Qua aantallen bezoekers zijn jaarlijks meerdere races op het TT Circuit Assen veel groter dan de Internationale Ducati Club Race, maar qua aantallen deelnemers is dit het grootste evenement van het jaar. En in zijn soort zelfs van Europa.
Dit jaar wordt de Internationale Ducati Club Race (DCR) voor de 46e keer georganiseerd door de Club Race Commissie (CRC) van de Ducati Club Nederland (DCN). De DCN – opgericht in 1978 – is met meer dan 3.000 leden veruit de grootste merkenclub van Nederland. Ducati-rijders voelen zich erg verbonden met hun merk en dat resulteert ook in een grote betrokkenheid bij de DCN. Maar liefst acht keer per jaar geeft de club het zeer goed verzorgde blad Strada uit. Dat staat altijd vol met verhalen aangeleverd door DCN-leden en bevat uiteraard ook al het nieuws van de fabriek uit Bologna. De DCN kent meerdere regionale afdelingen en verslagen van hun maandelijkse bijeenkomsten in een zogenaamd regiocafé zijn terug te vinden in Strada.

Lange traditie
De DCN kent meerdere commissies, die zich elk met specifieke zaken bezighouden. Eén daarvan is de CRC, die alles rond de DCR organiseert. Al kort na de race wordt geëvalueerd en begint de voorbereiding op de volgende race. De CRC heeft een tiental leden, die elk een bepaald onderdeel van het evenement voor hun rekening nemen.
De geschiedenis van de DCR gaat terug tot 1979. Slechts twee wegrace-evenementen hebben in ons land een langere historie. Dat zijn de TT en de wegraces op de Hengelose Varsselring. Al een jaar na de oprichting van de DCN werden de eerste races georganiseerd op het circuit van Zolder. De toewijzing van de startnummers was heel simpel: het lidmaatschapsnummer van de DCN was het startnummer. Een jaar later bij de tweede editie waren er al iets meer dan honderd deelnemers, een indicatie dat de Club Race in de smaak viel bij de leden en aan een behoefte voldeed. Wel waren er wat problemen met uitlaten die te veel geluid produceerden. De derde editie trok opnieuw net iets meer dan honderd deelnemers naar Zolder, onder hen dertig buitenlanders.
Inmiddels was het tot Bologna doorgedrongen dat er in België iets speciaals werd gedaan en daarom kwam in 1982 een delegatie van vijf man van de fabriek naar Zolder. Van de 150 rijders kwam ruim een derde uit het buitenland. Voor de vijfde DCR trokken bijna 200 Ducatisti naar Zolder. De laatste race op Zolder in 1986 viel volledig in het water. Ondanks de nattigheid verzorgde Herman Jolink toch een sprintdemonstratie.
Miguel Oliveira over zijn tijd in de MotoGP: “Wel gewonnen, maar niet voldaan”
Verdubbeling huurprijs
Daarna is de jaarlijkse race op het TT Circuit Assen. Die eerste keer verliep tragisch door het verongelukken van Kees van Muilwijk in het Meeuwenmeer. Van Muilwijk was een bekend figuur binnen de Nederlandse Ducati-wereld, want hij werkte voor de importeur. Bij de ledenvergadering in februari 1988 werd naar aanleiding van deze tragische gebeurtenis langdurig gesproken of er moest worden doorgegaan met de Club Race. Uiteindelijk werd besloten door te gaan.
Het tweede lustrum trok maar liefst 430 deelnemers uit negen verschillende landen. Er waren vertegenwoordigers van de fabriek, die een aantal racemotoren hadden meegenomen. De internationale BOTT-race (Battle of the Twins, een klasse voor tweecilinders) viel zeer in de smaak. Een categorie niet exclusief voor Ducati’s. Nog steeds rijden er ook klassen mee die niet specifiek bedoeld zijn voor het Italiaanse merk. Dat wordt gedaan om het evenement betaalbaar te houden. Aan het TT Circuit Assen wordt een stevige huurprijs betaald, die niet op te brengen is als er uitsluitend Ducati’s aan de start verschijnen.
De Ducati Club Race is jaar op jaar een succes. Er is steevast een groot aantal deelnemers en ook over de publieke belangstelling hebben de organisatoren niet te klagen. In 1993 was het een kletsnatte bedoening. Het evenement werd overschaduwd door een dodelijk ongeval van Rien van der Schoot, die in de Stekkenwal ten val kwam.
De race van 1998 leek aanvankelijk niet door te zullen gaan, want de CRC werd geconfronteerd met een verdubbeling van de huurprijs voor het circuit. Door bemiddeling van de KNMV kon dit worden teruggeschroefd tot 30%; ook werd er een contract voor vijf jaar afgesloten. Vanwege wisselende weersomstandigheden deden zich nogal wat valpartijen voor. Naast de schade aan de motoren bleef de lichamelijke schade beperkt tot drie gebroken sleutelbenen. Tijdens het evenement werd de Engelse motorjournalist Alan Cathcart als eerste benoemd tot erelid van de DCN vanwege het goede PR-werk dat hij belangeloos voor de Club Race had gedaan.
Bezoek toprijders
Bij de twintigste editie van de DCR werd de hoofdrol niet opgeëist door een Ducati, maar door de Britten V1000, gebouwd door de Nieuw-Zeelander John Britten. Helaas werd zijn creatie het hele weekend door pech achtervolgd. Tien jaar geleden kwamen twee Brittens naar de Club Race en die hebben toen wel vele ronden gereden. En er was hoog bezoek uit Italië met Federico Minoli, de algemeen directeur van Ducati, en Marco Montemaggi, de organisator van het World Ducati Weekend. Een jaar later opnieuw een vertegenwoordiger van de fabriek, deze keer kwam ontwerper Pierre Terblanche naar Assen. Hij was hoofd van het Design Center. Een paar jaar later kwam Terblanche nogmaals naar de DCR.
In 2001 verhuisde de DCR naar juni, tegenwoordig is dat in het laatste weekend van mei. Het jaar erop kon men zelfs een raceteam uit Japan verwelkomen. Het was de laatste editie van het eerder afgesloten contract voor vijf jaar, waarna weer een stevig rondje onderhandelen met het circuit volgde. En die situatie bestaat nog steeds…
Naarmate Ducati zich beter manifesteerde op de racecircuits, werd het interessant om topcoureurs uit te nodigen. De eerste was Troy Bayliss in 2003. Twee decennia later kwam de Australiër nogmaals als eregast naar Assen. Andere Ducati-coryfeeën die de Club Race bezochten waren James Toseland, Carl Fogarty, Paul Smart, Pierfrancesco Chili en Loris Capirossi. Allen verbaasden zich over de omvang van het evenement en de sfeer.
Alcohol en geluid
Tijdens de race van 2009 deden zich een paar vervelende aanrijdingen voor. Reden voor de organisatie om vanaf het jaar erna een verplichte rijdersbriefing te houden om iedereen de gedragsregels op het circuit goed uit te leggen. Voor de buitenlandse deelnemers worden de gedragsregels ook in andere talen uitgelegd.
’s Avonds is het steevast gezellig in het rennerskwartier van het TT Circuit. Helaas zijn er altijd mensen die hun limiet niet kennen en (iets) te veel drinken. Als ze er alleen een kater aan overhouden is het hun probleem, maar als ze met een dronken kop voor problemen zorgen, is dat iets dat iedereen aangaat. In een terugblik op de editie van 2011 wordt geschreven: “De situatie op de paddock is opnieuw niet zonder incidenten verlopen. Onder andere illegaal rondrijden, te veel drank en vernielingen hebben ervoor gezorgd dat er volgend jaar meer bewaking moet worden ingehuurd. Erg zuur dat de gewenste ‘interne’ sociale controle niet meer werkt. De opzet van ons evenement is een combinatie van sportiviteit en gezelligheid en daar horen dat soort zaken dus echt niet bij.” In latere jaren deden zich geen echt vervelende zaken meer voor.
Alcoholgebruik is er altijd en dat is geen probleem, zolang het binnen de perken blijft. Hoewel er geen aanwijzingen voor zijn dat coureurs de volgende ochtend nog niet helemaal nuchter op de motor stappen, is besloten dit jaar willekeurig coureurs te laten blazen alvorens zij het circuit opgaan.
Een ander punt van aandacht – zeker op het TT Circuit – is het geluid. Bij het begin van de Club Race in 2012 leek het er zelfs op dat het evenement zou moeten worden afgebroken, want al korte tijd na aanvang van de vrije trainingen op vrijdagmorgen kwam de mededeling: “Als jullie zo doorgaan, is het om twaalf uur afgelopen. Dit kan echt niet zo!” Door snel ingrijpen, onder andere het monteren van dB-killers, kwam het verdere verloop dat weekend niet in gevaar. Tegenwoordig wordt er streng op het geluid van de motoren gelet.
Editie 2026
De Internationale Ducati Club Race 2026 wordt in het laatste weekend van mei gehouden. Op vrijdag 29 mei is er gelegenheid voor vrije trainingen. Coureurs die dit jaar nog nauwelijks hebben gereden of zij die zich extra goed willen voorbereiden op de races, maken hier dankbaar gebruik van. Ieder kan vier keer de baan in. De laatste sessie wordt gevolgd door drie proefstarts, ideaal voor rijders met weinig circuitervaring. De zaterdag staat vanaf 10.00 uur in het teken van de kwalificatietrainingen. Aan het eind van de middag zijn er al vijf races. Op zondag begint het programma om 11.00 uur en wordt de finishvlag na vijftien races tegen half zeven voor de laatste keer gezwaaid.
De Ducati’s worden ingedeeld naar type en trainingstijd. Dat leidt dan tot drie categorieën: Stradale (voor de snelste vierkleppers), Testastretta (voor de resterende vierkleppers) en Due Valvole, de tweekleppers.
Bij de Thunderbikes wordt gereden met Britse, Europese en Amerikaanse motoren met één, twee of drie cilinders. Ook mogen Italiaanse viercilinders aantreden. De cilinderinhoud speelt geen rol.
De Classics zijn verdeeld over drie klassen. Bij de Euro Classics wordt geracet met Europese motoren met twee cilinders of meer (uitsluitend viertakten), waarvan zowel frame als motorblok van voor 1996 zijn. Bij de Euro Singles – de naam zegt het al – moet worden gereden met een eencilinder-viertakt van Europese makelij. Als laatste is er ook nog de ONK Classics IHRO. Deze klasse strijdt om punten voor het Open Nederlands Kampioenschap.
Uit Duitsland komt de IG Königsklasse, een klasse waarin met tweetakten wordt gereden. Uit België is de klasse Belgian Twin Trophy afkomstig. En dan zijn er ook nog de ‘oude’ zijspannen, die uitkomen in de Camathias Cup. Op zondag bestaat de mogelijkheid deel te nemen aan de Demo. Dan kun je met je eigen motor vijf ronden afleggen op het circuit. Informeer ter plaatse of er nog een plaatsje vrij is.
De paddock is vrij toegankelijk. Daar staat uiteraard een stand van de Ducati Club Nederland, Motul neemt een racesimulator mee waar je op een echte Panigale plaats kunt nemen, er zijn onder andere stands van Beta Tools en HK Suspension en uiteraard zijn er diverse mogelijkheden om de innerlijke mens van eten en drinken te voorzien.
Voor de motorrijders is er een Free & Safe Parking. Met de helm in de hand rondlopen hoeft niet, want die kun je in een helmengarderobe achterlaten.
| Hans Bakker: passie en design |
| De Club Race Commissie staat sinds vier jaar onder voorzitterschap van Hans Bakker, die al lang bij de racerij is betrokken. Bakker: “In 1992 ben ik met de racerij in aanraking gekomen. Toen was er iemand uit Almere die op een Ducati reed. En sindsdien is Ducati mijn ding. Ducati is niet alleen een merk, het is ook passie en design. Ik heb een 916 gereden en ook een 748. Op dit moment heb ik een 888 en voor de boodschappen gebruik ik een Honda.” Wat is het leuke aan de Ducati Club Race en waarom zou je daar als motorliefhebber naartoe moeten gaan? “Je komt er alle geledingen uit de maatschappij tegen. Ze zijn allemaal gepassioneerd van het merk en houden van het racen. Ze willen er met elkaar een geweldig evenement van maken. Als deelnemer en als bezoeker heb je het gevoel dat je met elkaar een gezellig weekend hebt. Ik vind het een hele eer dat ik de mensen van de Ducati Club Nederland mag vertegenwoordigen.” |



