Aprilia RSV Mille: Icoon

Naoorlogs Italië had een grote behoefte aan licht en vooral goedkoop vervoer. Een van de gretige cateraars van dit banket der behoefte was Aprilia. Kleine 50cc motorfietsjes verkochten als warme broodjes, latere lichtere crossers en zwaardere enduro’s rolden even zo gemakkelijk van de productielijn. Het ging het merk uit Noale voor de wind en zeker met lichte tweetaktmotorfietsen maakten ze furore in trials en de GP-racerij. Tot 1998, tot de Aprilia RSV Mille.

Banaanvormige

Aprilia had inmiddels naam gemaakt met de mooiste aluminium frames in de business en de fonkelnieuwe Aprilia RSV Mille bouwde verder op die traditie. Een banaanvormige achterbrug hing in een glooiend lichtmetalen frame, dat iets speciaals omarmde. Tussen dat glanzende Italiaanse aluminium hing namelijk een 998cc tweecilinder.

De Noalezen lieten zich niet van de wijs maken. De cilinderhoek werd dus niet afgekeken van Bologna, want waar Ducati de Here God zag in 90 graden, besloot Aprilia dat 60 graden geschikter was. Het dry-sump tweecilinder motorblok werd door Rotax ontworpen en gebouwd. En ondanks de tussenkomst van een extra balansas (90 graden geeft perfect balans, 60 graden trilt meer) was het blok nog steeds korter dan dat van Ducati.

Dikke duizend

Het vermogen viel mede dankzij injectie uit op een 115 pk aan het achterwiel, wat zeker geen onaardige opgave was bij een droog gewicht van 189 kilo. Qua vering werd de Aprilia RSV Mille de fabriek uitgestuurd met een Showa-voorvork en een Sachs-schokbreker, en de remmen waren opvallende rode Brembo-klauwen die beten in joekels van 320 mm-schijven.

Resumerend, zet de firma bekend van scooters en lichte motorfietsen even een dijk van een dikke duizend neer, die ook nog eens prima te sturen valt. En dan die kenmerkende zwart met rode kleurenstelling en het iconische navy, rood en zilver. O ja, de toon is gezet.

Homologatiemodel

In de jaren die volgden zouden vele één- en tweeletterige afkortingen aan de Mille naam toegevoegd worden. De SP was de eerste. De Aprilia RSV Mille SP was het homologatiemodel voor het Superbike WK waar Aprilia zich in wilde meten met de grote jongens.

En net als de grote jongens speelde Aprilia een klein beetje vals, door de Mille SP echt wel even anders te maken dan ‘de gewone’. Zo werd er rondom Öhlins-vering gemonteerd, was het kuipwerk van hoogwaardig koolstofvezel, het zitje maar voor één en waren de balhoofdhoek en motorblokpositie aan te passen.

Cosworth

Het motorblok zelf werd door de Britse motortovenaars van Cosworth onder handen genomen, en met onder handen genomen bedoelen we dat er weinig meer op het oude Rotax-blok leek. De boring ging van 97 millimeter naar 100 millimeter en de slag kwam terug van 67,5 millimeter naar 63,4 millimeter.

De kortere slag maakte het SP-blok behoorlijk wat hoogtoeriger en het vermogen nam toe tot 145 krukaspaardenkrachten. Met 150 stuks geproduceerd was de Sports Production Mille dan ook behoorlijk zeldzaam en hij blijft veel gezocht tot op de dag van vandaag. 

Zwakzinnig

Later zou de Aprilia RSV Mille R geïntroduceerd worden om het immense gat te dichten tussen de zwakzinnig dure SP en de normale Mille. De R kreeg het carbon en de Öhlins-vering, terwijl het Cosworth-blok exclusief voor de SP bleef.

In 2001 kwam de vernieuwde Mille. ‘Het model met de gevleugelde kuip’ borduurde voort met hetzelfde rijwielgedeelte, maar het kuipwerk kreeg een fikse update, evenals de tank die nu van kunststof was, en de genoemde vleugeltjes op de topkuip die de Mille verder moesten stroomlijnen. Van de nieuwe Mille kwam geen nieuw SP-model, maar opnieuw was er de R-uitvoering. Zweeds veerwerk en een weelde van koolstofvezel waren opnieuw van de partij.

Misstap

Vreemd genoeg is één dingetje al die jaren nooit veranderd; de achterrempomp. Gewoon eentje van het standaard type à 11 millimeter uit de schappen van Brembo, niets heel bijzonders. Desalniettemin was het onderdeel van een haast legendarische technische misstap.

De rempomp werd namelijk rechtstreeks tegen het motorblok gemonteerd, wat uiteraard flink warm wordt en daarmee de remvloeistof ook. Als gevolg kookte de remvloeistof al gauw, wat door de ontstane gassen z’n werk niet meer kan doen, en voilà; je hebt geen achterrem meer. Zelfs op de opvolger van de Aprilia RSV Mille, de RSV-R en RSV-R Factory, kwam deze knullige constructie terug.

Pareltjes

Behalve die ongelukkig gehuisveste remcilinder staat de RSV Mille met name bekend om het kogelvrije motorblok en het strakke rijwielgedeelte. Prijzen van de oudere modellen zijn meer dan schappelijk. Het eerste generatie model heb je al voor onder de tweeduizend euro, zij het met rond de halve ton op de teller, maar dat kunnen ze in principe prima aan.

Let wel, de standaard specificatie accu heeft het vaak zwaar en dat kan een kapotte startkoppeling opleveren. Het Rotax-blok zelf kan heel wat hebben, maar zorg dat hij zijn onderhoud gehad heeft. Verstandigst is even door te sparen, want in de drie à vierduizend euroregionen zijn pareltjes te vinden. Veel motor voor relatief weinig geld!

MotorNL Nieuwsbrief

Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief of aanbiedingen en blijf iedere week op de hoogte van al het nieuws, motortests, leuke routes of aanbiedingen.

Ik meld me hierbij aan voor de volgende mailinglijsten:




Vul een geldig emailadres in
Dat adres bestaat al in ons bestand
The security code entered was incorrect
Dank voor je aanmelding

Gerelateerd

REAGEER OP DIT ARTIKEL

Reacties

  • T 14/11/2019 at 13:44

    helemaal kogelvrij was het blok toch niet naar mijn mening. heb een 99 rsv1000 gehad. ooit met wegrijden bij het stoplicht begaf de lagerschaal van de uitgaande as van de versnellingsbak het. met gevolg van een meterslange slipstreep en een blok wat uit het frame moest en vervolgens bijna compleet uit elkaar om erbij te komen. verder had het gashendel een dynamisch bereik van “aan of uit”, waardoor de achterzijde in de bocht vaak een weinig subtiel uitbrak.

    Antwoord