Jeffrey Buis begon sterk aan de World Sportbike-ronde in Most met een tweede plaats in de eerste race, waarmee hij één punt achter de WK-leider in de tussenstand kwam te staan. In de tweede race sloeg het noodlot echter toe: de Suzuki-coureur werd, net als Loris Veneman, meegesleurd in een crash van een andere rijder kort na de start. Michael van der Mark maakte zijn rentree in de World Superbike als vervanger van de geblesseerde Miguel Oliveira en liet een goede indruk achter met onder meer een top-tienklassering.
Voor het World Superbike-kampioenschap was het raceweekend op Autodrom Most de vijfde ronde van het seizoen 2025. Voor de nieuwe World Sportbike-klasse, met drie Nederlandse kanshebbers, was het pas de derde ronde van het seizoen en de eerste keer sinds de Assen-ronde dat de klasse weer in actie kwam. Jeffrey Buis begon als nummer twee in het WK aan het weekend in Tsjechië, nadat hij tijdens zijn thuisrace een zege en een derde plaats had behaald. Toch was de Suzuki-coureur met een elfde tijd de minst geklasseerde Nederlander in de kwalificatie. Loris Veneman plaatste zich namelijk als derde en Kas Beekmans als zesde voor de eerste race.

Knappe tweede plek
In de eerste race op zaterdagmiddag ontstond al snel een kopgroep van ongeveer tien rijders, met daarin Buis en Veneman. Beekmans verloor meteen de aansluiting, omdat hij moest uitwijken voor een crash van meerdere rijders in de openingsronde. Daarmee waren zijn kansen op een goed resultaat al vroeg verkeken. Wel wist Beekmans zich nog op te werken naar de elfde plaats. Buis en Veneman reden lange tijd rond de vierde tot zesde positie in de kopgroep. In de slotfase kwam Buis verder naar voren. In de laatste ronde werd nog hard gestreden, waarbij Buis als tweede nipt voor WK-leider David Salvador eindigde. Veneman finishte als vijfde, terwijl de overwinning naar Matteo Vannucci ging, uitkomend op een Aprilia. Het was de eerste zege voor Aprilia in het WorldSBK-paddock sinds 2018. Met zijn tweede plaats was Buis tot op één punt van Salvador genaderd. In de tweede race had de Track & Trades Wixx Racing-coureur echter veel pech bij de start. In de krappe eerste chicane werd Buis meegenomen in een crash van een andere rijder. Ook Veneman werd hierbij slachtoffer, net als nog twee andere rijders. Veneman maakte in Assen al iets soortgelijks mee. Door de chaos in de openingsronde wist al snel een kleine groep weg te rijden, zeker naar World Sportbike-begrippen. In de voorste groep, die eerst uit zes en later uit vijf rijders bestond, bevond zich ook Beekmans. De VLR Racing Team Suzuki-coureur reed echter veelal aan de staart van die groep. Helaas kwam het niet tot een topresultaat, doordat Beekmans zich in de voorlaatste bocht voor de finish onderuit remde en Xavier Artigas meenam in zijn val. De race werd gewonnen door Antonio Torres, waarmee de Kawasaki-coureur de tweede plek van Buis in het WK-klassement overnam. WK-leider Salvador eindigde opnieuw als derde en staat nu zeventien punten voor op Buis, die na zijn pech is teruggevallen naar de derde plaats in het debuutjaar van het World Sportbike-kampioenschap.
Moto2 Catalonië 2026: Veijer verknalt topresultaat al bij de start
Goede rentree
Michael van der Mark maakte zijn comeback in het World Superbike-kampioenschap. Tussen 2015 en 2025 was de Rotterdammer elf jaar lang een vaste waarde in deze klasse. Voor 2026 was er geen plek meer voor hem in het BMW-fabrieksteam in het WK Superbike. Van der Mark ging in op een aanbod van BMW om testrijder van het WorldSBK-team te worden en daarnaast coureur van het fabrieksteam van de Duitse fabrikant in het World Endurance-kampioenschap. Toch keerde de 33-jarige coureur terug bij zijn voormalige team om Miguel Oliveira te vervangen, die vanwege een complexe schouderblessure, opgelopen op Balaton Park, voorlopig uit de roulatie is. Dit betekent voor Van der Mark een drukke periode, want naast zijn optreden in Most zal hij hoogstwaarschijnlijk ook de WorldSBK-rondes in Aragón en Misano rijden. Tussendoor neemt hij bovendien deel aan de WK Endurance-race op Spa-Francorchamps. Bij zijn terugkeer liet Van der Mark zien nog altijd snel te zijn. Vrijdag eindigde de BMW-coureur als tiende en in de Superpole-kwalificatie kwam hij tot de twaalfde tijd. In alle sessies was hij slechts nipt langzamer dan teamgenoot Danilo Petrucci. Toch was Van der Mark na de openingsronde van de eerste race nog de enige BMW-rijder op de grid. Petrucci kwam hard ten val, waarbij hij zijn stuitbeen brak en meerdere kneuzingen opliep. De race werd stilgelegd en later hervat. Van der Mark moest de eerste race vanwege een straf vanaf de laatste startrij beginnen, omdat hij tijdens een vrije training onder een gelevlag-situatie zijn snelste sectortijd had neergezet. Ook Álvaro Bautista ontbrak inmiddels. De 41-jarige coureur was gecrasht in de trainingen en had daarbij breuken in zijn enkel en voet opgelopen. Bij de herstart van de eerste race wist Van der Mark direct posities goed te maken en lag hij al snel op de veertiende plaats. In de tweede helft van de race reed hij een vergelijkbaar tempo als de rijders direct voor hem, maar niet snel genoeg om hen nog te achterhalen. De Nederlander finishte ook als veertiende. In de Superpole Race mocht Van der Mark wel vanaf de vierde rij vertrekken en reed hij al snel de top-tien binnen. De BMW-coureur kwam net tekort voor de negende plek, wat hem een betere startpositie voor de tweede race had opgeleverd. In de tweede hoofdrace vocht Van der Mark lange tijd een mooi duel uit met Sam Lowes om de twaalfde plaats. In de slotfase moest hij de Brit laten gaan en sloot hij zijn weekend af met een dertiende plek. “Ik ben blij om terug te zijn. Ik heb altijd willen racen, maar niet om iemand te vervangen”, begon Van der Mark. “Helaas had Danilo (Petrucci) een zware crash en eerlijk gezegd had ik daarna geen woorden meer. Beide rijders geblesseerd, niemand in het team verdient dit. Mijn tempo werd gedurende het weekend een stuk beter, maar het was nog niet genoeg. Toch is het mooi om te zien dat we in elke sessie vooruitgang hebben geboekt.”
Ducati opnieuw superieur
De dominantie van Ducati in de World Superbike kwam in de Superpole Race het duidelijkst tot uiting. De complete top-vijf werd bezet door Ducati-rijders en in de top-acht finishten maar liefst zeven rijders van de Italiaanse fabrikant. De enige die zich ertussen wist te mengen, was verrassend genoeg Garrett Gerloff. Kawasaki heeft zichtbaar een stap gezet met de ZX-10RR. Volgens Gerloff remt geen enkele motor zo goed als deze. De Amerikaan kwam sterk voor de dag in Most, waar meerdere harde rempunten zijn. Gerloff eindigde als vierde in de eerste race, zesde in de Superpole Race en vijfde in de tweede race. Daarmee was hij de beste niet-Ducati-coureur in Tsjechië. Aan kop waren er geen verrassingen. Nicolò Bulega won opnieuw driemaal, waarmee hij nu negentien races op rij en alle vijftien races van 2026 heeft gewonnen. De eerste race was het spannendst, waarbij zijn Aruba.it Racing – Ducati-teamgenoot Iker Lecuona tot drie ronden voor het einde nog aan de leiding lag. Lecuona eindigde driemaal als tweede. Daarmee heeft het Ducati-fabrieksteam nu twaalf races op rij een 1-2 behaald. Yari Montella maakte in alle drie de races het Ducati-podium compleet.
Ten Kate terug in titelstrijd
De verwachtingen waren voorafgaand aan het seizoen hoog bij Pata Yamaha Ten Kate Racing, nadat het Nederlandse team vorig jaar met Stefano Manzi wereldkampioen Supersport was geworden. Als opvolger van de naar het World Superbike-kampioenschap vertrokken Italiaan werd vicewereldkampioen Can Öncü binnengehaald. Toch wist de Turkse coureur in de eerste vijf races geen podiumplaats te scoren, waardoor hij al vroeg flinke achterstand opliep in het WK-klassement. Inmiddels lijkt Öncü zijn ritme bij de equipe uit Nieuwleusen gevonden te hebben. Voor het raceweekend in Tsjechië had Öncü al drie opeenvolgende podiumplaatsen behaald en tijdens de kwalificatie op Autodrom Most was hij voor de tweede keer dit jaar het snelst in de kwalificatie. In de eerste race bleven vijf rijders tot het einde dicht bij elkaar, waarbij Valentin Debise lange tijd het veld aanvoerde en uiteindelijk de race won. Öncü eindigde als tweede, voor WK-leider Albert Arenas en Jaume Masia. In de tweede race ging het mis voor twee koplopers in het klassement. Masia kwam in contact met Arenas, waarbij laatstgenoemde ten val kwam. Masia kreeg voor het incident een long lap penalty en ging later in de race zelf ook onderuit. Terwijl de nummers één en twee in het WK puntloos bleven, streden Debise en Öncü om de overwinning. Opnieuw was het Debise die de coureur van Pata Yamaha Ten Kate Racing wist te verslaan. Öncü heeft in 2026 nog geen overwinning geboekt, maar behaalde inmiddels wel vijf podiumplaatsen op rij. De coureur van het Nederlandse team staat nu vierde in het WK-klassement en verkleinde tijdens het weekend in Tsjechië de achterstand op WK-leider Arenas van 62 naar 38 punten. De Deen Simon Jespersen van het Nederlandse EAB Racing Team werd negende in de race en crashte in de tweede race.
Fotografie: WorldSBK, teams
Uitslagen en tussenstanden
World Superbike
Race 1: 1. Bulega; 2. Lecuona; 3. Montella; 4. Gerloff; 5. Bassani; 6. Baldassarri; 7. A. Lowes; 8. Locatelli; 9. Surra; 10. Manzi; 11. Mackenzie; 12. Vierge; 13. Bridewell; 14. Van der Mark; 15. Gardner.
Superpole Race: 1. Bulega; 2. Lecuona; 3. Montella; 4. Baldassarri; 5. Surra; 6. Gerloff; 7. Mackenzie; 8. Bridewell; 9. A. Lowes; 10. Van der Mark.
Race 2: 1. Bulega; 2. Lecuona; 3. Montella; 4. Baldassarri; 5. Gerloff; 6. Surra; 7. A. Lowes; 8. Bassani; 9. Locatelli; 10. Bridewell; 11. Vierge; 12. S. Lowes; 13. Van der Mark; 14. Gardner; 15. Manzi.
WK-tussenstand na 15 races
| Plaats | Coureur | Punten |
|---|---|---|
| 1 | Nicolò Bulega, I, Ducati | 310 |
| 2 | Iker Lecuona, E, Ducati | 215 |
| 3 | Yari Montella, I, Ducati | 121 |
| 4 | Lorenzo Baldassarri, I, Ducati | 107 |
| 5 | Sam Lowes, GB, Ducati | 103 |
| 6 | Alex Lowes, GB, Bimota | 101 |
| 7 | Axel Bassani, I, Bimota | 86 |
| 8 | Miguel Oliveira, PT, BMW | 85 |
| 9 | Álvaro Bautista, E, Ducati | 81 |
| 10 | Garrett Gerloff, US, Kawasaki | 68 |
| 20 | Michael van der Mark, NL, BMW | 20 |
World Supersport
Race 1: 1. Debise; 2. Öncü; 3. Arenas; 4. Masia; 5. Mahias; 6. Bayliss; 7. Ferrari; 8. Farioli; 9. Öttl; 10. Jespersen; 11. Zaccone; 12. Caricasulo; 13. Alcoba; 14. Vostatek; 15. Whatley.
Race 2: 1. Debise; 2. Öncü; 3. Bayliss; 4. Mahendra; 5. Ferrari; 6. Zaccone; 7. Öttl; 8. Alcoba; 9. Farioli; 10. Caricasulo; 11. Whatley; 12. Aegerter; 13. Okamoto; 14. Casadei; 15. Perolari.
WK-tussenstand na 10 races
| Plaats | Coureur | Punten |
|---|---|---|
| 1 | Albert Arenas, E, Yamaha | 166 |
| 2 | Valentin Debise, FR, ZXMOTO | 147 |
| 3 | Jaume Masia, E, Ducati | 130 |
| 4 | Can Öncü, TR, Yamaha | 128 |
| 5 | Philipp Öttl, DE, Ducati | 105 |
| 6 | Matteo Ferrari, I, Ducati | 76 |
| 7 | Lucas Mahias, FR, Yamaha | 76 |
| 8 | Jeremy Alcoba, E, Kawasaki | 76 |
| 9 | Alessandro Zaccone, I, Ducati | 68 |
| 10 | Roberto Garcia, E, Yamaha | 57 |
World Sportbike
Race 1: 1. Vannucci; 2. Buis; 3. Salvador; 4. Torres; 5. Veneman; 6. Artigas; 7. Seabright; 8. Ieraci; 9. Fleerackers; 10. Fernandez; 11. Beekmans; 12. Fuertes; 13. Mulya; 14. Bartolini; 15. Agaska.
Race 2: 1. Torres; 2. Ieraci; 3. Salvador; 4. Vannucci; 5. Thompson; 6. Dessoy; 7. Mulya; 8. Fuertes; 9. Osuna; 10. Fleerackers; 11. Risueno; 12. Correa; 13. Gennai; 14. Benetti; 15. Aksu; DNF, Buis, Veneman en Beekmans.
WK-tussenstand na 6 races
| Plaats | Coureur | Punten |
|---|---|---|
| 1 | David Salvador, E, Kawasaki | 101 |
| 2 | Antonio Torres, E, Kawasaki | 91 |
| 3 | Jeffrey Buis, NL, Suzuki | 84 |
| 4 | Matteo Vannucci, I, Aprilia | 79 |
| 5 | Ferre Fleerackers, BE, Suzuki | 72 |
| 6 | Xavier Artigas, E, Kawasaki | 64 |
| 7 | Bruno Ieraci, I, Triumph | 40 |
| 8 | Loris Veneman, NL, Kawasaki | 51 |
| 9 | Carter Thompson, AU, Yamaha | 27 |
| 10 | Álvaro Fuertes, E, Kawasaki | 25 |
| 12 | Kas Beekmans, NL, Suzuki | 24 |


