In het eerste weekend van september komt het wereldkampioenschap trial naar Zelhem. Zeven jaar geleden maakte de wedstrijd in Zelhem ook al deel uit van de WK-cyclus. Al veel eerder, begin 1979, deed het WK trial Nederland ook al eens aan. In dat jaar bestond de KNMV 75 jaar en ter gelegenheid daarvan kwamen de FIM Rallye en het WK trial naar Nederland. Voor de motortoeristen was dat niet de eerste keer, voor de trialisten wel. De wedstrijd werd georganiseerd door de Asser MTTK, de Motor Terrein Trainings Kring, een bloeiende vereniging die in het topjaar van z’n bestaan meer dan 600 leden telde.
MTTK hield zich voornamelijk bezig met motorcross en gebruikte daarvoor het militaire oefenterrein Baggelhuizen. Nadat dit terrein werd gesloten, had de MTTK geen bestaansrecht meer en hield de vereniging in 1997 op te bestaan. Baggelhuizen bleef nadien nog wel bij de motorsport betrokken, zij het op een negatieve manier door (import)bewoners die protesteerden tegen het geluid van het nabijgelegen TT Circuit Assen. Inmiddels zijn de protesten volledig verstomd.
Wil Hartog wint in Hockenheim 1979 – ‘Der Weiße Riese’ #terugblik
Aanvankelijk werd er op Baggelhuizen ook met trialmotoren gereden, maar MTTK-lid Willem Pol uit Norg (die jarenlang de rubriek ‘Oude Glorie’ in MOTO73 verzorgde) zag mogelijkheden in de Langeloërduinen, het bosgebied tussen Norg en Langelo. Daar werd jaarlijks al een internationale cross (ook GP’s en in 1954 de MXoN) verreden. Vanaf 1963 reden de evenwichtskunstenaars op twee wielen in de bossen bij Langelo.
Bij aankomst wachtte de deelnemers een verrassing. Omdat tussen de non-stops over openbare wegen werd gereden, moesten de motoren aan het Wegenverkeersreglement voldoen. Dat wil zeggen dat ze voorzien moesten zijn van verlichting en een claxon. Dat betekende dat iedereen in Norg op jacht ging naar lampjes en batterijen, die veelal met tape werden bevestigd. Men had het overigens kunnen weten, want in het Aanvullend Reglement was het vermeld, maar kennelijk hadden weinigen de moeite genomen dat te lezen. Dat er over de openbare weg werd gereden, had consequenties voor het opkomende Belgische talent Eddy Lejeune. Hij was nog maar 17 jaar en beschikte uiteraard nog niet over een motorrijbewijs en mocht niet meedoen. Lejeune werd later drie keer wereldkampioen.
Voor de toppers van de mondiale trialwereld was het wel even schrikken toen ze het terrein aanschouwden. In nagenoeg alle wedstrijden meetellend voor het WK en ook de nationale kampioenschappen in de destijds toonaangevende landen, zoals Engeland, België, Zweden en Finland, streden ze op een harde, rotsige ondergrond. Daarvan was in Norg in het geheel geen sprake, want de op zich al zachte zandgrond was door de regen veranderd in een modderige bodem. Daarop was het moeilijk rijden, want in de modder veranderden de sporen voortdurend en waren ze onder water uiteraard ook niet te zien. Kijken naar de verrichtingen van de rijders die eerder een non-stop in gingen, maakte de meeste rijders niet veel wijzer. De internationale jury stond erop dat twee non-stops iets werden verplaatst, waardoor die twee secties iets minder blubber bevatten.
Door de MTTK waren maar liefst twintig non-stops uitgezet. In één daarvan zat een stukje ijs, een restant van een koude periode. Daar was de jury niet van gecharmeerd. De route moest twee keer worden afgelegd, zodat er een totaal van veertig non-stops moest worden genomen. De toppers bleken toch niet al te veel moeite te hebben gehad met de omstandigheden, want de Zweed Ulf Karlsson noteerde 25 punten in de eerste ronde en voegde daar 29 aan toe in de tweede omloop. Dat leverde hem de zege op voor de Fin Yrjö Vesterinen en de Brit Nigel Birkett.
Terugkijkend op de wedstrijd zei een Britse journalist: “Hier een WK-trial organiseren kun je vergelijken met een schaatswedstrijd in de Sahara.” Ging toen misschien op, maar sinds er overdekt wordt geschaatst niet meer…
Foto: Jan Boer










