Als je het nieuws in Nederland volgt heb je waarschijnlijk al gehoord over de aangekondigde maatregelen omtrent elektrisch rijden die gepubliceerd zijn in de Staatscourant op 18 december 2024. Deze veranderingen hebben ook een grote impact op elektrische motorfietsen in Nederland. Het is tijd om de gevolgen van deze maatregelen onder de loep te nemen en te kijken wat dit betekent voor jou als motorrijder.
Wat Zijn de Nieuwe Maatregelen?
Vanaf 1 januari 2025 komt er een einde aan de vrijstelling voor zero-emissievoertuigen, waaronder elektrische motorfietsen vallen. Dit betekent dat je als eigenaar van een elektrische motorfiets niet langer kunt profiteren van belastingvoordelen. Daarnaast verdwijnen ook de subsidies die het voor veel motorrijders aantrekkelijk maakten om over te stappen op een elektrische motorfiets. Dit zijn de belangrijkste punten die je moet weten:
Vervallen van de vrijstelling voor zero-emissievoertuigen.
Verdwijnen van subsidies die elektrische motorfietsen financieel aantrekkelijk maakten.
Een aanzienlijke verhoging van de BPM (Belasting van Personenauto’s en Motorrijwielen) met een factor zeven voor elektrische motorfietsen.
Met de invoering van deze maatregelen in 2025 is het evident dat de gewijzigde situatie zal resulteren in een onoverbrugbaar prijsverschil tussen elektrische en brandstofmotoren. Door een verhoging van de BPM met een factor zeven en een verdubbeling van de aanschafprijs wordt de elektrische motorfiets een financieel onaantrekkelijk alternatief voor duurzaam woon-werkverkeer.
Zevenmaal zo veel BPM
BPM, oftewel Belasting van Personenauto’s en Motorrijwielen, wordt berekend op basis van de catalogusprijs van een voertuig. De uitstoot speelt een rol bij het bepalen van het te betalen bedrag. Men zou verwachten dat deze belasting gelijkmatig wordt toegepast op alle voertuigcategorieën. Helaas blijkt dit niet het geval te zijn. Elektrische motorfietsen worden vanaf 2025 geconfronteerd met BPM-kosten die bijna zeven keer hoger liggen dan die van elektrische (bedrijfs)auto’s met een vergelijkbare cataloguswaarde.
Voor een CO2-vrije bedrijfswagen wordt € 0,00 BPM berekend, terwijl een personenwagen zonder CO2-uitstoot een vast bedrag van € 667,- betaalt. Daarentegen wordt voor een elektrische motorfiets 19,4% van de catalogusprijs (minus € 210,-) aan BPM berekend, ongeacht de uitstoot. Bij een cataloguswaarde van € 25.000 resulteert dit in een BPM die zeven keer hoger ligt dan bij de andere voertuigcategorieën. (Bron: Belastingdienst BPM tarieven).
De Impact op de Aanschafprijs
Een van de meest zorgwekkende gevolgen van deze maatregelen is de stijging van de aanschafprijs van elektrische motorfietsen. Neem bijvoorbeeld de vergelijking tussen de populaire Yamaha Tracer 900 GT en de Energica Experia. De prijs van de Yamaha blijft op 16.299 euro, maar de prijs van de Energica stijgt van 30.451 euro in 2024 naar 35.010 euro in 2025. Dit betekent dat de aanschafprijs van een elektrische motorfiets bijna verdubbelt in vergelijking met een brandstofmotorfiets. Dit is een flinke tegenvaller voor motorrijders die de overstap naar elektrisch overwegen.
Subsidies
Tot en met 31 december 2024 waren er diverse subsidies beschikbaar voor elektrische voertuigen, variërend van aanschafpremies voor particulieren tot fiscale voordelen voor ondernemers. Ook gold voor eigenaren van elektrische motorfietsen een vrijstelling van MRB (Motorrijtuigenbelasting) en BPM.
Uitsluiting van motorfietsen
Voor de aanschaf van elektrische auto’s bestonden subsidies zoals de SEPP (Subsidie Elektrische Personenauto’s Particulieren) en de SEBA (Subsidie Emissieloze Bedrijfsauto’s). Deze regelingen maakten het mogelijk om elektrische voertuigen financieel aantrekkelijker te maken. Hoewel men zou verwachten dat ook elektrische motorfietsen onder deze of vergelijkbare subsidieregelingen zouden vallen, zijn motorfietsen vanaf het begin uitgesloten van elke vorm van subsidie, zowel op lokaal als landelijk niveau. Dit onderscheid toont een gebrek aan erkenning voor de rol van motorfietsen in duurzame mobiliteit.
Na enkele Japanse buikschuivers was het voor Lionel Bouillez tijd voor een Harley Street Bob. Om het vroegere adrenalinegehalte op peil te houden kreeg de Dyna een vleugje Clubstyle steroïden toegediend.
Zowat het volledige Vlaamse grondgebied is getransformeerd in ‘zone 30’ en ‘zone 50’ tracés, met talloze flitspalen en trajectcontroles waarmee de overheid bedrijvig geld binnentankt om hun bodemloze begrotingsputten te dempen. Het lijkt bijna onrealistisch, maar over de taalgrens van Wallonië kan de snelheid quasi onbelemmerd opgeschroefd worden tot de ‘criminele’ 90 km/u limiet. In een klein dorpje in de omgeving van Mons, vertelt Lionel over zijn passie voor snelheid en Clubstyle motoren.
Meer Lionel
Naam
Lionel Bouillez
Bouwjaar
1984
Beroep
If I tell you, I have to kill you
Ben van type
Gesloten
Drank
Koffie
Eten
Italiaans
Beste film
Harley Davidson and the Marlboro Man
Muziek
Metal
Sport
Crosstraining
Hobby
Motoren
Motoren betekenen
Vrijheid
Droommotor
Road Glide CVO ST
Meest pijnlijke (motor-) moment
Overlijden van een motorvriend
Mooiste motorervaring
Meetings, toffe mensen met dezelfde passie ontmoeten
Zonder motor zou ik
Rijker zijn!
Gebruikt de motor voor
Dagelijks gebruik
Wat maakt uw motor speciaal
Hij is van mij
Wat kan er beter aan de motor
Een zwaarder blok
Gevoel bij eerste opstart project
Geïnspireerd
Zonden in het verkeer
Wordt best over gezwegen
Heb een hekel aan
Individualisten en idioten
Lijfspreuk
Passion is the engine of the soul
Andere motoren
Street Glide CVO, chopper met 1340 Evo blok
Wat met vijf miljoen
Een grotere werkplaats en meer motoren
1 van 9
KAMIKAZEWERK
Lionel: “Mijn eerste brommertje, een 50 cc Honda Camino, was het eerste slachtoffer van mijn opstekende verbouwingsdrang. Behalve de optische aanpassingen werd het bescheiden motorblokje opgepept tot de tellernaald bij 95 km/u bleef stokken. Met originele trommelremmetjes was dat zuiver kamikazewerk. Ook de daaropvolgende MBX werd stevig versleuteld, vooral om de snelheid op te vijzelen. Na het behalen van het motorrijbewijs stapte ik over op een Suzuki GSX-R 750 SRAD. Daar kwam een knappe streetfighter uit voort, een trend die toen erg populair was. Met andere tandwielen kon de machine met twee vingers in de neus op het achterwiel gezet worden. Met de komst van een 750 GSX-R K4 kreeg ik iets moderner spul onder de billen. Het was een regelrechte raket waarmee natuurlijk veel te snel gereden werd. De verslavende jacht naar de ultieme bandenlimiet bleef helaas niet onbestraft. Bij enkele opeenvolgende bochten lukten de eerste en tweede nog net, maar in de derde bocht ging het aan een ‘deftig’ gangetje verschrikkelijk mis. Na een aantal tolbeurten leek het alsof de Japanner ontploft was. De bangelijke crash leverde mij enkel een gebroken vinger op. Zoveel geluk heb je maar één keer in je leven. De motor werd nadien nog opgelapt, maar ik begon steeds meer aan de wijze woorden van mijn vader te denken.”
Lionel vervolgt: “Mijn vader vertelde me ooit dat er maar één echte motor bestaat en dat is een Harley-Davidson. Zelf reed hij eind de jaren zestig motorcross op een Moto Morini, een Italiaanse viertakt. Toen ik amper vier jaar oud was kocht hij me een Yamaha PW50. Ik herinner me nog dat ik doodsbang was van het geluid, maar na een nachtje slapen was de angst verdwenen en ik heb er ongelofelijke herinneringen aan overgehouden. Als broekventje begon ik bezield in motorliteratuur te neuzen. Dat kreeg ik mee van mijn vader, die zeer fanatiek met motoren bezig was. Jarenlang bleef zijn Harley-Davidson dogma me achtervolgen, maar op de gerechtigde leeftijd was het benodigde budget niet onmiddellijk voorhanden. Ik kon mijn droom eindelijk realiseren, pas nadat de benodigde centen verzameld waren. Mijn bikershart werd door ettelijke Harley’s gecharmeerd, maar om het sportieve segment trouw te blijven was een Dyna de enige, onbetwistbare keuze. De Street Bob werd in mei 2017 afgeleverd, net voor de lancering van de Milwaukee-Eight. Het verlangen om hard te rijden was uiteraard nog steeds aanwezig. Met de rijstijl die ik van mijn sportmotoren gewend was, werd in de bochten behoorlijk wat ijzer weg geschraapt en door het gemis aan een meute hitsige paardenkrachten begon ik me al snel te vervelen op de motor. Tijdens mijn research om de Dyna wat vuriger te maken, ontdekte ik vrij toevallig de Clubstyle scene. Die leek me perfect op het lijf geschreven.”
MAXIMAAL AMUSEMENT
In Frankrijk is de Clubstyle cultuur enorm populair op de sociale netwerken. Zo kwam Lionel via Facebook toevallig in contact met enkele gabbers uit de streek met dezelfde interesse. “Uit dat Belgische gezelschap ontstond een Club met oorspronkelijk slechts een vijftal leden”, zegt hij. “Mettertijd werd de club echter te groot en er kwamen mensen bij die niet de juiste Clubstyle mentaliteit hadden, waardoor de sociëteit werd ontbonden. In juni besloten we met een aantal gelijkgestemde zielen de ‘Clubstyle Factory’ op te richten. Een select, familiaal groepje van een tiental hechte vrienden, die zich in de eerste plaats maximaal willen amuseren met motorrijden. We transformeren onze motoren in mijn werkplaats, die eveneens openstaat voor niet-clubleden. Business spreekt ons niet aan, het is passie die boven alles primeert. Ik heb studies gevolgd voor automechanica en carrosserie. Onder de naam Lio Custom Motorcycle heb ik mijn eigen bedrijfsregistratie, waardoor ik toegang heb tot gespecialiseerde toeleveranciers zoals Zodiac, MCS en Custom Chrome. Ook het spuitwerk doen we zelf. Enkel interne wijzigingen aan het motorblok voeren we niet zelf uit.”
RAUW GEDONDER
Het Street Bob motorblok is uitgerust met een Stage 1 Plus kit van het merk Poivre Noir, een Zwitsers bedrijf in Genève dat gespecialiseerd is in motoroptimalisatie. Met het Arlen Ness luchtfilter blijven de beide cilinders integraal zichtbaar en het bezorgt de machine nog wat extra performance. Ook het Amerikaanse TBR 2-in-1 uitlaatsysteem draagt zijn steentje bij. “De coole racy look en het rauwe gedonder waren net wat ik zocht”, verklaart Lionel. “De Shock Factory schokdempers hebben een betere demping en ze zetten de machine wat hoger op zijn poten. Daardoor kan ik dieper overhellen in de bochten, want met de originele veren was de grondspeling nogal beroerd. Vooraan werd de standaard vork intern verbeterd met Hyperpro veren en olie, waardoor de voorkant minder duikt tijdens een stevig rempartijtje.” Het is geen publiek geheim dat een stock Harley een hinderlijk tekort aan remkracht heeft voor sportieve vliegeniers. Dat kwaaltje werd vaardig opgelost door zwevende remschijven, Kevlar remblokken en stalen remleidingen te monteren, waarmee nu ongemeen stevig in de ankers kan gedoken worden. De T-bar is praktisch zo goed als direct op de vork bevestigd, wat minder speling oplevert. De voetsteunen zijn van MJ Design, een jong Frans bedrijf waar Lionel graag ondersteuning aan verleent. Het comfortabele Low Rider zadel werd gemodificeerd bij de Franse zadelmakerij ‘American Spirit’. Het stiksel is uitgevoerd in adequaat groen en de naam Lio Custom werd stijlvol in het leder verwerkt.
EXTREME PASSIE
Lionel verklaart:“Het nummer 147 is een hommage aan de geboortedata van mijn dochters. De tweeling op 14 januari en de oudste op 7 november. Het ‘Isle of Man Green’ gebruikt BMW op wagens van de M3 serie. Quasi alle logo’s zijn gepaint. Enkel de Club Style Dubai sticker vormt een uitzondering. Ik was er op vakantie en ben er bevriend geraakt met een aantal Clubstyle aanhangers die ik regelmatig terugzie op bikeshows. De eerste uitstap onder de Factory colors was meteen een succes. Op het motorfestival Punta Bagna 2024 in het Franse Courchevel, scoorden we een eervolle prijs met een Low Rider S Clubstyle. We waren eerder ook al op de bike show van Bad Salzuflen in Duitsland. We proberen een combinatie de maken van attractieve motoren die daarenboven ook goed rijdbaar zijn. In het begin wist ik amper iets af van de Clubstyle cultuur, maar vandaag ben ik op de hoogte van de allernieuwste innovaties. De Harley dealer van Mons heeft me inmiddels gecontacteerd om op hun custom evenementen een nieuwe dynamiek op gang te brengen. Met de aanwezigheid van de Clubstyle Factory tijdens opendeurdagen hopen ze het jonge publiek te charmeren. Mijn Dyna is alvast een bescheiden voorbeeld van de ongelimiteerde mogelijkheden. In het Clubstyle milieu moet je extreem gepassioneerd zijn en dingen durven uitproberen die je enkel in Amerikaanse gespecialiseerde magazines aantreft. We moeten echter realistisch blijven. We leven en rijden in België en moeten dus niet naast de schoenen gaan lopen.”
Het onderwerp van duurzame alternatieve brandstoffen is al enige tijd een hot topic. Steeds meer mensen kijken naar andere opties dan elektriciteit om koolstofneutraliteit te bereiken. Hoewel het algemeen wordt erkend dat elektrische voertuigen (EV’s) nog steeds de sleutel tot de toekomst van mobiliteit vormen, is het geruststellend om te zien dat er steeds meer initiatieven zijn gericht op alternatieve brandstoffen om de goede oude verbrandingsmotor in leven te houden.
We hebben al veel gesproken over waterstof en hoe het potentieel heeft voor massale acceptatie in de nabije toekomst. Maar een andere, vaak over het hoofd geziene alternatieve brandstofbron is iets veel dichter bij huis – zo dichtbij dat sommige mensen er dagelijks mee te maken hebben.
Voor de inwoners van Barbados, een eiland in de zuidoostelijke Caribische Zee, is sargassum, een soort zeewier, inderdaad iets waar ze elke dag mee kampen. Het is zo erg dat de premier van het land een nationale noodsituatie heeft uitgeroepen vanwege de hoeveelheid zeewier die zich ophoopt aan de kusten van het land. Zoveel zelfs dat het toerisme van Barbados eronder begon te lijden. Hotels en resorts moesten miljoenen dollars uitgeven om de invasie van zeewier tegen te gaan. Om het nog erger te maken, stoot sargassum waterstofsulfide uit, wat oogirritaties, ademhalingsziekten kan veroorzaken en in extreme gevallen zelfs je zenuwstelsel kan aantasten.
Eureka!
Toen ze de chaos zagen ontstaan, hadden onderzoekers aan de Universiteit van de West-Indies (UWI) een eureka-moment: wat als ze al dat zeewier konden gebruiken om hun voertuigen van energie te voorzien? En dat deden ze. En het bleek dat sargassum inderdaad een lucratieve bron van biogas kon zijn – nog een vorm van koolstofneutrale alternatieve brandstof.
In een eerder artikel hebben we al kort biogas besproken, over hoe Bajaj de ontwikkeling van motorfietsen aangedreven door biogas op het oog heeft. In essentie kan biogas, net als aardgas, worden gebruikt om verbrandingsmotoren van energie te voorzien. Maar in tegenstelling tot zijn fossiele brandstof-afgeleiden tegenhangers is het volledig hernieuwbaar, omdat het gebruikmaakt van organisch materiaal, in dit geval de tonnen sargassum die aan de kust zijn aangespoeld.
Technisch gezien worden alle soorten biogas als koolstofneutraal beschouwd, omdat alle emissies die met het gebruik ervan gepaard gaan, al zijn gecompenseerd door de koolstofabsorptie gedurende de levenscyclus van het organisch materiaal.
De wetenschappers van UWI hebben aanzienlijke vooruitgang geboekt in het extraheren van biogas uit sargassum. Door afvalwater van lokale rumdistilleerderijen te mengen met mest van de zwarte schapen van het eiland, die de anaërobe bacteriën leveren, konden de wetenschappers een biobrandstof ontwikkelen die vrijwel elk voertuig kan aandrijven.
De onderzoekers stellen zelfs dat elk voertuig kan worden omgebouwd om op sargassum-gas te rijden via een eenvoudig ombouwsetje dat slechts vier uur kost om te installeren en ongeveer $2.500 (€2.400) kost.
Geen auto met verbrandingsmotor
De officiële website van UWI toont het testvoertuig in kwestie, dat interessant genoeg geen verbrandingsmotorauto is, maar een volledig elektrische Nissan Leaf. Hoe vreemd het ook moge lijken, het is onwaarschijnlijk dat de UWI-wetenschappers een verbrandingsmotor in deze EV hebben geplaatst. Het is veel waarschijnlijker dat de Leaf is opgeladen met behulp van een generator die wordt aangedreven door sargassum-gas.
De onderzoekers van UWI hebben in 2019 een patent op hun formule verkregen en zijn momenteel bezig met de ontwikkeling en het testen van biogas afgeleid van sargassum. In de niet al te verre toekomst heeft het team plannen om zijn werk uit te breiden door een eigen biogasstation te bouwen om de productie van sargassum-biogas op te schalen. Ze zijn ook van plan om andere innovaties op basis van sargassum te introduceren, zoals plaagbestrijding. Praat over het omtoveren van afval in een nationaal goed.
Dus ja, het lijkt erop dat knappe koppen opnieuw de code hebben gekraakt. Maar zoals bij alle innovaties, kost het tijd. En het zal veel meer tijd, en niet te vergeten geld en middelen, kosten om zeewier-gebaseerd biogas mainstream te maken.
Het gebeurde tijdens de Cotswold Bike Night van 2022. Het geluid van brullende motoren vult de nacht en dan ineens… Dan ineens lijkt het stil te worden en zijn alle ogen gericht op de onwaarschijnlijk brute chopper die naar binnen wordt gereden. Natuurlijk loop ook ik naar de machine toe en maak kennis met de eigenaar; Nick Argyle. Een ex-Chopper Club Prospect met een reputatie die net zo indrukwekkend is als zijn chop. Op dat moment kon ik nog niet vermoeden dat ik samen met hem aan mijn meest ingrijpende chopper-project zou gaan beginnen!
Op dat moment reed ik een Suzuki GSX-R 1300 Hayabusa streetfighter en die vond ik al helemaal te gek. Maar toen ik Nick over mijn streetfighter vertelde bleek al snel dat het wat hem betreft nog véél gekker zou kunnen; “Laten we er een chopper van bouwen”, stelde hij voor. Hij hoefde me niet te overtuigen, want ik was meteen verkocht. ‘Goed plan, ik doe mee!’ Ik had juist mijn 10-jarig jubileum bij de National Chopper Club gevierd, dus het was ook een perfect moment om iets speciaals te doen.
1 van 7
TWEE JAAR
Het zou het begin zijn van een heftige periode van ruim twee jaar, gevuld met bloed, zweet en metaal. We wilden hem op tijd klaar hebben voor een eerste onthulling tijdens het 50-jarig jubileum van de National Chopper Club in 2023. De motor had echter andere plannen en gooide een aantal elektrische Gremlins in de strijd die met succes de bouw flink wisten te vertragen. Op dat feest van de National Chopper Club had ik Nick en zijn vrouw Caroline als gasten uitgenodigd en wat denk je..? Hij komt binnenrijden met zijn eigen chopper, ‘Alfie’ en het eerste wat hij doet is de President’s Choice Trohy van de tafel af grissen. ‘Die hou ik vanaf nu wel warm voor jou’, verklaarde hij met een grijns van oor tot oor.
ELEKTRA
Tja, typisch Nick, maar dan moeten we natuurlijk wel eerst een complete en rijdende chopper hebben. Hij gaat in de periode daarna extra hard aan de slag en bouwt alles met de hand; van frame en plaatwerk tot en met voorvork. Natuurlijk stuiten we op de nodige problemen; vooral de elektra blijkt een ramp. Daarvoor gaan we uiteindelijk op pelgrimstocht naar Sheffield waar Steve Keenan, de Hayabusa-goeroe van MK Engineering South Yorkshire zijn toverkunsten demonstreert en de viercilinder weer laat spinnen als een tevreden leeuw.
Daarna ontdekten we dat de bike met zijn lengte van meer dan 3.50 m nooit in mijn mancave zou passen, maar met behulp van wat extra beton werd ook dat probleem opgelost. Maar goed, het is nu wel de hoogste tijd om de aandacht te richten op alles dat wèl goed is gegaan en dat is gelukkig ook heel veel. Het zadel bijvoorbeeld: pure luxe, gemaakt van Oxford Blood leer dat zowel stoer als stijlvol oogt. De benzinedop is gemaakt van een Jaguar wielmoer. Waarom..? ‘Waarom niet!’ De motorsteunen, standaard en het stuur zijn van de National Chopper Club.
EEN REIS
Vanaf het begin van dit project stond één ding al wel vast: deze chopper gaat er behoorlijk slordig uit zien. Niets van dat gepolijste, glimmende showroom-gedoe. Ik wil dat ons zweet, de inspanning en de ellende in elke las en elke buis te zien zijn. De onthulling van de bike was een geweldig moment. Instemmend gegrom en goedkeurende knikjes alom bij de genodigden. Ja, we hebben een monster gecreëerd. Er wordt altijd gezegd; ‘Het gaat niet om de bestemming, maar om de reis’. En wàt een reis is dit geweest!
NAGEDACHTENIS
Uiteindelijk is dit niet zomaar een chopper. Het is een symbool van doorzettingsvermogen, van vastberadenheid en liefde voor de vrijheid van de chopper. Ik heb de motor EDDIE genoemd ter nagedachtenis aan mijn broer Garry Edmonds die me als jong ventje leerde van choppers te gaan houden. Mis je bruv, GBNF.
De stars-and-stripes helm die Peter Fonda droeg als Wyatt in de film Easy Rider uit 1969 werd te koop aangeboden. In tegenstelling tot de Captain America-chopper was de echtheid van de helm dit keer onbetwistbaar. Toch verkocht de helm niet voor de vraagprijs van $25.000 en er kwam zelfs geen enkele bieding binnen. Dat was nogal verrassend: vervaagt de waarde van filmrekwisieten?
Logische argumenten verklaren de waarde van verzamelobjecten echter niet altijd goed. Dat is vaak eenvoudiger bij massaproducten, zoals motorfietsen. Denk aan de motor die je op je 21e de gaafste vond, maar die je nooit kon betalen. Tien jaar later was het een gewone, gebruikte motor en veel minder waard. Maar dertig jaar later, als je in je vroege vijftig bent, ben je misschien bereid om flink te betalen om een stukje van je jeugd te herbeleven. Maar na nog eens dertig jaar zijn er veel minder mensen met die emotionele band. Dan is zeldzaamheid de enige factor die de prijs ondersteunt en is het gewoon een oud massaproduct dat waarschijnlijk minder waard is. Dit prijsverloop geldt voor veel voorwerpen.
Bij unieke iconische verzamelobjecten ligt het anders. Daarom was het ook zo verrassend dat niemand deze helm wilde. ‘Easy Rider’ was in zijn tijd iets nieuws en legde het ook vast. De film had impact op veel jongeren en werd een grote hit, ondanks het lage budget. Het droeg bij aan de populariteit van motorfietsen.
Tegenwoordig staat YouTube vol motovloggers met geweldig materiaal en hoewel niets de impact van ‘Easy Rider’ kan evenaren is de film nauwelijks meer irrelevant. Jongeren hebben hun eigen ‘motorbeeldtaal’ ontwikkeld en ouderen, die ooit geraakt werden door Easy Rider, sterven uit. Net als beide hoofdrolspelers.
Het zlu een reden kunnen zijn waarom niemand bereid was $25.000 te betalen voor een authentiek en zeer herkenbaar stukje iconografie.
Radartechnologieën zijn steeds gebruikelijker geworden in het touring-segment, met merken zoals BMW en Ducati die gebruikmaken van systemen van Bosch voor functies zoals adaptieve cruisecontrol. Honda kiest ervoor om eigen technologieën te ontwikkelen in plaats van kant-en-klare oplossingen van leveranciers, wat leidt tot unieke functies, maar ook hogere kosten en langere ontwikkelingstijden.
De gepatenteerde systemen combineren Lidar, radar en camera’s, elk met unieke sterkte: radar werkt in alle lichtomstandigheden, Lidar biedt nauwkeurige 3D-beelden en camera’s zijn goed in het herkennen van kleuren en verkeersborden. Deze integratie moet een gedetailleerd beeld van de omgeving creëren en de zwaktes van de afzonderlijke technologieën verminderen.
Een belangrijk aspect van de nieuwe technologie is het dodehoekbewakingssysteem, dat afhankelijk van de snelheid verschillende waarschuwingen geeft. Bij lagere snelheden waarschuwen lampen in de buitenspiegels, terwijl bij hogere snelheden de waarschuwingen naar de spiegels en het dashboard verschuiven.
De sensoren openen de deur naar verschillende rijhulpsystemen zoals adaptieve cruisecontrol, automatische noodremming en rijstrookassistentie. Lidar-technologie is momenteel nog kostbaar, wat betekent dat de Gold Wing waarschijnlijk als eerste model deze systemen zal krijgen.
Hoewel veel van deze functies al in auto’s aanwezig zijn, kan de ontwikkeling voor motoren snel verlopen. Honda’s keuze voor zelfontwikkeling kan de Gold Wing een leidende rol geven op het gebied van rijhulpsystemen, maar het is nog onzeker wanneer deze technologieën breed beschikbaar zullen zijn.
Lewis Hamilton, de zevenvoudig wereldkampioen Formule 1, overweegt een investering in het MotoGP-team van KTM. KTM kampt met financiële problemen en heeft onlangs de ontwikkeling van hun MotoGP-motoren stilgelegd.
Pit Beirer, hoofd van KTM’s motorsportafdeling, bevestigde gesprekken met Hamiltons management: “Het is geen geheim dat Lewis Hamilton interesse heeft in MotoGP en nadenkt over een eigen team. Er zijn concrete gesprekken gaande.”
Een mogelijke uitdaging is de sponsorrelatie; KTM werkt nauw samen met Red Bull, terwijl Hamilton verbonden is aan Monster Energy. Beirer stelt echter dat dit geen obstakel vormt in de huidige onderhandelingen. Daarnaast is er al rumoer dat Lewis Hamilton, die in 2025 als coureur bij Ferrari zal aantreden, zich voorbereidt om zijn langdurige samenwerking met sponsor Monster Energy te beëindigen.
Hamilton heeft eerder interesse getoond in MotoGP en werd eerder dit jaar in verband gebracht met een mogelijke overname van het Gresini Racing-team.
Hoewel er nog geen definitieve overeenkomsten zijn, zou Hamiltons betrokkenheid bij KTM een significante impact kunnen hebben op zowel het team als de MotoGP-competitie in het algemeen.
Triumph werkt aan de Thruxton 400, een motorfiets die het 400cc-segment moet versterken. Recentelijk is hij gespot in India, vrijwel in definitieve vorm. De Thruxton 400 deelt veel onderdelen met de Speed 400 en Scrambler 400X, maar heeft ook invloeden van de Thruxton 1200 met een sportieve uitstraling.
Het stalen buizenframe, 17″ wielen en een voorvork met upside down maken het ontwerp klassiek. Verwacht wordt dat de motor dezelfde specs heeft als de Speed 400, met een 398cc-eencilinder die 40 pk levert. De komst naar de Lage Landen roept nieuwsgierigheid op, gezien de groeiende belangstelling voor kleinere motoren.
Het scheelde slechts een halve wiellengte of Collin Veijer had zijn eigen GP op ‘ons’ Assen gewonnen. De 19-jarige Staphorster kreeg het Nederlandse publiek daarmee wel op de banken, maar zorgde ook voor een heftige crash in de kwalificatie, reed vervolgens een ijzersterk Moto3-race en scoorde met zijn tweede plek de eerste Nederlandse podiumplaats tijdens de TT Assen sinds 1994. ‘Het was een mooie show denk ik’, zei Collin na afloop. Dat was het zeker!
Mythische bestemmingen en motorrijders: het zijn twee handen op één buik. We beschouwen elke verre uithoek, extreme punt, hoogste top of laagste dal als perfecte aanleiding om onze tweewieler op te blinken, de koffers aan te binden en op avontuur te trekken. En zo komt het dat ik na een stevige voorbereiding en maandenlang reikhalzend uitkijken op een vroege zaterdagochtend gepakt en gezakt de eerste versnelling aantik, bestemming Noordkaap.
Etappe 1: Antwerpen – Kiel – Oslo
It’s not about the destination, it’s about the journey. Een waarheid die klopt als een bus als je met de motor een mystieke bestemming als de Noordkaap opzoekt. Maar vooraleer die journey echt memorabel begint te worden, moeten we toch eerst kilometers vreten. Reisgezel Joris zal de trip ondernemen met een Moto Morini X-Cape 650 uitgerust met de driedelige kofferset. De X-Cape heeft – behalve een toepasselijke titel voor deze onderneming – z’n plaats als oerdegelijke, betaalbare allroader intussen opgeëist in dit drukbezochte segment. Geen overdreven kracht of bijzonderheden, gewoon souplesse, veelzijdigheid en comfort. Ik krijg voogdij over de Suzuki GSX S1000GX sport-touringmotor uitgerust met het Touring-accessoirepakket. Voorzien van makkelijk hanteerbare power, een droom van een automatische ophanging en een comfortzadel. We spreken voor vertrek alvast af dat ik nooit zelf mag beginnen over zadelpijn.
Twee verschillende karakters, dus (en dan doel ik vooral op de motoren), maar met hetzelfde doel. De snelweg brengt ons opvallend vlot vanuit het mondaine Ekeren tot aan het Duitse Kiel. Daar betreden we ’s anderendaags omstreeks 14u het autodek van de Color Fantasy: ’s werelds grootste cruiseschip dat ook voertuigen kan vervoeren. Dankzij deze strategie vermijden we een flink aantal uren aan saaie kilometers, staan we de volgende ochtend meteen in Noorwegen én hebben we meteen een overnachtplek. Win-win-win. Helaas was dat laatste niet van toepassing tijdens het obligatoire casinobezoek aan boord van het schip. Maar goed. Een biertje op het zonnedek, een cocktail met een magnifiek uitzicht op de ondergaande zon en een laatste blik op de reisplannen doen ons alleen maar nog meer zin hebben in wat gaat komen. Tijd om de kajuit op te zoeken.
De Color Fantasy brengt ons meteen naar Oslo. Nu begint de reis écht.
Eens aangemeerd in Oslo, rijden we zonder omkijken naar Bergen. Het eerste deel van deze etappe leidt ons door een landschap dat we nadien eigenlijk niet meer zullen tegenkomen. Waar we de komende dagen om de oren zullen geslagen worden met staalblauw fjorden en machtige watervallen, brengt deze weg ons over plateau’s en door de bergen naar, wel, Bergen.
Al staat ons onderweg wel een wake-up call te wachten. Na een ruime bocht zien we plots enkele auto’s stilstaan op de weg met naast de weg een stomende Tesla met de airbags open geplooid en het koetswerk naar binnen. De wagen was slechts ettelijke minuten voor onze passage in de berm beland. De inzittenden, twee jonge kinderen en hun grootouders, waren nog maar net bevrijd met de hulp van omstaanders. De ogenschijnlijk rustige bergpas stond al snel vol met auto’s en passanten die hielpen waar kon, en omdat onze aanwezigheid iets te hard op ramptoerisme begon te gelijken besluiten we om door te rijden. Aan halve snelheid, weliswaar.
Etappe 3: Bergen – Geiranger
Ter hoogte van Bergen gaat onze route nu écht noordwaarts. En daarmee begint ook het ferryhoppen. Autoferry’s moeten zowat de belangrijkste variant van openbaar vervoer zijn in west-Noorwegen, en gelukkig betekent dat ook dat het hele overzetbotensysteem bijzonder soepel verloopt. Zeker in het eerste deel van de trip moeten we nooit meer dan 20 minuten wachten op een overzet. Bovendien mogen we meestal de wachtende campers voorbijsteken – al is dat afhankelijk van het humeur van de ferry-medewerkers. Via de app FerryPay hebben we op voorhand onze nummerplaten ingegeven, zodat elke vaart achteraf gefactureerd wordt en je aan boord je betaalkaart niet telkens moet bovenhalen.
Tijdens een van de overzettochtjes slaan we een praatje met een Noorse collega-motorrijder. Na de standaard “Where’re you from”-babbel, vertellen we hem over onze plannen de komende dagen. “You’ve heard the news about Trollstigen, right?”, vraagt de man ons. “Hoezo?”, is op ons gezicht af te lezen. Blijkbaar is de befaamde Trollenweg, een toeristische route langs indrukwekkende uitzichtpunten en met als apotheose een steile kronkelweg met 11 haarspeldbochten, erg recent afgesloten voor alle verkeer. Door meerdere rotsverschuivingen besliste de overheid omwille van veiligheidsredenen de route af te sluiten voor de rest van het jaar. Damn. Deze legendarische motorweg stond natuurlijk bovenaan onze must do’s tijdens deze trip. We plotten tijdens de rest van de vaart een alternatieve route uit. Dat is snel gebeurd – er is er maar één – dus we rijden opnieuw even enthousiast als voordien de ferry weer af.
Vervolgens brengt onze route ons langs de Gamle Strynefjellsvegen. Deze historisch belangrijke weg (weetje: Gamle is Noors voor “oud”) is een echte toeristenroute, want je vermijdt hiermee de moderne en snellere maar saaiere tunnelweg. In de plaats rijd je (zelfs in juni) langs zomerse sneeuwhoopjes en krijg je een prachtig uitzicht over meertjes en watervallen. Bovendien word je als motorrijder getrakteerd op leuke bochten en uitdagende gravel. Kolfje naar de hand van de X-Cape. De GSX S1000-GX is op papier minder in z’n sas op zulke ondergrond, maar laat zich – zelfs volgepakt – allerminst uit z’n lood slaan.
Van het ene hoogtepunt naar het andere – letterlijk. Want deze weg eindigt ongeveer waar je kan afdraaien richting de Dalsnibba: een bergweg die je naar een hoogte van 1.500 meter brengt tot op een onwaarschijnlijk uitzichtpunt op het Geirangerfjord. “Klinkt mooi.”, hoor ik jullie luidop denken. “Maar waar zijn de foto’s?”, Wel, eens we de start van de Dalsnibba indraaiden werden we verwelkomd door een tolpoort en de mededeling dat we 170 Noorse kronen (zo’n kleine 15 euro) per motorfiets mochten ophoesten om door te mogen. De vele (gratis) uitzichtpunten en overige prachtige natuur en dito wegen die ons nog te wachten stonden in het achterhoofd, leek het ons niet de moeite. Mogelijks een vergissing, maar eerlijk gezegd waren we het al snel vergeten. Temeer door het ongelofelijke decor dat onze weg naar Geiranger sierde en waardoor we ons in het videospel Red Dead Redemption waanden – op een stalen ros, weliswaar. En met minder bandieten en vrouwen van lichte zeden in de struiken. En minder beschonken.
Eens in de buurt van Geiranger wordt het tijd om onze tenten op te zetten. We rijden langs een aantal prachtige, enorme tuinen die uitkijken op het water. De ultieme tentplek-voor-een nacht, daar zijn we het meteen over eens. In de Scandinavische landen geldt het allemansrecht, wat voorschrijft dat je zelfs op particuliere grond voor één nacht je tent mag opzetten in de natuur. Eén van de voorwaarden, echter, is dat je minstens 70 meter verwijderd moet blijven van woningen, en liefst ook toestemming krijgt van de eigenaar. Daarom bellen we aan bij enkele huizen om toestemming te vragen. De derde eigenaar die we de vraag stellen, een iets oudere man, ziet er geen graten in, dus we rijden opgewekt zijn tuinpad op en zoeken een geschikt plaatsje. Niet veel later zien we in de verte een jong koppel-met-hond dat enigszins driest naar ons toe komt gewandeld. Het wordt al snel duidelijk dat ze niet zo blij zijn om hier motorfietsen te zien, maar alleszins hebben we toestemming van de eigenaar, toch? Niet dus. Het jonge koppel blijkt de echte eigenaar van de grond te zijn, en de oudere heer die we aanspraken de vader van de jongeman. Die was blijkbaar gewoon toevallig op bezoek, en vond het wel lollig om ons op bezoek te hebben. Zoonlief blijkbaar iets minder. Een vorm van Noorse humor? Of een oprecht misverstand? Alleszins, geen tijd meer om een nieuwe wildkampeerspot te vinden, dus rijden we braaf verder naar een camping.
1 van 10
3. Bergpassen op weg naar Bergen.
2. Meer tijd dan een snelle tankbeurt is er niet voor ons in Oslo.
Ferry nice.
De Gamle Strynefjellsvegen is een echte toeristenroute en een kleine omweg meer dan waard.
11. Wildkamperen is niet altijd evident, maar gelukkig zijn er talloze campings waar motorrijders meer dan welkom zijn.
Etappe 4: Geiranger – Trondheim
De weg naar Trondheim is bezaaid met ellenlange tunnels – zelfs met rotondes erin – en fraaie bruggen. We rijden via de Atlantic Road en de befaamde glooiende Storseisundet-brug richting Kristiansund en vervolgens Trondheim. Daar verblijven we wat langer om even rust in te lassen. We nemen er intrek in een Airbnb beheerd door enkele Noorse studenten om eens een deftig bed en een wasmachine te hebben na enkele dagen kamperen – geen overbodige luxe.
Trondheim zelf verrast ons. Het is er aangenaam zonnig en omdat het weekend is, bruist het Noorse hipsterstadje met livemuziek en een marktje met streekproducten. De elandenworst die we niet konden laten liggen zag er goed uit, maar z’n smaak was het helaas niet. Tijdens deze onvoorziene citytrip plotten we op een zonovergoten terrasje, en in het gezelschap van een – uiteraard – veel te dure pint, de rest van onze route meer in detail.
Etappe 5: Trondheim – Tjøtta
We nemen afscheid van Trondheim en zetten koers richting het Hoge Noorden. In plaats van de snelle maar weinig spannende E6-snelweg, doen we dat via Route 17. Of meer sprookjesachtig: Kystriksveien, wat zich laat vertalen naar Kustweg. Absoluut een must als je deze trip onderneemt. Een 650 kilometer lange, perfect onderhouden en kronkelende weg vlak naast de Noorse zee. Je rijdt er langs vissersdorpjes en hun magnifieke witte zandstranden, door bossen en over bruggen en langs fjorden en bergen die in geen woorden of foto’s te bevangen zijn. We kijken ons de ogen uit het hoofd, en de gesprekken via ons Cardo-communicatiesystemen gaan niet diepgaander dan “Wauw” en “Kijk daar!” en “Zie die waterval eens”.
Met maar liefst zes overtochten op twee dagen bereikt het ferryhoppen hier een hoogtepunt. De boottochtjes zijn telkens een uitgelezen gelegenheid om even uit te rusten en wat te eten. De uitgestrekte gebieden tussen de ferrykaaien door zijn dan weer de perfecte omgeving om optimaal het allemansrecht te genieten. Het lijken wel eilandjes. Wanneer de avond valt zetten we in de buurt van het dorpje Tjøtta de motoren aan de kant en gaan te voet op prospectie in een weide. Het is regenachtig, maar we vinden een perfecte heuveltop om onze tenten op te zetten: beschut onder de bomen buiten het bereik van mogelijke stroompjes door de regen. Maar geraken de motoren er wel… Slechts één manier om het te ontdekken. Om de heuveltop te bereiken moeten we eerst een redelijk diepe gracht door en vervolgens over het natte gras naar boven rijden. Ook hier: het ideale terrein voor de X-Cape, die er dankzij z’n hoge veerweg en robuuste allroadbanden fluitend doorheen komt. Tijd om de sport-tourer uit z’n comfort zone te halen. Ik neem een korte aanloop over het asfalt en rijd de gracht schuin in, in het spoor dat de Moto Morini voor me prepareerde. Het natte gras doet de straatgerichte achterband even doorspinnen, maar die vindt gelukkig snel weer voldoende grip. Zonder aarzelen en in een constant tempo rijd ik verder de heuvel op en verbaas ik me over de GSX-S1000GX en hoe lichtvoetig die zich blijft gedragen. Zelfs aan lage snelheid, volgepakt met bagage en op een uitdagende ondergrond.
Eens boven zetten we onze tenten op naast de motoren. De afgelopen dagen werden we verwend met uitzonderlijk mooi weer. Deze avond, daarentegen, verdringen regenwolken de zon. We laten het niet aan ons hart komen. Zeker niet omdat we plots het bezoek krijgen van een kudde schapen die poolshoogte komt nemen van de vreemde bezoekers op hun territorium. De confrontatie blijft gelukkig bij argwanende blikken (dat geldt voor beide partijen) waardoor we met een min of meer gerust gemoed de slaapzak inkruipen.
Ik zou willen zeggen dat we bij het krieken van de dag onze weg verderzetten, maar dat gezegde past in deze regio eigenlijk niet. In de zomer is er hier in het hoge noorden namelijk àltijd zonlicht, waardoor de dag aldus 24 uur lang blijft krieken. Alleszins: we ruimen de natgeregende tentjes en ons afval op en rijden verder langs onze intussen geliefde Route 17. Tijdens de ferry-overtocht tussen Kilsboghamn en Jektvik varen we officieel de noordpoolcirkel (Arctic Circle) binnen. Niet dat het eindpunt al binnen handbereik is: een blik op Google Maps leert ons dat het via onze route nog zeker 1.300 km rijden is tot aan de Noordkaap.
Aan de ferrykaai van Jektvik houden we een koffiestop in een lokaal winkeltje. Een fietstoerist lijkt problemen te hebben met zijn betaalkaart bij het afrekenen van z’n ontbijt en geraakt duidelijk wat geënerveerd. In de hoop goede karmapunten te scoren voor de rest van de reis, stel ik voor om hem zijn koffie en ontbijtkoek te trakteren, waar de man dankbaar op ingaat. We geraken aan de praat en zo leer ik dat de beste kerel eigenlijk een waanzinnige trip aan het maken is: een hele tijd geleden vertrok hij met zijn fiets in Sicilië aan het meest zuidelijke puntje van Italië met als doel: de Noordkaap. Hij had geen bijzonder uitgestippeld plan, en geen concreet schema. De ultieme vrijheid. Zijn route bracht hem onder andere door Brussel en wielermekka Oudenaarde, en nu was zijn eindpunt eindelijk in zicht – of toch bijna. De Italiaan was er niet rauwig om dat z’n queeste bijna ten einde was, zoveel was duidelijk. We nemen afscheid en vervolgen op onze respectievelijke tempo’s onze weg naar Bodø.
Helaas volgt de regen ons ook. Mijn Vanucci-regenpak en laarzen bieden uitstekend weerwerk en houden mijn motorpak en voeten kurkdroog en mijn lichaam warm. Maar wanneer we een plek voor de nacht zoeken, lijkt het er echter op dat de regen – alweer – niet meteen zal stoppen. De meeste van onze spullen zijn nog doorweekt van de vorige nacht. Het vooruitzicht op algemene klammigheid en gedoe met het opzetten van de tentjes in een stortbui maakt ons niet meteen warm. Gelukkig bieden de meeste campings in de regio trekkershutjes aan die voor een erg schappelijke prijs droog onderdak bieden. Piepklein, maar op z’n minst voorzien van een kleine keuken en een bed. En een dak. We zijn snel overtuigd. Het blijft vakantie, nietwaar! Het biedt ons ook de kans onze natte spullen een nachtje te laten luchten. Kwestie van de komende dagen ons goed humeur niet te verliezen.
1 van 11
De befaamde Transatlantic Road Bridge.
Trondheim verraste ons als gezellige hipsterstad.
De vele gezellige vissersdorpjes bieden de perfecte stop voor een lunch
Ferryhoppen voor gevorderden langs Route 17.
Tijdens de ferry-overtocht varen we officieel de poolcirkel binnen. Een gebeuren dat op deze foto absoluut niet zichtbaar waar te nemen is.
De trekkershutjes komen als geroepen om even te ontsnappen aan de regen.
Etappe 7: Bodø – Alta
De allerlaatste Noorse ferry wacht ons ’s anderendaags in de namiddag op in Bodø. Het is een lange vaart deze keer, want de aankomst ligt in Moskenes. Dat is één van de meest zuidelijke dorpjes van de Lofoten. De bekende eilandengroep heeft de reputatie wondermooi en onmisbaar te zijn in een roadtrip door Noorwegen. En de geruchten blijken te kloppen. Niets is te vergelijken met het landschap dat dit stukje Noorwegen ons biedt. We hebben hier een extra dag uitgetrokken waarbij we de motoren even geparkeerd laten en we de tijd kunnen nemen de natuur te voet op te nemen. We beklimmen een wandelroute van 3.000 treden die ons trakteert op een werkelijk onbeschrijflijk uitzicht over de Lofoten. Het is een stralende zomerdag, wat zorgt voor een helder overzicht van de verschillende eilanden. Een jaloeziewekkend schouwspel. Hoezo kan één land al deze natuurpracht behelzen?
’s Anderendaags is het tijd om de regio weg met de motor te verkennen. De leuk kronkelende route brengt ons van het ene feeërieke decor naar het andere, en we komen ogen te kort om alles goed in ons op te nemen. Aan een bocht zien we een groepje wandelaars en fietsers staan, turend naar de zee. Dat kan maar één ding betekenen. We parkeren de motoren en kijken mee naar de horizon. En inderdaad: in de verte zien we de onmiskenbare rugvinnen van een school orka’s af en toe het wateroppervlak doorbreken. Met vier zijn ze, denken we. Op zoek naar lekkers in de baai van één van de vele vissersdorpjes. Het duurt niet lang of we zien een toeristisch bootje hun kant uitkomen om de dieren van naderbij te kunnen bekijken. Onze motoren hebben vooralsnog geen waterski’s, dus wij zullen de rest met onze verbeelding moeten invullen.
Voor we het goed en wel beseffen, liggen de Lofoten al achter ons. We volgen verder de enige route naar het noorden. De komende dagen is het kwestie van kilometers branden. Het landschap blijft even indrukwekkend, maar wordt eentoniger. Het is vreemd, maar zelfs overweldigende natuurpracht went, blijkbaar.
Etappe 8: Alta – Noordkaap
De laatste stop voor ons ultieme einddoel bevindt zich in Alta. Daar brengen we de nacht door in een typisch Scandinavische chalet pal in een bos. Ruim voor we die bereiken stopt het asfalt en moeten we een stevig stukje gravel en bosgrond door. Een kleine navigatiefout zorgt daarbij voor extra avontuur, met name smalle singletracks en zelfs een riviertje dat we moeten doorwaden. Na intussen zo’n 3.500 kilometer kennen we onze motoren al best goed, dus deze uitdagingen zijn welgekomen afwisselingen met de voorbij honderden kilometers.
Aangezien we hier twee keer zullen overnachten, stelt deze tactisch gelegen boshut ons in staat om zonder bagage de laatste kilometers naar de Kaap te doen. Nog zo’n 300 stuks, zijn het. En het moet gezegd: deze laatste stretch verraste ons. Zowel wat het landschap betreft, als de route. Bergen en fjorden maken stilaan plaats voor weidse vergezichten en weilanden. Bomen verdwijnen. Een maanlandschap komt op. En de weg erdoorheen is niet recht, maar kronkelt, glooit en past zich nederig aan zijn omgeving aan.
Een gevoel van voldoening maakt zich van me meester tijdens de laatste klim naar Het Einde van de Wereld. Toegegeven: deze trip is lang niet zo avontuurlijk meer als pakweg twintig jaar geleden, toen 5G-straling enkel in de buurt van microgolfovens te vinden was en het aantal horeca- en benzinefaciliteiten onderweg half zo talrijk als vandaag. En toch. 4.176 km lang waren de Suzuki en ik onafscheidelijk, net als Joris en zijn Moto Morini. Door regen en wind, op asfalt en gravel, door gras en bos. Niets bracht de X-Cape en de GSX-S1000 GX van de wijs. En weldra zou dat zijn hoogtepunt bereiken.
Eindbestemming: Noordkaap
It’s not about the destination, it’s about the journey, schreef ik hierboven. Een platitude die enkel op applaus onthaald wordt bij de Bond zonder Naam. Maar met een onomwonden waarheid erin. Natuurlijk: het monument op de Noordkaap spreekt tot de verbeelding en het werkelijk eindeloze uitzicht over de woeste zee krijgt een extra dramatisch sausje dankzij de laaghangende wolken. Maar toch. Je krijgt het pas te zien nadat je zes euro betaalt om de parking op te mogen rijden, en als je die betreedt zie je wel honderd campers, motoren en auto’s die terzelfder tijd hetzelfde doel bereiken. What’s the point?, zou een cynicus durven denken. Gelukkig ben ik dat niet. Want de weg naar dit ultieme reisdoel is wat telt. De eigenzinnige mensen die je ontmoet. De unieke landschappen die je doorkruist. De verhalen die je nadien kan vertellen. Dus betaal ik met plezier m’n parkeergeld en neem ik deze toeristische attractie er vol overgave bij. Want zonder destination is er natuurlijk ook geen journey. En wat dat laatste betreft: er rest ons nu nog zo’n 3.000 kilometer huiswaarts. Gelukkig.
Tekst: Mattijs De Lee Foto’s: Quinten Ruelens & Tobias Lory
1 van 12
23. Een beklimming van 3.000 treden wordt beloond met dit uitzicht.
24. Onze motoren hebben vooralsnog geen waterski's, dus beter dan dit wordt het niet. Sorry!
Kilometers...
…kilometers…
... en nog eens kilometers moeten we doen in deze etappe.
De laatste etappe.
Bergen en fjorden maken plaats voor weidse vergezichten.
De laatste benzinestop voor de Noordkaap.
31. De laaghangende wolken zorgen voor extra drama.
Een X-Cape op de North Cape.
De Suzuki laat deze kilometerstand noteren bij aankomst. En nu nog 3.000 km huiswaarts.
Net als olie in je blok zorgen cookies ervoor dat alles soepel loopt. We gebruiken ze om de website goed te laten werken en je de beste ervaring te bieden. Door verder te gaan, geef je toestemming voor het gebruik van cookies.
Functioneel
Altijd actief
De technische opslag of toegang is strikt noodzakelijk voor het legitieme doel het gebruik mogelijk te maken van een specifieke dienst waarom de abonnee of gebruiker uitdrukkelijk heeft gevraagd, of met als enig doel de uitvoering van de transmissie van een communicatie over een elektronisch communicatienetwerk.
Voorkeuren
De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel voorkeuren op te slaan die niet door de abonnee of gebruiker zijn aangevraagd.
Statistieken
De technische opslag of toegang die uitsluitend voor statistische doeleinden wordt gebruikt.De technische opslag of toegang die uitsluitend wordt gebruikt voor anonieme statistische doeleinden. Zonder dagvaarding, vrijwillige naleving door uw Internet Service Provider, of aanvullende gegevens van een derde partij, kan informatie die alleen voor dit doel wordt opgeslagen of opgehaald gewoonlijk niet worden gebruikt om je te identificeren.
Marketing
De technische opslag of toegang is nodig om gebruikersprofielen op te stellen voor het verzenden van reclame, of om de gebruiker op een site of over verschillende sites te volgen voor soortgelijke marketingdoeleinden.