Toertocht Frankrijk: topbestemming Elzas

We vinden het vaak te ver voor een weekend en te dichtbij voor een week, want dan rijden we liever naar de Alpen. Maar waarom eigenlijk? Op de grens van de Vogezen en het laagland van de Rijn stuurt het geweldig over milde bergpassen, door prachtdorpen en droomlandschap. On y va en los geht’s!

Col des Pandours. Je kunt een rit door de Elzas slechter beginnen. Met zo’n 670 meter hoogte is het geen reus, maar de bochten zijn fantastisch rond. Het is een kwestie van insturen, door de bocht kijken en op tijd weer gas geven. Klassiek. Bovendien rijd je grotendeels langs beboste hellingen zodat je niet wordt afgeleid door het uitzicht. Rijden, rijden, rijden. Honderd procent.

Wat ondertussen opvalt zijn de namen. Schneeberg, Hirschfels, Wolfsthal, maar ook Rocher Neveu en La Table des Géants. Huh, wat is het nou, Duits of Frans? En om het nog wat ingewikkelder te maken, passeer ik ook de ruïnes van Château du Grand-Ringelstein… Het is de erfenis van eeuwenlang getouwtrek tussen Duitsland en Frankrijk. Met de Fransen als winnaar.

Toertocht Franse Ardennen: een fijne motorbestemming

Rijden over de flanken van de Vogezen. In de wetenschap dat ik straks zal afdalen naar het golvende landschap van de wijngaarden van de Elzas. Maar voorlopig zijn er nog wat passen af te vinken. Eerst de afdaling van de Col des Pandours met een paar heerlijke haarspeldbochten erin. Daarna even uitbollen door een handvol dorpen en wat valleitjes die door bergbeken in het landschap zijn gesleten.

Hand van het gas en rondkijken. Naar het kleinschalige landschap en de eerste gekleurde huizen met vakwerk. Mooi. Voorbij Villé schuif ik weer wat naar voren in het zadel omdat de Col de Fouchy zich aankondigt. Het is het bekende recept. Met 607 meter niet hoog, maar een feest om te rijden. Inclusief enkele superstrakke lussen in het wegdek. De zijkanten van het rubber opzoeken. Altijd fijn.

Het zijn van die trajecten waar je geen genoeg van krijgt. Ik besluit dan ook om mijn route een beetje aan te passen. Nog wat extra kilometers op de rand van het massief blijven rijden, de afdaling naar de wijngaarden uitgesteld. Met eerst de Col Haut de Ribeauvillé (744 m) en de Col de Fréland (832 m) als toegift.

Kom eten, kom proeven

De afdaling eindigt in het centrum van Kaysersberg, één van de talrijke prachtige dorpen en stadjes van de Elzas. In tegenstelling tot sommige andere dorpen kan ik met de motor tot in het centrum komen. Parkeren op het pleintje, een ronde wandelen langs de fraaie gevels en pauze op een terras. Hoewel de wolken de zon de baas zijn, weet hij de boel toch voldoende op te warmen.

Met een koffie in de hand kijk ik naar de zorgvuldig gerestaureerde vakwerkgevels. Ze hebben verschillende kleuren die vroeger ook een betekenis hadden. Zo verwees een rood huis vaak naar wijnbouwers, was groen de kleur van de boeren en vertelde blauw dat er een ambachtsfamilie woonde. Daarnaast zijn er veel aardetinten. Gewoon omdat die het meest voorhanden waren.

Terug in het zadel volg ik de loop van Le Walbach, een slingerweg naar Trois Épis en de Rue des 5 Châteaux, die, de naam zegt het al, langs vijf kastelen voert (of wat daar nog van over is). Drie kasteeltorens domineren het decor van het dorpje Husseren-les-Châteaux dat met de Vogezen in de rug ligt en met de wijngaarden aan de voeten.

Ik verlaat er even het asfalt om een zandpad dwars door de wijngaarden te nemen. Op gevoel. Links, rechts, links, rechts. Af en toe staand op de steps om het pad af te tasten op kuilen en gaten. Uiteindelijk beland ik als vanzelf weer op de route van de navigatie die me naar Eguisheim brengt, één van de topbestemmingen in het wijnland.

In Eguisheim lukt het me niet om met de motor tot in het centrum te rijden. Het is grotendeels voetgangersdomein of voorbehouden aan bestemmingsverkeer. Ik zoek een plek in de schaduw van een gebouw aan de doorgaande weg en wandel een rondje door het dorp dat in ringen rondom het centrale plein ligt. Klassieke uithangborden dingen naar de gunst van de bezoekers. Kom wijn proeven, kom uitgebreid eten, kom streekproducten kopen en neem een Bretzel mee voor onderweg. Eguisheim hoort tot Les Plus Beaux Villages de France (club van mooiste dorpen van Frankrijk) en dat is meer dan terecht. Er zullen er nog een aantal volgen op deze route.

Het terrein wordt steeds vlakker. Tot ik de verdedigingswallen van het vestingstadje Neuf-Brisach bereik. Standplaats voor vannacht.

Kunst onder de grond

Rustig rijd ik Neuf-Brisach binnen. Ik ga wat rechterop zitten en volg het rechthoekige stratenpatroon naar mijn hotel. Het geluid van de motor, toch niet al te zwaar, weerkaatst tussen de gevels. Parkeren, even een glas op het terras en dan op ontdekking, want dit is één van de twaalf vestingsteden van architect Sébastien Le Prestre de Vauban die samen op de Unesco Werelderfgoedlijst staan.

In de avondzon wandel ik langs bastions, muren en een ingenieus systeem van drie verdedigingslinies. Aan alles is gedacht. Zo is er vanaf het eventuele slagveld niets van de stad zelf te zien. Die ligt ingegraven. En er zijn allerlei tunnels, sluiproutes en trappen die alleen bekend waren bij de verdedigers. De grootste verrassing is echter van nu: het MAUSA Vauban Musée d’Art Urbain et du Street Art. Tal van beroemde graffiti-artiesten en straatkunstenaars hebben schilderingen en kunst gemaakt in de ondergrondse kazematten. Soms met een dieperliggende betekenis over liefde en vrede, soms als protest, soms gewoon mooi.

Toertocht Verdun, Frankrijk: toeren tussen oorlog en vrede in Noord-Frankrijk

Een dag later rijd ik vroeg het stadje uit. Iets buiten de wallen passeer ik een gehucht dat La Petite Hollande heet. Het verwijst naar de Nederlandse soldaten die er gehuisvest waren toen ze begin achttiende eeuw hebben meegebouwd aan de vesting. Ze werden door de Fransen ingehuurd voor hun kennis en ervaring.

Rijden op de rand van Frankrijk. Een paar kilometer naar het oosten ligt de Rijn, de huidige grens met Duitsland. Een deel van het platteland staat hier soms onder water. De vlakte brengt me langzaam terug naar het heuvelachtige landschap van de wijngaarden. Met Riquewihr, Hunawihr en Bergheim liggen er nog drie van de ‘mooiste dorpen’ op de route. En ja, ze zijn allemaal prachtig. Het gekleurde vakwerk, de bloemen, de luiken, fonteinen, bronnen. Bijna te veel van het goede. Misschien dat de imperfectie van Saint-Hippolyte, met hier en daar een afgebladderde gevel, daarom juist zo goed voelt. Het geeft het dorp iets menselijks.

Gas geven buiten Husseren-les-Châteaux.

Spectaculair

Tik, tik, tik. Ik laat de motor door de versnellingen lopen op weg naar Château du Haut-Koenigsbourg, één van de absolute blikvangers van de Elzas. Lekker doorrijden tot onder de muren van het negenhonderd jaar oude kasteel. John Howe, de artdirector van de Lord of the Rings-films, gebruikte het als inspiratie voor zijn Citadel of Minas Tirith. Ik ga niet naar binnen, maar drink koffie op het panoramaterras dat over het land uitkijkt. Daarna weer lekker sturen omlaag.

Er staat nog een laatste stop gepland: de abdij van Hohenbourg, een klooster uit de achtste eeuw en sindsdien geliefd bij pelgrims. Het heiligdom ligt spectaculair op de rand van een rotspartij, hoog boven de vlakte van de Rijn. Zoals alle kloosters werd het tijdens de Franse Revolutie eigendom van de staat, waarna het in de negentiende eeuw door de kerk werd teruggekocht en in ere hersteld.

Uit het zadel. Lopen langs kapellen, heiligen, het uitzicht en het verhaal van de heilige Odilia, die er wordt aanbeden. Allemaal goed, mooi, fijn. Maar ik wil terug op de motor voor het laatste stuk van de rit, dát is voor mij de ware pelgrimstocht.


5 x Afstappen

1. Eguisheim

Van de ‘mooiste dorpen’ de meest bijzondere. De straten liggen in een ringvorm rondom de kerk en het kasteel. Minder drukbezocht dan Riquewihr.

2. MAUSA Vauban

Als je één museum bezoekt, neem dan deze in Neuf-Brisach. Tientallen werken van bekende streetartkunstenaars vormen samen één groot kunstwerk in de Unesco-kazematten van Vauban.

3. Château du Haut-Koenigsbourg

Van alle kastelen is dit de meest imposante en waarschijnlijk ook het drukst bezocht. Je kunt het bezoeken, maar alleen de rit naar boven en het uitzicht zijn al voldoende.

4. Le Musée rhénan de la moto

Oké, oké, nog een museum, maar alleen als je de tijd hebt om nog wat zuidelijker af te dalen naar Bantzenheim. Te zien zijn meer dan honderd machines van merken als Ravat, Radior, Terrot en Hercules.

5. De boulangerie

Lunchen in Frankrijk is een serieuze zaak. Liever kort uit het zadel? Dan is de boulangerie de redding. In de wat grotere plaatsen zijn deze ook na 12.30 nog open.


Reisinformatie

De bestemming
Vertrekpunt Saverne ligt op iets meer dan vijfhonderd kilometer vanaf Utrecht. Aanrijden kan via België of Duitsland. Het laatste stuk gaat in beide gevallen over Saarbrücken. In reistijd ontloopt het elkaar weinig.

Overnachten
Wij sliepen in Neuf-Brisach tussen Colmar en Mulhouse, een vestingstadje met een eenvoudig maar sympathiek hotel: Aux 2 Roses. Behulpzaam personeel, goede keuken en een fijn terras in de binnentuin. De motor stond recht voor de deur op straat, want pas de problème. alsace2roses.com

Eten en drinken
Een mix van Frans en Duits. Met Flammkuchen of Tarte Flambée als specialiteit. Het is een soort pizza maar dan met crème fraîche op de deegbodem in plaats van kaas. En uiteraard wordt er veel wijn geschonken. Liever bier? Dat zit dankzij de Duitse invloed ook goed. Inclusief tal van lokale ambachtelijke brouwerijen.

Informatie
france.fr


Download de route Elzas, Frankrijk

Foto’s: Hans Avontuur

Stay tuned

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en mis nooit het laatste nieuws! Onze nieuwsbrief wordt iedere week op dinsdag (bij veel nieuws) en donderdag verstuurd.


Gerelateerde artikelen