24 Horas de Montjuïc: afzien in Barcelona #terugblik

De oorsprong van de langeafstandsraces – bedoeld om de betrouwbaarheid van de motoren aan te tonen – ligt in Frankrijk, dat nog steeds de basis levert voor het wereldkampioenschap met jaarlijks twee races: Le Mans en Paul Ricard. Buiten Frankrijk waren er wedstrijden in Spanje en België en in eigen land de 24 uur van Oss. Die laatste race werd verreden onder de paraplu van de NMB, waardoor de internationale toppers daar niet aan de start mochten komen. Al schijnen er wel ooit enkele Italianen onder een pseudoniem te hebben gereden.

De zwaarste race uit de geschiedenis was ongetwijfeld de wedstrijd in Barcelona. Er werd gereden op het 3.791 meter lange stratencircuit op de berg Montjuïc. Deze baan werd in de periode 1951-1976 twaalf keer gebruikt voor de Spaanse GP. Ook trad de Formule 1 eraan, maar dat geschiedde slechts vier keer.

In 1955 werd de eerste “24 Horas” verreden. Geestelijk vader was Paco Bultó, de man die in 1944 Montesa had opgericht en in 1958 de grondlegger van Bultaco was. Er werd die eerste keer met standaard seriemotoren gereden. Het winnende duo Juan Soler Bultó en Josep Maria Llobet reed 510 ronden (1.936 km) met een Montesa Brío 125. Twee jaar later ging de zege naar twee Italianen op een Ducati Sport 125, die bijna 300 km meer aflegden. Eén van beide rijders was de nu 93-jarige Bruno Spaggiari, die jarenlang actief was en in 1972 bij de eerste 200 mijl van Imola met winnaar Paul Smart zorgde voor een Ducati één-twee. Daarna reed het winnende team altijd op zwaardere motoren.

Vijf unieke Indians uit de collectie van Hans Devos: iconische motorfiets historie

De endurance werd altijd begin juli verreden. Dat betekent dat het dan overdag minimaal 30 ºC is en dat vrijwel altijd de zon schijnt. Echt weer om helemaal niets te doen, de schaduw op te zoeken met een verfrissend drankje in je hand, maar zeker niet uitnodigend om 24 uur te gaan racen. Met dergelijke temperaturen is het zwaar om te racen, zeker omdat het ’s nachts niet veel afkoelt. Wat “Montjuïc” helemaal zwaar maakte was het tijdschema. Waar de Franse etmaalraces om drie of vier uur ’s middags beginnen, werd er in Barcelona pas om acht uur ’s avonds gestart. Je had dan al een lange, warme dag achter de rug. Al vrij snel na de start viel de duisternis in. Als het ’s morgens weer licht werd, was de race nog niet eens halverwege! Omdat er met teams van twee coureurs werd geracet, betekende dit dat elke coureur zo’n twaalf uur in touw was. In de nachtelijke uren reed een coureur vaak twee beurten achter elkaar, zodat zijn kompaan iets langer kon rusten.

Na afloop van de race was iedereen uitgeput. Niet alleen de coureurs, maar ook de monteurs en iedereen die er verder bij betrokken was. Ik zag in 1977 één uitzondering: de beresterke Johan van de Wal. Hij legde als geintje bij het opruimen van de pitbox één van z’n monteurs over de schouder en bracht die terug naar het teamonderkomen in het rennerskwartier. Van de Wal reed met Tonny van Schijndel en werd na veel sleutelwerk (val eerste ronde, laswerk aan afgebroken motorophanging en een zuiger vervangen) op hun “Gifkikker” Kawasaki tweeëntwintigste. Hoger eindigden de Nederlandse koppels Ronald Vingerhoed/Herman Looman (13e) en Rob Noorlander/Paul Mulder (18e). De race werd gewonnen door Pentti Korhonen en Christian Huguet op een Honda. Als derde eindigde Benjamín Grau (met Jacques Luc). Met zeven overwinningen is Grau samen met Salvador Cañellas recordhouder. De laatste editie in 1986 werd gewonnen door Grau met als teamgenoten de GP-rijders Joan Garriga en Carlos Cardús op een Ducati 850.

Foto’s: Jan Boer

Jan Boer
Jan Boer
Jan Boer werkte jarenlang voor de redactie van MOTO73 en doet dat inmiddels als gepensioneerde liefhebber nog altijd met dezelfde passie en kennis.

Stay tuned

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en mis nooit het laatste nieuws! Onze nieuwsbrief wordt iedere week op dinsdag (bij veel nieuws) en donderdag verstuurd.


Gerelateerde artikelen