Een technisch defect, een val op heet Italiaans asfalt en vervolgens jarenlang herstellen. In 2019 veranderde een motorvakantie het leven van Idan Ganot volledig. Ondanks dat hij van top tot teen beschermende motorkleding droeg, liep hij zeer ernstige brand- en schaafwonden op. Zeven jaar later zijn de lichamelijke behandelingen voorlopig afgerond, maar begint misschien wel het moeilijkste gedeelte: accepteren dat zijn lichaam nooit meer hetzelfde wordt. Juist daarom verbindt hij zijn verhaal aan de campagne ‘Motorkleding, die draag je gewoon’.
Kun je eerst iets over jezelf vertellen en over de rol die motorrijden in jouw leven speelt?
“Ik ben nu 45 en rijd al bijna dertig jaar op gemotoriseerde tweewielers. Mijn eerste motor kocht ik zelfs van mijn rijschool. Dat leek mij een mooie en vertrouwde manier om te beginnen, omdat ik die motor natuurlijk al kende van mijn lessen. Later kwam er een sportmotor. Via vrienden ontstond er vanzelf een klein groepje motorrijders om mij heen. Zo werd motorrijden een belangrijk onderdeel van mijn leven.”
Wat maakte motorrijden voor jou zo mooi?
“Vooral het gevoel van vrijheid. Met onze vriendengroep gingen we vrijwel ieder jaar op motorvakantie. Noorwegen, Zwitserland, Italië, Duitsland, Engeland, Schotland. We maakten echt flinke reizen. Motorrijden was daarmee niet alleen vervoer, maar ook een belangrijk sociaal onderdeel van mijn leven.”
In 2019 stond opnieuw zo’n motorvakantie gepland. Wat gebeurde er?
“We zouden naar Corsica gaan. Vanuit Amsterdam reden we richting Italië om in Genua de boot te pakken. De tweede dag waren we ongeveer een uur van Genua verwijderd toen we bij een tankstation stopten. Een paar mensen uit de groep waren nog bezig met tanken. Een vriend en ik waren eerder klaar en besloten alvast verder te rijden. We hadden communicatie in onze helmen en zouden elkaar later weer treffen. Ik reed vanaf het tankstation de snelweg op. Niet veel later kwam er een lange linkerbocht. Ik wilde insturen, maar de motor reageerde niet zoals hij hoorde te reageren. Ik probeerde het opnieuw, maar de motor bleef steeds verder naar rechts lopen. Ik begreep op dat moment totaal niet wat er gebeurde. Ik heb nog geprobeerd snelheid kwijt te raken en de motor onder controle te krijgen, maar uiteindelijk ging het mis. Ik ben gevallen en over een behoorlijke afstand over het asfalt geschoven. Gelukkig was het rustig op de weg. Mijn vriend reed achter mij en er zat maar één auto achter ons.”

Wat herinner je je zelf nog van het ongeval?
“Ik heb alles meegemaakt. Nadat ik tot stilstand was gekomen, hebben we de motor aan de kant gezet en de rest van de groep gebeld. Daarna kwamen de ambulance, politie en bergingsdienst.
Ik werd naar een klein ziekenhuis in Italië gebracht. Daar sprak bijna niemand Engels, wat het natuurlijk niet makkelijker maakte. Uiteindelijk kregen we via iemand die een beetje Engels sprak te horen dat ik niets had gebroken. Ik had wel flinke schaafwonden, maar op dat moment leek het nog niet dat mijn verwondingen zo ernstig waren als later bleek.”
| Motorkleding, die draag je gewoon |
| Met de landelijke campagne ‘Motorkleding, die draag je gewoon’ worden motorrijders bewustgemaakt van het belang van beschermende kleding, ook tijdens korte ritten. Naast een goedgekeurde helm is aanvullende motorkleding in Nederland niet verplicht. De campagne wil vooral duidelijk maken dat goede bescherming tegenwoordig veilig, comfortabel en voor vrijwel iedere vorm van motorrijden beschikbaar is. De boodschap is bewust eenvoudig: beschermende motorkleding zou net zo vanzelfsprekend moeten zijn als het opzetten van een helm. Meer info over deze campagne, check deslimmemotorrijder.nl/motorkleding-die-draag-je-gewoon |
Wanneer realiseerde je je hoe ernstig de gevolgen waren?
“Pas een paar dagen later. Ik ben de volgende dag teruggevlogen naar Nederland. Dat was al zwaar, omdat zitten bijna niet mogelijk was. Vooral mijn billen en een arm waren ernstig beschadigd.
Eenmaal terug in Nederland dacht ik eigenlijk dat ik naar het ziekenhuis zou gaan, nieuw verband zou krijgen, misschien wat betere pijnstilling en vervolgens weer naar huis kon. Maar toen een arts mijn verwondingen zag, werd direct duidelijk dat dat niet ging gebeuren. Ik werd doorgestuurd naar het brandwondencentrum in Beverwijk.”
Wat troffen de artsen daaraan?
“De brandwonden waren veel dieper dan in Italië was gedacht. Op sommige plekken liep de beschadiging door tot richting het spierweefsel. Ze wilden aanvankelijk een huidtransplantatie uitvoeren, maar tijdens de eerste operatie bleek dat de wonden daar nog niet klaar voor waren. Daarom is eerst tijdelijk donorhuid aangebracht. Daarmee kon mijn lichaam alvast beginnen met het genezingsproces. Later kon mijn eigen huid worden gebruikt. Er zijn meerdere operaties gevolgd waarbij huid van andere delen van mijn lichaam werd getransplanteerd naar de beschadigde plekken. Ik heb beide billen en mijn arm ernstig beschadigd. Alles bij elkaar heb ik ongeveer een maand in het ziekenhuis gelegen.”
Hoe veilig is een leren motorpak?
Wat is voor jou persoonlijk het zwaarste geweest aan de periode na het ongeval?
“Je bent dan nog lang niet hersteld. Ik kon niet normaal zitten, niet op mijn rug liggen en eigenlijk ook nauwelijks op mijn zij. Slapen kon voornamelijk op mijn buik. De verzekeraar heeft thuis veel georganiseerd. Er kwam dagelijks iemand langs voor wondverzorging en verbandwissels. Ook werd ik geholpen met het huishouden en het eten, omdat ik destijds alleen woonde en vrijwel de hele dag op bed lag. Daarnaast heb ik enorm veel steun gehad van vrienden. De vrienden met wie ik op motorvakantie was, zijn uiteindelijk doorgegaan met de reis omdat ik dat zelf graag wilde. Toen ze terugkwamen, kwamen ze meteen bij mij langs. Ook andere vrienden kwamen regelmatig naar Beverwijk. Die steun is heel belangrijk geweest.”
Hoe ging je destijds om met motorkleding en bescherming? Was dat iets waar je bewust over nadacht?
“Altijd. Ik heb altijd volledige motorkleding gedragen. Een goede jas en broek, helm, laarzen en handschoenen. Dat vond ik al sinds mijn tienerjaren belangrijk. Ik weet nog dat ik één keer zonder goede motorbroek heb gereden. Ik voelde mij meteen ontzettend kwetsbaar. Sindsdien was volledige bescherming eigenlijk nooit meer een discussie. Ook tijdens dit ongeluk droeg ik een compleet motorpak. Geen leren racepak, maar wel volledige beschermende kleding.”
Ondanks die kleding waren de gevolgen enorm. Had je achteraf iets anders kunnen doen?
“Ik denk qua kleding niet. Een ongeluk blijft uiteindelijk een ongeluk. Natuurlijk kun je achteraf altijd zeggen dat je nog langzamer had kunnen rijden of nóg meer maatregelen had kunnen nemen, maar er was hier ook sprake van heel ongelukkige technische pech.”
Wat was deze technische pech?
“De zijstandaard heeft een sensor die ervoor moet zorgen dat je niet kunt wegrijden wanneer de standaard nog uitgeklapt staat. Die sensor bleek defect. Ik ben dus vanaf het tankstation weggereden terwijl mijn zijstandaard nog naar beneden stond. In de linkerbocht kwam die tegen het asfalt, waardoor de motor niet verder de bocht in wilde. Aan de beschadigingen aan de standaard was dat achteraf ook duidelijk te zien. Het wrange is dat het iets is waar je normaal nauwelijks over nadenkt. Je klapt die standaard automatisch in. Ik rijd al bijna dertig jaar en heb bovendien aanvullende rijtrainingen gevolgd. Ik ben altijd bewust bezig geweest met techniek, weersomstandigheden, lijnen rijden en risico’s. Maar er kan toch iets gebeuren.”
Is je kijk op motorrijden door het ongeval veranderd?
“Zeker. Ik controleer dingen nu twee of drie keer. Staat de zijstandaard echt omhoog? Zijn er geen storingen? Klopt alles aan de motor? Onderhoud deed ik altijd al zorgvuldig en goede banden vond ik ook vóór het ongeluk belangrijk. Daarin is weinig veranderd. Maar ik ben wel nóg bewuster geworden van risico’s. Ik heb bijvoorbeeld ook een airbagsysteem aangeschaft. Als we met een groep rijden, gebruiken we communicatie in de helm. Ziet iemand olie, een gat in de weg of iets anders gevaarlijks, dan zeggen we dat meteen tegen elkaar. Je probeert het risico zo klein mogelijk te maken.”
Hoe heeft het ongeval je dagelijks leven veranderd?
“Dat is misschien nog wel het meest onderschatte deel. Ik kon heel lang vrijwel niets. Sporten was ontzettend lastig en ik verloor bijna tien kilo spiermassa. Ik ben altijd sportief geweest en achteraf denk ik dat mijn fitheid juist een groot voordeel is geweest. Op een gegeven moment zei ik tegen mijn fysiotherapeut: ik kan niet meer thuis blijven liggen, ik móét iets doen. Al is het maar met één kilo gewicht. Ik wilde bewegen. Later kwamen er allerlei aanvullende behandelingen bij. Littekens en getransplanteerde huid kunnen heel stug worden. Bij mij was op sommige plekken vrijwel geen normale vetlaag meer aanwezig tussen huid en onderliggend weefsel. Dat beperkte ook mijn bewegingsvrijheid.”
Bewegen werd daarmee onderdeel van je behandeling?
“Absoluut. Een uitspraak die ik vaak heb gehoord is: ‘motion is lotion’. Blijf bewegen, want daarmee houd je het weefsel soepeler. Ik ben toen voorzichtig weer gaan trainen. Rekken, foamrollen, uiteindelijk weer squats. De eerste keer dat ik na maanden weer een squat probeerde, hield ik mij nog vast aan een kozijn. Later vroeg een chirurg zelfs hoe het kwam dat mijn littekenweefsel zo soepel was gebleven. Dat kwam voor een groot deel doordat ik ben blijven bewegen. Ik train tegenwoordig weer veel en geef in mijn vrije tijd ook CrossFit-training.”

Naast het fysieke herstel kwam er ook een mentale kant.
“Die is minstens zo groot. Je krijgt te maken met jeuk, slapeloze nachten en voortdurend ongemak. Daarbij verandert je lichaam. Ik heb littekens waar ik persoonlijk veel moeite mee heb. Dat heeft invloed op hoe je naar jezelf kijkt, maar bijvoorbeeld ook op relaties en intimiteit. Dat zijn onderwerpen waar je niet direct aan denkt wanneer je over een motorongeluk praat. Ik heb daarom meerdere psychologische trajecten gevolgd en veel contact gehad met lotgenoten via de Brandwonden Stichting. We spreken elkaar nog steeds regelmatig. Dat helpt enorm, omdat mensen begrijpen waar je tegenaan loopt en je praktische tips met elkaar kunt delen.”
Toch is dat psychische herstel eigenlijk pas nu echt opnieuw begonnen.
“De afgelopen jaren liep mijn lichamelijke behandeling steeds door. Laserbehandelingen, huidbehandelingen en later ook vettransplantaties waarbij vetweefsel onder het littekenweefsel werd ingebracht om het soepeler te maken. Mijn laatste operatie was eind vorig jaar. Daarna hebben we samen met de chirurg besloten dat verdere operaties voorlopig weinig extra winst opleveren.
Tijdens eerdere psychologische behandelingen werd eigenlijk gezegd: zolang je lichaam nog constant wordt behandeld en verandert, is het heel moeilijk om volledig aan acceptatie te werken. Nu die medische fase voorlopig klaar is, ontstaat daar ruimte voor. Daarom ben ik pas heel recent opnieuw begonnen met een psychologisch traject. Het doel is leren omgaan met het gegeven dat mijn lichaam nooit meer precies wordt zoals het voor het ongeluk was. En ook begrijpen waarom dat voor mij zo moeilijk is.”
Je bent inmiddels ongeveer zeven jaar verder. Voelt het alsof je een hoofdstuk afsluit?
“Lichamelijk misschien voor een deel. Ik wil mijn lichaam nu ook gewoon tijd geven. Na al die operaties en behandelingen hoeft er voorlopig even niets meer aan gedaan te worden. Maar mentaal begint er juist weer een nieuw traject. Acceptatie is niet iets wat je zomaar besluit. Daar moet ik nog steeds aan werken.”
Wat hoop je dat motorrijders uit jouw verhaal meenemen?
“Draag beschermende kleding. Altijd. Ik zie nog steeds mensen rijden zonder handschoenen, terwijl ze misschien wel een helm, jas en goede broek dragen. Dat begrijp ik niet. Wanneer je valt, zijn je handen vaak een van de eerste lichaamsdelen waarmee je probeert jezelf op te vangen. Hetzelfde geldt voor korte ritjes. Mensen denken al snel: ik hoef maar een klein stukje. Maar een ongeluk maakt geen onderscheid tussen een rit van vijf kilometer of een motorvakantie van duizenden kilometers. Als je motorrijdt, moet je jezelf de vraag stellen: wat doe ik om mezelf te beschermen?”
Zeker in de zomer bestaat al snel de verleiding om minder aan te trekken.
“Natuurlijk. Niemand vindt het prettig om op een hete zomerdag met dikke motorkleding door de stad te rijden. Dat snap ik volledig. Maar tegenwoordig zijn er zoveel mogelijkheden. Je hoeft echt niet altijd in een zwaar leren pak te rijden. Er zijn luchtige zomerpakken, geventileerde jassen, motorjeans met bescherming, korte motorschoenen en allerlei soorten handschoenen. Ook goede motorkleding hoeft niet per definitie het duurste materiaal te zijn. Voor vrijwel ieder weertype bestaat tegenwoordig wel een oplossing. Uiteindelijk gaat het om de keuze die je zelf maakt.”
Rijd je zelf eigenlijk nog veel motor?
“Veel minder dan vroeger. Dit jaar misschien vijf- of zeshonderd kilometer, terwijl we vroeger jaarlijks duizenden kilometers reden. Maar ik rijd nog steeds. Motorrijden heeft mij heel veel gegeven en dat gevoel is niet verdwenen. Ik ben alleen nog bewuster geworden van hoe kwetsbaar je bent.”
Foto’s: Damon Teerink










