In 1998 verkocht ik mijn eerste motor: een Honda CB500 Four uit 1976. Bijna dertig jaar later krijg ik een mailtje van de koper: hij had hem net aan een vriend gegeven, of ik het leuk vond om te komen kijken. Natuurlijk!!!
In 1991 kocht ik mijn eerste motor. Nou ja, motor, ik kocht een frame en een paar dozen onderdelen plus twee vervangende versnellingsbakassen. Ik bouwde het blok weer op, spoot de tank en zijdeksels in ‘Peugeot Gendarmerie Bleu’ en ging de weg op. Twee jaar later werd ik testrijder bij MOTO73 en reed ik steeds het nieuwste van het nieuwste, om daarna met mijn aftandse youngtimer naar huis te gaan. Het was dus een kwestie van tijd voordat ik wat moderners wilde. Ik verkocht mijn motor aan Eric van den Berg. Hij hoopte er nog veel aan te sleutelen. “Jij gaat gelukkig worden,” dacht ik nog.
Exploded view
Bijna drie decennia later zitten we weer samen aan tafel bij Jeroen Schevers, een vriend van Eric, die de motor van hem heeft gekregen en hem weer heeft opgeknapt. Voor die tijd heeft Eric er inderdaad veel aan gesleuteld: “Ik ben er ook heel gelukkig mee geweest. Hij heeft ook op mijn studentenkamer destijds wel een half jaar als een soort exploded view door de kamer gelegen. Toen heeft Jeroen nog geholpen om hem weer in elkaar te zetten, want ik hield wat boutjes over. Ik weet dat ik nog een huisgenoot over de zeik heb geholpen. Die vroeg waar ik de motorolie had gelaten. Ik zei dat ik die gewoon netjes boven het putje had afgetapt. Hij ontplofte bijna. Was een grap natuurlijk… Maar je moest wel vaak wat aan de CB doen. Je moest de ketting vaak stellen en smeren. Erg vaak, had ik het idee. Verder kregen mijn schoenen na verloop van tijd allemaal een soort olievlek op de wreef, omdat er olie uit het blok zweette. Dat kwam dan via je versnellingspedaal op je tenen terecht.”
Transport
Hoewel ik zelf de tocht van Nijmegen naar de redactie in Raalte al ver vond op de CB500, ging Eric er veel verder mee op pad: “De grootste reis was naar Zuid-Frankrijk, naar Nice en Monaco, over de Route Napoléon.” Jeroen en zijn vrouw Lena-Lynn waren er ook bij: “Dat was nog in de tijd dat je gewoon in je korte broek op de motor kon zitten in Zuid-Frankrijk,” vertelt Eric. “Lekker, want het was hartstikke warm! Voor de gelegenheid had ik er dikke koffers op geklust en Marie-José, mijn vriendinnetje van toen, zat achterop. Ik had natuurlijk een pothelm op. Met zo’n motor ga je niet met een integraalhelm rijden. Het moet er ook een beetje uitzien… Voor de rest heb ik er veel woon-werkverkeer mee gedaan. Het was gewoon transport. Dus waar veel mensen in april, mei een keer de motor van de bok trekken en dan denken, nou er lopen lammetjes in de wei, laat ik nu eens een stukje over de dijk gaan, reed ik echt in weer en wind, zomer en winter. Tot ik met ijzel en mist door Noord-Groningen reed en dacht ‘dit is wel de limiet van wat nog leuk is’. Maar normaal is het prettig om zo’n motor te hebben. Het kost geen drol om ermee te rijden, want het onderhoud doe je zelf, er gaat weinig stuk en hij loopt 1 op 18, hoewel 1 op 13 ook haalbaar is,” grijnst Eric.
Dusdanig versleten
“Eén keer heeft hij je in de steek gelaten,” weet Jeroen. “Toen hebben we hem bij mensen achter in de tuin achtergelaten en zijn we hem later komen ophalen.” “Dat had ik verdrongen, maar nou je het zegt,” stelt Eric… “Ik weet nog dat hij niet meer startte en dat de lampjes ineens gingen branden toen ik de min-klem van de hulpstartkabels op het frame zette. De massakabel was gewoon gaar. Maar ja, goed, met de startkabel erop kon je dan weer verder rijden totdat de nieuwe massakabel binnen was. De massakabel erop, nou, dat is niet echt een reparatie waar je je druk over hoeft te maken.” “Daar wil ik toch wel bij opmerken dat er wel veel onderhoud is uitgesteld tot op het laatst,” grapt Jeroen er nog achteraan. “Hij is niet voor niets stilgezet bij je moeder in de schuur.” “True,” beaamt Eric, “Het was ook omdat er een aantal onderdelen dusdanig versleten waren, dat hij wat veel TLC nodig had.” “Ja, een rem was bijvoorbeeld wel handig geweest,” vult Jeroen aan. “En verlichting, dat die aan en ook uit kon. En de kettingset, die wel op was, ondanks de natuurlijke smering die het blok gaf…”

Emotionele waarde
Hoewel Eric zeer gesteld was op zijn CB500, zette hij hem op een gegeven moment toch stil: “Ik denk dat dat in 2004 of 2006 was. Ik kocht toen een BMW K100. Daar heb ik een jaar of vier mee gereden. Op een gegeven moment ben ik echter zoveel gaan schaatsen en gaan wielrennen, dat ik geen tijd meer had om motor te rijden. Ik werkte als docent natuurkunde in Doorn en carpoolde met een collega. De CB500 stond nog steeds in de schuur. Ik wilde er nog wel ooit wat mee doen, maar dat was geen vastomlijnd plan. Op een gegeven moment wordt het dan ballast, je moet er iets mee, maar er zit nog een stuk emotie in omdat je er lang plezier van hebt gehad. Het is bijna alsof iets een ziel heeft gekregen en dan voel je je ook schuldig dat je het laat staan. Oude liefde roest niet…” “Nou,” antwoordt Jeroen, “Oude liefde roest dus wél. Dat was een van de problemen. Het stuur brak bijna in tweeën…” In elk geval kwam zo het moment dat Eric besloot er afstand van te doen: “Ik zeg, Jeroen, het moment is gekomen, ik ga afstand doen van die motor. Weet jij iemand die daar interesse in heeft? En als jij diegene bent, dan verkoop ik hem niet. Dan mag jij hem hebben. Jeroen die hapte meteen toe.”
Marathonmotor Honda CB500S: 214.000 kilometer en nog steeds fit
Je bent jong…
Het mag duidelijk zijn dat Eric en Jeroen elkaar al lang kennen: “We kennen elkaar van de scouting, van toen we veertien waren. Dus al 35 jaar,” weet Jeroen. “We gingen ook vaak samen op vakantie. Daarvoor waren we al met brommertjes naar Monaco geweest en naar Pisa.” “We zijn met de motoren naar Frankrijk geweest,” vertelt Lena-Lynn. “Ik had mijn rijbewijs pas een week. Dat was best spannend.” “Je bent jong en je denkt daar ook echt niet over na. Je denkt gewoon, we gaan,” beaamt Eric. “Een paar dagen van tevoren denk je ‘oh, ik heb nog een paar koffers, nou even kijken of ik ergens een beugel kan vinden. Dan schroeven we die erop en dan klussen we alles met wat spanbanden op die motor’. De route hadden we ook globaal ingetekend.” “Op de tanktas zat gewoon een briefje met de grotere dorpen of steden. We hadden afgesproken in welk dorp we elkaar zouden ontmoeten,” vertelt Jeroen. Mobieltjes of navigatie had je toen nog niet.
Uitdaging
“Als echte vrienden voelden wij de emotionele ballast waaronder Eric gebukt ging,” overdrijft Jeroen grinnikend. “We waren eigenlijk net aan het kijken voor een motor voor mij, want toen hadden we alleen de Triumph Tiger en een aantal brommers,” gaat Lena-Lynn verder. “Het leek me wel lekker om er een tweede motor bij te hebben, zodat ik weer zelf kon rijden. Toen kwam het appje van Eric. Hij stuurde eerst nog een foto. Zo van ‘weet je het zeker?’” “Ik houd wel van een uitdaging,” filosofeert Jeroen. “Bovendien heb ik niet die emotionele binding, dus kon hij beter via mij verdwijnen als dat nodig was. Maar ik kan dat ook slecht. Dus ik heb er misschien te veel tijd, liefde en geld in gestoken om hem weer op het niveau te krijgen waar hij nu is. Maar opknappen is leuk en mijn zoon en zijn vriend hebben geholpen. Ze zijn veertien en vijftien. Ze zijn begonnen alles eraf te schroeven en hebben alles in kratten gestopt. Ik vind het heel mooi om te zien dat de liefde voor techniek blijkbaar in het DNA zit. Toen de jongens stopten en het lastig werd, ben ik verdergegaan.”

Filmpje
Jeroen heeft veel onderdelen moeten vervangen. “De spatborden waren te verroest om nog te gebruiken. Het stuur was zover doorgeroest dat er ‘flex’ op zat. De BSM-uitlaat kon nog opgepoetst, de vier originele uitlaten, die ik had vervangen maar bij de verkoop wel had meegegeven, had Eric net weggegeven aan een andere jongen die een CB500 aan het opknappen was. Er zat een hoop werk aan. Ik weet dat ze desondanks nog veel geld waard waren, maar ik vind dat je mensen die een blauwe plaat weer de weg op brengen moet helpen. Zeker de nieuwe generatie, die wordt het al zo moeilijk gemaakt.” De BSM-uitlaat is dus gebleven, wel kwam er een nieuwe koplamp op. De remtrommel achter was gebroken en de velgen waren te verroest. Jeroen zocht en vond nieuwe wielen, alleen waren die niet verchroomd maar gelakt. Ze werden gespoten. Ook de tank en de zijkapjes kregen een nieuwe laag Gendarmerie Bleu, alleen is die laag na een paar weken gaan barsten. Dat moet dus nog een keer over. Het blok ging ook los, de pakkingen en klepsteelrubbers werden vervangen. De zuigers gingen eruit, alles werd koolstofvrij gemaakt en in het blok werden waar nodig nieuwe onderdelen gemonteerd. Uiteraard werden alle oliekeerringen vervangen om de laarzen droog te houden. Het duurde een maand of drie voordat de motor weer liep. “Af en toe stuurden Jeroen en Lena-Lynn een paar foto’s, dat ik kon zien hoe de motor vorderde,” vertelt Eric. “Op een gegeven moment kreeg ik een filmpje waarop ik hem weer kon horen lopen. Dat is toch een fantastisch moment.”
Vakantie?
Nu maken Jeroen en Lena-Lynn af en toe een toertje met de motor, maar grotere plannen zijn in de maak. “We hadden een discussie over hoever deze motor nog mee kan op vakantie. We willen ermee naar Schotland. Dus de vraag is, wat kan, wat durven we nog aan,” stelt Lena-Lynn. “Er zijn een aantal essentiële onderdelen waarvan ik zeg, daar moet iets mee gebeuren. Remslangen gaan officieel tien jaar mee, maar niemand vervangt ze ooit. Deze zijn vijftig jaar en je voelt dat de remmen wat sponzig worden.” “Worden,” protesteer ik, “dat waren ze dertig jaar geleden al. Misschien moet je ze vervangen door staalomvlochten remleidingen.” “Zoiets,” stelt Jeroen, “daarnaast wil ik er nog een tweede voorremschijf op zetten. De aansluitingen zitten er, je kunt er rechts een ‘linkse’ remklauw opzetten, die kun je spiegelen. Misschien dat ik het blok nog vervang, je hoort de primaire ketting iets en ik heb nog een blok liggen. Die had iemand uit elkaar gehaald en kreeg hem niet meer in elkaar. Toevallig had ik al een paar keer geoefend met dit blok. Aan de andere kant, deze loopt mooi en hij start goed. Ik denk dat er weinig vijftig jaar oude motoren zijn die nog zo mooi lopen. Die überhaupt nog lopen.”
Cirkel
Het mooie is in elk geval dat de Honda CB500 een goed huis heeft gevonden. “Ik weet nog, toen ik hem bracht, dat je zei: ‘Ik ga hem de liefde geven die hij nodig heeft’,” besluit Eric. “Je weet ook wat voor leuke dingen we hebben meegemaakt en dat Lena-Lynn er ook een emotionele binding mee heeft. We maken de cirkel rond.” Nou ja, bijna rond. Ik heb nog plek in mijn garage…
Foto’s: Peter Aansorgh



