Toen de Honda NT650V Deauville weer op de wielen stond, werd het tijd om me te richten op het opvallende gedeelte: het kuipwerk. Een grote klus, die veel voldoening geeft.
De eerste stap in de restauratie van het exterieur werd de tank. Daar zat een deukje in. Normaal deuk ik plaatwerk van achteren uit, maar dan moet je erbij kunnen. Bij de tank kan dat niet. Er zijn echter meer trucs. Ik kocht een trekker met lijm-adapters. Die adapter lijm je in de deuk, met de trekker trek je de adapter naar boven, tot de adapter loslaat. Dat werkte goed: een paar pogingen later en de deuk was weg. Daarmee was ik nog niet klaar, want bij het schuren vond ik een paar minieme gaatjes in de bodem van de tank. Ik besloot ze dicht te solderen. Daarvoor moet je het plaatwerk heel goed roestvrij schuren, om een goede hechting te krijgen. Dat lukte. Voor de zekerheid besloot ik de binnenkant van de tank te sealen met Restom. Daarbij vul je de tank eerst met een etsende reiniger, die roest oplost. Na legen en drogen giet je een tweecomponentencoating in de tank. Door de tank alle kanten op te draaien verdeel je de coating. Na het uitharden heb je een soort kunststof tank in je tank. Er komt geen roest meer in je carburateur en de tank kan niet meer lekken. De kale metalen delen aan de onderkant van de tank behandelde ik daarna nog met Brunox, waarna ik de onderkant met de kwast zwart schilderde. Voor het schuren maakte ik nog een paar foto’s van de stickers, zodat ik wist waar ze later moesten komen.
| Restauratie Honda NT650V Deauville |
| – Deel 1: van wrak naar parel – Deel 2: het rijwielgedeelte |
Barsten
Het kuipwerk van de Deauville bevond zich niet in een erg goede staat. Er zaten nogal wat barsten in, vooral in het rechterzijscherm. Er waren al pogingen gedaan om dit te repareren met glasvezelmat en polyesterhars, maar die matjes laten op den duur los. Ik bestelde daarom bij onze Chinese vrienden een krammetjes-smeltpistool en een kunststoflasset. Het krammetjespistool is een soort soldeerbout, waarin je stalen zigzagijzertjes zet. Die zet je aan de binnenkant van het paneel over een barst, zodra je de knop intrekt worden ze heet en smelt je ze in de kunststof. Dat geeft stevigheid. De kunststoflasset bestaat uit een hete föhn, die de hete lucht op een heel klein oppervlak blaast. De föhn heeft een soort spatel aan het eind, waarmee je de gesmolten kunststof kunt uitsmeren. Dan zitten er nog staafjes kunststof bij. De truc is om de barsten eerst verfvrij te maken en de staafjes vervolgens op en in de barst te smelten en het geheel dan uit te smeren, zodat er een homogene kunststoflaag ontstaat. Doe dat aan de binnen- en de buitenkant, en er is in feite geen barst meer. Dan kun je de lasnaden met een elektrische vingervijl gladschuren en je kunt verder naar het lakwerk.
Trekkende lagen
Ik heb ooit een auto gehad, waar ongeveer alle fouten in zaten die je als spuiter kunt maken. Een daarvan was dat de onderlaag ging trekken, doordat die van een andere laksoort was dan de laag die ik spoot. Nu stoot zelfs een ezel zich geen tweemaal aan dezelfde steen. Ik laat hier in het midden hoever mijn IQ boven dat van de balkende viervoeter ligt, maar ik besloot in elk geval om al het spuitbuszwart volledig weg te schuren met water en schuurpapier korrel 400. Ik kocht ook nog een originele topkoffer op Marktplaats, want als je toch bezig bent, kun je het beter goed doen: wil je later een koffer toevoegen, krijg je de kleur nooit meer exact. Na het schuren moesten alle krassen en lasnaden mooi vlak geplamuurd. Daar kun je geen gewone polyesterplamuur voor gebruiken, want die wordt te stijf en zal gaan barsten op de flexibele kunststof panelen. Je hebt er speciale kunststofplamuur voor nodig. Autolakhandel Mega Color, waar ik mijn lak kocht, gaf prima advies.
Partytent
Wanneer je verf verspuit – en zeker als je dat met een compressor en een verfspuit doet – ontstaat er nogal wat spuitnevel. Die gaat overal zitten, dus als je je garage niet leeg kunt maken, moet je wat anders verzinnen. Dat is sowieso beter, want in de garage dwarrelt er nogal wat stof rond. Ik besloot een goedkope partytent met zijwanden te kopen. Die zette ik in de achtertuin, samen met een easy-up-partytent waarin ik de gespoten delen kon laten drogen. De spuitpartytent had ik overigens voorzien van een keukenafzuigkap met koolstoffilter, die ik al had gekocht om kleine dingen in mijn garage te kunnen spuiten. Zo had ik mijn eigen spuitcabine. De eerlijkheid gebied te zeggen dat de wind toch nogal onder het tentzeil doorwaaide en er dus best wel een wolk richting de tuin van de buren ging. Die zaten daar gelukkig niet mee, maar mocht ik het nog eens doen, dan zou ik een opblaasbare spuitcabine bij Vevor halen.
Marathonmotor Honda NTV700 Deauville: eenvoud siert geliefde motor
Lagen
Als je het goed wil doen, moet je een laksysteem opbouwen. Na het schuren ontvet je alles met een siliconenontvetter, zodat de lak goed hecht en je geen ‘visogen’ krijgt. Dan spuit je twee lagen tweecomponentenprimer. Zodra die is uitgehard, schuur je opnieuw met korrel 800, totdat elk paneel zo glad is als een hondenkeutel in de maneschijn. Na nogmaals ontvetten is het tijd voor de kleurlaag. Oorspronkelijk wilde ik de motor geel spuiten, vanwege de zichtbaarheid in de winter. Nadat ik een gele Gold Wing had gezien, bedacht ik me. Toch maar iets minder signaal en iets meer klasse. In de buurt reed een metallic-blauwe Skoda rond, een soort middenblauw. Dat vond ik mooi en Mega Color kon hem voor me mixen. En dus gingen er twee lagen fraaie metallic-blauwe tweecomponentenkleurlak over de grondlaag.
Stickers
Erop of eronder, dat is de vraag als je het hebt over stickers. Alle stickers waren eraf en zonder stickers ziet een motor er kaal en amateuristisch uit. Bij www.motor-stickers.com kon ik een originele stickerset bestellen in een mooie, bijpassende kleur. Ik kreeg er een gebruiksaanwijzing bij hoe ik ze onder de lak kon aanbrengen. Dus de volgende stap was het bestickeren van de panelen, waarna ik de blanke lak of ‘clearcoat’ kon spuiten. Ook dit is een tweecomponentenlak, die ik in twee lagen spoot. Met het resultaat was ik zeer in mijn nopjes. De lak trok mooi strak en ik had (bijna) geen druipers.
Het kontje
Het laatste deel van het kuipwerk is het achterspatbord, dat feitelijk een kuipdeel is dat van de ene naar de andere koffer loopt. Het is standaard niet gespoten, het is gewoon massieve, zwarte kunststof. Nou ja, was, inmiddels was het verweerd tot vijftig tinten grijs. Ik had gehoord dat je de oorspronkelijke kleur terug kon krijgen door de kunststof met een elektrische verfbrander te verhitten, net tot het bovenlaagje smolt. Het werkte, maar niet goed, het ging van vijftig tinten grijs naar vijftig tinten zwart. En dus ging ook dit paneel de partytent in, om er met een mooie zwarte laklaag uit te komen.
De Deauville naderde de voltooiing. In Deel 4 de laatste loodjes.
Foto’s: Peter Aansorgh









