Test: Ducati Monster 1200S vs Indian Scout FTR1200S

Een Ducati en een Indian vergelijken? Die kans hebben we niet vaak door het kleine raakvlak dat de twee merken qua modellen hebben. Met de komst van de Monster-lookalike van Indian kunnen we echter haast niet anders. Welke 1200S is dus de beste?

Ducati Monster 1200S

Niet eerder mochten we de Ducati Monster 1200S verwelkomen in een dubbeltest. Best bijzonder eigenlijk voor een motorfiets die inmiddels toch alweer zes jaar verkrijgbaar is. Je zou daarom misschien zelfs wel kunnen stellen dat de Monster 1200S jaar op jaar de koning te rijk was. De luxere variatie op de standaard Monster 1200 is gezegend met hoogwaardige veercomponenten van de firma Öhlins en heeft om stopkracht te winnen Brembo M50-monoblocks meegekregen toen hij in 2016 werd geüpdatet. Sinds de productie van deze test is overigens al bekend geworden dat de 1200S ook in 2020 nog op de prijslijst zal staan, maar dan enkel nog in zwart of rood, zonder ingrijpende wijzigingen. Wel een belangrijke verandering is dat de Monster 1200R, de machine die de 1200S toch altijd wat overschaduwde, van de prijslijst verdwijnt ten gunste van de gloednieuwe Streetfighter V4. Daarmee zou de 1200S dus de meest luxe naakte tweepitter van Ducati worden die je op dit moment kunt krijgen.

Ducati Monster 1200S
‘Vastberaden’

Bij de introductie van de hernieuwde 1200S in 2016 vielen er al een aantal dingen op. Hoewel hij de Euro 4-dwangbuis kreeg aangemeten, steeg het totale vermogen met een flinke stap. Tegelijkertijd werd de geometrie ook nog stukken sportiever: een korte wielbasis, een steilere balhoofdhoek en daarmee dan ook een sportievere naloop. Ja, al met al ging de luxe Monster veel verfijnder door het leven. ‘Vastberaden maar speels’ was de kop boven de test. Ook nu zou die goed passen. Rijden met het ding is namelijk absoluut sportief. De Testastretta elf-graden-DS-twin is gretig en loopt tot net voorbij de 10.000 toeren door, al lijkt hij al vanaf 8250 toeren ietwat te worden getemperd. Ook de koppelkromme schreeuwt ‘vastberaden’, omdat je pas bij 7750 toeren zijn maximum van 124 Nm bereikt. Wauw, het beestje blijft maar gaan als je een hengst aan de gaskraan geeft. Maar goed dat hij is uitgerust met de nodige elektronica om de boel in het gareel te trekken wanneer nodig. Wheelie en traction control zijn daarbij essentieel, want de Monster heeft zonder nogal de neiging om zijn voorwiel in de lucht te steken. Overigens zitten er ook sensoren op die signaleren als het achterwiel het luchtruim verkiest bij een MotoGP-waardige remactie. Dan laat het systeem de remdruk wat zakken, zodat de boel weer gauw aan de grond is. Dat soort snufjes zijn natuurlijk supergaaf om over op te scheppen aan de toog, maar zelfs bij een beetje vlot doorjakkeren, zul je het waarschijnlijk niet nodig hebben.

Ducati Monster 1200S Test

Veelzijdig

De Monster is absoluut sportief van aard. Toch voel je je altijd in controle, alsof je eruit weet te halen wat erin zit en er niet nog een hele bult vermogen, koppel of hellingshoek in zit, terwijl dat natuurlijk wel zo is. Wat dat betreft is de 1200S vooral erg vriendelijk. De verschillende rijmodi helpen daar ook bij. In Sport heb je de beschikking over zijn volle vermogen, maar hetzelfde heb je in Touring. In het laatste geval is het enige echte verschil dan ook dat de gasreactie een stuk minder fel is. Overigens vallen vrijwel alle elektronische hulpsystemen nog naar smaak in te stellen via het logische menu dat Ducati op vrijwel al zijn motorfietsen gebruikt. Daarmee kun je de Ducati indelen onder het kopje veelzijdig. Een Monster hoort van nature een sportieve allemansvriend te zijn. Rijd je hem op het randje, dan kan dat, maar rijd je hem lekker kalm aan, dan doet hij dat ook even zo foutloos. Ja, die Monster mag er wezen. In het geniep is hij uitgegroeid tot een echte evergreen, die vrijwel niets fout kan doen en die bij vrijwel iedereen in de smaak weet te vallen vanwege zijn gedegen karakter.

Het enige echte nadeel is dan ook de ‘vanafprijs’. Die is namelijk goed afgestemd op die weelde van luxe en veelzijdigheid. Je betaalt net geen € 20.000,- voor de 1200S. Overigens doe je dat ook voor de Indian, dus wat dat betreft lijkt dit duo goed te weten wat de waarde van mooi en sportief naakt is.

De mening van…

Het was lang geleden dat hoofdredacteur Eddie de Vries met een dikke naked reed en daar had hij wel weer eens zin in! Als gastrijder reed hij mee naar de Achterhoek.

‘In 2014 reed ik met de eerste generatie 1200S op Tenerife, tijdens zijn introductie. Toen al was er weinig waarop je deze motorfiets echt kon afrekenen. Enorm speels, een voortreffelijk elektronicapakket en dan ook nog eens erg comfortabel en krachtig. Het ging me toen wat ver om met zoveel pk’s en koppel de term allemansvriend te hanteren, maar ruim vijf jaar later neig ik er toch naar. In deze test in elk geval zeker. De Ducati laat zich moeiteloos rijden. Het blok draait soepel, maar is toch ook wat nukkig, zoals je van de Italiaan verwacht. Goed vind ik dat er heel wat meer voetruimte is bijgekomen sinds de eerste generatie. Zette je daarop je tenen op de voetsteunen, dan kwam je met je hak al snel in contact met die van de bijrijder en de hitteschildjes op de uitlaat. Nu passen er grotere voeten dan maat 43 in die positie!’

MotorNL Nieuwsbrief

Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief of aanbiedingen en blijf iedere week op de hoogte van al het nieuws, motortests, leuke routes of aanbiedingen.

Ik meld me hierbij aan voor de volgende mailinglijsten:




Vul een geldig emailadres in
Dat adres bestaat al in ons bestand
The security code entered was incorrect
Dank voor je aanmelding

Gerelateerd