Toertocht Kaapverdië: over de steentjes van Santo Antão

De weg die vanuit Porto Novo de bergen in gaat, is geplaveid met zes miljoen kasseien van basalt. Het snelheidsrecord zal ik op Santo Antão niet gaan breken. Is maar goed ook, want op het Kaapverdische eiland kijk je je ogen uit. Op zeeniveau én op de bergpassen tussen bijna 2000 meter hoge pieken.

Motor huren op Santo Antão. Dat het kan, is misschien wel de grootste verrassing. Maar Luxemburger Georges, getrouwd met een Kaapverdiaanse, heeft twee Brixton Felsberg 125cc-machines staan. Cool Oostenrijks design, Chinese productie. Of ik mijn motor wil afhalen bij restaurant Chez Cibel, eten we meteen wat samen. Dat belooft laat te worden…

Vanuit mijn hotel loop ik door wat stoffige straten naar het restaurant, dat voluit Churrascaria Cibel blijkt te heten. Ook Antonio schuift aan, een Italiaanse motorrijder die al een week op het eiland is, evenals twee expats: Zwitser Jérôme, die gin maakt, en Fransman Yann, die een hotelletje verderop heeft.

Nog voor het eten is besteld, staan er al vijf stevige caipirinha’s op tafel. Terwijl we de formaliteiten afwerken en ik cash betaal, doet Georges me nog wat tips cadeau over mooie wegen en uitkijkpunten. Maar ik heb mijn plan al gemaakt. Ik wil het hele eiland zien. Keuzestress over de maaltijd is er in de tussentijd niet. Vlees of vis luidt de vraag. Beide aangekleed met rijst en groente. Helemaal goed.

Terwijl er nieuwe caipirinha’s worden aangerukt – ik sla over – vertellen expats Georges, Jérôme en Yann over hun ervaringen in Kaapverdië. Gemene deler: het is er fantastisch, maar je moet je wel aanpassen, meebewegen. Het is Afrika tenslotte. Alles kost tijd. Als je daar niet om kunt lachen, word je gek.

‘Neem de documenten die ik moest overleggen voordat ik mijn motoren mocht verhuren’, lacht Georges. ‘Die gingen ter goedkeuring van Porto Novo naar de eilandhoofdstad Ribeira Grande, vervolgens naar regiohoofdstad Mindelo op São Vicente en daarna naar de nationale hoofdstad Praia op het eiland Santiago. En daarna weer dezelfde weg terug.’

Voor ik terug naar mijn hotel ga, heeft de Italiaanse motorrijder Antonio nog wat bemoedigende woorden voor me: ‘Schrik niet van het wegdek dat vooral uit steentjes bestaat. Het stuitert en doet, maar dat went. Na twee dagen kon ik er vooral de charme van inzien. Bovendien heb je op dat wegdek aan 125 cc meer dan genoeg. Enjoy, want het eiland is schitterend.’

Toerisme Noord-Macedonië: in de ban van de Balkan

Sturen op de tast

Met de stem van Antonio in het achterhoofd rijd ik een dag later over de oudste weg van het eiland: van Porto Novo twintig kilometer binnendoor naar Ribeira Grande. Goed voor zes miljoen kasseien van basalt, op Santo Antão gedolven en steen voor steen aangelegd in 1958. Het gaat vanaf zeeniveau bijna direct omhoog. Krullend door steeds steiler terrein. Adem in.

Het is even wennen aan de Brixton Felsberg 125 cc. Met 11,4 pk en 9,7 Nm voelt de vintagestijl motor meer als een grote brommer. En zo stuurt hij ook. De bocht doorkijken, insturen en laten gaan, heeft geen enkele zin. Het is lekker ouderwets handwerk. Zeker met het rechte, brede stuur. De boel stevig in de knuisten houden en door de bocht duwen dus. Niks mis mee.

Eenmaal hoog boven de kustvlakte wordt het karakter van São Antão meteen duidelijk. Aan de ene kant is het zonnig en droog, aan de andere kant hangen dikke wolken en – zo zie ik straks – is de wereld weelderig groen. Het duurt niet lang of ik rijd dwars door de nevel. Sturen op de tast. Een tikje mysterieus. Op advies van Antonio neem ik een zijweg naar Pico da Cruz voor overweldigend uitzicht. Maar dat sterft in de mist. Terug dus. Tussen kuilen en kippen door naar de hoofdweg.

Helemaal op de top tik ik de Cova-krater aan. Of beter gezegd, ik kijk recht in wat ooit de krater was. De vruchtbare bodem is bedekt met akkers. Rondom staan de rechte wanden die de gewassen beschermen tegen de wind. Het mooist is echter de afdaling die volgt naar Ribeira Grande. Wow, wow, wow. De hemel opent zich en ik rijd door een wereld van hoge pieken, diep uitgesneden dalen, scherpe bochten, vergezichten met aan de horizon af en toe een glimp van de Atlantische Oceaan.

Uitkijkpunt op de vallei van Garça.

Wuivend suikerriet

Pauze in Ribeira Grande, de hoofdstad van het eiland met minder dan vijfduizend inwoners. Bij ‘5 de Julho’, het leukste barretje van de stad, is de koffie op… De eigenaar stuurt me door naar Bellcantoo, want daar hebben ze ook een echte koffiemachine. Vanaf het terras bestudeer ik het dorpsleven. Het pleintje is het epicentrum van het stadje. Busjes en deeltaxi’s rijden af en aan.

Rondje Ribeira door het historische centrum en daarna richting Ponta do Sol op de uiterste punt. In de haven liggen kleine kleurrijke vissersboten. Op de kade wordt de vangst gesorteerd, verkocht en deels al gefileerd. Voor het keerpunt moet ik nog wat kilometers door: Fontainhas. Antonio had niks te veel gezegd. De kleurrijke huizen van het kleine dorp lijken te zweven boven valleien vol exotisch groen. Parkeren en even genieten van het uitzicht.

De route overtreft alle verwachtingen en heeft nog een toegift in huis, de weg die achter het kustgebergte door naar Cruzinhas voert. Het traject klimt, daalt, maakt bochten. Links en rechts van de weg zie ik mango, papaja, banaan en wuivend suikerriet, waar ze hier hun fameuze grogue van maken, een borrel die vaak wordt gemengd met zoete sappen van het eiland. Het zorgt voor een goedje dat verraderlijk makkelijk wegdrinkt.

Die avond slaap ik in het Mamiwata Ecovillage met huisjes die balanceren op een richel boven zee. Mijn balkon heeft twee luie stoelen, het beste uitzicht en de muziek komt van de golven die breken op het keienstrand beneden. De zee. Voor de Kaapverdianen is die nauw verbonden met het gevoel dat ze hier sodade noemen, een blend van melancholie, weemoed, heimwee en verlangen.

Kaapverdië is een land van immigranten. Sommigen uit vrije wil, anderen gedwongen. Toen de Portugezen in de vijftiende eeuw hun eerste steunpunt op de eilandengroep bouwden, was het land onbewoond. De historie en de ligging op 600 kilometer uit de Afrikaanse kust brachten Europeanen, Afrikanen en Zuid-Amerikanen naar de archipel. Ze waren tot elkaar veroordeeld en op elkaar aangewezen.

Motorreis India: woestijnrit in Rajasthan

Mini-man in mega-land

Rustig aan doen werkt het best op Santo Antão. ‘No stress’, zoals de Kaapverdianen graag zeggen als ze hun land aanprijzen. Ontdekken boven perfecte bochten snijden. Volgens dat principe stuur ik de Brixton de vallei van Xoxo in en die van Paúl, bekend om zijn hikes. Doorrijden tot het echt niet verder kan. Omgeven door hoge rotswanden. Afstappen, bij de rivier kijken, wat eten in een restaurantje met groente en fruit van de eigen akker. Veel beter wordt het niet. Hoewel Santo Antão slechts veertig kilometer lang en twintig kilometer breed is, kun je op standje ‘nieuwsgierig’ dagenlang rijden. Je moet het alleen niet erg vinden om soms dezelfde route heen- en terug te nemen.

Aan de steentjes ben ik ondertussen gewend. Gewoon af en toe even op de steps gaan staan en het lichaam op de armen laten rusten. Alleen een deel van de kustweg tussen Porto Novo en Pontinha is geasfalteerd. Daar glijden de kilometers eventjes ouderwets gemakkelijk weg. Ik was bijna vergeten hoe dat voelt. Ik kom er op het asfalt ook meteen achter dat de Brixton een dikke voorband heeft. En hoe je daarmee stuurt.

Tijdens mijn dagen op Santo Antão raak ik steeds meer gehecht aan het rijden over de steentjes. En aan het authentieke gevoel dat je daarbij krijgt. Dat geldt ook voor de doorsteek naar de andere kant van het eiland, dwars door het droge deel van het gebergte. De route voert over een spectaculaire bergpas die hoger en hoger gaat met afstekers naar prachtige plekken zoals Alto Mira.

Voorbij het gehucht Girio doet het landschap er nog een schep spektakel bovenop. Hoger, steiler, grootser, droger en steniger. Ik voel mezelf en de Brixton een paar maatjes krimpen. Mini-man op een mini-motor in een mega-land. Oh, en had ik al gezegd dat ik de weg urenlang bijna voor mezelf heb? Aan de andere kant van de pas daal ik af tot het niet verder meer kan: Chã Branquinho, een handvol huizen op de bodem van een vallei die in zee uitkomt. Een man beklimt met twee ezels een bijna kaarsrechte bergwand aan de overkant van de kloof. Hij kan daar nooit tegenop. Oh, hij kan daar wél tegenop…

Kaarsrechte rotspunten

Als je hier, letterlijk aan het eind van de wereld, wordt geboren, kunnen Trump, Poetin en de hele mikmak je gestolen worden. Hier zijn de elementen je vriend of vijand. Wind, droogte en regen maken uit of de oogst zal slagen en of je voldoende te eten hebt. De wereld gereduceerd tot de kern van het bestaan.

Ik keer de Brixton om en verheug me op de bergpas terug naar Porto Novo en nog een afsteker naar kustplaats Tarrafal. Het is heerlijk rijden. De laagstaande zon strooit met glinsterende stralen over het wegdek en links zie ik de kaarsrechte smalle rotspunten die verspreid op een helling staan. Op de heenweg had ik ze volledig gemist.

Vanaf de top laat ik de motor rustig omlaag rollen. In Girio ga ik een laatste keer uit het zadel om een colaatje te scoren bij een klein winkeltje aan de kant van de weg. De dop is amper van het flesje of ik ben omringd door vrolijke bewoners. Een oude baas begint een enthousiast verhaal in het Creools. Geen idee waar het over gaat. Het enige woord dat ik versta, is iets dat als motor klinkt.

We lachen het taalprobleem weg. No stress, zegt een meisje. Geen speld tussen te krijgen!


Reisinformatie

Kaapverdië bestaat uit tien eilanden. Santo Antão hoort tot de noordelijke archipel. Voor de zeil- en stoomschepen was de eilandengroep een belangrijke stop op routes naar Azië en Zuid-Amerika. Voor de bevoorrading en voor de handel. Vooral Santiago speelde een grote rol in de slavenhandel. In 1975 werd het land onafhankelijk onder een socialistisch bewind. Het duurde tot 1990 voor de eerste democratische verkiezingen werden gehouden.

Heenreis
Santo Antão is niet per vliegtuig bereikbaar. Om er te komen, vlieg je met TUI (direct) of TAP Air Portugal (via Lissabon of Porto) naar buureiland São Vicente en neem je vanuit Mindelo de dagelijkse ferry. De overtocht kost ca. 27 euro p.p. retour.

Combi-reis
Omdat je altijd via São Vicente moet, is het leuk om beide eilanden te combineren. Vooral de hoofdstad Mindelo is een fijne standplaats, met onder meer een sfeervol centrum, mooi zandstrand en veel te zien en te doen. Je kunt het verblijf zelf regelen of via een specialist zoals riksjatravel.nl

Motorhuur
Thalyna Adventure Company verhuurt twee Brixton Felsberg 125 cc-motoren. De huur bedraagt € 45 per dag, plus eventueel € 5 voor een helm. Eigenaar Georges is bezig om zwaardere motoren aan te schaffen waar je beter met twee personen op kunt. Voor solorijders is 125 cc voldoende.

Slapen
Mamiwata Eco Village in Cruzinha, verschillende huisjes op een unieke plek boven zee. Het is een van de meest comfortabele onderkomens op Santo Antão. Prijs vanaf ca. 95 euro per nacht, mamiwata-ecovillage.com; Quinta Cochete, aan de prachtige bergpas over Girio, met zicht op de reusachtige krater van Ribeira das Patas. Comfortabel onderkomen met zwembad en zes kamers in een boerderij. Prijs vanaf ca. 84 euro per nacht, quinta-cochete.com; Porto Novo, in dit dorp komt de veerboot aan, maar blijven weinig mensen slapen. Toch is het een fijne centrale plek en het plaatsje heeft prima voorzieningen. Accommodatietips: Casa de France en Residencial Nova Cidade.

Meer informatie: visit-caboverde.com


Download de route Kaapverdië

Lengte: 268 km
Reisdagen: 4

Foto’s: Hans Avontuur

Uitblazen aan het strand van Mindelo op buureiland São Vicente.

Stay tuned

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en mis nooit het laatste nieuws! Onze nieuwsbrief wordt iedere week op dinsdag (bij veel nieuws) en donderdag verstuurd.


Gerelateerde artikelen