dinsdag 26 mei 2026
Home Blog Pagina 1072

Denemarken: Eilandhoppen

0

Eilandhoppen? Dat doe je toch in Griekenland? Dat kan, maar voor ons is het in Denemarken minstens zo leuk. Met zon zeventig bewoonde eilanden hebben we keuze genoeg. Laten we de tocht beginnen op Falster om daarna via veerboten, bruggen en dijken nog eens twaalf eilanden aan te tikken.

Tekst en foto’s Hans Avontuur

De veerboot vanuit het Duitse Rostock glijdt de haven van Gedser binnen. Dit is Denemarken, waar de woorden zo lekker losjes klinken en je nog ouderwets met kronen betaalt. Ik rij eiland nummer een op, Falster, en meteen beukt de wind snoeihard op de zijkant van de BMW R1200GS Adventure. Goed vasthouden, stevig gaan zitten en sturen. De GS geeft geen krimp en houdt perfect het spoor.

Over de eilanden twee (Lolland) en drie (Bogø) gaat het binnen een uur bijna ongemerkt naar nummer vier: Møn, dat de motorrijder direct in de armen sluit met golvend terrein en bochtige wegen. Het is er heerlijk doorrijden. Braaf waar de situatie erom vraagt, agressief waar het kan. En voor dat laatste is op mn buiten de dorpen en gehuchten genoeg ruimte.

De navigatie moet me naar de spectaculaire kliffenkust Møns Klint brengen. Hoge krijtrotsen rijzen hier steil op uit zee. Als de zon schijnt, is het water azuurblauw, zoals in de Caribbean. Die mazzel heb ik vandaag niet, maar het uitzicht is er niet minder om. Je kunt er afdalen naar zwarte kiezelstranden om fossielen te zoeken.

Als je geen zin hebt in het traplopen naar zee (en terug! ) bezoek je het fraaie geocenter. Hier gaan bezoekers zeventig miljoen jaar terug in de tijd. Dat gebeurt onder meer in een 3d-bioscoop, met virtual reality en tentoonstellingen met het skelet van een dinosaurus als hoogtepunt.

Kasseien neutraliseren

rijden onder een grijze hemel zijn we in Nederland wel gewend, maar het grijs op de Deense eilanden is anders. Het is licht en helder. Geliefd bij landschapsschilders in de negentiende eeuw. De route voert naar het dorpje Møn. Door de oude stadspoort rij ik er binnen. De vering van de GS kan volle bak aan het werk om het gestuiter op de kasseien te neutraliseren. Na een rondje langs kleurrijke vakwerkhuizen leg ik aan bij Høyers Konditorei voor een grote beker koffie met Deense broodjes. Hoewel het niet warm is, zijn er meer mensen die voor een plekje op het terras kiezen. Zal wel iets met die lichte hemel te maken hebben: vitamine d tanken.

Niet veel later steek ik de brug over naar Sjælland, eiland nummer vijf. De stille westkust brengt me naar Karrebæksminde. In het haventje liggen de boten aan een kade met rokerijen en enkele visrestaurantjes. De vis gaat er van de boot rechtstreeks naar de rokerij en het bord. Een kortere voedselketen is nauwelijks mogelijk.

Aan de overkant van het haventje ligt Enø, eiland nummer zes. Ik rij de brug op en neer om de score af te tikken. De losse sfeer van de Deense eilanden doet zijn werk. Steeds vaker verruil ik de dwingende roze streep van de navigatie  de vooraf geprogrammeerde route voor zomaar een leuk weggetje of aardig dorp. Die roze lijn pik ik later wel weer ergens op. Met dank aan deze tactiek doe ik kleine, onverwachte ontdekkingen, zoals de Holsteinborg en het charmante dorp Skælskør .

Losbandige vrouwen

de kleinschaligheid eindigt ineens bij het industrieterrein van de stad Korsør. Al in de tijd van de Vikingen was dit een plaats van waar de mensen de grote belt overstaken naar het eiland Funen. Tot eind vorige eeuw speelde een veerdienst hierbij een belangrijke rol, niet alleen voor het vervoer van mensen, maar ook voor dat van goederen. Een brug heeft daar in 1998 een einde aan gemaakt. Mooi bouwwerk trouwens. Met € 19, – aan tol is hij pittig geprijsd, maar dan heb je ook wat. Het is prachtig rijden. Halverwege de achttien kilometer lange brug ligt eiland nummer zeven: Sprogø. Dit plukje land diende door de eeuwen heen onder meer als vesting, uitkijkpunt en vuurtorenlocatie. Van 1923 tot 1961 was het een ballingsoord voor losbandige vrouwen…

Terug op de brug heb ik het idee dat ik midden op zee aan het rijden ben. Overal om me heen is water en de kustlijn is niet of nauwelijks zichtbaar. De BMW R1200GS Adventure als amfibievoertuig. Eenmaal aan de overkant op Funen

– eiland nummer acht – , zak ik langs de oostkust omlaag naar mijn slaapplek in Troense. Het wordt een mooi slot van de dag door golvend terrein met vanaf de hoger gelegen plekken telkens uitzicht op zee. Het asfalt klimt, daalt, draait, wendt en keert door groene landerijen. Ideaal terrein om nog even naar de punt van het zadel te schuiven, de laarzen schrap te zetten en gas te geven.

Ik heb de ingegeven route ondertussen weer losgelaten. Zo lang de weg naar het zuiden gaat, is het oké. Op die manier kom ik door piepkleine gehuchten, langs eenzame boerderijen en rij ik uiteindelijk bij toeval pal langs het water. Het is een feest tot aan de deur van Hotel Troense. Daar wacht de hotelbaas me op om de garage aan te wijzen. Daar staat de GS vannacht veilig en droog. O, voor ik het vergeet, Troense bevindt zich op eiland nummer negen: Tåsinge.

Afluisterpost

na een stormachtige nacht is het ‘s ochtends windstil. Als ik het gordijn opzij schuif en uit mijn hotelraam kijk, ligt het water er als een spiegel bij. Stevig ontbijten, bagage in de koffers, navigatie terug in de houder en rijden. Wat een lekker begin! Langs het water naar het Valdemars slot, dat al twaalf generaties in dezelfde familie is. De doorgaande weg gaat er door twee slotpoorten. Mooi.

Na het vaak natte wegdek van gisteren is het nu lekker droog doorrijden. De banden kunnen wat meer op de kanten. Elke bocht is een nieuwe uitdaging. Via eiland nummer tien, Siø, rijd ik eiland nummer elf op: langeland. Volgens mijn routeboek zou dit niet zo bijzonder zijn, maar ik besluit om toch even naar het Koldkrigsmuseum te rijden, een museum over de koude oorlog dus. Het is gevestigd in een voormalige vesting, annex afluisterpost, annex artilleriebatterij. Langeland ligt namelijk nogal strategisch aan de doorgang vanuit de Oostzee naar de Noordzee en de Atlantische oceaan. Vanaf hier werden de russen, het rode gevaar, in de gaten gehouden.

3 x Afstappen

Geocenter Moens Klint
Ook als je dit eigentijdse museum over de geboorte van Denemarken niet vanbinnen bezoekt, doe je jezelf te kort als je er in het zadel blijft zitten. Vanaf de rand van de kliffen heb je uitzicht op een van de spectaculairste landschappen van Denemarken.
www.moensklint.dk

Koldkrigsmuseum
Vanaf deze plek werden tijdens de koude oorlog de russen in de gaten gehouden. Wandelen over het terrein voelt als een James Bond-film uit de jaren zeventig. Tot de hoogtepunten horen de afluisterpost, een onderzeeboot en een MIG 23-straaljager van de vijand!
www.langelandsfortet.dk

Faaborg Arrest
In de voormalige stadsgevangenis van Faaborg kun je jezelf laten opsluiten of gewoon luisteren naar de verhalen van ex-gevangenen. Cellen, luchtplaats, gangen; alles draagt bij aan een wat ongemakkelijke, maar ook onvergetelijke ervaring.
www.ohavsmuseet.dk

Niet alleen het museum is verrassend leuk (bunkers, kanonnen, onderzeeboot, vliegtuigen), ook de weg erheen en terug is fantastisch. Grote bezienswaardigheden zijn er niet, maar het terrein golft op en neer, ander verkeer ontbreekt en regelmatig staat er een vakwerkboerderij mooi te zijn in een leeg land.

In het stadje Rudkøbing stap ik af voor een koffiepauze. Het rondje dorp doe ik daarna op de motor. Net als verderop in Faaborg. Vanuit het zadel kijk ik naar de kleurrijke gevels, het oude hout, de leuke winkels (nauwelijks ketens) en de reclameborden van de plaatselijke bager, slagter en kaffehus.

Tempo omhoog

het is ondertussen zachtjes gaan motregenen. De fijne druppels leggen een sluier over het landschap. De wat mysterieuze sfeer past perfect bij Funen, het eiland van sprookjesschrijver Hans Christian Andersen, bedenker van onder meer Klaas Vaak, Het Lelijke Eendje en De Kleine Zeemeermin.

Ik stuur de GS over nog meer eilanden: Agernæs (nummer twaalf) en Helnæs (nummer dertien). De twee kleine eilanden worden door een lange, smalle dijk met elkaar verbonden. Ik was van plan om het tweetal aan de route toe te voegen en daarna snel weer door te rijden, maar ergens aan de verre horizon staat een vuurtoren. Ach, waarom ook niet? In de modus Road kan het tempo omhoog. Geen mens te zien. Einde van de wereld.

Via Middelfart en het Hindsgavl slot verlaat ik later op de dag het eiland Funen. Deze keer wacht aan de overkant van de brug geen eiland, maar het vasteland: Jutland. Dit stukje Denemarken gaat in het diepste zuiden over in Duitsland. Maar zover is het nog niet. Eerst doorbijten in de stadsdrukte van Kolding, daarna op zoek naar de luwte van het mooie platteland. Laag avondlicht strijkt over de landerijen, waar schapen en koeien grazen. Ik passeer een schilderachtig haventje en een leuk plaatsje waarvan ik vermoed dat het Haderslev is. Dat ik het niet weet, heeft alles te maken met de modus waarin ik zelf terecht ben gekomen. Los en vrij.

Deense hotdogs

als ik de route weer verruil voor een piepklein straatje langs boerderijen en er een foto maak van het landschap, komt er een Bonneville voorbij. Niet uit de succesvolle retrolijn van Triumph, maar uit de geschiedenis: een T120. Alleen dat geluid van het 650-blok al! Het is de eerste andere motor die ik vandaag zie en dat geeft aan dat mijn eindpunt dichterbij komt: Annies Kiosk. Deze eenvoudige kiosk aan de flensborg fjord is een legende onder motorrijders. Voor veel locals is Annies het excuus om s avonds nog even een rondje te rijden, voor anderen is annies kiosk het vertrek- of eindpunt van een lange dagtocht. Hoe dan ook, er is altijd wel iets te doen. En zo niet, dan bekroon je je eigen rit nog altijd met de beste pølser van jutland. Wat? Eh, de beste Deense hotdog. Naamgeefster Annie maakte hier sinds 1966 hotdogs, maar ze is in 2016 overleden. Het was nog even spannend of de kiosk daarna zou blijven bestaan, maar er werd een nieuwe pachter gevonden die ook meteen een nieuwe kiosk liet bouwen. Geen paniek. Het is met liefde voor de historie gedaan, in de kleuren van de laatste Annies.

Met een hotdog achter de kiezen en dertien eilanden op de teller rij ik langs het water op zoek naar een slaapplek. In mijn spiegels gaat de zon langzaam onder.

Reisinformatie

Erheen
De route begint in Gedser, maar kan natuurlijk ook andersom worden gereden. Eind- of vertrekpunt Annies Kiosk ligt op zo’n 600 kilometer vanaf Utrecht. Wie in Gedser wil beginnen, neemt vanuit Rostock de ferry van Scandlines. Deze rederij vaart ook vanuit andere steden naar Denemarken: www.scandlines.com

Overnachten
Tijdens het eilandhoppen sliepen we twee keer bij een hotel van small danish hotels: hotel Troense en Hotel Nenniksgaard; fijne persoonlijke adressen waar de motor in overleg veilig geparkeerd kan worden. De hotels worden in Nederland aangeboden door Denemarken-specialist www.dansk.nl. Grote plus: danks.nl is eigendom van echte motorliefhebbers.

Informatie
www.visitdenmark.nl

DOWNLOAD DE ROUTE ALS TRACK, GPX OF ITN

Is Triumph nog Brits of toch Thais?

0
triumph hinckley

Het merk Triumph Motorcycles levert automatisch associaties op met de Union Jack en sinds 1988 met Hinckley. Hoe lang nog? Triumph verplaatst de motorproductie namelijk bijna volledig naar Thailand, zo meldt de Leicester Mercury in dit artikel.

Omzetgroei Azië

Natuurlijk draait het altijd weer om geld, maar de productie in Thailand levert ook logistieke voordelen op. Triumph zet namelijk in op een fikse omzetgroei in Zuidoost-Azië en vooral China. Dan is het wel handig als de motoren al ter plekke zijn en het elimineert tegelijkertijd hoge importtarieven. Bovendien scheelt het dat de lonen in Thailand lager liggen dan in het Verenigd Koninkrijk.

Slechts 4500 motoren uit GB

Hinckley gaat niet dicht, maar transformeert is een fabriek voor exclusieve modellen (Triumph Factory Custom, Bobbers en Rockets) en voor de R&D, zo is te lezen in het krantenartikel. Naar schatting rollen er jaarlijks nog slechts 4500 motoren van de lopende band. In Thailand zullen dat er zo’n 52.000 zijn. En zo maakt de productiefaciliteit in Brazilië maakt er met 5500 nog flink meer dan de fabriek in Hinckley.

Ontslagen

Ook valt te lezen dat van de duizend medewerkers in Hinckley er zo’n vijftig zich serieus zorgen moeten maken over hun baan. Bij de afdeling R&D komen er juist twintig medewerkers bij. Volgens Triumph gaan de ontwikkelingen bij motoren zo snel dat ze wel moeten. Motorfietsen worden niet langer om de vier a vijf jaar vervangen door een nieuw model, maar om de twee a drie jaar. Bij de elektronica gaat dat nog sneller.

Groeimarkt

Triumph verkoopt nu nog zo’n 9.000 motoren op de thuismarkt, 33.000 in Europa, 17.000 in de Verenigde Staten en 6.000 in Azië. Dat laatste aantal moet de komende drie jaren verdubbelen. Triumph doet dat niet alleen, maar samen met de Bajaj Group uit India. Zij zijn verantwoordelijk voor de productie van toekomstige goedkope lichte modellen (200 tot en met 700cc) voor de Aziatische markt.

Suzuki tweetaktfans opgelet!

0
suzuki tweetakt

Het rookt en knettert zes juni als een dolle in het Friese Rijs. De Suzuki GT-club nodigt iedereen (dus ook niet-leden) met een Suzuki tweetakt uit de zestiger en zeventiger jaren uit voor een rokend en gillend samenzijn.


Suzuki heeft een hele waslijst van klassieke tweetaktmotoren die stuk voor stuk de status van klassiekers hebben verworven. De T500, GT380, 550 en 750 zijn legendarisch. Dat geldt ook zeker voor een sportieve schoonheid als de RG500.

Zien en gezien worden
Natuurlijk is het met zulke klassiekers zien en gezien worden op zes juni, maar er is meer. De organisatie heeft een toerrit van zo’n zeventig kilometer uitgezet door het wonderschone Gaasterland in Friesland. Rijs ligt overigens vlak bij de A6 en is slechts een uurtje rijden vanaf Amsterdam. De dag begint om tien uur ’s ochtends met koffie en Friese specialiteit en eindigt om zes uur ’s avonds. Wil je meer weten over de dag, kijk dan hier.

Fotografie: Emma Balt

Wunderlich Anfahrt: Goed excuus voor een mooie weekendtrip

0
Wunderlich Anfahrt

Ruim alvast een plekje in de agenda in voor de Wunderlich Anfahrt op 25 en 26 april. Het evenement van de Duitse accessoire fabrikant is een mooie start van het seizoen en het perfecte excuus om heerlijk op de motorfiets naar en door de Eifel te knallen.

Wunderlich heeft in 2020 meer dan genoeg te vieren. Het viert dit jaar de 35ste verjaardag en opent officieel het nieuwe hoofdkantoor. De fraaie specials van de Duitsers zijn altijd de moeite van het bekijken waard. Hetzelfde geldt voor de fraaie – oké, tegen een flinke prijs – onderdelen die het maakt. Het is meer dan interessant genoeg om het productieproces van dichtbij te bekijken.

Amusement

Natuurlijk zet Wunderlich zichzelf in de schijnwerpers, maar daar staat het niet alleen. Bedrijven als: BMW Motorrad, Continental, Metzeler, Arai, Stadler en Ilmberger Carbon staan er ook. Net als Wunderlich zelf, zijn ook dit niet de minste namen. Voor het amusement zorgt de Hamburgse politie (echt waar!) met BMW oldtimers. Verder zijn de mannen van de steile wand en trialartiesten aanwezig. Om slimmer te vertrekken dan bij aankomst (niet altijd een automatisme bij een motortreffen) geeft Wunderlich lezingen en een offroadtraining.

Primavera 2020: De Noordelijke Bevrijdingsroute

15

Een half jaar na het mislukken van operatie Market Garden (1944), begint vanuit de Achterhoek de bevrijding van Nederland boven de grote rivieren. 75 jaar na dato volgen wij het spoor van de eerste verovering tot aan Westerbork.

Tekst en foto’s Jan Dirk Onrust

‘Het is een fietspaadje!’, zegt jan. We zijn in het Achterhoekse grensdorp Megchelen op zoek naar een weg die een grote rol heeft gespeeld in onze geschiedenis. En tja, meer dan een fietspad met een half gesloten hek is het niet. We stappen af en kijken of er nog een monument staat, een infobord of wat dan ook. Maar nee. Meer dan een symbooltje dat aangeeft dat het een vriendschapsroute betreft, zien we niet.

We vragen een oudere fietser of hier iets bijzonders is gebeurd. ‘Neuh, hier gebeurt niet veul.’ Ook niet bijvoorbeeld dat 75 jaar geleden bijna het hele dorp kapot werd geschoten na vier dagen strijd?, vraag ik. Dat Megchelen de eerste plaats boven de rivieren is die door de Canadezen werd bevrijd? En dat de bevrijding van noord- en Oost-Nederland hier begon? ‘Oh, dat ja’, zegt de fietser. Hij klimt snel in het zadel en kijkt nog een paar keer geschrokken om. ‘Achterhoekers…’, zegt jan. ‘Zelfs als ze vanaf Cape Aalten een bemande raket naar mars zouden sturen, zouden ze erover zwijgen. Hoe dan ook, de rol van Megchelen in de bevrijding is nauwelijks bekend. Maar bij de Primavera 2020 slaan we het heldhaftige dorp zeker niet over, want die staat geheel in het teken van 75 jaar bevrijding.

Vechten op de Veluwe

Maar we beginnen meer centraal in Nederland: bij het Veluwse Otterlo. In dit dorp vond zo ongeveer de laatste veldslag van Nederland plaats. Op 15 april leek Otterlo al bevrijd te zijn. Maar in de nacht van de zeventiende stonden er ineens negenhonderd Duitsers voor de deur. Ze waren Apeldoorn en omgeving ontvlucht en probeerden achter de Grebbelinie te komen, het gebied dat nog wel in Duitse handen was. De Canadezen wilden dat voorkomen, maar helaas waren de Duitsers weer irritant moeilijk te verslaan. Dat veranderde toen zes dolende Churchilltanks het strijdperk binnentrokken. Met de Britse tanks erbij werd het de Duitsers al snel te heet onder de voeten, ook omdat de Canadezen hun Wasp-vlammenwerpers in de strijd gooiden. Otterlo werd snel heroverd, negentig Duitsers en 23 Canadezen konden het niet navertellen.

Op zaterdag 11 juli 2020 ontvangen we je bij Otterlo met koffie en gebak. Daarna gaan we door naar het Achterhoekse Megchelen, waar de bevrijding van Nederland boven de rivieren begon.

Na de mislukte operatie market garden en de succesvolle, maar zware slag om de schelde (2 oktober – 8 november 1944) stonden de Duitsers er veel slechter voor dan een half jaar eerder. De bevrijding van Nederland leek nu veel beter haalbaar. Maar de hoogste prioriteit was om vanuit het Eemsgebied door te stoten naar het noorden van Duitsland.

Anders dan bij market garden trokken de geallieerden niet over een weg Hells Highway  naar het noorden, maar over wel zeven routes. Van een breed front was echter geen sprake. Het zag er meer uit als een hardloopwedstrijd, waarbij de ene loper een grote voorsprong had op de andere. Voor ons komt dat 75 jaar later goed uit. We kunnen de leukste wegen eruit pikken zonder er historisch gezien een potje van te maken.

37.000 granaten op Dinxperlo

Terug in Megchelen. Hadden we al gezegd dat de inwoners helden waren? Nog voordat de Canadezen binnenvielen, hadden ze al honderden ontsnapte dwangarbeiders uit kamp rees in een illegaal noodhospitaal (de school) opgelapt en van valse papieren voorzien.

Nadat Megchelen was bevrijd, trokken de Canadezen verder de Achterhoek in en niet zachtzinnig. Dinxperlo namen ze in na er eerst 37.000 granaten op te hebben gegooid. En dat ging zo nog wel even door. Binnen een week was bijna de hele Achterhoek schoongeveegd.

Het gedrag van de vijand verschilde van plaats tot plaats. Soms had hij de benen al genomen, soms vertrok hij in allerijl of werd er juist hevig gevochten. De moeilijkste tegenstanders waren Nederlandse SS-ers, die niets meer te verliezen hadden en tot het bittere einde doorvochten.

In amper anderhalf uur komen we aan in Markelo, de eerste plaats van Overijssel die werd bevrijd. Wat hier misschien nog meer opvalt dan in de achterhoek, is dat het bijzonder mooi is. Lange zachte heuvels tot wel veertig meter hoog.

Een stukje canada

Even verderop ligt de Holterberg, een deel van de Sallandse heuvelrug. Via twee onverharde wegen bereik je het Canadese oorlogskerkhof. Maar liefst 1.397 soldaten liggen hier, onder wie 1.355 Canadezen. Vaak jongens van het platteland van Manitoba, Saskatchewan of Alberta, uiterst vredige gebieden. Het kerkhof is voor altijd Canadees grondgebied.

Verderop op de heuvelrug lijkt het zelfs een beetje op een prairie en gaan we over de Eelerberg. Tot vlak voor de komst van de bevrijders werden hier nog v2-raketten afgevuurd richting de haven van Antwerpen of om de brug van Remagen te vernietigen. Bij de verstopte lanceerbaan staat sinds enkele jaren een monument.

We volgen vooral het spoor van Canadese tankdivisies. Vanuit Zuid-Nederland verscheen ook de 1ste Poolse tankdivisie op het toneel. In moordend tempo veegden zij het grensgebied tussen Drenthe en Groningen schoon.

In Drenthe voegden negenhonderd Franse parachutisten zich bij de troepen. Hun taak was bruggen en kruispunten te beschermen om de doorgang naar Groningen te versnellen. Ze werden gedropt in een gebied waar naar schatting nog zon 12.000 Duitsers ronddoolden. Een nogal griezelige verhouding, vooral ook omdat ze soms dagenlang moesten wachten op de oprukkende Canadezen. Toch slaagden ze grotendeels in hun missie, met hulp van het plaatselijke verzet en vooruitgeschoven Canadese verkenningseenheden.

Kamp westerbork

De opmars van de Canadezen leek vaak op een zegetocht, al stuitten ze soms op fanatieke tegenstand. Rond Westerbork werd het spannend. Hier zat het beruchte doorgangskamp, maar ook het Duitse hoofdkwartier van Drenthe. Aanvankelijk dacht de Canadese brigadegeneraal Allard dat het een groot legerkamp was. Dat had kunnen betekenen dat het onder zwaar artillerievuur was komen te liggen. Het liep anders. Net op tijd werd het de generaal duidelijk dat er onschuldige burgers zaten opgesloten.

Al dagenlang hadden de overwegend joodse gevangenen het kanongebulder horen naderen. Ze leefden tussen hoop en vrees. Wat gingen de Duitsers nog doen? De opdracht om treinwagons schoon te maken, veroorzaakt grote onzekerheid. Pas als de leiding er op 11 april vandoor gaat, komt er enige opluchting. Die slaat een dag later om in uitzinnige vreugde als de eerste Canadezen de poort binnenrijden. Het is een van de hoogtepunten van de bevrijding. En het is ook het einde van onze rit. We gaan wat eten, maar raden aan om een kijkje te nemen bij het kamp.

De geallieerden denderden nog even door. Een voor een vallen de steden in hun handen. Leeuwarden op 15 april, Groningen, na zware gevechten, op 16 april, Apeldoorn op 17 april. Onvermijdelijk loopt het naar een volledige en onvoorwaardelijke capitulatie die op 4 mei 1945 in Wageningen wordt getekend. Pas daarna trekken de geallieerden het westen in. Als allerlaatste komt Schiermonnikoog aan de beurt. Het is dan al 11 juni 1945.

Ziet Harley-Davidson sportfiets er zo uit?

0
sportieve harley-davidson 2020

Harley-Davidson verlegt de laatste jaren continu grenzen. Na de dit jaar te introduceren allroad Pan America en streetfighter Bronx is het tijd om een nog gewaagder pad te bewandelen: die van de sportfiets.

De Japanse website Young Machine zette een vormgever aan het werk die deze tekening van een volgekuipte Harley-Davidson maakte. Volledig uit de duim gezogen? Ja en nee. Het kuipwerk van de motor op deze schets is vorig jaar door Harley-Davidson gepatenteerd. De bolle kuip lijkt een ode aan de VR1000, de sportieve motorfiets waarmee Harley-Davidson in de jaren negentig – weinig succesvol – meedeed aan de AMA Superbike competitie. Harley-Davidson is een merk dat zijn verleden koestert en daarom zal een schets die aan een VR1000 doet denken niet ver naast de waarheid zitten.

Nog even geduld
Harley-Davidson strijdt momenteel op vele fronten. Het staat op het punt om de wondere werelden van de allroads en streetfighters te betreden. Verder investeert het flink in elektrische motoren en de Amerikanen willen ook nog flink groeien in Azië. Door alle activiteiten kan het nog wel even duren voordat een hypersportieve Harley-Davidson daadwerkelijk het daglicht ziet.

Bron: Young Machine

Landelijke Kawasaki Ninja 1000SX introductie

0
kawasaki ninja 1000sx

Kawasaki pakt zaterdag 29 februari uit met een landelijke introductie van de nieuwe Ninja 1000SX bij de officiële Kawasaki dealers. Tijdens het evenement presenteren die de vernieuwde sporttoermachine tot in de kleinste details en ze maken graag een afspraak voor een uitgebreide testrit.

Sportieve voordelen
De eerste test van de sporttoerfiets leerde ons dat Kawasaki de motorfiets nog verder heeft gepolijst. De sportieve rijder profiteert van de nieuwe banden die de motor makkelijker laten insturen zonder dat het ten koste gaat van de geroemde stabiliteit. Bovendien is de quickshifter een heerlijke extra die het sportieve karakter van het blok kracht bijzet.

Toervoordelen
De toerrijder geniet eveneens van het blok. Die kan niet anders dan de bulligheid en alertheid van de vier-in-lijn waarderen. De hogere en daardoor betere zitpositie veraangenaamt de toerkilometers en dat geldt ook voor de elektronische luxe. De Ninja 1000SX beschikt over cruise control, rijmodi en een goed afleesbaar TFT-scherm.

Prijzen
De 2020 Kawasaki Ninja 1000SX staat in de showroom vanaf € 15.849,-. Het Performance Edition pakket is beschikbaar voor € 1.399,- en het Tourer Edition pakket voor € 1.199,-.

Column Boudewijn Geels: Liever geen motor

1
Column Boudewijn Geels

Ze heette Floor en had na honderd internetdates nog steeds geen man. ‘Er zijn wel heel veel dingen waar ik bij voorbaat op wegklik,’ zei ze. ‘Kleine kinderen, vissen, honden, motoren, foto’s zonder tekst, mannen die schrijven dat ze alleen een latrelatie willen, autoselfies.’

Het artikel over vrouwelijke webdatemaniakken stond in het Volkskrant Magazine, en pas aan het eind van de zin realiseerde ik me dat Floor het m-woord had genoemd. Verbluft staarde ik naar het papier: iemand meteen afwijzen omdat hij een motor heeft?! Maar… dat is toch juist een pré?!

Ik herinnerde me dat ik me als onzekere puber vastklampte aan de absolute wetenschap dat als het over een paar jaartjes niet erg zou lukken met de vijandelijke sekse, ik gewoon een gemotoriseerde tweewieler moest kopen. Inderdaad had ik als student enig succes met de van mijn vader geërfde Honda CX 500 E. Vervolgens bezat ik een Suzuki Bandit, een Yamaha V-Max en een Honda X11. Vooral de V-Max vonden vrouwen mooi. Ik verleidde er zelfs een rijke juriste van een multinational mee, die mij een hopeloze armoedzaaier maar mijn boulevardblaffer buitengewoon sexy vond.

Een week na het Volkskrant-artikel vertel ik er op kantoor over tegen collega-motorrijder Jeroen. Hij blijkt het stuk ook te hebben gelezen. ‘Ik was niet eens zo verbaasd. Ik heb zelf ook gemerkt dat een motor juist tegen je kan werken op de liefdesmarkt.’ 

‘Ik zou mijn voorlaatste vriendin in Den Haag ontmoeten, en was bewust met de motor gekomen, helm in mijn oerlelijke topkoffer weggestopt zodat ik haar na de date heel casual naar huis zou kunnen rijden. Maar helaas. “Homoding”, mompelde ze toen we bij de motor stonden. Waarbij ze vooral het kabaal van een motor en vooral van motorgroepen ernstig onaantrekkelijk achtte. Dus droop ik af met m’n Yamaha TDM 900. Zij de tram in en ik op de motor naar huis.’

‘Wat een nuffige muts!’ zeg ik verontwaardigd. ‘Wees blij dat het niks geworden is!’ Jeroen schraapt zijn keel. ‘Eh, het is iets anders gegaan. Daarna stuurde ze een berichtje dat ze dus wel mij wilde. Als ik niet met de motor was gekomen, waren we wel bij haar thuis geëindigd. Ze was vervolgens drie jaar lang mijn vriendin. En ze is nog wel eens mee geweest achterop. Maar ze bleef eerder ondanks dan dankzij die motor bij me.’

Ik knik. ‘Ik snap het eigenlijk ook wel. Een TDM 900. Zo’n forenzending voor gele hesjes. Hoe vind je zelf dat zo’n apparaat eruit ziet?’ Jeroen, zuchtend: ‘Niet als een vrouwenmagneet. Maar dat was het probleem niet. Ze had gewoon niks met motoren. En zo zijn er steeds meer vrouwen. Dat er bij benzinepompen zo vaak grijze en kale koppen onder die helmen vandaan komen, zal voor ons imago ook wel niet helpen.’

Ongerust googel ik de combinatie ‘motoren’, ‘mannen’, ‘aantrekkelijk’ en ‘vrouwen’. Eerste zoekresultaat is een site die fem-fem.nl heet. Kop: ‘Waarom vrouwen wild worden van mannen op motoren’. Gelukkig! Ik lees: ‘Een man die controle heeft over zo’n grote Harley tussen z’n benen. Zwijmel. En dat je boy zegt: “Laten we een stukje gaan rijden,” en dat je dan spontaan richting zee gaat. Perfecte date wat ons betreft.’ Er staat een foto bij van een langharige krullenbol met bedroom eyes en een Triumph.

Gerustgesteld mail ik Jeroen het artikel. ‘Niks aan de hand. Koop een Triumph of een Harley, transformeer jezelf in Chris Cornell en bingo!’

Meteen krijg ik bericht terug. ‘Top! Ik ga sparen. En groeishampoo kopen!’

TripTip: Wintertoer met een twist

0

Ineens bedenk je je dat de winter nog niet voorbij is. De donkerte, de waterkou, het kille licht; het is om moedeloos van te worden. Om de dreigende depressie het hoofd te bieden, rijden we in het noorden van Nederland. Daar stemt de winter pas tot treurnis en hult het lege land zich in een dikke laag naargeestigheid.

De zon staat laag aan de horizon en strijkt over de zompige klei, waarin diepe voren zijn getrokken. Waar de klei niet ligt, heeft het vlakke land de monotone kleur van oneindige weidelanden. Nergens boe of bah, nergens een teken van leven. Diep achter de kuipruit van mijn crosstourer gekromd, rijd ik over lege wegen. Het bewijs dat ik rij, levert de tripmeter, niet de onveranderlijke omgeving.

Raspende roeken

Het dorpje Gaarkeuken, onder Grijpskerk. Een plaatsnaam die tot hoop stemt in een streek gevangen door armoede en honger? Schrapende lepels in een blikken gamel. Hongerwinter? Daarvan bleef gaarkeuken verschoond, maar in november 1944 werden de sluizen, huizen en bewoners gebombardeerd door Britse bommenwerpers. En dan heb ik het nog niet gehad over het noodlottige ongeval dat in 1829 drie kinderen het leven kostte. Ondertussen dalen raspende roeken neer in een bladerloze bomenrij. Ik moet hier snel weg.

De Laatste Stuiver

Vlak na de grens Groningen-Friesland stuit ik opnieuw op een gehucht dat sombere gedachten oproept. De Laatste Stuiver. Drie woningen en een boerderij in de oksel van rijksweg N355 en een trekvaart. Wie of wat heeft hier ooit zijn laatste centen stuk geslagen? Heeft iemand zijn financiële noodlot willen vereeuwigen met een naam die druipt van bijtende spot? Zou stoer zijn. Dat je ten einde raad je uitzichtloosheid verzacht met bitter sarcasme. De waarheid is niet minder zwaar. Het gehucht ontleent zijn naam aan het laatste tolhuis aan de Stroobossertrekvaart, die uitmondt in het Prinses Margrietkanaal. De aanleg van die trekvaart leidde tot het failliet van Dokkum. Vier tolhuizen verschenen langs de vaart, waarmee schuldeisers hun verlies wilden verkleinen. De laatste stuiver was het laatste tolhuis waarin de beurs van de schipper werd leeggeschud. Als zo vaak draaide de kleine man op voor het financiële echec van de rijkaard.

Kleinegeest

Eind negentiende eeuw werd in Noord-Nederland de revolutie gepredikt. De sociaal-democratische bond vond er een vruchtbare bodem. De bevolking werd er geknecht door rijke boeren of brak de rug op bevel van turfbaronnen. Keus had je niet, behalve de jenever die je jammerlijke lot hielp verdoven. Zoals in Kleinegeest, een tiental kilometers verderop. Ooit een zandrug in een getijdengebied dat in verbinding stond met de Noordzee. Al 8.000 jaar geleden woonden hier mensen, die zich bekwaamden in landbouw en die de populatie binnen de perken hielden door seksuele onthouding. Anders dreigde de hongerdood… Hoe anders ligt Kleinegeest er tegenwoordig bij. Een welvarend eiland in een groene zee met uitzicht op Leeuwarden.

De Hel

De laatste loodjes van de tocht zijn niet minder zwaar. Aan de dijkweggetjes valt nog te zien dat het land ooit werd veroverd op het wassende water. Waar dat niet lukte, liggen de Friese meren. Water dat ooit voorspoed in de weg lag, heeft dat als bron van watersport wel gebracht. Maar ik wil de rit niet te positief beëindigen, liever kauw ik ook de laatste kilometers nog op tegenslag en wanhoop. Op naar It Heidenskip, een polder tussen het Gaastmeer en de Fluessen. Daar wacht De Hel. Dat prikkelt toch de nieuwsgierigheid? Nu wordt de soep nooit zo heet gegeten als die wordt opgediend. De hel kan van alles betekenen, een hoogte in het moeras of een plek waar turf werd gedroogd. Hoe dan ook, het leven in Het Heidenschap was niet gemakkelijk. De Hel heeft ooit diverse winkels gekend, waaronder een kruidenier. Wie tot in detail wil weten hoe het eraan toeging in It Heidenskip slaat er het boek De Oerpolder (ISBN 9789025427696) van Hylke Speerstra op na. Boeiende kost uit een tijd dat je met de motor onmogelijk een opkomende winterdepressie het hoofd kon bieden door een lekkere toer te maken.

KLIK HIER: DOWNLOAD DE ROUTE ALS TRACK, GPX OF ITN