maandag 6 april 2026
Home Blog Pagina 38

Interview Dakar 2026-deelnemer Ian Olthof: ‘Het aantal valpartijen was soms op de vingers van twee handen niet te tellen’

0
Debutant Ian Olthof kan terugkijken op een geslaagde deelname aan de Dakar-rally.
Een goed gemutste Ian Olthof bij een tankstop.

De tijd die het je kost dit intro te lezen, is langer dan het verschil tussen Luciano Benavides en Ricky Brabec na ruim 4.700 km proef in de 2026-editie van de Dakar Rally. Met de finish in zicht maakte Brabec een navigatiefout en verspeelde de zeker lijkende zege. Ian Olthof was de enige Nederlandse deelnemer en reed een keurige wedstrijd. We spraken hem na afloop.

Thierry Sabine – vader van Le Dakar #terugblik

Het is nauwelijks voor te stellen dat er na twee weken slechts twee seconden zaten tussen de winnaar en de nummer twee, vaak ook wel aangeduid als de eerste verliezer. En verliezer mag Ricky Brabec inderdaad wel worden genoemd, want hij begon aan de slotetappe van 141 km (waarvan 105 km proef) met een voorsprong van ruim drie minuten op Luciano Benavides. Ondanks zijn achterstand had de Argentijn de moed nog niet opgegeven: ‘De race is nog niet over,’ zei hij voor de start van die laatste etappe.

In de laatste dagen van de rally, opnieuw in Saudi-Arabië verreden, ontspon zich een strategisch gevecht tussen beide rivalen. Brabec ging niet altijd voluit en liet Benavides de leiding overnemen van diens geblesseerde teamgenoot Daniel Sanders, de winnaar van 2025. Sanders maakte met nog enkele dagen te gaan een zware val. De taaie Australiër dacht er niet aan op te geven en reed met een zwaar ingetapete schouder en nam de zwaarste toegelaten pijnstillers. ‘Het was een martelgang,’ zei Sanders.

Door Benavides de kop op te dringen, verkreeg Brabec een startpositie achter de Argentijn. Dat stelde hem in staat diens sporen te volgen, wat het navigeren iets gemakkelijker maakte en hij tijd kon goedmaken. Geholpen door zijn Honda-teamgenoot Adrien van Beveren reed de Amerikaan een snelle etappe en boog zijn achterstand om in een voorsprong van drie minuten en twintig seconden.

Brabec startte zodoende als eerste in de slotetappe en leek op de zege af te gaan. Tot zijn grote verrassing zag Benavides dat Brabec met nog een paar kilometer te gaan een foutieve richting insloeg. De Argentijn kende een foutloze dag en eindigde de etappe als tweede achter de jonge Spanjaard Edgar Canet. Aan de finish feliciteerde hij Brabec, omdat hij in de veronderstelling leefde dat de Amerikaan nog wel iets over zou hebben van zijn voorsprong, maar het pakte anders uit. ‘Wat een ongelofelijk gevoel,’ was de eerste reactie van de onverwachte winnaar, die hiermee in de voetsporen trad van zijn oudere broer Kevin, tweevoudig winnaar van de Dakar (2022 en 2023). Brabec dacht aanvankelijk aan een fout in het roadbook, maar dat bleek in orde te zijn.

Fabrieksstrijd

Naast KTM en Honda – de toonaangevende merken in de 2026-editie van de Dakar, die de eerste zes plaatsen in de einduitslag innamen – waren er nog meer fabrieksteams actief. Van die teams kwam Hero het best voor de dag met twee rijders bij de eerste tien. Hun beste rijder was de Chileen Ignacio ‘Nacho’ Cornejo, die de zevende plaats behaalde, één plek hoger dan zijn teamgenoot Ross Branch. Voor Tobias Ebster kwam het eind al in de vijfde etappe. Voor Sherco verliep de rally catastrofaal, want al op de tweede dag moesten Lorenzo Santalini en Noah Koitha opgeven. Als enige van het team bereikte Bradley Cox de finish; hij werd twaalfde. Het Chinese merk Hoto maakte voor de eerste keer z’n opwachting in de zwaarste rally ter wereld. De Tsjech Martin Mizek viel in de vierde etappe uit, de Amerikaan Mason Klein reikte tot de veertiende plaats. Het eveneens Chinese Kove verloor Neels Theric in de dertiende etappe en zag de Chinees Sunier Sunier als 35e eindigen. Een mooi succes voor het Nederlandse BAS World KTM Team was de negende plaats van Toni Mulec, waarmee de Sloveen de hoogst geklasseerde niet-fabrieksrijder was.

Noodkreet van crossers uit Noord-Holland

Foto’s: Dakar.com, Hero, ANP Foto

Hoe verging het Ian Olthof?

Waren er in het verleden vaak meerdere Nederlandse deelnemers, dit jaar was er slechts één, de 34-jarige Hellendoorner Ian Olthof. Een debutant in de Dakar, die eerst twee rally’s moest rijden als een soort van toelatingsexamen. De organisatie wil zich er vooraf van vergewissen dat de deelnemers geen avonturiers zijn, maar serieuze motorrijders. Olthof maakte een goede indruk en mocht zodoende deelnemen.

Je sloot je aan bij het team van de ervaren Henk Hellegers, dat dit jaar op Honda’s deelnam.

‘Rijden voor Henk was een groot voordeel. Hij kende mij als rijder al snel vrij goed. Als ik van de motor afstapte, wist hij eigenlijk al wat voor dag ik had gehad. Motorisch is het heel goed gegaan. Ik was een beetje bang voor koelingsproblemen, maar daar hebben ze in Nederland een oplossing voor gevonden. Ik heb één keer een remhendeltje kapot laten vallen. Dat was echt het enige dat kapot is gegaan.’

Over vallen gesproken, heb je bijgehouden hoe vaak je bent gevallen?

‘Geen idee, maar er waren wel dagen dat ik het zwaar had in de woestijn. Het aantal valpartijen was soms op de vingers van twee handen niet te tellen. Gelukkig rijden we met een airbag van Alpinestars. Na drie keer vallen moet je de patronen vervangen. Je hebt dus altijd een aantal patronen bij je. Eén keer schoot bij een val de rechterschouder uit de kom, maar die kwam direct weer op z’n plaats terug. De fysiotherapeut die bij het team was, heeft daarna elke dag mijn schouder stevig ingetapet. De rest van de rally heb ik met zware pijnstillers gereden.’

Debutant Ian Olthof kan terugkijken op een geslaagde deelname aan de Dakar-rally.
Een goed gemutste Ian Olthof bij een tankstop.

Heb je je daarna wel eens afgevraagd waar je aan was begonnen?

‘Nee, eerlijk gezegd niet. Je moet je emotie uitschakelen. De dagen zijn zo extreem lang, daar moet je niet bij nadenken. Als je er echt bij nadenkt, hou je het nog geen twee dagen vol. Het rijden van 800 of 900 km per dag is me wel tegengevallen. Om drie of vier uur gaat de wekker. Je moet pasta eten en goed nakijken of je alles bij je hebt. Dan kom je om vijf, zes uur weer in het bivak. Dan twee keer eten, douchen, fysiotherapie en naar bed. Ik sliep in de truck van het team. De eerste week kon ik slecht slapen. Soms lag ik tot elf, twaalf uur wakker. Bij de beide marathonetappes kregen we van de organisatie een tentje, een slaapzak en een matje, geen kussen. Het was heel Spartaans, er waren niet eens toiletten. Toch was dat voor mij wel een hoogtepunt. Het mooie van dat bivak was dat iedereen zo overnachtte, ook de toprijders. In zo’n bivak staan we allemaal door elkaar. Dan word je wakker naast Daniel Sanders. Echt contact was er niet met de toppers, die jongens zoeken elkaar op. Op een gegeven moment rij je in een groepje van je eigen snelheid, want je start elke dag in de volgorde van de uitslag van de vorige dag. Dan leer je de jongens om je heen een beetje kennen. Je merkt wel dat je bij de eerste vijftig zit, iedereen gaat echt wel voor z’n eigen prestatie. In de eerste dagen heb ik iets te veel gepusht. Na een dag of drie, vier had ik wel de goede balans gevonden tussen wat veilig en prestatiegericht was. Ik wist dat de top 50 wel een beetje mijn plek zou zijn en ik werd 41e. Ik wilde graag een keer in de daguitslag bij de eerste 40 eindigen en dat lukte met een 38e plaats in de laatste etappe.’

Een nare ervaring was de diefstal van je jack.

‘Daarin zaten mijn creditcard, 500 euro cash voor problemen onderweg of om iemand om te kopen en mijn speciaal aangemeten oordoppen. Mijn vader heeft de creditcard direct geblokkeerd, zodat de financiële schade tot die 500 euro beperkt bleef.’

Op het totaal van wat de deelname heeft gekost, is dat bedrag natuurlijk maar een schijntje.

‘Als motorrijder moet je je kwalificeren in twee rally’s. Eén daarvan was in Zuid-Afrika. Verder heb ik nog een paar keer roadbookritjes gedaan. Dat deed ik bij Wim Motors in Portugal. In totaal heeft het zeker twee ton gekost, bizar veel geld.’

Halverwege de rally was er een rustdag.

‘Een donders welkome dag. Dat was echt lekker. Je voelt op een gegeven moment dat je lichaam ook echt moe wordt. Het was gewoon lekker om een dag niet te rijden. Even niet druk zijn met “ik moet dit klaar hebben, dat klaar maken”. Even niets doen. Ik heb wat gekaart en dat kostte me trouwens nog 20 euro. Een paar media-dingetjes gedaan, maar verder een dag zonder stress.’

In het bivak had je veel steun van je vader Jan, die allerlei dingen voor je regelde en in orde maakte.

‘Als er iets gehaald moest worden, ging hij op pad. Hij vulde mijn camelback met sportdrank. Wij zijn beiden Dakar-fan. Mijn vader heeft een enduroverleden en is diepgeworteld in de sport.’

Aan de finish werd je opgewacht door je familie en ook je trainer was erbij.

‘Toen heb ik wel even een traantje weggepikt.’

Voor vertrek zei je dat het een eenmalige deelname zou zijn. Denk je daar, nu je de Dakar hebt gereden, nog zo over of ben je besmet geraakt door het Dakarvirus en wil je volgend jaar weer deelnemen?

‘Ik wilde dit één keer beleven. Het is een extreem gevaarlijke sport. Als ik niet had uitgereden, dan wellicht nog wel een tweede keer. Als iemand mij vraagt als navigator in een auto, dat zou ik nog wel een keer willen. Dat is gewoon niet zo gevaarlijk.’

Uitslag Rally Raid Dakar 2026

Plaats Coureurinformatie Tijd Verschil
1Luciano Benavides (RA), KTM49.00.41
2Ricky Brabec (USA), Honda+0.02
3Tosha Schareina (E), Honda+25.12
4Skyler Howes (USA), Honda+56.41
5Daniel Sanders (AUS), KTM+1.03.15
6Adrien van Beveren (F), Honda+1.04.46
7Ignacio Cornejo (CHI), Hero+1.39.50
8Ross Branch (BOT), Hero+2.49.15
9Toni Mulec (SK), KTM+2.57.18
10Preston Campbell (USA), Honda+3.01.55
41Ian Olthof, Honda+15.55.34
Debutant Ian Olthof kan terugkijken op een geslaagde deelname aan de Dakar-rally.

Pijn aan de pomp: benzineprijs hoger dan vóór de energiecrisis

0
dure_benzine_aan_de_pomp

Sinds 1 januari betalen we 5,6 cent meer accijns per liter benzine. Daarmee komt de belasting uit op 84,5 cent per liter – hoger dan vóór de energiecrisis, ondanks dat de tijdelijke accijnskorting nog niet volledig is afgeschaft. Zonder die korting zou de accijns 15,5 cent hoger liggen.

Volgens ANWB-woordvoerder Jasmijn Dielesen stijgt de accijns omdat Nederland als enige EU-land automatisch indexeert op inflatie. De verhogingen van de afgelopen jaren waren uitgesteld, maar worden nu ingehaald. De maatregel moet de schatkist 448 miljoen euro extra opleveren.

Brandstof vanaf 1 januari flink duurder door belastingverhoging

Economisch gezien is het besluit begrijpelijk; de overheid had de korting niet kunnen behouden zonder miljarden aan gemiste inkomsten. Toch is er kritiek. De benzineprijs ligt in Nederland al hoog, en door de verhoging groeit het verschil met België en Duitsland.

Het prijsverschil met België bedraagt inmiddels 47 cent per liter. Zo’n dertien procent van de Nederlanders tankt inmiddels over de grens. Dat kost binnenlandse stations klanten, maar blijft voor de overheid per saldo winstgevend: ruim 450 miljoen euro aan extra opbrengst, ondanks een verlies van grensverkeer.

Less is more: Yamaha wil Y-AMT vereenvoudigen

0
Yamaha wil Y-AMT vereenvoudigen

Yamaha werkt aan een simpeler (en vermoedelijk goedkoper) ontwerp voor zijn Y-AMT. Nieuwe patenttekeningen laten zien dat het merk het systeem wil vereenvoudigen door het aantal bewegende onderdelen terug te schroeven – met als mogelijk resultaat: een betere prijs en meer modellen met Y-AMT in de toekomst.

Y-AMT

Y-AMT – voluit: Yamaha Automated Manual Transmission – werd in 2025 geïntroduceerd als Yamaha’s “geautomatiseerde handbak”. Het idee is niet om iedereen verplicht naar volledig automatisch te duwen, maar om rijders meer keuze te geven: schakelen kan nog steeds, alleen neemt het systeem de bediening van koppeling en schakelpook over.

In de huidige vorm is Y-AMT al relatief overzichtelijk opgebouwd. Twee actuatoren (elektrisch/hydraulische bedienmodules) sturen de koppeling en de schakelbeweging aan, terwijl een quickshifter het schakelen tijdens het rijden ondersteunt.

Historie 70 jaar Yamaha: innoveren in creëren

Het patent: van twee actuatoren naar één

Volgens de nieuwe patenten wil Yamaha één actuator schrappen. De truc: één actuator moet zowel de koppeling bedienen als het schakelen aansturen. Net als bij het huidige systeem blijft de basis een conventionele versnellingsbak. De grootste wijzigingen zitten dus niet in de bak zelf, maar in de manier waarop de koppeling wordt bediend. Een belangrijk detail: met één actuator kun je niet alles tegelijk doen. In sommige situaties moet de koppeling los en moet er geschakeld worden – bijna gelijktijdig.

Centrifugaalkoppeling als oplossing

Om dat probleem te omzeilen, leunt Yamaha in het patent op een beproefd principe: de centrifugaalkoppeling. Die maakt het mogelijk om weg te rijden en tot stilstand te komen zonder dat de motor afslaat. Bij stilstand ontkoppelt het systeem automatisch en vanaf een bepaald toerental grijpt de koppeling weer aan, zodat je soepel kunt wegrijden. Met zo’n koppeling hoeft het nieuwe Y-AMT-systeem minder taken tegelijk uitvoeren, en kan die ene actuator zich vooral focussen op het schakelmoment en de koppeling wanneer dat nodig is.

Goedkoper, compacter, breder inzetbaar

Minder onderdelen betekent doorgaans: minder complex, mogelijk lagere productiekosten en een compactere set-up. En dat is interessant, want een kleiner pakket is makkelijker in te bouwen op meer verschillende motorblokken en modellen. De kans is dus aanwezig dat Yamaha met deze vereenvoudiging de deur openzet naar een bredere Y-AMT-lijn, mogelijk ook in kleinere cilinderklassen. Denk aan meer modellen naast de huidige toepassingen, en een Y-AMT-variant die aantrekkelijker wordt geprijsd.

Na inbeslagname motorcollectie van 40 miljoen dollar volgt arrestatie eigenaar

0

De Mexicaanse autoriteiten hebben de Canadees Ryan Wedding gearresteerd. Wedding, een 44-jarige voormalig Olympisch snowboarder, werd in oktober 2024 aangeklaagd voor verschillende drugsmisdrijven en was sindsdien op de vlucht. Eind vorige maand werd zijn motorcollectie ter waarde van 40 miljoen dollar in beslag genomen. Nu moest Wedding er dus zelf ook aan geloven.

Motorcollectie van 40 miljoen dollar in beslag genomen in Mexico

Wedding zou de invoer van honderden kilo’s cocaïne uit Colombia hebben georganiseerd, via Mexico naar de VS en Canada. De opbrengst van het netwerk wordt geschat op meer dan één miljard dollar per jaar. De FBI stelt dat Wedding ook tijdens de periode dat hij op de vlucht was de operatie bleef aansturen. Hij wordt aangeklaagd voor drugshandel, georganiseerde misdaad en meerdere moorden, waaronder die op een federaal getuige.

De Canadees is inmiddels uitgeleverd aan Amerika. Hij zal vandaag al voor de federale rechtbank in Los Angeles verschijnen, terwijl het onderzoek naar zijn netwerk doorgaat. Wat er met de in beslag genomen collectie motoren gaat gebeuren, is niet bekend.

Kickoff Van Road naar Offroad met RIDERS: dromen van Lac Rose en Dakar

1

Wie de motormarkt de laatste jaren ook maar een beetje in de gaten houdt, ziet dat het belang van avontuurlijke motoren steeds groter wordt. Met als prachtig voorbeeld de gloednieuwe KLE500 van Kawasaki, de al net zo nieuwe BMW F 450 GS en laten we ook zeker een CFMOTO 800MT-X niet vergeten. Het jarenlange verkoopsucces van BMW’s GS-familie laat daarnaast zien dat dit geen korte opleving is. Motoren die allemaal het asfalt af kunnen, maar wie doet dat? Wij! Met als officiële aftrap de 40e editie van MOTORbeurs Utrecht.

Zoek op Google naar het sneeuwbaleffect en je leert dat dit een proces is waarbij iets kleins door zelfversterking exponentieel groeit in omvang en kracht, zoals een sneeuwbal die van een berg rolt en steeds groter wordt. In de motorwereld staat het sneeuwbaleffect binnenkort synoniem voor het RIDERS-project ‘Van road naar offroad’. Iets dat begon als een onschuldige offroadcursus van Nick en nu dromen we met z’n allen al van het Lac Rose (het Roze Meer) in Senegal. Ooit de legendarische finishplaats van de iconische Parijs-Dakar-rally. Hoewel die rally er al jaren niet meer finisht, blijft Lac Rose mythisch voor iedereen die van de gebaande paden af durft te wijken.

Maar ho, ho horen we jullie denken, jullie gingen toch al eerder offroad? Klopt helemaal. Sterker nog, vrij recent reden we nog met Honda CRF250R en CRF450R en hadden we zelfs een heus TET-klassement. Maar dit is anders, want de Honda’s zijn pure crossers en bij de TET-test werd niets aan de motoren aangepast. En dat gaan we nu wel doen, maar laten we voor het overzicht een keertje beginnen bij… het begin!

Op avontuur!

Na diverse toertochten in Nederland en waanzinnige trips naar Engeland, Schotland en Oostenrijk, op ook nog eens verschillende adventure bikes, is het moment eindelijk daar: de overstap van geasfalteerde wegen naar onverharde paden. En misschien zelfs nog wel een stapje hoger… Het idee om offroad te rijden zit al jaren in het hoofd van ‘ons’ Nick en nu is het eindelijk tijd voor actie! Met alweer zijn vierde adventure in de garage – een R 1300 GS Triple Black – moet hij voorafgaand toegeven dat geen van deze vier motoren ooit het asfalt heeft verlaten. Gelukkig ook niet onbedoeld, maar in dit geval richten we ons op geplande acties. En Nick staat hier niet alleen mee, want dit fenomeen is kenmerkend voor maar liefst 80 tot 90 en misschien wel meer procent van alle verkochte adventure bikes. Tijd om daar verandering in te brengen!

De eerste stappen

Nick: ‘Een paar keer ben ik met motorvriend Martin Mijnten, RIDERS-lid, op de onverharde wegen tussen Kootwijk en Assel op de Veluwe terechtgekomen. Maar laat ik maar direct eerlijk zijn, dat mocht de naam offroad rijden niet dragen want dat was meer onverhard asfalt. Tijdens een informatieavond in het voorjaar van 2025, georganiseerd door BERRT-trainingen bij Van Harten Motoren in Amersfoort, raakten we enthousiast van de verschillende verhalen die we hoorden. Het werd tijd om onze plannen om te zetten in daden. Onze gezamenlijke motorvriend Arjan van Daalen had in februari op de MOTORbeurs Utrecht een R 1300 GS Trophy aangeschaft. Dit is waar ons avontuur begint, met z’n drieën!’

Het vervolg

Het plan is met z’n drieën te gaan, maar de gekozen zaterdag bij BERRT is niet geschikt voor Martin vanwege zijn werkverplichtingen. Dus worden het Nick en Arjan die de sprong in het diepe wagen. Na de inschrijving begint direct het eerste, echte serieuze werk: het uitzoeken van de juiste motor. En daar komen ingewikkelde vragen bij. Met eigen motoren – met standaard straatbanden – of een motor huren die al volledig is geprepareerd voor offroad? Na wat overleg besluit Nick voor een huurmotor van BERRT te gaan, terwijl Arjan zijn eigen GS Trophy gaat gebruiken. Die speciale GS is volgens BMW geoptimaliseerd voor offroadgebruik en klaar voor sportief gebruik in het terrein. Er blijkt geen woord van gelogen te zijn door de Duitsers en dat geeft Arjan een serieus voordeel. Zijn BMW is al klaar voor Van road naar offroad, die van Nick niet en dat zit Nick niet lekker en zo schiet het project een nieuwe versnelling in. Nick gaat zijn vrij standaard 1300 GS klaarstomen voor de ultieme droom: rijden bij het Lac Rose in Dakar en net doen of je Hubert Auriol bent op een wel iets nieuwere BMW. Of dat gaat lukken? De kans dat het een nachtmerrie wordt in plaats van een droom is niet klein te noemen, maar we gaan de uitdaging aan!

In het kort
Drie RIDERS-leden, zoals vele andere motorrijders, rijden op een adventure maar zijn nooit van het asfalt gekomen. Toch nemen zij de sprong om met hun eigen motor offroad te gaan rijden. In de serie ‘RIDERS van road naar offroad’ worden de drie RIDERS gevolgd. We bieden praktische antwoorden op vragen en situaties waar je als beginnend en onervaren offroadmotorrijder tegenaan loopt. Dit avontuur belooft een mooie reis te worden, vol ontdekkingen en onvergetelijke ervaringen!

En nu?

In de serie ‘RIDERS van road naar offroad’ zullen jullie de avonturen van drie RIDERS volgen: Arjan, Martin en Nick. Wat zijn de uitdagingen met een standaard adventuremotor als je offroad wilt rijden? Welke keuzes worden er gemaakt? Neem je een training voordat je gaat offroad rijden? In deze serie delen we al deze ervaringen en alle tips en tricks van ervaren offroadrijders. Arjan, met zijn R 1300 GS Trophy-uitvoering, heeft het van de drie dus het gemakkelijkst. Martins Triumph Tiger 900 is ook al redelijk ready to go en hoeft alleen maar op noppenbanden gezet te worden. Alleen, durft hij het aan om zijn eigen 900 in te zetten? Een beetje modder op de kuip zorgt vaak al voor grote paniek, dus wij zien ‘m nog wel een tweede motor aanschaffen zodat hij niet begint met hartslag 150. Nick, met zijn huidige R 1300 GS Triple Black, heeft de grootste uitdaging en daarom gaan we hem als eerste volgen bij de ombouw naar een GS die ook het zware offroadwerk aan kan. Of Nick z’n motor dan kan bijhouden, wordt vanzelf duidelijk… Maar eerst maar eens beginnen en dat doen we tijdens MOTORbeurs Utrecht. We zien je daar!

Het verhaal van RIDERS

Met RIDERS kom je ergens. Je hebt gratis toegang tot drie van de grootste motorevenementen van Nederland. En je bent lid van een club vol gelijkgestemde motorliefhebbers om samen mee op pad te gaan. En, of je nu net bent begonnen of al jaren op twee wielen door het land scheurt, bij RIDERS voel je je direct thuis.

Als RIDERS-lid geniet je van:

  • Gratis naar MOTORbeurs Utrecht, RIDERS Festival en Bigtwin Bikeshow
  • Toertochten met andere leden
  • Kortingen bij onze partners
  • Digitaal MOTO73, Promotor en Bigtwin Custombike Magazine lezen
  • Een hechte community van passionele motorrijders

Word lid van RIDERS, dé motorclub voor elke liefhebber: www.riders.nu.

Van Road naar Offroad
Deze drie RIDERS gaan de uitdaging aan. V.l.n.r: Arjan van Daalen, Nick Glättli en Martin Mijnten.

Op naar Haan Wheels

We zijn ook al bij Haan Wheels geweest, daar binnenkort meer over in een volgende stap.

Haan Wheels is niet zomaar een merk. Haan Wheels weet wielen te maken die zelfs het brute geweld van MXGP-wereldkampioen Romain Febvre en onze eigen Kay de Wolf aan kunnen. Nog mooier, ze weten ook wat het is om Dakar te rijden. Zij wel dus en alleen dat maakte de reis naar Schijndel al meer dan de moeite waard.

Druijff Racing kiest voor jong talent: De Boer en Westenbrink naar Dutch Superbike in 2026

0

Druijff Racing Kawasaki, waar wij afgelopen jaar al eens te gast waren, heeft met trots de rijdersbezetting voor het IDC Dutch Superbike-seizoen 2026 aangekondigd. Eddy de Boer en Thijs Westenbrink zullen het team vertegenwoordigen in de koningsklasse van het Nederlandse wegracen. Beiden coureurs zullen rijden op de nieuwste Kawasaki ZX-10R, ondersteund door Kawasaki Benelux en Michelin Motorsport.

Eddy de Boer is een bekende naam in de racewereld en heeft in eerdere kampioenschappen al bewezen over uitzonderlijke snelheid en race-inzicht te beschikken. Met het oog op 2026 richt hij zich op het structureel meestrijden om overwinningen en het kampioenschap. “Ik kijk er enorm naar uit om de eerste meters te maken met de Kawasaki ZX-10R tijdens de voorjaarstraining in Spanje,” zegt De Boer. “Ik wil Druijff Racing heel erg bedanken voor deze kans. Laten we er samen een mooi seizoen van maken.”

Techniek: tunen met Druijff Racing

Thijs Westenbrink, die afgelopen jaar met ondersteuning van Druijff Racing zijn overstap naar de superbikes maakte, sluit zijn eerste seizoen sterk af met een derde plaats in het kampioenschap. “Mijn doel is kampioen worden, en daar ga ik samen met het team alles voor doen,” aldus Westenbrink.

Teameigenaar Erwin Druijff is enthousiast over deze nieuwe fase: “Met Eddy en Thijs halen we twee jonge talenten binnen die zorgen voor een frisse dynamiek. Het is nu aan ons om met onze ervaring de juiste basis te creëren voor overwinningen en uiteindelijk een kampioenschap.”

Met deze jonge, ambitieuze rijders op de nieuwste Kawasaki ZX-10R, zet Druijff Racing Kawasaki vol in op de toekomst. Het team kijkt vol vertrouwen uit naar een succesvol IDC Dutch Superbike-seizoen 2026.

Strengere helmplicht in Spanje: ECE 22.06 nu verplicht voor motorrijders

2

Motorrijders in Spanje moeten sinds kort voldoen aan strengere eisen voor hun helm. De nieuwe Europese norm ECE 22.06 vervangt de oude keuring en stelt hogere eisen aan veiligheid en comfort. Sinds 2023 mogen alleen nog helmen met dit keurmerk verkocht worden.

De veiligheidstests zijn zwaarder geworden: helmen moeten nu schokken op meerdere punten en snelheden opvangen, én bestand zijn tegen draaibewegingen bij een val. Ook het vizier moet beter beschermen tegen impact en condens, terwijl volledig donkere vizieren niet langer zijn toegestaan.

Producttest Systeemhelmen: zes toonaangevende modellen die voldoen aan de nieuwste veiligheidsnormen getest

De regels gelden voor alle typen helmen. Jethelmen verdwijnen op termijn van de Spaanse wegen, omdat ze onvoldoende bescherming bieden voor kin en achterhoofd. Alleen integraal- en modulaire helmen blijven toegelaten. Op de helm moet een sticker staan met een “E” (landcode) en ECE 22.06. Een “P” geeft volledige bescherming aan; een “J” niet meer.

Wie zonder goedgekeurde of slecht bevestigde helm rijdt, riskeert een boete van 200 euro en vier strafpunten op het Spaanse rijbewijs. Ook oude of beschadigde helmen moeten worden vervangen om de veiligheid op peil te houden.

Promotor 01 2026

0
Promotor 01 2026

Test Bridgestone V03: even slicken

0
Bridgestone V03

Waar standaard motorbanden balanceren tussen grip en levensduur, draait het bij slicks om iets totaal anders. Deze circuitbanden hoeven niet eindeloos mee te gaan – ze moeten gewoon presteren. Grip, feedback en precisie staan boven alles. En daarin wil de nieuwe Bridgestone V03 keihard de maat der dingen zetten.

De V02 was al een topband, maar Bridgestone wilde meer. Dankzij input uit het Endurance WK – waar teams als levende testbanken fungeren – werd de V03 geboren. Wereldkampioen Karel Hanika hielp zijn ervaring rechtstreeks vertalen naar deze nieuwe generatie slicks. Resultaat: een band die niet alleen raceteams, maar ook fanatieke trackday-rijders naar een hoger niveau tilt.

Bandentest Bridgestone RS12 Racing Street in Thailand: gripvaccin

Warm en meedogenloos constant

De cijfers liegen niet: de V03 maakt je gemiddeld 1,9 procent sneller per ronde dan zijn voorganger. Dat klinkt klein, maar in een wereld van tienden van seconden is het gigantisch. Denk aan bijna twee seconden winst op een rondje van 1 minuut 40. En dat zonder duizenden euro’s aan motorupgrades – gewoon door een andere set schoenen voor je machine.

Het geheim? Een nieuwe rubbercompound, een aangepaste profielvorm en een ruimer contactoppervlak. De V03 komt met twee compounds vóór en drie achter, inclusief een extreme sprintvariant met de meest agressieve grip die Bridgestone ooit bracht.

Tijdens tests op het MotoGP-circuit van Buriram bleek nog iets bijzonders: deze slicks behouden hun temperatuur verbijsterend goed. Terwijl gewone slicks al na enkele minuten stilstaan afkoelen, blijft de V03 warm en klaar voor actie – zelfs na zeven minuten pauze in de pits. Dat betekent: minder risico op glijpartijen na een stop, meer vertrouwen, meer tempo.

De V03 verschijnt in drie compounds voor 200/60-17 en in twee versies voor 190/60-17 en 120/70-17. Vanaf het voorjaar kun je ermee los op het circuit. Maar wees gewaarschuwd: om het maximale uit deze band te halen, moet je of bloedgevaarlijk goed zijn, of goed gek zijn.

Foto’s: Bridgestone

40 jaar MOTORbeurs: de evolutie van 40 jaar motoren #3: 2005 – 2015

0

Tot 2005 waren motorfietsen nog behoorlijk ‘analoog’. Na 2005 nam de elektronica een vlucht, met elektronisch geregelde vering, ride-by-wire-systemen en geavanceerdere assistentiesystemen.

Rond 2005 waren carburateurs nog niet volledig verdwenen. Modellen als de Suzuki SV650 en Kawasaki ER-5 werden in de vroege jaren 2000 nog met carburateurs geleverd. De Euro 3-emissienormen, die in 2006 ingingen, waren echter zonder geregelde katalysator niet meer te halen. Om die reden werd brandstofinjectie de norm. Opvallend is dat de autobranche na carburatie eerst nog met ‘monopoint’-injectie kwam, feitelijk een gasklephuis met injector, dat alle cilinders bediende, maar dat de motorbranche feitelijk meteen overging op multipoint-injectie, met een injector in de inlaatbuis van elke cilinder en een brandstofgalerij die de benzine onder druk naar de injectoren bracht. De injectie werd sequentieel toegediend, dat wil zeggen dat elke injector individueel een toefje benzine inspoot op het moment dat de inlaatklep openging. De inspuitduur bepaalde dan hoeveel benzine er werd ingespoten.

Sensoren

Voor het bepalen van het injectiemoment en de inspuitduur maakte de computergestuurde injectie gebruik van diverse sensoren: een krukassensor voor het toerental, een nokkenassensor voor het bepalen van de inspuitvolgorde, een gasklepsensor voor het bepalen van de gasklepstand en een MAP-sensor om de onderdruk in het inlaatspruitstuk te bepalen. Aan de hand daarvan werd een ‘mapping’ gemaakt, een driedimensionale database waarmee de Electronic Control Unit, de besturingscomputer, het juiste inspuitmoment en de juiste inspuitduur, alsmede het ontstekingsmoment kon bepalen. Dat werd dan nog bijgestuurd aan de hand van temperatuursensoren – een voor de motortemperatuur en een voor de inlaatluchttemperatuur – en aan de hand van de lambda-sensoren, zodat het mengsel beurtelings arm en rijk kon staan, een voorwaarde om de driewegkatalysator goed te laten werken. Je ziet in de praktijk dat injectiesystemen de norm werden. De Yamaha Fazer 600 had in 1998 oorspronkelijk carburateurs, zijn opvolger, de FZ6, kreeg in 2004 injectie. De systemen werden ook steeds geraffineerder: de Honda CBR600RR had al sinds 2003 injectie, maar kreeg in 2007 een PGM-DSFI-systeem. De KTM 950 Adventure met carburateurs werd in 2007 vervangen door een 990 Adventure met injectie.

PK-race

Een katalysator is een weerstand in de uitlaat. Veel motorrijders vreesden dat dit ten koste zou gaan van de cilindervulling en daarmee van het motorvermogen, maar het bleek al snel dat de pk-race gewoon doorging. BMW kwam met een 175 pk sterke K1300S, Ducati met een 200 pk sterke 1199 Panigale Superleggera, Honda met een 173 pk sterke VFR1200F, Kawasaki met een 200 pk sterke ZZR1400. Het Oostenrijkse KTM maakte steeds meer wegmotoren en kwam met een 180 pk sterke 1290 Super Duke R. Veel van deze vermogens kwamen tot stand uit een grotere cilinderinhoud, maar ook door verfijningen in de motorconstructie. Waarbij ze blijkbaar zo hard nadachten of het nog sneller kon, dat ze blijkbaar niet meer stilstonden bij de vraag of het nog nuttig was. In Duitsland mocht je op sommige stukjes tussen de Baustellen nog voluit rijden. Of dat ook kon met alle verkeersdrukte was de vraag. In de meeste andere landen werd hardrijden steeds minder geaccepteerd, de snelheidscontroles werden intensiever en de straffen hoger. Waarover wel werd nagedacht, was rijcomfort, althans door Honda. De VFR1200F werd in 2010 leverbaar met een automatisch schakelende Double Clutch Transmission. Iets dat (veel) later navolging kreeg bij andere merken.

Superbikes

Waar vermogen wel zin heeft, is op het circuit. In het WK Superbikes zijn de toegestane aanpassingen aan het standaardmodel beperkt, dus moet het model dat in de showroom staat in basis al de snelste en de beste zijn. Dat was te merken. De Aprilia RSV4 Factory had in 2010 al 180 pk, genoeg om Max Biaggi tweemaal aan de WK-titel te helpen, Sylvain Guintoli in 2014 nogmaals, toen het basismodel 184 pk had. De 178 pk sterke GSX-R1000 was in 2005 al goed voor een wereldtitel, met Troy Corser in het zadel. James Toseland bracht de Honda CBR1000RR Fireblade in 2007 naar het hoogste treetje, hoewel de basisuitvoering ‘slechts’ 172 pk had. Ben Spies kon de 182 pk sterke Yamaha YZF-R1 in 2009 naar de titel rijden. Ducati voerde de druk en de cilinderinhoud op – dat mocht voor tweecilindermotoren – waarna de 180 pk sterke 1098 Troy Bayliss en Carlos Checa aan een wereldtitel hielp. Kawasaki sloeg terug met een 200 pk sterke Kawasaki ZX-10R, waarmee Tom Sykes in 2013 de titel greep, in 2015 gevolgd door Jonathan Rea, die daarmee een lange periode van overmacht inging. BMW had sinds 2010 ook een 193 pk sterke S1000RR in het gamma, maar die kon in het WK Superbike nog geen potten breken. Uiteraard waren de Superbike-racers bij lange na niet standaard en zullen meer vermogen gehad hebben dan de Superbikes voor het gewone volk.

40 jaar MOTORbeurs: de evolutie van 40 jaar motoren #1: 1985 – 1995

Technologie

In deze periode werd er enorm veel technologie ontwikkeld. Radiaal bevestigde remklauwen werden de standaard. Kawasaki had variabele inlaatlengtes op de ZX-10R voor een betere gaswisseling, BMW had dit op de S1000RR, Yamaha op de R1. Suzuki paste een gasklephuis met twee gaskleppen toe, onder andere op de GSX-R1000. Bij dit SDTV-systeem (Suzuki Dual Throttle Valve) bediende de rijder de ene gasklep, de tweede werd door een ECU bediend. Zo kon een te brute gasreactie worden voorkomen en kon ook bij vol gas de opening iets worden verkleind voor een hogere stroomsnelheid, terwijl de benzine- en luchttoevoer beter op elkaar konden worden afgestemd. Hiermee had Suzuki in feite een voorloper van ride-by-wire ontwikkeld, iets wat later standaard zou worden. Yamaha was de eerste die met een volledig ride-by-wire-systeem kwam, in 2006 op de YZF-R6. Bij dit YCC-T-systeem (Yamaha Chip Controlled Throttle) is er geen gaskabel meer: met de gasgreep bedien je een regelbare weerstand of potmeter. De ECU bepaalt aan de hand van de afgegeven spanning van de potmeter hoever de gasklep open moet en gebruikt een stappenmotor om de kleppen te bedienen. Dat maakte ook de weg vrij voor diverse ‘rijmodi’. Dat zijn verschillende mappingen die passen bij bepaalde omstandigheden of een bepaalde rijstijl. Zo zijn er sportmodi, Touring, Urban, Rain en Enduro, elk met een eigen gasrespons en vermogensafgifte. Voor meer controle werden er ook steeds meer ‘slipperclutches’ of anti-hopkoppelingen toegepast. Deze koppelingen hadden een mechanisme dat de platen losduwde als je hard op de motor afremde of bruusk terugschakelde: het zorgde ervoor dat het achterwiel niet kon gaan stuiteren. Quickshifters volgden ook snel. Wat begon als aftermarketaccessoire werd rond 2010 fabrieksonderdeel, bijvoorbeeld op de BMW S1000RR en later op de KTM RC8R. Tegen 2015 waren ook blippers voor terugschakelen beschikbaar in het topsegment.

Tractiecontrole en IMU’s

Tractiecontrole was rond 2005 nog een zeldzaamheid op straatmotoren. Je zag eenvoudige systemen op de Honda Pan European en op de BMW R1200GS. Geavanceerde elektronische systemen werden mogelijk door ride-by-wire: samen met ABS waren alle hardwarecomponenten aanwezig voor een snelle regeling; de ABS-sensoren kunnen een verschil in draaisnelheid van de wielen constateren en dankzij de elektronische gasklepbediening kun je het gas dichtdoen, ook als de rijder het gas open heeft. Eerder gebeurde dit door de ontsteking te verlaten of de injectie te onderbreken. ABS was echter een voorwaarde en dat hadden vooral de topmodellen, aangezien ABS pas in 2016 verplicht werd. Toch maakte ook de ABS-techniek een enorme sprong toen Bosch in 2012 samen met KTM een hellingshoekafhankelijk systeem ontwikkelde, op basis van een IMU. Een IMU is een sensor die acceleratie en rotatie rond de lengte-, breedte- en hoogte-as kan meten. Daarmee kan de ECU alle bewegingen van de motor in kaart brengen en daarmee de remkracht aanpassen op de hellingshoek. Ook de oprichtneiging van de motor kon door een slimme remkrachtverdeling beperkt worden. Natuurlijk kan de ECU met behulp van een IMU ook tractiecontrole bochtafhankelijk maken, iets dat voor het eerst werd toegepast op de Ducati 1199 Panigale van 2013. Ook Aprilia speelde een belangrijke rol met het APRC-systeem op de RSV4, dat naast tractiecontrole ook wheeliecontrol en launchcontrol bood.

Chassis en vering

Ook chassis en vering evolueerden sterk. Aluminium brugframes bleven dominant in het sportieve segment, maar werden steeds verfijnder. Yamaha experimenteerde bijvoorbeeld met een gecontroleerde flexibiliteit in het frame van de R1, om meer feedback en controle te geven aan de rijder. Ducati ging een andere weg met de 1199 Panigale door het traditionele vakwerkframe te verlaten en het motorblok als dragend deel te gebruiken, iets wat BMW al deed vanaf de eerste R1100RT. Kawasaki bracht de ZZR1400 uit met een monocoque-frame, een soort stalen doos, zoals ze die ook al op de ZX-12R hadden, in 2000. Daarnaast waren er exoten. Aprilia bouwde hybride frames op de Shiver in 2007 en de Mana in 2008. Dat was een frame dat deels een stalen vakwerkframe was, deels aluminium schetsplaten. Yamaha kwam in deze periode met een unieke ‘CF Diecast’-frameconstructie, onder andere op de FZ6 van 2006: het frame bestond uit twee delen van spuitgietaluminium, die aan elkaar waren geschroefd. Op veringsgebied verschenen rond 2013 de eerste semi-actieve systemen, zoals Ducati’s Skyhook Suspension op de Multistrada en BMW’s Dynamic ESA op de R1200GS. Deze systemen pasten demping automatisch aan op rijstijl, belading en wegdek.

Techniek MV Agusta 5-cilinder motorconcept: geen V, geen lijn

Supersport

Technische ontwikkelingen gingen snel in het topsegment, maar ook in de Supersport 600-klasse, waarmee immers werd geracet. Yamaha had met de YZF-R6 een ijzersterk wapen in de strijd. De YZF had 123 pk, maar woog slechts 189 kg. Cal Crutchlow, Chaz Davies en Sam Lowes haalden er in deze periode WK-titels mee. Kawasaki had met de 131 pk sterke ZX-6R een dijk van een motor, in 2012 en 2015 goed voor een WK-titel met Kenan Sofuoglu in het zadel. En Honda had de 120 pk sterke CBR600RR, waarmee het grossierde in wereldtitels, met – in deze periode – Michael van der Mark als laatste, in 2014. Opvallend is echter wat er in 2011 gebeurde: Honda bracht de CBR600F terug in het gamma, met een vermogen van slechts 102 pk. De motor had verder een aluminium ruggengraatframe in plaats van een twinspar-frame, niet-instelbare vering en eenvoudige tweezuigerremtangen in het voorwiel. Sommigen vonden het een blamage, maar dat gevoel zakte weg toen de reden duidelijk werd. De prijs van de hightech 600cc-machines liep uit de hand en dat schaadde de verkopen. Bovendien kon je het potentieel van alle hightechonderdelen op straat toch niet gebruiken en leed de rijdbaarheid op straat onder het racegerichte karakter. Honda ging dus back to basics en produceerde weer een handzame, betaalbare, sportieve motor voor op straat.

Ben Spies hielp Yamaha aan de WK-titel op een R1.

NC-serie

Honda tilde haar op verstand gerichte koers in 2012 nog naar een nieuw niveau met de NC700-serie. Vaak wil een fabrikant indrukwekkende vermogenscijfers laten zien en wordt het motorblok dus zodanig getuned dat hij zijn trekkracht in hoge toerenregionen levert. Dat gaat meestal ten koste van de trekkracht bij lage toerentallen, die je rijdt wanneer je normaal door het verkeer rijdt. Honda deed hier onderzoek naar en kwam tot de ontdekking dat motorfietsen voor 90% bij snelheden onder de 140 km/u worden gebruikt, terwijl 80% met minder dan 6.000 tpm wordt gereden. En dus achtte Honda het slim om eens een motorblok te ontwerpen dat zijn trekkracht juist daar levert waar het nut heeft. En niet alleen omdat dat prettiger rijdt, maar ook omdat dat zuiniger is. Een motor werkt bij deellast thermodynamisch het efficiëntst bij toerentallen die net onder het toerental van het maximumkoppel liggen. Bij lage toerentallen zijn er ook nog minder mechanische verliezen. De NC – leverbaar als scooter (Integra), allroad (NC700X) en naked (NC700S) – had maar 48 pk, maar wel een koppel van 60 Nm bij 4.750 tpm, ongekend laag voor een motorfiets. En hij liep 1:27. Bijzonder was toen dat de krukas 90° verdraaide kruktappen had, waardoor de tweecilinder lijnmotor een ontstekingsinterval van 270°-450° had, iets wat de meeste tweecilinder lijnmotoren tegenwoordig hebben. Opvallend is dat de NC-serie ook met DCT leverbaar was.

Allroads

De meeste allroadrijders kopen de motor vanwege het imago en de looks, niet vanwege de offroadcompetentie. Veel van hen krijgen al natte vlekken in hun broek als ze een onverharde parkeerplaats oprijden – en niet van opwinding. Motorfabrikanten speelden hierop in door de allroads beter geschikt te maken voor het asfalt: 21 inch voorwielen werden 19 inch of zelfs 17 inch wielen, 18 inch achterwielen werden tot 17 inch verkleind, dat alles voor meer wendbaarheid. Offroadgerichte veerwegen, zoals de 240 mm van de KTM 990 Adventure uit 2007, zakten in tot veerwegen die soms maar net de 150 mm haalden, voor meer stabiliteit en feedback. Stevige aluminium carterbeschermplaten werden kunststof lookalikes. De cilinderinhoud en de vermogens namen toe, de zwaarlijvigheid daarmee ook. Kawasaki kwam in 2012 zelfs met een zware viercilinder Versys 1000, met 17 inch voorwiel en 150 mm veerwegen. Allroads werden toermotoren met Dakar-schmink. Ze verkochten goed, maar voor echte allroadliefhebbers, die ook nog offroad wilden rijden, bleef er weinig meer over. Totdat Honda de Africa Twin eind 2015 terugbracht, met 21 inch voorwiel, 18 inch achterwiel en veerwegen boven de 200 mm. Er was weer hoop…

Driewielers

In 2006 mocht de motorwereld nog een bijzondere verschijning begroeten: Piaggio kwam met de MP3, een driewielscooter waarbij de voorwielen meekantelen de bocht in, dankzij een ingenieus kantelsysteem. Twee jaar later haalde Piaggio daar nog een slimmigheidje mee uit: ze zette de voorwielen 45 mm verder uit elkaar. Voor de wet werd het daarmee een tweesporig voertuig en dat betekende dat mensen met een autorijbewijs op de motorscooter mochten rijden. Er kwam zelfs een hybrideversie van uit, maar die stierf al snel een roemloze dood. De driewielscooter niet, er kwam zelfs een Franse concurrent op de markt in de vorm van de Peugeot Metropolis. Japan antwoordde met de Yamaha Tricity. De politiek was niet blij met het verschijnsel en greep in: je mag alleen nog met een autorijbewijs op een LT-scooter (Large Track) als je dit rijbewijs hebt gehaald voor 19 januari 2013.

Trend

Tegen 2015 begint het bij sommige fabrikanten te dagen dat pk’s niet heilig zijn en dat er een markt is voor verstandige en betaalbare motoren. ‘Liefde is leuk, maar het moet wel betaalbaar blijven’, zou cabaretier Herman Finkers zeggen. In het laatste decennium zien we die trend doorzetten. Daarover meer in het vierde en laatste deel van dit vierluik over motorontwikkeling.

Meer artikelen lezen over 40 jaar Motorbeurs?