Toertocht Finistère, Frankrijk: het begin van een eiland

Het departement Finistère, helemaal in het noordwesten van het Bretonse schiereiland, werd door de Romeinen ooit beschouwd als het einde van de wereld: Finis terrae. Een ruige kuststreek met hoge kliffen, adembenemende uitzichtpunten en prachtige zandstranden. Daarnaast zijn er levendige vissershavens en serene kerkhoven. Deze mix blijft ontdekkingsreizigers op motorfietsen tot op de dag van vandaag fascineren.

Bij het ontwaken is het meteen duidelijk: ik ben aan de kust. In Morlaix, waar Katrin en ik het noordelijke deel van Finistère willen verkennen op onze reisenduro’s. Gisteren, tijdens onze aankomst, hebben we al wat landschappelijke lekkernijen gehad: de bochtige kustweg Corniche de l’Armorique bij Locquirec, het rotsachtige schiereiland Pointe de Primel en, très pittoresque, een kleine scheepsbegraafplaats in Plougasnou, waar de verrotte kotter Kalinka zijn laatste dans op de golven allang achter zich heeft gelaten. Uiteindelijk arriveerden we aan de oevers van de Morlaix, overschaduwd door het 62 meter hoge treinviaduct.

Toertocht Franse Ardennen: een fijne motorbestemming

Krijgshaftige eilandvesting

Zondagochtend. Na een formidabel ontbijt in Hôtel de l’Europe verlaten we met de Himalayan en Africa Twin de D769 Morlaix. De routekaart staat vol met een lange lijst locaties die we moeten zien, van de schilderachtige eilandvesting Château du Taureau tot de Circuit de Enclos. En de zee? Die is gewoon verdwenen, maar dat is voor ons precies goed. Tussen 10:44 en 15:10 is het Île Callot vandaag bereikbaar met een halfdroge band vanuit Carantec. Daarna overspoelt het tij de smalle dam naar het charmante eiland. Hoogtepunt daarna is de 78 meter hoge spits van de Chapelle Notre Dame du Kreisker in Saint-Paul-de-Léon, de hoogste toren van Bretagne. Maar nu richten alle smartphones zich op de naburige kathedraal Saint-Paul-Aurélien, waar feestelijk geklede kinderen zich na hun eerste communie verzamelen, als een kudde witte schaapjes. Een foto voor het nageslacht.

Na een kort bezoek aan Roscoff, de veerhaven naar Engeland, slaan we af naar het achterland, gekenmerkt door groenteteelt, met rijpende artisjokken en komkommers in de velden. We zijn altijd op zoek naar een leuk café of kasteelterras, maar helaas: Château de Kérouzére, Château de Kerjean, Château de Kergornadeac – overal worden alleen onze hongerige ogen gevoed. Terug aan de kust stuiten we in Plouescat op de stenen sculptuur van een zeepaardje. De wandeling naar de nabijgelegen Allée Couverte de Guinirvit, een structuur van prehistorische megalieten, slaan we over; dat kan immers ook natte voeten opleveren naast doorweekte T-shirts. ‘Vissen zijn de barometer van onze kaart’ staat er in de etalage van La Corniche in Brignogan-Plage. En wie zich daar niet wil laven met ambachtelijk bereide mosselen, langoustines of garnalen: het uitzicht vanaf het restaurantterras op de turquoise baai is al verleidelijk genoeg. Nauwelijks ansichtkaartwaardig, drie baaien verder ligt de Phare De Pontusval; dus vaarwel vuurtoren en we nemen de D770 zuidwaarts.

Bruisende pub

Eindelijk kunnen de motoren vrijuit rijden. Bijzonder mooi is de kronkelige D712 tussen Landerneau en Landivisiau, parallel aan de vrolijk door het groen murmelende rivier Élorn. Dan ineens het bord: Circuit des Enclos Paroissiaux. Geen racetrack zoals het Le Mans Circuit, maar een aanwijzing naar een reeks omheinde parochies. Een eigen, mystieke wereld, ongeacht de Bijbel. Kenmerkend voor de door muren omgeven complexen zijn naast de kerk, de triomfboog, het ossuarium en de Calvaire, een meer of minder complete, in steen gegoten weergave van het lijdensverhaal. Een van de bekendste ensembles staat in Lampaul-Guimiliau, het volgende in Saint-Thégonnec. Daar blijven we even hangen met R1-coureur Sebastian, TDM-rijder Philipp en FS-studente Sophie, waarmee we praten over God en de met benzine doordrenkte wereld. In Morlaix leren we in de bruisende pub Ty Coz de hardrockband Them Crooked Vultures kennen. Jammer genoeg niet live, maar alleen uit de luidsprekers.

Bij het afscheid van Morlaix komen we, geen sprookje, het meisje in de fles tegen – een van de vele graffiti die de stad siert. Van het flessenpost-meisje, de ‘Message in the bottle’, rijden we naar de volgende streetart, de met fijne grijze penseelstreken geschilderde D769 richting Huelgoat. Even pauzeren we in het 300 zielen tellende dorp Lannédern, de meest afgelegen Enclos Paroissiaux van deze tour, waar een eenzame houten adelaar met uitgespreide vleugels de preekstoel verlevendigt. Als alternatief voor het betere vogelperspectief staan we op de kale Mont Saint-Michel de Brasparts, met uitzicht op het Réservoir de Saint-Michel en de in 1982 gesloten kerncentrale Brennilis. Daarna volgt een perfecte landing in Douarnenez, onze locatie voor het tweede deel van de reis.

Morbide motieven

Motorwissel, wat ons beiden zeer tevreden maakt. Ook een verandering in het landschap. Als een drietand steekt het schiereiland Crozon in het zuidwesten van Finistère de Atlantische Oceaan in, met op de voorste punt Camaret-sur-Mer. Daar trekt onze necrofiele inborst ons naar de Cimetière de Bateaux, een begraafplaats van afgedankte schepen. Bij vloed liggen de verrotte spanten als morbide motieven in de klotsende zee. Maar bij eb krijg je een heel ander perspectief terwijl je over het gladde zeewier naderbij glibbert: bolvormige rompen van verrotte planken boven je, groen uitgeslagen roerbladen, roestige schroeven en ankerkettingen. Het is een bijzondere plek met ooit mooie schepen, maar het voelt ook wel een beetje ongemakkelijk. We vermijden een depressie met een korte pitstop aan de Quai Gustave Toudouze, de culinaire kilometer van Camaret-sur-Mer. Is dit het bewijs dat de ooit grootste langoustine- en vishaven van Frankrijk tegenwoordig vooral zijn euro’s met toerisme verdient? Maar ach, wat maakt het uit. Ook in het zuiden houdt de routekaart ons bezig. En afgezien daarvan, de kliffen van de Pointe de Penhir, de megalieten van de Alignements de Lagatjar en het bunkermuseum kunnen we nu nog intensiever verkennen.

We gaan verder over de D355, omzoomd door zuidwestelijke stormen gebogen bomen. De weg leidt door het natuurpark Armorique naar de Pointe des Espagnols met uitzicht op Brest. Ergens daarachter in de baai liggen de vier atoomonderzeeërs van de Franse marine.

‘Och man, waar is al dat water toch gebleven?’ Je vraagt het je vast af wanneer je bij Kerloch in een bocht op de D8 een panoramisch uitzicht op de baai van Dinan krijgt voorgeschoteld. Tja, de getijden. In ieder geval is er gelegenheid voor een eenvoudige maaltijd uit de meegenomen lunchbox. Excusez-moi, Ménez Hom, dat we je, de meest bezochte berg van Bretagne, links laten liggen. We rijden door en koersen naar ons kwartier Hotel de France in Douarnenez, met restaurant L’Insolite waar de exquise menu’s van Gaël Ruscart al op ons wachten.

Bulderend schouwspel

De volgende dag staan de Côte de Cornouaille en drie andere markante highlights op het programma. Onbetwist op plaats 1 is de Pointe du Raz. Dit is een ongeëvenaarde magneet, zowel voor vakantiegangers als, tragisch genoeg, voor ontelbare schepen. Die zijn hier in de verraderlijke getijdenstromen gestrand en vergaan op de getande riffen voor de klif. Net zo spectaculair, gescheiden door de legendarische Baie des Trépassés (Baai van de Overledenen), steekt de Pointe du Van in de zee. Wil je live zien hoe met schuim bedekte golven onvermoeibaar tegen de granieten bastions beuken, als een roedel grommende pitbulls – of witte haaien – die voortdurend brokken uit de rotsen scheuren? Dat kan, maar dan moet je wel vrij zijn van hoogtevrees of autofobie (de intense angst om alleen te zijn). Parkeer je motor stevig om omvallen te voorkomen en wandel door mooie heidevelden naar het einde van de wereld. De beloning is een bulderend schouwspel vanaf zo’n 70 meter boven de afgrond. Enigszins bibberig rijden we naar de derde plek op het erepodium, de Pointe de Penmarc’h.

Ongeveer 20 kilometer van de geplaagde Pointe du Raz tref je direct aan de D784 de fijne zandbaai Plage du Loch, waar je heerlijk ontspannen in zee kunt plonsen. Om daarna te winkelen in het stadje Audierne dat zich om de monding van de Goyen heeft geslingerd. Nadat we bij Plozevet de offroad-vaardigheden van de Africa Twin kort hebben kunnen testen, toont crêperie Le Rayon Vert in Plomeur wat ze voor lekkers op de plaat heeft bakken. Verderop, achter de duinen, speelt een handvol kitesurfers met de wind en de golven.

Toertocht Verdun, Frankrijk: toeren tussen oorlog en vrede in Noord-Frankrijk

De figuren van de Calvaire de Notre-Dame de Tronoën, helemaal aan de zuidrand van de Baie d’Audierne, zijn door het weer zwaar getekend en in details nauwelijks nog te herkennen. Over hen waakt in Penmarc’h de 65 meter hoge vuurtoren Phare d’Eckmühl, die zijn knipperende signalen vijftig kilometer ver door de nacht zendt. Wilskrachtige bezoekers kunnen de 307 traptreden naar de koepel bestijgen, wat de polsslag behoorlijk opjaagt. Opstijgen is een peulenschil voor Larus marinus. ‘Die mantelmeeuw daarboven op de mast van de Kavellig keek me zo mooi aan dat ik hoopte dat ze naar me toe zou komen. Maar ze had waarschijnlijk andere dingen te doen,’ lacht Katrin tijdens een kort bezoek aan de haven van Guilvinec. Daar wilden we eigenlijk een van de meest turbulente visveilingen meemaken, maar nu ontmoeten we slecxhts een zwijgzame homo piscator die de visnetten aan boord van zijn L’Atlantique controleert.

Veel drukker is Concarneau, de laatste halte van onze must-see-lijst. Als een drijvende vesting ligt in de vissershaven het autovrije La ville Close. De oude stad wordt door een muur omgeven en is alleen over een smalle brug bereikbaar. In plaats van het bolwerk te bestormen, is vandaag een afscheidsfoto voor de zware verdedigingstoren en de zonnewijzer voldoende. Zoals de oude Romeinen al wisten: ‘Tempus fugit velut umbra’ – De tijd vergaat als de schaduw. En die dwingt ons onverbiddelijk om met de terugreis te beginnen, wat het einde van vier volle dagen in het Finis terrae aankondigt. Penn-ar-Bed, de Bretonse naam voor Finistère, betekent trouwens niet einde, maar het begin van de wereld.

Foto’s: Klaus H. Daams


Reisinformatie

Heenreis
Van bijvoorbeeld Rotterdam is het via Antwerpen, Lille en Le Havre ongeveer 900 kilometer tot Morlaix; terug vanaf Concarneau en via Rennes ongeveer 1.000 kilometer.

Noord-Finistère

Overnachten
Grand Hotel De L’Europe, 1 Rue d’Aiguillon, F-29600 Morlaix, Telefoon +33/298621199, www.grandhoteleurope.fr. Stijlvolle ambiance, fijne ontbijtkamer, zeer kleine eenpersoonskamers; openbare parkeerplaats, ook voor motoren, 100 meter verderop.

Eten
Les Retrouvailles (Chez Gaby), 2 Plage du Kelenn, 29660 Carantec; uitfluglocatie direct aan het zandstrand. La Corniche, Rue de la Corniche, 29890 Plounéour-Brignon-plages; vis en zeevruchten, terras met uitzicht op de baai. Ty Coz, 10 Venelle Beurre, 29600 Morlaix; sfeervolle bistro met alternatieve cultuur, kleine gerechten- en grote bierkeuze.

Bijzonderheden
Eenmaal bij eb door de zee rijden (of lopen) naar de Île Callot – en op tijd weer terug; zie getijdentabel ter plaatse.

Zuid- Finistère

Overnachten
Hotel de France, 4 Rue Jean Jaurès, F-29100 Douarnenez, Telefoon +33/298920002, www.lafrance-dz.com. Topadres voor fijnproevers is restaurant l’Insolite, parkeren in de binnenplaats.

Eten
La Moussette, 23 Quai du Grand Port, 29100 Douarnenez; trendy ontmoetingsplek aan de haven Port du Rosmeur. L’Athanor, 1 Rue Henri Barbusse, 29100 Douarnenez; origineel, Spaans getint etablissement. Le Rayon Vert, La Pointe de la Torche, 29120 Plomeur; crêperie, recht tegenover de duinen, daarachter surfers.

Bijzonderheden
In het laatste weekend van juni ontmoeten duizenden motorrijders elkaar bij de kapel van de Notre-Dame-de-Rocamadour in Camaret-sur-Mer voor de motorrijderspelgrim Penn-ar-Bed.


Download de route Finistère, Frankrijk

Lengte: 696 km
Reisdagen: 4

Stay tuned

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en mis nooit het laatste nieuws! Onze nieuwsbrief wordt iedere week op dinsdag (bij veel nieuws) en donderdag verstuurd.


Gerelateerde artikelen