Van Ruige Robbie tot De Witte Reus: de 10 succesvolste Nederlanders in de koningsklasse van de motorsport

Het is alweer 24 jaar geleden dat Nederland voor het laatst een vaste coureur in de MotoGP had. Maar dankzij de sterke prestaties van Collin Veijer in de Moto2 groeit de hoop op een nieuwe Nederlandse rijder in de koningsklasse van de motorsport. Door de jaren heen hebben meerdere Nederlanders hun sporen verdiend op het hoogste niveau van de wegrace. Sommige namen liggen nog vers in het geheugen, anderen wat minder. Rijders als Piet van der Wal, Henk de Vries en Henk van der Mark haalden deze lijst nét niet, maar wie behoren dan wél tot de succesvolste Nederlanders in de topklasse? Motor.NL stelt ze, in willekeurige volgorde, aan jullie voor.

Wil Hartog – ‘De Witte Reus’

Geboren: 28 mei 1948
Begin carrière: 1967
Einde carrière: 1981
Grootste 500cc-succes: 5 Grand Prix-overwinningen waaronder de TT Assen in 1977

Wil Hartog is met vijf Grand Prix-zeges en twaalf podiumplaatsen zonder enige twijfel de succesvolste Nederlandse coureur in de koningsklasse. Zijn eerste 500cc-overwinning was meteen de meest bijzondere: de TT van Assen in 1977. Daarmee werd hij de eerste Nederlander ooit die een Grand Prix in de koningsklasse wist te winnen en dat ook nog eens in eigen huis. Daarnaast won de Witte Reus nog in Spa-Francorchamps (1978), Imatra (1978), Hockenheim (1979) en opnieuw op het stratencircuit van Imatra (1980). Zijn handelsmerk waren de beroemde raketstarts; Hartog had zijn duwstarts tot in perfectie getraind. Ook stond hij bekend om zijn professionele houding. Na een drukke werkweek sliep hij liever in een hotel dan in de rumoerige paddock, waar destijds vrijwel alle coureurs nog verbleven. En natuurlijk was hij herkenbaar aan zijn witte racepak, terwijl zwart destijds veel gebruikelijker was. Vanaf 1978 was Hartog bovendien fabriekscoureur van Suzuki. Tweemaal eindigde de grasdroger uit Abbekerk als vierde in de eindstand van het 500cc-wereldkampioenschap, maar hij streed nooit tot het einde van het seizoen mee om de wereldtitel. Met rijders als Kenny Roberts en Barry Sheene was de concurrentie ook bijzonder sterk. Toen een laatste poging om voor de wereldtitel te gaan in 1981 al vroeg in het seizoen uitliep op teleurstellende resultaten met een matig presterende Suzuki, besloot Hartog na twee GP’s en zo nog vóór de TT van Assen op 32-jarige leeftijd te stoppen met racen.

Drikus Veer – ‘De Tijger van Borculo’

Geboren: 9 juli 1918
Overleden: 21 oktober 2011
Begin carrière: 1936
Einde carrière: 1957
Grootste 500cc-succes: vierde plaats tijdens de TT Assen van 1955

Drikus Veer is de oudste coureur in deze lijst. De ‘Tijger van Borculo’ begon al met racen in de jaren vóór de Tweede Wereldoorlog. Dat deed hij voornamelijk in de lichtere klassen. Na de oorlog stapte Veer over naar de 500cc-klasse. In 1949 veroverde hij de Nederlandse titel in deze categorie, tevens het jaar waarin het Grand Prix-wegracewereldkampioenschap van start ging. Veer beschikte niet over de financiële middelen om een volledig Grand Prix-seizoen te rijden. In 1954 kreeg hij zijn eerste grote kans: hij mocht met een fabrieksmotor van Gilera deelnemen aan de TT van Assen. Met deze reservemotor eindigde hij als achtste. Een jaar later kreeg Veer van Gilera opnieuw de kans om met topmateriaal aan de start te verschijnen, ditmaal op de reservemotor van regerend wereldkampioen Geoff Duke. Dit keer ging het nog beter. Veer streed zelfs om de derde plaats met MV Agusta-coureur Umberto Masetti. Hij maakte echter een klein foutje, waardoor hij als vierde eindigde. Wel werd Veer de eerste Nederlander die WK-punten wist te behalen in de 500cc-klasse. In die tijd kregen slechts zes coureurs punten voor het wereldkampioenschap. Tijdens zijn laatste races, de TT van Assen in 1956 en 1957, moest hij weer met zijn eigen, verouderde materiaal aan de start verschijnen.

Isle of Man Senior TT 1992: de spannendste race ooit?

Cees Doorakkers – ‘Racecees’

Geboren: 2 maart 1963
Begin carrière: 1982
Einde carrière: 1995
Grootste 500cc-succes: Beste privérijder van de Grand Prix in 1991

Cees Doorakkers kwam nooit in de buurt van een podiumplaats in de 500cc-Grand Prix, laat staan dat hij kon strijden om een overwinning. Toch heeft de voormalig coureur uit Gilze meer dan terecht een plek in deze lijst verdiend. Doorakkers racete in een periode waarin het verschil tussen fabrieks- en privérijders enorm was. Bovendien moest hij de Nederlandse eer in de koningsklasse zo’n beetje in zijn eentje hooghouden. Doorakkers reed tussen 1988 en 1994 in het 500cc-wereldkampioenschap. In 1990 behaalde hij zijn beste resultaat door als zevende te eindigen tijdens de Grand Prix van Joegoslavië. Het was qua deelnemers een magere periode, want slechts negen rijders haalden de finish. Doorakkers’ beste seizoen was 1991, toen hij met een gedeelde veertiende plaats in de eindstand de best geklasseerde privérijder werd. Na de komst van Dorna als rechtenhouder van de Grand Prix-wegrace in 1992 werd de 500cc-klasse verder geprofessionaliseerd en verdwenen de oudere privémotoren langzaam uit het startveld. Daardoor kreeg Doorakkers voor het seizoen 1995 geen permanente start meer.

Theo Louwes – ‘De Norton-Man’

Geboren: 16 december 1939
Begin carrière: Deel 1: 1962 & Deel 2: 1983
Einde carrière: Deel 1: 1974 & Deel 2: 1989
Grootste 500cc-succes: vierde plaats Grand Prix van Frankrijk in 1969

Een liefhebber van motoren en snelheid is een manier om Theo Louwes te omschrijven. Maar dat niet alleen, want Louwes had talent. Zelfs zoveel talent dat hij in 1969 vierde werd in de 500cc-race van de Grand Prix van Frankrijk. In Le Mans moest hij de oppermachtige winnaar Giacomo Agostini wel een ronde voorlaten. Maar de privé-Norton van Louwes was in geen enkel opzicht te vergelijken met de MV Agusta-fabrieksmachine. De Groninger wist in 1969 zelfs tien WK-punten te scoren in de koningsklasse, wat het beste jaar uit het eerste deel van zijn carrière betekende. Ook werd hij meermaals Nederlands kampioen. In 1974 stopte Louwes om meer aandacht te besteden aan zijn eigen motorzaak in Hoogezand. In de jaren ‘80 begon het weer te kriebelen en bij zijn comeback in 1983 werd hij meteen weer nationaal kampioen. Ondanks dat Louwes de veertig al ruim was gepasseerd, ging hij zelfs weer rijden op internationaal niveau, waaronder in Azië met een ex-Suzuki van voormalig wereldkampioen Franco Uncini. Eind 1989 stopte hij definitief met racen.

Theo Louwes – ‘De Norton-Man’

Rob Bron – ‘Ruige Robbie’

Geboren: 16 mei 1945
Overleden: 5 oktober 2009
Begin carrière: 1964
Einde carrière: 1985
Grootste 500cc-succes: derde in het wereldkampioenschap van 1971

Rob Bron is qua naam niet zo bekend als de Nederlandse ‘Grote Drie’ uit de koningsklasse, maar niemand presteerde ooit beter dan hij in het 500cc-wereldkampioenschap. In 1971 eindigde Bron achter Giacomo Agostini en Keith Turner als derde in de eindstand. Geen enkele Nederlander – zelfs Wil Hartog niet – heeft dit ooit nog geëvenaard. Het was een periode waarin Agostini de enige fabrieksrijder was en de overige rijders uitkwamen op productiemotoren. Bron maakte met zijn privé-Suzuki veel indruk. In 1971 werd hij zelfs tweede tijdens de TT Assen, achter Agostini. Maar dat niet alleen: ook in de Oost-Duitse, Finse en Ulster Grand Prix eindigde ‘Ruige Robbie’ op het podium. Het waren destijds de eerste topdrieklasseringen van een Nederlander in de koningsklasse. Ook begon Bron sterk aan 1972, met een derde plek in Frankrijk en een vierde plaats in Oostenrijk, maar zijn seizoen eindigde vroegtijdig vanwege een blessure. Daarna zou hij niet meer terugkomen op zijn oude niveau, mede omdat hij zich met zijn materiaal niet langer kon meten met de wereldtop. Bron reed daarna nog sporadisch een Grand Prix, waarvan de laatste tijdens de TT Assen van 1977. Wel bleef hij op nationaal niveau tot 1985 actief als coureur.

Boet van Dulmen – ‘Den Boet’

Geboren: 19 april 1948
Overleden: 16 september 2021
Begin carrière: 1971
Einde carrière: 1986
Grootste 500cc-succes: winnaar Grand Prix van Finland in 1979

In navolging van Wil Hartog (1977) en Jack Middelburg (1980) leek Boet van Dulmen, als onderdeel van de ‘Grote Drie’, in 1981 ook de TT van Assen te gaan winnen. Na lange tijd aan de leiding te hebben gereden, bleek Marco Lucchinelli echter een betere bandenkeuze te hebben gemaakt op de opdrogende baan. Van Dulmen eindigde als tweede in zijn thuisrace, waardoor zijn Grand Prix-zege in Finland in 1979 nog steeds zijn grootste prestatie bleef. Het was niet verwonderlijk dat de coureur uit Ammerzoden uitgerekend op het stratencircuit van Imatra wist te winnen, aangezien dit type circuit de Nederlanders zeer bekend was vanwege de vele internationale wegraces in ons land. Naast dat Van Dulmen in Nederland ontelbaar veel (internationale) races wist te winnen, stond hij in totaal vier keer op het Grand Prix-podium. Van Dulmen, die reed met een herkenbare rijstijl, beleefde zijn beste seizoenen in 1979 en 1981. In beide jaren eindigde hij als zesde in het 500cc-wereldkampioenschap, wat zonder fabrieksmateriaal een indrukwekkende prestatie was. Daarnaast eindigde ‘Den Boet’, zoals zijn bijnaam luidde, drie keer als vierde tijdens de TT van Assen, waaronder in de nadagen van zijn carrière op 37-jarige leeftijd tijdens een regenrace in 1985. Een jaar later stopte hij met racen en ging hij verder als teammanager.

Marcel Ankone – ‘De Vierde Rijder’

Geboren: 22 september 1948
Begin carrière: 1970
Einde carrière: 1977
Grootste 500cc-succes: derde plaats tijdens Grand Prix van België in 1976

De wegracecarrière van Marcel Ankone was relatief kort, maar kende wel een groot hoogtepunt: een podiumplaats tijdens de Grand Prix van België in 1976. De coureur uit Oldenzaal eindigde als derde achter John Williams en Barry Sheene, maar vóór rijders als Teuvo Länsivuori, Pat Hennen, Chas Mortimer en Dieter Braun. Een prestatie van formaat. Het was geen complete toevalstreffer, want dat jaar werd hij ook nog eenmaal vijfde en eenmaal zesde. Ankone had zich in korte tijd opgewerkt naar de wereldtop, aangezien hij pas in 1970 begon met racen. Op internationaal niveau was hij de opvolger van Rob Bron en hij brak vrijwel gelijktijdig door met Theo Bult, Wil Hartog en Boet van Dulmen, waarvan de twee laatstgenoemden uiteindelijk een langere carrière zouden hebben. Na het hoogtepunt van 1976 volgde een jaar later al snel zijn dieptepunt. In 1977 crashte Ankone meerdere malen, waarna hij besloot op 28-jarige leeftijd te stoppen met racen. Voor die tijd was dat zeer jong, wat aangeeft dat er wellicht nog veel meer mogelijk was geweest in de Grand Prix. De passie voor de sport bleef de Twentenaar altijd houden. Regelmatig was hij nog te zien bij classic races, waar iedereen kon zien hoe gemakkelijk en snel Ankone nog altijd rondging.

Jurgen van den Goorbergh – ‘The Flying Dutchman’

Geboren: 29 december 1969
Begin carrière: 1988
Einde carrière: 2006
Grootste 500cc/MotoGP-succes: 2x een vijfde plaats en 2x poleposition

Jurgen van den Goorbergh is de laatste vaste Nederlander in de koningsklasse. Ook is hij de laatste Nederlander die in een Grand Prix aan de leiding reed; enkele meters lang tijdens de TT van Assen in 2000. Jurgen en zijn oudere broer Patrick kwamen uit een racefamilie en groeiden op in de 250cc-klasse, waarin zij meerdere jaren op WK-niveau actief waren. Nadat Patrick was gestopt, maakte Jurgen in 1997 de overstap naar de 500cc. Van den Goorbergh beschikte nooit over het beste materiaal ter wereld, maar zijn meest opvallende resultaten behaalde hij in 1999 en 2000. In het eerstgenoemde jaar stuurde hij zijn MuZ Weber tweemaal naar poleposition, in Catalonië en Tsjechië. Een jaar later presteerde hij boven verwachting met een tweecilinder Honda van Molenaar Racing. Met acht top tien-klasseringen eindigde hij op een keurige dertiende plaats in het wereldkampioenschap. Daarmee werd de Brabander de best geklasseerde tweecilindercoureur in de 500cc. Zijn laatste volledige seizoen was in 2002, het jaar waarin de MotoGP-klasse haar intrede deed. Van den Goorbergh reed toen voor het eerst met een viercilinder Honda 500cc-tweetakt, voorzien van experimentele Bridgestone-banden. Met dit materiaal was hij doorgaans niet opgewassen tegen de nieuwe viertakten. Op Phillip Island in Australië lukte dat wel. Daar eindigde de Nederlander als vijfde, kort achter de podiumplaatsen. Daarmee evenaarde hij zijn beste 500cc-resultaat, dat hij in 1999 op Donington Park had behaald. Nadat hij in 2003 overstapte naar het WK Supersport, mocht Van den Goorbergh in 2005 nog tweemaal invallen in de MotoGP. Tijdens een kletsnatte Grand Prix van China liet hij zien het racen nog niet verleerd te zijn door als zesde te finishen.

Icoon Jan Bruins: de vergeten GP-winnaar

Willem Zoet – ‘Het Vliegende Pakkie Kauwgum’

Geboren: 18 februari 1950
Begin carrière: 1974
Einde carrière: 1981
Grootste 500cc-succes: vierde plaats tijdens TT Assen in 1981

Willem Zoet groeide op in de schaduw van de Grote Drie. De Nederlander reed zich in de tweede helft van de jaren zeventig steeds verder naar voren in de nationale races. Dat deed hij vooral in de zwaardere klassen: de 350cc, 500cc en 750cc. Toen hij in 1978 de sponsoring van de Deense kauwgomfabrikant Stimorol kreeg, kon Zoet zijn racecarrière verder professionaliseren. In 1980 maakte hij definitief de overstap naar de Grand Prix. Na een jaar met ups en downs ging het een seizoen later aanzienlijk beter. Met zijn Suzuki-productieracer kon hij op nationaal niveau de strijd aangaan met Boet van Dulmen en Jack Middelburg. Ook versloeg hij Wil Hartog, die later dat jaar zou stoppen, in een rechtstreeks duel op Zandvoort. En ook in de Grand Prix stond Zoet zijn mannetje. Tijdens de TT van Assen behaalde hij zijn beste resultaat met een vierde plaats. Hoewel de race veel uitvallers kende, liet hij zien ook op internationale circuits goed mee te kunnen komen achter de fabrieksrijders. Een week na de TT van Assen werd hij negende op Spa-Francorchamps en scoorde hij opnieuw WK-punten. Terwijl Zoet zijn plafond nog niet bereikt leek te hebben, zorgde een zware crash in de daaropvolgende Grand Prix van San Marino op het circuit van Imola in 1981 ervoor dat zijn carrière abrupt tot stilstand kwam. Zoet liep meerdere botbreuken op nadat hij bij de crash werd geraakt door een andere rijder. De coureur van Stimorol Racing keerde niet meer terug in de racerij. En zo kwam zijn carrière, slechts twee Grand Prix-races na die vierde plaats in Assen, plotsklaps ten einde.

Jack Middelburg – ‘Jumping Jack’

Geboren: 30 april 1952
Overleden: 3 april 1984
Begin carrière: 1973
Einde carrière: 1984
Grootste 500cc-succes: 2 Grand Prix-overwinningen waaronder de TT Assen in 1980

Jack Middelburg was vanwege zijn onverschrokken rijstijl een absolute publiekslieveling. ‘Jumping Jack’ leefde op en naast het circuit alsof iedere dag zijn laatste kon zijn. Maar Middelburg was niet alleen een waaghals, hij was ook een zeer getalenteerd coureur. Dat bewees hij eerst tijdens de internationale races in Nederland en vervolgens ook in de Grand Prix. Ondanks een beenblessure en een daardoor slechte start wist hij de TT van Assen in 1980 met een gigantische voorsprong te winnen. Zijn grootste prestatie volgde een jaar later tijdens de Britse Grand Prix op Silverstone. Met zijn Suzuki-productieracer wist hij drievoudig wereldkampioen Kenny Roberts in een rechtstreeks duel te verslaan. Het was de laatste keer dat een privérijder een Grand Prix in de koningsklasse wist te winnen. Middelburg had zonder enige twijfel nog veel meer kunnen winnen als hij over beter materiaal had beschikt en minder vaak geblesseerd was geweest. Na zijn heldendaad in 1981 werd het verschil tussen fabrieks- en privérijders in de daaropvolgende jaren steeds groter. Het werd financieel ook steeds ingewikkelder voor Middelburg. Op nationaal niveau en in de Grand Prix werd Boet van Dulmen zijn grootste tegenstander. In 1984 wilde hij zijn rivaal verslaan tijdens een ijskoude race op het stratencircuit van Tolbert, waar de ‘Vliegende Kassenbouwer’ al vroeg in de wedstrijd ten val kwam. Middelburg en zijn motor kwamen via de strobalen terug op de baan, wat leidde tot een kettingreactie waarbij meerdere rijders ten val kwamen. Middelburg overleed uiteindelijk aan zijn verwondingen.

Foto’s: Henk Keulemans, ANP, Nationaal Archief

Stay tuned

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en mis nooit het laatste nieuws! Onze nieuwsbrief wordt iedere week op dinsdag (bij veel nieuws) en donderdag verstuurd.


Gerelateerde artikelen