Soms verandert een Grand Prix in complete chaos. Door regen, massale valpartijen, technische problemen, vreemde beslissingen of simpelweg pure pech verliepen sommige races totaal anders dan vooraf werd verwacht. Na drie succesvolle delen richten we ons nu niet op de 500cc en MotoGP, maar op de overige Grand Prix-klassen. De zoektocht leverde een lange lijst op van dertig bizarre wedstrijden. In MOTO73 #15 namen we je mee naar vijftien races die nog altijd verbazen, verwonderen en soms nauwelijks te geloven zijn. Resten nog eens vijftien ongelooflijke races.
1985 – 125cc – Grand Prix van Frankrijk
Mislukte teamorders
Deze Grand Prix was een schijngevecht, maar wel een met een onverwachte afloop. De Italiaanse Garelli-rijders Fausto Gresini (#3) en Ezio Gianola (#15) reden in Le Mans samen weg van de rest van het veld. Teammanager Eugenio Lazzarini wist maar al te goed hoe je een toneelstukje moest opvoeren, want dat had hij een jaar eerder met zijn voormalige kopman Ángel Nieto ook gedaan. Toen moest Nieto winnen, maar deze keer was het de bedoeling dat Gresini zou zegevieren, omdat hij streed om de wereldtitel. Maar het plan mislukte om een knullige reden. De start- en finishlijn lagen namelijk niet op dezelfde plek. Gianola kwam als eerste uit de laatste bocht en gebaarde naar Gresini dat hij hem voorbij moest gaan. Dat gebeurde pas ná de finishlijn, die zo’n honderd meter vóór de startlijn lag. Zo won Gianola zijn eerste Grand Prix met een voorsprong van 0,022 seconde, wat natuurlijk niet de bedoeling was. Voor 1986 kreeg Gianola geen Garelli-contract meer en werd Luca Cadalora zijn vervanger.

2012 – Moto2 – Grand Prix van Valencia
Afscheid in stijl
In de allerlaatste race voordat Marc Márquez de overstap naar de MotoGP maakte, liet hij nog eenmaal zijn klasse in de Moto2 zien. De Spanjaard was allang wereldkampioen, maar wilde uiteraard ook zijn laatste Grand Prix voor eigen publiek winnen. Dat werd een stuk moeilijker na de vrijdagtrainingen. Márquez had onverantwoordelijk gereden, waardoor Simone Corsi ten val kwam. Als straf moest de Spanjaard als laatste starten. De basis voor een goed resultaat legde hij al bij de start. Binnen twee bochten wist MM93 op de natte baan al het halve veld te passeren. Na één ronde lag de Suter-coureur al op de elfde plaats. Daarna verliep zijn opmars iets geleidelijker. Halverwege de race reed hij op de derde plaats, maar had de Spanjaard nog altijd een achterstand van zeven seconden op zijn landgenoot Nicolás Terol en tien op leider Julián Simón. In de tweede helft van de race ontketende Márquez. Binnen vier ronden dichtte hij het gat naar Terol en niet veel later zat hij ook in het achterwiel van Simón. Bij het ingaan van de voorlaatste ronde pakte Márquez onder luid gejuich van het publiek de leiding en sloot hij zijn Moto2-carrière in stijl af.

1997 – 125cc – Grand Prix van Nederland
Spelen met de concurrentie
In zijn tweede seizoen op Grand Prix-niveau speelde Valentino Rossi, oftewel #46, regelmatig met de concurrentie. Hij was zó dominant in de 125cc dat hij zich regelmatig even liet terugzakken in de kopgroep, om vervolgens in de slotfase weer aan te vallen. Een mooi voorbeeld daarvan was de TT van Assen. Gedurende de race ging hij een aantal keer rechtop zitten om de concurrentie in de kopgroep van zo’n acht rijders even voor te laten. Zelfs in de laatste ronde maakte de Italiaan zich nog druk toen hij in de Strubben pas op de vierde plaats reed. Met strakke inhaalacties wist hij weer naar de koppositie te komen en zo één van zijn elf zeges uit vijftien races in 1997 te behalen. Rossi mocht dan ook terecht als Superman zijn eerste van later tien overwinningen in Assen vieren.

1989 – 80cc – Grand Prix van Tsjecho-Slowakije
Drie bochten van eeuwige roem
De ontknoping van het allereerste jaar van het 80cc-wereldkampioenschap is op zijn minst legendarisch te noemen. Manuel Herreros had in 1989 nog geen enkele race gewonnen, maar begon samen met Peter Öttl als WK-leider aan de laatste Grand Prix van het seizoen in Tsjecho-Slowakije. Ook de 40-jarige Stefan Dörflinger maakte nog kans op de titel, want hij had slechts zes punten minder dan het duo. Een prachtig affiche. In Brno verscheen ook Jorge Martínez aan de start, met als doel zijn Derbi-teamgenoot Herreros te helpen. In deze laatste race stond er geen maat op Herri Torrontegui, die met grote voorsprong won maar geen kans meer maakte op de wereldtitel. Daarachter werd de titelstrijd beslist. Öttl (#30), Martínez (#1) en Herreros (#4) streden om de tweede plaats. Dörflinger (#40) moest de groep laten gaan en kon alleen nog hopen op fouten van de concurrentie. De twee Derbi-rijders probeerden het Öttl zo lastig mogelijk te maken, maar zonder zichtbaar succes. Sterker nog: in de laatste ronde wist Öttl zelfs een klein gaatje te slaan naar de twee Spanjaarden en leek hij op weg naar de wereldtitel. Maar met nog drie bochten te gaan ging het alsnog mis. De Duitser schoof met zijn Krauser onderuit. Herreros zag het gebeuren en wist direct dat de buit binnen was. Zo pakte hij de 80cc-wereldtitel zonder ook maar één race te hebben gewonnen. Na jarenlang de tweede man bij Derbi te zijn geweest, zal ‘Champi’ Herreros voor altijd de geschiedenis ingaan als de laatste 80cc-wereldkampioen.

2003 – 125cc – Grand Prix van Australië
De onbekende regenspecialist
Andrea Ballerini. Het is een naam die bij weinig Grand Prix-volgers nog een belletje zal doen rinkelen. Toch staat de Italiaan voor altijd in de recordboeken als Grand Prix-winnaar. Tijdens de kletsnatte 125cc-race op Phillip Island in 2003 profiteerde hij optimaal van de verraderlijke omstandigheden. Topcoureurs als Andrea Dovizioso, Casey Stoner en Stefano Perugini gingen onderuit, terwijl Ballerini overeind bleef en verrassend zijn enige Grand Prix-zege behaalde. Na afloop voelde de Italiaan zich zichtbaar ongemakkelijk op het podium en tijdens de persconferentie op Phillip Island. Wel wist hij precies wie hij moest bedanken. Dat was Masao Azuma, de tweede coureur binnen het kleine Honda-team van de Fin Aki Ajo. De Japanse coureur, die als tweede finishte, had hem namelijk voor de race geadviseerd om voor een specifiek type Bridgestone-regenband te kiezen. Dat bleek een gouden tip. Helemaal uit de lucht kwam het resultaat overigens niet vallen. Al in zijn debuutseizoen van 1995 liet Ballerini zien uitstekend uit de voeten te kunnen in natte omstandigheden. In pas zijn tweede Grand Prix eindigde hij in Maleisië al als vijfde op een door regen geteisterde baan. Op droge circuits bleven de resultaten achter, waardoor hij na 1996 zijn plaats in het Grand Prix-paddock verloor. Begin deze eeuw keerde Ballerini terug in de 125cc. Tussen 2002 en 2006 reed hij voor verschillende teams, maar behalve zijn sensationele overwinning op Phillip Island wist hij nog slechts één keer de top acht te halen. Dat was in 2004 met een zesde plaats in Jerez. En inderdaad: ook toen speelde regen een hoofdrol.

1998 – 250cc – Grand Prix van Argentinië
De omstreden wereldtitel
Loris Capirossi begon als leider in de WK-stand aan de laatste race van het seizoen in Argentinië, ondanks dat zijn Aprilia-teamgenoot Tetsuya Harada het kampioenschap grotendeels had aangevoerd. Het verschil tussen de twee bedroeg vier punten. Het duo had regelmatig gebroederlijk op het podium gestaan, maar na de laatste race van het jaar zou dat voorgoed veranderen. De twee teamgenoten vochten om de overwinning, die de winnaar ook de wereldtitel kon opleveren. Door hun felle strijd kon de slecht gestarte Valentino Rossi weer aansluiten. Harada maakte een foutje, waardoor hij de laatste ronde als derde inging. In de slotronde begon ook Capirossi fouten te maken. Rossi pakte de leiding en Harada schoof op naar de tweede plaats. De Japanner leek daarmee op weg naar zijn tweede wereldtitel. Capirossi verloor zelfs zoveel terrein dat een inhaalactie onmogelijk leek. Maar de Italiaan dacht daar anders over. Capirossi ging van (te) ver in de aanval. Hij zou de bocht nooit hebben gehaald als hij niet bij zijn teamgenoot naar binnen was geboord. Harada crashte terwijl Capirossi als tweede over de finish kwam. Later werd de Italiaan gediskwalificeerd. Toch behield Capirossi de wereldtitel, omdat hij ondanks de diskwalificatie nog altijd vier punten meer had dan de ongelukkige Japanner. Aprilia ontbond daarop het contract met Capirossi voor 1999 wegens onsportief gedrag. De Italiaan spande vervolgens een rechtszaak tegen zijn werkgever aan en won die. Hierdoor kreeg ‘Capirex’ naast de wereldtitel ook nog een schadevergoeding van Aprilia.

1980 – 350cc – Grand Prix van West-Duitsland
Titelstrijd op recordtempo
In 1980 draaide de 350cc-wereldtitelstrijd uit op een rechtstreeks duel tussen Toni Mang en Jon Ekerold. De beslissing viel op de legendarische Nordschleife van de Nürburgring, een circuit van ruim 22 kilometer dat bekendstond als de ultieme test voor mens en machine. In de kwalificatie leek Mang de beste papieren te hebben. De Duitser was liefst acht seconden sneller dan Ekerold en vertrok als grote favoriet voor de titel. Maar op zondag liep alles anders. De keiharde Zuid-Afrikaanse privécoureur, die werd gesponsord door het Nederlandse dakplatenbedrijf Opstalan, verklaarde vlak voor de beslissende race terug te komen als wereldkampioen of helemaal niet terug te komen. Zoveel was het hem eraan gelegen om de titel te grijpen. Terwijl Ekerold in de finale uitstekend van start ging, verloor Mang direct negen plaatsen in de openingsronde. De Kawasaki-fabrieksrijder vocht zich terug en zette in de tweede ronde zelfs een nieuw ronderecord neer, liefst tien seconden sneller dan ooit tevoren. Het leek een beslissende klap, maar Ekerold, op de door hemzelf geprepareerde Yamaha TZ350, gaf niet toe. In de voorlaatste ronde antwoordde de Zuid-Afrikaan met een ronde die nóg eens vier seconden sneller was. Zijn rondetijd was zo indrukwekkend dat hij daarmee zelfs in de 500cc op de tweede startplek had gestaan. Mang had geen antwoord meer. Daarmee ging de wereldtitel verrassend naar privérijder Ekerold. Dat de twee 350cc-coureurs bovendien met hun snelheid vierde en vijfde waren geworden in de 500cc-race, maakte hun prestatie alleen maar indrukwekkender.

1990 – 125cc – Grand Prix van Zweden
De mooiste zege van Hans Spaan
Hans Spaan is een van de meest succesvolle Nederlandse wegracecoureurs. De Castricummer won negen 125cc-Grands Prix, verdeeld over de seizoenen 1989 en 1990, waarin hij bovendien tweemaal vicewereldkampioen werd. De thuiszege tijdens de TT Assen in 1989 was heel bijzonder, maar Spaan noemt die niet eens zijn mooiste overwinning. Die behaalde hij op Anderstorp. Kopgroepen van tien rijders of meer zijn tegenwoordig gebruikelijk in de Moto3, maar in 1990 was dat in de 125cc nog een zeldzaamheid. Toch gebeurde het tijdens de Grand Prix van Zweden, mede doordat de rijders op het lange rechte stuk – een start- en landingsbaan van een vliegveldje – dicht bij elkaar bleven. De kopgroep bestond voornamelijk uit Italianen, die natuurlijk het liefst een landgenoot zagen winnen. Spaan wist zich echter in de slotronden in de top drie te handhaven. In de laatste ronde remde hij aan het einde van het lange rechte stuk zich vervolgens buitenom voorbij aan leider Doriano Romboni. Daarna resteerde nog slechts één bocht. Ook daarin wist Spaan (#2) de leiding vast te houden en zo een prachtige Grand Prix-zege te behalen.

2016 – Moto3 – Grand Prix van Spanje
Van laatste naar eerste
Brad Binder had nog nooit een Grand Prix gewonnen, al was hij er wel vaak dichtbij geweest. De Zuid-Afrikaan begon na drie podiumplaatsen als WK-leider aan de Grand Prix van Jerez. De kansen op een zege leken vooraf al verkeken, omdat de toenmalige teamgenoot van Bo Bendsneyder bij Red Bull KTM Ajo na een technische overtreding als vijfendertigste en laatste moest starten. Al vroeg in de race wisten drie rijders aan de kop te ontsnappen, terwijl Binder zich daarachter knap wist op te werken naar de vierde plaats. Vervolgens reed de Zuid-Afrikaan zich los van de tweede groep en dichtte hij het gat van ruim drie seconden naar Francesco Bagnaia, Jorge Navarro en Nicolò Bulega. Binder was die dag zo sterk dat ook deze drie rijders in de laatste tien ronden geen antwoord op hem hadden. Zo won de latere Moto3-wereldkampioen van dat jaar op zeer bijzondere wijze zijn eerste Grand Prix.

1982 – Zijspannen – Grand Prix van Finland
De zwarte dag van Imatra
Het stratencircuit van Imatra stond al bekend als gevaarlijk. Dat was ook de reden dat de 500cc er in 1982 niet meer in actie kwam tijdens de Grand Prix. Maar als de baan kleddernat was, werd het circuit ronduit levensgevaarlijk. Dat werd tijdens de zijspanrace op dramatische wijze duidelijk. Veel combinaties wilden niet van start gaan, omdat de omstandigheden aquaplaning konden veroorzaken. Jock Taylor – de wereldkampioen van 1980 – en Alain Michel wilden wel starten. Daardoor voelden ook de overige topteams zich genoodzaakt van start te gaan. In de vierde ronde ging het mis voor Taylor, toen zijn zijspan op de natte baan onbestuurbaar werd. Zijn Zweedse bakkenist Benga Johansson werd uit het span geslingerd en kwam met de schrik vrij. Voor Taylor zelf liep het veel slechter af. Hij knalde op volle snelheid tegen een telefoonpaal. De Schot zat zwaargewond bekneld in zijn span. Maar blijkbaar was dat nog niet voldoende om de race direct stil te leggen. Toen enkele marshals te hulp schoten, schoof twee ronden later ook nog een Fins span van de baan. Het botste tegen het span waarin Taylor nog vastzat. Bij dat incident brak een hulpverlener zijn been. Pas toen werd de race uiteindelijk gestaakt. Taylor overleed later in het ziekenhuis aan interne verwondingen. De organisatie durfde het vervolgens zelfs aan de rijders te vragen of zij wilden herstarten, maar daartoe was niemand meer bereid. Het betekende tevens het tragische einde van de laatste Grand Prix op een stratencircuit.

1987 – 125cc – Grand Prix van Portugal
Gresini’s enige misstap in 1987
Het 125cc-seizoen van 1987 werd gedomineerd door één rijder: Fausto Gresini op zijn Garelli. Doordat de Italiaan de eerste tien races had gewonnen, was hij al ruim voor het einde van het seizoen verzekerd van de wereldtitel. Maar Gresini had nog een doel: hij wilde in 1987 ongeslagen blijven. Daarvoor moest hij ook de elfde en laatste race winnen, tijdens de Grand Prix van Portugal, die opmerkelijk genoeg werd verreden op het Spaanse Jarama. Ook hier was Gresini (#2) veel sneller dan de rest, maar in de beginfase van de race liet hij August Auinger (#4) het kopwerk doen. Misschien juist omdat het zo gemakkelijk ging, maakte de Garelli-coureur een fout en ging hij onderuit. Tot groot ongenoegen van de Nederlander Jan Thiel, die verantwoordelijk was voor de preparatie van zijn Garelli. Auinger had op zijn beurt niet door wat er achter hem was gebeurd en de Oostenrijker crashte een ronde later zelf ook. Hierdoor kon Paolo Casoli zijn enige Grand Prix-overwinning behalen. Het was tevens de laatste 125cc Grand Prix waarin nog met tweecilindermotoren gereden mocht worden. Vanaf 1988 waren alleen nog eencilinders toegestaan.

2022 – Moto2 – Portimão
Bowlen met motoren
De Moto2-race in Portimão was acht ronden onderweg toen het ineens begon te regenen. Dat gebeurde op het moment dat de rijders aankwamen in de eerste sector. Als eerste ging leider Arón Canet onderuit, maar hij was niet de enige. Er ontstond een domino-effect, waardoor nog eens tien rijders crashten, onder wie ook Zonta van den Goorbergh. Motoren schoven en vlogen met hoge snelheid tegen elkaar, waarbij er zelfs één in brand vloog. Wonder boven wonder raakte geen van de rijders zwaargewond; de schade bleef beperkt tot de motoren. De regen zette niet door. Er volgde een herstart over zeven ronden met slechts achttien rijders. Onder de gecrashte coureurs bevonden zich veel toprijders, waardoor de weg vrijkwam voor anderen. Joe Roberts greep die kans met beide handen aan en de Amerikaan won zijn eerste Grand Prix.

2008 – 125cc – Grand Prix van Nederland
Eén punt kan ook een overwinning zijn
Bradley Smith leek op weg naar zijn eerste Grand Prix-overwinning. De Brit had na tien ronden een voorsprong van drie seconden opgebouwd. Maar toen begon het ineens te regenen. Smith schoof onderuit. Hij was niet de enige, want veel meer rijders gingen onderuit. De rode vlag werd gezwaaid. Er moesten eigenlijk nog twaalf ronden worden gereden, maar omdat de MotoGP volgens het gebruikelijke tijdstip van 14.00 uur moest starten, werd de herstart ingekort tot vijf ronden. Smith was er wel weer bij, omdat hij zijn motor na zijn crash nog op tijd terug in de pits had gekregen. Deze keer bleef een grote kopgroep bij elkaar, waarin Smith als vijfde en Gábor Talmácsi als eerste eindigde. Maar op 4,5 seconde van de winnaar kwam de gelukkigste rijder van het veld over de finish. Hugo van den Berg had in de laatste ronde Dominique Aegerter gepasseerd en werd zo vijftiende. Het was zijn eerste – en enige – WK-punt uit zijn carrière. Bovendien was hij de eerste Nederlander die sinds 2006 weer een WK-punt scoorde in de 125cc-klasse. Dat dit WK-punt veel betekende voor de jonge Van den Berg was goed te zien toen hij geëmotioneerd terugkeerde in de pitbox van Molenaar Racing.

1986 – Zijspannen – Hockenheim
De inhaalactie die goud waard was
Na twee wereldtitels op rij leek het voorafgaand aan de laatste Grand Prix van 1986 een onmogelijke opgave voor Egbert Streuer en Bernard Schnieders (#1) om die titel te prolongeren. Alain Michel en Jean-Marc Fresc (#7) hadden in Hockenheim voldoende aan een plaats in de top vier om zich voor het eerst in hun lange carrière tot wereldkampioen in de zijspanklasse te laten kronen. Gezien het geringe aantal topteams vormde die opgave normaal gesproken geen probleem. Streuer en Schnieders waren vaak sneller dan de Fransen, maar waren ook drie keer uitgevallen door technische problemen. Het enige wat de Nederlanders konden doen, was winnen en vervolgens afwachten. Winnen, dat lukte na een alles-of-nietsactie op Rolf Biland en Kurt Waltisperg (#3) in het Motodrom. Toen Streuer en Schnieders na de uitloopronde in de pits arriveerden, konden ze hun oren niet geloven. Want Michel en Fresc waren na problemen met de helm van eerstgenoemde slechts als vijfde geëindigd. De Nederlanders waren door hun geweldige inhaalactie niet alleen winnaar van deze Grand Prix, maar ook voor de derde keer op rij wereldkampioen.

1995 – 250cc – Grand Prix van Nederland
De laatste bocht vol drama
Deze race was lange tijd niet bijzonder gedenkwaardig, maar betekende wel veel voor de familie Van den Goorbergh. Jurgen en Patrick streden namelijk voor een topvijfklassering, een prestatie die beide rijders op dat moment nog nooit hadden behaald. Ver daarvoor was Max Biaggi al alleen op weg naar een van zijn vele 250cc-zeges uit die periode. Maar het venijn zat in de staart. Toen Biaggi de finishlijn passeerde en het groepje van drie rijders daarachter op de laatste Geert Timmer-bocht afkwam, begon het vanuit het niets stevig te regenen. Zo hard zelfs dat Jean-Michel Bayle vanaf een tweede plek onderuitging. Daardoor streden Jurgen en Patrick in de laatste meters ineens met Jean-Philippe Ruggia om de vierde plaats. Maar Bayle was niet de enige die ten val kwam. Ook beide Brabanders gingen met de finishvlag in zicht onderuit. Bayle moest zelfs rennen om de motor van Patrick te ontwijken. Ondertussen gingen overal op de baan rijders onderuit. Jurgen pakte zijn motor snel weer op en finishte in alle hectiek alsnog als zesde. Patrick probeerde hetzelfde te doen, maar zijn motor sloeg niet meer aan. Zwaar vermoeid en teleurgesteld duwde hij zijn Aprilia uiteindelijk als veertiende over de eindstreep. Patrick zou daarna nooit meer zo dicht bij een topvijfklassering komen.

Foto’s: Henk Keulemans, teams









