donderdag 23 april 2026
Home Blog Pagina 90

Motorrijders gewaarschuwd: digitale tol op A24 levert al duizenden boetes op

0

Ongeveer twintig procent van de weggebruikers die de Blankenburgverbinding (A24) naar de Rotterdamse haven gebruiken, betaalt de tol niet op tijd. Dit meldt de NOS. Er zijn geen slagbomen; de betaling gaat volledig digitaal en moet online vooraf of binnen 72 uur na de rit geregeld zijn.

De e-tolweg opende begin december vorig jaar. Motoren en personenauto’s betalen 1,51 euro per rit, vrachtwagens 9,13 euro. Tot september 2025 zijn er in totaal 9 miljoen ritten geregistreerd, waarvan 1,9 miljoen nog niet betaald zijn.

Boeteregen door mobiele flitspalen: al 500.000 weggebruikers op de bon geslingerd

Wie te laat betaalt, krijgt voorlopig een gratis herinnering. Volgens RDW-directeur Tolheffing Jan Strijk is het systeem even wennen, maar zorgt het ervoor dat het verkeer niet hoeft te stoppen bij poortjes. Toch begrijpt niet iedereen dat de herinnering betekent dat er alsnog betaald moet worden. Blijft betaling uit, dan volgt er een boete van 35 euro. Sinds de opening hebben ongeveer 200.000 weggebruikers zo’n boete ontvangen, goed voor meer dan 7 miljoen euro aan inkomsten.

Vanaf 7 december, een jaar na de opening, verdwijnt de gratis herinnering. Zo valt hier te lezen. Wie niet binnen 72 uur betaalt, krijgt dan een betaalherinnering van 9 euro. Daarna blijft de boete van 35 euro gelden bij verdere nalatigheid.

Strijk zegt dat er voldoende waarschuwingsborden rond de tunnel staan. “Het systeem zorgt ervoor dat het verkeer door blijft stromen, ook al let niet iedereen op de borden,” zegt hij. De RDW plaatst in december extra matrixborden en stuurt brieven naar mensen die vaker een herinnering of boete hebben ontvangen.

Weggebruikers kunnen ook kiezen voor automatische betaling, waarvoor gratis registratie mogelijk is. Inmiddels heeft ongeveer twee derde van de A24-gebruikers deze optie ingesteld.

2026 Kawasaki Z1100 test in de Belgische Ardennen

0

Het moet niet altijd een zonovergoten zuidelijke vakantiebestemming zijn, moeten ze bij Kawasaki hebben gedacht. Voor de herfstige persintroductie van de 2026 Kawasaki Z1100 werd een select gezelschap motorjournalisten immers uitgenodigd naar… Dinant!

Reportage BMW Motorrad M Racing Experience: WSBK-coureur voor 1 dag

0
BMW Motorrad M Racing Experience

BMW Motorrad heeft een zeer exclusief circuitevenement georganiseerd waarvoor wereldwijd slechts twintig rijders zijn uitgenodigd. Laat één van die uitnodigingen nu net op onze redactie zijn beland. Op het programma staan niet alleen de drie M-modellen, maar ook de Alpha Racing M 1000 RR in Superstock- én Superbike-uitvoering, de World Endurance Superbike uit het FIM EWC-kampioenschap en de enige echte superbike van het officiële BMW ROKiT fabrieksteam dat uitkomt in het WorldSBK. En toen brak er een gevecht uit op de redactie…

Het zal je gisteren vast niet ontgaan zijn, Toprak is Wereldkampioen Superbike geworden. Zonder slag of stoot ging dat niet en dat kun je ook zeggen van de test die wij eerder hadden met de motor van de wereldkampioen Superbike. Vanwege het BMW-feest van gisteren plaatsen wij deze test nog een keertje online, gewoon omdat het kan. En omdat het zo verschrikkelijk gaaf was om te rijden met zo’n kanon op wielen.

Op zondagochtend vertrek ik in alle vroegte met het selecte gezelschap richting het Cremona-circuit, waar de Italiaanse ronde van het WorldSBK wordt gereden en waar we te gast zijn bij het ROKiT BMW-team. Met een uitgebreide rondleiding door de pitbox en veel tekst en uitleg over de motoren krijgen we de nodige toegangspasjes zodat we op de grid kunnen voor de start van de superpole race en zo bij Toprak Razgatlıoğlu en Michael van der Mark kunnen kijken. Na de spectaculaire races volgt een meet & greet met het team, gevolgd door een presentatie van de motoren die morgen voor ons klaarstaan en dan is het terug richting hotel voor een grotendeels slapeloze nacht. Lichtjes nerveus om op deze motoren te mogen rijden, maar vooral gespannen omdat de weersvoorspellingen weinig goeds beloven. Elke dag is de kans op regen en onweer toegenomen, en omgekeerd evenredig is mijn humeur gedaald. Als ik ’s ochtends naar buiten kijk, is er wel wat bewolking, maar ook een zonnetje. Alles ligt voorlopig kurkdroog en de verwachting is regen na de middag.

100 Jaar TT: Henk van Kessel wereldkampioen zonder zege in Assen

Opwarmen op de M 1000 RR

Om 09:00 uur vertrek ik voor de eerste circuitsessie en dat doe ik meteen op de M 1000 RR die voor deze gelegenheid op Pirelli-slicks staat. In de derde ronde komt Toprak voorbij – die samen met Van der Mark de hele dag met ons meerijdt – en kletst met zijn linkerhand op zijn billen, als teken om hem te volgen. Hij rijdt twee rondjes voor me om de rijlijnen en instuurpunten duidelijk te maken, wat al snel aan een behoorlijk tempo gaat. Toprak heeft echter nog wat marge, want na die twee rondjes zwaait hij vrolijk en verdwijnt bloedsnel uit mijn beeld op dit relatief kleine circuit. De opwarmsessie zit erop. Nu kan het echte werk beginnen!

Rijden op Topraks échte WSBK-motor

Vier racemotoren staan klaar. Een speciale briefing over elk van de superbikes volgt; welke knopjes je wel moet indrukken en vooral welke niet, het raceschakelpatroon, gebruik van de duimrem… De motor waarop ik mag starten, is Topraks #1 WSBK-superbike. Verdorie, ik had gehoopt een beetje in stappen omhoog te gaan door eerst de Alpha Superstock te rijden, dan de Alpha Superbike, de EWC-machine en dan pas de WSBK-motor. Zo kon ik nog wat extra baankennis vergaren. In Topraks pitbox staat zijn team wat nerveus te kijken en ik krijg nog wat extra uitleg. Het wordt me uitvoerig duidelijk gemaakt dat buiten Toprak en vaste testrijder Markus Reiterberger nog niemand anders op deze 2025 WSBK Superbike heeft mogen rijden. Ze verzoeken me dan ook uitdrukkelijk om het rustig aan te doen. De BMW wordt tot leven gebracht, warmgedraaid en intussen sta ik te zweten met mijn helm op. Reiterberger gaat eerst de nieuwe slicks een rondje inscrubben voor me en zodra hij de pitlane in komt, mag ik de motor van hem overnemen en eraan beginnen. Toprak komt me nog even een schouderklopje geven en roept: ‘You’re a lucky guy, enjoy! If you’re under 1.30 we will sign you immediately.’

Extreme motorrem

Wat als eerste opvalt, is de lage zitpositie die Toprak heeft. Je zit als het ware in de motor en de kniehoek is behoorlijk pittig. Met mijn 1m82 heb ik ongeveer dezelfde lengte, dus verder zit alles prima binnen handbereik. De lichte nervositeit ben ik op het einde van de pitstraat al kwijt. De eerste bochten voelt de motor als op rails. Hij stuurt ongelooflijk stabiel en heeft een zeer directe, maar goed doseerbare gasrespons. Dan volgt de eerste acceleratiezone, waarbij de viercilinder van onderuit soepel en zeer lineair oppakt. Schakelen naar de derde en bijna tegen de begrenzer bij het 150-meterbord vol in de ankers en weer terug naar de tweede; de vertraging is gigantisch. Niet alleen door de remmen, maar zeker ook door de motorrem. Ik heb nog nooit een machine gereden met zoveel motorrem. In de 180 graden linkerbocht ligt mijn elleboog al tegen het asfalt. Dat gaat lekker zo! Onder hellingshoek ga ik al vroeg op het gas en hoor en voel de tractiecontrole snel ingrijpen. Het team heeft die preventief behoorlijk opgeschroefd, dat maakt het rijden alleen nog maar makkelijker. In een volgende bocht kies ik hetzelfde instuurpunt als eerder met de M 1000 RR, maar stuur daarmee duidelijk te krap in. Deze superbike stuurt zoveel directer, korter en met meer gevoel. Dan kan voor het eerst het gas echt open en knal ik het rechte stuk op. Bij een goede tweehonderd meter voor de bocht ga ik vol in de rem. Alsof je een anker uitgooit, waarbij de voorkant amper lijkt te duiken of in te veren.

Onverwacht makkelijk te rijden

Dit is veruit de beste motorfiets die ik ooit heb gereden. Niet alleen het vermogen – strikt geheim, maar vermoedelijk +250 pk – is indrukwekkend, maar vooral de souplesse van het middengebied. Dat in combinatie met het formidabele rijwielgedeelte maakt deze motor zo makkelijk en superstrak te rijden, wat ik allerminst verwacht had. Schakelen met de quickshifter verloopt supersnel en strak, en alleen tegen een muur rijden zorgt voor een snellere en abruptere vertraging dan de remmen op deze BMW. Om nog maar te zwijgen van het geluid. Fenomenaal luid en rauw, ploffen en knallen, je zou er bijna bang van worden. Drie rondjes lang voel ik me de Toprak van de Lage Landen. Ik stuur de pitlane in en overhandig de motor tot zichtbare opluchting weer aan de crew. Er is geen tijd voor een snelle debriefing, want een pitbox verder staat de EWC-motor al voor me klaar.

Alpha Racing is gespecialiseerd in het bouwen van BMW-racemotoren en ze hebben speciaal voor dit evenement deze superbike gebouwd, met een prijskaartje van maar liefst 149.000 euro. Hij wordt gebruikt in diverse nationale kampioenschappen, Moto America, BSB, Isle of Man, Macau GP… Het is de bruutste en luidste motor van het gezelschap en dé verrassing van vandaag. Onverwacht is het de sterkst aanvoelende superbike. Zelfs krachtiger dan Topraks BMW, die ze wellicht uit voorzorg wat hebben geknepen. De Alpha Racing loopt zo hard en stuurt zo direct en met zoveel gevoel, dat dit eigenlijk is wat ik van de WSBK-motor had verwacht. De luide klappen en ploffen uit de uitlaat zijn van MotoGP-niveau. Het is zeker geen motor om een trackday mee te doen, want je wordt de paddock al uitgezwierd als je nog maar staat warm te draaien. De beste componenten zitten op deze superbike, zoals een met de hand gemaakte en ongelakte aluminium tank – want lak is extra gewicht – vol carbon kuipwerk, een eigen subframe en handgemaakte achterbrug zoals ook op Topraks BMW…

Icoon Max Biaggi: de Romeinse keizer die nooit koning werd

Alles uit de kast

Na twaalf rondjes op vier verschillende superbikes te mogen rijden, blijkt tot mijn verrassing dat de WSBK-motor het makkelijkst te rijden is, gevolgd door de Alpha Racing Superbike, de EWC Superbike en dan de Alpha Racing Superstock. Het spreekt voor zich dat alleen coureurs van het kaliber Toprak en Michael in staat zijn om het uiterste uit deze motoren te halen. BMW heeft op haar beurt alles uit de kast gehaald om ons WSBK-coureur voor één dag te laten voelen. De brede lach zal nog wel een tijdje blijven. En dat was BMW’s enige doel van vandaag.

Tekst: Ron Huijs
Foto’s: BMW Motorrad


Meer hardcore op de EWC

De zitpositie op de EWC-machine is een stuk hoger en de motor voelt veel meer hardcore aan dan de WSBK-BMW. Ook hier pakt het blok fantastisch en mooi lineair op, waarbij ik geen merkbaar verschil met de M 1000 RR heb gevoeld. Superstrak sturen, kneiterhard remmen, een heerlijke sound en tegen mijn verwachting in een makkelijk te rijden motor die duidelijk stijver en stugger is dan de WSBK-motor. De rondjes vliegen bijna letterlijk snel voorbij en eenmaal terug in de pitlane kan ik meteen vertrekken met de Alpha Racing Superbike.


Lullig fietsje

Ook nu zijn de drie rondjes voorbij voordat ik het goed en wel besef en rest me enkel nog de Alpha Racing Superstock-motor. Met een prijskaartje van 45.900 euro enigszins beter bereikbaar en allesbehalve een lullig fietsje, want deze superstock wordt frequent in het Italiaanse, Spaanse en Duitse IDM-kampioenschap gebruikt. De motor vraagt wat meer overtuiging qua sturen en voelt nerveuzer. Hij reageert ook directer op een verandering van je lichaamspositie, wat met afstelling van het rijwielgedeelte kan worden verbeterd.

De nieuwe dienstmotor van de politie? BMW R 1300 RT-p in landelijke testfase

0
BMW R 1300 RT-p

De politie is gestart met het testen van de nieuwe BMW R 1300 RT-p, een motor die speciaal is ontwikkeld voor inzet bij incidenten en surveillances. In een landelijke proefperiode van ongeveer twee maanden worden twaalf motoren verspreid over Nederland gebruikt om ervaring op te doen met dit nieuwe model.

Ontwikkeling van de R 1300 RT-p

De motor is door HSC in Nieuw-Vennep aangepast op basis van de fabrieksversie van de R 1300 RT, zodat deze voldoet aan de Nederlandse eisen en Europese aanbestedingsregels. Deze ontwikkeling volgt op de aanbesteding uit 2024, die door BMW Group Nederland werd gewonnen. Daarmee wordt de langdurige samenwerking tussen BMW Nederland, de BMW Motorrad-dealerorganisatie, HSC en de politie voortgezet.

Neppe politiemotor uit het verkeer gehaald in Eindhoven

De R 1300 RT-p is uitgerust met een 1.300 cc boxermotor van 107 kW (145 pk) bij 7.750 toeren per minuut en een koppel van 149 Nm bij 6.000 toeren per minuut. Het ontwerp biedt uitgebreide bescherming tegen wind en weersinvloeden en beschikt over verstelbare kuipdelen. Dit zorgt voor comfort en goed zicht, zowel in druk stadsverkeer als op hogere snelheden. Dankzij deze eigenschappen is de motor goed geschikt voor de dagelijkse politietaken, waarbij veiligheid en comfort centraal staan.

BMW R 1300 RT-p.

Samenwerking en testfase

De gezamenlijke inzet van BMW Motorrad, HSC Nieuw-Vennep en de Nederlandse dealers is cruciaal voor een betrouwbare uitvoering van de politiewerkzaamheden. Gedurende de testperiode staan deze partijen klaar om ondersteuning te bieden en de prestaties van de motor in uiteenlopende omstandigheden te evalueren.

Volgens Tom Crooijmans, hoofd van BMW Motorrad Nederland, levert de testfase belangrijke inzichten op voor de uiteindelijke Nederlandse uitvoering van het model. De resultaten worden gebruikt om eventuele verbeteringen door te voeren voordat de definitieve versie wordt vastgesteld. Dit proces past binnen de Europese aanbestedingsregels en draagt bij aan de ontwikkeling van moderne, betrouwbare motorfietsen voor politiewerk.

Ducati pakt zijn eenentwintigste constructeurstitel in WorldSBK

0

Tijdens het seizoensslot op het circuit van Jerez heeft Ducati opnieuw zijn stempel gedrukt op het Superbike World Championship. De Panigale V4 R zorgde voor de vierde opeenvolgende titel, waarmee het merk zijn dominantie nog eens keihard onderstreept.

Het is een mijlpaal in een reeks die Ducati’s status als absolute heerser in de WorldSBK-geschiedenis bevestigt. Sinds het eerste kampioenschap in 1988 heeft Ducati al 449 overwinningen gepakt en meer dan de helft van alle kampioenschappen binnengesleept. 21 van de 38 constructeurstitels staan nu stevig in de prijzenkast in Borgo Panigale.

WorldSBK Spanje 2025: Razgatlıoğlu wereldkampioen na bewogen slotdag

De erfenis begon in 1991 met de Ducati 888, goed voor drie aansluitende kampioenschappen. Daarna zette de legendarische 916 de toon met nog eens drie opeenvolgende titels. Wat volgde was een periode van onverslaanbare macht: van 1998 tot 2004 domineerden de 916, 996, 998 en 999 de grids. Daarop bouwden de 999, 1098 en 1198 voort met zeges in 2006, 2008, 2009 en 2011. Een onverwoestbare lijn van succes — en de Panigale V4 R tilt die nalatenschap vandaag naar een nieuw niveau.

Sinds zijn debuut in 2019 heeft de V4 R 108 overwinningen op zijn naam geschreven, waarmee hij direct achter de mythische 916 en zijn opvolgers staat. Die triomfen komen niet uit de lucht vallen: toppers als Álvaro Bautista, Scott Redding, Chaz Davies, Michael Ruben Rinaldi, Nicolò Bulega, Danilo Petrucci, Nicholas Spinelli en Andrea Iannone droegen daar allemaal aan bij.

In 2025 leverden vier coureurs een bijdrage aan de nieuwe titel. De ster van het seizoen was Nicolò Bulega – tweede in het kampioenschap – met veertien klinkende zeges, waaronder drie triple wins in Australië, Cremona en Jerez. Sam Lowes, Álvaro Bautista en Danilo Petrucci zorgden voor de rest van de punten, waarmee Ducati opnieuw ongenaakbaar bleek.

Alsof dat nog niet genoeg was, won het Aruba.it Racing – Ducati-team in Estoril ook zijn vierde opeenvolgende teamtitel. Ducati blijft dus simpelweg de maatstaf – compromisloos, meedogenloos, legendarisch.

WorldSSP & WorldSSP300 Spanje 2025: einde van een Nederlandse succesklasse

0
De start van de laatste World Supersport 300-race. Jeffrey Buis (6) en Loris Veneman (71) gaven de afgelopen jaren vanuit Nederlands oogpunt kleur aan deze klasse.

Beñat Fernandez gaat de boeken in als de laatste racewinnaar én wereldkampioen in de Supersport 300-klasse. Een raceklasse die Nederland veel succes en talloze zeges heeft opgeleverd. Jeffrey Buis is de succesvolste coureur ooit in deze klasse, met twee wereldtitels en zeventien overwinningen. Maar de Nederlanders zullen de World Supersport 300 ook altijd herinneren als de klasse waarin Victor Steeman het leven liet.

WorldSBK Spanje 2025: Razgatlıoğlu wereldkampioen na bewogen slotdag

In Jerez werden de laatste twee races in de World Supersport 300 verreden. Vanaf volgend jaar gaat de klasse over in de nieuwe World Sportbike-categorie, met krachtigere en wendbaardere motoren. De World Supersport 300 maakte in 2017 zijn debuut en was vanaf het eerste moment succesvol voor Nederland. De allereerste WK-race in deze categorie werd gewonnen door Scott Deroue in Aragón, een overwinning die hij een race later in Assen herhaalde. Op het TT Circuit Assen werd het zelfs een 1-2 voor Nederland, want Glenn van Straalen eindigde met een wildcard als tweede. Die resultaten bleken geen toeval. Tot en met 2024 eindigde er ieder jaar een Nederlander in de top drie van het eindklassement. In de eerste jaren was Deroue de beste Nederlander. Hij werd tweemaal derde en eenmaal tweede in dienst van MTM Kawasaki. In het coronajaar 2020 werd Deroue opnieuw tweede – ditmaal geklopt door zijn 18-jarige teamgenoot Jeffrey Buis, die een jaar eerder zijn WK-debuut had gemaakt. Op de laatste racedag streden twee Nederlanders om de titel; ongekend. Buis eindigde een jaar later als derde, waarna hij de overstap maakte naar de World Supersport. Hij zou na één seizoen terugkeren. Zijn plek bij MTM Kawasaki werd ingenomen door Victor Steeman. Die kende een geweldig seizoen, maar het eindigde in een tragedie. Op de slotdag had Steeman nog een kleine kans op de wereldtitel, maar hij kwam in de eerste race van Portimão ten val en werd geraakt aan zijn hoofd door een andere rijder. Steeman overleed op 22-jarige leeftijd aan zijn verwondingen. Buis keerde in 2023 terug bij MTM Kawasaki en werd opnieuw wereldkampioen. De coureur uit Steenwijkerwold stapte daarna over naar KTM Freudenberg en eindigde het jaar daarop als vijfde. Daarmee was hij niet de beste Nederlander, want Loris Veneman werd vicewereldkampioen bij MTM Kawasaki. Tijdens het laatste seizoen in 2025 eindigde er voor het eerst géén Nederlander in de top drie van het kampioenschap. Buis begon nog als titelfavoriet met vier zeges in de eerste zes races, maar zakte vervolgens terug naar de vijfde plaats in de eindstand. Veneman stapte pas na de zomerstop in. Hij won nog wel een race, maar speelde logischerwijs geen rol meer in de strijd om de wereldtitel.

World Supersport-kampioen Stefano Manzi (62) won de eerste race in Jerez door Jeremy Alcoba (52) in de laatste bocht te verslaan.

WorldSSP300 in een notendop

De World Supersport 300-klasse kreeg door de jaren heen ook regelmatig kritiek. Het motortype zorgde ervoor dat er vrijwel altijd grote groepen dicht bij elkaar reden, wat leidde tot zeer agressieve duels tussen jonge – veelal onervaren – coureurs. Dit veroorzaakte regelmatig gevaarlijke situaties en zware crashes. Bovendien werd de uitslag van een race na afloop vaak nog gewijzigd, doordat rijders bijvoorbeeld de baanlimieten overschreden of te agressief inhaalden in de slotronde. Toch waren de races bijna altijd spannend van start tot finish. Verschillen van slechts enkele duizendsten op de finish waren eerder regel dan uitzondering. Alle karakteristieken van de klasse kwamen samen in de slotronde van Jerez.

Voorafgaand aan de laatste race stonden de top drie in het wereldkampioenschap slechts drie punten uit elkaar. Het werd Beñat Fernandez die, met een fabelachtige uitremactie in de laatste bocht waarbij hij meerdere rijders passeerde, zowel de racezege als de wereldtitel pakte. Het werd ook de eerste rijderstitel voor het Chinese merk Kove. Fernandez begon als favoriet, maar scoorde in de eerste race in Jerez slechts één punt, nadat hij in de slotronde door Veneman buiten de baan werd geduwd. Ook Veneman belandde in de grindbak en kreeg later een tijdstraf, waardoor hij geen punten scoorde. Naast de spanning waren er ook weer volop incidenten. De eerste race moest worden stilgelegd nadat een rijder na een crash op de baan bleef liggen en werd aangereden door een andere coureur. Wonder boven wonder liep dit relatief goed af. Ook de uitslag van de tweede race werd meerdere keren aangepast. Buis kwam als vierde over de streep en Veneman als zevende. Door verschillende penalties werd Veneman gepromoveerd naar de derde plaats en mocht hij mee naar het podium. Later werd hij echter weer teruggezet naar de vijfde plek, nadat een aantal straffen toch minder zwaar uitvielen. Buis bleef vierde, nadat hij in de eerste race zesde was geworden.

Jeffrey Buis werd wereldkampioen in 2020 en 2023, en is daarmee een van de meest succesvolle rijders ooit in deze klasse.

Buis meest succesvolle 300-coureur

Met zijn twee wereldtitels en zeventien zeges is Jeffrey Buis veruit de succesvolste coureur ooit in de World Supersport 300. Dankzij overwinningen van Deroue, Buis, Steeman, Veneman en Koen Meuffels klonk van 2017 tot en met 2025 maar liefst 34 keer het Wilhelmus na een World Supersport 300-race. Opvallend is dat al deze Nederlandse overwinningen zijn behaald bij slechts twee teams: het Belgische MTM Kawasaki en het Duitse KTM Freudenberg. Hopelijk wordt deze oranje trend voortgezet in de nieuwe World Sportbike-klasse.

In de World Supersport was de wereldtitel voorafgaand aan de slotronde al beslist. Stefano Manzi reed daarom zijn laatste races voor Pata Yamaha Ten Kate Racing met een gouden nummer 62, voordat hij de overstap maakt naar de World Superbike. De Italiaan won de eerste race op het Circuito de Jerez Ángel Nieto door in de laatste bocht Jeremy Alcoba te kloppen – zijn elfde overwinning van het seizoen. In de tweede race was Jaume Masia de sterkste, waarbij Manzi op de finish werd verslagen door Tom Booth-Amos voor de tweede plaats. Het was hét World Supersport-jaar van Manzi en van het Nederlandse Ten Kate Racing. Ook het seizoen waarin drie Nederlanders – Bo Bendsneyder, Glenn van Straalen en Loris Veneman – begonnen aan hun campagne in de World Supersport, maar geen van hen het seizoen in deze klasse afmaakte.

Foto’s: WorldSBK

Eindstand Wereldkampioenschappen

Eindstand World Supersport

Plaats Coureur Land Team Punten
1 Stefano Manzi I Yamaha 466
2 Can Öncü TR Yamaha 372
3 Jaume Masia E Ducati 265
4 Tom Booth-Amos GB Triumph 262
5 Valentin Debise FR Ducati 200

Eindstand World Supersport 300

Plaats Coureur Land Team Punten
1 Beñat Fernandez E Kove 231
2 Carter Thompson AU Kawasaki 213
3 David Salvador E Kawasaki 203
4 Matteo Vannucci I Yamaha 191
5 Jeffrey Buis NL KTM 168
De 17-jarige Beñat Fernandez is de laatste wereldkampioen in de Supersport 300.

WorldSBK Spanje 2025: Razgatlıoğlu wereldkampioen na bewogen slotdag

0
Toprak Razgatlıoğlu kroonde zich voor de derde keer tot wereldkampioen Superbike.

De WorldSBK-seizoensfinale in Jerez stond in het teken van de wereldtitel én het afscheid van drie iconen. Toprak Razgatlıoğlu kroonde zich – ondanks een aanrijding door Nicolò Bulega in de Superpole Race – tot wereldkampioen. Jonathan Rea sloot zijn carrière geblesseerd af, terwijl Michael van der Mark aan de slag gaat in een andere rol bij BMW.

Ronald ten Kate over Jonathan Rea’s periode bij Ten Kate Racing: ‘Zijn grens lag veel verder dan wat de motor aankon’

Met 39 punten voorsprong op zijn enige overgebleven concurrent Nicolò Bulega leek het een formaliteit voor Toprak Razgatlıoğlu om tijdens de seizoensfinale in Jerez de wereldtitel veilig te stellen. Zoals het in de (motor)sport wel vaker gaat, liep het toch anders. In de eerste race waren beide kampioenskandidaten – zoals zo vaak dit jaar – veel sterker dan de rest van het veld. Bulega won voor Razgatlıoğlu. De duels tussen het duo waren het hele jaar door fair, maar in de Superpole Race kreeg dat een verrassende wending. In de openingsronde dook Bulega binnendoor bij Razgatlıoğlu, op een plek waar nauwelijks tot geen ruimte was. De Italiaan raakte de Turk, die vervolgens ten val kwam. Bulega kreeg als straf slechts een long-lap penalty en won alsnog overtuigend, terwijl zijn concurrent puntloos bleef. Het verschil was daarmee geslonken tot 22 punten voor de laatste race, waarin Razgatlıoğlu ook nog eens vanaf de vierde startrij moest vertrekken. De BMW-coureur baande zich uiterst voorzichtig een weg naar voren en wist als derde te finishen. Bulega won voor de derde keer dat weekend. Het was niet genoeg voor de rijderstitel, maar wel om de constructeurstitel voor Ducati veilig te stellen. Razgatlıoğlu pakte zijn tweede Superbike-wereldtitel op rij, en zijn derde in totaal. Daarmee nam hij op een schitterende manier afscheid voor zijn vertrek naar Pramac Yamaha in de MotoGP. Zesvoudig wereldkampioen Jonathan Rea kreeg niet het afscheid dat hij verdiende. De Noord-Ier kwam vroeg in Race 1 én in de Superpole Race ten val. Rea blesseerde bij de laatste crash zijn knie en werd niet fit genoeg bevonden om aan de laatste race deel te nemen.

Michael bedankt!

Van der Mark sloot zijn laatste raceweekend als permanent World Superbike-rijder af met een tiende, negende en dertiende plaats. Vanuit Nederlands oogpunt gaf hij elf jaar kleur aan deze klasse. Altijd zorgde Michael voor spektakel op de baan met zijn aanvallende en spectaculaire rijstijl. Hij won zes WorldSBK-races, stond 42 keer op het podium en eindigde maar liefst zeven keer in de top zes van het eindklassement. Het seizoen 2025 was – uitgezonderd zijn blessurejaren – zijn minst succesvolle jaar in het World Superbike-kampioenschap. Van der Mark blikt terug: ‘De start van het seizoen was raar, met lastminutewijzigingen in het reglement. Vooral voor mij persoonlijk was het lastig; ik had het eerlijk gezegd best moeilijk met de motor. Op een gegeven moment werd het ook mentaal zwaar en kon ik gewoon geen vooruitgang boeken. Tijdens de 8 uur van Suzuka vond ik mijn vertrouwen terug, kreeg ik de snelheid weer te pakken en voelde ik mij beter op de motor.’ In de tweede seizoenshelft scoorde Van der Mark dan ook beduidend beter dan in de eerste. Tijdens het slotweekend in Jerez kondigde technisch directeur van BMW, Christian Gonschor, aan dat Van der Mark actief blijft binnen de BMW-familie. Hij gaat aan de slag als test- en reserverijder voor het WorldSBK-team. ‘Mikey heeft veel ervaring, is snel en kent onze motor door en door. Niemand kan betere input leveren voor onze nieuwe rijders Danilo Petrucci en Miguel Oliveira dan hij.’ Daarnaast is de kans groot dat Michael wordt toegevoegd aan het BMW Motorrad World Endurance Team, dat afgelopen seizoen net naast de wereldtitel greep. Of hij met BMW ook zijn droom kan waarmaken om te racen in MotoAmerica, is op het moment van schrijven nog niet bekend.

Foto’s: WorldSBK, ANP, teams

Michael van der Mark kan terugkijken op een indrukwekkende carrière als vaste rijder in de World Superbike.

Uitslagen WorldSBK Spanje 2025

Circuit: Circuit de Jerez – Ángel Nieto
Lengte: 4,423 km
Superpole: Nicolò Bulega (I), Ducati, 1’36.629
Snelste raceronde: Nicolò Bulega (I), Ducati, 1’37.659 (Superpole Race)
RACE 1 – 20 ronden = 88,460 km
1. Nicolò Bulega (I), Ducati, 33.19,744;
2. Toprak Razgatlıoğlu (TR), BMW, +3,766;
3. Alvaro Bautista (E), Ducati, +9,569;
4. Andrea Iannone (I), Ducati, +11,221;
5. Xavi Vierge (E), Honda, +12,272;
6. Alex Lowes (GB), Bimota, +12,755;
7. Andrea Locatelli (I), Yamaha, +17,145;
8. Remy Gardner (AU), Yamaha, +19,350;
9. Tarran Mackenzie (GB), Ducati, +19,737;
10. Michael van der Mark (NL), BMW, +23,343;
11. Axel Bassani (I), Bimota, +23,906;
12. Iker Lecuona (E), Honda, +24,285,
13: Yari Montella (I), Ducati, +25,663;
14. Garrett Gerloff (US), Kawasaki, +28,283;
15: Ryan Vickers (GB), Ducati, +28,682.
SUPERPOLE RACE – 10 ronden = 44,230 km
1. Bulega, 16.32,529;
2. Bautista, +4,055;
3. Iannone, +5,236;
4. Vierge, +6,484;
5. A. Lowes, +6,900;
6. Locatelli, +8,637;
7. Mackenzie, +9,309;
8. Lecuona, +11,469;
9. Van der Mark, +11,983.
RACE 2 – 20 ronden = 88,460 km
1. Bulega, 33.20,508;
2. Bautista, +1,793;
3. Razgatlıoğlu, +6,339;
4. Locatelli, +8,833;
5. Vierge, +8,931;
6. A. Lowes, +9,326;
7. Iannone, +11,435;
8. Mackenzie, +15,947;
9. Lecuona, +17,473;
10. Bassani, +17,835;
11. Gardner, +18,598;
12. Vickers, +21,313;
13. Van der Mark, +22,223;
14. Montella, +22,589;
15. Bahattin Sofuoglu (TR), Yamaha, +29.592.

Eindstand WorldSBK (na 36 races)

Plaats Coureur Punten
1Toprak Razgatlıoğlu, TR, BMW616
2Nicolò Bulega, I, Ducati603
3Alvaro Bautista, E, Ducati337
4Andrea Locatelli, I, Yamaha310
5Danilo Petrucci, I, Ducati284
6Alex Lowes, GB, Bimota218
7Xavi Vierge, E, Honda185
8Sam Lowes, GB, Ducati184
9Andrea Iannone, I, Ducati166
10Axel Bassani, I, Bimota140
11Remy Gardner, AU, Yamaha126
12Michael van der Mark, NL, BMW111
13Iker Lecuona, E, Honda103
14Dominique Aegerter, CH, Yamaha100
15Garrett Gerloff, US, Kawasaki88
16Jonathan Rea, GB, Yamaha83
17Scott Redding, GB, Ducati76
Toprak Razgatlıoğlu.

Historie: de 2-takt jaren van Suzuki

0

De historie van Suzuki begint met Michio Suzuki, de zoon van een Japanse katoenboer. In 1887 werd hij geboren in Hamamatsu, destijds een klein kuststadje op zo’n 200 km afstand van Tokyo. Michio werd timmerman en was nogal ondernemend. In 1909 bouwde hij een weefgetouw met pedaalaandrijving waardoor het weven stukken sneller verliep.

De weefgetouwen van Michio Suzuki trokken veel aandacht. Er was zoveel vraag naar dat er een Suzuki-weefgetouwenfabriek werd opgericht. Michio Suzuki bleef innoveren, nieuwe weefgetouwen volgden elkaar snel op en dankzij de komst van de Suzuki-weefgetouwen voor zijde groeide de onderneming razendsnel. Zo snel, dat Suzuki in 1920 naar de beurs ging. Voor dat doel werd in maart van dat jaar Suzuki Jidosha Kogyo opgericht, beter bekend als de Suzuki Loom Manufacturing Company. Het huidige Suzuki zelf ziet dit als het prille begin van de onderneming als motorfabrikant, hoewel het nog ruim dertig jaar zou duren voordat de eerste motor in productie zou gaan. Suzuki ontwikkelde zich steeds sneller. In 1922 was het bedrijf een van de grootste weefgetouwfabrikanten van Japan. Vanaf 1926 werden de weefgetouwen geëxporteerd naar Zuidoost-Azië en India. De weefgetouwen waren van hoge kwaliteit. Dat had voor Suzuki een groot nadeel: ze werden nauwelijks vervangen en ze hadden weinig onderhoud en nauwelijks vervangingsonderdelen nodig. Toen de markt verzadigd raakte, nam de vraag naar hun weefgetouwen snel af. Een onderzoek moest uitwijzen welke producten Suzuki nog meer kon produceren.

De beginjaren

In de jaren voor de Tweede Wereldoorlog importeerde Japan jaarlijks zo’n 20.000 auto’s. Dat waren vooral goedkope, kleine auto’s die voornamelijk gebruikt werden voor woon-werkverkeer. Het aantal was onvoldoende om aan de vraag te kunnen voldoen. Suzuki zag een kans op succes en besloot zelf een auto te ontwikkelen. Destijds had Japan nog weinig technische knowhow wat auto’s betrof. Suzuki kocht daarom een Engelse Austin Seven en bestudeerde die grondig, waarna het model als voorbeeld werd gebruikt voor een eerste auto-prototype. Meerdere prototypes zouden volgen, alle aangedreven door een vloeistofgekoeld 750cc-viercilinder. De Tweede Wereldoorlog maakte een voorlopig eind aan deze experimenten.

Historie MV Agusta: 80 Jaar snelheid, stijl en strijd

Tijdens de oorlog maakte Suzuki voor het keizerlijke Japanse leger onder meer machinegeweren, brisantgranaten en vizieren voor vliegtuigen. In 1945 kwam de Tweede Wereldoorlog tot een einde en volgde er een periode van wederopbouw in Japan. Suzuki hervatte de productie van weefgetouwen, maar een lange reeks stakingen die tot het begin van de jaren ‘50 voortduurden én economische instabiliteit veroorzaakten bijna het einde van Suzuki. De situatie werd wanhopig, totdat – volgens de overlevering – Shunzo Suzuki, de zoon van Michio Suzuki, op een herfstachtige dag ging vissen en op de terugweg last had van een flinke tegenwind. Puur voor de lol besloot Shunzo een motortje te ontwerpen dat hij op zijn fiets kon monteren. Vader Michio zag een gat in de markt. Hiermee begon de motorhistorie van Suzuki voorzichtig vorm te krijgen.


De Nieuw-Zeelander Hugh Anderson met zijn Suzuki-fabrieksracer op weg naar zijn tweede 50cc wereldtitel in 1964. Plaats van handeling is de Ultra-Light-weight TT op het eiland Man in 1964.

1950 – 1960: Het eerste racesucces

In november 1951 ontwierp Suzuki een clip-on motor die aan elke willekeurige fiets bevestigd kon worden. Dat was overigens bepaald geen noviteit. Honda maakte al sinds 1946 zo’n blokje en bezat op het moment dat Suzuki instapte al zo’n 70% van deze markt waar zo’n honderd Japanse bedrijfjes actief op waren. Slechts weinigen fabriceerden hun eigen motorblokken. Het eerste Suzuki-prototype kreeg de naam ‘Atoom’ mee en had een cilinderinhoud van 30 cc. Het Atoom-blokje is nooit in massa geproduceerd, maar was technisch bijzonder innovatief.

Het eerste model van Suzuki dat in massa werd geproduceerd, was de 36cc-2-takt Power Free die eind 1951 debuteerde. Het tweetaktmotorblokje werd net boven de pedalen gemonteerd. Naar keuze kon je het blokje ook gebruiken voor trapondersteuning en je kon het volledig van de aandrijving loskoppelen. Dit hele systeem was zo ingenieus dat de Japanse overheid besloot om Suzuki een subsidie toe te kennen die verder onderzoek naar innovatieve motortechniek mogelijk maakte. Kort na de introductie wijzigde de regelgeving in Japan. Je had geen rijbewijs meer nodig om op een 2-takt tot 60 cc of een 4-takt tot 90 cc te mogen rijden. Suzuki besloot direct om de inhoud van de Power Free te vergroten.

In 1953 kwam de 60cc-Diamond Free op de markt. Het was voorzien van twee versnellingen en was ook leverbaar met verschillende speciale frames en er was zelfs een variëteit aan versterkte en afgeveerde voorvorken leverbaar. Met de Diamond Free boekte Suzuki met rijder Yasmashita haar eerste racesucces door de Fuji-heuvelklim, een vulkaan met een hoogte van 3.776 meter, te winnen. De Fuji wordt als heilig beschouwd en speelt een grote rol in de Japanse cultuur. Voor Suzuki had deze eerste raceoverwinning veel betekenis. De 27 km lange, niet gemakkelijke heuvelklim voerde over een slechte, deels verharde weg en overbrugde een hoogteverschil van ongeveer 1.450 meter met een maximaal stijgingspercentage van 15%. Een jaar later herhaalde Yasmashita deze prestatie, dit keer op een 90cc-viertakt van SJK (Suzuki Jidosha Kogyo).

Zowel de Power Free als de Diamond Free waren erg populair. De verkopen verbeterden zich continu, met name toen de Mini Free werd aangekondigd. Dit was een 50cc-bromfiets die alleen als complete machine verkocht werd. Vanaf dat moment verkocht Suzuki geen losse clip-on blokken meer. De Mini Free had nog steeds een conventioneel fietsframe waarin het motorblokje voor de trapas gemonteerd werd. Met een V-snaar werd het achterwiel aangedreven. In 1959 eindigde de productie van gemotoriseerde fietsen. De Mini Free werd opgevolgd door de meer reguliere ‘Suzumoped’-bromfiets.

De Colleda-jaren

SJK wilde het gemotoriseerde tweewielerprogramma uitbreiden en ontwikkelde een nieuw model dat in 1954 zijn intrede deed: de Colleda CO. Het was een echte motorfiets, aangedreven door een 90cc-eencilinder viertakt zijklepper. Het motorvermogen van 3 pk, 1 meer dan de Mini Free, was genoeg voor een topsnelheid van 75 km/u. Met een liter brandstof kwam je 70 km ver! Net zoals bij de Mini Free had je in Japan geen rijbewijs nodig voor een 90cc-viertakt, vandaar de keus voor deze configuratie.

Een Suzuki-embleem was niet zichtbaar op de Colleda. Op de knierubbers van de tank stond ‘Colleda’ en er waren ‘Colleda 90’-badges gemonteerd. Alle vroege motoren van Suzuki hadden nog de merknaam Colleda, die begin jaren ‘60 werd vervangen door de Suzuki-merknaam. Colleda is een verbastering van de Japanse uitdrukking ‘kore da’, wat ‘dit is het’ of ‘dit is hem’ betekent. De uitdrukking wordt door Japanners gebruikt als ze bijvoorbeeld iets speciaals vinden waar ze naar op zoek waren.

De Colleda was erg robuust gebouwd, waardoor hij ook als vrachtmotor werd ingezet. Hij werd direct goed verkocht, net zoals de Mini Free. De hoge verkoopaantallen leidden tot een productie van maar liefst 6.000 motorfietsen per maand! Het zal je duidelijk zijn dat de weefgetouwen op dat moment een ondergeschikte rol speelden. Voor Suzuki Jidosha Kogyo was dat reden om in juni 1954 hun naam te wijzigen in ‘Suzuki Motor Co. Ltd.’.

In 1955 wijzigde de Japanse regelgeving opnieuw. Voortaan was een rijbewijs ook verplicht voor 60cc- en 90cc-viertakten waardoor de verkopen van de Colleda terugvielen. Suzuki reageerde door een tweetal 125cc-SJK CO Colleda-modellen te introduceren. Ook kwamen er twee nieuwe tweetakten, de 102cc-DH1 Porter Free en de 123cc-ST. Laatstgenoemde werd een verkoopsucces door de bouwkwaliteit en het zuinige, stille motorblok. In zes jaar tijd werden er maar liefst 100.000 verkocht. De verkoopaantallen van de viertakten liepen aanvankelijk gestaag op, maar vielen terug toen bleek dat ze minder betrouwbaar waren dan de tweetakten. Om die reden stopte Suzuki met de viertakten en verlegde de focus naar de tweetakten. Bij Honda was dit compleet anders.

De legendarische Belg Joel Robert schonk Suzuki haar eerste wereldtitel in de motorcross. Dat gebeurde in de 250cc klasse in 1970.

De ’S’ verschijnt

Het succes van Yamashita op de Fuji leidde in 1955 tot de komst van de eerste Suzuki-fabrieksracer: de Colleda SV. De racer was gebaseerd op de 125cc-eencilinder Colleda ST tweetakt en maakte op 5 en 6 november 1955 zijn debuut op het 19,2 km lange circuit bij de Asama-vulkaan. Het circuit startte in Karuizawa en liep deels over onverharde wegen rond de vulkaan. De Asama-race van 1955 wordt gezien als het begin van het wegracen in Japan. Yamashita was de beste Suzuki-rijder, hij eindigde achter vier Yamaha’s op de vijfde plaats.

In 1959 nam Suzuki opnieuw deel aan deze race, die inmiddels was uitgegroeid tot Japans belangrijkste motorrace. Het circuit volgde niet langer openbare wegen, maar had een afgesloten traject. Het werd daarmee het eerste vaste circuit van Japan. Suzuki nam deel met de Colleda RA en RB. Dit waren 125cc-eencilinder tweetaktracers die afgezien van de primaire overbrenging niet veel van elkaar verschilden en nauwelijks meer onderdeden aan de toonaangevende Yamaha 125cc-racers. Suzuki was ook niet over één nacht ijs gegaan. Drie maanden hadden ze hun intrek genomen in een hotel bij de vulkaan en bouwden er een tijdelijke werkplaats. In die periode werd iedere dag getest om de 10 pk bij 9.000 tpm RA en RB sneller en betrouwbaarder te maken. Tijdens hun verblijf kregen ze te maken met een tyfoon en werd de vulkaan plotseling actief. Op 22 en 23 augustus werden de races op het 131 km lange Asama-circuit gehouden. Het resultaat was teleurstellend. Van de vijf Suzuki’s reed alleen Michio Ichino de race uit. Hij zette wel de snelste rondetijd neer, een schrale troost. Wel waren de Suzuki’s op dat moment ongeveer net zo snel als de Honda 125cc-viertakt fabrieksracers waarmee Honda eerder dat jaar deelgenomen had aan de TT op het eiland Man.

Historie Bimota & Kawasaki: verenigde krachten

Suzuki maakte in 1956 een grote stap voorwaarts met de voor die tijd modern gelijnde 250cc-Colleda TT-modellen. De Colleda TT kan je zien als de stamvader van alle latere 250cc-tweetakt twins zoals de T20, de T250 en de GT250. De motor was voorzien van een volledig verend frame met een swingarm aan de achterzijde en een schommelarm voorvork à la BMW uit die tijd aan de voorzijde. Het 247,3 cc metende motorblok leverde 16 pk bij 6.000 tpm en had een topsnelheid van 130 km/u. Innovatief was de toepassing van een tubeless achterband. De 125cc- en 250cc-Colleda-modellen zouden in de loop der jaren in diverse versies gebouwd worden.

In 1958 kwam de SM-1-bromfiets op de markt en een nieuwe 250cc-eencilinder. Dat jaar werd ook de karakteristieke ‘S’ van Suzuki geïntroduceerd, maar het was nog steeds Colleda wat prominent op de motorfiets stond. Pas vanaf 1963 verscheen de ‘S’ prominent op de motorfietsen en werd de naam Colleda langzaam maar zeker uitgefaseerd.

Bijzonder was de sportieve 125cc Colleda SB Seltwin uit 1959, de eerste Japanse motorfiets met een elektrische starter. Hij kon een topsnelheid halen van 110 km/u. De Colleda 250TA uit 1960 was de eerste Japanse productiemotor met een integraal remsysteem. Door een schakelaar aan het rempedaal werd zowel de achterrem als de voorrem geactiveerd.

1960-1980: Wereldkampioen!

In 1960 nam Suzuki voor het eerst deel aan de TT op het eiland Man, na grote inspanningen om hun 125cc-tweecilinder tweetaktracer competitief te krijgen. Het werd een desillusie. Honda’s 125cc-GP-racer leverde op dat moment 23 pk en de tweetakt MZ 21 pk; de 13 pk van de Suzuki fabrieksracer stak daar toch wel erg schril bij af…

In 1961 verliep het voor Suzuki nog slechter op het eiland Man, ondanks volledig nieuwe 125cc- en 250cc-racers. Ze waren niet zo betrouwbaar en daarnaast te traag. Het Oost-Duitse MZ bouwde in die tijd toonaangevende tweetaktracers en Suzuki bekeek de razendsnelle MZ-racers met argusogen. Nadat Suzuki meehielp om MZ-coureur Ernst Degner en zijn gezin naar West-Duitsland te laten vluchten, kwam er schot in de zaak. Degner was ook betrokken bij de ontwikkeling van de MZ-racers en met Degner verhuisden alle racegeheimen van MZ mee naar Suzuki. Het gevolg was dat Suzuki in 1962 met Degner wereldkampioen 50cc werd. Dat jaar won Degner met zijn Suzuki RM62 ook de 50cc TT op het eiland Man, een lang gekoesterde wens van Suzuki. In 1963 won Hugh Anderson het 50cc- en het 125cc-wereldkampioenschap met Suzuki. Een jaar later werd Anderson opnieuw wereldkampioen 50cc en in 1965 schreef hij zowel de 50cc- als de 125cc-wereldtitel voor Suzuki op zijn naam. In 1966, 1967 en 1968 was het Hans-Georg Anscheidt die 50cc-wereldkampioen werd.

Ook onze Nederlandse racelegende Boet van Dulmen was jarenlang actief met Suzuki.

Succes in Amerika

In 1964 verscheen de 250cc T10, die een jaar later werd opgevolgd door de T20. Suzuki’s doel was de snelste 250cc-productiemotorfiets ter wereld op de markt te zetten. De T20 motor was bijzonder modern voor zijn tijd. Het motorblok had duidelijk profijt gehad van Suzuki’s GP-racers en leverde een vermogen van maar liefst 30 pk. Dubbele trommelremmen aan de voorkant waren standaard, net zoals een toerenteller, een separaat oliesmeersysteem zodat mengsmering tanken of zelf mengen niet meer nodig was – door Suzuki ‘Cylinder Crank Injection’ (CCI) genoemd – en als klap op de vuurpijl was er ook een zesversnellingsbak aan boord. De 160 km/u snelle T20 werd een waar verkoopsucces. Eind jaren ‘60 werd de T20 vervangen door de T250, die weer wat later werd vervangen door de GT250. In de jaren ‘60 en ‘70 bouwde het merk uit Hamamatsu ook diverse 50cc- en 90cc-tweetakten in diverse uitvoeringen, bijzonder waren de 125cc-tweetakt twins. Ook in de decennia die volgden bleef Suzuki meerdere lichte twee- en viertaktmodellen op de markt brengen.

In Amerika was de T20 ook razend populair. Er ontstond vraag naar zwaardere modellen en veel fabrieken gaven hier gehoor aan, want Amerika was destijds de grootste motormarkt ter wereld. Suzuki reageerde in 1968 met de T500, een parallelle tweetakt twin die een vermogen leverde van 47 pk en een top had van 181 km/u. Ook deze machine werd een verkoopsucces en werd een decennium lang in diverse uitvoeringen geproduceerd. Hij had ook een kleiner broertje, de T350 die al snel opgevolgd werd door de GT380. Ook in ons land waren de T500, de GT500 en de GT550 populair.

In 1970 won Suzuki voor het eerst een wereldkampioenschap in de motorcross toen de legendarische Belg Joel Robert de 250cc op zijn naam schreef. Hij zou dit kunststukje in 1971 en 1972 herhalen waarna Georges Jobé de 250cc-titel in 1980 en 1983 met Suzuki op zijn naam schreef. In 1971 won Roger De Coster Suzuki’s eerste 500cc-motorcrosstitel met de RN71. In 1972, 1973, 1975 en 1976 herhaalde hij dit kunststukje. Tussen 1975 en 1984 won Suzuki onafgebroken het 125cc-wereldkampioenschap. Meer fraaie terreinresultaten zouden nog volgen.

Ook in de wegrace zouden gouden tijden aanbreken toen de RG500 Square Four watergekoelde viercilinder het stokje overnam van de TR500 parallelle twinracer. In 1976 won Barry Sheene Suzuki’s eerste 500cc-wereldtitel, een jaar later werd hij opnieuw wereldkampioen met deze machine. De racer was ongekend populair bij privé-coureurs. In 1976 bijvoorbeeld bestond de top-6 uit RG500’s. In 1981 werd Marco Lucchinelli wereldkampioen met Suzuki’s Square Four, in 1982 gevolgd door Franco Uncini. In 1975 verscheen de eerste RM125-motorcrosser, die gebaseerd was op de RA75-fabrieksmachine. Al snel volgden de RM250 en de RM370. De RM-crossserie was de opvolger van de TM-crossers. Ze bleven lange tijd in productie, met name voor de Amerikaanse markt.

Toen in de jaren ‘70 de ‘superbikes’ populair werden, reageerde Suzuki met een watergekoelde driecilinder GT750 tweetakt. Het was heel ruw gezegd een T500 met een extra cilinder in het midden en omdat juist die erg heet kon worden, was er voor waterkoeling gekozen. De GT750 was een ontwerp van Etsuo Yokouchi. Bijzonder was het 3-in-4-uitlaatsysteem met ECTS (Exhaust Coupler Tube System), dat de uitlaten aan beide zijden koppelde in een poging om het koppel bij lagere toerentallen te verhogen. De GT750 was bedoeld als een hoge snelheid toermachine, vandaar ook ‘GT’. Vermogen bij lagere toerentallen was dus ook belangrijk. De eerste uitvoering van de GT750 leverde een vermogen van 67 pk bij 6.700 tpm en had een vijfversnellingsbak. De topsnelheid was 210 km/u. Door de dalende populariteit van de zware tweetakten viel eind jaren ‘70 het doek voor de zware Suzuki-tweetakten, modellen zoals de GT50, de GT80, de GT250 en de opvallende GT200X5 hielden het nog iets langer vol.

In 1987 nam Suzuki weer deel aan een aantal races in het 500cc wereldkampioenschap wegrace met de nieuwe RGV500 V-4 tweetaktracer. Met deze machine won Kevin Schwantz zijn eerste GP, op Suzuka in 1988. Een jaar later kwam de RGV250 2-takt op de markt. De RGV is uitge-groeid tot een icoon, net zoals de 500cc square four RG500 Gamma race replica voor op de straat uit 1985. Schwantz schitterende met een standaard exemplaar, zonder straataccessoires zoals verlichting, tijdens de TT Formule 1 race op Assen in 1986 in een poging indruk te maken op Suzuki’s GP race afdeling. Het werkte, hij eindigde tweede achter Joey Dunlop op een Honda V4 fabrieksracer.] In 1993 zou Schwantz wereldkampioen 500cc worden op de RGV 500. In 2000 won Kenny Roberts jr. Suzuki’s laatste titel in het 500cc wegrace met de RGV500.

Foto’s: Archives A. Herl, Suzuki

Clubdag KJMV 2025 – zondag 16 november
Een verhaal over de geschiedenis van Suzuki past natuurlijk altijd in MOTO73, maar er is in dit geval nog een meer dan hele goede reden. De Clubdag van de Klassieke Japanse Motorfietsen Vereniging (KJMV) belooft dit jaar op zondag 16 november een bijzondere gelegenheid te worden. Deze dag staat namelijk in het teken van Suzuki, waarmee NIMAG haar 60-jarige jubileum als importeur van Suzukimotoren viert. In samenwerking met NIMAG wordt deze speciale dag georganiseerd bij het Louwman Museum, gelegen aan de Steurweg 8, 4941 VR Raamsdonksveer. Let op, dus niet op de automatische piloot naar De Rijp rijden. Bezoekers kunnen genieten van een indrukwekkende collectie van zo’n 75 tentoongestelde Suzuki-motoren. Bovendien krijg je vrije toegang tot de rest van het museum, waardoor er meer dan genoeg te zien is voor elke motorliefhebber.

De KJMV bestaat al bijna 38 jaar. Vanaf het eerste begin was de vereniging een schakel tussen rijders en verzamelaars, met bijeenkomsten, toerritten, lezingen, beursstands en een clubblad. Nog altijd bloeit de vereniging, die meer dan 300 leden telt. Voorzitter Peter van der Zon legt het graag uit: ‘Klassieke Japanse motoren van 25 jaar en ouder vormen de hoofdmoot van het bestand. Exemplaren van vóór 1970 worden steeds zeldzamer en die geven we daarom extra aandacht.’

Voor meer informatie kun je terecht op www.kjmv.nl.

Unieke caféracer Cavaliere Giallo: Yellowrider’s visie op de Moto Guzzi California 1100

0

caféracer. Toch was het precies wat eigenaar Louis Berndsen voor ogen had! Hij viel voor het karakter van het Guzzi-blok, maar had weinig op met de cruiseruitstraling en nog minder met de cardanaandrijving. Aan Maarten Poodt, alias Yellowrider, de opdracht om van deze klassieker een sportieve ketting-Guzzi te maken.

Dat de ‘Cavaliere Giallo’ (ofwel ‘Yellowrider’ in het Italiaans) daadwerkelijk werd gebouwd, kwam door toeval, al gelooft de bouwer, Maarten, daar niet zo in.

TOEVALLIG

Eigenaar Louis vertelt: “Ik droomde al lang van een unieke Guzzi caféracer. Het blok is prachtig, zo gedraaid in het buizenframe… Ik was er altijd al van gecharmeerd, mede door de Guzzi customs uit de Vanguard-reclames. Maar die cardan? Makkelijk, ja. Maar er rijdt geen racemotor met cardan; Veel te lomp en te zwaar. Ik wilde een Guzzi met ketting.” Tijdens een bezoek aan een lokale motorzaak raakte Louis aan de praat met Maarten, die daar toevallig ook was. “Maarten kwam aanrijden op een Aprilia”, vertelt Louis. “Zo kwamen we in gesprek en bleken we de interesse in Italiaanse motoren te delen. Als vanzelf kwam mijn droommotor ter sprake.” Maarten lacht: “Of ik zoiets kon bouwen? Ik zei vrij snel ‘ja’, maar hoeveel werk het zou zijn, wist ik toen nog niet.”

BOUWFILOSOFIE

Maarten Poodt, beter bekend als Yellowrider, bouwt al jaren custombikes. Zijn naam dook daarom al veel vaker op in Bigtwin. Waar anderen het liefst customs bouwen met zichtbare eigenbouwstempel, kiest Maarten juist voor de af-fabriek stijl! “Ik wil dat het lijkt alsof het zó bij de fabrikant vandaan komt. Dat betekent o.a. dat ik me verdiep in de bouwwijze van het merk, tot op het niveau van de lasnaden!” Zijn motoren zijn technisch hoogstaand en visueel subtiel. Vaak zijn ze veel mooier dan de originele modellen. Hij begint bij de techniek en esthetiek komt pas daarna. Zijn subtiele bouwkunst wordt niet altijd gezien. “In sommige projecten zit honderden uren werk… Maar niemand die het opmerkt omdat het een fabrieksmotor lijkt. Dat is de keerzijde van mijn stijl.”

DE HOEK OM

Louis vond een geschikte donormotor in Den Haag. “De verkopers hadden duidelijke emotionele banden met de motor. Ze lieten zelfs een fotoboek van motorvakanties zien waarin de Guzzi een hoofdrol speelde. Toen ze vroegen wat ik ermee ging doen, zei ik: ‘Ik zet ‘m neer bij iemand die het verdient.’ Geen woord van gelogen.” Eenmaal bij Maarten werd de motor volledig gestript. De cardan eruit halen was stap één, maar dan begint het pas! Door de haakse plaatsing van het Guzzi-blok moest de aandrijving letterlijk de hoek om. Maarten vond inspiratie bij het fameuze Swallower raceteam, dat eerder een vergelijkbaar project had uitgevoerd. “Echte Willie Wortels”, aldus Louis. Maar hun oplossing was race-only. Daarom bouwde Maarten een duurzamere straatversie, met een ‘bevel gear’ (kegelwiel) overbrenging uit een Honda VT1100 die betrouwbaar en repareerbaar is.

BMW K 100 Caféracer door ResCycles: Flying Brick

GP-STIJL

De Honda-overbrenging heeft een 1:1 ratio, wat betekent dat de Guzzi te weinig koppel en een te hoge topsnelheid zou hebben met een standaard tandwiel. Daarom monteerde Maarten een extra groot achtertandwiel voor de juiste eindoverbrenging. “Dat vond ik optisch juist mooi. Het tandwiel valt extra op, zodat je ziet dat het geen standaard Guzzi is.” Het frame werd verbreed en de achterbrug is op maat gemaakt om het brede Aprilia Oz (magnesium!) achterwiel passend te krijgen. Door de grote achterwieldiameter kwam de achterkant hoger te staan, wat het oorspronkelijke choppermodel definitief de nek omdraaide en de zitpositie sportiever maakt. HK Suspension in Tiel paste de vering aan, met een set op maat gemaakte Öhlins-dempers. Louis wilde een GP-stijl uitlaat in de kont en een tweede langs de zijkant. De polyester racetank komt uit Spanje. Het kontje is eigenbouw, inclusief geïntegreerde uitlaat en thermische schilden van aluminium die voorkomen dat de kont te heet wordt. De doorvoer van de uitlaat door het frame bleek een hele technische puzzel!

UP TO DATE

Zoals bij al Maartens projecten is de techniek volledig naar deze tijd gebracht. Voor betere respons werd het vliegwiel verlicht, de koppeling vervangen en omgebouwd naar hydraulische bediening met een custom cilinder. De motor kreeg een radiale rempomp, moderne remklauwen en stalen remleidingen; misschien wat overdreven, maar ‘better safe than sorry’. De kabelboom is op maat gemaakt door een specialist, met moderne ECU en programmeerbare interface. De injectie is opnieuw ingeregeld. Een groot K&N-luchtfilter zorgt voor een enorme hap lucht en de dikkere uitlaatbocht (van 30 naar 51 mm diameter) zorgt voor meer ademruimte. Het digitale dashboard kreeg een leren omhulsel, handgemaakt door Maarten.

700 UUR

Het ergonomische zadel is door Maarten zelf gemaakt en bekleed, met stiknaden in kleur van de velgen. Het zitje is afneembaar met het originele sleuteltje; eronder bevindt zich zelfs wat bagageruimte. Zoals vaker bij Yellowrider: Wat er uit ziet als fabrieksspul, is vaak volledig maatwerk. De kleurstelling – goud, rood en zwart – verwijst subtiel naar de originele California-lijn. Het spuitwerk in Apple Candy rood werd verzorgd door Kim Derksen en bestaat uit maar liefst zeven lagen. Alle bouten zijn goudgeel gegalvaniseerd, afgestemd op de afwerking van de wielen, cilinderkoppen, voorvork en achtervering. In een tijd waarin de caféracer-hype wegebt, blijven de echte liefhebbers over. Mensen zoals Louis, die iets echt unieks willen! De ruim 700 uur handenarbeid blijft gelukkig bij dit project niet onder de radar. Maarten vertelt: “De Cavaliere Giallo kreeg binnen enkele uren duizenden likes op Facebook. Sommigen geloofden zelfs niet dat het een Guzzi California is geweest!”

Fotografie: Floris Velthuis

SPECIFICATIES CAVALIERE GIALLO 1100

ALGEMEEN
EigenaarLouis Berndsen
BouwerMaarten ‘Yellowrider’ Poodt
MOTORBLOK
Bouwjaar1995
MerkMoto Guzzi
TypeCalifornia
Cilinderinhoud1064 cc
Versnellingsbakoriginele 5-versnellingsbak
Ontstekingelektronische ontsteking
Brandstofsysteeminjectie
LuchtfilterK&N race
Uitlaateigenbouw ‘GP style’
Bijzonderhedencardan omgebouwd naar ketting, custom vliegwiel, ombouw naar hydraulische koppeling
RIJWIELGEDEELTE
FrameCalifornia aangepast, achterbrug eigenbouw
SchokbrekersÖhlins, ingesteld door HK Suspension
VoorwielAprilia RSV 1000R, magnesium
VoorbandPirelli 120/70 ZR17
VoorremBrembo, van Aprilia RSV 1000R
VoorvorkÖhlins Black/Gold
BalhoofdplatenAluminium, custom
AchterwielAprilia RSV 1000R, magnesium
AchterbandPirelli 190/50 ZR17
AchterremBrembo, van Aprilia RSV 1000R
Bijzonderhedenbalhoofdhoek aangepast naar 26 graden
DIVERSEN
Stuurclip-ons
Snelheidsmeterdigitaal
Hendels / hand controlsaftermarket
Handvattenaftermarket
KoplampLED
Foot controlsAprilia RSV 1000R
BenzinetankSpaanse racetank, polyester
Kuippolyester, customized
ZadelYellowrider
Konteigenbouw polyester
Voorspatbordcustom
Achterlicht / knipperlichtenaftermarket
Elektronicacustom kabelboom door Jan Keizer
BijzonderhedenMagneti Marelli ECU, aangepaste software, lederen dashboard
SPUITWERK
KleurApple Candy Rood, wielen goud gecoat
SpuiterKim Derksen
CoaterDaan Bent

Interview Romain Febvre: tien jaar wachten op tweede titel is eindelijk voorbij

0

In 2015 werd Romain Febvre in zijn debuutjaar in de MXGP wereldkampioen. In de jaren daarna kwam hij eenmaal dicht bij een tweede titel, maar door blessures heeft hij tot dit jaar geduld moeten uitoefenen om voor de tweede maal titelhouder in de belangrijkste crossklasse te worden.

Het wereldkampioenschap motorcross werd in 1957 ingesteld voor de 500cc-klasse. Later kwamen daar de 250cc en de 125cc bij. De aanduidingen van de klassen veranderden een enkele keer en momenteel wordt er om de wereldtitels gestreden in de MXGP en MX2, en sinds 20 jaar is er ook nog de damesklasse WMX. Gedurende een lange reeks van jaren gingen de meeste wereldtitels naar rijders uit Zweden, Engeland en België. Pas in 1986 werd voor het eerst een Fransman wereldkampioen. Dat was Jacky Vimond bij de kwartliters. Daarna gingen de titels met grote regelmaat naar Frankrijk. Met inbegrip van de beide titels van Livia Lancelot was de MXGP-wereldtitel van Romain Febvre van dit jaar al de 25e keer dat er in Frankrijk iets te vieren viel.

Kawasaki is al lang actief in de Grands Prix. Met de Amerikaan Brad Lackey reikte het groene merk in 1980 tot de tweede plaats in de 500cc-klasse. De eerste wereldtitel kwam pas toen Kawasaki in zee was gegaan met Jan de Groot. Die samenwerking leverde veel succes op met Stefan Everts in 1995 als eerste kampioen in de 250cc. Later volgden meer titels. Pas dit jaar kon eindelijk het kampioenschap in de MXGP worden behaald. De teller staat op twaalf titels, waarvan de helft voor rekening van de WMX komt.

Romain Febvre stond dit jaar zestien keer op het podium: vijf keer als winnaar, acht keer als tweede en driemaal als derde

Gefocust blijven

Tot aan dit jaar zijn er slechts twee crossers geweest die hun titels over een periode van meer dan tien seizoenen hebben behaald. Dat zijn Stefan Everts (1991-2006) en Tony Cairoli (2005-2017). Bij dit duo heeft zich nu Romain Febvre gevoegd (2015-2025). Een groot verschil tussen Everts en Cairoli destijds en Febvre nu is dat de eerste twee in de tussenliggende jaren ook veel titels behaalden en Febvre geen enkele.

Na de voorlaatste GP, verreden in Shanghai, was de op 31 december 1991 geboren Febvre al vrijwel zeker van de titel, want zijn enig overgebleven rivaal Lucas Coenen liet het in China afweten. Daardoor groeide de voorsprong van de Fransman uit naar 47 punten, met nog 60 punten te verdelen een slechts te overbruggen achterstand indien Febvre niet of nauwelijks zou scoren. Febvre na afloop van de Chinese GP: ‘Dit was een geweldige dag met het oog op het kampioenschap. Hoewel ik niet op het podium stond, voelde het resultaat toch als een overwinning.’

Na de kwalificatierace van de slot-GP, waarin Febvre tweede werd achter Coenen, had hij voldoende aan eenmaal een zestiende plaats om kampioen te worden. Febvre op zaterdagavond: ‘En nu moet ik ervoor zorgen dat ik morgen gefocust blijf.’ De vierde plaats achter Coenen, Jeffrey Herlings en Tim Gajser was meer dan toereikend om de titel binnen te halen. Febvre’s eerste reactie: ‘Ik weet niet wat te zeggen. Dit is wel zo’n emotioneel moment. Het was mijn ultieme doel gedurende tien seizoenen om nogmaals kampioen te worden. Dat doel heb ik nu gerealiseerd.’

Interview Mark van Aalderen – nieuwe directeur TT Circuit Assen: ‘We zijn hier voor de motorsport’

Vier jaar geen cross

Veel jongeren komen via hun ouders in aanraking met een bepaalde sport. Was dat bij jou ook zo? ‘Nee, in het geheel niet. Niemand in mijn familie heeft iets met motorcross. Zelfs niet met sport in het algemeen. Ik weet niet eens precies meer hoe mijn interesse is ontstaan. Misschien dat ik een keer iets op televisie heb gezien. Voor mijn derde verjaardag vroeg ik om een motortje. Dat kreeg ik en zo ben ik beginnen rijden. Dat was hoofdzakelijk in het weekend, want mijn ouders werkten beiden.’

Werden jouw ouders meteen enthousiast? ‘Ja, dat was het geval toen ze mij zagen rijden. Vanaf m’n zesde heb ik aan wedstrijden deelgenomen, eerst 65cc en daarna 85cc. Ik reed hoofdzakelijk in de buurt, in de omgeving van Epinal, waar ik geboren ben. Toen ik een jaar of veertien, vijftien was gingen we naar wedstrijden iets verder van huis, maar niet echt ver. Het ging wel aardig, maar niet echt geweldig. Ik liep een knieblessure op en ben toen gestopt. Vier jaar heb ik niet gecrosst. De plaatselijke Suzuki-dealer had een eigen team dat meedeed aan SuperMoto. Hij vroeg of ik zin had dat ook eens te proberen en zei dat het leuk was om te doen omdat het lichamelijk minder belastend was. Ik dacht “waarom niet?” en ben begonnen met SuperMoto, zo’n zes maanden nadat ik was gestopt met motorcross. Ik bleek behoorlijk goed te zijn in de SuperMoto en heb dat een jaar of vier gedaan.’ Behoorlijk goed is een understatement, want in 2006 werd Febvre tweede in het Frans kampioenschap 85cc en een jaar later pakte hij de Franse titel in de 125cc.

Toch ging je niet verder in die tak van motorsport. ‘Ik begon de motorcross erg te missen. Geen moment heb ik eraan gedacht dat ik professioneel crosser zou kunnen worden. Ik wilde gewoon gaan crossen en aan een paar wedstrijden deelnemen. Het ging steeds beter en al heel snel kwam ik in het Frans kampioenschap terecht.’

Dat leverde een derde plaats op achter Steven Frossard en Valentin Teillet. Toen was het tijd om internationaal te gaan rijden. ‘En dat leverde mij meteen in het eerste jaar, in 2011, de Europese titel in de 250cc-klasse op. Toen wist ik dat ik iets zou kunnen bereiken in de motorcross. Het jaar daarna ben ik naar de MX2 gegaan en werd dertiende. Aan de GP’s van Mexico en Brazilië heb ik niet deelgenomen, want daarvoor ontbrak het budget. In 2013 begon ik uitstekend in Qatar en Thailand. Daarna raakte ik na Valkenswaard geblesseerd en moest ik vier GP’s laten schieten en werd twaalfde dat jaar.’

Fabrieksteam

Een volledig seizoen 2014 leverde de derde plaats in de MX2 op. Febvre scoorde in alle manches en won in Brazilië zijn eerste Grand Prix. Hij wilde daarna graag de overstap maken naar een fabrieksteam in de MXGP. ‘Als je een fabrieksmotor in de MXGP hebt, weet je dat je een motor met veel mogelijkheden hebt. Met een team achter je weet je dat ze je willen helpen.’

Eind van dat jaar werd bekend dat Febvre door Yamaha was aangetrokken voor de MXGP. Meteen in het eerste seizoen streed hij, tegen de verwachting van zichzelf en alle insiders in, mee om de wereldtitel en behaalde die met ruime voorsprong op zijn landgenoot Gautier Paulin. ‘Het aanbod van Yamaha kwam vrij laat. Ik stond al op het punt om te tekenen bij een privéteam. Maar gelukkig kwam Yamaha nog precies op tijd. Ik heb meteen toegehapt. Het team heeft me geweldig geholpen bij het afstellen van de motor. Ik ben erin gestapt met het idee er het beste van te maken. Rijden voor een fabrieksteam betekent dat je druk ervaart, omdat er resultaten van je worden verwacht. Maar ik voelde die druk niet zo sterk omdat het jaar ervoor mijn teamgenoot Jeremy van Horebeek tweede was geworden in de MXGP. De meeste druk rustte dus op hem en niet op mij. Ook het team rekende op hem. Er werd gedacht een jonge rijder erbij te nemen als tweede rijder, hem alles te leren, zonder dat er druk op hem staat. Het team van Rinaldi had veel ervaring en wist wat ze met me moesten doen. Dat voelde goed, want er werd niet speciaal iets van mij verwacht. Ze hebben geen moment druk op mij uitgeoefend. Ik kon rustig ervaring opdoen, maar won wel de titel.’

De jaren erna kwam je niet in de buurt van een tweede wereldtitel. ‘Het ging goed in 2016 tot ik door een blessure opgelopen in Matterley Basin twee GP’s moest missen. En toen was het over. 2017 was geen goed jaar voor mij. Ik was weliswaar niet geblesseerd, maar het was een moeilijk seizoen. We reden met een nieuwe motor en het kostte veel moeite om de motor echt goed te krijgen. In 2018 ging het wel weer beter, maar ik raakte geblesseerd en kon niet starten in de laatste drie GP’s. In 2019 raakte ik twee keer geblesseerd, waardoor ik aan het begin van het seizoen vier races miste en aan het eind de laatste twee GP’s. Ik brak toen mijn dijbeen.’

Herstel dankzij pandemie

Wat zo goed begon met Yamaha kreeg in de jaren na je wereldtitel geen vervolg. En daarom stapte je over naar Kawasaki? ‘Ik had het gevoel dat ik toe was aan verandering. Ik werd benaderd door Kawasaki om hun motor te testen. Dat voelde meteen goed. Ik ben naar Kawasaki gegaan en daar ben ik nog steeds.’

Febvre kampte nog steeds met de naweeën van z’n beenblessure, waardoor hij er bij de start van het seizoen nog niet bij kon zijn. ‘Ik had nog wat complicaties met mijn been en mijn knie. Dat was niet fijn. Het was onmogelijk om bij de eerste twee GP’s te rijden, ik voelde erg veel pijn. Een beetje trainen ging wel, maar een wedstrijd rijden was niet mogelijk.’

Na die beide gemiste GP’s brak de pandemie los. ‘Er werd lange tijd niet gereden. Het seizoen werd pas veel later herstart. Dat gaf mij de tijd en de gelegenheid om volledig te herstellen. De pandemie was een gelukje voor mij. Mijn herstelperiode duurde best lang. Toen het seizoen werd vervolgd, was ik hersteld.’

Je eerste jaar op Kawasaki in dat vreemde coronajaar, met al die wedstrijden op het eind van het seizoen, leverde je de vierde plaats op. En vervolgens kwam 2021. ‘Ik streed tot de laatste Grand Prix met Jeffrey. En verloor in Mantova de titel op vijf punten. Erger dan dat is er niet. Je kunt beter met een grotere marge verliezen. Ik wil er liever niet meer aan denken.’

Heb je achteraf geanalyseerd waar het mis is gegaan? ‘Met zo’n klein verschil ga je elke race na, waar had ik het wellicht beter kunnen doen, maar het is zoals het is.’

Het seizoen 2022 is er een om snel te vergeten, want Febvre kon pas aan de GP’s deelnemen vanaf de elfde GP. Hij ondervond heel lang de naweeën van een bij de Supercross van Parijs opgelopen beenbreuk. 2023 verliep goed, maar Jorge Prado was dat jaar een stuk sterker. Door met pech uit te vallen in de eerste manche van de voorlaatste GP haakte Febvre definitief af in de strijd om de wereldtitel. Dat jaar won hij wel de GP van Arnhem voor Jorge Prado en Jeremy Seewer.

Vanwege het missen van vier GP’s door een duimblessure was er in 2024 ook geen zicht op een ereplaats.

Een wereldtitel behaal je niet in je eentje, er staat een heel team achter.

Intens gevecht

En dan dit jaar. Eindelijk de wereldtitel waar hij zo lang naar had uitgekeken. ‘Het is geweldig gegaan. Ik scoorde in elke race, op de kwalificatierace op Sardinië na. Daar kreeg ik motorpech. Dat kan gebeuren in een sport als de motorcross.’

Jeffrey Herlings telde dit jaar niet mee na het missen van de eerste drie GP’s. Tim Gajser viel af na zijn in de Zwitserse GP opgelopen schouderblessure. Daarna was het een tweestrijd tussen jou en Lucas Coenen. Slechts bij de tweede GP stonden jullie geen van beiden op het podium. In twaalf van de twintig GP’s stonden jullie samen op het podium. Een hoogtepunt voor jou was de Zweedse GP. ‘Daar won ik de kwalificatie, de eerste en de tweede manche. Dat was echt iets speciaals, iets dat ik graag een keer wilde presteren, alle drie races winnen. Het gevoel werd nog beter vanwege de resultaten van Lucas, die dat weekend een slechte GP kende. Daardoor kon ik een flink aantal punten op hem uitlopen.’

Het verschil liep op tot 41 punten, maar verminderde in Arnhem tot 31 en slonk in Turkije naar 26 punten. In China, waar Jeffrey Herlings drie keer zegevierde, kenden beiden geen al te beste GP, maar Febvre deed het wel aanzienlijk beter dan Coenen, waardoor de Fransman met een voordelige marge van 47 punten naar de slot-GP in Australië kon afreizen. Daar kostte het hem geen enkele moeite om na de eerste manche de titel te behalen. Dat was tien jaar en negen dagen na zijn eerste wereldtitel. Daarmee werd Febvre de rijder met de langste periode tussen twee titels. Het “record” stond op naam van Sandro Puzar, die in 1990 (125cc) en 1995 (250cc) wereldkampioen werd met een tussenpoos van vijf jaar en dertig dagen.

Febvre in een terugblik op het seizoen: ‘Het hele jaar heb ik gestreden om kampioen te worden. Het was een heel intens gevecht. Na China werd het wel een stuk gemakkelijker. Het seizoen met de titel afsluiten is iets heel speciaals. Elke rijder wil dat. Na Australië was ik een paar dagen thuis, hebben we de titel een beetje gevierd en daarna vloog ik naar Amerika voor de MXoN. Als ik weer thuis ben, volgt het kampioensfeest. Ik ga er nu echt van genieten, meer dan in 2015 toen alles heel snel is gegaan en ik veel te weinig rust heb genomen.’

Voorlopige MXGP-kalender 2026

Naar België

Febvre heeft in de loop der jaren behoorlijk wat wedstrijden moeten missen vanwege blessures. Wat heeft dat met zijn motivatie gedaan? ‘Ik ben telkens weer teruggekomen, omdat ik ervan overtuigd was mee te kunnen strijden om de wereldtitel. Als ik die overtuiging niet had gehad, zou ik waarschijnlijk niet door zijn gegaan. Dat ik nog steeds doorga, komt misschien ook wel omdat ik veel later aan mijn carrière ben begonnen dan veel van de andere rijders.’

De MXoN is een wedstrijd waarin Febvre al veel succes heeft gekend. Tot dit jaar maakte hij vier keer deel uit van het winnende team: 2015, 2016, 2017 en 2023. In het Amerikaanse Crawfordsville voelde hij zich onmiddellijk thuis. ‘De grond is van een soort waaraan ik gewend ben. Het is een normale baan, waardoor ik geen aanpassingsproblemen had.’ Een vijfde zege zat er niet in, want het Franse team werd derde.

Romain Febvre heeft al een tijdje geleden Frankrijk verlaten en vestigde zich in navolging van tal van andere crossers in België. ‘Het team zit in België. Het is beter om dicht bij het team te zitten. Ook heb ik nog een woning in Luxemburg. Mijn vriendin Megan is Belgische, haar ouders komen uit Maastricht. We voeden ons dochtertje Nina tweetalig op, Frans en Nederlands. En op school gaat ze later wel Engels leren. Zelf kan ik best aardig wat Nederlands verstaan. Een echte noodzaak om Nederlands te leren is er niet, want iedereen spreekt Engels. Dat is toch wel fijn in landen als Nederland en België en voor mij wel zo gemakkelijk.’

Nederlands kampioen

Febvre is een graag geziene gast in Nederland door zijn deelname aan de Dutch Masters. Waarom doet hij mee aan dit kampioenschap? ‘Het is een mooie manier om me voor te bereiden op het rijden in het zand. Vanuit België is het niet ver naar de Nederlandse wedstrijden. Training en wedstrijden zijn op één dag. Dat spreekt mij aan. De banen zitten vol knipgaten, de wedstrijden zijn daarom heel goede trainingen.’

Febvre presteerde dit jaar zo goed in Harfsen, Oldebroek en Markelo dat hij Nederlands kampioen werd. Een opmerkelijke titel, want nationaal kampioen motorcross werd hij in eigen land nog nooit. Zijn enige Franse titel behaalde hij, zoals eerder gememoreerd, in de Supermoto.

Febvre kijkt nu al uit naar het seizoen 2026 als hij na het uit de MXGP verdwijnen van Glenn Coldenhoff de oudste deelnemer is. ‘De oudjes hebben het dit jaar goed gedaan. Volgend jaar gaan enkele toprijders, zoals het nu lijkt, van merk veranderen (Tim Gajser van Honda naar Yamaha en Jeffrey Herlings van KTM naar Honda; J.B.). Dat is goed voor de sport, want het is voor het publiek iets om naar uit te kijken. Ik heb mijn contract dit jaar met twee jaar verlengd, het loopt door in 2026 en ik ga komend jaar rijden met nummer 1 op mijn Kawasaki.’

Alvorens hij zijn blik richt op 2026 gaat hij eerst nog naar Japan. ‘Ik ga deelnemen aan de laatste Japanse kampioenscross in Sugo. En ik ga de fabriek bezoeken. Ik ben er trots op Kawasaki de eerste titel in de koningsklasse te hebben bezorgd. Dat betekent veel voor het merk en ook voor mij.’

Het einde van de carrière van Romain Febvre is in zicht. Wat daarna? ‘Misschien ga ik wel iets buiten de cross doen. Maar misschien doet zich ook wel de mogelijkheid voor ergens testrijder te worden.’

Foto’s: Kawasaki, Infront, Jan Boer