagen niet aan toegekomen ben: vijftig mijl achter elkaar doorrijden. Stoppen voor foto’s, uitzichtpunten en informatiebordjes over Lewis & Clark hoeft nu even niet.

Bij Longview komt de L&C Trail weer aan de noordoever van de Columbia, langs  zachtaardig heuvelend groen. Twintig mijl voor het einde riep Clark uit: ‘Oceaan in zicht! Oh, welk een vreugd!’ Feest bij de mannen dus, want het einddoel leek bereikt. Maar eigenlijk keken ze nog steeds naar de riviermonding, zo enorm breed is de Columbia hier. Door noodweer zouden ze pas negen dagen later, op 15 november 1805, werkelijk de kust bereiken.

Een klein probleempje

Om te overwinteren besloten ze op de zuidoever van de Columbia een houten vesting te bouwen die elke scholier hier kent: Fort Clatsop. In het vroege voorjaar van 1806 begon hiervandaan de terugreis. Als helden werden ze een half jaar later laaiend enthousiast onthaald in St.Louis, Missouri. Iedereen verkeerde namelijk in de veronderstelling dat ze allang dood waren.

Precies tweehonderd jaar later stap ik af bij het Fort Clatsop National Memorial, dat voor Amerikanen op dezelfde hoogte staat als Mount Rushmore of het Vrijheidsbeeld. Een groots einde van een grootse tocht. Met camera’s om mijn nek loop ik opgewonden naar de kassa van het bijbehorende museum en om een toegangkaartje voor het fort te kopen.

‘Uhm, tja, we hebben een klein probleempje met het fort,’ zegt de man achter de toonbank. ‘Het is vorig najaar tot de grond toe afgebrand. Een ongelukje met de open haard. We zijn nu halverwege met de bouw van een nieuwe replica. Maar u mag best een fotootje maken van de bouwstelling, hoor.’

Da’s nou jammer. Maar een klein smetje kan de Lewis & Clark Trail makkelijk verdragen. Van de duizend mijl die ik heb gereden, was meer dan negentig procent absoluut schitterend. En dat kun je van maar heel weinig historische routes zeggen. Eat your heart out, Route 66.

Met dank aan Eaglerider en Travel Oregon

Mautic Tags

MotorNL Nieuwsbrief

Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief of aanbiedingen en blijf iedere week op de hoogte van al het nieuws, motortests, leuke routes of aanbiedingen.






Hierbij geef ik toestemming om me via email, met de informatie die ik in dit formulier opgegeven heb, nieuwsbrieven te sturen.

Uitschrijven kan op elk moment, onder iedere nieuwsbrief staat onderaan een link om uit te schrijven. We hebben je privacy hoog in het vaandel, onze privacy policy is op de website te lezen. Als je dit formulier instuurt, dan ga je akkoord met de voorwaarden genoemd in de privacy policy.


Over de auteur

Misschien vind je dit ook interessant?