Van wereldkampioen naar monteur

Kijk hem staan daar. Jan de Vries, onze eerste wereldkampioen wegrace ooit en op deze foto net voor de tweede keer de allerbeste van de hele wereld in de 50cc-klasse. Wat hier echter nog bijna niemand weet, is dat z’n carrière er dan bijna op zit. Na de Zweedse GP wordt het 50cc-seizoen afgesloten op Jarama in Spanje en daarna is het vanuit het niets mooi geweest voor De Vries.

Jaren later vertelt Jan daar indrukwekkend over in Classic & Retro: ‘In 1971 werd ik wereldkampioen, in 1972 net niet, al reed ik toen op mijn hardst. Toen Angel Nieto in 1973 niet meedeed aan de 50cc, was ik halverwege het seizoen al wereldkampioen. Dat had niet zo veel waarde, het stelde namelijk niet zo veel voor. Natuurlijk stond ik met mijn kwaliteiten en de snelle Kreidler op het podium. Ik wilde bovendien niet als eenmansteam doorgaan. Met het Van Veen-team was het gezellig, maar die gasten moesten vanaf 1973 aan het OCR-project werken. Ik moet ook eerlijk bekennen dat het overlijden van Jarno Saarinen meetelde bij de beslissing om te stoppen. Dat heeft heel veel indruk op me gemaakt.’

Het was volgens De Vries dan ook echt niet dat hij zomaar ineens stopte: ‘Ik won de laatste GP van Madrid en stopte. Zo simpel was het. Er viel voor mij ook maar een klein gedeelte af, want het sleutelen bleef.’ Dat sleutelen deed hij opvallend genoeg ook voor Angel Nieto, ooit zijn grootste concurrent. Wat dat betreft is de samenwerking tussen Valentino Rossi en Jorge Lorenzo dus helemaal niet zo uniek.

Wetenswaardigheid

Jan de Vries won nooit de Dutch TT, al was hij daar in 1972 wel heel dicht bij. Zijn Kreidler was sneller, maar Angel Nieto reed ongelooflijk goed die dag. Toch sloeg De Vries de laatste ronde een gaatje, tot het vermogen er langzaam uit ging en Nieto alsnog terug kon komen en won. ‘In de pitstraat voelde ik dat er nog amper compressie in zat. Er bleek een puntje van de zuigerveer afgebroken. Dat heb ik niet eerder verteld, omdat ik me niet achter pech wil verschuilen’, aldus Jan de Vries in Classic & Retro.

Fotograaf:       Onbekend – vermoedelijk Jan Heese
Tekst: Marien Cahuzak

MotorNL Nieuwsbrief

Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief of aanbiedingen en blijf iedere week op de hoogte van al het nieuws, motortests, leuke routes of aanbiedingen.

Ik meld me hierbij aan voor de volgende mailinglijsten:




Vul een geldig emailadres in
Dat adres bestaat al in ons bestand
The security code entered was incorrect
Dank voor je aanmelding

Vorig artikel

Flashback Jan Postema

REAGEER OP DIT ARTIKEL

Reacties

  • Ben Looijen 17/03/2020 at 18:41

    Assen 24 juni 1972

    Het is zaterdagmorgen 04.30 uur als ik word gewekt, het is voor mij een spannende dag want vandaag ga ik naar mijn allereerste Motorrace en wel de Dutch TT in Assen

    Ik heb natuurlijk al veel gehoord van ooms die al jaren gaan en het ene verhaal is natuurlijk nog sterker dan het andere. En ik , ik wist van niets, of althans weinig, wat ik wel wist was dat de nederlanders het goed deden in de 50cc klasse. Met name Jan de Vries op zijn 50cc van Veen kreidler reed heel sterk en zijn grote concurent was de spanjaard Angel Nieto, rijdend voor de Spaanse Derbi fabriek

    Een maal in Assen rond 07.00 uur achter de tribune (kniebocht) aangekomen duurde het mij natuurlijk veel te lang voor dat de eerste motortjes de baan op kwamen en ik voor het eerst een racemotor life kon aanschouwen, en wat net zo belangrijk was, dat ik ze ook kon horen. Het ongelooflijke gegil van een hoogtoerige tweetakt klonk mij echt als muziek in de oren en mijn verbazing kon niet op, wat een kleine machientjes, wat een geluid, wat een spanning. De rillingen gingen over mijn rug. Er was toen nog een duwstart en er heerste een doodse stilte voor de start, Ieder aanwezige (meer dan 100.000 man) hield zijn adem in en duimde voor dat kleine mannetje, dat kleine mannetje met het nr 1 op die kleine rode van Veen kreidler. Dat kleine mannetje heette Jan de Vries

    Deze pagina zal dan ook gaan over Jan de Vries, een klein manneke van weinig woorden maar met grote daden.

    Gr, Ben Looijen

    Antwoord