Wie zich verdiept in de beginjaren van de Amerikaanse motorfiets, komt onvermijdelijk de naam Loris ‘Hap’ Alzina tegen. Hij was een man die op meerdere manieren in de motorwereld zijn sporen naliet: als monteur, coureur, zakenman, distributeur en sponsor van racers. Maar voor mij heeft zijn verhaal nog een extra dimensie. Hap werkte namelijk enige tijd als persoonlijke monteur van Paul Anderson, de overgrootvader van mijn vrouw, toen die voor Indian als fabrieksrijder actief was.
Alzina werd op 14 september 1894 geboren, in een tijd waarin de motorfiets meer een technisch experiment dan een volwassen vervoermiddel was. Toch raakte de jonge Hap al vroeg door het virus besmet. Op jeugdige leeftijd kocht hij voor vijftig dollar zijn eerste motor, een Reading-Standard. Toen zijn familie in 1909 van Santa Cruz naar San Francisco verhuisde, kwam hij rechtstreeks in aanraking met het merk dat later zo’n belangrijke rol in zijn leven zou spelen: Indian.
Zijn eerste Indian kocht hij van C.C. Hopkins, de officiële vertegenwoordiger van Indian in Noord-Californië. Hap beperkte zich niet tot het berijden van zijn nieuwe machine. Hij wilde precies begrijpen wat er in het motorblok gebeurde. Hij sleutelde er zelf aan en begon zelfs met het opvoeren ervan. Dat laatste was in die tijd bepaald geen alledaagse bezigheid. De motorfiets stond nog in de kinderschoenen en wie wist hoe je er meer vermogen uit kon halen, beschikte over kennis die nauwelijks ergens op papier te vinden was. Hopkins merkte al snel dat hij met een bijzonder talent te maken had. Hij bood Hap werk aan en daarmee begon een carrière waarin techniek en motorfietsen tientallen jaren lang de rode draad in zijn leven zouden vormen.

Een enorme verrassing
Toen het motorracen in de jaren 1910 steeds populairder werd, besloot Hap om dit ook eens uit te proberen. De spectaculaire boardtrackraces, waarbij coureurs met duizelingwekkende snelheden over houten banen reden, konden hem echter maar matig bekoren. Hij zag het risico en vond het allemaal wel erg gevaarlijk. Naast de flattrackracerij ging zijn voorkeur vooral uit naar wedstrijden waarin uithoudingsvermogen en betrouwbaarheid minstens zo belangrijk waren als pure snelheid. De enduranceraces pasten hem veel beter.
Hap deed mee aan veel van de vroege stad-tot-stad races die destijds populair waren. Door woest terrein, deels over wegen en deels door de onherbergzame natuur, moesten de rijders zo snel mogelijk van de ene naar de andere stad rijden. Vooral de lange ritten van soms wel 1.600 km lang waren gevaarlijk. Bandieten wachtten de rijders op in de onherbergzame gedeelten. Sommige rijders werden nooit meer gezien, hun motoren wel… In 1919 versloeg Alzina de bekende coureurs Wells Bennett en Cannonball Baker en won de prestigieuze San Francisco Motorcycle Club Two-Day Endurance Run. Dat was een enorme verrassing, want Hap stond vooral bekend als monteur en niet als racer. Van de dertig starters in het 1.100 km lange uithoudingsevenement wisten slechts zeven coureurs de finish te bereiken. De wedstrijd werd verreden in februari, de rijders moesten vechten tegen barre omstandigheden: regen, hagel, sneeuw en zelfs een aardverschuiving.
En dan hebben we het nog niet over het gebrek aan wegen waardoor er veel ruig terrein doorkruist moest worden. Terrein dat door de natheid zo goed als onbegaanbaar werd. Eén rijder gleed zelfs van een modderige houten brug en raakte zwaargewond toen hij in een snelstromende rivier viel.
Na een werkelijk helse tocht reed Hap Alzina als eerste over de finish met zijn Indian-zijspan. Nummer twee was Wells Bennett, een grote naam uit die tijd. Hij reed op een Excelsior-fabrieksmachine zonder zijspan. De langeafstandsspecialist Erwin ‘Cannonball’ Baker voltooide het podium met een derde plaats. Baker reed ook op een solofabrieksfiets, een Indian. Alzina’s overwinning in deze race maakte van hem een bekendheid, zijn naam verscheen in veel overwinningsadvertenties die Indian gretig plaatste in kranten en motorbladen door het hele land.
Habbekrats
Al vóór zijn beroemde overwinning had Alzina geprobeerd een eigen bestaan op te bouwen. Hij opende een motorzaak en vertegenwoordigde onder meer Reading-Standard en Cleveland. De onderneming kreeg echter al snel te maken met een gebeurtenis waar geen enkele ondernemer invloed op had: de Eerste Wereldoorlog.
Toen de Verenigde Staten bij de oorlog betrokken raakten, besloot Hap zijn zaak te sluiten. Hij vond vervolgens werk als salesmanager bij de Indian-distributeur in San Francisco. Naast zijn commerciële werkzaamheden was hij regelmatig in de werkplaats terug te vinden als monteur. Vooral racers kwamen bij hem terecht. Wanneer Indian-fabrieksrijders naar Californië kwamen, ging Hap mee naar de wedstrijden om ervoor te zorgen dat hun machines technisch in optimale conditie waren. Hij kreeg regelmatig één of meerdere coureurs onder zijn hoede en was verantwoordelijk voor hun technische ondersteuning.
In 1922 zag Alzina een gouden kans in de stad Oakland, toen het Indian-dealerschap van E.S. Rose te koop gezet werd. Rose worstelde met zijn dealerschap en draaide in de rode cijfers. Hap kocht het voor een habbekrats en wist het bedrijf in no time weer lucratief te maken. De Indian-fabriek zag de verkoopcijfers in de regio stijgen en kreeg steeds meer bewondering en vertrouwen in haar Californische dealer. Toen de verkopen van Haps dealerschap aan bleven houden, bombardeerden ze hem daarom in 1925 tot Indian-distributeur voor heel Noord-Californië. In 1927 werd dat uitgebreid naar Nevada, Arizona en Washington. Het werd een daverend succes. In 1948 vertegenwoordigden de Indian-verkopen in Alzina’s regio meer dan 20 procent van de totale wereldwijde productie van Indian!
Toen Steve Baker een Yamaha OW31 temde die nauwelijks te temmen was
Award of Merit
Alzina was 54 jaar toen hij opnieuw van merk wisselde. In 1949 nam hij van Alfred ‘Rich’ Child de distributierechten van BSA voor de westelijke Verenigde Staten over. Onder zijn leiding groeide de organisatie van drie dealers in 1949 naar 265 dealers verspreid over twintig staten in 1964. Hap had inmiddels bewezen dat zijn succes niet afhankelijk was van één specifiek motormerk. Hij wist hoe je een netwerk moest opbouwen, hoe je dealers moest ondersteunen en vooral hoe je motorfietsen moest verkopen.
De timing van zijn overstap naar BSA bleek bovendien uitstekend. Indian was inmiddels in zwaar weer terechtgekomen. Het Amerikaanse merk stopte halverwege de jaren ‘50 met de productie van haar karakteristieke V-twins en raakte steeds verder verwijderd van haar oorspronkelijke identiteit. Uiteindelijk werd Indian vooral een importeur van buitenlandse, voornamelijk Engelse motorfietsen.
Haps zakelijke succes betekende niet dat hij zijn oude liefde voor de racerij was vergeten. Integendeel. Hij bleef zich actief inzetten voor jonge coureurs en groeide uit tot een belangrijke sponsor en mentor. Namen als Ed Kretz, Gene Thiessen, Al Gunter, Dick Mann, Kenny Eggers en Sammy Tanner zijn verbonden aan zijn steun. Onder hen waren er nogal wat die hun carrière begonnen in Haps werkplaats. Ze kregen van hem royale tijd vrij om naar wedstrijden te reizen en om op de zaak hun motoren te prepareren.
In 1965 vond Alzina dat het tijd was om het wat rustiger aan te doen. Na tientallen jaren actief te zijn geweest in de motorwereld ging hij met pensioen. Samen met zijn vrouw Lillian reisde hij door de Verenigde Staten en bezocht hij vrienden die hij in de loop van zijn lange carrière had leren kennen. Zijn bijdrage aan de motorwereld bleef niet onopgemerkt. Bij zijn pensionering ontving hij van de AMA een Award of Merit. Daarnaast had hij enige tijd de functie van vicevoorzitter van de organisatie bekleed. Op 21 juli 1970 kwam er een einde aan het leven van Loris ‘Hap’ Alzina. Hij werd 75 jaar. In 1998 kreeg hij een blijvende plaats in de geschiedenis van de Amerikaanse motorwereld toen hij werd opgenomen in de eerste lichting van de Motorcycle Hall of Fame.
Wie zijn levensverhaal bekijkt, ziet eigenlijk de ontwikkeling van de Amerikaanse motorwereld in vogelvlucht. Hap begon in een tijd waarin motorrijders zelf hun machines moesten zien te doorgronden en repareren. Hij groeide uit tot coureur, hielp fabrieksrijders, bouwde een enorm dealernetwerk op, vertegenwoordigde Indian en BSA en gaf later jonge racers de steun die hij zelf in zijn beginjaren nodig had gehad. Hij was een man die kansen zag, er vervolgens vol voor ging en ondertussen altijd dicht bij de motorfiets bleef.
Foto’s: Archives A. Herl










