donderdag 18 april 2024

Interview Piet, Jurgen en Zonta van den Goorbergh: Drie generaties in de TT

Begin jaren zeventig reed Piet van den Goorbergh in de TT, later startten zijn zonen Patrick en Jurgen in de Nederlandse Grand Prix en nu heeft kleinzoon Zonta z’n TT-debuut gemaakt. Drie coureurs uit een familie, die allemaal in verschillende tijden actief waren of zijn op de circuits. Een gesprek over de racerij van vroeger en nu.

Fotografie: Jan Boer, Henk Keulemans, NMBA, archief Piet van den Goorbergh

Toen Piet, Patrick en Jurgen actief waren in de racerij moest je 18 zijn en een motorrijbewijs hebben voor je een startbewijs kon aanvragen. Hoe anders met Zonta! Die racet al op z’n zestiende in de GP’s. Piet reed in zijn jaren vrijwel elk weekend wel ergens op een stratencircuit, Patrick en Jurgen daarentegen waren al meer op Assen aangewezen. Zonta is vrijwel vanaf z’n beginjaren in het buitenland gaan rijden. En terwijl Piet, Patrick en Jurgen nog konden rijden voor een Nederlands kampioenschap, kom Zonta uitsluitend in internationale competities uit.

5 conclusies na de TT Assen 2022 en resultaten

Wegrace en trial

De vader van Piet reed ook motor, maar was niet actief in de motorsport. Dat waren zijn zonen wel. Piet deed aan wegrace en trial, Kees (die later KNMV-official werd) was ook wegrenner, Ben gaf de voorkeur aan de zijspancross en Lex koos voor de trial. Hedendaagse coureurs doen naast de wegrace ook aan cross of Supermoto, maar uitsluitend als training. Hoe anders dat vroeger was, weet Piet zich goed te herinneren: ‘Ik werd in twee klassen kampioen, in de wegrace en de trial. De laatste trial was in Zuid-Limburg en mijn grote concurrent was een Limburger. We konden beide kampioen worden. Maar omdat die Limburgers samenspanden, werd het me wel moeilijk gemaakt. Eén van die Limburgers kreeg op een non-stop drie punten, terwijl hij er vijf had. Het was nog nooit gebeurd dat iemand titels in twee verschillende disciplines in één jaar behaalde. Het is nu ondenkbaar dat je in de wegrace en de trial in hetzelfde jaar kampioen wordt. In onze tijd waren we allemaal amateurs en ik deed de trial er altijd bij.’ Jurgen: ‘Ik gebruikte de trial al als training.’ Een trialmotor lijkt me ook veiliger dan een crossmotor. Je hoort met enige regelmaat dat een GP-coureur bij het crossen een blessure oploopt. Afgelopen week brak Moto2-coureur Pedro Acosta nog zijn linker dijbeen. Jurgen: ‘Ik heb nooit gecrost, wel enduro gereden, zoals de Zesdaagse in Assen. Enduro heb ik volop gedaan.’ Jurgens ultieme wedstrijd was Paris-Dakar, waarin hij een keer het kistklassement won, het klassement voor rijders zonder assistentie. Dat Jurgen als vroeg kennismaakte met de trial vindt Piet niet meer dan logisch: ’We gingen elke zondag trial rijden in het bos. Zo kwamen de kinderen al vroeg met trial in aanraking. En daar is het feitelijk ook mee begonnen voor Jurgen.’

Patrick en Jurgen met hun ouders aan het begin van hun carrière.

Nooit Nederlands kampioen

De eerste motor van Piet was een 125cc-Eysink, een motorfiets die gemaakt werd in Amersfoort.‘Die kreeg ik van een fietsenmaker. Ik had bij hem een plafond gestukadoord, want we hadden thuis een aannemingsbedrijf. Met een Volkswagenbusje, dat tegen de 100 km/u liep, probeerden we de topsnelheid van dat ding uit. Een lol dat we hadden! De busjes werden ook regelmatig gebruikt om de motoren mee te nemen naar de circuits. Het sleutelwerk deden we allemaal zelf. Kees kon heel goed sleutelen.’

De wegracecarrière van Piet begon in 1958 in Etten en duurde tot 1976. Hij kwam hoofdzakelijk uit in de lichtere klassen; in die tijd had je nog de 50- en de 125cc. Piet: ‘Maar ik heb ook een fabrieks-Jawa gehad voor de 350cc-klasse. En ik heb ook nog met een 500-Honda gereden, maar mijn beste prestaties waren in de 50, 125 en de tweeënhalf. Voor de 250 had ik een Aermacchi, een viertakt. Ik ben twee keer kampioen geweest in de 125 cc, in de 250 cc lukte het net niet.’ Daarmee is Piet zijn zoon de baas, want Jurgen behaalde in 1991 zijn enige Nederlandse titel, het kampioenschap in de 250 cc. Jurgen plagerig tegen Zonta: ‘En jij wordt nooit Nederlands kampioen…’ Ondanks dat hij achttien jaar heeft geracet, deed Piet slechts twee keer mee aan de TT. Toen ik Jurgen daarover belde, was het wel even lachen. Jurgen wist echt dat ‘die ouwe TT had gereden’.

TT-Assen 2022: Interview Luca Marini

Tijdens de TT van 1973 eindigde Piet op een 125cc-Yamaha als negende. De race werd gewonnen door Eugenio Lazzarini. Destijds kregen de eerste tien punten voor het wereldkampioenschap, de negende plaats was goed voor twee WK-punten. Het laatste punt in die race ging naar Henk van Kessel. Piet: ‘Vergeleken met de fabrieksrijders waren wij maar amateurtjes. Wij maakten niks tegen ze klaar.’ Die twee punten vormden ongetwijfeld het hoogtepunt van je carrière? Na lang nadenken zegt Piet: ‘Nee, twee keer winnen van de 6 uursrace op Zandvoort was mooier.’

Mummie op de bank

Jurgen moest tot zijn achttiende wachten om een startbewijs aan te vragen, maar zat uiteraard al eerder op een racemotor op een circuit. Piet: ‘We gingen met Jurgen al naar Zandvoort. Dan reed hij met een donker vizier, maar de controleurs wisten best wel dat hij het was.’ Jurgen: ‘Ik reed al vanaf m’n zestiende, maar geen wedstrijden. We hadden een Yamaha RD350LC, daar ben ik in Frankrijk een beetje mee gaan trainen. Net over de grens lagen wat kleine circuits. Zodoende kon ik al wel kilometers maken om te kijken of ik het wat vond. Patrick reed toen al 250 cc.’ Toch was het geen uitgemaakte zaak dat Jurgen aan wegrace zou gaan doen, want de stadioncross sprak hem meer aan. Wel was hij als toeschouwer meerdere keren bij de TT. ‘Ik heb er ook wel eens op de dijk geslapen.’ Hij heeft niet veel meegekregen van de wegraces van zijn vader; hij was zes toen Piet het voor gezien hield. ‘Als pa een keer hard onderuit was gegaan en hij op de bank zat met alles in het verband, leek hij wel een mummie.’ Gelukkig was dat beeld van zijn vader op de bank voor Jurgen geen reden om niet te gaan racen. Ook niet toen zijn vader vol schaafwonden terugkwam van races in Hengelo. Piet: ‘Ik was de eerste in Nederland met een gekleurde overall. Het waren hele dunne lapjes leer. Ik ging in Hengelo een keer vol gas onderuit gegaan. Van die overal was niets meer over, er was zelfs niets meer van te maken.’

Net zoals Jurgen weinig meekreeg van de carrière van zijn vader, werd ook Zonta nauwelijks iets gewaar van de prestaties van zijn vader op de mondiale circuits. Op internet stuitte ik op een mooie uitspraak van Zonta, toen hij nog deelnam aan de Red Bull Rookies Cup: ‘I did not realise that my grandfather, uncle and my father have raced years ago’. Zonta: ‘Klopt. Ik wist niet eens wat wegrace was. Ik ben op m’n tiende begonnen, maar wist nauwelijks wat papa had gedaan. Hij heeft het me ook nooit verteld. Ik weet dat Patrick heeft geracet en dat hij daarna papa is gaan helpen.’ Actiebeelden van zijn vader had Zonta nooit gezien. Pas bij Khalid & Sofie – waar ze op 13 juni te gast waren – zag hij beelden van zijn vader die korte tijd de leiding nam in GP500-race van de TT van 2000 – waarin hij Valentino Rossi voorbijstak.

Aan de keukentafel bij Jurgen, vader Piet, zoon Jurgen en kleinzoon Zonta.

Meer talent, minder inzet

Over de eerste race van Jurgen heeft Piet nog wel een anekdote: ‘Jurgen reed in Hengelo in de Yamaha-klasse. Hij was heel fanatiek. In de training viel hij, pakte zijn motor op, maar kon niet verder. Hij kwam naar mij toe en zei dat ik iemand moest aanhouden zodat hij op diens motor verder kon.’ Een bulderende lach van zowel Jurgen als Zonta is zijn deel. Jurgen: ‘Dat was in de eerste ronde van de tijdtraining. Gevolg was dat ik achteraan moest starten…’ Patrick, zijn ruim vier jaar oudere broer, was in die begintijd steeds een paar stapjes verder dan Jurgen. Uiteindelijk streefde Jurgen hem voorbij. ‘Ik had iets meer talent, maar de inzet van Patrick was zeker niet minder. Ik denk soms wel meer dan mij. Ik had gewoon meer inzicht in het rijden. Op talent kwam ik steeds iets verder dan Patrick. Patrick was vooral conditioneel altijd heel erg sterk. Hij ging er echt voor. Het is ook niet voor niets dat we beiden in het wereldkampioenschap hebben gereden.’

In de 250cc scoorde Jurgen 28 keer WK-punten, in de 500 cc 69 keer. Zijn beste resultaat behaalde hij in de 250cc, met een vierde plaats in Assen. In de 500cc was tweemaal een vijfde plaats zijn hoogste score en twee keer veroverde hij pole. Als jij terugkijkt op jouw carrière, heb je er sportief dan alles uitgehaald? Jurgen: ‘Dat denk ik wel. Met iets beter materiaal op het juiste moment had ik nog iets beter kunnen presteren. Als ik ergens anders meer mogelijkheden zag, ging ik daar naar toe. En dat pakte ook wel eens verkeerd uit.’

Financieel kwam het wel goed, want hij woonde niet voor niets een tijd in Monaco. Beide kinderen – dochter Quincy en Zonta – zijn er geboren. Er was in die tijd een Braziliaanse F1-coureur met de naam Ricardo Zonta. Enig verband met die naam? ‘We liepen eens in Monaco en daar zagen we een naambordje met de naam Zonta erop. Die naam sprak ons aan. Ik heb wel eens een handje geschud met Ricardo, maar ging meer met andere jongens om. En ik was ook niet zo onder de indruk van zijn prestaties in de F1.’ En Zonta, heb jij je wel eens verdiept in aan wie jij je naam te danken hebt? Zonta: ‘Nee, zelfs niet op internet.’

Hogere klopvastheid

Wegrace was in de jaren zestig en zeventig een kwestie van overleven. Niet alleen waren de circuits veel gevaarlijker, ook het materiaal liet het vaak afweten. Heel anders dan nu, want hoe vaak zet een coureur zijn motor defect aan de kant? Piet: ‘Wij waren ook meer met de motor bezig dan met het rijden. Nu is alles optimaal. Bij ons was het “loopt-ie vast of loopt-ie niet vast?”.’ Jurgen: ‘In mijn tijd werd de olie veel beter. Voorheen was er voor de tweetakt maar één olie en dat was Castrol. Ook de benzine werd beter, met een hoger octaangetal. De technieken werden geavanceerder. Als je ziet wat viertakten nu kunnen hebben zonder kapot te gaan, dat is eigenlijk heel bizar.’ Piet: ‘Wij haalden vroeger Avgas, een vliegtuigbenzine, op van het vliegveldje van Seppe. Die had een hogere klopvastheid.’ Jurgen: ‘Het was heel normaal als je in een weekend één of twee keer langs de kant stond.’ Niet altijd was dat een kwestie van pech, er werd ook opzettelijk gestopt. Jurgen: ‘Aan het eind van het langste rechte stuk waar je vol gas reed, draaide je het gas ineens dicht en zette je de motor af. De monteurs konden aan de hand van de kleur van de bougie en de cilinderkop zien of het mengsel te rijk of te arm stond. Zo bepaalden ze of een motor meer of minder benzine moest hebben. Er werd toen ook veel meer gesleuteld. Nu kijken ze op de computer wat ze eventueel aan de afstelling kunnen wijzigen.’ Toch is het nog steeds belangrijk wat een coureur aangeeft. Heeft Zonta daar gevoel bij? ‘Als ik iets voel, dan blijkt dat ook uit de data.’ Jurgen: ‘De data bevestigen wat Zonta voelt. Kleine veranderingen in de afstelling aan de voor- of achterkant voelt hij meteen. Dat simuleren we vaak op de Supermoto. Als we daar iets veranderen, weet Zonta welke invloed dat heeft.’

Bizar hoe hard ze gaan

Het is gebruikelijk dat een jonge coureur die in het wereldkampioenschap debuteert, uitkomt in de Moto3. Dat hadden Jurgen en Zonta ook zo in gedachten. Er werd gehoopt op een zitje bij Petronas, maar toen het Maleisische olieconcern zich terugtrok, moest naar iets anders worden omgekeken. Jurgen: ‘Afgelopen winter moesten we in een split second beslissen “hoe nu verder” toen de Moto3-deal niet doorging.’ Er was al contact geweest met Jarno Janssen van RW Racing, het Nederlandse Moto2-team. Jurgen: ‘Zonta ging van zo’n 60 pk naar 150 pk.’ Zonta – zijn postuur past beter bij de Moto2 dan bij de Moto3 – dacht er enige dagen over na en stemde toe. Met zijn zestien jaar is hij de jongste coureur in de Moto2. Hoe kijken de andere rijders naar jou, als jongste van het hele veld? ‘In het begin vonden ze het niet leuk. En toen ik er in Argentinië goed bij stond, vonden ze het écht niet leuk. We hebben koptelefoons waarmee we ook verbonden zijn met de kanalen van andere teams. Konden we een keer de box van één van de topteams van de Moto2 afluisteren wat ze ervan vonden.’

Aanpassingsproblemen heeft Zonta niet echt gehad. Vanaf het eerste moment draait hij lekker mee, wel in het tweede deel van het deelnemersveld. Zonta: ‘We rijden niet zoveel harder dan de Moto3, maar hebben wel meer vermogen. En de motoren zijn ook veel zwaarder.’ Dat de ontwikkelingen niet stil staan blijkt uit de rondetijden, want Zonta rijdt op bijvoorbeeld Jerez dezelfde rondetijden als Jurgen twintig jaar geleden in de 500cc. Jurgen: ‘Ik weet hoe hard het op een 500 ging. En dat dan op een Moto2 die zwaarder is en minder vermogen heeft. Het is onvoorstelbaar dat je met zo’n motorfiets die tijden rijdt. Destijds was het helemaal ondenkbaar dat je met een viertakt sneller kon zijn dan een tweetakt. Het is bizar dat Zonta op iedere baan mijn 500cc-tijd kan evenaren. De vooruitgang is enorm en dat zit ‘m grotendeels in de banden en de vering.’ Piet: ‘Wij hadden peerbanden en we reden het hele jaar met dezelfde band, maakte niet uit of de baan droog of nat was. Die banden moest je ook in één keer op de platte kant gooien.’ Hoe anders is het nu.  Zonta: ‘Wij hebben zoveel banden, ik heb ze meestal niet eens allemaal nodig.’

Als 16-jarige ben je nog leerplichtig. Grands Prix en school lijkt me geen gelukkige combinatie. Zonta: ‘Ik zit nu in HAVO 5. Ik moet dit jaar nog één examen doen, wiskunde, en volgend jaar nog drie. Ik volg thuisonderwijs. Toch zou ik liever naar school gaan, want nu zie ik niemand. Ik neem geen schoolboeken mee als ik naar de races ga, ik doe alles thuis.’ Komende herfst staat de studie een tijdje op een laag pitje, want dan zijn vader en zoon zes weken op pad. Zonta: ‘Dan gaan we naar Japan, Thailand, Australië en Maleisië.’ Jurgen: ‘We blijven daar en gaan tussendoor niet naar huis in de twee weken tussen Thailand en Australië. Dan blijven we min of meer in dezelfde tijdzone.’ Zonta: ‘Na Aragón moeten we direct door naar Japan. En de week daarna komt Thailand, dus drie wedstrijden achter elkaar. Dan is een beetje ontspanning wel zo lekker.’

Piet van den Goorbergh 49 jaar geleden op weg naar de negende plaats in de TT. Let op de grondspeling van de uitlaat.

Zoon van, vader van

Tijd voor ontspanning en studie is er ook de komende tijd, want door het wegvallen van de Finse GP zit er meer dan een maand tussen Assen en Silverstone. Jurgen: ‘In die maand gaan we wel wat trainen.’ Omdat er niet op de wedstrijdmotor gereden mag worden, bouwt Jurgen een Yamaha R1 op voor Zonta. Ook rijdt Zonta op de KTM Supermoto, die thuis in de garage staat. Jurgen: ‘Veel rijders trainen op een R1.’ En omdat Jurgen kan draaien, frezen en lassen, kost het hem geen moeite een straatfiets om te bouwen tot een circuitfiets. Ook moet Zonta fysiek aan de bak. Niet dat daar iets mis mee is, maar hij merkt wel dat de races die hij nu rijdt aanzienlijk langer zijn dan de races die hij gewend was. Jurgen: ‘De motoren in de Moto2 zijn veel zwaarder dan in de Moto3. Zijn lichaam krijgt veel meer krachten te verduren dan vorig jaar. Hij is niet de enige die er last van heeft, er zijn er wel meer die dat aan het eind van de wedstrijd overkomt.’ De motortraining pakken vader en zoon samen op. De fysieke training – fietsen en krachttraining – laat Jurgen graag aan zijn zoon. Zonta lachend: ‘Hij durft het niet aan om met mij te trainen.’

Bijzondere rol oud brandweerbusje in het IDM-leven van Pepijn Bijsterbosch

Zonta was al bekend met een aantal circuits, maar komt dit jaar ook op voor hem onbekende circuits. Maak je je dan enigszins vertrouwd met die circuits op bijvoorbeeld een Playstation? Zonta: ‘Een aantal banen kende ik al. Ook van videogames. Maar je ziet pas echt hoe de baan loopt als je er bent, waar de curbstones liggen en waar het groen ligt. Op een Moto2 is het vaak toch een heel andere baan dan op een Moto3.’

Jurgen heeft de naam Van de Goorbergh gevestigd op de internationale circuits. Voelt Zonta zijn achternaam als een voordeel of een nadeel? ‘Neutraal. Mijn vader heeft natuurlijk wel zijn contacten, maar het gaat erom dat je talent hebt. Dan kun je er wel komen.’ Een parallel met de familie Verstappen dringt zich al snel op. Jos Verstappen was de grote man, zoon Max was ‘de zoon van’. Inmiddels zijn de rollen omgedraaid en is Jos ‘de vader van’. Jurgen: ‘Zonta is nu nog de zoon van mij, straks moet ik de vader van hem zijn. Ik moet een stapje terug zetten. Dat heb ik eigenlijk al gedaan, want ik was voorheen voor alles eindverantwoordelijk. Nu begeleid ik hem. Kruiwagentjes helpen altijd.’

Familieportret van een jaar of dertig geleden met de grootouders van Patrick en Jurgen. Achter v.l.n.r. Ton, Claudia (vrouw van Patrick), Kees, Ben, Piet en Lex. Rechts vooraan neef Mike.
Jan Boer
Jan Boer
Jan Boer werkte jarenlang voor de redactie van MOTO73 en doet dat inmiddels als gepensioneerde liefhebber nog altijd met dezelfde passie en kennis.

Stay tuned

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en mis nooit het laatste nieuws! Onze nieuwsbrief wordt iedere week op dinsdag (bij veel nieuws) en donderdag verstuurd.


Gerelateerde artikelen