Met vier zeges en zes podiumplaatsen is Michael van der Mark (33) de succesvolste coureur buiten Japan in de 8 uur van Suzuka. Dit jaar strijdt hij met BMW om de wereldtitel Endurance. Michael heeft zijn talent niet van een vreemde, want vader Henk van der Mark (69) won in 1984 al eens de 24 uur van Le Mans. In een uniek vader-zooninterview praten we over hun passie voor langeafstandsracen en komen mooie anekdotes over hun raceavonturen voorbij.
Henk, wat is het verschil tussen endurance racen in de jaren ‘80 en nu?
“Vooral de techniek. En nu rijden ze allemaal met z’n drieën in een 24-uursrace. In mijn tijd reed zeker de helft nog met z’n tweeën. Ik heb met Dirk Brand ook met z’n tweeën Le Mans gewonnen. We hadden wel gekeken naar een derde rijder, maar bij ons moest iedereen gewoon betalen. We vonden niemand die snel genoeg was én kon betalen. Later hebben we met Johan van de Wal wel met z’n drieën gereden, maar dat vond ik niet fijner. Je wordt toch wat suf tussen de stints en je adrenaline daalt te veel.”

Michael, zou jij het zien zitten om een 24-uursrace met z’n tweeën te rijden?
“Liever niet, maar ik snap nu wel hoe het te doen is. Je komt in een bepaalde soort flow. Ik wist voor dit seizoen nog niet hoe het zou voelen om een 24-uursrace te rijden. Het was voor mij makkelijker dan gedacht. Ik had het veel zwaarder verwacht. Het is niet onmogelijk om het met z’n tweeën te doen.”
Henk, wat is voor jou het mooie aan endurance racen?
“Dat je jezelf gedurende de wedstrijd nog kunt verbeteren. Het gaat niet alleen om het racen, maar ook om de pitstops. Ook was ik altijd bezig met de afstelling van de motor. Dirk zei altijd: als jij er hard mee kunt, dan kan ik het ook. Die was daar heel makkelijk in. Je moet de motor samen delen en dus ook de afstelling. Michael heeft tijdens zijn eerste jaren in Suzuka op een motor gereden die eigenlijk veel te klein voor hem was. Hij zat er helemaal opgevouwen op, omdat zijn teamgenoten veel kleiner waren.”
Michael, je praat al jaren enthousiast over endurance racen. Komt dat ook doordat je vader dat altijd veel heeft gedaan?
“Dat speelt zeker mee, maar ook doordat ik jarenlang in Suzuka heb meegedaan. Dan ga je wel begrijpen wat er zo mooi aan is om het te doen. Je moet het als team doen. Bij sprintraces is het veertig minuten knallen en dan is het klaar. Endurance is een heel ander spelletje. Daar komt veel meer tactiek en strategie bij kijken. Aan de andere kant is het minder leuk, omdat je de motor moet delen en dus het resultaat niet volledig zelf in de hand hebt. Je hebt niet onder controle hoe je teamgenoot rijdt. Ook is de afstelling nooit perfect voor jou. Maar wanneer je alle drie ongeveer even snel bent, is het heel gaaf om samen naar een resultaat toe te werken. Dat is nu bij BMW ook het geval.”
Henk, hoe vind je dat Michael het doet in het EWC?
“Fantastisch, ik geniet ervan. Vooral tijdens de 24 uur van Le Mans, omdat ik daar overal langs de baan kon komen. Als ik hem tekeer zie gaan, lijkt het net alsof hij met een Superbike-race bezig is. Het gaat veel harder en het is veel intensiever dan vroeger, dus ik begrijp ook wel dat je nu met z’n drieën rijdt. Ik heb op Le Mans ook een mooie actie van hem gezien. Drie rijders gingen van de bult af en in mijn ooghoek zag ik Michael achter die bult ook aankomen. Ze doken de bocht in en Michael dook bij alle drie binnendoor. Dat was wel genieten. Dan vraag ik later: hoe doe je dat nou? Maar dan blijkt dat hij al had gezien dat het drie langzamere rijders waren. Dat vind ik wel superknap. Ik kan best relaxed naar hem kijken tijdens het racen, maar vanbinnen voel ik het wel hoor.”

Michael heeft de laatste jaren ook wel wat pittige blessures gehad. Heb jij, Henk, nooit eens gezegd: stop er maar mee?
“Nee, dat moet hij helemaal zelf beslissen. Zo is het ooit ook begonnen. We zijn pas gaan racen toen hij er zelf om vroeg. Ik heb altijd lesgegeven. Ik heb zat ouders meegemaakt die zelf wilden dat hun zoontje ging racen, terwijl die eigenlijk liever wilde voetballen. Dat wilde ik mijn zoon niet aandoen. Hij was al elf jaar toen hij vroeg om te gaan racen en hij was meteen zo fanatiek.”
Henk, weet je nog hoe dat ging voor de eerste race van Michael?
“Twee avonden voor zijn eerste race moest hij nog leren schakelen en in datzelfde weekend moest hij ook nog zijn licentie halen. Dat was in de Dutch Junior Cup met een Aprilia RS 125cc. Hij begon dus meteen op het grote circuit. De organisatie wilde heel graag dat Michael meedeed, omdat ze moeite hadden om genoeg deelnemers te vinden. Michael kon met zijn benen nog niet bij de grond komen. Toen we hem leerden schakelen, stond een oude monteur van mij aan de ene kant van de weg en ik aan de andere. Als hij dan draaide, konden we hem helpen zodat hij bleef zitten. Tijdens zijn eerste race op Assen werd hij meteen derde.”
Was er meteen het besef dat Michael ver zou kunnen komen?
Henk: “Ja, dat had ik wel.” Michael: “Ik was daar toen helemaal niet mee bezig. Het besef dat er meer in zat, kwam ook geleidelijk. We gingen steeds met kleine stappen vooruit en ineens ben je dan in de Grand Prix.”
Michael, kun je uitleggen wat het grote verschil is tussen 8 uur en 24 uur racen?
“De 8 uur van Suzuka is gewoon acht uur sprinten. Bij een 24-uursrace is de strategie heel anders. Dit jaar moest ik in Le Mans bijvoorbeeld tijdens één stint brandstof besparen, omdat dit strategisch beter was. Dat is dan wel echt endurance racen. Op Suzuka en ook op Spa-Francorchamps is het constant voluit. Tegenwoordig ligt het tempo van iedereen tijdens de 8 uur van Suzuka ook bizar hoog.”
En hoe was het om in Le Mans een nacht door te komen, Michael?
“Dat ging makkelijker dan verwacht. Er was ook meer licht dan ik had verwacht. In Suzuka racen we maar even in de avond, maar daar is het donkerder dan in Le Mans. Toch was mijn eerste avondstint in Le Mans wel even wennen. Het is toch even zoeken naar de rempunten. Ik zag een koplamp achter mij en kwam erachter dat het SERT was, een team met heel veel ervaring. Ik heb toen besloten om daarachteraan te rijden. Dat was een perfect richtpunt en zo had ik al snel het goede gevoel te pakken. Uiteindelijk reed ik mijn snelste rondetijd ook rond vier uur in de ochtend.”
Zo’n tactiek bij een 24-uursrace: weet je, Michael, van tevoren al hoe de stints eruit gaan zien?
“De volgorde blijft normaal gesproken hetzelfde. We krijgen de opdracht om een x-aantal ronden te halen. We weten welke rondetijd we kunnen rijden en dan weten we ook hoeveel ronden we in een stint kunnen rijden. Het gaat er bij ons puur om dat we een bepaald aantal ronden halen binnen een stint. Gedurende de race kan het zijn dat de opdracht een beetje wordt aangepast, bijvoorbeeld om brandstof te sparen, met als doel dat we aan het einde van de race een stop minder hoeven te maken.”

Michael, hoe doe je dat, brandstof besparen?
“Je probeert van iedereen de slipstream te pakken. Je rijdt twee seconden per ronde langzamer en je gaat niet overal meer vol gas. Start-finish op Le Mans loopt omhoog en daar verbruikt de motor dan ook veel brandstof. Als je daar dan minder vol gas gaat, scheelt dat veel. Het was ook wel leuk om een keer op die manier te racen.”
Het leek erop dat je in de voetsporen van je vader zou treden door, net als hij, de 24 uur van Le Mans te winnen, totdat jullie in de laatste acht uur problemen kregen. De media schreven al over de mogelijkheid van een bijzondere vader-zoonoverwinning. Is het voor jullie ook een ding om allebei deze prestigieuze race gewonnen te hebben?
Henk: “Bij mij is het wel iets wat al heel lang speelt. Het zou fantastisch zijn als we deze race als vader en zoon allebei zouden winnen. Dat is nog niet eerder gebeurd. Toen het ’s morgens misging met Michael en zijn team, heb ik wel flink gebaald. Ik heb ook tegen Michael gezegd: bij mij lukte het pas de vijfde keer dat ik meedeed. Ik hoop dat het voor hem minder lang duurt.”
Michael: “Ik dacht alleen maar: dan hoef ik nooit meer deze 24 uur te rijden, haha. Nee, zonder gekheid, dat zou zeker heel speciaal zijn geweest. Het leek allemaal de goede kant op te gaan, maar goed, dat is ook weer endurance.”
Henk, je rijdt op je 69e nog steeds Classic Endurance-wedstrijden. Wat maakt dat zo leuk?
“Sowieso: wat je op een circuit met een motor doet, kun je op de weg niet doen. Het is voor mij gewoon een hobby, een soort verslaving. We racen met een luchtgekoelde Yamaha 1300cc, voorzien van een Nico Bakker-frame. We hebben het frame terug kunnen kopen waarmee we in 1984 Le Mans hebben gewonnen. Begin dit jaar reden we op Paul Ricard en haalden we nog steeds 290 km/u.”
Henk, je hebt in 1986 en 1987 ook in de 500cc-Grand Prix gereden. Waar heb je de mooiste herinneringen aan?
“Dat is toch wel het endurance racen. Het teamwork vind ik geweldig. We waren altijd met z’n zevenen of achten, dat was fantastisch. Bij de Grand Prix gaat het ook om zoveel andere dingen dan alleen het racen.”
Had je liever in deze tijd geracet, Henk?
“Daar heb ik eigenlijk nog nooit over nagedacht, maar ik vond mijn tijd wel heel mooi. Het was toen ook veel gemoedelijker. Ik had mijn eigen team, maar veel Suzuki-rijders kwamen bij ons dingen lenen en dan kreeg je die bij de volgende race gewoon weer terug.”
Hoe is dat voor jou, Michael? Had jij liever in de tijd van je vader geracet?
“Ik moet er niet aan denken om in die tijd te racen. Ik begrijp wel dat het toen heel anders en ook mooi was. Maar je moest toen alles zelf regelen en veel zelf doen binnen het team. Ik ben wat dat betreft erg verwend, omdat alles binnen het team voor je geregeld wordt.”
Michael, in juni 2026 heb je met BMW de WK Endurance-race op Spa-Francorchamps gewonnen. Het was toch wel even geleden dat je gewonnen had. Had je dat erg gemist?
“Zeker, ik heb het gevoel van winnen gemist. Maar in Spa vond ik het vooral heel mooi voor Werner (Daemen) en zijn team om hun thuisrace te winnen. Het was qua weer en alles wat er gebeurde ook een typische Spa-race, waarin het telkens wisselde. Dat maakte het extra mooi om in die lastige omstandigheden te winnen. Soms dacht je dat de baan droog was. Teams gingen wisselen en op dat moment begon het weer te regenen. Op een gegeven moment dacht ik op de motor ook dat het beter was om naar slicks te wisselen, maar het team hield mij buiten en had gelijk. We moeten altijd het pitbord volgen. Werner kent het daar supergoed en reed met een scooter rond om overal langs de baan naar het weer te kijken. Hij zag gewoon dat het weer ging regenen.”
Henk, hoe kijk jij naar het BMW Motorrad World Endurance Team?
“Het is een heel mooi team met een uitstekende sfeer. Werner is een fantastische man, maar dat geldt ook voor zijn teamgenoten Markus (Reiterberger) en Steven (Odendaal). Natuurlijk zullen ze in hun hoofd altijd de snelste willen zijn, maar dat hoeft niet per se, want ze gunnen het elkaar ook echt. Als er altijd eentje bij zit die koste wat het kost de snelste wil zijn en er dan af gaat, krijg je wrijving binnen het team en dat gaat ten koste van het resultaat.”
Wat is het mooiste endurancecircuit?
Michael: “Suzuka.”
Henk: “Ja, voor mij ook. Ik heb er ook twee keer gereden en viel twee keer uit. Michael kwam er voor het eerst in 2013 en won er gelijk. Bij Suzuka is het net alsof je op Zandvoort rijdt. Beide circuits zijn ook door dezelfde architect ontworpen: de Nederlander Hans Hugenholtz.”
Wat maakt Suzuka zo speciaal voor jullie?
Henk: “Alles wat er om het evenement heen hangt en de bochtencombinaties van het circuit. Het is allemaal heel snel en je moet heel vloeiend rijden. Als je te graag wilt op Suzuka, ga je juist langzamer. Je moet in de ene bocht iets inleveren, zodat je beter uitkomt voor de volgende. Het is heel technisch en dat vind ik heel mooi.”
Michael: “Het circuit klopt gewoon helemaal, het loopt perfect in elkaar over. De laatste chicane is misschien iets te veel stop & go, maar aan de andere kant past die er ook wel weer bij, want de rest van het circuit is snel en vloeiend. Elke sector is uitdagend.”
Als je nog een circuit aan de EWC-kalender zou mogen toevoegen, welk zou dat dan zijn?
Henk: “Magny-Cours. Daar hebben we vroeger ook meerdere keren 4-uursraces gereden. Een hele mooie baan om op te rijden, ook in het donker.”
Michael: “Ik heb in 2019 meegedaan aan de 8 uur van Sepang, die toen op de EWC-kalender stond. Die vond ik erg gaaf. Daar zou ik wel weer heen willen. Dat is ook een mooie baan en qua weer weet je het daar ook nooit.”
| In de race voor de wereldtitel |
| Michael van der Mark en het BMW Motorrad World Endurance Team zijn nog in de race voor de WK Endurance-titel van 2026, al hebben ze niet de beste papieren. Regerend wereldkampioen YART Yamaha begint op 19 en 20 september als WK-leider aan de laatste 24-uursrace op Paul Ricard, het evenement dat bekendstaat als de Bol d’Or. Het BMW-team met Van der Mark heeft 19 punten minder dan YART. Ook Yoshimura SERT Motul (Suzuki) maakt met 28 punten achterstand nog zeker kans op de wereldtitel. Tijdens een 24-uursrace zijn er in totaal namelijk nog 65 punten te verdelen: 40 punten voor de overwinning, 10 punten voor de leider na acht uur en nog eens 10 punten voor de leider na zestien uur. Voor een poleposition zijn bovendien 5 punten te verdienen. Kortom, het wordt spannend. Vorig jaar verloor BMW door een technisch probleem in het laatste uur een zo goed als zekere wereldtitel aan YART Yamaha. Hoe zal het dit jaar aflopen? |










