Met een lengte van bijna twee meter heb je eigenlijk niet het postuur om door te groeien tot de wereldtop in de 250cc-klasse. Jacques Cornu dacht daar anders over. Hij kon zich als geen ander opvouwen achter het toch wat krappe zitje van zijn kwartliter. En dat niet alleen: hij kon zijn lange benen zelfs in zijn nek leggen en dan op zijn handen lopen. Een uniek slangenmens, wat hij maar al te graag demonstreerde. Cornu reed elf jaar op Grand Prix-niveau. In het begin niet als vaste rijder, maar wel vanaf het eerste moment snel. In zijn eerste Grand Prix in 1980 werd hij meteen zesde. De Zwitser was toen echter al 27 jaar. Praktisch altijd finishte Cornu in de top tien en heel vaak in de top vijf. Naam maakte hij in de endurance, waarin hij in 1982 met Jean-Claude Chemarin de wereldtitel veroverde, in een periode dat dit kampioenschap nog door individuele rijders werd gewonnen. In de nadagen van zijn carrière werd hij zelfs Honda-fabrieksrijder en wist hij drie keer te winnen: op de Salzburgring en Paul Ricard in 1988 en op Spa-Francorchamps in 1989. Toen hij zijn eerste GP won, was Cornu al 35 jaar. In beide seizoenen eindigde hij als derde in het WK. Maar niet alleen de resultaten, vooral zijn houding maakte Cornu populair onder zijn collega-coureurs en fans. In Zwitserland was hij zelfs razend populair. Cornu was een sympathieke vogel en bij tijd en wijle een clown, zoals ook de foto na zijn zege tijdens de Grand Prix van België laat zien. Helaas kan Cornu zijn grappen en lenigheid niet meer tonen. Onlangs overleed het slangenmens op 72-jarige leeftijd, na een langdurige ziekte.
De doorbraak van Freddie Spencer #terugblik
Foto: Henk Keulemans



