Meer dan 77 jaar WK-wegrace heeft een schatkist aan verhalen opgeleverd. Heldendaden, drama’s en races waarin werkelijk álles misging wat mis kon gaan. Met inmiddels ruim duizend verreden Grands Prix is het dan ook onvermijdelijk dat sommige wedstrijden de geschiedenisboeken ingingen vanwege hun volstrekt onvoorspelbare verloop. In dit tweeluik duiken we in dertig 500cc- en MotoGP-races die zich niets aantrokken van draaiboeken, statistieken of gezond verstand. Compleet? Absoluut niet. Memorabel? Zonder twijfel.
1996 – Grand Prix van Australië
Teamgenoten clashen, Capirossi wint
Michael Doohan was al lang wereldkampioen toen de laatste Grand Prix van 1996 op Eastern Creek werd verreden. Maar de Australiër wilde maar wat graag winnen voor eigen publiek. Gedurende het seizoen had Doohan steeds meer tegenstand gekregen van zijn Repsol Honda-teamgenoot Alex Crivillé, iets wat hij maar moeilijk kon verkroppen. Doohan was gewend te winnen en te domineren. En wanneer hij zo af en toe werd geklopt, stond hij chagrijnig op het podium. In Doohans thuisrace bleef Crivillé het achterwiel van zijn kopman volgen. In de laatste ronde ging de Spanjaard in de aanval, maar Doohan duwde hem op agressieve wijze naar buiten. Er was contact tussen de motoren, maar ze bleven beiden zitten. Crivillé moet van binnen hebben gekookt, want later in de ronde deed hij een ultieme poging om alsnog voorbij te komen. Maar zijn aanval kwam van te ver, waarbij hij de achterkant van Doohan raakte en beiden ten val kwamen. Ruim daarachter reed Loris Capirossi (Yamaha) op een derde plek, die zo zijn eerste 500cc-zege op een presenteerblaadje kreeg aangereikt.

Bizarre 500cc- en MotoGP-races: toen niets ging zoals gepland #1
2004 – Grand Prix van Zuid-Afrika
De dag dat Honda ongelijk kreeg
Honda speelde eind 2003 hoog spel door te roepen dat het de ijzersterke motor – en niet Valentino Rossi – was die hen al twee jaar op rij dominant maakte in de MotoGP. De trotse Japanse fabrikant had dan ook nooit verwacht dat Rossi zou tekenen bij de concurrent: Yamaha. Zeker niet omdat Yamaha in 2003 geen enkele MotoGP-race had gewonnen en slechts één podiumplaats had behaald. Iedereen wist wat voor een ongekend talent de Italiaan was, maar winnen met een Yamaha? Dat kon toch niet? En al helemaal niet in de eerste race. Zijn grote rivaal Max Biaggi – die nota bene nog steeds met Honda reed – zag zijn kans schoon om wereldkampioen te worden. De eerste Grand Prix van 2004 werd verreden op Welkom in Zuid-Afrika. Tegen alle verwachtingen in pakte Rossi meteen poleposition en werd het in de race een man-tegen-man-gevecht met Biaggi. Rossi deed waar hij zo goed in was: duels winnen. Zo pakte hij de zege bij zijn debuut voor Yamaha en bewees hij de Honda-leiding hun ongelijk.

1983 – Grand Prix van Groot-Brittannië
Rampjaar bereikt nieuw dieptepunt
1983 was een rampjaar voor de 500cc-coureurs. Voorafgaand aan de Britse Grand Prix op Silverstone waren eerder dat jaar Guido Paci, Iwao Ishikawa en Michel Frutschi dodelijk verongelukt. Ook had zich al het zware ongeval van Franco Uncini in Assen voorgedaan. In Silverstone volgde een nieuw drama. In de vijfde ronde viel de Suzuki van Norman Brown stil op het rechte stuk, waarna Peter Huber er vol bovenop knalde. De rijders bleven roerloos op en naast de baan liggen. Er volgde een bizarre situatie, want er werd slechts met een gele en een olievlag gezwaaid. In de daaropvolgende ronde kwamen de rijders nog altijd op volle snelheid langs de plaats van het ongeluk. Nog steeds werd er geen rode vlag getoond, waarop de coureurs zelf besloten de pits in te rijden. Er volgde een herstart over 23 ronden, die werd gewonnen door Kenny Roberts, voor Freddie Spencer en Randy Mamola. Later bleek dat Brown en Huber aan hun verwondingen waren overleden.

2015 – Grand Prix van Maleisië
De dag dat de MotoGP ontplofte
De welbekende Sepang-clash mag natuurlijk niet ontbreken: hét moment dat de MotoGP compleet veranderde. In 2015 sloeg de verstandhouding tussen Valentino Rossi en Marc Márquez om van vriendschappelijk naar vijandig. Die spanningen bouwden zich geleidelijk op, met incidenten in Argentinië en tijdens de TT van Assen. Na de race op Phillip Island beschuldigde Rossi Márquez ervan Jorge Lorenzo te willen helpen aan de wereldtitel. Die uitspraak deed hij tijdens de persconferentie voorafgaand aan de Grand Prix van Maleisië. In de race ontstond, achter winnaar Dani Pedrosa en Lorenzo, een man-tegen-man-gevecht tussen Rossi en Márquez. Rossi raakte zichtbaar gefrustreerd doordat Márquez hem meerdere keren inhaalde. Op een gegeven moment dreef hij zijn rivaal naar buiten. Of Rossi hem daarbij met zijn been een zet gaf of niet, blijft onderwerp van discussie, maar Márquez kwam ten val. Het incident leverde Rossi een gridstraf (starten als laatste) op voor de beslissende Grand Prix in Valencia, waardoor zijn kansen op een tiende wereldtitel aanzienlijk slonken. En dat bleek terecht: Lorenzo kroonde zich in Valencia tot MotoGP-kampioen. Tussen Rossi en Márquez – de twee succesvolste MotoGP-rijders aller tijden – zou het daarna nooit meer goed komen.

1978 – Grand Prix van Zweden
De zege die Hartog moest weggeven
Wil Hartog won in zijn carrière vijf keer een 500cc-race. Daarmee is hij nog altijd de succesvolste Nederlandse coureur in de koningsklasse. Maar eigenlijk had de Witte Reus minimaal zes keer een Grand Prix moeten winnen. In 1978 mocht Hartog de fabrieks-Suzuki van de geblesseerde Pat Hennen overnemen. Daarmee won hij meteen de Grand Prix van België op Spa-Francorchamps. Ook tijdens de daaropvolgende race in Zweden was Hartog veruit de snelste. Alleen paste dat niet helemaal in het plan van de Suzuki-leiding, aangezien hun kopman Barry Sheene met Yamaha-rijder Kenny Roberts streed om de wereldtitel. Hartog reed ruim aan de leiding in Karlskoga en leek op weg naar de overwinning. Toen Sheene daarachter de tweede plaats had veroverd, kreeg de Nederlander vanuit de pitstraat het signaal om de Brit voorbij te laten. Hartog voerde de stalorders keurig uit en finishte als tweede, achter Sheene. Een week later werd tijdens de Grand Prix van Finland in Imatra het Wilhelmus wél gespeeld. Sheene viel uit en verloor cruciale punten in de titelstrijd, waardoor Hartog vrij spel had en zijn geweldige vorm opnieuw in een zege kon omzetten.

2009 – Grand Prix van Qatar
De maandagrace in Losail
De openings-Grand Prix van 2009 werd in het donker onder kunstlicht verreden op het Losail International Circuit. Het leverde prachtige beelden op, maar er was wel een probleem: er werd regen voorspeld en dan kon er volgens de organisatie en rijders niet gereden worden. De 125cc-klasse begon op een droge baan, maar de race werd na vier ronden stilgelegd vanwege een regenbui. Om het tijdschema niet te ver te laten uitlopen, kwam er geen herstart en werden er halve WK-punten uitgedeeld. De regen zette niet door en de ingekorte 250cc-race kon gewoon worden verreden. Maar vlak voordat de MotoGP-rijders zouden starten, begon het opnieuw te regenen. Er gebeurde iets ongebruikelijks: de race werd verplaatst naar maandag. Een dag later gaf het weer geen problemen en won Casey Stoner met Ducati overtuigend vanaf poleposition.

2000 – Grand Prix van Zuid-Afrika
Dwars naar de overwinning
Garry McCoy had tijdens zijn eerste twee seizoenen in de koningsklasse nog weinig indruk gemaakt, maar daar bracht de Australiër tijdens de openings-Grand Prix van 2000 verandering in. Zijn manier van racen op het circuit van het Zuid-Afrikaanse Welkom zou zelfs de wereld overgaan. Al leek het daar vóór de race nog niet op. McCoy, rijdend voor Red Bull Yamaha WCM, vertrok vanaf de derde startrij en reed in de beginfase van de race nipt binnen de top tien. Niets bijzonders. Maar gedurende de race vond hij een enorme klik met zijn Michelin-banden. Glijdend met zijn achterwiel als een Speedwayrijder, zoals eigenlijk nog nooit eerder was vertoond, baande McCoy zich een weg naar voren en wist in de slotfase zelfs leider Carlos Checa te passeren. Compleet vanuit het niets won McCoy de 500cc-race. Het was het begin van zijn beste seizoen uit zijn GP-carrière, waarin hij met drie zeges als vijfde in het WK zou eindigen.

1985 – Grand Prix van West-Duitsland
Toen Europa even terugvocht
Vanaf 1983 tot zo’n tien jaar later speelden Europeanen geen rol van betekenis in de strijd om de wereldtitel in de 500cc. Sterker nog, tussen 1983 en 1988 werden alle races gewonnen door Amerikanen en Australiërs. Op één uitzondering na: de natte West-Duitse Grand Prix op de Hockenheimring in 1985. Het was het jaar waarin Freddie Spencer de unieke dubbelwereldtitel zou behalen in de 250cc en 500cc. De Amerikaan had eerder op de dag al ervaring opgedaan op de kletsnatte baan in de 250cc-race, waarin hij achter thuisrijder Martin Wimmer als tweede was gefinisht. In de 500cc-race ging Spencer meteen aan kop en leek hij op weg naar een zekere overwinning. Maar het liep anders. Christian Sarron stond bekend als een sterke regenrijder, maar het was pas zijn derde race na zijn terugkeer in de 500cc, een jaar na het behalen van de 250cc-wereldtitel in 1984. En de Fransman stond er ook om bekend dat hij nog wel eens kon crashen als de druk te groot werd. Toen Sarron ook nog eens zijn start verprutste, leken zijn kansen verkeken. Bij de eerste doorkomst bedroeg het verschil met Spencer vijftien seconden en bovendien moest hij zich nog langs meerdere rijders knokken. Maar het was de dag van Sarron. Binnen de kortste keren rukte hij op naar de tweede plaats en ogenschijnlijk moeiteloos dichtte hij vervolgens het gat naar Spencer. De Yamaha-rijder won uiteindelijk met ruim tien seconden voorsprong. Ondanks dat hij nog ruim vijf jaar actief zou blijven als fabrieksrijder in de 500cc, zou de Fransman nooit meer zegevieren.

1993 – Grand Prix van Spanje
De dag dat Barros zichzelf versloeg
Alex Barros was pas 19 jaar oud toen hij in 1990 debuteerde in de 500cc-klasse. Daarmee was de Braziliaan op dat moment de jongste rijder ooit in de koningsklasse. Na drie seizoenen bij Cagiva werd zijn talent opgemerkt door Suzuki, dat hem in 1993 opnam in het fabrieksteam naast Kevin Schwantz. Dat Barros snel, maar ook onstuimig was, kwam tot uiting tijdens de vierde race van dat jaar in Jerez. Bij de start viel hij vanaf de eerste rij terug tot ver buiten de top tien. Maar niemand kon die dag tippen aan het tempo van de jonge Braziliaan, zelfs zijn teamgenoot Schwantz en regerend wereldkampioen Wayne Rainey niet. Barros passeerde iedereen en reed zelfs weg bij Schwantz, die in een poging zijn teamgenoot te volgen kortstondig door het gras moest. Toen de overwinning binnen handbereik leek, ging het alsnog mis. In de voorlaatste ronde verremde Barros zich knullig en schoof onderuit. Vol ongeloof greep hij naar zijn hoofd. Teamgenoot Schwantz profiteerde en won de race.

2006 – Grand Prix van Valencia
Een kampioenschap uit handen gegleden
Valentino Rossi behaalde negen wereldtitels, waarvan zeven in de koningsklasse. Toch waren er twee momenten in zijn carrière waarop hij op tien wereldtitels had kunnen komen. Eén daarvan was in 2015 na de veelbesproken Sepang-clash met Marc Márquez. Het andere in 2006, toen hij met acht punten voorsprong op Nicky Hayden aan de laatste Grand Prix in Valencia begon. Het was sowieso al een knotsgek seizoen geweest, met verrassende winnaars, veel crashes en de nodige blessures. Toch leek alles erop te wijzen dat Rossi voor het zesde jaar op rij tot koning van de koningsklasse zou worden gekroond – mede omdat hij ook nog eens poleposition had veroverd. Maar alles ging mis, op een manier die je zelden bij Rossi zag. Na een slechte start viel de Yamaha-rijder al snel terug naar de zevende plaats, terwijl Hayden naar de tweede plek oprukte en daarmee virtueel wereldkampioen was. In de vijfde ronde ging het van kwaad tot erger: Rossi ging onderuit. Hayden reed zijn Repsol Honda vervolgens gecontroleerd naar een derde plaats. Rossi keerde weliswaar terug op de baan, maar kwam niet meer in de buurt van de top acht – de klassering die hij nodig had om wereldkampioen te worden. Terwijl de camera’s gericht waren op de nieuwe wereldkampioen Hayden, won Ducati-invaller Troy Bayliss – die net wereldkampioen in het World Superbike was geworden – zijn enige MotoGP-race.

2014 – Grand Prix van Duitsland
Massale pitstraat
Paniek voor de start op de Sachsenring. Welke bandenkeuze moet er gemaakt worden? Op de grid was het gaan regenen. Bijna alle rijders kozen voor regenbanden, maar merkten in de opwarmronde dat dit niet de juiste keuze was, omdat de baan daarvoor niet nat genoeg was. Een groot deel van het veld kwam binnen om van motor te wisselen naar slicks. Al deze rijders moesten vervolgens vanuit de pitstraat vertrekken. Het was volop hectiek met veertien motoren die opgesteld stonden aan het einde van de pitstraat, terwijl er maar negen rijders – met als enige toprijder Stefan Bradl – op de grid stonden. Deze massale start vanuit de pitstraat was natuurlijk ook erg gevaarlijk, waardoor de organisatie dat tegenwoordig nooit meer laat gebeuren. De winnaar van dit nieuwe spel werd Marc Márquez. Hij wurmde zich als eerste uit de pitstraat, achterhaalde al snel de rijders die wel vanaf de grid gestart waren en won met een grote voorsprong de race.

1981 – Grand Prix van Zweden
Een zeldzaam Nederlands podium
Deze 500cc-race op Anderstorp gaf een uniek beeld voor de Nederlandse motorsport: Jack Middelburg en Boet van Dulmen streden lange tijd samen voor de overwinning. De voornaamste reden waren de omstandigheden. De baan was niet volledig droog, waardoor de rijders grotendeels met intermediates van start gingen. Omstandigheden waarin rijderskwaliteiten belangrijker worden, ook al heb je niet het beste materiaal. En dat lieten Middelburg en Van Dulmen deze dag zien. Helaas was hun geweldige optreden net niet genoeg voor een overwinning, want Yamaha-fabrieksrijder Barry Sheene wist hen te passeren en de race te winnen. Van Dulmen werd tweede, voor Middelburg, die derde werd. Het was de laatste keer dat er twee Nederlanders op het podium van een 500cc-race eindigden.

1992 – Grand Prix van Nederland
De eerste Spaanse zege
Tegenwoordig is het heel gebruikelijk dat een MotoGP-race wordt gewonnen door een Spanjaard. In 1992 was dat nog allerminst het geval: een coureur uit Spanje had zelfs nog nooit gewonnen in de koningsklasse. Spanjaarden – met Ángel Nieto als bekendste coureur – stonden vooral bekend om hun successen in de lichtere klassen. De TT Assen van 1992 bracht daar verandering in. De omstandigheden waren bijzonder. Veel toprijders uit Amerika en Australië konden vanwege blessures niet starten. Denk aan Michael Doohan, Wayne Rainey en Wayne Gardner. Toen Kevin Schwantz en Eddie Lawson in de race ook nog eens samen onderuitgingen, bleef er van de traditionele top weinig over. Of eigenlijk alleen John Kocinski, uitkomend voor het Marlboro Yamaha-fabrieksteam. De Amerikaan maakte wel deel uit van de kopgroep, maar kon zich niet losmaken van subtoppers als Alex Barros, Juan Garriga en Alex Crivillé. Laatstgenoemde beleefde zijn debuutjaar in de 500cc. In de slotfase bleek Crivillé de sterkste. Op zijn Campsa-Honda van het Spaanse team van Sito Pons behaalde de 22-jarige een recordbrekend succes: de eerste Spaanse zege in de 500cc. En Kocinski? Die had zijn enorme kans op de zege laten lopen, maar werd nog wel nipt tweede voor Barros op een Cagiva. De overige races in 1992 werden overigens weer ‘gewoon’ gewonnen door Amerikanen en Australiërs.

2025 – Grand Prix van Frankrijk
Vive la France: een droom die uitkwam
De laatste jaren zijn de bezoekersaantallen in Le Mans ongekend. De belangrijkste reden: lokale helden Fabio Quartararo en Johann Zarco. Zeker nadat eerstgenoemde in 2021 MotoGP-wereldkampioen werd. Toch was het winnen van een MotoGP-race in eigen land hem nog niet gelukt. In 2025 leefde de hoop opnieuw, want Quartararo startte vanaf poleposition. Maar zoals zo vaak tijdens de Franse Grand Prix speelden de wisselende weersomstandigheden een hoofdrol. De start werd uitgesteld en na de verkenningsronde wisselden veel rijders alsnog naar slicks. Dat leverde ze wel een dubbele long-lap penalty op. In de beginfase leken de coureurs op slicks in het voordeel. Eén van hen was Quartararo, die zich mengde in de strijd om de koppositie, tot hij onderuitging. De Franse hoop leek vervlogen. Toen het harder begon te regenen, kantelde de situatie opnieuw. Zarco was namelijk gestart op regenbanden. De rijders op slicks moesten weer naar binnen om van machine te wisselen, waardoor Zarco de leiding in handen kreeg. De spanning op de tribunes steeg met de ronde. De LCR Honda-rijder hield het hoofd koel en wist zijn concurrenten achter zich te houden. Het publiek ging uit zijn dak toen hun thuisrijder de Grand Prix won: de eerste Fransman in 71 jaar die in eigen land zegevierde in de koningsklasse. De 34-jarige Zarco was zichtbaar geëmotioneerd toen na afloop La Marseillaise over het circuit van Le Mans galmde.

2008 – Grand Prix van de Verenigde Staten
Psychologische oorlogsvoering
Casey Stoner was de grote favoriet voor de winst op Laguna Seca. In de kwalificatie was de Ducati-coureur een halve seconde sneller dan zijn concurrenten. Valentino Rossi stond tweede op de grid, ging aan de leiding in het WK, maar had Stoner de laatste races – met drie zeges op rij – wel dichterbij zien komen. Rossi moest iets doen aan de dominantie van Stoner, anders kwam de wereldtitel in gevaar. De Italiaan wilde Stoner uit balans brengen door hem in de race constant aan te vallen, want dat was de enige manier om de Australiër niet weg te laten rijden. En dat gebeurde. Op alle mogelijke manieren zette Rossi zijn Yamaha naast en voorbij de Ducati van Stoner. In de Corkscrew kwamen ze zelfs buiten de baan. Stoner was zo ontregeld dat hij zelf in de fout ging in de bocht en onderuit schoof. Hij pakte de motor nog wel weer op en werd tweede, terwijl Rossi een race won die hij eigenlijk nooit had kunnen winnen. Rossi doorbrak ook de reeks van Stoner en legde zo het fundament voor zijn wereldtitel in 2008.

Foto’s: Henk Keulemans, MotoGP, ANP


