Afgelopen weekend heeft Patrick, alias HARDGOAN uit Rotterdam, een wereldrecord gevestigd door binnen 24 uur 16 landen op de motor te doorkruisen. Hiermee heeft hij het record van Thierry Sarasyn verbroken, die in 2023 in 24 uur 15 landen afvinkte. We spraken de kersverse wereldrecordhouder kort via de telefoon.
Van harte gefeliciteerd met deze waanzinnige prestatie. Hoe waren de verkeers- en weersomstandigheden?
‘De verkeersomstandigheden en het weer waren perfect! Ik had echt mazzel met het weer, vooral in het begin. Pas in Frankrijk en Luxemburg begon het flink te regenen. Gelukkig bleef ik zelf lekker droog dankzij het pak dat ik gekregen heb. Helaas had ik mijn normale motorschoenen aan, die zijn niet waterdicht. Toen ik bij de finish aankwam, deed ik mijn schoenen uit en genoot ik van het warme, droge asfalt. Wat waren mijn voeten koud geworden door de regen!’
Patrick met de Ducati DesertX Discovery voor de recordpoging.
Nog enig oponthoud gehad tijdens de recordpoging?
‘Mijn vertraging kwam vooral door de livestream. Het is nogal een flinke klus om alles technisch in de gaten te houden terwijl je rijdt. Normaal gesproken heb ik mijn livestream-set-up op de tank, maar op de DesertX zat alles achterop met andere powerbanks. Daardoor ging er soms een kabeltje los en had ik last van storingen, waardoor de camera af en toe een reboot nodig had. In het begin was er ook een probleem met het geluid. Dit alles moest ik dus tijdens het rijden en in mijn pauzes oplossen, waardoor mijn pauzes niet echt rustmomenten waren.’
‘Het zwaarste was echt de vermoeidheid. Op de livestream kon je ook wel zien dat mijn concentratie minder was, mijn rijlijnen werden wat slordiger en het zicht was ook niet meer optimaal door al die insecten op mijn helm.’
Waren er ook meevallers?
‘Iedereen waarschuwde me: “Je gaat zadelpijn krijgen!” Maar verrassend genoeg had ik daar de minste last van. Het originele zadel van de DesertX is lekker smal, wat echt helpt om zadelpijn te voorkomen. Tijdens de lange rit merkte ik vooral dat mijn schouders en nek het moeilijk hadden. Gisteravond ben ik nog even langs de masseur gegaan, en die schrok een beetje van de staat van mijn rug. Oh, en ik hoefde maar zes keer te tanken! Het hadden er zelfs vijf kunnen zijn, maar ik besloot extra te tanken omdat ik moest stoppen omdat mijn drinkrugtas door de wind vast kwam te zitten aan mijn Starlink.’
Hoe laat ben je uiteindelijk gefinisht?
‘Ik ben Nederland binnen gereden om 10.24 uur en vertrok om 10.50 uur vanuit Polen. Dus ik had nog wat tijd over. De ‘Google Maps-fanaat’ waar ik het eerder over had, hield me tijdens het rijden constant op de hoogte van mijn achterstand. Op de autobahn heb ik mijn best gedaan om wat tijd in te halen en mijn pauzes tot het minimum te beperken. Ik liep namelijk op een gegeven moment 54 minuten achter op schema. Dat was best lang, maar ook verwacht. We hadden de hele route met één gemiddelde snelheid gereden, en met de kleine wegen in de route was dat natuurlijk niet haalbaar. Het laatste stuk ging over de snelweg, waardoor mijn gemiddelde snelheid automatisch omhoog ging en ik de achterstand weg kon werken.’
De uiteindelijk gereden route. Meer informatie over de rit kun je hier vinden.
16 landen kun je afvinken. Kunnen we in de toekomst een poging om het record te verbreken verwachten? Bedankt voor je reactie! Nu tijd voor ontspanning?
‘Mijn vriendin zei meteen: “Nooit weer!” Maar stiekem worden er al grapjes gemaakt over wat de volgende uitdaging zou kunnen zijn en of 17 landen haalbaar zijn. Ik ben er zeker voor te porren, al blijft het een flinke fysieke uitdaging en ook geen goedkope. Al hou ik wel van een uitdaging! Wie weet, misschien iets met trackdays of een andere leuke activiteit. Of wat dacht je van de Rider 1.000 een keer rijden in plaats van de Dutch 1.000? Dit is de originele Spaanse variant van de 1.000 km rit in één dag!’
Nogmaals gefeliciteerd met je geweldige prestatie! We blijven je zeker volgen tijdens een volgend avontuur!
Team NL was zeer succesvol bij de Zijspan- en Quadcross of Nations in Heerde. Zowel bij de quads als de zijspannen is Nederland wereldkampioen geworden. In het door het publiek oranje gekleurde Heerde waren de zijspannen van Team Nederland vooraf de grote favoriet. Hermans/Van den Bogaart, Wijers/Van Hal en Leferink/Vincent maakten deze rol meer dan waar. Alle drie de heats werden gewonnen door een Nederlands team en geen van de drie zijspannen finishte ooit buiten de top drie. Zo wist Nederland dominant de wereldtitel te prolongeren voor Engeland en Frankrijk.
Bij de quads had Team Nederland op de zanderige grond nu dé kans om het normaal dominante Team USA te verslaan. Uiteindelijk klaarden Veldman, Van Grinsven en Verboven de klus en wisten met een miniem verschil Nederland de tweede wereldtitel van de dag te bezorgen. De laatste heat was hierin doorslaggevend. Van Grinsven reed naar de winst in een groep van vier quads die aan de leiding lagen. Daarachter was een belangrijk gevecht om plek zes. Op die plek reed de Amerikaan Wienen, maar Veldman reed hem op de hielen in het midden van de race. Veldman werd luid aangemoedigd door het thuispubliek, maar leek net niet bij machte om de Amerikaan in te kunnen halen. Met nog twee ronden te gaan sprong Veldman in een alles-of-niets poging de Amerikaan spectaculair voorbij. Hiermee pakte Nederland net een beter resultaat dan Team USA. Dat bleek uiteindelijk doorslaggevend te zijn en met een minimaal verschil van twee punten pakte quadteam Nederland een historische wereldtitel voor de USA op twee en Estland op drie.
WK Langbaan Roden: Meijerink schittert in Roden
Het WK Langbaan beleefde een dramatische ontknoping op het Speed Centre in Roden. De Brit Zach Wajknecht liet zich voor het eerst tot wereldkampioen kronen, maar Dave Meijerink zorgde voor Nederlands succes. Hij won de slotrace en hield zo de prestigieuze Gouden Helm in eigen land.
De 25-jarige Meijerink toonde al in de series zijn klasse en plaatste zich met de meeste punten voor de finale. Vanaf de tweede startplek nam hij direct de leiding. ‘In de series waren mijn starts goed, maar niet perfect. In de finale was hij wél perfect. Daarna moest ik zorgen dat ik meteen wegkwam bij de rest, en dat lukte,’ aldus een dolblije Meijerink. Voor de start van het seizoen was zijn doel om podium te rijden tijdens een GP. In die opzet slaagde hij dus. De winst in Roden leverde hem ook een vierde plaats in het eindklassement op. Dat betekent dat Meijerink ook in 2026 zeker is van een start in de GP-serie.
De drie overgebleven titelfavorieten – de Duitser Lukas Fienhage, Wajknecht en zijn landgenoot Chris Harris – kregen in Roden allemaal hun portie tegenslag te verwerken. Daardoor bleef tot de allerlaatste race onduidelijk wie het goud zou grijpen. Fienhage haalde na tweemaal pech de finale niet. In de finale leek Harris even aan het langste eind te trekken tot Wajknecht hem in de tweede bocht buitenom verraste en de tweede plaats greep. Voldoende voor de titel. Harris eindigde in Roden als derde.
Int. Speedway Veenoord: Gouden Helm in Deense handen
De 19-jarige Deen Nicolai Heiselberg won de speedwayklassieker in het Drentse Veenoord. In de finale klopte Heiselberg zijn landgenoot Kevin Juhl Pedersen en de Pool Mateusz Bartkowiak. Het leverde Heiselberg de Gouden Kenny Helm op.
De organisatie had dit jaar een kwalitatief sterker deelnemersveld weten samen te stellen, en dat betaalde zich uit op de baan. Waar in Veenoord traditioneel lastig ingehaald kan worden, kreeg het publiek dit keer spannende races en fraaie inhaalmanoeuvres voorgeschoteld. Voor de Nederlanders viel er evenwel geen eer te behalen. Henry van der Steen is nog altijd niet fit genoeg en Mika Meijer, eerder winnaar van een zilveren en bronzen helm, moest in zijn eerste heat al met pech naar de kant. In het sterke deelnemersveld kon hij dat niet meer goedmaken. Meijer eindigde als beste Nederlander op de elfde plaats.
Winnaar Heiselberg: Een vast gebruik in de speedwaysport. De winnaar, Nicolai Heiselberg, wordt door zijn team en concurrenten in de lucht gegooid.
Molenaar NSF100 Cup Assen: Van der Zwart pakt Molenaar NSF Cup-titel
Het beloofde vooraf al een spannende ontknoping te worden in de Molenaar NSF100 Cup. Voorafgaand aan de laatste twee races op de TT Junior Track in Assen bedroeg het verschil tussen Mick Koomen en Sep van der Zwart slechts twaalf punten. De 12-jarige Van der Zwart toonde zich een koele kikker, ondanks dat hij dit jaar nieuwkomer is in deze talentencompetitie. In de eerste race greep hij de winst, terwijl Koomen niet verder kwam dan een vierde plaats. Zo begonnen ze met een gelijk aantal punten aan de allesbeslissende laatste race van het seizoen — spannender kon bijna niet! Al kort na de start van de tweede race wist Van der Zwart samen met Jesse Koelewijn een gat te slaan. Koomen reed in een groep die streed om de derde plek, maar kon het leidende tweetal niet meer bijhalen. Koelewijn won de race, maar de tweede plaats van Van der Zwart was genoeg om Molenaar NSF100 Cup-kampioen te worden. Een indrukwekkende prestatie in zijn eerste seizoen, waarmee hij zich schaart in een rijtje met voormalige kampioenen als Scott Deroue, Livio Loi, Bo Bendsneyder, Victor Steeman, Loris Veneman en vele andere motorsporttalenten.
Kampioen Sep van der Zwart samen met organisatoren Carla en Arie Molenaar.
WMX Darwin: Lotte van Drunen weer wereldkampioen
Vanaf de eerste GP in het Sardijnse Riola Sardo tot aan de laatste GP in het Australische Darwin voerde Lotte van Drunen het klassement aan en dat betekent dat ze haar wereldtitel WMX heeft geprolongeerd. Nog geen twee maanden achttien en nu al twee keer wereldkampioen! Een geweldige prestatie. Lotte kwam naar Australië met een geruststellende voorsprong op Kiara Fontanesi en Daniela Guillén. Ze mocht in beide manches achter de Italiaanse en de Spaanse eindigen. En zo geschiedde. Fontanesi won de eerste manche met Guillén als tweede, in de tweede manche waren de rollen omgedraaid. Met haar klasseringen als derde en vierde hield Lotte een voordelige marge van zeven punten op Fontanesi, die na de zes GP’s één punt meer had dan Guillén.
In de eerste manche leidde Fontanesi van start tot finish. Guillén kwam na een paar ronden op de tweede plaats terecht. Van Drunen was vijfde bij de eerste doorkomst, in de vierde ronde lag ze al op de derde plaats. Met een voorsprong van elf punten op Fontanesi begon Van Drunen aan de laatste manche van het jaar. In het begin van de race ging ze twee ronden aan de leiding, maar bood geen weerstand toen Guillén haar passeerde. Ook Fontanesi kwam een paar ronden later voorbij de Nederlandse, die met nog enkele ronden te gaan naar de vierde plaats werd verwezen door de Australische Charli Cannon. Geen enkel risico nemend reed Lotte van Drunen de race uit.
Van Drunen: ‘Er waren mensen die dachten dat ik geen kans zou maken na mijn blessure van afgelopen winter, maar ik heb het wel gedaan! Mijn tweede wereldtitel. Ongelofelijk. Dank aan iedereen van het team. Speciale dank aan mijn vader en mijn trainer, die er helaas niet bij kon zijn.’
Van de vaste deelneemsters aan dit kampioenschap waren slechts zeven naar Australië afgereisd. Alle anderen, onder wie Shana van der Vlist en Danee Gelissen, lieten de dure trip aan zich voorbijgaan. In de WK-eindstand staat Van der Vlist op de zesde plaats, Gelissen is achtste geworden. De door een in Arnhem opgelopen beenbreuk afwezige Lynn Valk bezet de negende plaats.
1 van 2
Lotte van Drunen met haar tweede gouden medaille.
Aan de finish kreeg Lotte van Drunen een champagnedouche.
Kort door de bocht
Goed nieuws uit Lelystad: daar hebben enkele enthousiastelingen de handen ineen geslagen om de speedwaysport terug te brengen op Dirttrack Lelystad. Op zondag 19 oktober vindt er na lange tijd weer een wedstrijd plaats, waarbij een selectie van Nederlandse coureurs het opneemt tegen een afvaardiging van de Middlesbrough Tigers.
Owen van Trigt eindigde tweemaal als tweeëntwintigste in de JuniorGP-races op het Misano World Circuit Marco Simoncelli in Italië. De Nederlandse coureurs in de European Talent Cup kwamen niet aan de start: Kiyano Veijer kampte met fysieke klachten en Jurrien van Crugten besloot, na herhaaldelijke technische problemen, te stoppen bij het Spaanse MRE Talent Team.
Tijdens de seizoensfinale van het IDM eindigde Twan Smits als tiende en zesde in de Superbike-klasse. Daarmee sloot hij zijn debuutseizoen in de topklasse van het IDM af op een knappe achtste plaats. Rick Kooistra stelde de derde plek veilig in het IDM Sportbike-kampioenschap. Ricardo Brink was al eerder gekroond tot kampioen in de Pro Superstock 1000, maar schreef ook de laatste twee races in Hockenheim op zijn naam. Daarmee won hij alle tien races van het seizoen 2025.
Ilja Caljouw werd vierde en vijfde tijdens de slotronde van het International Road Racing Championship (IRRC) in het Duitse Frohburg. Daarmee sloot hij het seizoen af als vijfde in de eindstand van de IRRC Supersport. In de Superbike-klasse was Virgil-Amber Bloemhard de beste Nederlander, met een zesde en negende plaats. De titels gingen naar de Ier Darryl Tweed (Superbike) en de Tsjech Marek Cerveny (Supersport).
Tijdens een spannende ontknoping van het NK Junior Moto Racing op de TT Junior Track in Assen is Mika Tiemens gekroond tot kampioen in de Yamaha R125 Cup. In de Nederlandse FIM MiniGP ging de titel in de 190cc naar Douwe Douma, terwijl Milan Hunneman kampioen werd in de 160cc.
Tijdens de Northern Sidecar Cup op het Engelse Brands Hatch is Hilbert Talens, samen met zijn Duitse bakkenist Felix Pinkert, als eerste en tweede geëindigd in de 1000cc-klasse. In de overall uitslag van de races – inclusief de 600cc- en F2-spannen – behaalden zij respectievelijk de vierde en zevende plaats. Dankzij deze prestaties zijn Talens en Pinkert voortijdig kampioen geworden in de 1000cc van de Northern Talent Cup.
De Nederlanders hadden weinig geluk tijdens de Bol d’Or, de laatste ronde van het WK Endurance 2025 op Paul Ricard in Frankrijk. Twan Smits was met MotoBox Kremer op weg naar een top-vijfklassering, maar viel uit met een technisch probleem. Milan Merckelbagh en JMA Action Racing Bike kenden een ongelukkige 24-uursrace met meerdere valpartijen en eindigden als eenendertigste. Het BMW Motorrad World Endurance Team van Werner Daemen leek op weg naar hun eerste wereldtitel, tot ook zij een half uur voor het einde uitvielen met een technisch mankement. YART Yamaha profiteerde en werd wereldkampioen, terwijl Yoshimura SERT Motul (Suzuki) de Bol d’Or op zijn naam schreef.
De 15e editie van de strandcross van Zoutelande is gewonnen door Michel Hoenson, die de gehele Superfinale op kop reed. Damian Wedage werd tweede, Jordan Lee van Maaren derde.
De Dutch MX Season-finale op 12 oktober in Valkenswaard kent een sterke bezetting met o.a. Jeffrey Herlings, Glenn Coldenhoff en Kay de Wolf aan de start.
Door winst in de Rally Raid Portugal heeft KTM-rijder Daniel Sanders zich verzekerd van de wereldtitel Rally Raid. Met nog de Rally du Maroc te gaan kan hij niet meer worden achterhaald.
De Duitse combinatie van Markus Venus en Markus Eibl prolongeerde in Haunstetten de Europese titel op de grasbaan. In eigen land klopten zij in de finale de Britten Godden/Smith en de Franse broers Comblon. Voor Nederland bleef het bij een elfde plek voor Klaas Kregel en Patrick Kramer. De Nederlandse topcombinatie Wilfred Detz en Bridget Portijk koos ervoor dit EK over te slaan.
Sportkalender
Datum
Evenement
4 oktober
IDC Assen
4 oktober
ONK enduro Hellendoorn
4/5 oktober
MotoGP Mandalika (INA)
4/5 oktober
MXoN Crawfordsville (USA)
4/5 oktober
WK zijspan, NSC, ONK wegrace Oschersleben (D)
5 oktober
BSB Oulton Park (GB)
5 oktober
ONK zijspancross Holten
11 oktober
ONK zijspancross Valkenswaard
11 oktober
ONK enduro Harfsen
11 oktober
ONK trial Zelhem
11/12 oktober
WSBK, SSP300 Estoril (P)
12 oktober
WK SuperMoto Mettet (B)
12 oktober
MXoEN Castelnau de Lévis (F)
12 oktober
Int. strandcross Vlissingen
12 oktober
Dutch MX Season finale Valkenswaard
12/18 oktober
WK Rally du Maroc (MAR)
17/19 oktober
WK enduro Zschopau (D)
18 oktober
Strandcross Lemmer
18 oktober
ONK enduro Tubbergen
18/19 oktober
MotoGP Phillip Island (AUS)
18/19 oktober
WSBK, SSP300, WCR Jerez (E)
19 oktober
BSB Brands Hatch (GB)
Tekst: Jan Boer, Gert Bos, Asse Klein, Emil Bilars Foto’s: Mariska Grob, Emil Bilars, Gert Bos
Honda heeft onlangs nieuwe kleurvarianten aangekondigd voor de ADV350, die in 2026 op de markt komen. Deze scooter, gelanceerd in 2022, biedt het comfort van een premium scooter met de robuustheid van een adventure-model. Dit maakt de ADV350 ideaal voor zowel stadsverkeer als slecht wegdek.
Het design van de ADV350 is geïnspireerd op de X-ADV, die in 2025 meer dan 10.000 stuks verkocht. De ADV350 zelf heeft een sterke verkoopprestatie geboekt en was in 2024 de bestverkopende scooter boven de 300cc in Europa. Het succes van deze scooter komt voort uit de combinatie van een avontuurlijke uitstraling en degelijke techniek.
De standaarduitvoering van de ADV350 is rijk uitgerust, met onder andere een 37mm USD-voorvork, een stalen buisframe, en schokdempers met extern reservoir. Daarnaast biedt de scooter extra bodemvrijheid, ruimte voor twee integraalhelmen onder het zadel, een USB-poort, en een Smart Key-systeem. Het in hoogte verstelbare windscherm en het LCD-dashboard met Honda RoadSync-integratie verhogen het gebruikersgemak.
De 330cc eSP+ vierklepsmotor levert een vermogen van 21,5 kW en 31,5 Nm koppel, wat zorgt voor snelle acceleratie. Veiligheidsvoorzieningen zoals Honda Selectable Torque Control (HSTC) en noodremverlichting zijn standaard inbegrepen.
De ADV350 wordt geproduceerd in de Honda Italia Industriale S.p.A. fabriek in Atessa, waar al sinds 1971 diverse motor- en scootermodellen worden vervaardigd. Voor modeljaar 2026 zijn de nieuwe kleuren:
Drie van onze lezers en volgers stappen op drie verschillende Ducati’s met het nieuwe V2-platform: de Streetfighter, Panigale en Multistrada. Dit is geen normale lezerstest, maar wel eentje waarbij niet alleen onze mening telt, maar waarbij de testrijders van vandaag ook daadwerkelijk een favoriet moeten aanduiden. Dat verliep – spoiler alert – anders dan verwacht…
Profiel Max
Naam
Max Sonneveld
Leeftijd
34
Woonplaats
Utrecht
Huidige motor
Honda VFR800X Crossrunner
Uiterlijk
‘De mooiste motor van de drie is zonder twijfel de Panigale. Fantastisch! Die zet je zo in de woonkamer. Toch hebben alle drie de motoren Italiaanse flair en een prachtige afwerking. Mijn smaak, puur qua uiterlijk, ligt meer bij sportmotoren, en dus niet bij een toermotor als de Multistrada of een naked bike als de Streetfighter.’
Comfort
‘Ik heb zelf een Honda VFR800X Crossrunner, dus voor mij is de Multistrada een logische winnaar op het onderdeel “comfort”. Hij is bijzonder veelzijdig, maar heeft toch dat sportieve Italiaanse randje. De Multistrada is echt een alles-in-één-motor. Toch ben ik ook verbaasd over het comfort op de Panigale. Ik heb meestal nogal snel last van mijn nek tijdens het rijden, maar op de Panigale zit ik erg lekker. Nooit gedacht dat een motor waarvan het design zo belangrijk en extreem is, ook zo’n goede ergonomie kan hebben. Ik had verwacht er kreupel vanaf te komen na de testrit, maar dat is niet gebeurd. Dus qua comfort ga ik mijn keuze herzien en mag van mij de Panigale winnen, omdat het zo verrassend goed is.’
Uitrusting
‘Alle motoren zijn rijkelijk uitgerust met elektronische ondersteuning in alle vormen en maten. Voor mij is het leuk dat je kunt opstappen en meteen weet hoe alles werkt. De Multistrada is als enige uitgerust met elektronische vering, wat voor mij iets heel nieuws is. Hij wordt er nóg veelzijdiger door, als een Zwitsers zakmes. Op de Streetfighter en Panigale mis ik dat type vering echter niet.’
Rij-eigenschappen
‘Je kunt op een Japans of welk ander merk stappen, maar als het gaat om het gevoel, dan zit dat bij een Ducati altijd net wat beter. Het remgevoel en schakelen is waanzinnig goed voor elkaar, op alle drie de machines. De Panigale stuurt het scherpst, de Streetfighter vind ik door de rechtopzitpositie wat te “snappy” in de bochten. Qua totaalplaatje en veelzijdigheid wint voor mij de Multistrada het qua rij-eigenschappen.’
Conclusie
‘Ik ben echt onder de indruk van de Panigale. Het was voor mij de eerste ervaring met een supersport en het is geweldig goed meegevallen. Ik zit hier niet voor niets met zo’n brede grijns op mijn gezicht. Als ik ooit voldoende gespaard heb en wat meer tijd heb, durf ik gerust te kijken om een Panigale aan te kopen, maar momenteel is daar geen plaats voor en geniet ik van het sportieve toeren. Of misschien een Multistrada als vervanging voor mijn Honda, maar daar wil ik het liever niet over hebben (lacht). Die blijft nog wel even.’
Reactie van de redactie
‘Grappig toch, hoe zo’n testdag kan uitdraaien. Max arriveerde aan het begin van de dag vol enthousiasme op zijn Honda Crossrunner, gehuld in een stevig toerpak. Die komt voor de Multistrada, denk je dan. Op het einde van de dag blijkt dan toch net de Panigale, de oncomfortabelste van ze alle drie, zijn winnaar. Mooi hoe Max ook het stuurgevoel tussen de Streetfighter en Panigale ervaart. In de brede basis en als je het heel simpel bekijkt, zijn dat dezelfde motoren met een ander stuur en zitpositie. In wat hij een “snappy” stuurgevoel op de Streetfighter vindt, kunnen wij ons minder vinden, maar het is wel degelijk anders, losser, speelser dan op de stijvere Panigale.’
Profiel Dewy
Naam
Dewy Van Dijk
Leeftijd
44
Woonplaats
Wijchen
Huidige motor
Kawasaki Z650, Suzuki Intruder
Uiterlijk
‘De Panigale is mijn droommotor. Het is een racemotor, een echt monster. Ik vind die het mooist. Hij ziet er zo gaaf uit! Aan de Streetfighter vind ik niet veel bijzonders. De achterkant is identiek aan de Panigale, maar de voorkant is kaal en zegt me niet veel. Hij ziet eruit als elke andere naked bike. De Multistrada zou ik niet snel kiezen, omdat het niet mijn ding is. Ik ben meer voor race- en sportmotoren en vind zo’n toermotor veel te hoog. Los daarvan ziet hij er best oké uit.’
Comfort
‘Op de Panigale zit je uiteraard voorovergebogen, dus als ik er een weekend mee zou gaan rijden, denk ik wel dat ik rugklachten ga krijgen. De Streetfighter zit er qua zithouding een beetje tussenin; je hangt er niet aan, maar zit ook niet helemaal rechtop. Ook daarop vrees ik voor pijn aan mijn rug na wat uren in het zadel. Op de Multistrada zit ik helemaal perfect. Lekker rechtop en je kunt af en toe een beetje inzakken. Graag geef ik het niet, maar qua comfort krijgt de Multistrada 100 punten.’
‘Ik vind dat er te veel elektronica op de drie motoren zit. Zo wilde ik tijdens de testritten alles graag een beetje proberen en dan ga je scrollen in de menu’s, maar dat beïnvloedt mijn rijgedrag op een negatieve manier. Er is zoveel keuze! Voor ieder zit er wat wils bij, maar voor mij persoonlijk mag het wat minder geavanceerd.’
Rij-eigenschappen
‘De Panigale voelt door zijn racekarakter zo trefzeker en stabiel in de bochten. Daardoor durf ik er ook lekker hard mee te rijden en hem in de bocht te duwen. In tegenstelling moet je de Streetfighter meer de bocht in trekken. Als je hem daar eenmaal hebt, dan wil die ook wel. Op de Multistrada ga je meer mee met een soort van flow. Het is allemaal relaxter en comfortabeler.’
Conclusie
‘Ik ga niet voor mijn droommotor – de Panigale – maar toch voor de Multistrada. Door mijn wat kleinere gestalte zit ik daar het best op en kan ik het best met mijn voeten aan de grond. De Multistrada heeft me heel positief verrast, maar de Panigale blijft nog steeds wel mijn droommotor. Als ik die op mijn eigen lengte kan afstellen, zou het helemaal geweldig zijn.’
Reactie van de redactie
Opvallend dat de kleine Dewy zich het best voelt op de grootste en zwaarste motor van dit Ducati-trio. Zo zie je maar hoe individueel er naar motoren gekeken wordt en welke soms onbenullige dingen voor andere mensen net van heel groot belang zijn. Dewy kon rijden met haar droommotor en heeft er zelfs een nieuwe favoriet bij. Never meet your heroes? Jawel hoor, maar kijk dan ook eens naar de andere familieleden. Die zijn soms nog beter/mooier/slimmer/…
Profiel Erik
Naam
Erik Van den Berg
Leeftijd
64
Woonplaats
Heerhugowaard
Huidige motor
KTM 1290 Super Duke R
Uiterlijk
‘De Panigale vind ik echt een prachtige motor om te zien. In tegenstelling tot de V4, die wel lijkt te schreeuwen “kijk mij eens een hele dikke motorfiets zijn!”, is de V2 veel ingetogener en wat vriendelijker. Dat vind ik mooier. Van die lelijke winglets op de V4 moet ik ook niets hebben. De Streetfighter is heel mooi in verhouding. Dat is niet altijd zo bij naked bikes die zijn afgeleid van sportmotoren. Dikwijls zit je daar heel lullig op omdat de verhoudingen zoek zijn. Dat is helemaal niet zo bij de Streetfighter. Als je erop zit, ziet het er gewoon goed uit. De Multistrada vind ik een stoere motor, maar het is qua uiterlijk niet mijn ding.’
Comfort
‘Daar kan ik heel kort over zijn: de Multistrada. Die ligt mij qua comfort het meest. Ik zit er het best op en dankzij de elektronische vering wordt alles mooi weggefilterd. De Panigale en Streetfighter koop je niet voor hun comfort, dat is speelgoed.’
‘Ze zijn allemaal rijkelijk uitgerust met elektronica, maar waar ik het meest door verrast ben, is hoe uitgebreid je alles in kunt stellen. Zo kun je de motorrem op drie manieren instellen, de tractiecontrole… Ik heb niet alle instellingen kunnen proberen, want daar is een dag te kort voor. De Multistrada heeft natuurlijk ook nog elektronische vering en die heeft me positief verrast. Op andere motoren met elektronische vering gaat het systeem voor je denken, maar dat werkt niet fijn. Je went aan een motorfiets, maar als je dan wisselt van rijmodus, voelt het sturen plots heel anders aan. Dat doet de Multistrada dus niet en dat is meer mijn ding. Je raakt ook snel gewend aan zo’n systeem, want toen ik overstapte van de Multistrada op de Streetfighter en over een hobbelweg reed, miste ik het al.’
Rij-eigenschappen
‘Ik heb de hele dag plezier gehad en geen enkel moment gevoeld dat een motor niet lekker schakelde of remde. Dat is allemaal supergoed voor elkaar op alle drie de motoren. Ook qua sturen doen ze het allemaal goed, zelfs de grote Multistrada. Het motorblok loopt zo mooi en is best sterk. De setting van de motorfietsen klopt helemaal. Ze zijn gewoonweg fijn om te rijden. Als ik in dit onderdeel een winnaar moet kiezen, dan wordt het de Streetfighter omdat die zo speels is. Of toch de Multistrada omwille van zijn comfort? Ik weet het niet. Het is te moeilijk.’
Conclusie
‘Als ik nu een motor moest kiezen uit deze drie, dan zou het de Multistrada zijn omdat die veel completer is. De Streetfighter is een jonge hond en met de Panigale wil je iedere bocht aanvallen. Maar dat gaat helaas niet overal, want er zijn fietsers, wandelaars, verkeersdrempels… Ik ben 1m96 en op de meeste sportmotoren pas ik niet, maar op de Panigale ging dat prima. De Multistrada is echter zo comfortabel en hij doet ook niet onder voor de andere twee. Ducati heeft haar V2-platform erg goed voor elkaar. De motorfietsen zijn af, ze zien er spot-on uit en het totaalplaatje klopt gewoon.’
Reactie van de redactie
‘Niet alleen Max, maar ook Erik zit comfortabel op de Panigale. Dat is best opmerkelijk voor twee mannen die flirten met de twee meter. En ze hebben zeker een punt. De zithouding op de Panigale is zeer sportief, laat dat duidelijk zijn, maar zeker niet extreem zoals op vele andere superbikes en sportmotoren. Toch kiest Erik voor de Multistrada als winnaar van vandaag. Omdat hij zelf een KTM 1290 Super Duke R rijdt, is dat enigszins verrassend. Je zou verwachten dat hij voor de Streetfighter zou kiezen, maar Erik heeft gemerkt dat comfort en prestaties prima hand in hand gaan op een machine als de Multistrada.’
Foto’s: Made by Jane Photography
Ducati Multistrada V2 (V2S)
motor
Type
vloeistofgekoelde V2, DOHC
Cilinderinhoud
890 cc
Boring x slag
96 x 61,5 mm
Kleppen/cilinder
4
Compressieverhouding
13,1:1
Carburatie
1 injector per cilinder, variabele inlaatkleptiming, full ride-by-wire
Koppeling
natte meerplaatskoppeling met slipper-functie, hydraulisch bediend
Liberty Media, de nieuwe eigenaar van de MotoGP-rechten, staat mogelijk aan de vooravond van een ingrijpende wijziging die de geschiedenisboeken van de motorsport zou herschrijven. Volgens berichten die circuleren in de motorsportwereld, overweegt het Amerikaanse mediabedrijf om alleen wereldtitels in de koningsklasse (500cc/MotoGP) mee te tellen in de officiële statistieken en recordlijsten. Deze potentiële verandering heeft tot hevige discussies geleid in de paddock en onder fans van de sport.
De voorgestelde wijzigingen
De kern van het voorstel zou inhouden dat alleen kampioenschappen gewonnen in de hoogste klasse van de motorsport worden erkend als officiële wereldtitels. Dit zou verstrekkende gevolgen hebben voor de historische ranglijst van kampioenen. Legendes zoals Giacomo Agostini zouden hun totale aantal titels drastisch zien verminderen – in zijn geval van 15 naar 8 wereldtitels, aangezien zijn 7 kampioenschappen in de 350cc-klasse niet meer zouden worden meegeteld.
Andere beroemde coureurs zouden nog harder worden getroffen. De legendarische Spaanse rijder Ángel Nieto, die 13 wereldkampioenschappen won in de lichte klassen (50cc en 125cc), zou volledig van de lijst van wereldkampioenen verdwijnen. Ook hedendaagse sterren zoals Marc Márquez zouden getroffen worden; zijn palmares zou van 8 naar 6 titels gaan, waarbij zijn kampioenschappen in de Moto2 (2012) en 125cc (2010) niet langer zouden worden meegeteld.
Liberty Media nam begin 2023 de commerciële rechten van de MotoGP over voor een bedrag van ongeveer 4,2 miljard euro. Als ervaren speler in de sportentertainment, bekend van hun succesvolle transformatie van de Formule 1, lijkt het Amerikaanse bedrijf nu te zoeken naar manieren om de MotoGP verder te commercialiseren en toegankelijker te maken voor een breder publiek.
Analisten suggereren dat de vereenvoudiging van het telsysteem voor titels onderdeel kan zijn van een strategie om de sport begrijpelijker te maken voor nieuwe fans. Door de focus volledig op de MotoGP-klasse te leggen, zou Liberty Media de merkidentiteit van het kampioenschap kunnen versterken en de aandacht kunnen verleggen naar hun belangrijkste product.
Daarnaast zou deze herziening de prestaties van huidige en toekomstige rijders in de koningsklasse kunnen benadrukken, wat mogelijk tot meer spanning en publieke betrokkenheid leidt bij het jagen op historische records.
Reacties uit de MotoGP-gemeenschap
De potentiële wijziging heeft tot felle reacties geleid binnen de motorsportwereld. Veteranen, huidige rijders en motorsportcommentatoren hebben hun bezorgdheid geuit over wat zij beschouwen als het herschrijven van de geschiedenis.
Giacomo Agostini, de meest succesvolle rijder in de geschiedenis van de motorsport, heeft in meerdere interviews aangegeven dat hij de voorgestelde wijziging niet begrijpt. Hij benadrukt dat alle wereldkampioenschappen, ongeacht de klasse, werden gewonnen tegen de beste rijders van die tijd in legitieme wereldkampioenschappen.
“Togliere i titoli a me non renderà più grande Márquez” (Het afnemen van mijn titels zal Márquez niet groter maken), zou Agostini hebben opgemerkt, daarmee benadrukkend dat het verminderen van zijn prestaties niets toevoegt aan de huidige generatie rijders.
Ook onder huidige rijders en teammanagers is er weerstand. Luca Boscoscuro, voormalig rijder en teammanager, stelde de logische vraag: als we titels in lagere klassen niet meer meetellen, moeten we dan ook de overwinningen in die klassen schrappen? Deze vraag raakt aan de kern van het probleem: waar trekt men de grens bij het herzien van historische statistieken?
Vergelijkbare situaties
Het is niet de eerste keer dat een sportorganisatie worstelt met de vraag hoe om te gaan met historische prestaties. In de Formule 1, ook onder beheer van Liberty Media, worden alle wereldkampioenschappen als gelijkwaardig beschouwd, ongeacht de technische veranderingen door de jaren heen. In andere sporten, zoals tennis, worden overwinningen op verschillende ondergronden en in verschillende tijdperken eveneens als gelijkwaardig erkend.
Motorsporthistorici wijzen erop dat het racen in verschillende klassen altijd een fundamenteel onderdeel is geweest van de Grand Prix-motorsport. De vaardigheden en prestaties die nodig zijn om in elke klasse te excelleren, verdienen erkenning, argumenteren zij. Bovendien vormden de lagere klassen historisch gezien de opleidingsgrond voor toekomstige kampioenen, wat hun betekenis voor de sport onderstreept.
Verkennende fase
Op dit moment lijkt het voorstel zich nog in een verkennende fase te bevinden. Liberty Media heeft nog geen officiële aankondiging gedaan over hun plannen, en het is onduidelijk of en wanneer een dergelijke wijziging zou worden doorgevoerd.
Gezien de sterke reacties uit de motorsportgemeenschap zal Liberty Media waarschijnlijk zorgvuldig moeten afwegen of de potentiële commerciële voordelen opwegen tegen het risico op vervreemding van de kernfans en historische figuren in de sport.
Voor nu blijft de discussie voortduren, waarbij zowel traditionalisten als voorstanders van vernieuwing hun argumenten naar voren brengen in wat een bepalend moment kan worden voor de manier waarop de rijke geschiedenis van de motorsport wordt herinnerd en gevierd.
De komende maanden zullen uitwijzen of Liberty Media vasthoudt aan dit controversiële plan of kiest voor een aanpak die meer rekening houdt met het rijke verleden van de motorsport in al zijn verschillende klassen en categorieën.
De motorwereld heeft reikhalzend uitgekeken naar innovaties in het middensegment, en Honda lijkt nu met een verrassende zet te komen. Op de China International Motorcycle Exhibition (CIMA) presenteerde de Japanse fabrikant een concept dat veel motorliefhebbers doet watertanden: de Honda CB500 Super Four (CB500SF). Dit model vormt een opmerkelijke afwijking van de huidige trend van parallelle tweecilinders die het middensegment domineren.
Historische heropleving met modern karakter
De CB500SF bouwt voort op de rijke erfenis van Honda’s legendarische ‘Super Four’ lijn, met name de iconische CB400 Super Four die sinds 1992 een cultstatus geniet in Azië. Waar de meeste fabrikanten in het 500cc segment kiezen voor een paralleltwin-configuratie, keert Honda met deze nieuwe motorfiets terug naar een volbloed viercilinder opstelling. Dit geeft de CB500SF een unieke positie in de markt als een van de weinige moderne middleweight motorfietsen met vier cilinders.
Het hart van deze nieuwe machine is een nieuw ontwikkelde 502cc, vloeistofgekoelde, DOHC viercilinder krachtbron. Hoewel Honda nog terughoudend is met het vrijgeven van officiële specificaties, suggereren industrie-experts dat het motorblok ongeveer 80 pk bij 12.000 tpm en 45 Nm koppel bij 9.500 tpm zou kunnen produceren. Deze waarden zouden de CB500SF competitief positioneren tegenover gevestigde rivalen zoals de Yamaha MT-07 (74 pk), Kawasaki Z650 (68 pk) en de Triumph Trident 660 (80 pk).
Moderne technologie verpakt in retro jasje
Ondanks zijn retro-geïnspireerde uiterlijk is de CB500SF voorzien van moderne technologie. Het voorlopige ontwerp toont een 5-inch TFT-kleurendisplay dat smartphone-connectiviteit, navigatie en verschillende rijmodi mogelijk maakt. De motorfiets zal naar verwachting worden uitgerust met geavanceerde elektronische rijhulpsystemen, waaronder Honda Selectable Torque Control (HSTC), verschillende rijmodi en standaard ABS.
Een van de meest interessante innovaties is het optionele E-Clutch systeem, dat naadloze schakelacties mogelijk maakt zonder de koppelingshendel te gebruiken, terwijl traditionele bediening via de hendel nog steeds mogelijk blijft voor puristen. Dit systeem weerspiegelt Honda’s streven naar het combineren van traditionele rijbeleving met modern comfort.
De CB500SF lijkt te worden gebouwd rond een conventioneel stalen diamantframe, met de motor als dragend element. De voorwielophanging bestaat uit USD (upside-down) vorken, vermoedelijk 41mm Showa SFF-BP units, terwijl de achterwielophanging bestaat uit een gegoten aluminium swingarm met Pro-Link monoshock die verstelbaar is voor veervoorspanning.
Het remsysteem omvat naar verwachting dubbele 296mm schijven voor met Nissin radiale vierzuiger remklauwen, en een enkele 240mm schijf achter met een enkelzuiger remklauw, beide met ABS. Deze configuratie belooft uitstekende stopprestaties te leveren, wat essentieel is voor een sportieve naked bike.
Hoewel de exacte geometrie niet is bevestigd, suggereert het ontwerp een ergonomie die een goede balans biedt tussen sportief rijden en dagelijks comfort, met een geschatte zithoogte van 790mm en een wielbasis van ongeveer 1410mm.
De CB500SF lijkt ook beschikbaar te komen in een speciale Spencer-kleurstelling – een opvallende zilveren livery met blauwe accenten, als directe verwijzing naar Honda’s roemruchte racegeschiedenis. Deze aandacht voor het erfgoed onderstreept Honda’s intentie om niet alleen een functionele motorfiets te bouwen, maar een machine die emotionele verbindingen oproept bij motorliefhebbers.
Dit jaar bereikte de Suzuki GSX-R een indrukwekkende mijlpaal met zijn 40-jarig jubileum. Om deze gelegenheid te markeren, heeft Suzuki aangekondigd een speciale documentaire te produceren die de technische ontwikkeling en het erfgoed van deze iconische sportmotorfiets belicht. De film zal de evolutie volgen vanaf de baanbrekende GSX-R750 uit 1985 tot de krachtpatser GSX-R1000 uit 2001, compleet met onthullingen over de engineering-uitdagingen en testprocessen die de reputatie van deze legendarische serie hebben gevormd.
De revolutionaire start van een legende
Toen de GSX-R750 in 1985 werd geïntroduceerd, veranderde deze motor de sportmotorfietswereld voorgoed. De GSX-R750 bracht race-technologie naar de openbare weg met innovaties zoals het SACS (Suzuki Advanced Cooling System) oliekoelsysteem en een lichtgewicht dubbel wiegframe. Met een drooggewicht van slechts 176 kg en een vermogen van 100-106 pk bij 10.500 tpm, leverde de motor een voor die tijd ongekende vermogen-gewichtsverhouding.
De filosofie achter de GSX-R was even simpel als revolutionair: bouw een straatlegale racemotor. Dit betekende een compromisloze focus op lichtgewicht constructie, handelbare prestaties en race-ergonomie. De voorwaarts gerichte zitpositie en het directe stuurgedrag boden ervaren rijders een niveau van controle dat tot dan toe voorbehouden was aan racemotoren.
De documentaire belicht belangrijke ontwikkelingsmomenten in de GSX-R-geschiedenis, waaronder de overstap van oliekoeling naar vloeistofkoeling in 1992 met de vierde generatie van de GSX-R750. Hoewel dit gewichtstoename betekende, was het een noodzakelijke evolutionaire stap om competitief te blijven in zowel race- als straatprestaties.
Een ander cruciaal moment kwam in 1996, toen Suzuki overging op een twin-spar frame en een compacter motorblok introduceerde. Deze ontwikkeling was geïnspireerd door de succesvolle RGV-500 Grand Prix-racer waarmee Kevin Schwantz wereldkampioen werd. Het resultaat was een nog scherpere wegligging en verbeterde algehele prestaties.
Het hoogtepunt in de vroege GSX-R-geschiedenis was wellicht de introductie van de GSX-R1000 in 2001. Met 160 pk uit een 988 cc viercilinder en een drooggewicht van 170 kg, herschreef deze machine de regels in het superbike-segment en vestigde nieuwe standaarden voor prestaties op zowel straat als circuit.
Achter de schermen: de onthulde geheimen
De gepensioneerde Suzuki-ingenieurs spreken openhartig over de uitdagingen die ze tegenkwamen tijdens de ontwikkeling van verschillende GSX-R-modellen. Een interessant aspect dat belicht wordt, zijn de tijdsdruk en budgetbeperkingen waarbinnen het team moest werken, wat verklaart waarom sommige ambitieuze ideeën nooit werkelijkheid werden.
Een fascinerende onthulling is de langgekoesterde droom van het ontwikkelingsteam om een viertaktmotor te integreren in een frame dat was afgeleid van de succesvolle RGV-500 Grand Prix-racer. Deze visie werd uiteindelijk gerealiseerd in de 1996-generatie, wat leidde tot een aanzienlijke verbetering in het weggedrag van de motor.
De documentaire geeft ook inzicht in de testprocedures die elke GSX-R moest doorstaan, met commentaar van testrijders die de grenzen van deze machines verkenden voordat ze in productie gingen. Hun ervaringen bieden een uniek perspectief op hoe de GSX-R-reeks zich heeft ontwikkeld om te voldoen aan de veeleisende verwachtingen van zowel racers als straatrijders.
In diverse opzichten was het nauwelijks te merken dat de British Superbike zes jaar niet op het TT Circuit Assen had gereden. In de kwalificatie noteerde Bradley Ray een tijd van 1’35.529, waarmee hij 0,059 seconden sneller was dan de poletijd uit 2019, genoteerd door Scott Redding. Ook qua winnaar is er weinig veranderd. In 2019 schreef Redding beide races op zijn naam en opnieuw was het de Ducati-rijder die de winst pakte in de eerste race van 2025 – al waren de omstandigheden dit keer een stuk extremer. De regen viel zó hard dat de zaterdagrace halverwege werd afgebroken en niet werd hervat. Daarom werden er halve punten uitgedeeld. De Nederlanders lieten zich goed zien op de natte baan. Vier weken voor zijn thuisronde brak Jaimie van Sikkelerus nog zijn sleutelbeen, maar in de regen reed de TAG Honda-rijder op een zevende plaats toen de rode vlag kwam. Daarmee noteerde hij zijn beste resultaat ooit in de British Superbike, aangezien hij slechts één keer eerder punten had gescoord in deze categorie. Wayne Tessels deed mee met een wildcard op een Kawasaki van Druijff Racing en pakte ook punten met een twaalfde plek.
Ook wat betreft bezoekersaantallen is er in al die jaren weinig veranderd. Net als in 2019 bezochten – ondanks het regenachtige weer – 25.000 mensen over drie dagen het TT Circuit Assen. Kort voor de tweede British Superbike-race maakten BSB-directeur Stuart Higgs en de kersverse TT Circuit-directeur Mark van Aalderen bekend dat de BSB in 2026 (van 18 t/m 20 september) terugkeert naar Drenthe. “Eigenlijk ging iedereen er al van uit, maar we zijn blij dat het rond is,” verklaarde Van Aalderen. “We moesten eerst zeker weten dat beide partijen – BSB en het TT Circuit – uit de kosten konden komen, en dat is gelukt. We zijn voor dit jaar tevreden met de bezoekersaantallen, maar ik vind dat dit mooie evenement nog meer verdient. We hebben met één jaar verlengd, maar dat is gebruikelijk bij de BSB: ze bekijken het jaarlijks.”
Drie races, drie verhalen
De tweede race – verreden op zondag – begon opnieuw op een natte baan, die geleidelijk opdroogde. Dat de ene regenrace de andere niet is, bewees Redding. De Brit kreeg te maken met een slecht werkende achterband en kwam niet verder dan een vijftiende plek. De race werd gewonnen door Christian Iddon, zijn eerste zege van 2025. De derde race was de eerste droge wedstrijd van het weekend en groeide uit tot een spektakelstuk. Wel moest de race even worden onderbroken met een rode vlag vanwege een korte bui. Bij de herstart was het opnieuw droog. Redding sloot na een inhaalrace de Assen-ronde winnend af na een spannende strijd met Leon Haslam en Kyle Ryde. Titelkandidaten Ryde en Ray wisselden sterke en mindere momenten met elkaar af. Uiteindelijk vergrootte Ryde zijn voorsprong in het kampioenschap van 28 naar 31 punten met twee raceweekenden op de kalender. Van Sikkelerus eindigde zondag tweemaal als achttiende, terwijl Tessels als eenentwintigste en twintigste finishte.
Geen Nederlands succes in bijprogramma
In het bijprogramma konden de Nederlanders niet excelleren. In de British Supersport werd wildcardrijder Julian van Kalkeren tweemaal de beste Nederlander. De jonge coureur finishte als negentiende en twintigste. Tijdens de seizoensfinale van de Northern Talent Cup wist debutant Casper Pennings tweemaal punten te scoren met een twaalfde en een dertiende plaats. Ook Ruben Nijland wist een paar punten te behalen door als veertiende te eindigen in de tweede race. Bennie Streuer eindigde met Manon Vissenberg als zesde in de eerste WK Zijspannen-race. In de tweede race viel de Nederlandse combinatie uit. In de BeNeLux Trophy stond Martin van Ruitenbeek met een tweede en een derde plaats tweemaal op het podium. De races werden gewonnen door de Zwitser Lukas Maurer en de Belg Sander Claessen.
‘There is no valid reason why every race on the program should not be a hair-raising fight for blood and supremacy between riders.’ (Los Angeles Herald, 2 augustus 1913)
Met deze woorden werden de races op de LA Board track van 3 augustus 1913 onder de aandacht gebracht. Als je besloot ernaartoe te gaan, dan betaalde je 25 dollarcent entree en kon je getuige zijn van een hels spektakel dat zich afspeelde op een enorme ruwhouten kombaan, in Amerika ‘board track’ genoemd. Kocht je voor 5 cent een programmaboekje, dan kreeg je nog meer voorspel: ‘The pistol cracks, the band plays – with something happening every second the spiteful hiss of gas explosions are heard. Speed fans felt the blood creeping up to the roots of their hair, flaring up nerve pulsations that they look for so badly.’
Had je vervolgens een plekje gevonden op de hoge tribunes die neerkeken op de baan, dan zag je een enorme houten board track. Sommigen waren wel drie kilometer lang en zestig meter breed. De bochten lagen onder een hoek van zestig graden en waren vaak wel vijftien meter hoog. Het dek van de board tracks was van ongeschaafd hout zodat de rubberen banden wat meer grip hadden. Veel hielp het niet, want de motoren van destijds hadden total-loss smering. De verbruikte smeerolie druppelde aan de onderkant van het blok via een gleuf op de houten baan. Dus werd er vaak schelpengrit over de baan gestrooid en nog later kaliumhydroxide gesproeid om het vet wat op te lossen. Deze stof veroorzaakte brandwonden op de huid van de rijders en het inslikken van een kleine hoeveelheid was al dodelijk. Vandaag de dag wordt de stof in twee staten in de VS nog gebruikt voor biocrematies. Onder temperatuur en onder een beetje druk lost een menselijk lichaam binnen drie uur helemaal op in dit agressieve goedje, met uitzondering van de botten. De rijders die losgingen op deze banen liepen levensgevaar, daar werden ze ook voor betaald. Met gemiddelde snelheden van rond de 160 km/u hoorde het er ook gewoon bij. Schuivers liepen vaak uit op botbreuken, ernstige ontvellingen of de dood, lichamen van rijders werden doorboord met lange splinters. Motoren werden woest malend het publiek in gesmeten en veroorzaakten daar een dodelijke chaos. Vaak waren de brandstoftanks al gespleten, brandende benzine over de aanwezige mensen uitstortend. Remmen hadden de motoren niet, want paarden hadden ze ook niet en daar werd ook mee geracet. Vechtpartijen tussen rijders en raceteams waren normaal. Voor de start, tijdens de race en na afloop. Welkom op de board track.
Trigger happy
Gelukkig waren er ook wegraces. De beroemdste was de race van San Diego, Californië, naar Phoenix in Arizona. Ruim 675 km over onverharde wegen en ruiterpaden, door woestijn en heuvelachtig terrein, onder een moordende zon. Sommige rijders verdwenen en kwamen nooit aan. Dat kon meerdere oorzaken hebben. Verdwaald, zonnesteek, motorpech en geen hulp, maar vooral hinderlagen van outlaws die het gedoe met paarden zat waren en een motorfiets wilden. Dan nog de Apaches, want het traject liep net door hun heiligdommen. Maar volgens de pers waren ‘trigger happy’ Mexicaanse bandieten de gevaarlijkste categorie van allemaal. Overdreven? Nou nee, in 1915 werd San Diego-Phoenix afgelast omdat de Mexicaanse revolutionair Pancho Villa en zijn bende op meerdere plekken langs het traject rijders overvielen en ontdeden van hun motorfietsen en overige bezittingen. Coureurs die tegenstand boden, werden opgehangen. Pancho had een sterke voorkeur voor motoren boven paarden. Hij wist waar hij het over had, want hij reed al jaren met een Indian. Het was een rauwe, keiharde en erg gevaarlijke tijd. Een kind had er echt helemaal niets te zoeken.
De Atlanta Motordrome werd geopend in 1909. Ze stonden bekend als Murderdromes, zoals deze foto van een gecrashde rijder uit 1912 bewijst.
Of toch wel?
In dat bijzondere pandemonium van de vroege Amerikaanse motorhistorie bewoog zich ook een bijzonder wezen: een 14-jarig jongetje met de naam Albert Burns. Een wezen zo klein en iel, dat zijn latere bijnaam ‘The Shrimp’ (de garnaal) hem nooit meer los zou laten. Een jongen die werkelijk helemaal niets in deze harde, gruwelijke wereld te zoeken had. Maar ook een jongen die toen hij vijftien was, iedereen op de houten tracks en ‘weg’races simpelweg met twee vingers in de neus het nakijken gaf. Hij was gemakkelijk te herkennen op de board tracks. Door zijn kleine gestalte en door het feit dat hij zijn tong uit de zijkant van zijn mond liet hangen, zuiver gericht op de binnenkant van de bocht alsof hij daarmee de richting bepaalde. ‘Voor extra balans,’ grapte hij als hem naar zijn gewoonte gevraagd werd.
Stiekem ritje
Rond de tijd dat de motorfiets met interne verbrandingsmotor geboren werd, 1898, werd ook Albert Burns geboren. Mooier kon het niet gepland zijn. Op 12 augustus van dat jaar in het stadje Oakdale, Californië, zag hij voor het eerst het levenslicht. Opgroeien deed hij in het nabijgelegen Oakland, een grotere stad, en daarmee ook een plaats waar motordealers te vinden waren. Na schooltijd was Albert het liefst bij de plaatselijke Pope-dealer te vinden, waar hij als 10-jarige de eigenaar tot wanhoop dreef omdat hij niet met zijn vingers van de geparkeerde motoren voor de werkplaats af kon blijven. In 1911 nam hij hem daarom maar als hulpje in dienst. Albert was toen twaalf jaar. Zijn eerste ritje met een motorfiets vond niet lang daarna plaats toen zijn baas uit lunchen ging en hij een ééncilinder ‘lightweight’ Pope meester maakte voor een stiekem ritje. Zijn baas was woest, maar ook onder de indruk, want niemand had Albert uitgelegd hoe hij die machines kon starten. Het duurde niet lang of Albert mocht af en toe met een motor wat boodschappen doen voor zijn baas en later mocht hij er af en toe op de zondagmiddag een lenen.
Boycot
Albert hing een jaar of drie rond bij de Pope-dealer in Oakland. Het was de periode dat de dirt – en board track races erg populair werden en de wegraces over grote afstanden in ‘the wild west’ ongekend populair waren. Albert bouwde tijdens zijn jonge jaren een flinke kennis op van motorfietsen en toen hij veertien was, lapte hij een oude Indian 61ci./1000cc V-twin op. Tijdens zondagmiddagritjes had hij ontdekt dat hij met weinig moeite veel sneller kon rijden dan zijn veel oudere vrienden en klanten van de motorzaak. Ook oefende hij veel op de dirt tracks van destijds. Het ging hem redelijk gemakkelijk af in het terrein en hij vond het erg leuk. Op 4 mei 1913, 105 jaar geleden, ging hij naar Sacramento waar hij probeerde aan een motorrace deel te nemen. Niemand nam de 14-jarige Albert met zijn vermoeid uitziende Indian serieus. Daar kwam kort na de start een einde aan, want tot ieders verbazing hadden de geharde, volwassen en bovenal ervaren coureurs een harde dobber aan hem. Hij eindigde zijn debuutrace als vierde. De grootste racelegendes uit die tijd, geharde coureurs die eruitzagen als prijsboksers, hadden met hun peperdure fabrieksfietsen klop gekregen van een 14-jarige op een oude Indian V-twin. Het voelde aan alsof ze afgingen als een gieter en er ontstond meteen een lobby om Albert te weren van de overige races die dag. Omdat hij te klein was, te jong, kinderen hadden niets te zoeken in de racerij, zijn Indian deugde niet, enzovoorts. De boycot was succesvol, dus jouwde Albert met alle kracht langs de baan het groepje concurrenten uit dat hem zo tegenwerkte en maakte gekke bekken als ze langsreden.
Hachelijke races, torenhoog prijzengeld
Twee weken later nam Albert wraak, in San Jose bleek de lobby niet sterk genoeg. Hij nam het op tegen de grote rijders die hem zo tegenwerkten, met name Carl Goudy, Bob Perry, Ray Creviston en Otto Walker. Het zou een nachtmerrie voor ze worden. Op zijn oude Indian versloeg de kleine Albert ze dit keer allemaal – met overmacht – want van de vier races won Albert er één, twee keer werd hij tweede en één keer derde. Het was een enorme sensatie die breed uitgemeten werd in de pers, de krantenkoppen waren bijzonder pijnlijk om te lezen voor de heersende orde, want ze hadden klop gekregen van een kind met nagenoeg geen ervaring in de racerij. Het smaakte Albert naar meer, dus besloot hij om met zijn Indian aan meer races in Noord-Californië deel te nemen. Vanaf dat moment had de motorwereld er een sensatie bij. Albert had een spectaculaire rijstijl, gevaar leek hij niet te kennen. Als 15-jarige schreef hij zich in voor een Amerikaanse Nationale kampioenschapsrace op Ascot Park, Californië. Daar kwamen de grote fabrieksrijders ook aan de start. Opnieuw ontstond er een lobby om hem niet te laten starten, ‘vanwege het gevaar’, want een kind op een afgedraaide Indian had niets op de startlijn te zoeken. De raceorganisatoren negeerden de lobby, de jonge Albert was een sensatie en stuwde de kaartjesverkopen hoog op. De lobbyisten kregen een grote verrassing te verwerken, want Burns sloot de 10-mijlsrace als vierde af als enige privérijder in de top-10. Er werd ook een race in de open-klasse verreden, waarin alles met twee wielen en een motor mocht deelnemen. Enige voorwaarde was dat er geen remmen op de motor mochten zitten. Dit waren de meest hachelijke races, het prijzengeld was dan ook torenhoog. Hoe berooider de rijder, hoe hoger het risico dat genomen werd. Op Albert maakte dat niet veel indruk, want hij wist als tweede te eindigen.
The Shrimp
De zegetocht ging door. Op 4 juli 1915 won de 16-jarige Albert maar liefst drie races in Pleasanton, Californië. Een van die races was een loodzware 100-mijlsrace. In die periode ontstond zijn bijnaam The Shrimp. Albert vond het een geuzennaam die hij met trots omarmde. Keihard was hij ook, op de levensgevaarlijke board tracks een essentiële eigenschap van een coureur. Kort na zijn zestiende verjaardag verscheen hij bijvoorbeeld aan de start van een board track-race in Marysville, Californië. Tijdens de race ging hij hard onderuit. Onder de splinters en met een gebroken sleutelbeen en schouder pakte hij zijn machine op en strompelde ermee naar de pits, zijn gezicht vertrokken van de pijn. Daar maakte hij zijn machine weer gangbaar voor de volgende race. Onder luid gejuich verscheen hij aan de start van de 5-mijls finalerace waarvoor hij zich eerder al had weten te kwalificeren. Hoewel hij leed onder helse pijnen en last van zijn verwondingen had, ging hij toch van start – en hij won ook nog! Opnieuw had hij alle grote sterren uit die tijd in een rechtstreeks duel verslagen, met een gebroken sleutelbeen en gebroken schouder. Zijn snelheid en zijn ongewone doorzettingsvermogen, gekoppeld aan zijn kleine gestalte en zijn jonge leeftijd, maakten van Albert ‘Shrimp’ Burns toch wel een heel bijzonder mens.
Fabrieksracer bij Harley-Davidson
De Eerste Wereldoorlog gooide roet in het eten van de racerij. Shrimp had zich toen al bewezen als een van de grootste en jongste opkomende talenten in de motorsport. Een van de eerste grote races na de oorlog werd in juni 1919 verreden in het stadje Fresno, Californië. Albert had niets van zijn vorm verloren en was sneller dan ooit. Bill Ottoway, verantwoordelijk voor Harley-Davidson’s beroemde ‘Wrecking Crew’-fabrieksraceteam, en jaren daarvoor samen met Harley’s toprijder Otto Walker tevens de grootste boycotter van Shrimp, benaderde hem voor een contract als fabrieksracer. Burns was toen twintig jaar en zag de voordelen van het leven als fabrieksrijder, dus op 22 juni 1919 tekende hij het contract. Hij mocht met zijn door Harley-Davidson ter beschikking gestelde fabrieksracers ook zelfstandig aan races deelnemen, mits de evenementen waar Harley’s raceteam aantrad voorrang zouden krijgen. Het was het begin van een avontuurlijke tijd. Een paar weken na het ondertekenen van zijn fabriekscontract, kwam hij voor het eerst ook aan de oostkust van de VS in actie. Dat was in 1919 tijdens de viering van de Amerikaanse Onafhankelijkheidsdag op 4 juli. In Baltimore, Maryland, maakte hij zijn opwachting op het dirt track circuit. Burns won zowel de zijspanrace als de 5-mijlsrace. Zijn strakke racelijnen oogsten veel bewondering. Hij bleef continu binnen 30 cm van de binnenkant van de baan zijn ronden draaien en minderde geen gas voor bochten. Volmaakt driftend maakte hij met zijn Harley-Davidson de rondes vol. Shrimp was simpelweg ongenaakbaar in Baltimore.
Naar Indian
Daarna ging Albert op tournee door het zuiden en het Midwesten van de VS. Hij won ongelooflijk veel races en rekende af met de gevestigde orde van de board track, dirt track en wegracers van die tijd. Zijn populariteit steeg tot ongekende hoogte toen hij in de laatste race van het raceseizoen 1919 de absolute toprijder uit die tijd, Ralph Heburn, versloeg tijdens een 100-mijls board track race in Sheepshead Bay, New York. Het was de race die tevens de Amerikaanse kampioenschapstitel bepaalde op deze afstand. Geen wonder dat de 21-jarige Shrimp eind 1919 beschouwd werd als een van Amerika’s beste en meest succesvolle coureurs. Hij was een beroemdheid geworden en alleen al zijn naam trok heel veel toeschouwers naar een race. Maar hij had het niet naar zijn zin als fabrieksrijder bij Harley-Davidson. Het boterde niet tussen hem en Otto Walker. Shrimp voelde zich continu benadeeld, kreeg regelmatig versleten racers toebedeeld of zelfs gecrashte machines die hij zelf maar moest zien op te lappen van de reservedelen die het team meenam op campagne. Het herinnerde hem aan de boycot van toen. Zijn tegenreactie was nogal direct en kwam in die tijd nogal hard aan. In januari 1920 ondertekende hij een contract bij Harley-Davidson’s grootste concurrent: Indian. In die tijd was het absoluut not done om van de een naar de ander te switchen. Er was sprake van veel haat en nijd tussen de rijders en de aanhang van beide fabrieken, en het kwam regelmatig voor dat rijders van beide merken tijdens de vele motorevenementen met elkaar op de vuist gingen. Achter de schermen werd wel samengewerkt, maar op de circuits en voor het publiek waren het aartsvijanden. Burns was niet vergeten dat de boycot, toen hij begon met racen, voornamelijk van Harley-Davidson rijders afkomstig was. Indian ontving hem met open armen en stelde meteen hoogwaardig geprepareerde racers tot zijn beschikking.
1 van 4
In de Daytona van 1920 reed Albert ‘Shrimp’ Burns voor Indian op een 61ci racer.
De Indian 8-klepper van Albert ‘Shrimp’ Burns waarmee hij in 1921 in Toledo verongelukte.
Een cartoon uit de courant van Beverly Hills van 24 april 1921. Shrimp Burns liep in een eerdere race nare verwondingen op. maar verscheen de volgende race toch aan de start.
Juni 1919: Shrimp Burns op zijn Harley-Davidson 61ci fabrieksracer.
Nationale bekendheid
Als volledig ondersteunde fabrieksrijder voor het ‘WigWam’-team ging het leven voor Shrimp op blije toon verder. Indian besteedde veel aandacht aan het vergroten van zijn naamsbekendheid, Shrimp verwierf nationale bekendheid en daarmee kreeg Indian prima promotie terug voor hun inspanningen. Met Indian was Shrimp heel succesvol. In 1920 werd de eerste 25-mijls Nationaal Amerikaanse kampioenschapsrace verreden op Ascot Park in Californië. Een paar weken daarvoor had Shrimp zijn eerste race voor de WigWam verreden op hetzelfde circuit. Door een loslatend stuur van zijn Indian 1000cc 8-klepper eindigde hij als tiende, nadat hij de eerste zeven ronden van de 100-mijlsrace aan de leiding gereden had. Shrimp was dus gebrand op een goed vervolg in de eerste kampioenschapsrace van het seizoen. Maar liefst 15.000 bezoekers waren toegestroomd naar Ascot om de races te bekijken. Gemakkelijk zou het niet worden voor Shrimp. Het Excelsior-fabrieksteam met de beestachtig krachtige OHC V-twins had zich ook ingeschreven, een paar weken daarvoor waren ze niet aan de start verschenen. De eerste race van de dag was de 25-mijls Nationaal Amerikaanse kampioenschapsrace. Meteen na de start nam Shrimp de leiding, dicht op de hielen gezeten door de beroemde Excelsior-fabrieksrijder Joe Wolters. De ervaren Wolters op de snelle 1000cc Excelsior V-twin was razendsnel en joeg het tempo van de race torenhoog op. Shrimp reed met een Indian 8-klepper die door Charles Franklin speciaal onder handen genomen was voor dit raceweekend. Hij wist Wolters ternauwernood voor te blijven. Harley-fabrieksrijder Ray Weishaar kon het tempo nauwelijks bijbenen en crashte uiteindelijk bij het uitkomen van een bocht. Door een gebroken arm moest hij opgeven. Excelsior-fabrieksrijder Wells Bennett nam de derde positie over, maar moest opgeven in de tiende ronde door een gebroken benzineleiding.
Chaos
De race kreeg een onverwachte wending toen de achterband van Indian-fabrieksrijder Bill Church van het wiel afliep. Hij ging hard onderuit, waarbij de benzinetank van zijn Indian brak en er een heftige brand ontstond. Harley-fabrieksrijder en teamkapitein Otto Walker zag het gebeuren, maar had te veel snelheid en te weinig tijd om de Indian van Church te ontwijken. Terwijl de ongedeerde Church een veilig heenkomen zocht, liet Walker zich snel van de achterkant van zijn Harley-Davidson afglijden. Die gleed met een grote klap tegen de brandende Indian aan en baande de weg vrij voor Walker die achter de motor aan schoof. De Harley-Davidson gleed nog zestig meter door voor hij tot stilstand kwam. Walker schoof door de brandende benzine heen naar de onderkant van de baan, een spoor van vuur achter zich aan slepend. Daarna stond hij op, rende naar de Harley-Davidson, boog het stuur recht, en vervolgde zijn weg. Koplopers Shrimp en Joe Wolters reden vlak achter Walker toen dit ongeval gebeurde. Shrimp wist zijn Indian rakelings langs Church te sturen, terwijl Joe Wolters vol op de brandende Indian afkwam. Op het moment dat Walker’s Harley-Davidson de Indian raakte, liet ook Joe Wolters zich van de achterkant van zijn Excelior OHC-fabrieksracer afglijden, omdat hij de Indian van Church niet meer kon ontwijken. Hij had veel meer snelheid dan Walker en gleed naast zijn Excelsior nog ruim honderd meter door, precies langs de hoofdtribune van Ascot. Shrimp wist het ongeval te ontwijken als koploper van de race, en zou deze positie niet meer opgeven. Hij won – en won daarmee de eerste Nationale titel die dat jaar vergeven werd: de Amerikaanse Nationale titel op de 25 mijl. Niet alleen dat, het racetempo was zo gigantisch omhooggestuwd door het duel tussen Shrimp en Wolters dat ze nieuwe wereldrecords gevestigd hadden voor iedere raceafstand tussen de 1 en de 25 mijl. De 15.000 toeschouwers gingen volledig uit hun dak; Shrimp had zijn eerste nationale titel geboekt. Deze overwinning op Ascot had heel veel betekenis. Voor Shrimp persoonlijk, omdat hij keihard afgerekend had met de concurrenten die hem jaren daarvoor het leven zo zuur gemaakt hadden. Stuk voor stuk had hij de Harley-Davidson-fabrieksrijders verslagen en juist in deze race telde dat erg zwaar. De overige races waar nationale titels te halen waren, verliepen echter minder succesvol voor Shrimp. De langeafstandstitels werden beslist in Dodge City, Kansas, maar door afbrekende tanden van de nokkenasaandrijftandwielen van zijn Indian, viel hij uit.
Op Labor Day werden wegraces over 200 mijl verreden in Marion, Indiana. Deze races waren erg bekend vanwege het feit dat ze al jaren op een nationale feestdag georganiseerd werden en veel publiciteit genereerden. De startposities werden niet bepaald door degenen die het snelste trainden op het acht kilometer lange stratencircuit, maar door een loterij, volkomen willekeurig dus. Het lot besliste dat Shrimp en zijn Indian Daytona fabriekszijklepper op de laatste plaats moesten starten. Het leek Shrimp niet te deren. Hij kondigde aan binnen een ronde al op kop te liggen. Toen het startschot knalde, schoot Shrimp als een komeet naar voren. Hij reed ver van de ideale lijn, pakte de bermen mee en schoot door het rijdersveld naar voren. Toen de tweede ronde begon, lag hij inderdaad op kop, dicht gevolgd door Ray Weishaar op een Harley-Davidson. Shrimp reed vol door, ronde na ronde, hij was er helemaal op gebrand om de 320 km lange race als winnaar af te sluiten. In de dertiende ronde brak hij het ronderecord met een tijd van 4 minuten en 1 seconde. Een paar ronden later brak hij het wereldrecord voor de gemiddelde racesnelheid op de 100 mijl. Niet al te lang daarna brak de achterketting van zijn Indian. De reparatie kostte hem zes minuten, waarna hij zijn weg weer vervolgde met een behoorlijke achterstand. Op veertig mijl voor het einde lag hij tweede, 37 seconden achter koploper Ray Weishaar. Toen brak zijn ketting opnieuw. Dit keer met meer schade, want losvliegende kettingdelen sloegen de benzineleidingen stuk. Weishaar won de race, gevolgd door Leonard Buckner op een Indian Daytona en Jim Davis op Harley-Davidson werd derde.
Total loss
Nog geen twee weken na deze race boekte Shrimp met zijn Indian Daytona in Cleveland, Ohio, een nationaal Amerikaans dirt track-record op de 10 mijl en versloeg met zijn zijklepper in een rechtstreeks duel Jim Davis met een razendsnelle Harley-Davidson 8-klepper. In september 1920 schreef hij de Nationale Amerikaanse 5-mijl solotitel op zijn naam in Denver, Colorado. Het was een bijzonder succesvol jaar voor zowel Shrimp als Indian. De fabriek uit Springfield won dat jaar maar liefst veertien van de zeventien Amerikaanse nationale motorracetitels. In 1921 kreeg Shrimp opnieuw een erg zwaar ongeval. Op 24 april 1921 werd het raceseizoen geopend op de nieuwe, lange en bijna veertig meter brede 1¼ mijl lange board track van Beverly Hills in Californië. Het rijdek was nog helemaal nieuw, het hout was flink opgeruwd om de tractie te verbeteren. Nadat hij de eerste race gewonnen had met een gemiddelde snelheid van net over de 160 km/u, ging hij vervolgens zwaar onderuit in de tweede race omdat zijn Indian 8-klepper vastliep. Splinters doorboorden zijn armen en handen, heftig bloedend liep hij terug naar de pits. Zijn Indian was total loss en kon niet meer opgelapt worden. Algemeen werd aangenomen dat Shrimp die dag niet meer in actie zou komen door zijn zware verwondingen. Zijn racedag was voorbij. Maar vlak voor de vierde en laatste 15-mijlsrace van die dag maakte de omroeper, na het lossen van wat pistoolschoten om de aandacht te trekken, groots bekend dat Shrimp Burns toch nog zou starten in die race. Niet met zijn Indian 8-klepper, maar met een PowerPlus kop/zijklepper. Een uitzinnig gejuich steeg op toen Shrimp met zijn Indian vervolgens aan de start verscheen. Zijn armen en handen waren deels verbonden met verband. Omdat dit nogal bloed lekte, had hij er stukken zwart leer strak omheen gebonden. Na de start lag hij in het middenveld waar hij met zijn 1000cc PowerPlus V-twin moeizaam zijn rondjes reed. Maar in de laatste ronde pakte hij zijn kans. Zijn Indian schoot plotseling naar de hoge kant van de banking vlak voor de laatste bocht. Na de bocht schoot hij weer omlaag om met nipte voorsprong als eerste te finishen. Shrimp liet zijn Indian uitrollen, hij had de race gewonnen.
Tussen Shrimp Burns (links) en Otto Walker (rechts), beide in 1919 rijders van het Harley-Davidson Wrecking Team, boterde het niet.
Verloving, huwelijk en focus op gezinsleven
De motorhistorie had er vervolgens weer een record bij, want de Indian-zijklepperracer was heel nauw verwant met de reguliere PowerPlus-productiemodellen. Het was de eerste keer in de motorhistorie dat zijkleppers gemiddelde racesnelheden van over de 100 mijl/u hadden weten te halen. Shrimp’s overwinning werd in de nationale pers breed uitgemeten. Er was zelfs een krant die er een striptekening van maakte. Shrimp verloofde zich ook dat jaar, met Genevieve Moritz. Met haar maakte hij de afspraak om het seizoen 1921 nog vol te maken tot de Nationale kampioenschapsraces van de M&ATA in september. Dit was een van de voorlopers van de AMA-motorbond. De kampioensraces zouden verreden worden in Syracuse, New York. Daarna zou hij stoppen met racen, trouwen en met Genevieve een gezin stichten. Twee dagen na zijn 23e verjaardag verscheen hij aan de start van de Fort Miami dirt track race in Toledo, Ohio. Genevieve was er ook bij. Ze was speciaal naar Toledo afgereisd om zijn verjaardag te vieren. Meestal bezocht ze geen races, dit keer was ze er wel bij. Shrimp had als snelste getraind met zijn Indian 8-klepper en was als tweede geëindigd in de eerste 5-mijls solorace, na een gevecht met Harley-Davidson fabrieksrijder Fred Ludlow en achter zijn Indian teamgenoot Don Marks.
Murderdrome
De tweede 5-mijlsrace begon erg spannend. Ludlow van Harley’s Wrecking Crew nam de leiding, op de voet gevolgd door Burns en Ray Weishaar. De drie rijders stormden af op de eerste bocht waar Weishaar veel te wijd uitkwam. Hierdoor werd Shrimp ver naar de buitenkant van de baan gedrukt, en bijna crashte tegen de buitenomheining. Hij wist het net te voorkomen door weer sterk naar de binnenkant van de baan te sturen, maar daar reed Weishaar. Het ging bijna goed, maar op het laatste moment raakte Weishaar het achterwiel van Shrimp, die daardoor de controle over zijn machine verloor en weer recht op de omheining van de baan afstormde. Met een enorme klap dreunde hij door de zware, houten omheining en brak daarbij zelfs een zware houten kolom. Shrimp overleed aan een gebroken nek, schedel en zwaar gezichtsletsel. Zijn verloofde was diep geschokt getuige van het ongeval. De wereld verloor een van zijn populairste helden uit de begintijd van de motorsport. De impact van zijn dood was groot. De ‘murderdromes’ kwamen opnieuw zwaar onder druk te staan. Maar de droefheid was ook groot. Amerika rouwde en alle grote kranten schonken veel aandacht aan het leven van Shrimp. Mensen stuurden brieven, met persoonlijke herinneringen, en iemand uit zijn persoonlijke kring nam afscheid met een bijzonder gedicht:
Light-hearted, kind-hearted, clean-souled Boy,
You’ve ridden away on your swift-moving toy,
And our eyes are a-stretch down the far-reaching track,
We’re waiting here, Boy, for you to ride back.
But perhaps we are selfish to wish you were here,
When the goal you were riding for comes swiftly near.
Not the wave of the flag as the plaudits come;
Through the roar of your motor’s steady hum,
We know you better than that, our Boy.
You rode for the things that never cloy;
For the things that measure above all dross.
You’ve won. And to us comes the loss.
And yet we have gained. We’ve know you so well,
No written word should read as your knell.
You always stood for clean, fair play.
You always rode when it came your day.
And you rode with your heart, never counting the gain;
The lesson you taught us was never so plain.
Through the mist of tears many things are made clear.
Do you know how we held your laughing smile dear?
Do you know how you paced us for things other than speed,
Toward the decent right living that’s every man’s need?
Do you know – do you know, Oh, Boy, do you know,
Through the mist you have passed, how we don’t want it so?
But the Great Referee marks every man’s time,
And we bow, as did you, to our Great God Sublime.
On the track and in life you have shown us the way,
De finale van het WK Zijspancross 2025 was bijzonder spannend, met drie teams die nog kampioen konden worden. Na een aantal jaar net de wereldtitel mis te hebben gelopen, lukte het nu wél voor het Nederlandse team Hermans/Van den Bogaart in een zeer spannende finale! Hermans werd als kind al door Bart Notten, de eerste FIM Zijspancross-kampioen en mentor van Hermans, benoemd als toekomstige kroonprins. Juist in het jaar waarin Notten overleed werd de kroonprins dan eindelijk koning!
Het Duitse Rudersberg was de plek voor de finale van het WK Zijspancross. Een traditioneel crosscircuit dat voor de 63e ‘Rudersberger Motocross’ een mooi digitaal affiche bracht na de een-na-laatste Zijspan Grand Prix te Vesoul-Frankrijk: 6 punten, 3 teams, 1 Wereldkampioen! Duizenden toeschouwers zouden er getuige van zijn wie er wereldkampioen werd: de Franse broers Prunier, de Nederlanders Hermans/Van den Bogaart of de Britten Wilkinson/Millard. Op de zaterdag was de spanning al om te snijden. Normaal laten de topteams de benen nog wat langer op het voetenbankje liggen en beginnen redelijk relaxed aan de trainingen en kwalificatierace. Maar nu was de spanning direct te merken, met elke punt belangrijker dan ooit. Hermans scoorde zaterdag door een heatwinst het beste resultaat en was de Franse leiders Prunier tot op één puntje genaderd, met de Brit Wilkinson luttele punten hierachter nog steeds op het vinkentouw. De voorspellingen zeiden dat het zondag zou gaan regenen, maar alsof erboven in de hemel iets meespeelde was het weer uiteindelijk perfect voor de spannendste finale uit de geschiedenis van het WK Zijspancross ooit!
Knetterharde strijd
In de eerste heat pakten drie teams uit Engeland de leiding. Wilkinson was de derde van deze Britse armada en leek zo in de opening goed op koers om punten in te lopen op Hermans en Prunier die verder naar achter waren gestart. Maar na twee ronden konden de titelaspiraties voor team Wilkinson de kast in. Juist in een seizoen waarin de Brit geen fout leek te maken, ging het nu mis tijdens het gevecht om de leiding. Wilkinson crashte en passeerde uiteindelijk op plek tien de finish. Vooraan denderde de trein door, met de Brits-Duitse combinatie Foden/Weinmann aan de leiding. Maar hierachter waren het Prunier en Hermans die zich wiel aan wiel een weg naar voren baanden. Halverwege koers ontstond er zo een spannend gevecht om de leiding tussen drie zijspannen. Twee met de titel in het hoofd en één met de Grand Prix-zege. Prunier wist even de leiding te pakken, maar Foden/Weinmann pakten de Fransen gelijk weer terug, met Hermans, die de lachende derde leek maar Prunier net niet voorbij wist te steken. Rondenlang bleef de strijd zo knetterhard maar eerlijk, totdat Prunier ten onder ging! De Fransen wilden via de buitenbocht van de tweede bocht sneller rond dan Foden, maar stuiterden net te veel opzij waarna het zijspan de baanafzetting raakte. In een flits lagen de Fransen op de kop en zo verloren zij de aansluiting met Hermans en Foden. Foden/Weinmann zouden als eerste over de finish gaan, maar kregen een sterretje achter hun naam na de geluidskeuring. Ze werden vijf plekken teruggezet en zo werd Hermans als winnaar geklasseerd met Prunier als vierde. Hermans had daardoor de troefkaart in handen voor de allesbeslissende heat. Als Hermans/Van den Bogaart twee plekken achter Prunier zouden finishen, waren ze kampioen. Maar zo makkelijk is een heat in het WK Zijspancross nooit!
Emotionele taferelen
Twee dikke rijen zijspannen stonden aan het starthek klaar om met het mes tussen de tanden alles te geven in de laatste WK-heat van 2025. Foden en Prunier waren als snelsten weg en de Brit pakte de leiding met de Franse broers op twee. Hermans dook rond plek acht de eerste bocht in. Foden legde een moordend tempo neer en Prunier kon alleen maar volgen. Hermans/Van den Bogaart deden wat ze moesten doen. Ze reden snel naar voren en halverwege de wedstrijd lag Hermans derde, precies achter Prunier en de dominant leidende Foden/Weinmann. De spanning bleef, want de pechduivel had al zoveel vaker voor ellende gezorgd bij Hermans. Maar deze keer geen steen die de dodemansknop uit de machine sloeg of het voorwiel blokkeerde. Foden/Weinmann wonnen hun allereerste GP-heat ooit en gaan samen een gouden toekomst tegemoet, maar nu was het goud voor het zijspan dat als derde de finish passeerde. Hermans/Van den Bogaart waren wereldkampioen!
Van den Bogaart pakte na jaren van doorzetten eindelijk zijn vijfde wereldtitel. Hiermee neemt hij als beste bakkenist ooit met vijf gouden medailles afscheid van zijn actieve topsportcarrière. Na de finish volgden emotionele taferelen die intenser leken dan ooit. Iedereen die altijd in Hermans was blijven geloven, zat de nieuwe kampioenen op te wachten, niet in de laatste plaats zijn ouders. Na al die jaren bloed, zweet en tranen zagen zij hun zoon eindelijk het ultieme goud pakken. Ook naasten van opa Bart waren erbij en allicht keek hij zelf mee van boven, zo trots als een pauw! De Kroonprins was eindelijk Wereldkampioen!
Net als olie in je blok zorgen cookies ervoor dat alles soepel loopt. We gebruiken ze om de website goed te laten werken en je de beste ervaring te bieden. Door verder te gaan, geef je toestemming voor het gebruik van cookies.
Functioneel
Altijd actief
De technische opslag of toegang is strikt noodzakelijk voor het legitieme doel het gebruik mogelijk te maken van een specifieke dienst waarom de abonnee of gebruiker uitdrukkelijk heeft gevraagd, of met als enig doel de uitvoering van de transmissie van een communicatie over een elektronisch communicatienetwerk.
Voorkeuren
De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel voorkeuren op te slaan die niet door de abonnee of gebruiker zijn aangevraagd.
Statistieken
De technische opslag of toegang die uitsluitend voor statistische doeleinden wordt gebruikt.De technische opslag of toegang die uitsluitend wordt gebruikt voor anonieme statistische doeleinden. Zonder dagvaarding, vrijwillige naleving door uw Internet Service Provider, of aanvullende gegevens van een derde partij, kan informatie die alleen voor dit doel wordt opgeslagen of opgehaald gewoonlijk niet worden gebruikt om je te identificeren.
Marketing
De technische opslag of toegang is nodig om gebruikersprofielen op te stellen voor het verzenden van reclame, of om de gebruiker op een site of over verschillende sites te volgen voor soortgelijke marketingdoeleinden.