dinsdag 16 april 2024

Toerisme Duitsland: Ostalgie aan de Oostzee

De Duitse Oostzeekust is prachtig mooi en nergens saai. Met dank aan keizers, bruinhemden, partijbonzen, spionnen en maîtresses. Bovendien beschikt het over een achterland dat door de jaren heen vooral met rust is gelaten. Opwindend eenvoudig en vol vergeten stuurterrein. Los gehts!

Links en rechts van de Autobahn glooit het landschap en ik ben het zielloos rechtdoor rijden ondertussen knap beu. Afslag. Stoppen. Ik tik mijn bestemming in op de navigatie – Güstrow, het eigenlijke beginpunt van mijn route – en kies voor ‘bochtige wegen’. En die krijg ik. Door een land dat ooit grensgebied was tussen oost en west. Verboden terrein. Voor vreemden alleen met toestemming toegankelijk.

Ik stuur de BMW R1200GS Adventure door bossen, over landerijen, langs beken, rivieren en meren. Hoewel de val van De Muur al meer dan dertig jaar geleden is, heeft Mecklenburg-Vorpommern het gat met het westen nog altijd niet gedicht. En volgens de experts gaat dat voorlopig ook niet gebeuren. De verwachting is dat de streek straks een kwart minder bewoners heeft dan in DDR-tijden.

Het goede nieuws: veel ongerepte natuur, boeiende geschiedenis en spannende wegen voor de motorrijder. Bovendien heeft het verval een zekere nostalgische charme. De gevels zijn niet opgepoetst voor meneer en mevrouw de toerist, maar dragen de sporen van het leven.

Zelfs in Güstrow, dat enige bekendheid heeft dankzij de kunstenaar Ernst Barlach, is het stil. Zonder enig oponthoud rijd ik de motor naar het kleine marktplein voor koffie en een regionaal broodje bij de bakker. Uitkijkend op de pastelkleurige huizen, lees ik het verhaal van Barlach, die door het Naziregime buitenspel werd gezet. Zijn beelden en tekeningen verdwenen uit musea en de openbare ruimte. En hij mocht niet meer exposeren.

Jagdschloss Bellin is een van de talrijke landhuizen in het achterland
Jagdschloss Bellin is een van de talrijke landhuizen in het achterland

Rijmodus op Enduro

Vanuit Güstrow rijd ik de Mecklenburger Seenplatte op, een licht golvende streek met meer dan duizend meren in alle vormen en formaten. Dit fraaie landschap is 12.000 jaar geleden ontstaan tijdens de laatste ijstijd. De huizen en gebouwen zijn niet overal even mooi. Onder het DDR-regime ging functionaliteit boven schoonheid.

De wegen, bossen en meren maken alles meer dan goed. De route slingert, klimt, daalt, wendt en keert. Niet agressief, maar lekker losjes. De natuur is hier nog niet geofferd aan het toerisme, maar leidt een rustig bestaan in de luwte. Bovendien is alles minder gladgestreken dan in het westen. Wegwijzers ontbreken en het asfalt is op sommige plekken zo vaak gerepareerd dat de rijmodus op Enduro moet om grip te houden.

Staand op de steps rijd ik door tunnels van groen. Met één oog gericht op de verte en eentje op de meters voor me om de ergste gaten in het wegdek te ontwijken. Tot het betere stuurwerk wordt beloond met een mooie serene plek zoals kasteel Ulrichshusen, één van de tweeduizend kastelen en landhuizen die Mecklenburg-Vorpommern telt. Het kasteel kent een roerige geschiedenis van brand, wisselende machthebbers, oorlogen en wederopbouw. Tegenwoordig kun je er slapen.

Onbekend en Onbemind: Ostfriesland

Ik blijf in het zadel en volg de navigatie door een verstilde omgeving. Links zie ik het Gutshaus Kummerow met zijn afgebladderde gevel, daarna volgt het verborgen gehucht Hohenbüssow met kerkje, theatertje, schooltje. Mijn favoriet: een weg van kasseien door het bos.

Stille wegen in het achterland van de Oostzee
Stille wegen in het achterland van de Oostzee

De natuur op de Mecklenburger Seenplatte is ongerept en geweldig. Voor ons motorrijders meer dan genoeg, alleen kun je er als bewoner niet van eten. En dat is te zien aan sommige dorpen die ik passeer, met lege straten en slechts een handvol winkels dat overleeft. Soms voel je het verlangen naar de DDR-tijd, toen iedereen tenminste werk had.

Bij Jarmen volgt de route de vallei van de Peene. Het water mondt uit in de Peenestrom, het Achterwasser en uiteindelijk de Oostzee. Als ik het water oversteek, zie ik rechts de resten van een oude hefbrug, die het vasteland tot de Tweede Wereldoorlog verbond met het eiland Usedom, in de negentiende en begin twintigste eeuw de luxueuze badkuip van welgesteld Berlijn. De bovenklasse bouwde hier hun villa’s en strandhuizen. Een groot deel is nog altijd te zien.

Keizers en maîtresses

Op Usedom neem ik meteen de afslag richting de vuurtoren van Karnin. Het is fijn gas geven over landweggetjes die loom in de zeewind liggen. Er gaat een afslag naar Swinemünde, dat na de Tweede Wereldoorlog in Polen kwam te liggen en sindsdien Swinoujscie wordt genoemd. Hier werden in 1824 de eerste badgasten ontvangen.

Ik rijd de grens over voor een snelle ronde door de stad. Onmiskenbaar Oostblok, waarbij niet zoveel rekening is gehouden met de oude glorie van de villa’s. Russische investeerders pompen nu miljoenen roebels in vijfsterrenhotels aan de promenade met veel glim en glans, en weinig oog voor historie.

Dat ligt aan de Duitse kant van de grens gelukkig anders. Zo is in Ahlbeck de houten pier zorgvuldig gerestaureerd, worden in Heringsdorf en Bansin strandhuizen in oude luister hersteld en zijn in Zinnowitz panden bij wet beschermd. Met de hand van het gas stuur ik de BMW R1200GS door statige lanen. De rijke geschiedenis druipt er van de façades. Geld en schoonheid.

Vervallen poortwoning
Vervallen poortwoning

De faam van Usedom trok beroemdheden naar de Oostzee, zoals Strauss, Tolstoi en de gebroeders Mann, die er hun jarenlange ruzie bijlegden. En dan is er nog keizer Wilhelm II die zijn jacht in Swinemünde had liggen en wel heel graag en heel vaak ‘op de thee’ ging bij Elisabeth Staudt… Deze affaire zou tegenwoordig goed zijn voor een afzettingsprocedure, maar hoorde destijds bij het leven aan het hof. Het huwelijk was een politieke of zakelijke afspraak, de liefde hooguit een prettige bijkomstigheid.

Oorlogen maakten aan deze hoogtijdagen een eind en tijdens de DDR-periode was Usedom vooral een vakantiekolonie voor het volk, althans, het volk dat zich netjes had gedragen. Bij gebrek aan goede alternatieven voor een strandvakantie, was het er altijd druk.

Vergeltungswaffen

Als ik vroeg in de ochtend via de prachtige Bergstrasse vol villa’s naar het noorden rijd, is er van drukte geen sprake. Het is stil en rustig. Ook op het traject naar Peenemünde, dat tijdens de Tweede Wereldoorlog was afgesloten van de buitenwereld omdat hier het wonderwapen van de Duitsers werd gebouwd: de V2. Het deel van de fabriek dat de oorlog overleefde, is als museum te bezoeken. De ontwikkeling van het Vergeltungswaffen 2 stond onder leiding van Wernher von Braun, die ondanks het bloed aan zijn handen later uitgroeide tot een beroemdheid in Amerika. Hij was de belangrijkste man in het raketprogramma dat in 1969 de eerste mens naar de maan bracht.

Peenemünde V2, Foto HTMP
Peenemünde V2, Foto HTMP

Zoveel mooier is het stadje Stralsund. Over een wegdek van steentjes rijd ik door straten met stijlvolle kleurrijke gevels. Koffie met een broodje aan de vishaven en daarna de brug over naar Rügen, het grootste eiland van Duitsland. De GS kan op de Sport-stand en de bochtige wegen knallen onder de rubbers door. De bomen aan beide kanten van de weg vliegen voorbij en geven het gevoel van nog meer snelheid. Er is nauwelijks ander verkeer, zodat ik de bochten lekker scherp kan aansnijden.

Remmen in het dorp Putbus met een wonderlijk rond plein. En weer door. Naar het badplaatsje Binz en het dorp Prora, bekend om het megalomane kuurhotel dat de Nazi’s hier in de jaren dertig uit de grond stampten: Kraft durch Freude – Seebad Rügen. Dat de wereld het gevaar nog niet in de gaten had, bleek wel tijdens de Wereldtentoonstelling van 1937 in Parijs, toen dit project een prestigieuze prijs won.

Lekker rijden hoor, op Rügen. De krijtrotsenkust van Cap Arkona is helaas alleen met een toeristentreintje te bezoeken. Of illegaal door de verbodsborden te negeren. Ik kies voor de middenweg, vermijd de echte kaap, maar neem de onverharde boerenpaden die af en toe uitzicht bieden op zee. Het ruwe terrein is Gefundenes Fressen voor de GS. Met een stofwolk op mijn hielen rijd ik door het noordelijkste puntje van Rügen en daarna over strak asfalt terug naar het vasteland.

Stralsund, vishaven in de Oude Stad
Stralsund, vishaven in de Oude Stad

Afluisterapparatuur

De route volgt nu de kustlijn van de Oostzee. Natuur, water, leuke dorpen. Dit is het Nationalpark Vorpommersche Boddenlandschaft. De kust is er wel in geslaagd om zich te ontwikkelen. Elk jaar komen er meer gasten. Aan het haventje van Zingst eet ik een Fischbrötchen, dat ik recht vanaf de boot koop. Keuze genoeg, maar ik neem een Bismarck Hering, specialiteit van de streek.

Het is een uitdaging om zo dicht mogelijk langs de kust te blijven rijden. Soms gaat het vanzelf, soms met de ergernis van een doodlopende weg en rechtsomkeert. De zon staat laag als ik de ferry neem naar Warnemünde, de badplaats van Rostock waar in 1882 de kenmerkende Strandkorb werd uitgevonden, de rieten standstoel met kap die je overal aan de Oostzee ziet.

Ik zwerf door de straten van Warnemünde en parkeer de GS uiteindelijk voor Hotel Neptun, een betonbunker uit de jaren zeventig. Het werd bezocht door een bijzondere mix van Oost-Duitse partijleden en Westerse VIP’s, politici en zakenlui. In de volksmond werd Neptun ook wel het Stasi-hotel genoemd, naar de beruchte veiligheidsdienst. Niet gek, want een deel van het personeel werd door de Stasi geleverd en de kamers hingen vol met afluisterapparatuur.

De stad uit, de natuur in. Het duurt niet lang meer tot de zon is verdwenen. Mijn hotel ligt rechts van de weg, maar ik trakteer mezelf op een bonus: een paar kilometer bochten rijden in de ondergaande zon.

Stay tuned

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en mis nooit het laatste nieuws! Onze nieuwsbrief wordt iedere week op dinsdag (bij veel nieuws) en donderdag verstuurd.


Gerelateerde artikelen