Over de top: Frankrijk in 15.000 bochten

Braaf vertier is er niet bij op wat we zelf hebben gedoopt tot ’route des géants’. Desolate, hoogvlakten, kolkende gorges en meedogenloze ravijnen. Een louterende krachttoer. Omdat het leven van regelen en rekenen snakt naar tegenwicht. Onderaan deze pagina kan de route worden gedownload.

Beleving man, daar gaat het om.’ Motormaat Rob  –  een CV zonder diploma’s, maar bomvol levenswijsheid  – drukt het me op het hart: ‘Geld geeft maar schijnzekerheid, man. Je laatste houten jas die heeft geen zakken. We gáán.’

Noorwegen: de mooiste wegen boven de poolcirkel

Dat het Frankrijk wordt, daar zijn we het snel over eens. Het land is zo’n beetje de grootste potverteerder van Europa, volgens de rekenmeesters van de EU. Maar wat ze er niet bij vertellen is dat geen volk in Europa zich kan meten met de Fransen als het gaat om de kwaliteit van leven. De dorpskruidenier houdt stand en waar vind je zo’n instelling als Le Tabac? Die verkoopt de krant, buskaartjes, gokbiljetten voor de paardenrennen, zakmessen van Opinel, de duvel en zijn ouwe moer. En de uitbater is een praatpaal voor de eenzamen en zielenpoten. Kan geen maatschappelijk werker tegenop. In al die duizenden dorpen die zijn uitgestrooid over het onmetelijke platteland zindert een levenskunst die wij ergens begin jaren zestig zijn kwijtgeraakt. Frankrijk dus, in vijf dagen, 1.246 km verdeeld over 1.500 bochten.

Grenoble – Le Palud sur Verdon – 272 km

Ze noemen hem de Franse Route 66 en hij is legendarisch: de Route Napoléon, De RN85, van Grenoble naar de Côte ‘d Azur.

Grenoble ligt op maar dik 200 meter hoogte, zuidwaarts prikken geweldenaars van 2.900 m in het wolkendek.

Een stel opgeschoten pubers in een witte Porsche hebben de vroege zaterdagochtend gekozen om onze kentekenplaten op te schuren met de voorbumper. De redding komt van een kaasboer, achter wiens sleep van busje-met-kaaswagen alles opstroopt. De V-Strom 1000 neemt genoegen met een subtiel rukje aan de gashendel om de karavaan het nakijken te geven.

En dan gaan we begrijpen waaraan de RN85 zijn reputatie dankt. Net als je de motor talloze keren op zijn linker- en rechterflank richting asfalt hebt gedrukt, zwier je een lange bocht in om lekker snelheid te maken. Links hooggebergte, rechts dartelt een beek met de weg op. Rook van houtstook kietelt de neus.

Het brandstoflichtje doorbreekt de cadans met nerveus geknipper, maar een pomp duikt pas dik een half uur later op, in Corps.  ‘Oh-la-la la nouvelle modèle’, mompelt een motocycliste, terwijl hij rond de V-Strom draait. Met zijn zwartleren jekkie, witte jethelm & pilotenbril kan het niet anders of hij heeft iets moois onder zijn kont. Een Norton 961 café racer, jawel,  in zilvergrijs en zwart. Hij is bezig met een tour de samédi: vroege start in Grenoble, slingeren naar Antibes aan de Côte, duik in de Middellandse Zee, tijdens het opdrogen een Gauloise op het strand en terug. Kom dan maar eens aan met je rond IJsselmeer.

Na Gap blijft de koosnaam Route Napoléon, maar N85 wordt D1085. Klink ons te snel. En op de kaart oogt hij als een ventweg van autoroute A51. Dat kan beter. Via het stuwmeer van Serre-Ponçon – grillig en onwaarschijnlijk blauw – strijken we de col na col vlak als Digne-Les-Bains opduikt. Een kuuroord voor wie last heeft van ik-weet-niet wat. Oudelullenstadje, vermoeden we, opgesmukt en ingedut.

Als  een verbodsbord opduikt voor caravans en campers, wat doe je dan? Juist. De D20, van Digne naar nergens,  is een karrenspoor, geasfalteerd, dat wel. Geen tien meter loopt rechtuit; bochten waarin dat je terug moet naar één. Veel hoger dan één passant per uur ligt de verkeerscirculatie hier niet.

Dan gaat het crescendo naar Castellane. Mooie balans tussen lekker doorknallen en scherp sturen. De locals buiken uit van de lunch, tussen 12.00 en 15.00 uu. Het asfalt is voor ons.

Een snoepje ligt nog voor ons: de Gorges du Verdon.  De Franse variant van de Grand Canyon. Het lijf zweet, de oren suizen. De Gorges nú helemaal nuttigen voelt als het wegklokken van een exclusieve champagne na een avond zwaar bieren. In Le Palud sur Verdon, een ‘Asterixdorpje’ waar de Canyon wijkt voor een groene vallei, houden we het voor gezien.

Bochten 9

Landschap 8

Snel rijden 7

Uitzichten 7

Le Palud sur Verdon – Nimes 222 km

Zondagochtend vroeg, te vroeg voor zondagsrijders om ons het genot van de Canyon ontnemen. Inrijden kun je vergeten. Je duikt hier meteen het meest verbluffende stukje ravijn in. Nietig ben je hier, als een mug op een tafelblad. Links onzichtbaar diep de Verdon, rechts rotswanden, steil, hoog en van een onverbiddelijk massiviteit. Het gas terug, de gezichten op verbazing.

Terwijl Parijs dik honderd jaar terug gonsde van de vooruitgang met zijn metro en Eiffeltoren, wist niemand nog van het bestaan van de  Canyon. Op geen kaart te vinden. De enigen die er ooit in afdaalden waren mannen die hier bukshout  – hard als staal –  oogsten, waaruit ze pétanqueballen sneden. Pas in 1905 drongen tot Frankrijk de eerste berichten door overterra incognita, toen geologen met doodsverachting per kano de Verdon afschuimden. In achtertuin van de modaine Cote ‘d Azur lag een wereld van geen mens het bestaand kende! Tot 1947, toen de eerste weg werd geopend, bleef dit wonderlijke land potdicht voor de wereld.

De kloof wordt nauwer en donkerder als het Lac de St. Croix in flitsen blauw oplicht na elke  rechterbocht. Het gefluister van de V-strom resoneert hier raspend en rauw tussen de rotswanden. En dan de apotheose: de kloof wijkt alsof een gordijn wordt opgetrokken. Links kolkt de Verdon zijn laatste stuiptrekkingen, rechts snijdt het blauw van het Lac de St. Croix het land open.

Het plateau van Valensole golft zwoel in kloeke rijen Lavendel. Een verademing na het korte sturen, de afgekapte blik en de hoogfrequente opwinding van de Verdon. Door het middelgebergte van de Lubéron, slingeren we naar Lourmarin. Provençaals tot in de straatklinkers. Een dorp van waar de Deux Chevaux roffelt, de muziek van George Brassens klinkt en de lucht zwaar is van de Gauloises.

Toerisme Duitsland: Bundesstraße 96 (B96)

We schuiven de Alpilles binnen, het Luilekkerland van Zuid-Frankrijk, met zijn olijf- en amandelboomgaarden. Alles op aangenaam miniatuurformaat. Het zoemt, krekelt en kirt in de bermen. De zon zakt al richting horizon en de cicaden roekelen erop los.
Aan de rafelrand van Arles zoeken we de ophaalbrug op die van Gogh schilderde. Een replica op een plek waar zich ’s avond geheid zaken afspelen die het daglicht niet verdragen. Maar je staat hier wel in voetsporen van de schilder. In 1889 draaide de gekwelde kunstenaar in Arles door na zwaar drankgebruik. In Arles stond hij bekend als een drankzuchtige eigenheimer die in de rosse buurt, destijds rond het station, hoertjes bezocht.
Nimes, de eerste stad van échte omvang na Grenoble, is doorleefd, ongepolijst en van de menselijke maat. Het volk flaneert hier over de Esplanade Charles de Gaulle, waar de tweeduizend jaar oude Romeinse arena tegenaan schurkt.  Op de terrassen van de boulevards rond het oude stadshart drinkt het werkvolk na kantoortijd zijn pastis. De avond zet stil in met zware luchten.

Bochten 8

Landschap 9

Snel rijden 8

Uitzichten 10

Nimes –  Millau  211 kilometer

In Quissan jaagt de regen ons uit het zadel. We schuiven aan bij dorpelingen die onder de luifel van de Bar Tabac de dag stukslaan  met krasloten. Zeker weten hier dat de eerste pastis vloeit voordat de klok twaalf slaat. De gps kan de boom in: dik twintig kilometer rechtuit is genoeg geweest. We duiken de garrigue in: het kreupelhout waar heel Zuid-Frankrijk onder bedekt ligt. Steeneiken en vliegdennen en stekelstruiken is alles wat wil groeien in deze gortdroge grond. We belanden op de ‘Route des Verries’, de route van de glasblazers. Ze moesten wat hier, want het karige voedsel dat de natuur hier geeft, moet je van de rotsen schrapen. Schaarse gehuchtjes doorbreken de totale verlatenheid. Het asfalt zweet damp, nevelslierten omsnoeren het Iers aandoende land.
Via de Gorges de La Vis klimmen slingeren via een haarspeld omhoog naar de Cause de Larzac. Dit is het land van de Grand Causses, de geblakerde hoogvlakten. Nergens is Frankrijk zo dun bevolkt als hier. Het weerbarstige klimaat kent er alleen extremen: snoeiheet van het late voorjaar tot in de herfst. En ’s winters stolt het leven hier onder sneeuw en vorst. Al honderd jaar terug ontvolkten de Causses. Overgebleven zijn excentriekelingen, milieufreaks en bioboeren, die over de rand van het reguliere leven zijn gevallen. Mannen als José Bové, bioboer en antiglobalist,  en een locale held, sinds hij de McDonalds van Millau in de fik stak. Een protest tegen de globalisering, genetisch gemanipuleer en de overheersing door de agromultinationals. Daar kun je mee aankomen, op deze desolate hoogvlakten.

Ineens wijkt de aarde en staan de voorwielen aan de rand van een bizar gat: Cirque de Navacelles, het keteldal dat geldt als een van de meest wonderlijke landschappen van Frankrijk. Diep beneden het dorp Navacelles, alleen bereikbaar via een haarspeldweg. Het bord ‘Route dangereuse et difficile’ moet automobilisten ervan weerhouden af te dalen. De Vis deelt het paradijsje in die verre diepte van het keteldal in tweeën. De noordoever is het departement Gard, zuid ligt in Hérault. Frankrijk, jawel.
De arcaden op het dorpslein van Nant brengen redding als de regen schuimend over het asfalt stuitert. Het leren jack wordt een zeem, in drie minuten tijd. Een verzopen Duitser op een BMW R100 rolt het dorp binnen en sluit aan. Als hij zijn helm afzet zie we een zwaarlijvige variant op  Harry, de knecht van Derrick. De grond dreunt van de donderslagen en de nacht lijkt in te vallen. Overnachtingsplek Millau is nog maar 30 km … maar wel via het viaduct dat het Tarndal overspant. Een uitzinnig bouwwerk dat lijkt te zweven. ‘Harry’ mompelt wat over het gevaar van de bliksem. ‘Wir fahren auf Gummi’s. Harry. Tschüss.’  Grootspraak om het gemoed te sussen. Bovenop het viaduct verzadigen we de ‘zeem’ met een paar liter angstzweet als het land aan alle kanten flitst en dondert, remlichten opgloeien, remmentrucks gieren en sissen en de wind de brugtuien van boomstamdikte lijkt te vieren. Soms sta je als motorrijder met één been in de hel.

Bochten 9

Landschap 10

Snel rijden 8

Uitzichten waar je voor afstapt 10

Millau – Orange 251 km

De dag begint met klamme kilte van een helm die ruikt naar natte hond. En de ‘zeem’ omsluit het lijf als een duikerspak als we uit het Tarndal haarspeldend omhoog klimmen naar de volgende hoogvlakte, de Causse Noir. De hoogvlakten liggen hier als soepborden tegen elkaar, gescheiden door dalen onwaarschijnlijk diepe dalen. Halverwege de klim is het zicht als uit een vliegtuigraampje: beneden een wattige wereld van wolken. De Causse Noir is zwart van de donkere bossen. Een totaal andere wereld dan de weerbarstige Causse de Larzac, die zo door zon en vorst is geteisterd dat er geen boom tot wasdom lijkt te komen. Aan de andere kant van het ‘soepbord’ bij Le Rozier, slingeren we het Tarndal weer in. De rivier kolkt hier door nauwe engten, zo nauw dat het waterpeil hij bij zware regenval binnen een half voor zomaar tien meter stijgt.

De zintuigen gaan op scherp als we de volgende hoogvlakte op klimmen: de Causse Méjean. We kwamen voor de bochten, jawel, maar deze klim geeft de Michelinkaart als ‘gevaarlijk en ‘moeilijk begaanbaar’. Een korte, onwaarschijnlijk steile klim, zonder vangrail. We moeten het doen met een in de steentijd gestapeld keienmuurtje tot kniehoogte. De rechterbocht rijden we onderin zijn één, zo traag dat de motor richting asfalt wil. Geen tegenliggers, dat is mazzel.

Boven wanen we ons in Wales: groene bollingen en dalen, bezaaid met vaalgrijze stenen; de Causse Méjean. Vriendelijker, lichter en zachtaardige dan de Larzac en Noir. We kwamen voor de bochten zeker, maar na de zenuwslopende haarspelden is dit land een feest. De rijwind droogt  de ‘zeem’ en het hoofd zingt, de aangename bijvangst van rijgenot.

Bij Ales worden we de ‘ beschaving’  in geslingerd: langere bochten en en in cultuur gebracht land. Via ingenieus sluizenwerk over de Rhône rollen we Orange binnen.

Bochten 10

Landschap 10

Snel rijden 7

Uitzichten 10

Orange – Grenoble 288 km

Orange, de frivole stad van de avond, is bij het ontwaken streng geworden: rugzakscholieren haasten zich naar de bushalte, het werkvolk kijkt streng voor zich uit. De Mont Ventoux beklimmen we op via de zuidflank. De ‘Kale Berg’  werkt als een magneet op wielerfreaks. Maar de Ventoux is killing, want gaat alleen maar omhoog. Geen moment hersteltijd voor de gemartelde benen. Lange bochten  zijn voor de motor een feest. Voorbij de boomgrens rollen we door een maanlandschap. De wind rukt aan de schouders, de vizieren klappen dicht. Een rukkerige wind tackelt de V-Strom op de top van zijn jiffy, als we afstappen voor het uitzicht… Krasje op de koffer en de het uiteinde van de koppellingshendel wordt geamputeerd. Souvenirtje voor thuis. De afdaling naar Malaucène is hemels.

Vaison-La-Romaine is gepland voor de koffiestop, maar het hoofd staat op doorrijden. Nyons dan maar, de stad van Musée Moto. Ik was er een jaar of vijftien terug. Een pracht van een privé collectie, dik honderd stuks met Harley, BMW, Peugeot. Nimbus en Moto de France. Die laatste, een Franse kloon van de BMW R60, wil ik maat Rob, levenslang al BMW-freak, laten zien. De verbaasde jonge vrouw op het Bureau de Tourisme doet met een blik vol ongeloof navraag bij haar oudere bazin. ‘Musée Moto?’ Al minstens tien jaar gesloten… Meewarig kijken ze ons na.

Intiem land, op de doorsteek van Nyons naar Die. Zachte, viltgroene olijfgaarden te midden van de wijngaanden. Ten noorden van de rivier de Drôme is het over met de cypressen, cigales, vliegdennen van de okergele Provence. Dit noordelijker land is frisser, groener en ritselt van populier en berk. Weg is de hectiek van het zuiden, weg de lome warmte.

Hier begint de Vercors, het wonderlijke bergmassief tot aan Grenoble. Het land van canyons, waar de zon fel oplicht op de bergkammen. Verlaten wegen met overzichtelijke, lange bochten. Spectaculair, maar zonder de krampachtigheid van het korte sturen. Het tijdsbesef is weg, honger en dorst, de houten kont, we voelen het niet meer. Grenoble doemt op. Via de laatste van de  1.246 km  en 1.500 bochten schieten we Grenoble in. De tijdsbesef is weg, het geheugen ongeordend. Het is goed.

Bochten 10

Landschap 10

Snel rijden 7

Uitzichten 10

Download de route

Mautic Tags

MotorNL Nieuwsbrief

Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief of aanbiedingen en blijf iedere week op de hoogte van al het nieuws, motortests, leuke routes of aanbiedingen.






Hierbij geef ik toestemming om me via email, met de informatie die ik in dit formulier opgegeven heb, nieuwsbrieven te sturen.

Uitschrijven kan op elk moment, onder iedere nieuwsbrief staat onderaan een link om uit te schrijven. We hebben je privacy hoog in het vaandel, onze privacy policy is op de website te lezen. Als je dit formulier instuurt, dan ga je akkoord met de voorwaarden genoemd in de privacy policy.


Over de auteur

De redactie van Motor.nl bestaat uit alle redactieleden van MOTO73 en Promotor. Redacteuren Marien Cahuzak, Jan Kruithof, Nick Enghardt, Maikel Sneek en diverse freelancers zijn dagelijks actief voor Motor.nl.

Misschien vind je dit ook interessant?