zaterdag 4 april 2026
Home Blog

Nieuw: 2026 KTM 890 Adventure R Rally

0
2026 KTM 890 Adventure R Rally

KTM zet in 2026 opnieuw stevig in op het avontuurlijke segment met een machine die nauwelijks compromissen duldt. De nieuwe KTM 890 Adventure R Rally is geen doorsnee allroad, maar een gelimiteerde special voor rijders die hun motor het liefst zien als rallywapen met nummerplaat. Rechtstreeks geïnspireerd op de Dakar-machines van Red Bull KTM Factory Racing, mikt deze 890 op maximale offroadprestaties in het middenklasse-segment.

Fabrieksracer uit de showroom

Waar de gewone 890 Adventure R al bekendstaat als een van de scherpste offroad-reismotoren op de markt, gaat de R Rally nog een flinke stap verder. KTM rust hem uit met WP XPLOR PRO-vering uit het raceprogramma, inclusief Cone Valve-technologie vooraan en een hoogwaardige schokdemper achteraan. Het resultaat: 270 mm veerweg, veel vertrouwen aan het voorwiel en meer controle wanneer het terrein snel, ruw en onvoorspelbaar wordt.

Opvallend is dat KTM daarbij het comfort niet uit het oog verliest. Ook met bagage of passagier moet de motor stabiel en beheerst blijven, zelfs wanneer het tempo omhooggaat.

2026 KTM 790 Duke: Scherp vernieuwde styling en WP-Remmen markeren strategische evolutie

106 pk en nokvol elektronica

De aandrijving komt van een compacte 889 cc paralleltwin met 106 pk en 100 Nm. Genoeg punch dus om zowel op gravel als asfalt stevig door te trekken. Elektronisch is de Rally-versie helemaal mee met zijn tijd: Offroad ABS, meerdere rijmodi, Rally Mode, tractiecontrole en Motor Slip Regulation maken het mogelijk om het karakter van de motor onderweg aan te passen. Alles loopt via een 5-inch TFT-scherm met connectiviteit en Turn-by-Turn-navigatie.

Dakar-look met Akrapovič-saus

Ook visueel laat deze KTM weinig aan de verbeelding over. De nieuwe kleurstelling in Red Bull KTM Factory Racing-stijl, de tweekleurige tank en de Akrapovič Slip-on Line geven de 890 Adventure R Rally een uitstraling die rechtstreeks uit het bivak lijkt te komen. Extra’s als carbon tankbeschermers, heavy-duty wielen, rallyzadel en Factory Racing-voetsteunen maken het plaatje compleet.

KTM bouwt de 2026 KTM 890 Adventure R Rally in beperkte oplage. De productie in Oostenrijk is gestart in maart. Wie op zoek is naar een adventuremotor die zo dicht mogelijk tegen een echte rallymachine aanschurkt, weet dus waar aan te kloppen.

Ducati-fabriek opent gratis z’n deuren tijdens Made in Italy-dag

0
Ducati-fabriek opent deuren tijdens Made in Italy-dag

Ter gelegenheid van de nationale Made in Italy-dag opent de Ducati-fabriek in Borgo Panigale op 19 april zijn deuren.

Op zondag 19 april opent Ducati gratis de deuren van zijn fabriek. Bezoekers krijgen een unieke kans om een eeuw geschiedenis te ontdekken — van 1926 tot nu — tijdens rondleidingen in het Italiaans en Engels. De tours starten regelmatig tussen 9.30 en 16.30 uur en voeren langs de productielijnen waar de iconische motorfietsen ontstaan die wereldwijd liefhebbers inspireren.

Exclusieve Ducati Superleggera V4 Centenario: technologisch meesterwerk

Daarnaast is het Ducati Museum gratis te bezoeken tot 18.00 uur. Hier zijn de meest legendarische race- en wegmodellen te bewonderen, samen met verhalen en details die de evolutie van het merk tonen.

Tickets kunnen vooraf hier gereserveerd worden.

Ervaar Automated Shift Assistant (ASA) tijdens de BMW Motorrad Roadshow 2026

0
BMW MOTORRAD ROADSHOW 2026

De BMW Motorrad Roadshow 2026 staat voor de deur en vindt plaats van 3 april 2026 tot en met 27 juni 2026. Dit evenement biedt motorrijders de kans om vijf verschillende boxermodellen van BMW Motorrad te ervaren, en deelname is geheel gratis. Inschrijven kan eenvoudig via de nieuwe Experience Finder, waarmee je ook toegang krijgt tot een breed scala aan andere motoractiviteiten.

Automated Shift Assistant (ASA)

Een van de belangrijkste kenmerken van de Roadshow is de integratie van de Automated Shift Assistant (ASA) in alle deelnemende boxermodellen. ASA is een geavanceerde techniek die de bediening van de koppeling en het schakelen automatiseert, zonder de dynamiek van het motorrijden aan te tasten. Dit systeem, een doorontwikkeling van de Schakelassistent Pro, maakt gebruik van elektromechanische actuatoren voor een naadloze rijervaring. Motorrijders kunnen kiezen tussen de handmatige ‘M’-modus en de automatische ‘D’-modus, wat zorgt voor snelle en nauwkeurige schakelacties.

Test 2026 BMW F 450 GS: compacte GS, grote ambities

De boxermodellen van de Roadshow

De R 1300 GS en R 1300 GS Adventure vormen het middelpunt van de Roadshow, met een krachtige 1.300 cc tweecilinder boxermotor. Daarnaast zijn de R 1300 R en R 1300 RS aanwezig, beide gericht op sportieve prestaties en comfort. De R 1300 RT, het toermodel, biedt een luxe ervaring voor lange ritten.

Ervaar meer met de Experience Finder

Met de Experience Finder van BMW Motorrad ontdek je niet alleen de Roadshow, maar ook meer dan 50 andere evenementen en activiteiten. Kijk hier voor het volledige aanbod. Mis deze kans niet om de toekomst van motorrijden te ervaren!

Icoon Alex Barros: de Braziliaanse grootmeester van de koningsklasse

0
Alex Barros
In 2000 won de Braziliaan de TT Assen.

De Grand Prix van Brazilië is terug op de WK-kalender en met Diogo Moreira staat er weer een Braziliaan op de MotoGP-startlijst. Dan is het onmogelijk om niet aan één naam te denken als het gaat om Brazilië en Grand Prix-racen: Alexandre Abrahão Coelho de Barros, beter bekend als Alex Barros. De rijder uit São Paulo – die moest liegen om aan zijn eerste Grand Prix te kunnen deelnemen – is de meest succesvolle Braziliaanse motorcoureur in de koningsklasse, waarin hij maar liefst zeventien seizoenen actief was.

Alex(ander) Barros reed tussen 1986 en 2007 maar liefst 245 Grands Prix. Hij was tussen zijn vijftiende en zevenendertigste actief op WK-niveau. Alleen Valentino Rossi, Aleix Espargaró en Andrea Dovizioso reden meer GP’s dan de Braziliaan. Twaalf keer kwam hij in actie op eigen bodem. Meerdere keren werd Barros vierde, maar in 2000 stond hij met een tweede plaats voor eigen publiek op het podium. De laatste Grand Prix op Braziliaanse bodem dateert uit 2004, maar die werd verreden op het circuit van Jacarepaguá, beter bekend als de Grand Prix van Rio de Janeiro. Dit evenement werd negen keer georganiseerd, met de eerste editie in 1995. De officiële Grand Prix van Brazilië werd in 1992 voor het laatst verreden in Interlagos en is in totaal slechts vier keer georganiseerd. De eerste drie edities, tussen 1987 en 1989, vonden plaats in Goiânia.

Op het gerenoveerde circuit keert de MotoGP in 2026 terug als tweede Grand Prix op de kalender. Nu met een nieuwe lokale held: Diogo Moreira, die vorig jaar met zijn titel in de Moto2 de eerste Braziliaanse wereldkampioen in de wegrace werd. Dat is een prestatie die Barros nooit behaalde, mede omdat hij slechts kort in de lichtere klassen reed en al op 19-jarige leeftijd zijn debuut maakte in de 500cc. In totaal kwam de Braziliaan maar liefst zeventien seizoenen uit in de 500cc en MotoGP. Er is slechts één rijder die meer seizoenen in de koningsklasse reed: Valentino Rossi, met wie Barros vooral in 2002 prachtige duels uitvocht. Het duo had – in tegenstelling tot veel andere concurrenten van Rossi – veel onderling respect voor elkaar.

Leugentje om leeftijd

De Grand Prix-wereld maakt in 1986 kennis met Barros, nadat hij in eigen land op jonge leeftijd al veel indruk had gemaakt. De piepjonge Braziliaan was op dat moment nog maar 15 jaar, maar dat kon hij in Europa niet vertellen – anders had hij niet zijn WK-debuut in de 80cc kunnen maken. De minimumleeftijd lag destijds op 16 jaar. Dus noteerde Barros op het inschrijfformulier dat hij 16 was. Iets wat in deze tijd, met alle huidige controles, niet meer mogelijk zou zijn. Maar in 1986 kwam hij daar nog mee weg en zo reed hij als 15-jarige praktisch het hele seizoen in de GP’s. In die periode scoorden alleen de eerste tien rijders WK-punten, maar het jonge talent wist toch twee keer als achtste te finishen. Een jaar later – toen hij officieel wél 16 was – eindigde Barros opnieuw meerdere keren bij de eerste tien in de 80cc. Zijn prestaties op jonge leeftijd trokken de aandacht van de Venezolaanse Yamaha-importeur Venemotos, die op zoek was naar een opvolger voor tweevoudig 250cc-wereldkampioen Carlos Lavado, die langzaam maar zeker over zijn top heen was. Barros moest de Zuid-Amerikaanse eer hooghouden. Na een leerjaar in 1988 op eigen continent reed hij een seizoen later een volledig seizoen in het 250cc-wereldkampioenschap. Opnieuw maakte Barros indruk, ditmaal met vier top-tienklasseringen.

Icoon Pierfrancesco ‘Frankie’ Chili: ‘Ik word niet graag aan mijn 500cc-zege herinnerd’

De sprong naar de 500cc

Maar nog voordat Barros kon uitgroeien tot een echte wereldtopper in de 250cc, werd hij al weggekaapt bij Venemotos. Het Italiaanse Cagiva probeerde al jaren aansluiting te vinden bij de toonaangevende Japanse fabrikanten in de 500cc. Het Italiaanse merk van de gebroeders Castiglioni had zelfs twee jaar eerder topcoureur Randy Mamola aangetrokken, maar ook de populaire Amerikaan kon met deze machine op een droge baan niet met de top meekomen. Eind 1989 zat Cagiva dan ook in zwaar weer. Er was behoefte aan jong talent, maar zonder een competitieve motor durfden maar weinig rijders de overstap te maken. Cagiva kwam uit bij Barros, die wel oren had naar dit bijzondere avontuur. Zo sprong de Braziliaan op 19-jarige leeftijd in het diepe en werd hij op dat moment de jongste coureur ooit in de 500cc. Hij werd teamgenoot van de zeer ervaren Mamola en de Engelsman Ron Haslam, die beiden hun sporen ruimschoots hadden verdiend in de koningsklasse. Barros was onstuimig, maar in zijn eerste seizoen meteen wel snel. Zelfs zó snel dat hij in 1990 als twaalfde in het wereldkampioenschap eindigde, vóór Mamola en Haslam. Mamola adviseerde de Cagiva-leiding zelfs om Barros te laten vertrekken, omdat de motor niet aansloot bij zijn niveau en talent. Het grote probleem was simpelweg het materiaal, dat niet opgewassen was tegen de Yamaha’s, Suzuki’s en Honda’s.

Vanaf 1991 veranderde dat enigszins, toen Cagiva viervoudig wereldkampioen Eddie Lawson wist aan te trekken. Ook de Japanners hadden er belang bij dat Cagiva in de 500cc actief bleef: een Europese fabrikant om te verslaan was immers commercieel aantrekkelijk. Yamaha ondersteunde het Italiaanse merk daarom op technisch vlak. De Cagiva werd competitiever en in 1992 – met nog steeds Barros en Lawson onder contract – zelfs zó goed dat het team op sommige circuits kon aanhaken bij de top. De TT van Assen was zo’n moment waarop Cagiva kon schitteren. Bijna alle topcoureurs waren geblesseerd. Lawson (poleposition) en Barros kwalificeerden zich op de eerste rij. Nadat Lawson en Kevin Schwantz samen onderuit waren gegaan, reed de Braziliaan zelfs geruime tijd aan de leiding. Een Grand Prix-zege zat er nog niet in, maar de 21-jarige Barros pakte als derde wél zijn eerste 500cc-podium, achter Alex Crivillé en John Kocinski. In 1992 reed Barros zich daarmee zodanig in de kijker dat hij door Suzuki werd gecontracteerd voor het fabrieksteam, naast hun kopman Schwantz.

Eind 2002 beleefde Barros (4) de beste periode uit zijn carrière. In vier races met de Honda RCV211V won hij twee keer, waarbij hij beide keren Valentino Rossi (46) in een rechtstreeks duel versloeg.

Eerste Grand Prix-zege

En zo zat Barros in 1993 voor het eerst op een motor waarmee hij voor overwinningen kon strijden. Dat liet de jonge Braziliaan ook zien. Tijdens de vierde Grand Prix van dat jaar, in het Spaanse Jerez, stormde de Suzuki-coureur naar voren en nam hij zelfs de leiding door zijn ervaren teamgenoot Schwantz te passeren. Eenmaal aan kop kon Barros de druk nog niet aan. Hij ging knullig onderuit. Ook in Assen – waar Barros altijd sterk was – pakte hij de leiding, voor Schwantz en Michael Doohan. Opnieuw ging hij in de slotfase, in leidende positie, onderuit. Deze keer met een harde smakker in het Meeuwenmeer. Net als in Jerez profiteerde teamgenoot Schwantz. Tijdens de laatste Grand Prix, op Jarama, was het dan eindelijk raak voor Barros en pakte hij zijn eerste Grand Prix-zege. Velen dachten dat dit het begin van een reeks overwinningen zou zijn, maar het zou uiteindelijk zeven jaar duren voordat de Braziliaan weer zou winnen.

Een jaar later vormden Schwantz – die in 1993 wereldkampioen was geworden – en Barros opnieuw het Suzuki-fabrieksteam. Maar vanaf 1994 werd Honda, onder aanvoering van Doohan, zeer dominant in de 500cc. Schwantz was veel geblesseerd en Barros speelde een bijrol. Zijn enige podiumplaats (tweede achter Doohan) behaalde hij – hoe kan het ook anders – in Assen. Maar het was niet goed genoeg en Barros werd in 1995 vervangen door Daryl Beattie. De Braziliaan vond onderdak bij het privéteam van Erv Kanemoto en kreeg een fabrieks-Honda tot zijn beschikking. Op dat moment de beste motor in het veld. Het team begon zonder hoofdsponsor, maar dat werd tijdens het seizoen de stad ‘Rio’, die later dat jaar voor het eerst een Grand Prix zou organiseren. Barros was daarbij natuurlijk een uitstekend uithangbord, waardoor ‘Rio’ ook in de jaren daarna prominent op de Honda-motoren van Barros prijkte, toen hij eerst reed voor Team Pileri (1996) en daarna voor Team Gresini (1997 en 1998).

Aan de leiding in het WK

Barros’ begin van het seizoen 1996 was indrukwekkend. Tijdens de eerste twee GP’s in Maleisië en Indonesië eindigde hij als tweede, achter respectievelijk Cadalora en Doohan. Daarmee ging de Braziliaan voor het eerst in zijn leven aan de leiding in het wereldkampioenschap. Lang duurde dat niet. Slechts één Grand Prix stond hij bovenaan de ranglijst – en het zou daarna nooit meer gebeuren. Als WK-leider ging Barros onderuit in Japan. Daarna werd het minder en eindigde hij nog maar één keer op het podium, opnieuw in Assen. Toch werd 1996 tot dan toe zijn beste seizoen, met een vierde plaats in de eindstand.

Vanaf 1997 maakte het raceteam van Fausto Gresini zijn debuut in de 500cc. Barros werd de eerste coureur van Gresini Racing in de koningsklasse – een team dat vandaag de dag nog altijd actief is in de MotoGP, momenteel met Alex Márquez en Fermín Aldeguer. Bij Gresini behaalde Barros drie podiumplaatsen. In het eerste jaar moest hij het doen met een experimentele tweecilinder-Honda, die niet opgewassen was tegen de viercilinders. In 1998 kreeg hij de beschikking over een viercilinder-Honda en werd hij vijfde in de eindstand. Een jaar later trok Gresini Racing zich tijdelijk terug uit de 500cc en vond Barros onderdak bij het Honda-team van Sito Pons. Het eerste seizoen leverde weinig successen op, maar dat veranderde in 2000, toen Loris Capirossi zijn teamgenoot werd. Het werd een jaar met veel verschillende winnaars en ook Barros liet zich regelmatig vooraan zien. Hij won twee races: op zijn favoriete Assen en op de Sachsenring. Zijn thuisrace in Rio wist Barros nooit te winnen, maar hij was er in deze editie dichtbij met een tweede plaats achter Valentino Rossi. Net als vier jaar eerder eindigde hij als vierde in de eindstand, een resultaat dat hij in het laatste seizoen van het 500cc-tijdperk (2001) herhaalde. Dat jaar wist Barros opnieuw te winnen, dit keer op een nat Mugello in Italië.

Beste periode uit zijn carrière

In 2002 waren Barros en Capirossi nog altijd de coureurs van het team van Sito Pons in de nieuwe MotoGP-klasse. Zij beschikten nog over een Honda NSR500-tweetakt, die niet opgewassen bleek tegen de nieuwe Honda RC211V-viertakt waarop Rossi en Tohru Ukawa reden. Toch maakte Barros veel indruk, omdat hij zich samen met Daijiro Kato ontpopte tot een van de beste tweetakt-rijders in het MotoGP-veld. Tijdens de TT van Assen kon Barros lange tijd mee met Rossi en op de krappe Sachsenring leek hij zelfs voor de overwinning te kunnen gaan, totdat hij in de slotfase van de race samen met Olivier Jacque onderuitging. De Honda-leiding had genoeg gezien en gaf Barros voor de laatste vier races van 2002 de beschikking over een Honda RC211V. En Barros stelde niet teleur.

Bij zijn debuut op de viertaktmachine wist hij niemand minder dan Rossi te verslaan en de Japanse Grand Prix op Motegi te winnen. Hoewel bij Rossi de druk eraf was – hij had een week eerder de wereldtitel al veiliggesteld – bleef het een knappe prestatie. Het bleek geen toevalstreffer. In Maleisië streed hij opnieuw voor de winst en werd Barros derde. Op Phillip Island vocht hij weer met Rossi om de overwinning, maar de Honda-rijder maakte in de laatste ronde een fout en werd daardoor tweede. Tijdens de laatste Grand Prix, in Valencia, wist Barros Rossi wél te verslaan en pakte hij zijn tweede zege van het seizoen. De Braziliaan was in de vorm van zijn leven en gold samen met Rossi als de grote favoriet voor de MotoGP-wereldtitel van 2003.

Verkeerd gegokt

Maar het zou anders lopen. Barros mikte op een plek in een fabrieksteam. Dat lukte bij Honda niet, maar Yamaha wilde hem in het Gauloises Tech3-team wel fabrieksondersteuning bieden. De Yamaha YZR-M1 was in 2003 niet goed genoeg om zich te meten met Rossi. Ook de combinatie Barros en Yamaha bleek geen succes. Bovendien kampte hij met blessures. Het resulteerde in een teleurstellend seizoen met slechts één podiumplaats en een negende plek in de eindstand.

Rossi maakte vervolgens een verrassende overstap naar Yamaha, waardoor er een plaats vrijkwam in het Repsol Honda-fabrieksteam. Barros werd gecontracteerd. Hij reed een degelijk seizoen, maar kwam niet in de buurt van zijn topvorm van eind 2002. Barros werd vierde in de eindstand, maar wist geen wedstrijd te winnen. Voor 2005 werd hij dan ook vervangen door Max Biaggi, die een jaar eerder in het Honda-satellietteam van Sito Pons beter had gepresteerd. Barros keerde terug naar het team van Pons, waar hij tussen 2000 en 2002 al zijn Honda-zeges in de koningsklasse had behaald. Opvallend genoeg won hij op 34-jarige leeftijd al de tweede race na zijn terugkeer bij het Spaanse team, ditmaal op het circuit van Estoril in Portugal. Dat gebeurde onder lastige weersomstandigheden. Het is een terugkerend patroon in Barros’ carrière: wanneer de verwachtingen hoog waren als fabrieksrijder bij Suzuki, Yamaha en Honda, lukte het niet. Maar juist in de relatieve luwte van een satellietteam wist hij te verrassen. Het verloop van het seizoen 2005 was goed, maar niet buitengewoon.

Echte liefhebber

Barros kon voor 2006 geen goed MotoGP-zitje vinden, maar stoppen was voor deze liefhebber geen optie. Naar verluidt legde hij zo’n 100.000 Engelse ponden neer om zich in te kopen bij Klaffi Honda in het World Superbike-kampioenschap. In deze nieuwe klasse liet Barros zich opnieuw goed zien: hij won een race, pakte een handvol podiumplaatsen en eindigde als zesde in de eindstand. Dat leverde hem voor 2007 nog één keer een terugkeer naar de MotoGP op, bij het Pramac-team onder leiding van Luis D’Antin, op een Ducati. De 36-jarige Barros maakte bij het satellietteam indruk door lange tijd in het seizoen vóór fabrieksrijder Capirossi te staan in het WK-klassement, terwijl Casey Stoner overtuigend Ducati’s eerste wereldtitel binnenhaalde. Barros eindigde zelfs nog eenmaal op het podium met een derde plaats in Mugello, waarbij hij Stoner op een droge baan versloeg.

In zijn laatste MotoGP-seizoen eindigde de 37-jarige coureur als tiende in de eindstand. Sinds zijn overstap naar Suzuki in 1993 slaagde Barros erin om elk jaar een plek in de top-tien van het kampioenschap te bemachtigen. Maar een top-drieklassering in de eindstand lukte nooit; wél eindigde de Braziliaan vijf keer als vierde. In totaal won Barros zeven races en stond hij tweeëndertig keer op het podium in de koningsklasse. Na zijn Grand Prix-carrière ging Barros gewoon door met wat hij het allerliefste deed: racen. In eigen land, in het Braziliaanse Superbike-kampioenschap. Zelfs in 2019 reed Barros nog een race. Hij was toen al 48 jaar. Drie jaar eerder – op 45-jarige leeftijd – wist hij zelfs nog een Braziliaanse Superbike-race te winnen in zijn geboortestad São Paulo. Barros is een legende met zeges in de 500cc en MotoGP, een held in eigen land, een pure liefhebber – maar nét niet goed genoeg om wereldkampioen in de koningsklasse te worden.

RIDERS Primavera Toertocht 2026: Last Call – nog een paar plekken beschikbaar!

0

De inschrijvingen voor de Primavera Toertocht 2026 lopen razendsnel vol, maar er zijn nog een paar plekken beschikbaar! Als je mee wilt rijden in dit jaarlijkse avontuur langs enkele van de mooiste stoomgemalen van Noord-Holland, moet je daarom snel handelen.

Tijdens de winter kriebelt het: de motor staat te wachten, klaar om de weg op te gaan zodra de lente begint. En wat is een betere manier om stoom af te blazen dan met de Primavera 2026-toertocht? Eén van de hoogtepunten is zonder twijfel Gemaal Cruquius, de thuisbasis van ’s werelds grootste stoommachine, een industrieel kasteel dat verhalen vertelt van historische technologie. De volledige dag is inclusief ontvangst met koffie en gebak, lunch en diner, en laat je ruim 245 km lang genieten van een indrukwekkende tocht door Noord-Holland. Zorg dat je erbij bent – want we menen het als we zeggen dat je dit niet mag missen! En we menen het ook dat er echt nog maar een paar plekjes beschikbaar zijn.

T-shirt

Ook dit jaar hebben we weer een gaaf T-shirt gemaakt. Bestellen van het speciale T-shirt kan tot uiterlijk woensdag 8 april en hierbij is op ook echt op. Inschrijven voor de Primavera Toertocht kan tot 23 april 2025 maar let op want het loopt storm! RIDERS-leden krijgen 10% korting maar iedereen is welkom.

Rij mee met de Primavera Toertocht 2026
Datum: zaterdag 25 april 2026
Startpunt: Restaurant Long Island, IJweg 1270, 2133 MJ – Hoofddorp
Eindpunt: De Meerhoeve, Cultuurweg 4, 1775 RA – MIDDENMEER
Afstand: ca. 245 km
Prijs regulier: € 60,00 (incl. ticketfee) – let op: géén deurverkoop
Prijs RIDERS-leden: € 54,00 (incl. ticketfee) – let op: voor je persoonlijke vouchercode moet je eerst inloggen op riders.nu. Via de tab ‘Events’ kom je bij deze Primavera tocht. Daar vind je jouw persoonlijke voucher waarmee je korting krijgt op je ticket.
Arrangement: waanzinnige toertocht, inclusief ontvangst met koffie en gebak, lunch en diner
Route: deelnemers die zich vóór 17 april inschrijven, ontvangen op vrijdag 17 april de GPX-bestanden via de e-mail. Vragen over de route kun je stellen via info@riders.nu
Thema: Stoom Afblazen – een unieke route langs stoomgemalen en -machines in Noord-Holland (zie themaverhaal verderop op deze pagina)
Inschrijven: ticketpoint.nl/primavera

Motul en Bimota kondigen wereldwijde samenwerking aan

0

Motul en het Italiaanse motormerk Bimota slaan de handen ineen in een wereldwijd commercieel partnerschap. Motul wordt voortaan de officiële leverancier van smeermiddelen voor alle Bimota-modellen, zowel bij de eerste vulling als binnen het internationale service- en dealernetwerk. Het label “Bimota recommends Motul” markeert hiermee het begin van een nauwe samenwerking op én naast het circuit.

Test Bimota Tesi H2 Tera: eentje om (in) te kaderen

Deze samenwerking vormt een logische uitbreiding van Motul’s langdurige partnerschap met Kawasaki, dat sinds 2014 bestaat. Via dit nieuwe akkoord zal Motul niet alleen het Bimota WSBK-team ondersteunen met hoogwaardige smeermiddelen en technologie, maar ook bijdragen aan de ontwikkeling van Bimota’s productie- en servicemotoren wereldwijd.

Beide merken delen een passie voor prestaties, technische perfectie en innovatie. Motul levert een volledig assortiment premiumproducten en technische ondersteuning voor de veeleisende motoren van Bimota. Zo bundelen twee toonaangevende namen krachten om betrouwbaarheid, prestaties en rijplezier op de weg en het circuit naar een hoger niveau te tillen.

Meer power, minder gewicht | BMW F 900 GS: de intuïtieve allroad

0
BMW F 900 GS: de intuïtieve allroad

Je hoeft alleen maar naar de BMW F 900 GS te kijken om te weten hoe hij rijdt. En uiteraard maakt hij waar wat het design belooft. Ga maar na: slechts 219 kilo, gecombineerd met een smeuïge 105 pk tweecilinder lijnmotor… dat is een garantie voor veel rijplezier. Of je nu naar je werk rijdt of het ruige terrein verkent. Mooi meegenomen: wie nu kiest voor een F 900 GS uit voorraad, pakt meteen de New Ride Deal t.w.v. € 1.070,- mee.

Als je van avontuur houdt, dan accepteer je dat veel factoren onzeker zijn. De enige zekerheid die je wél hebt is de BMW F 900 GS. Hij biedt je op elke rit een unieke rijervaring, of de ondergrond nu zand, gravel, klinkers of asfalt is. De hele machine geeft vertrouwen, alsof hij voor jou is gemaakt. Alleen al door de ideale zitpositie, hoewel staan even makkelijk gaat dankzij de getande voetsteunen en -rempedaal. Maar evengoed door de intuïtieve bediening aan weerszijden van het stuur, samen met het perfect afleesbare TFT-scherm met Connectivity. En met de BMW Motorrad Connected app integreer je makkelijk de inhoud van je smartphone, inclusief de navigatie.

Door zijn lage gewicht – onder meer dankzij de kunststof tank met 14,5 liter inhoud – en het pittige motorblok is het met de F 900 GS wel heel comfortabel om je eigen comfortzone te verlaten. Luister naar het sportieve geluid uit de standaard Akrapovič-einddemper en je weet dat je goed bezig bent. De perfect gebalanceerde pk-gewichtsverhouding zorgt ervoor dat de F 900 GS beter stuurt, zich goed laat controleren en voorspelbaar laat corrigeren. Zo hoort het: vreugde in je hart, af en toe zand tussen je tanden en adrenaline in je bloed. Op deze motorfiets ben je helemaal in je element. Altijd en overal, op iedere ondergrond. Het is en blijft natuurlijk een GS van BMW Motorrad.

Lees hier alles over onze voorjaardeals.

New Ride Deal: uit voorraad met € 1.070,- voordeel
Kies je nu een F 900 GS uit voorraad, dan rijd je ‘m inclusief Dynamic-pakket, Keyless Ride, navigatie-voorbereiding, cruise control, RDC, diefstalalarmsysteem en eCall. Voor een bedrag van
€ 18.999,-. Jouw voordeel: € 1.070,-. Dit aanbod is geldig tot 31 mei 2026, dus wacht niet te lang en boek een proefrit.

MAKE LIFE A RIDE

BMW F 900 GS: de intuïtieve allroad

Slowakije treedt op tegen tanktoerisme: straks ook in Duitsland en België?

0

In Slowakije betalen bestuurders met een buitenlands kenteken voortaan meer voor hun brandstof dan Slowaken. Met deze 30 dagen durende maatregel probeert de regering het zogenaamde tanktoerisme tegen te gaan. Volgens het Algemeen Dagblad houdt Bratislava aan dit besluit vast, ondanks forse kritiek van de Europese Commissie.

Buitenlandse rijders betalen momenteel circa €1.826 per liter diesel, een prijs gebaseerd op de gemiddelde tarieven in buurlanden als Oostenrijk, Polen en Tsjechië. Inwoners van Slowakije betalen minder, en de regeling geldt voorlopig dertig dagen.

Motorrijders laten zich niet stoppen door hoge benzineprijzen

De brandstofprijs wordt gekoppeld aan het kenteken, wat binnen de Europese interne markt opmerkelijk is. Brussel benadrukt dat onderscheid op basis van nationaliteit in strijd is met het vrije verkeer van goederen. Ook geldt een limiet van ongeveer €400 per tankbeurt en een verbod op het vullen van jerrycans groter dan tien liter.

De Europese Commissie moet nu beslissen of zij Slowakije terechtwijst of kiest voor een pragmatische lijn in een periode waarin energiezekerheid zwaar weegt.

Gezien de ophef binnen de Europese Unie hoeven we ons voorlopig geen zorgen te maken dat België en Duitsland ook het tanktoerisme zullen aanpakken. Wat de toekomst brengt, blijft echter onzeker.

Techniek D3O: protectoren voor comfort en veiligheid

0
Het beschermingsniveau van een protector vertaalt zich doorgaans in meer of minder dikte.

Goede motorkleding is uitgerust met protectoren die de impact van een val absorberen. Het Engelse D3O heeft zich daarin gespecialiseerd en ontwikkelde producten die niet alleen veilig zijn, maar ook optimaal comfort bieden. Motor.NL ging op bezoek bij het ontwikkelingslaboratorium van D3O in het Engelse Croydon.

Mijn eerste motorjas was een ‘vetjas’, een jas van gewaxt katoen, met op de schouders en ellebogen een dubbele laag katoen. Dat gaf natuurlijk geen enkele bescherming als je onverhoopt van je motor mocht vallen. Wie bescherming zocht, reed in het leer. Daar zaten destijds al wel wat schuimstukken ingenaaid, die enigszins schokdempend werkten. Ook mijn allereerste Gore-Tex-pak, dat ik begin jaren negentig had, had dunne pads van luchtig, verend schuimrubber. Ze werden heel optimistisch ‘protectoren’ genoemd. Maar er kwamen ook steeds meer schouder-, knie- en rugstukken die werkelijk protectie boden. Daarvoor moest je doorgaans wel concessies doen aan het comfort: ze waren dik, stug en lieten geen lucht door, waardoor je aan de zweetplekken op je T-shirt kon zien waar ze hadden gezeten.

Materialen

Vroeger was padding vaak gemaakt van PU-schuim of polyesterschuim. Je weet wel, hetzelfde spul waarvan je matras is gemaakt. Het gaf weinig bescherming en praktisch geen protectie tegen indringing van voorwerpen. Dat heb ik zelf gemerkt toen ik met mijn knie een knipperlicht van een auto kapot heb gestoten. De scherf ging dwars door het schuimpje heen mijn knie in. Later kwamen er betere protectoren, soms met een harde buitenschaal en een schuimlaag daarachter. Vanwege de gebrekkige buigbaarheid waren die niet zo comfortabel. Tegenwoordig zijn protectoren van een veel steviger materiaal, meestal een soort rubberachtige polymeer als TVP, polyurethaan, memoryfoam, nitril of een andere elastomeer, maar weer zonder harde buitenschaal. Deze protectoren geven enigszins mee, maar toch voel je ze meestal goed zitten en dat is niet comfortabel. Daarvoor heeft het Britse D3O echter een oplossing.

Newton – of niet

Het Britse D3O timmert al enkele jaren aan de weg met motorkledingprotectoren die een bijzondere eigenschap hebben: ze zijn gemakkelijk te vervormen, maar zodra je valt worden ze opeens heel stevig. Dat komt omdat ze van een bijzondere gel zijn gemaakt, die bij langzame belasting gemakkelijk vervormt, maar die bij impact ineens hard wordt. Vergelijk het met de veiligheidsgordel in je auto: als je er langzaam aan trekt, kun je de gordel gemakkelijk langer maken, maar zodra je er een ruk aangeeft, blokkeert hij. Het materiaal dat D3O gebruikt, doet hetzelfde, maar dan natuurlijk op een chemische wijze. De moleculen kunnen langs elkaar glijden, maar als dat te snel gaat, dan haken ze in elkaar. Dat heet een niet-Newtoniaanse vloeistof. Een niet-Newtoniaanse vloeistof is een vloeistof waarvan de stroperigheid (viscositeit) verandert door kracht of druk, in plaats van constant te blijven, zoals bij water. De stof gedraagt zich onder hoge druk als vaste stof (hard) en in rust als een vloeistof. D3O slaagde erin een soort schuim te ontwikkelen dat dezelfde eigenschappen heeft. Ideaal voor protectoren, want deze bieden je enorm veel bewegingsvrijheid, terwijl ze bij een impact zo hard worden dat ze de kracht over een groot oppervlak kunnen verdelen.

Wintersport

Oorspronkelijk maakte D3O met deze vinding protectoren voor het Amerikaanse Olympische skiteam van 2006, meer specifiek de heren en dames die op de afdaling uitkwamen. ‘We kregen daar erg veel goede feedback op,’ aldus Sian Rees, Brand Partnerships Marketing Manager van D3O. ‘Vandaar dat we verder zijn gegaan met het ontwikkelen van protectoren voor de wintersport, zoals rug- en borstprotectoren en enkelprotectoren in snowboots. We maken ook dempingsmateriaal voor wintersporthelmen. Vandaaruit hebben we het assortiment uitgebreid naar de fietssport en vervolgens naar de motorcross en de endurosport. We werkten toen al samen met Troy Lee Designs. Er is sowieso een flinke overlap tussen de spullen die worden gebruikt in de mountainbike-scene en de motorische offroad-sporten.’

In de showroom van D3O staat een grote bak met oranje, niet-Newtonse gel. Je mag er op drukken en met een hamer op slaan, dan zie je wat het doet.

Motorwereld

De ontwikkelingen gingen vanaf toen snel. In 2009 mocht ik de introductie van de nieuwe Gore-Tex Lockout-rits bijwonen. De testpakken waarmee we reden, waren voorzien van aparte, oranje protectoren. De firma D3O was aanwezig om tekst en uitleg te geven. Een jaar later ontwikkelde het Amerikaanse KLIM haar eerste offroad/allroad adventurepak, van boven tot onder voorzien van D3O-protectoren. Daaronder ook de Viper-rugprotectoren van D3O. Die vielen op door de golvende lamellen, die met tussenruimtes van elkaar stonden, zodat ze ook een hoge mate aan ventilatie gaven. De andere protectoren waren nog wat dichter van vorm, ze waren gemaakt van een soort gemodificeerd PU-tweecomponentenmateriaal, dat in een mal werd gegoten tot het was uitgezet in zijn definitieve vorm. Inmiddels werken diverse premium motorkledingfabrikanten met D3O-protectoren, waaronder Rukka, Furygan, Belstaff en Richa. De oranje kleur is inmiddels ook gepatenteerd.

Wet Lab

Sinds 2010 heeft D3O niet stilgezeten. In een ontwikkelingslaboratorium in het Engelse Croydon wordt continu gewerkt aan betere materialen, betere constructies en daarmee aan betere protectoren. In het Wet Lab laat chemicus Dan Jostland zien wat er allemaal aan apparatuur is, hoe ze materialen ontwikkelen en mixen en hoe ze zelfs 3D-printers inzetten om nieuwe ontwerpen te maken. ‘Het is spelen met samenstellingen om te kijken of je betere prestaties krijgt,’ aldus Dan. ‘Voor de nieuwe Diablo-protectoren hebben we dertig verschillende formules uitgeprobeerd. Je moet niet alleen de mechanische eigenschappen goed krijgen, maar ook het juiste temperatuurvenster hebben waarin de protector goed functioneert. En als je denkt dat je een goed product hebt gemaakt, moet het nog getest. Dat kan alleen als je ook een prototype hebt gefabriceerd.’

Techniek actieve ruisonderdrukking: stilte door geluid

Mallen

Het produceren van een prototype gebeurt ook in Croydon. Er worden mallen gevreesd uit aluminium of kunststof of ze worden ge-3D-print. Dat is allemaal afhankelijk van hoe de protector uiteindelijk zal worden geproduceerd. Daarvoor heeft D3O twee productiemethoden. De eerste is een spuitgietmachine. Daarin wordt een kunststofgranulaat gesmolten en in een mal gespoten. Na het afkoelen kunnen de twee helften van de mal uit elkaar worden geschoven en kan de protector worden uitgenomen. De tweede methode is om een tweecomponentenmateriaal op PU-basis te mengen, in een mal te gieten en deze te laten expanderen en te laten uitharden. ‘Het duurt op deze manier acht minuten om een schuimprotector te maken, terwijl een spuitgietprotector dertig seconden vergt. De spuitgietprotector kan dunner worden gemaakt en is minder stijf. Dat zie je onder andere in onze nieuwe “Diablo”-protectoren. Die zijn dunner, soepeler, hebben een betere temperatuurstabiliteit en ze halen toch alle testen,’ aldus Sian.

Testen

Uiteraard is het testen van de nieuwe materialen en producten een belangrijke fase in de ontwikkeling ervan. In het testlaboratorium staan valtorens om impact te meten en buig/trackmachines om stijfheid en buigzaamheid te meten. Dat gebeurt allemaal bij verschillende temperaturen. Er is een klimaatkast waarin de protectoren verwarmd of gekoeld kunnen worden tot minimaal -10 °C. Wanneer de protectoren de juiste temperatuur hebben, gaan ze bijvoorbeeld in de valtoren voor een impacttest. Daarbij ligt het materiaal op een aambeeld en valt er van 110 cm hoogte een gewicht van 50 kg op de protector. In het aambeeld onder de protector zit een meetcel. Die meet of de waarde onder de 50 J blijft. Een dergelijke test wordt ook uitgevoerd nadat de protector met stoom is verwarmd tot 70 °C. Pas wanneer protectoren ruimschoots aan alle testvoorwaarden voldoen, worden ze naar een keuringsinstantie gestuurd voor een testcertificaat.

Nieuwe producten

D3O ontwikkelt niet alleen nieuwe materialen, ook het aantal toepassingen breidt zich gestaag uit. ‘Inmiddels maken we ook protectoren voor militaire kleding en dempingsmateriaal voor militaire helmen, onder de naam “Delta Three Oscar”. Er is nu een hele lijn schokdempende telefoon- en tabletcovers,’ aldus Sian. Daarnaast zijn er onlangs ook nog nieuwe producten voor de motorbranche geïntroduceerd, zoals een raceborstprotector met harde buitenschaal. Die is belangrijk omdat coureurs nog wel eens een handvat tegen hun borst krijgen bij een valpartij. Ook heeft D3O inlegzolen met vibratiedempende inserts ontwikkeld, voor meer comfort en minder vermoeidheid. Datzelfde doel hebben de nieuwe handvatten voor motorcrossmotoren, ze hebben goede trillingsdempende eigenschappen en bieden betere grip dan standaard rubberen handgrepen.

Diablo

Ook op het gebied van protectoren is er nieuws te melden in de vorm van de nieuwe Diablo-lijn, met nieuwe rugprotectoren, knie-, schouder- en elleboogprotectoren en een tweedelige borstprotector. Deze Diablo-protectoren zijn nog dunner en nog flexibeler dan voorheen en ze bieden nog meer ventilatie. Dat past allemaal binnen de ‘fit and forget’-filosofie van het merk. Daarmee kun je als motorrijder ook je voordeel doen als je het comfort van je huidige motorpak naar een hoger niveau wilt brengen. Je kunt de standaardprotectoren vervangen door dunnere en meer flexibele protectoren die ook een beter ademend vermogen bieden. Je kunt op die manier ook Level 1-protectoren vervangen door Level 2-D3O-protectoren, aangezien Diablo Level 2-protectoren zeker niet dikker zijn dan Level 1-protectoren van andere merken. Je kunt met nieuwe protectoren overigens ook de levensduur van je motorpak verlengen. In sommige motorpakken vind je namelijk protectoren die in de loop der tijd vergaan. Ze harden uit of verkruimelen. Dan bieden ze uiteraard geen veiligheid meer. Door je protectoren te vervangen, kan je pak weer even mee. Dat is natuurlijk het moment om te gaan voor optimaal comfort, vinden ze bij D3O. En geef ze eens ongelijk…

Wetgeving
Vroeger werd de term ‘protector’ nogal losjes toegepast. Dat veranderde toen er wettelijke normen voor protectoren kwamen. Dat begon in 1997 met de EN1621-1-norm voor knie-, schouder- en elleboogprotectoren. Deze norm werd in 2012 aangescherpt. Voor rugprotectoren gold de EN1621-2-norm sinds 2003, in 2014 werd ook deze norm aangescherpt. Deze normen onderscheiden twee veiligheidsniveaus: Level 1 en Level 2. Level 1 betekent dat de maximale kracht die door de protector heen komt gemiddeld onder de 18 kN moet liggen en dat er geen piek van meer dan 24 kN doorheen mag komen. Voor Level 2 zijn die waarden 9 kN en 12 kN. Level 2 geeft dus een betere bescherming, maar aangezien er geen voordeel zonder nadeel is, betekent dat doorgaans dat Level 2-protectoren dikker en dus ook stugger zijn. Dat kan afbreuk doen aan het comfort en de pasvorm van een jas. Het verdient dus aanbeveling om bij de aanschaf van een jas rekening te houden met het niveau van de protectoren dat erin zit en dat je wilt gaan dragen. Zit er Level 1 in en wil je per se met Level 2 rijden, dan moet je genoeg ruimte op de ellebogen, knieën, heupen, schouders en de taille over hebben om een niveau hoger te gaan. Maar kiezen voor een betere kwaliteit protectoren, zoals die van D3O, is ook een optie. Want met de laatste generatie D3O-protectoren kun je met dezelfde dikte een hoger protectieniveau bereiken.

Is een motor die geveild wordt en 200.000 euro oplevert ook te verzekeren?

0

In deze rubriek beantwoorden we vragen over motorverzekeringen. Deze keer het antwoord op de vraag:

Op 26 april 2026 presenteert Bonhams tijdens de Spring Stafford Sale, als onderdeel van de International Classic MotorCycle Show, een bijzonder exemplaar van de 1977 Suzuki RG500 XR14. Dit is de machine waarmee de legendarische Barry Sheene zijn tweede en laatste 500cc wereldtitel veiligstelde. Is een motor als deze ook te verzekeren?

Motor.NL-verzekeringsexpert Thymen Hakkoer: ‘De geschatte waarde van de motor ligt tussen de €190.000 en €237.000. Dit bedrag zou als verzekerde waarde op de polis moeten worden opgenomen, waardoor veel reguliere verzekeraars afvallen.

Op het moment dat de nieuwe eigenaar besluit om het voertuig ongekentekend te laten, zou ik de mogelijkheden onderzoeken om een dergelijke motor onder een kunstverzekering af te sluiten.’


Hoe goed ben jij verzekerd? Doe hier je polischeck

Voordelig een door jou zelf samengestelde motorverzekering afsluiten. Dat kan! Bij de Motor.NL Verzekering bepaal jij welke risico’s je wel of niet wilt verzekeren. En dit kun je helemaal zelf online regelen via www.motornl-verzekering.nl/premie-berekenen/. Wacht niet langer en bekijk wat Motor.NL Verzekering voor jou kan betekenen!

Bereken hier je premie


Voor meer informatie zijn wij van maandag tot en met vrijdag van 09.00 tot 17.00 te bereiken via 0172-427298. Je kunt natuurlijk ook altijd een mailtje sturen naar info@motornl-verzekering.nl.