zaterdag 25 april 2026
Home Blog Pagina 173

Moto3 Frankrijk: Rueda pakt cadeaus met beide handen aan

0
(from L) LEVEL UP - MTA team's Australian Moto3 rider Joel Kelso, second placed, Liqui Moly Dynavolt Intact GP team's Spanish Moto3 rider David Munoz, third placed and Red Bull KTM Tech3 team's Spanish Moto3 rider Jose Antonio Rueda first placed ride in the France Moto3 race at the Le Mans Circuit on May 11, 2025. LOIC VENANCE / AFP

Joel Kelso leidde bijna de hele Moto3-race in Le Mans. In de slotfase reden alleen David Muñoz en José Antonio Rueda nog achter hem aan. Beide Spanjaarden slaagden er maar niet in om Kelso te passeren, waardoor de Australiër op weg leek naar zijn eerste Grand Prix-zege. Ook Muñoz had nog niet eerder gewonnen en plaatste in de slotronde bij het aanremmen van de laatste bochtencombinatie een ultieme aanval. Hij duwde Kelso naar buiten, maar kon zelf de ideale lijn niet halen. Rueda profiteerde optimaal, passeerde beide rijders en behaalde zijn vierde GP-zege van het seizoen.

De kampioenschapsleider kreeg nog een extra ‘cadeau’, aangezien Ángel Piqueras, nummer twee in het WK, onderuitging. Daardoor heeft Rueda nu een voorsprong van 29 punten in het wereldkampioenschap. Muñoz kwam als tweede over de streep, maar werd vanwege het incident in de laatste bocht één plaats teruggezet achter Kelso. Álvaro Carpe werd met een vierde plek de beste rookie, maar hij was niet de enige nieuwkomer die indruk maakte in Frankrijk. Máximo Quiles vertrok in pas zijn tweede Grand Prix vanaf pole position en eindigde als zevende. Guido Pini reed veertien ronden lang in de top vier, totdat hij crashte.

UITSLAGEN & TUSSENSTAND

Moto3

20 ronden = 83,700 km

1. José Antonio Rueda (E), KTM, 34.01,752; 2. Joel Kelso (AU), KTM, +0,636; 3. David Muñoz (E), KTM, +0,124; 4. Álvaro Carpe (E), KTM, +3,788; 5. David Almansa (E), Honda, +3,788; 6. Taiyo Furusato (JP), Honda, +6,343; 7. Máximo Quiles (E), KTM, +6,521; 8. Adrián Fernández (E), Honda +6,876; 9. Luca Lunetta (I), Honda, +7,192; 10. Valentin Perrone (AR), KTM, +7,241; 11. Dennis Foggia (I), KTM, +8,574; 12. Scott Ogden (GB), KTM, +8,832; 13. Jacob Roulstone (AU), KTM, +12,153; 14. Cormac Buchanan (NZ), KTM, +12,257; 15. Nicola Carraro (I), Honda, +12,448. 

  • Racegemiddelde winnaar: 147,5 km/u
  • Snelste ronde (11e): Álvaro Carpe (E), KTM, 1.40,838 = 149,4 km/u (nieuw record)

WK-stand (na 6 van 22 races)

1. Rueda, 116 punten; 2. Angel Piqueras (E), KTM, 87; 3. Kelso, 77; 4. Fernández, 61; 5. Furusato, 58; 6. Carpe, 56; 7. Matteo Bertelle (I), KTM, 40; 8. Lunetta, 36; 9. Ryusei Yamanaka (JP), KTM, 34; 10. Almansa, 33

Moto2 Frankrijk: pechweekend voor de Nederlanders, feest in België

2

Zonta van den Goorbergh beleefde een weekend vol met pech in Frankrijk, terwijl Collin Veijer in de eerste ronde van de race onderuitging. In België was er daarentegen reden tot juichen: Barry Baltus eindigde voor de tweede keer op rij als tweede achter Manuel Gonzalez. Aron Canet completeerde het podium in Le Mans.

Zonta van den Goorberghs Franse Grand Prix begon allesbehalve voorspoedig. In de eerste vrije training op Le Mans werd de 19-jarige Brabander al na drie ronden van zijn motor gereden door Darryn Binder. Het was meteen duidelijk dat Van den Goorbergh een pijnlijke voet had. Binder raakte zwaarder geblesseerd en zijn raceweekend was voorbij. Als straf voor zijn roekeloze actie kreeg de Zuid-Afrikaan een long lap penalty voor de eerstvolgende race waarin hij start. Van den Goorbergh vervolgde in eerste instantie de training, maar ging na afloop wel naar het ziekenhuis waar een kleine breuk in zijn voet werd vastgesteld. Toch werd hij fit verklaard om te racen. De RW-Idrofoglia Racing GP-coureur was na zijn ziekenhuisbezoek nog maar een half uur terug op het circuit, toen hij vrijdagmiddagtraining een zestiende tijd klokte, wat nét niet genoeg voor plaatsing in Q2. Een dag later in Q1 leek hij zich alsnog te plaatsen voor het beslissende deel van de kwalificatie, maar in de slotminuten zakte hij terug naar de zesde plaats, waardoor hij als twintigste moest starten.

Collin Veijer was na afloop van de trainingen redelijk tevreden. Gedurende het weekend toonde hij een stijgende lijn, maar het lukte hem net niet om via Q1 door te stoten naar Q2 – een prestatie die hem tijdens de voorgaande GP in Spanje nog wel was gelukt. In zijn laatste ronde noteerde Veijer een voorlopige tweede tijd, maar werd uiteindelijk vijfde. Hij kwam slechts 0,027 seconde tekort voor een plek in de top-vier die doorgingen naar Q2, wat hem een negentiende plek – net voor Van den Goorbergh – op de grid opleverde.

Race om snel te vergeten

Voor de Nederlandse coureurs waren de kansen op een goed resultaat al heel snel verkeken. Van den Goorbergh kreeg opnieuw te maken met tegenslag: zijn motor sloeg af bij de start van de opwarmronde, waardoor hij – met grote achterstand – vanuit de pitstraat moest vertrekken. Veijer verging het al niet veel beter, want hij ging in de eerste ronde onderuit. Bij de start kwam de Red Bull KTM Ajo-coureur al wat in het gedrang en raakte hij in contact met enkele andere rijders, waardoor hij wat plaatsen verloor. In een poging om snel terrein goed te maken, ging hij bij het uitkomen van Bocht 8 onderuit. Het was zijn eerste racecrash sinds zijn debuut in de Moto2, nadat hij in de drie voorgaande GP’s telkens punten had gescoord. Veijer na afloop: ‘De start verliep wat chaotisch met veel contact in de eerste bochten. Ik probeerde agressief te zijn in de eerste ronde, maar in Bocht 8 had ik opnieuw contact met een andere rijder en ging met een highsider onderuit. Gelukkig ben ik oké, maar het is jammer om het weekend zo af te sluiten omdat we veel progressie boekten.’

Van den Goorbergh reed na één ronde al dertien seconden achter de kopgroep en zeven seconden achter de voorlaatste coureur. Ondanks zijn voetblessure wist hij een zeer behoorlijk racetempo aan te houden, maar dat is niet genoeg om in dit competitieve Moto2-wereldkampioenschap ver naar voren te komen. Wel wist Van den Goorbergh nog enkele rijders te passeren waaronder zijn teamgenoot Ayumu Sasaki en finishte op een negentiende plaats. ‘Het zat vanaf het begin van het weekend al niet mee. Het begon met de flinke klap op vrijdag. Op zaterdag viel de pijn nog mee, maar zondag voelde het niet goed. En natuurlijk enorm balen wat er op de grid gebeurde. In Jerez hadden we ook al problemen met de koppeling en dat was nu weer het geval, waardoor de motor afsloeg. Het is duidelijk dat er iets niet goed werkt, maar ik wil er wel bij vermelden dat het geen fout van het team is. Ondanks de pijn had ik met een goed tempo toch een goed gevoel tijdens de race. Dat was dan wel weer positief. Zulke weekenden wil je natuurlijk nooit meemaken, maar helaas horen ze er soms bij,’ vertelde Van den Goorbergh enkele uren na de race.

Baltus schittert opnieuw

Manuel Gonzalez blijft tot dusver de kwalificatiekoning van 2025. Ook in Frankrijk pakte de Spanjaard pole position – zijn vijfde in zes races. Barry Baltus, die dit seizoen in topvorm verkeert, kwalificeerde zich knap als tweede via Q1. Diogo Moreira maakte de eerste startrij compleet. Na de start pakte Moreira de leiding met Gonzalez op de tweede plek. Baltus viel aanvankelijk terug naar P7, maar vocht zich binnen tien ronden naar de tweede plaats en haakte aan bij Gonzalez, die de eerste positie had overgenomen. De Belg rijdt dit seizoen voor Fantic Racing en laat daarmee een indrukwekkende transformatie zien: vorig jaar scoorde hij bij RW-Idrofoglia Racing GP slechts vijf keer WK-punten, nu behaalde hij in vijf races al vier top-zeven klasseringen waaronder een tweede plaats in Jerez. In Le Mans reden Gonzalez en Baltus ver weg van de rest van het veld. Baltus reed ijzersterk, maar Gonzalez bleek nog net een maatje te groot. De Belg kreeg geen kans om aan te vallen, waardoor Gonzalez zijn derde overwinning van het seizoen pakte. Steeds meer MotoGP-teammanagers zullen de snelle ontwikkeling van de 22-jarige Gonzalez – die zijn WK-carrière in 2018 begon in de Supersport 300-klasse – nauwlettend volgen. Voor Baltus was het de tweede opeenvolgende tweede plaats – ditmaal in Frankrijk, wat door zijn Waalse afkomst als een thuisrace voelt. De strijd om plek drie werd gewonnen door Aron Canet, vlak voor Moreira en Jake Dixon.

UITSLAGEN EN TUSSENSTAND

22 ronden = 92,070 km

1. Manuel Gonzalez (E), Kalex, 35.05,439; 2. Barry Baltus (BE), Kalex, +1,811; 3. Aron Canet (E), Kalex, +6,113; 4. Diogo Moreira (BR), Kalex, +6,480; 5. Jake Dixon (GB), Boscoscuro, +6,775; 6. Albert Arenas (E), Kalex, +8,026; 7. Filip Salac (CZ), Boscoscuro, +8,681; 8. Celestino Vietti (I), Boscoscuro, +9,393; 9. Ivan Ortolá (E), Boscoscuro, +12,805; 10. Alonso Lopez (E), Boscoscuro, +13,071; 11. David Alonso (CO), Kalex, +15,758; 12. Joe Roberts (US), Kalex, +17,369; 13. Sergio Garcia (E), Boscoscuro, +17,578; 14. Senna Agius (AU), Kalex, +18,683; 15. Marcos Ramirez (E), Kalex, +18,880; 19. Zonta van den Goorbergh (NL), Kalex, +32,639; DNF. Collin Veijer (NL), Kalex.

  • Racegemiddelde winnaar: 157,4 km/h
  • Snelste ronde (10e): Barry Baltus (BE), Kalex, 1.34,941 = 158,6 km/u (nieuw record)

WK-stand (na 6 van 22 races): 1. Gonzalez, 111 punten; 2. Canet, 95. 3. Dixon, 77; 4. Baltus, 73; 5. Moreira, 50; 6. Vietti, 42; 7. Ramirez, 40; 8. Agius, 39; 9. Arenas, 38; 10. Deniz Öncü (TR), Kalex, 37; 18. Veijer, 11; 23. Van den Goorbergh, 7.

Seca Arrakis III tourjas | Motorkledingtips

0

Met motorkleding-expert Pieter nemen we een zeer aantrekkelijk geprijsde tourjas onder de loep. Namelijk de Seca Arrakis III.

BERRT Allroad Reizen en Trainingen: offroad rijden met allroad motoren

0

We gaan langs bij BERRT Allroad Motorreizen en Trainingen. Bij BERRT draait alles al 15 jaar om avontuurlijk motorrijden. Tijdens een basistraining zien we hoe ze rijders klaarstomen voor het echte allroadwerk.

Fantic Caballero 500 Rally test in Nederland

0

In deze video rijden we met de Fantic Caballero 500 Rally. Hoeveel lol kun je hebben met deze eencilinder? Bart zoekt het uit!

Motor.NL TV 2025 – Aflevering 6

0

In de laatste aflevering van dit seizoen van Motor.NL TV hebben we een mooie line-up voor je! We duiken in de wereld van BERRT Allroad Motorreizen en Trainingen, testen de gloednieuwe 2025 Ducati Multistrada V2 S, rijden een echte éénpitter: de Fantic Caballero 500 Rally. Daarnaast brengen we nog een laatste bezoek aan motorkleding-expert Pieter, waar we een zeer aantrekkelijk geprijsd tourpak onder de loep nemen. Mis het niet!

MrGPS: hoe importeer en bewerk je een route in Kurviger – #1

0
MrGPS Kurviger

Ik heb nooit onder stoelen of banken gestoken hoe enthousiast ik ben over het Duitse routeprogramma Kurviger. Van origine kurvige ‘punkt-de’, maar het viel me op dat ze inmiddels automatisch doorschakelen naar .com. Benieuwd of in de toekomst ook de naam ‘Kurviger’ een meer internationale aanduiding krijgt.

Ik kom niet elke maand op elke routesite. Sterker: zeker in de wintertijd kan het een hele tijd duren voor ik weer eens ga kijken wat er veranderd is. En dat levert dan soms echt flinke verrassingen. Zo ook nu.

Waar gaat het immers om in deze reeks artikelen? Uitgangspunt is dat je een route als track krijgt aangeleverd. Immers de meest betrouwbare uitwisselingsvorm, zeker als je met een groep rijdt met verschillende merken navigatietoestellen. Bekend verhaal.

MrGPS: hoe importeer en bewerk je een route in de MyRouteApp? #1

Een track bestaat uit een verzameling van duizenden puntjes en wordt in basis een op een gevolgd. Maar tsja… het kan natuurlijk zijn dat je een track alsnog wilt kunnen bewerken en om dat te kunnen doen moet je er tijdelijk weer een ‘route’ (met minder viapunten) van maken. Ben je eenmaal klaar met bewerken dan sla je hem weer op als track. Klinkt eenvoudiger dan het is, want de route van punt naar punt is afhankelijk van kaart en instellingen en kan dus tot afwijkingen leiden. Soms noodzakelijk, omdat een weg bijvoorbeeld niet meer toegankelijk is. Soms niet noodzakelijk, en dan is het een kwestie van toevoegen van viapunten. In de voorgaande afleveringen zagen we bij zowel de TomTom routeplanner als bij MRA dat dat nog best wat gepruts kan zijn. Bij Kurviger is dat niet anders, maar tegelijk toch weer wel. Want wat je ziet, en daar word ik echt heel vrolijk van, is dat de makers van Kurviger echt heel goed luisteren naar de gebruikers. En de praktische problemen die ze tegenkomen. En juist bij de import van een track zie je op dat vlak een belangrijke verbetering in het programma. Kijk maar even mee.

Om te beginnen ga ik naar kurviger.com. Ik log niet in; alles wat ik hier doe is met de gratis versie, zonder account. Ondanks dat ik niet ben ingelogd schakelt Kurviger, anders dan vroeger, meteen om naar de Nederlandstalige versie. Ik druk op de witte knop met drie stipjes linksboven (routeopties)

En kies daar voor ‘importeren’. Net als in voorgaande afleveringen kies ik voor de gpx-track.

In het volgende scherm zie ik het eerste resultaat van de import.

Kurviger is zich blijkbaar heel bewust van de beperkingen in gps-land. Laat rechts niet alleen zowel de oorspronkelijke route als de geïmporteerde route zien, maar geeft bovendien meteen aan dat het resultaat maar 78% overeenkomt met het origineel. Bovendien zie ik een knop ‘shaping points optimaliseren’. Je zou kunnen zeggen ‘doe dat dan meteen’, maar ik vind het wel grappig dat Kurviger kennelijk een meertrapsraket presenteert.

Als je drukt op die optimalisatieknop zie je de route rechts verspringen; het programma is aan het ‘spelen’ met de positie van de viapunten en komt na een paar seconden met een nieuw resultaat met 87% naleving. Alvast een flinke verbetering.

En natuurlijk denk je dan ‘dat moet nog beter kunnen, ik druk opnieuw op die knop, maar nee, dat levert geen beter resultaat op. Toch willen we de route nog verder aanpassen, want je ziet nog behoorlijk wat verschillen. Veertien in totaal, zo lijkt het.

Prachtige gebruikersinterface: druk maar eens op het pijltje naast de ‘14’ en hij springt automatisch naar die afwijking.

De rode lijn is de oorspronkelijke route, de blauwe wat het programma ervan gemaakt heeft. In dit geval zou ik zelf kiezen voor het voorgestelde alternatief: ik hoef niet zo nodig door het centrum van Geleen. En dat geldt ook voor de tweede afwijking. Bij het derde verschil wil ik wél proberen het origineel te volgen. Jabeek klinkt als een leuk dorpje.

En wat je dan doet is zó simpel! Ik klik gewoon met de linkermuisknop op de rode lijn en plaats zo een extra viapunt:

Je ziet: daarmee komen we er nog niet. Dus ik klik nog een keer op de rode lijn links. En ja! Dan loopt de route op die plek wél goed:

Op naar de volgende:

En daarbij lopen we tegen een probleem aan. Eerst zie ik dit:

Verdorie: Waarom loopt die route na punt 7 niet gewoon door naar Etzenrade? Laten we een punt extra plaatsen. En nog een, en nog een. Hij vertikt het!

Wat nu jammer is, is dat ik, in tegenstelling tot de betaalde versie van MRA in dit programma niet de mogelijkheid heb even in streetview te kijken wat hier de oorzaak van is. Maar ik besluit de gok niet te wagen en erop te vertrouwen dat hier kennelijk sprake is van een afsluiting. Dan toch maar over die Vijfzillenweg. Maar tsja… in de tussentijd heb je natuurlijk wel een beetje een zootje gemaakt van de route en een viertal storende viapunten geplaatst. Dat kan soms heel verwarrend zijn en lastig om weer terug te gaan naar de oude situatie. Bij Kurviger is dat gelukkig heel simpel. Een punt toevoegen doe je door de route te klikken met de linkermuisknop. Zo’n punt weer verwijderen doe je door met de rechtermuisknop op dat punt te klikken. En dan zonder die flauwekul als ‘weet u het zeker?’ etc.; werkt lekker snel.

En zo ga je stap voor stap verder. Als het goed is, gaat het heel snel en soepel. Soms kom je een lastige situatie tegen zoals hierboven. Of nog erger, zoals deze:

Ga dan niet te hard ‘vechten’ maar accepteer wat Kurviger voorstelt. Er zal vast een goede reden voor zijn. Verwijder dan gewoon de via’s die het programma echt niet ‘slikt’.

In pakweg drie minuten breng ik de route naar 94% overeenkomst met het origineel:

En pas dan kies ik voor ‘importeren’, waarbij ik bovendien aanvink dat ik de oorspronkelijke route in beeld wil houden:

Vervolgens kan ik in de ‘normale’ Kurviger-planner de route gaan aanpassen of uitbreiden.

Ook leuk: klik nu eens op één van de viapunten en kijk wat je ziet:

Hé! Onder meer linksonder een optie die er voldoende interessant uitziet om in een volgende aflevering te onderzoeken! In de tussentijd blijf ik het zeggen: echt proberen, dat Kurviger.com!

Ducati bereidt grotere verschillen door tussen Panigale V4 en V4 R-modellen

0

De Ducati Panigale V4 R vertegenwoordigt het toppunt van Italiaanse motortechniek en is sinds haar introductie een vlaggenschip voor Ducati’s racetechnologie. De geschiedenis van dit model laat een consistente ontwikkelingslijn zien die begon in 2018, toen Ducati een revolutionaire stap zette door de traditionele tweecilinder configuratie te verlaten voor een V4-motor. Dit markeerde niet alleen een technische verandering, maar een fundamentele filosofische verschuiving voor het merk uit Borgo Panigale.

In 2019 introduceerde Ducati de Panigale V4 R, specifiek ontwikkeld voor dominantie in het Wereldkampioenschap Superbike. Met de Desmosedici Stradale R-motor van 998 cc, voorzien van titanium drijfstangen en lichtgewicht zuigers, bood dit model extreme prestatieniveaus en een ongeëvenaarde rijervaring op het circuit.

De jaren daarna tonen een onafgebroken ontwikkelingstraject. In 2020 legde Ducati de nadruk op verfijning van de elektronica en aerodynamica, terwijl 2022 een omvangrijke update bracht die vrijwel elk aspect van de motorfiets betrof. In 2023 onderging de Desmosedici Stradale R-motor verdere verfijningen met ‘gun drilled’ titanium drijfstangen en zuigers met Diamond-Like Carbon (DLC) oppervlaktebehandeling, samen met geavanceerde elektronische rijhulpsystemen.

Ducati’s nieuwe plannen: 890cc-V2 voor Monster en DesertX

VIN-codering onthult toekomstplannen

Recente analyses van de VIN-coderingsgegevens die Ducati heeft gedeponeerd bij de Amerikaanse National Highway Traffic Safety Administration (NHTSA) werpen een interessant licht op de toekomst van de Panigale V4 R. Deze administratieve documentatie bevat waardevolle aanwijzingen over de toekomstplannen van de fabrikant.

Bijzonder veelzeggend zijn de veranderingen in de specifieke posities van de VIN-code. Terwijl de eerste drie posities (‘ZDM’ voor Ducati Motor Holding in Italië of ‘ML0’ voor Ducati Motor in Thailand) de fabrikant identificeren, wijzen de posities 4, 5 en 6 op de typologische classificatie van het model.

De mogelijke wijziging in positie 5 voor het 2026-model suggereert een fundamentele herziening van de motortechnologie, chassis of het beoogde gebruik van de motorfiets. Nog opmerkelijker is de verwachte wijziging in positie 6, waar de letter ‘G’ (gemeenschappelijk voor alle Panigale V4-versies) wordt vervangen door ‘P’ voor de V4 R van 2026. Deze wijziging duidt op een intentie om de V4 R duidelijker te onderscheiden van andere modellen in de lijn.

De Ducati Panigale V4 R positioneert zich als een premium product in het Nederlandse motorsegment. Met een prijs van €49.990 is dit zonder twijfel een exclusieve motorfiets, gericht op veeleisende liefhebbers die bereid zijn te investeren in topkwaliteit en geavanceerde technologie.

Geniet van een waanzinnig uitzicht vanaf het Reuzenrad op RIDERS Festival

0
Reuzenrad

Motoren, muziek, gezelligheid en pure beleving – dat is het RIDERS Festival! Op 31 mei en 1 juni 2025 maken we Autotron Rosmalen dé hotspot voor motorrijders. Zoek je een goede reden voor een ritje? Dit is ‘m! En geloof ons, je kunt het festivalterrein niet missen.

Een van de meest opvallende attracties die al van veraf te zien is, is het indrukwekkende reuzenrad. Dit geeft je een waanzinnig panoramisch uitzicht over het hele festivalterrein.

Een hoogtepunt op grote hoogte

Midden op het terrein staat een gigantisch reuzenrad, mogelijk gemaakt door XXX, XXX en XXX [MERKEN IN HET RAD]. Dit reuzenrad biedt jou de unieke kans om het festival vanuit een totaal ander perspectief te beleven. Van bovenaf kun je de duizenden motoren en het bruisende terrein bewonderen.

Wat kun je verwachten op RIDERS Festival 2025?

Gratis genieten

En het mooiste? Je kunt er gratis in! Maak een rit in het reuzenrad en geniet van het festival van bovenaf. Je kunt zelfs de livemuziek op grote hoogte ervaren. RIDERS Festival is een paradijs voor motorrijders én muziekliefhebbers.

Gedurende het weekend treden de beste tribute bands op en zijn er spectaculaire shows en stunts te zien. Het reuzenrad voegt echt iets extra’s toe aan het festival, waardoor het een evenement is voor jong en oud, of je nu een motor hebt of niet.

Praktische informatie

Het RIDERS Festival vindt plaats op 31 mei en 1 juni 2025 in het Autotron Rosmalen, dagelijks van 10:00 tot 17:00 uur. Tickets zijn verkrijgbaar via de officiële website van het festival en via Ticketpoint. Voor leden van RIDERS is de toegang gratis; zij kunnen hun persoonlijke QR-code bij de ingang tonen.

Het verhaal van de BSA A65L Lightning uit James Bond Thunderball

0
BSA A65L Lightning James Bond Thunderball

In de James Bondfilm ‘Thunderball’ uit 1965 was een nogal bijzondere BSA te zien, de BSA A65L Lightning. Deze was opgetuigd met maar liefst vier raketwerpers, twee aan iedere kant van de fraaie stroomlijn, die ook echt werkten. In de film wordt de BSA bereden door Fiona Volpe, een nogal welgevallige maar tegelijk dodelijke dame die gespeeld wordt door actrice Luciana Paluzzi. Ze vuurt twee raketten af op de zwarte Ford waarmee Spectre-agent Graaf Lippe de achtervolging had ingezet op James Bond, rijdend in zijn stijlvolle Aston Martin DB5. Bad guy Lippe staat op het punt om 007 te elimineren als de BSA van Volpe hem van achteren nadert en al rijdend de raketten afvuurt. Lippe’s Ford wordt van achteren geraakt, schiet in brand en belandt in een greppel langs de kant van de weg. Terwijl hij gewelddadig ontploft, schiet de BSA langszij Bonds DB5. Het was een succesvolle missie, maar ondanks dat loopt het met de BSA slecht af, want hij wordt door agent Volpe in een meer geduwd. Daar verdwijnt hij langzaam maar zeker onder de waterspiegel. Wij onderzochten het verhaal achter deze beroemde motorfiets en hoe het de motor verder verging na afloop van het filmen.

Geen standaardmodel BSA

De motor die hiervoor gebruikt werd, was een 650cc-tweecilinder BSA. Echter niet het standaardmodel. Op de eerste plaats omdat het hier een James Bondfilm betreft waar geen plaats is voor standaard machines, en hij moest natuurlijk wel in staat zijn om 007’s sportieve Aston Martin DB5 bij te kunnen houden. Geen wonder dat gekozen werd voor de machtige BSA A65L Lightning. In de jaren 60 was dit absoluut een van de meer sportieve en zware machines die op de markt verkrijgbaar was.

Historie: Moto Guzzi 500cc-V8 70 jaar

Visie van 007-filmmakers op een supermotor

De motormarkt was destijds nogal verschillend met die van nu. De Japanse motorfabrikanten bouwden vooral nog lichte straat- en terreinmodellen met een cilinderinhoud die de 500cc zelden oversteeg. Ze waren nog niet heel erg lang op de markt, maar wel sterk in opkomst. In de racerij waren ze al serieus competitief. Met name Honda vormde al vroeg het Japanse voorfront. De Engelse motorfabrikanten bouwden al langer zwaardere modellen boven de 500cc, met vrijwel allemaal paralleltwins. Dit concept werd kort na de Tweede Wereldoorlog erg populair bij de Engelse motorgiganten, wat te danken was aan het grote succes van de 500cc Triumph Speed Twin die in 1938 het levenslicht zag. Aan het eind van de jaren 40 en aan het begin van de jaren 50 hadden AJS, BSA, Matchless, Triumph, Royal Enfield en Norton allemaal paralleltwins in het modellenprogramma. De sportievere machines hadden cilinderinhouden van 650 tot 750cc. Ze werden relatief weinig verkocht en omdat ze geen elektrische starter hadden, moesten ze allemaal aangetrapt worden. Wilde je een nog zwaardere motor, dan kon dat ook, maar Friedels Münch was onbetaalbaar voor de meeste stervelingen. De sportieve rijder had vaak geen interesse in een 1.200cc Harley-Davidson V-twin. Ook niet in 1965, toen de elektrisch startende Electra Glide uitkwam. Harleys sportieve Sportster werd aan deze kant van de oceaan niet echt gezien als de sportieveling die hij feitelijk was. De zwaardere motor werd pas echt populair met de komst van de Honda CB750. Deze 750cc-viercilinder maakte zijn publieke debuut tijdens de Tokyo Auto Show van oktober 1968 en luidde het tijdperk van de zwaardere superbikes in. Een tijdperk dat in de jaren 70 tot grote bloei kwam. Maar in de tijd van Thunderball was het superbike-tijdperk nog ver weg, hoewel je zou kunnen zeggen dat de filmmakers met de Thunderball BSA wel hun visie lieten zien op het fenomeen supermotor, net zoals Bonds Aston Martin dat op autogebied deed. De Engelse motoren uit de tijd van Thunderball hadden een behoorlijk goede wegligging, trilden flink en ze hadden veel onderhoud nodig. De elektrische componenten waren vaak nog zwak en vaak van het Engelse merk Lucas. Hun reclamespreuk ‘Prince of Darkness’ had in de loop der tijd een bijzondere betekenis gekregen die in donkere tijden net zo sarcastisch als realistisch was. Maar de motorfietsen waren krachtig, ze zagen er goed uit en ze liepen hard.

Race angled roadsters

De goudkleurige BSA A65L Lightning paste als toenmalige supersportieveling dus prima in de wereld van James Bond. De BSA-fabriek in Small Heath bij Birmingham begon met de productie van deze modellenreeks in 1962 toen de nieuwe unitconstructie A50 500cc en A65 650cc-toermodellen het levenslicht zagen. Net zoals de vroegere BSA’s waren dit 360 graden paralleltwinmodellen. Een enkele onderliggende nokkenas lag achter de beide cilinders, waar ze de twee kopkleppen per cilinder door stoterstangen tijdig aandreven. Als primaire aandrijving naar de in unit uitgevoerde versnellingsbak werd een triplexketting gebruikt die in een oliebad ronddraaide. Werd de olie lekker warm, dan begon vaak ook het lekken. Zowel de 500cc als de 650cc-modellenserie maakten gebruik van hetzelfde basiscarter en dezelfde krukas. De slag was voor beide series 74 mm. Een boring van 65,5 mm creëerde een cilinderinhoud van 499cc en een boring van 75 mm zorgde voor een ietwat overvierkante cilinderinhoud van 654cc voor de A65. Na verloop van tijd deden dubbele carburateurs hun intrede op de meer sportieve twins die in Small Heath van de band rolden en daarmee steeg het vermogen van deze BSA-twins aanzienlijk. Zo ook op de Lightning. Af fabriek had de motor die in Thunderball gebruikt werd een vierversnellingsbak, 12-volt elektra, een drooggewicht van 178 kg en een compressieverhouding van 9:1. Hij leverde het voor die tijd niet misselijke motorvermogen van 51 pk bij 6.750 tpm en dat was voldoende om hem naar een topsnelheid van net geen 175 km/u te brengen.

Tijdens het Thunderball tijdperk zag de toekomst er rooskleurig uit bij BSA. De bij Triumph beroemd geworden ontwerper Edward Turner was inmiddels vervangen door Harry Sturgeon, iemand die sterk geloofde in het feit dat successen in de wegrace de verkoopcijfers ten goede kwamen. Het was dan ook zijn idee dat het behoudende BSA met zogenaamde ‘race angled roadsters’ op de markt moest komen.

Van A65L Lightning naar 007 Thunderball Lightning

Hoewel algemeen wordt aangenomen dat de Thunderball Lightning voor de film geprepareerd werd door de BSA-fabriek, is dit niet juist. De transformatie van de motor stond onder leiding van John Stears. Hij werkte destijds op de Special Effects-afdeling van de beroemde Pinewood Studios in Engeland. De Pinewood Studios worden overigens nog steeds gebruikt voor opnames van de James Bondfilms, inclusief Skyfall uit 2012, Spectre uit 2015 en No Time To Die uit 2021.

Pat Slinn, de technicus die de Ducati prepareerde waarmee Mike Hailwood de 1978 F1 TT op het eiland Man won en het technische brein achter de vier Ducati F2-wereldtitels van Tony Rutter, herinnert zich dat zijn vader samenwerkte met John Stears aan de preparatie van de Thunderball BSA: “Mijn vader werkte destijds als ontwikkelingsingenieur in de experimentele afdeling van de BSA-fabriek. Hij werd door de fabriek naar de Pinewood Studios gestuurd, samen met een productie-Lightning die nog in het krat zat. Dit was de Lightning die de hoofdrol zou spelen in de Thunderball-motorscène. Bij Pinewood bouwde hij de Lightning op, samen met Stears van de Special Effects-afdeling. Ook werkten ze samen aan de raketwerpers die mijn vader via een zelfgemaakt draagsysteem op de Avon-kuip monteerde. De kuip had hij zelf bij de Avon-fabriek opgehaald, die toen al in de kleur van de motor gespoten was. Mijn vader was namens BSA verantwoordelijk voor de Thunderball Lightning en hij was dus ook aanwezig bij alle filmopnamen waar de motor in te zien is.”

Werkende raketwerpers

De raketwerpers werkten wel degelijk en ze werden zelfs meerdere keren voorzien van scherpe munitie, waarna ze afgeschoten werden door Pinewoods gecertificeerde munitie-expert. De eerste keer dat ze afgeschoten werden, bleken ze een veel te krachtige explosie te veroorzaken. Ze werden bediend vanaf een hendel op het stuur waar twee bowdenkabels op gemonteerd waren. Deze gingen via beide kanten van de stroomlijn naar de raketwerpers. De raketten werden gelanceerd door de berijder van de motor, die met behulp van de hendel en de kabels een pin uit de raketten trok, net zoals bij de meeste handgranaten gebruikelijk is. Na het loskomen van de pins werden de raketten met grote kracht afgeschoten.

Oorspronkelijk was het de bedoeling dat de raketten daadwerkelijk ingezet zouden worden in de scène waarbij Graaf Lippe uitgeschakeld werd. Maar na testen bleek het te lastig om de raketten van een rijdende motor af te schieten en daarbij ook nog een rijdend doel te raken. Ook bleek het complex om de auto rijdend te maken zonder chauffeur achter het stuur. Dus werd de stunt herschreven. De auto zou al rijdend ‘geraakt’ worden en vervolgens in een greppel belanden en daar exploderen. De stuntcoördinator van de film, Bob Simmons, was hier verantwoordelijk voor. Simmons was overigens de berijder van de Ford in deze scène en hij verzorgde ook de explosie. Het was de bedoeling om de rijopnamen te maken op de Engelse M2-snelweg, maar vanwege de vele regen werd de shoot uitgesteld. Toen het ook nog begon te sneeuwen, besloot de filmcrew uit te wijken naar het circuit van Silverstone. En zelfs daar moesten ze nog een paar dagen wachten op beter weer. Pat Slinn: “Mijn vader was ook aanwezig bij de scène van het afzinken van de BSA in het meer. De motor die daarvoor gebruikt werd, was een opgeleukte maar aftandse goudkleurige 650cc BSA A10 Gold Flash die diende als boodschappenmotor door de BSA-fabriek. Als je bekend bent met de BSA-modellen, dan kun je tijdens het zinken goed zien dat het geen Lightning is. Als je naar de scène kijkt, zal je opvallen dat de BSA maar heel langzaam zinkt. Dat komt door twee duikers die de motor langzaam naar de diepte lieten gaan.”

Geschiedenis van Royal Enfield: Made Like a Gun

Walker, Vincent en Ivy

Drie verschillende rijders reden de Thunderball BSA tijdens de opnames van de film. Stuntman Johnny Walker reed de twin in de meeste scènes die in Thunderball te zien zijn. Dit in tegenstelling tot de algemene veronderstelling dat de succesvolle zijspanracer en BSA-specialist Chris Vincent te zien was als hoofdstuntrijder in de film. Vincent was wel te zien in een aantal publiciteitsfoto’s en hij vuurde ooit de raketten af op een stil landweggetje om ze te testen. Pat Slinn: “Tijdens de Engelse Grand Prix van 1966 reed Chris Vincent ook een paar demorondjes met een replica van de Thunderball BSA. Deze motor stond nog jarenlang in de showroom van de BSA-fabriek en werd regelmatig uitgeleend.” Maar de beroemde scène waarbij de raketten Graaf Lippe liquideerden, werd gefilmd met coureur Bill Ivy als de berijder. In 1967, twee jaar na de introductie van Thunderball op het witte doek, werd Ivy 125cc-wereldkampioen wegrace met Yamaha.

De Thunderball Lightning die rijdend te zien was in de film, had het kentekenplaatnummer BOJ 443C. Toen de film in première ging, werd deze specifieke BSA volop voor publiciteitsdoeleinden ingezet. Hij ging op tournee over de hele wereld en trok massa’s publiek. Zowel filmliefhebbers als motorliefhebbers vergaapten zich aan de BSA en zijn raketwerpers. Na de tournee werd de motor jarenlang gestald in het Pinewood-filmstudiocomplex. En dat terwijl 007’s Aston Martin DB5 geveild werd door Christie’s.

Peperduur

Uiteindelijk verliet de Thunderball BSA het Pinewood-complex nadat hij geschonken werd aan Tommy Green. Hij was verantwoordelijk voor de PR ten tijde van Thunderball. Green was een fanatiek motorrijder en destijds de zeventig al gepasseerd. Hij wilde de motor nalaten aan zijn kleinzoon. Het zou echter anders uitpakken. Toen Green overleed, werd de Thunderball BSA namens zijn erfgenamen verkocht door W.H. Motors in Weybridge in 1983. De machine was destijds peperduur geprijsd met een vraagprijs van 1.700 Engelse ponden. Vanaf die tijd is de machine nog een aantal keer van eigenaar verwisseld, allen verzamelaars. Een verschil ten opzichte van de filmopnamen, is het huidige nummer van de kentekenplaat. In de film is het nummer BOJ 443C te zien. BSA gebruikte standaard een Birmingham-nummer voor hun testmotoren en prototypes, waardoor veel mensen dachten dat hij door BSA geregistreerd was voor het Engelse wegennet. Dit nummer was echter fictief. Na het filmen werd de BSA geregistreerd door EON Productions en kreeg in september 1965 het huidige kentekenplaatnummer GLA 427C. In al die jaren is hij excellent bewaard gebleven en hij verkeert nog steeds in een prachtige originele staat. Daarmee doet hij zowel 007 als de film Thunderball de eer aan die ze verdienen.

Foto’s Archief A. Herl, EON Productions, Pinewood Studios
Met dank aan EON Productions, Pat Slinn

A Child’s Guide to Blowing Up a Motor Car
Thunderball was niet de enige film waar de BSA A65L Lightning in te zien was. De scène werd ook opgenomen in een film van de Ford Motor Company met als titel ‘A Child’s Guide to Blowing Up a Motor Car’ (Een kinderhandleiding over hoe je een auto kunt laten exploderen).
BSA Owners Club bestaat 50 jaar
Op 17 mei 1975 organiseerden een groepje vrienden met BSA-motoren een Landelijke BSA-dag in Utrecht, met als doel het oprichten van een Nederlandse BSA Owners Club. Dit evenement werd bezocht door circa 50 BSA-rijders, waarvan 30 zich direct aanmeldden als lid. Nu, 50 jaar later, is de BSA Owners Club uitgegroeid tot een bloeiende club met meer dan 600 leden en een volle toeragenda. Een van de belangrijkste evenementen in 2025 is de Landelijke BSA-dag, waar de oprichting van de club zal worden gevierd. Op precies dezelfde plek en dezelfde datum als 50 jaar geleden. De toegang is gratis en alle BSA-liefhebbers zijn welkom.
 
In het kort

Zaterdag 17 mei 2025
11u00 tot 17u00
Restaurant Het Oude Tolhuis
Weg naar Rhijnauwen 13-15
3584 AD Utrecht