woensdag 10 juni 2026

Icoon Jan Bruins: de vergeten GP-winnaar

Als je een gemiddelde Nederlandse motorsportliefhebber vraagt om een lijstje met de Nederlandse wegrace-GP-winnaars te maken, zul je hier waarschijnlijk de naam van Jan Bruins niet op terugvinden. En toch wist de 32-jarige eigenaar van een autobedrijf uit Deventer in 1972 de 50cc Grand Prix van het Joegoslavië van president Tito te winnen.

In 1969 en 1970 waren er al GP’s verreden op het tegen de kust aan gelegen stratencircuit van Opatija. Ook toen al was het zes kilometer lange parcours niet onomstreden, omdat de veiligheid van de renners onvoldoende gewaarborgd was. Op een aantal punten van het circuit scheerden de coureurs zelfs vlak langs gevaarlijke rotspartijen. De FIM gaf in 1970, pas twee weken voor de geplande datum, groen licht. De organisatie kwam daarna in andere handen en die zag in 1971 af van het laten verrijden van de GP. Dit omdat het onmogelijk zou zijn het stratencircuit in het drukke toeristenseizoen nog eens af te sluiten voor het verkeer. Een jaar later kwamen ze daar dus op terug. Nu werd de Grand Prix als toeristentrekker gezien en stond deze voor 18 juni 1972 op de wegracekalender.

Icoon Alex Barros: de Braziliaanse grootmeester van de koningsklasse

Bijzondere winnaar

Na een onweersbui op zaterdag stonden de 50cc-coureurs onder een stralende zon op zondag aan de start. Derbi-fabriekscoureur Ángel Nieto was vóór Jan de Vries, Rudi Kunz en Jan Bruins de snelste man in de trainingen geweest. De wedstrijd zou over vijftien ronden gaan, waarin negentig kilometer moesten worden afgelegd. Bruins was positief over zijn kansen om Kunz in de wedstrijd te kunnen pakken.

Na de start was het Nieto die de kop nam. Jan Bruins nestelde zich meteen al voor in het veld van 24 starters. Jan de Vries wist de kleine achterstand die hij had opgelopen vrij snel goed te maken en kon de kop zelfs overnemen. Nieto veroverde in de derde ronde wel weer even de leiding, maar De Vries herstelde zich en verwees de Spanjaard terug naar de tweede plaats. Dat bleef zo totdat Nieto zijn Derbi met bougieproblemen de pits instuurde. Jan Bruins, die ondertussen op een zekere derde plek had gereden, schoof hierdoor mooi op naar de tweede plaats. Kunz was al uitgevallen en ook Bartol had een pitstop moeten maken.

Het oponthoud van Nieto duurde lang omdat de bougiekap erg moeilijk los te krijgen was. Met een grote achterstand zette de Derbi-coureur de achtervolging in. Bruins had ook doorgekregen dat Nieto in de pits had gestaan, maar liet zich hierdoor niet opjagen. De Vries dacht: ‘Ik ga me hier toch niet te barsten rijden. Als hij me in kan halen, doet hij dat toch wel!’ Jan de Vries reed nog een recordronde met een gemiddelde van 127,7 km/u en ging onbedreigd richting een mooie overwinning en zou daarmee ook aan de leiding gaan in de tussenstand voor de 50cc-wereldtitel. Maar het mocht niet zo zijn. In de laatste ronde ging de zuiger van de Van Veen-Kreidler stuk. Bruins zag een halve kilometer voor de finish De Vries stilstaan en realiseerde zich toen dat het ongelofelijke op het punt stond werkelijkheid te worden: een overwinning in een GP!

Bruins werd als eerste afgevlagd vóór Nieto, die nog naar de tweede plaats was opgeklommen. Na de huldiging kon Bruins zich met een mooie overwinningskrans laten fotograferen. Behalve deze krans kreeg hij nog een fraaie kristallen bokaal en van de Kreidler-fabriek een fors geldbedrag om zijn Kreidler nog verder te perfectioneren.

Ondanks de gunstige positie van Jan de Vries in de stand om de WK-titel en ondanks dat Opatija vlak over de grens met Italië lag, waren er geen Nederlandse journalisten naar de stad aan de Adriatische Zee afgereisd. De GP’s werden toentertijd niet rechtstreeks op tv uitgezonden en de uitslagen kwamen in de loop van de dag via telexberichten binnen. Verbazing alom toen daarop te lezen stond dat de Nederlander Jan Bruyers de 50cc had gewonnen! Dat kon niet kloppen! Maar op zondagavond meldde de radio dat het Jan de Vries moest zijn. De correspondent van het blad Motor bracht uitkomst toen hij zondagnacht belde en alle twijfels wegnam. Het was echt Jan Bruins die de 50cc-GP van Joegoslavië gewonnen had.

Jan Bruins tijdens de GP van Italië in 1974 op de Jamathi.

Een GP win je niet zomaar

Aan het succesvolle jaar 1972 was voor Bruins wel het een en ander aan voorafgegaan, want een GP win je niet zomaar. De naam J. Bruins komen we voor het eerst tegen in de uitslagen van de 50cc-wedstrijd op 7 mei 1961 op het circuit van Zandvoort. Jan reed hier nog op een Itom en werd keurig als achtste afgevlagd. Daarna verschijnt zijn naam pas weer in 1965. Opnieuw op het circuit van Zandvoort met een elfde plaats, nu op een Garelli.

In 1966 reed Jan Bruins een volledig seizoen bij de 50cc-internationalen. In de enige kampioenswedstrijd, opnieuw op Zandvoort, kwam hij als een goede derde over de finish.

Na een goed seizoen in 1967, met een mooie tweede plek achter Aalt Toersen in Uden, eindigde Jan Bruins als vierde in de eindstand voor het Nederlands kampioenschap.

In 1968 startte Jan Bruins voor het eerst in de TT van Assen en werd hij zevende in een veld van eenentwintig finishers. Dat was een prima resultaat voor iemand in zijn eerste TT. In de strijd om de nationale 50cc-titel stond Bruins als zesde in de einduitslag.

In 1969 eindigde Jan Bruins op een vierde plaats in de eindstand voor het Nederlands kampioenschap en in de TT van Assen kwam hij als elfde binnen.

Een jaar later werd Jan Bruins zevende in het Nederlands kampioenschap en tiende in de TT van Assen. In Oldebroek behaalde hij zijn beste resultaat door als tweede te eindigen.

De vierde plaats in de thuis-Grand-Prix in Assen in 1971 was een opmaat naar de successen van 1972. Verder finishte Jan in 1971 tweemaal als derde tijdens de internationale wegraces in Oldebroek en Raalte en werd hij achtste in het Nederlands kampioenschap.

Dit alles had Jan Bruins waarschijnlijk doen besluiten in 1972 een compleet GP-seizoen te gaan rijden. In het Nederlands kampioenschap eindigde hij achter kampioen Jan de Vries als een goede tweede. Bruins was dus niet enkel in de GP’s een topper, ook in Nederland behoorde hij tot de absolute top. Dat resulteerde in diverse podiumplaatsen, zoals bij de internationale races in Raalte en Hilvarenbeek. En er waren zelfs overwinningen voor hem: op 5 augustus in Oldebroek en op 1 oktober in Mill.

Hoe verliep het verder?

In 1972 reed Jan Bruins dus een volledig GP-seizoen, met één overwinning. Verder kwam hij als vierde, vijfde en twee keer als zesde over de eindstreep. Dit leverde hem de vierde plaats op in de WK-eindstand. Helaas kwam hij in de TT van Assen niet verder dan de eerste ronde, want met een gebroken zuigerveer kwam hij op het eind van de Bedeldijk al tot stilstand.

Dit waren mooie resultaten voor een privérijder die alles uit eigen middelen betaalde. Jan Bruins had jarenlang hard gewerkt in de kleine kelder onder zijn garagebedrijf om zijn privé-Kreidler op GP-niveau te krijgen. Gelukkig kon hij rekenen op de hulp van Herman Meyer, die een carter met een zesversnellingsbak en een speciale krukas voor hem had gemaakt. Jan Bruins had zelf voor de poorttiming van de watergekoelde cilinder gezorgd en ook het frame was een eigen ontwerp. Het jaar 1972 was dus hét topjaar voor Jan Bruins, maar ook in de jaren daarna liet hij van zich horen.

Jan Bruins werd door de Zweedse Monark-fabriek benaderd om samen met hen voor het jaar 1973 een 50cc GP-racer te ontwikkelen. Dat zag hij wel zitten. Hij verkocht zijn Kreidler aan NMB-coureur Emiel van Uden en begon aan het Monark-project. Het duurde even voordat de resultaten er kwamen; tijdens de TT van Assen kreeg hij loon naar werken met een vierde plaats. In andere GP’s kwam hij helaas niet aan de finish. Verder wist hij in dat jaar nog drie keer als tweede te eindigen in de wegraces in Oosterwolde, Hengelo en Mill. Ook in Hilvarenbeek scoorde Jan Bruins nog goed met een vierde plek. Maar voor een hoge notering in het Nederlands kampioenschap kwam hij wat goede resultaten te kort en eindigde hij als 24e.

Voor het seizoen 1974 had Jan het Monark-project ingeruild voor een snelle en betrouwbare Jamathi. Hij had eigenlijk willen stoppen, want de ontwikkeling van de Monark kostte hem gewoon te veel tijd. Maar juist op tijd kreeg hij van het Jamathi-team een aanbod om op hun racer te gaan rijden. Hun toprenner Theo Timmer had het team verlaten om als privécoureur door te gaan. Nadat Jan Bruins met Jan Thiel en Martin Mijwaart rond de tafel had gezeten, was er afgesproken dat zij voor het onderhoud van de racer zouden zorgen. Voor de races zou Jan Bruins de machine kant-en-klaar afgeleverd krijgen. In Parade-tapijt had hij een sponsor gevonden die het Jamathi-project financieel haalbaar maakte. Met de Jamathi kwam hij in 1974 nog tweemaal op een GP-podium. In Imola eindigde hij achter Henk van Kessel als een goede tweede en in de TT van Assen kwam hij na een inhaalrace als derde over de finish. Met nog twee andere resultaten eindigde hij als zevende in de WK-eindstand.

Veel bereikt

Ook in Nederland was de combinatie van Bruins-Jamathi succesvol, met twee overwinningen in de internationale races van Hilvarenbeek en Hengelo. Goede resultaten waren er ook in Raalte, Oldebroek en tweemaal Zandvoort, waar hij als tweede wist te eindigen, en in Oirschot ook nog als derde. Omdat hij slechts drie resultaten voor het Nederlands kampioenschap had behaald, eindigde hij bescheiden als zesde.

In 1975 kwam Jan Bruins weer met een Kreidler aan de start. Hij had onderdak gevonden in het Pee-Pee Road Racing-team van Piet Plompen. Plompen had bij Van Veen een complete machine gekocht met een door Jaap Voskamp gebouwd frame en een door Jan de Vries geprepareerd blok. Deze Kreidler zou ook bij Van Veen onderhouden worden, zodat Jan Bruins daar geen tijd in hoefde te steken. Helaas zou het maar een half seizoen worden, want Jan Bruins kwam tijdens de kampioenswegraces op 22 juni in Vessem ten val, brak zijn rechteronderbeen en liep ook nog een zware hersenschudding op. In dat halve seizoen kwam hij toch nog tot goede resultaten. Tijdens zijn laatste GP-deelname op 11 mei 1975 reed hij op het circuit van Hockenheim nog naar een mooie achtste plaats. In Nederland waren er voor Jan vier overwinningen tijdens de wegraces in Hilvarenbeek, Ammerzoden, Oirschot en Assen. Jan Bruins had een beter afscheid verdiend dan halverwege het seizoen te moeten afhaken. Toch nam hij na zijn valpartij met de opgelopen blessures de beslissing om te stoppen, zoals zoveel andere coureurs vóór hem al dezelfde beslissing hadden moeten nemen. Gevoelsmatig had hij misschien door willen gaan, maar het verstand zei nee.

Jan Bruins had veel bereikt en slechts weinig andere Nederlandse coureurs konden zeggen dat ze een GP hadden gewonnen. Nadat hij met zijn garagebedrijf gestopt was, opende hij een motorzaak aan de Gashavenstraat in Deventer. Jan Bruins overleed op 16 april 1997, hij werd slechts 56 jaar.

Tekst: Mari van Kasteren
Foto’s: Target Press, MOTO73

Redactie
Redactie
De redactie van Motor.nl bestaat uit alle redactieleden van MOTO73 en Promotor. Redacteuren Marien Cahuzak, Jan Kruithof, Maikel Sneek en diverse freelancers zijn dagelijks actief voor Motor.nl.

Stay tuned

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en mis nooit het laatste nieuws! Onze nieuwsbrief wordt iedere week op dinsdag (bij veel nieuws) en donderdag verstuurd.


Gerelateerde artikelen