dinsdag 12 mei 2026

Motorreis Asturië, Spanje: tussen bergen en branding

Zuid-Europa in de zomervakantie? Als motorrijder heb ik die bestemming al een tijdje opgegeven. Te druk, en vooral veel te heet. In mediterrane oorden vol massatoerisme vond ik zelden de rust waar ik zo naar verlang. Maar waar vind je die nog wel? En een milde zomer? Misschien wel in Asturië, een groen hoekje in het noordwesten van Spanje.

Blinde vlekken op de kaart maken me nieuwsgierig, zeker als ze ook nog eens lekker klinken. Toen de naam Asturië viel, dacht ik aan een landje in de Balkan waar ik nog nooit van gehoord had. Groot was mijn verbazing toen het om een regio in het noorden van Spanje bleek te gaan. Zo’n plek die de gemiddelde toerist links laat liggen vanwege het wisselvallige weer en de ruige Atlantische kust. Maar hoe meer ik erover las, hoe groter mijn nieuwsgierigheid werd. Dus zette ik mijn BMW in mijn camper naast mijn enkelbedje en trok zuidwaarts.

Dromerige sfeer

Ik begin aan de Ría del Eo, een brede rivier die de grens vormt tussen Galicië en Asturië. Mijn licht dwangmatige kantje drijft me ertoe om echt alles te willen zien. Daarom begin ik letterlijk op het uiterste puntje van Asturië. Een dwaze gedachte, zeker als je weet dat deze regio bijna even groot is als het zuiden van Nederland. Tot mijn verbazing blijk ik niet de enige te zijn die stroomopwaarts trekt. De zalm doet dat ook, op weg naar zijn geboortegrond, om te paren en te sterven. Een prachtig natuurfenomeen dat ik eerder zou associëren met Canada of Noorwegen. Maar ook in Asturië is er volop zalm te vinden. De vis maakt al eeuwen deel uit van het leven in deze regio, en er bestaan zelfs festivals ter ere van de zalm.

De rivier trakteert me op de eerste heerlijke bochten, en al vanaf de eerste kilometers voelt de route als pure perfectie. Goed asfalt, lange zwiepers door stille bossen, nauwelijks verkeer… Ik volg de weg tot in Taramundi, een dorp verscholen in het groen van de Turia-vallei. Het vervult een centrale rol voor omliggende gehuchten, die nog verder verwijderd zijn van de beschaving. Mijn eerste uitstapje is As Veigas, niet meer dan een handvol huizen aan het eind van een doodlopende weg, diep in het dal verstopt. Een dorpje met bloeiende bloemen en nette gevels, maar er is geen levende ziel te zien. Alleen een kabbelend beekje zorgt voor geluid. Zo stil mogelijk start ik de boxer en klim terug het dal uit.

Even verder ligt Esquíos, een dorp met een gelijkaardige dromerige sfeer. In Mazonovo ontdek ik een watermolenmuseum, en boven Taramundi zelfs een authentiek messenatelier dat tot museum werd omgevormd. Zo dwaal ik verder van het ene gehucht naar het andere, dwars door frisgroene bossen met watervallen. Het voelt alsof ik in een andere wereld ben beland. Via een nog betere weg rijd ik naar Castropol, waar ik neerstrijk in een klassiek restaurant. Tijd om die beroemde zalm te proeven. En of het smaakt!

Motorreis India: woestijnrit in Rajasthan

Heerlijke kustweg

Asturië is natuurlijk ook een kustregio. En wat voor een. Hier liggen berg- en kustwegen zij aan zij, een droom voor elke motorrijder. De frisse zeebries heeft een matigende invloed op de temperatuur. Via de autostrade zet ik koers naar Cudillero, volgens het web een van de charmantste vissersdorpen van de regio. Een lange kronkelende en dalende weg brengt me tot in het dorp. Of beter gezegd: naar de parkeerplaats waar rijen toerbussen in slagorde staan opgesteld. Langs kraampjes met toeristische prullaria wandel ik richting centrum. Het dorp heeft zijn charme, maar die wordt bedorven door het aanzicht van alomtegenwoordige lelijke plastic tafels en stoelen op de overvolle terrasjes. Mijn romantische beeld van een vergeten, ongerepte kustregio krijgt een stevige deuk…

Ik drink snel een espresso en start de BMW voor mijn volgende stop in Playa del Silencio. Wat een plek… Hoge kliffen en een goudgeel strand aan een baai. Het zeewater lijkt hier nog helderder dan elders. Ook hier ben ik zeker niet alleen, maar de heerlijke kustweg maakt veel goed. Ik stop nog even bij de Ermita de la Regalina, een klein kapelletje boven op een klif met een fenomenaal uitzicht over de oceaan. Hier heerst een zalige rust, eindelijk. Ik laat me in het hoge gras zakken en sluit even mijn ogen om van de stilte te genieten.

De kustweg voert mij verder tussen oceaan en heuvels. Iets later eindig ik daar waar ik begon, aan de grens met Galicië, bij mijn camper naast Playa de Penarronda. Dit is zonder twijfel een van de mooiste stranden. Zeker op dit moment, wanneer de avondzon haar laatste stralen over het strand werpt en die typische avondmist komt opzetten.

Beren op de weg

De volgende dag rijd ik naar het natuurpark van Somiedo. Op de camping van Pola de Somiedo vind ik een plekje en laad ik de R 1200 S vliegensvlug uit. De aanrijroute was prachtig, maar eerlijk gezegd krijg je daar weinig van mee als je met een camper rijdt. Hier zit ik diep in de bergen, en de keuzestress steekt de kop op. Veel wegen die naar ergens leiden, maar vooral ook naar nergens. Een lus maken wordt lastig. Ik kies eerst voor de route naar El Puerto, een slaperig bergdorp op de grens met Castilië en León. Via enkele haarspeldbochten slinger ik erheen, helemaal alleen. Op de provinciegrens draai ik om en rijd ik terug richting dal. Onderweg zie ik waarschuwingsborden: er zou hier zomaar een beer kunnen oversteken. Hoe vreemd dat ook klinkt, het maakt me blij. Er is hier nog wildernis.

Ik rijd verder naar Villar de Vildas, alweer een dorp waar de rust bijna tastbaar is. Ik installeer mij in de lokale kroeg en bestel water, koffie en wat olijven. De dorpshonden liggen tegen mijn stoel aan en soezen rustig verder. Tot er eentje besluit mijn R 1200 S van dichterbij te inspecteren. Voor ik goed en wel besef wat er gebeurt, tilt hij zijn poot op en plast achteloos tegen de dure machine. Honden hebben me wel vaker geholpen om de dingen te relativeren…

De avond loopt traag ten einde, zoals dat enkel in de bergen gaat. Ik sluit de dag af bij de hooggelegen meren van Somiedo. De weg ernaartoe is – opnieuw – adembenemend. Boven wacht het bekende dilemma: de weg gaat verder, richting het onbekende. Het kriebelt om te zien wat er achter de volgende bocht ligt. Maar waar eindigt het? Ik beteugel mijn nieuwsgierigheid en rijd toch dezelfde weg terug. Alles oogt anders. Het licht is zachter, het uitzicht nieuw. Misschien kom ik nog een beer tegen…

Hardnekkige mist

Ik weet het, we zijn geen wandelmagazine. Maar in deze regio loont het echt de moeite om de motor een halve dag rust te gunnen en te voet de bergen in te trekken, op zoek naar de brañas: strooien herdershutjes op de meest afgelegen bergflanken.

Na een verkwikkende morgenwandeling zet ik koers richting de Picos de Europa. Veel motorrijders kennen het, maar weinigen weten dat een groot deel van dit bergmassief in Asturië ligt. Ik rijd naar Covadonga, met zijn bekende neo-romaanse basiliek. Het dorp ligt idyllisch in een groen dal. De uit roze kalksteen opgetrokken kerk is mooi, maar wat me vooral interesseert zijn de meren die nog hoger in de bergen liggen. Volgens de verhalen moet het er prachtig zijn, net als de weg erheen. Maar er wacht mij een afknapper van jewelste. Al snel stuit ik op een slagboom die de toegang tot de bergweg blokkeert. Om de laatste twaalf kilometer naar boven af te leggen, moet je je vervoer parkeren en overstappen op een soort lijnbus, volgestouwd met toeristen. Gruwelijk… ik draai om en rij zo snel mogelijk weg.

Ik keer terug naar de kust, op zoek naar stranden als Torimbia, Playa de Rodiles en Playa de Xagó. Stuk voor stuk prachtig gelegen, wild en ongerept. Maar het weer is omgeslagen. Waar de lucht aan de kust meestal openbreekt, hangt er nu een hardnekkige mist. Ik rijd letterlijk door de wolken en dat laat de temperatuur flink dalen. Het klimaat waar Asturië bekend om staat. Op de kustwegen door de bossen wordt het verraderlijk. Op schaduwrijke stukken ligt er een dunne laag mos die de bochten gevaarlijk glad maakt. Ik besluit het over een andere boeg te gooien: ik ga een bezoek brengen aan de drie grote steden van Asturië: Oviedo, Gijón en Avilés. De historische centra zelf kunnen me nauwelijks bekoren. Er is weinig dat echt blijft hangen. Ik besluit dan maar om het hoofdstuk Asturië af te sluiten en de Picos de Europa morgen een tweede kans te geven. Via de andere kant dit keer.

Dilemma

Vanuit Cangas de Onís vertrek ik naar de Mirador del Naranjo de Bulnes. Op heldere dagen zie je hier de iconische rotspunt die zo bepalend is voor het silhouet van de Picos de Europa. In Las Arenas begint de klim. Een lang lint van S-bochten slingert door het landschap. Aan de ene kant heb je de rivier, aan de andere kant torenen grillige rotspartijen boven het groen uit. Ik rijd helemaal door tot in Sotres, het hoogstgelegen dorp van Asturië. Opnieuw een dilemma: de weg stopt niet. Ik zou verder kunnen rijden, de vallei in langs de andere kant, maar dat gaat niet. Nagekeken door tientallen koeien die loom over de vlaktes struinen, keer ik terug. Even verder passeer ik Poncebos. Hier vertrekt de beroemde Ruta del Cares, volgens velen een van de mooiste wandelroutes van Europa. De volgende dag loop ik die zelf, en ik moet toegeven: ze hebben gelijk. Al is het niet bepaald aan te raden voor mensen met hoogtevrees.

RIDERS Provincietour Flevoland: elke keer anders (maar nu op z’n mooist!)

Met nog wat tijd over rijd ik nog een laatste lus door het Natuurpark Ponga. Minder bekend bij het grote publiek dan de Picos, maar de weg die zich langs de steile wanden wringt is minstens even spectaculair. Het bevestigt nog maar eens dat het soms loont om de grote namen links te laten liggen en onbekende wegen te verkennen. Zo rijd ik nog naar Casielles, een dorpje dat me werd aangeraden door een campinguitbater. Volgens hem woont er nog maar één man. De weg ernaartoe telt 21 haarspeldbochten en de klim wordt daarom ook wel een mini-Alpe d’Huez genoemd. Boven nestel ik me bij de kleine dorpskerk. Ik kijk uit over de vallei en laat de hele reis nog eens de revue passeren.

Asturië wint snel aan populariteit, en dat brengt de nadelen met zich mee. Gelukkig blijft de grote drukte voorlopig beperkt tot enkele hotspots. Zeker in het binnenland is het nog aangenaam rustig, met wegen die zelden teleurstellen. Het is een flinke rit, maar wie de verzengende hitte wil ontlopen en houdt van het samenspel tussen bergen en zee, vindt in Asturië een verfrissend en groen alternatief voor de meer platgetreden paden.


5 panorama’s die je moet zien!

Het duurde even voor ik het doorhad, maar ‘mirador’ betekent simpelweg uitkijkpunt. Je komt ze dan ook overal tegen op de kaart en op wegwijzers. Sommige zijn bekender dan andere, maar als het weer meezit, is het uitzicht bijna altijd de moeite waard, net als de rit ernaartoe. Hier zijn mijn vijf favorieten:

1. Mirador del Fitu (Parres)

  • Zicht op: de Picos de Europa én de Cantabrische Zee
  • Waarom bijzonder: je staat hier op 1.100 meter, met een panoramisch 360 graden uitzicht. Bij helder weer zie je zowel de kustlijn als de toppen van de Picos.
  • Bereikbaarheid: je komt er gemakkelijk met de motor via een bochtige bergweg die begint in Colunga.

2. Mirador de Següencu (Cangas de Onís)

  • Zicht op: het dal van de rivier de Sella, de omliggende heuvels én (bij helder weer) de oostelijke toppen van de Picos de Europa
  • Waarom bijzonder: deze mirador ligt op een rustige heuvelrug en bij zonsondergang is het uitzicht magisch.
  • Bereikbaarheid: via een route die eindigt in een smalle gravelweg.

! Tip: combineer met een bezoek aan het stadje Cangas de Onís, bekend om zijn Romeinse brug.

3. Mirador de San Roque (Lastres)

  • Zicht op: het pittoreske vissersdorp Lastres, de zee en de bergen
  • Waarom bijzonder: perfecte combi van zee en dorp. Een van de beste plekjes om de zon te zien ondergaan boven de Golf van Biskaje.

    ! Tip: vlakbij zijn leuke restaurants met zeezicht.

4. Mirador del Naranjo de Bulnes (Cabrales)

  • Zicht op: de iconische bergpiek Picu Urriellu (Naranjo de Bulnes), hét symbool van de Picos
  • Waarom bijzonder: de aanrijroute is een motorrit om van te dromen, met haarspeldbochten en berglandschappen.

! Tip: ga vroeg om mist en drukte te vermijden.

5. Mirador del Cabo Peñas (Gozón)

  • Zicht op: de ruige kliffen van de noordelijkste kaap van Asturië
  • Waarom bijzonder: zicht op een rauw, ongerept kustlandschap met een vuurtoren en wandelpaden langs de afgrond.

Download de route Asturië, Spanje

lengte 1200 km
reisdagen 4

Stay tuned

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en mis nooit het laatste nieuws! Onze nieuwsbrief wordt iedere week op dinsdag (bij veel nieuws) en donderdag verstuurd.


Gerelateerde artikelen