Terug naar toen – 1969 – deel 1

De 750cc-twins van Laverda zijn eind jaren zestig kaskrakers. Onder de indruk van de power en robuuste constructie bouwt zijspancrosser Jo Rooyakkers uit Den Bosch een blok in een span. Maar geen standaardblok. De Laverda-fabriek heeft namelijk een GT-krachtbron danig aangepakt: het kreeg de ‘gehele bovenverdieping’ van de SS-versie. Het gevolg: 69 beschikbare pk’s. Rooyakkers hangt het blok in het ruggengraatframe van een Laverda, maar versterkt dat wel met het onderframe – de ‘wieg’ – van een BSA. Eveneens van dat Engelse merk zijn het forse balhoofd en het achterwiel.

Maar het Laverda-blok is zwaar en brengt het totaalgewicht van de combinatie op 200 kg. Dat is een nadeel op korte en bochtige circuits. De Bosschenaar verwacht dat nadeel met de beschikbare brute kracht te kunnen compenseren.

De Laverda is een compleet nieuw gezicht in de zijspantak van de motorcross. Rooyakkers weet dus dat alle ogen op hem en zijn machine zijn gericht. En alle oren op het geluid – zie de open pijpen – van de dikke twin.

Blikvanger

In 1968 verlaten de eerste Commando’s de fabriek van Norton-Villiers. Het model moet de in problemen verkerende onderneming een financiële impuls geven. Maar vrij vlot na de aflevering blijkt dat het speciaal ontwikkelde Isolastic-frame nog niet perfect is.

Het is wat slap en buigt door. Het jaar daarop is dat verholpen en zijn op de motorshow in Brighton twee Commando-modellen te zien. De ene is de ‘gewone’ Commando met z’n sportieve en typisch Engelse uiterlijk. Die draagt nu de modelnaam Commando Fastback. De tweede is volledig nieuw en heet de Commando S. Een machine die vooral de Amerikaanse motorrijder moet verleiden met z’n kleine polyester tank, hoge stuur en – dé blikvanger – twee opgebogen uitlaten aan de linkerkant van de motor.

De redactie voorspelt dat de Commando S een gewild model zal worden. Aan de presentatie zal het zeker niet liggen…

Cool water

Leuk voor jonge rijders: net als je helden uit de Grand Prix rondrijden met een watergekoeld blok. Om die wens mogelijk te maken leveren diverse Italiaanse toeleveringsbedrijven kits voor waterkoeling op 50- en 60cc-machientjes. Maar er zijn ook slimme fabrikanten die hun lichte motoren standaard al uitrusten met waterkoeling. Eén daarvan is Tecnomotor, een fabriek uit Vignola.

Hun lichte en sportieve motorfietsje voor gewoon gebruik op de weg heeft een inbouwblok van FB Minarelli, dat thermosifon-koeling heeft. Dat wil zeggen zonder pomp. De circulatie van het koelwater gebeurt door het principe dat heet water uitzet en stijgt.

De Tecnomotor is te verkrijgen als 50 of 60 cc. Beide zijn snelle zenuwlijders. De lichtste levert 10,5 pk bij 12.000 tpm, de 60 cc 12 pk bij 11.500 tpm. De topsnelheid is respectievelijk 110 en 120 km/u. De waterkoeling is trouwens niet alleen voor uiterlijk vertoon toegepast. Het systeem maakt een constanter vermogen mogelijk en voorkomt – hopelijk – vastlopers. Een leuke bijkomstigheid is dat het instrumentarium er veel indrukwekkender uit gaat zien. Er komt namelijk een temperatuurmeter bij.

Even terzijde: het blijft toch mooi om te zien, zo’n flinke Dell’Orto-carburateur. Uiteraard zonder luchtfilter, maar met open kelk.

MotorNL Nieuwsbrief

Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief of aanbiedingen en blijf iedere week op de hoogte van al het nieuws, motortests, leuke routes of aanbiedingen.






Hierbij geef ik toestemming om me via email, met de informatie die ik in dit formulier opgegeven heb, nieuwsbrieven te sturen.

Uitschrijven kan op elk moment, onder iedere nieuwsbrief staat onderaan een link om uit te schrijven. We hebben je privacy hoog in het vaandel, onze privacy policy is op de website te lezen. Als je dit formulier instuurt, dan ga je akkoord met de voorwaarden genoemd in de privacy policy.


Over de auteur

Misschien vind je dit ook interessant?