Aan zee smaakt vis het beste. Aan de kust van het Zuid-Hollandse Oostvoorne serveert restaurant Duinrand zeewierchips en zeewierworst. Maar ik wil geen hippige niemendalhapjes, ik wil kibbeling. Echte kibbeling is gemaakt van kabeljauw, traditioneel van de wangetjes. Da’s prijzig spul, dus wordt er vaak mee gesjoemeld, door goedkope witvis in een laagje paneer te frituren. Bij C-Vis & Co (het duurde even voordat het kwartje viel) zijn ze er eerlijk in. Bij deze kwaliteitsviszaak kun je twee soorten kibbeling bestellen. De goedkope variant bevat koolvis, de iets duurdere echte kabeljauw. En die smaakt zoals kibbeling hoort te smaken.
Kapsalon
Voorne-Putten is een eiland en wordt dus omringd door water. Dankzij Nederlandse weg- en waterbouwkunde heb ik geen hinder van al dat water. Vanaf Oostvoorne tuf ik eerst over dijkwegen boven open boerenland en bij Brielle volg ik de zigzaglijnen rond de muren van die voormalige vesting.
Niet al ons eten rolt van Mora’s lopende band. Limburgs zoervleisj, Amsterdamse kroket, Groningse eierbal of Rotterdamse kroepia… Overal in Nederland heb je etenswaren die lokaal geliefd zijn. Die worden niet altijd in het hele land populair. Kapsalon wél. Een Kaapverdiaanse kapper in Rotterdam bestelde meer dan twintig jaar geleden steeds bij de Turkse snackbar El Aviva die calorieënbom van patat, shoarma en gesmolten kaas. Een verkoopshit was geboren.
Het moet wel lekker zijn, maar ook leuk blijven. Op de motor rij ik liever niet door druk stadsverkeer. Die kapsalon ga ik dus ergens anders proeven. Het Google-balletje rolt en blijft liggen bij… Restaria Nieuwveld in Poortugaal.
Toertocht Noord-Holland: van Oer-IJ tot Hollands Kroon
Frituur ligt onder vuur. Want snacken is ongezond. Snacken is zondig. Vanwege het ‘stigma’ van de snackbar, zijn er ook andere namen ontstaan, zoals ‘restaria’ of ‘lunchroom’, om zo’n zaak een chiquer imago te geven. Bij Restaria Nieuwveld staat dus kapsalon op de kaart. Of tenminste: een Poortugaalse interpretatie daarvan. Dat mag natuurlijk. Hier wordt dat oer-Hollandse fusiongerecht niet geserveerd in een aluminium bak met plastic vorkje, maar netjes op een bord met echt bestek, kleurig en misschien zelfs gezond met sla, tomaat, champignons en gebakken uien.
Poortugaal ligt op het eiland IJsselmonde, waar ik met enig zoeken ook fijne stuurweggetjes onder de banden weet te krijgen. Voor ultieme stuurpret is het zaak de bebouwde kommen in dit dichtbevolkte deel van Nederland zo veel mogelijk te vermijden. Over de Noord ligt het open land van de Alblasserwaard. Daar heeft de fijnproever de keuze uit meerdere heerlijke stuurwegen. Ik opteer voor ’n korte route naar Kinderdijk en pak daar de pont naar Krimpen aan de Lek. Langs die slingerende rivier gaat het pal oostwaarts.
Potterstoofvlees
Onder Utrecht wordt het weer eventjes druk op de weg, maar via Nieuwegein duik ik de Kromme Rijnstreek in en pik daar de rustige Lekdijk weer op.
Wat is het verschil tussen een snackbar en een cafetaria? Bij een snackbar denk ik aan een eettent waar kant-en-klaar voedsel uit de vriezer in de frituur wordt gekieperd. Een cafetaria besteedt volgens mij meer aandacht aan het eten en prepareert dat voor een deel ook zelf. Het Oude Raedthuys in Cothen valt duidelijk in de tweede categorie.
Eigenaar Nick van der Linden verzint steeds weer iets speciaals. Toen Langbroek, Cothen en Wijk bij Duurstede vijfentwintig jaar één gemeente waren, zette hij de Langbroekse snoeshaan, Cothense peer en Wijkse knakker op de kaart. Op het menu staan specialiteiten als burgers met vorstelijke, bestuurlijke of burgerlijke namen en Hollandsche Maesters, genoemd naar schilders als Vermeer en Mondriaan. Wie zulke gerechten op de kaart zet, kan zich er niet met half werk van afmaken. Dat doet Nick dan ook niet. Het Oude Raedthuys werd al eerder uitgeroepen tot beste snackbar van de provincie Utrecht. Maar Nick kijkt verder. Hij is vastbesloten om de beste snackbar, pardon cafetaria, van Nederland te worden. En dat zou hem nog best eens kunnen lukken denk ik, als ik de Ereburger en een portie Potterstoofvlees van hem proef.
Kwarteltongetjes
Bij Wijk bij Duurstede verandert de Lek in de Nederrijn. Daar herinneren gedenktekens eraan dat dit de grens was van het Romeinse Rijk. Op de oever aan de overkant loerden de barbaren op de zegeningen van de Romeinse beschaving. De Romeinse militair en kroniekschrijver Plinius de Oude beschreef in 50 na Christus de situatie boven de Romeinse rijksgrens van de Rijn. ‘Daar bewoont armzalig volk op opgehoogde stukken grond. Rond hun hutten vangen ze vis die bij eb in de modder achterblijft. Het is voor hen niet mogelijk om kuddes te houden en te leven op melk. Ze kunnen zelfs niet op wilde dieren jagen.’
Wat denken ze wel, die spaghettivreters, om onze eetgewoontes te bekritiseren? Wat vraten ze zelf dan? Kwarteltongetjes of gefermenteerde vissaus? Jakkes! Toegegeven, die Romeinen hebben mooie wegen aangelegd, de Via Appia enzo. Maar wij hebben de Via Frituria, dwars door Nederland. En hadden die Romeinen ooit zo’n mooi waterwerk kunnen maken als het stuw- en sluizencomplex van Amerongen? Dat dacht ik niet.
Zo’n tachtig kilometer rijd ik over de Lekdijk op met de rivier. Hier zwaaien we elkaar adieu en klim ik het binnenland in. De Utrechtse Heuvelrug presenteert zich zonder valse bescheidenheid met kloeke namen. Bergweg, Ossenberg, Overberg en Amerongse Berg passeren de revue. Daar pik ik de Slaperdijk op die de heuveltjes van de Gelderse Vallei volgt.

Bamibal
De route van Otterlo naar Hoenderloo en verder langs de Hoge Veluwe naar Deelen is een genot om te rijden, ook vanwege de frisse boslucht die door de helm waait. Bij Otterlo pak ik een paar stukjes onverharde weg mee door het bos. Boslucht maakt hongerig. Gelukkig brengt de Triumph mij vlotjes naar Velp, waar automatiek Beursken op mij wacht. Wat was er eerder: de nasibal of de bamischijf? Beursken doet niet moeilijk en presenteert trots, uit de automatiek of over de toonbank, al sinds 1958 hun wijd en zijd vermaarde bamibal. Honger maakt rauwe bonen zoet, maar deze jongen is écht lekker! Zo lekker dat ik er meteen nog maar eentje achteraan schuif, want op één bal kun je niet rijden.
Na nog ’n stukje Veluwezoom ligt aan de overkant van de IJssel de Achterhoek te wachten. De enorme toeter van de schoorsteen kan niet voorkomen dat het op het Marktplein van Terborg naar frituurolie ruikt. Net zo lekker als tweetaktwalm. Ook de rood-witte keet van snackkar Hollman is een vleugje nostalgie. Want de ouderwetse frietkraam verdwijnt uit het straatbeeld. De kramen die er nog staan, verkopen vaak streetfood met een uitheemse etnische herkomst: denk aan de Vietnamese loempia. Want ook de goeie, ouwe loempia verdwijnt met de sluiting van het ene traditionele Chinees-Indische restaurant na het andere. Maar bij snackkar Hollman is de menukaart nog geruststellend ouderwets.
| Meer weten over fastfood-eten? |
| De Nederlandse fastfoodgoeroe Ubel Zuiderveld schreef verschillende boeken over frituur in Nederland. Het fotoboek *De Frietkraam* brengt een ode aan de uit het straatbeeld verdwijnende frietkramen. *Nationaal Snack Handboek* is hét ABC voor de smulpaap, van Aardappel tot Zuurvlees. Meer informatie en bestellen: www.ubelski.nl |
Patatje pikante kip
Laatste snackhalte voor de grens! Winterswijk heeft een ruime keus aan snackbar-cafetaria’s, waaronder Cafetaria-Eetmakerij ’t Pelkhuisje. Ook eigenaar Laurens Tenbergen verzint graag regelmatig aparte snacks bij bijzondere gelegenheden. In de winter patatje spruitjes of patatje snert (met saus van extra dikke erwtensoep), bij Formule 1 de Max Bak (frikandel in de vorm van ’n racewagen) of tijdens de Zwarte Cross patatje modder (met dikke zwarte saus). Op het vaste menu staat een indrukwekkende lijst schnitzels, genoemd naar Winterswijkse buurtschappen. Maar Laurens laat me een andere specialiteit proeven: patatje pikante kip in jamalla-saus. Om mijn vingers bij af te likken, de voerbak gaat helemaal leeg. Aldus gesterkt maak ik nog een extra slinger rond Winterswijk, waar de Achterhoek voor motorrijders op zijn mooist is. Lege wegen, veel bos. Smullen langs de weg, smullen op de weg.
Zo dicht tegen Duitsland aan smaakt een schnitzel het beste. In De Lindeboom bakt de kok de schnitzel weer anders, niet platgewalst en dichtgepaneerd maar gewoon een mooi stukje vlees met een rits garnituur in bakjes eromheen. De Lindeboom is dan ook een heus hotel-restaurant. Wat als voordeel heeft dat ik na de maaltijd niet meer op de motor hoef te stappen, maar direct uit de oergezellige eetzaal, via een afsluitend drankje op het terras aan de grote tuin in een bedje kan rollen.
De smulpaleizen
| C-Vis & Co | www.cvisenco.nl |
| Restaria Nieuwveld | www.restarianieuwveld.nl |
| ’t Oude Raedthuys | www.hetouderaedthuys.nl |
| Automatiek-cafetaria Beursken | www.beursken.nl |
| ’t Pelkhuisje | www.pelkhuisje.nl |
Download de route smulroute Nederland
Lengte: 326 km

Foto’s: Michiel van Dam


