Jeffrey Buis stopt met racen: “Ik deed alleen mee om te winnen”

Twee wereldtitels en achttien WK-zeges, meer dan Nederlandse motorsportgrootheden als Jan de Vries en Michael van der Mark. Jeffrey Buis (24) kan terugkijken op een indrukwekkende carrière, maar toch heeft hij besloten zijn helm aan de wilgen te hangen. Een opvallende beslissing van de sympathieke coureur uit Steenwijkerwold, die met zijn no-nonsense houding geliefd is in de paddock en bij de fans. Waarom stopt een tweevoudig wereldkampioen al op zo’n jonge leeftijd met racen?

“Het is mooi geweest,” begint Jeffrey Buis wanneer we hem vragen naar zijn beslissing om te stoppen met racen. “Het was zeker niet makkelijk. Maar het lijkt nu wel alsof ik in een soort rouwproces zit,” gaat hij meteen verder. “In mijn ogen was dit de enige keuze. Ik moet ook aan mijn toekomst denken. Ieder jaar moest ik weer mijn hand ophouden om te kunnen rijden. En dat voelde ook weleens dubbel wanneer je twee keer wereldkampioen bent geworden. Iedereen die mij helpt, doet dat omdat ze het mij gunnen en mooi vinden, maar ik vond het ieder jaar lastiger om sponsorgeld te vragen. En daar had ik geen zin meer in. Ik deed niet mee om in de paddock te zijn of om mee te doen op WK-niveau. Ik deed alleen mee om te winnen. Alles eromheen boeide mij niet. Nu klinkt het allemaal even negatief, zo vlak na mijn besluit om te stoppen. Het is tenslotte iets wat ik mijn hele leven heb gedaan, maar ik heb natuurlijk een fantastische tijd gehad.” En dat genieten van het racen begon al op vierjarige leeftijd. “Ja, het begon met grasbaanracen. Eigenlijk mocht je pas vanaf je vijfde deelnemen aan wedstrijden, maar ik heb stiekem op mijn vierde al een race gereden.”

Op 15-jarige leeftijd maakte hij meteen indruk op de grote circuits.

Naast het tonen van snelheid op de baan zijn er in een racecarrière altijd cruciale momenten die het verdere verloop bepalen. Voor Jeffrey was dat achteraf gezien de keuze die eind 2018 werd gemaakt om de Moto3-klasse te verlaten en de Supersport 300-route in te slaan. Een keuze waar Buis zelf in eerste instantie maar weinig zin in had, uiteraard niet wetende dat hij een aantal jaren later zou uitgroeien tot de meest succesvolle WK-rijder ooit in deze klasse. “Nee, als jonge jongen vind je een Moto3 veel leuker en natuurlijk droomde ik van de Grand Prix. Een Supersport 300 voelde eerst langzaam, maar toen ik eenmaal merkte dat we er spannende races mee hadden, werd het wel steeds leuker. Helemaal toen we in het WK gingen rijden.”

Eerst leren remmen

Na een aantal jaren grasbaanracen schreef vader Constantijn zijn zoon in voor de Molenaar NSF100 Cup om zo de overstap naar de wegrace te maken, waarin hij zelf ook actief was geweest. Bij de talentencup keken ze in eerste instantie wel vreemd op van de rijstijl van de 10-jarige Jeffrey. Remmen kende hij niet, hij stak zijn been nog uit voor een bocht en eigenlijk kon hij alleen maar bochten naar links rijden. Toch was Buis ook snel en durfde hij veel, wat in het begin regelmatig tot een valpartij leidde. In vier seizoenen in de Molenaar NSF100 Cup won de coureur uit Steenwijkerwold een aantal races en was hij vrijwel altijd in de top zes te vinden, maar echt uitblinken deed hij hier nog niet.

Dat veranderde toen Buis in 2016 de overstap maakte naar de grote circuits in de door Ten Kate georganiseerde Moriwaki 250 Junior Cup. Vanuit deze opstapklasse lagen er kansen om door te groeien naar de Red Bull Rookies Cup, de opstapklasse richting de Grand Prix en voor veel jonge Nederlandse talenten een belangrijk doel. Ook voor Jeffrey. Op 15-jarige leeftijd vestigde hij zijn naam door als nieuwkomer meerdere races te winnen en in de top drie van de eindstand te eindigen. Ook mocht Buis deelnemen aan de selectiedagen van de Red Bull Rookies Cup. Hij schopte het tot de finaledag, maar kwam niet verder.

Doek valt voor EAB Racing Team: een lange rij coureurs kreeg er de kans om hun volgende stap te zetten

Een jaar later maakte Buis de overstap naar de Moto3-klasse in de ADAC Northern Europe Cup, tegenwoordig de Moto4 Northern Cup. Het werd een moeizaam jaar bij Ernst Dubbink Eveno Racing. Buis worstelde met het vinden van het juiste gevoel op de motor en meerdere crashes zorgden voor een deuk in zijn vertrouwen. Aan het einde van het seizoen werd de afstelling aangepast, waardoor Buis ineens wel het juiste gevoel had. Dat demonstreerde hij door de laatste race tijdens de BSB in Assen te winnen.

Ook tijdens de selectie voor de Red Bull Rookies Cup was de coureur uit Steenwijkerwold in topvorm. Jeffrey was de snelste Nederlander op de baan en haalde opnieuw de finaledag. Eigenlijk dacht iedereen dat hij in 2018 in de Red Bull MotoGP Rookies Cup zou gaan racen, maar snelheid is niet de enige factor bij deze selectie. Er spelen meer zaken mee en blijkbaar was dat de reden dat Buis uiteindelijk niet werd geselecteerd.

De grote doorbraak

Gezien zijn leeftijd was dit de laatste kans om in de Red Bull Rookies Cup te komen. De droom om ooit Grand Prix-coureur te worden stortte in. Vader en zoon zaten in zak en as en twijfelden zelfs of dit het einde van het racen betekende. In datzelfde jaar was ook de World Supersport 300-klasse van start gegaan. Vader Constantijn begon dit als een mogelijk nieuw doel te zien, maar Jeffrey had wel wat tijd nodig om aan dat idee te wennen. Uiteindelijk werd besloten om in de Nederlandse Yamaha R3 Cup te starten en zo ervaring op te doen.

Tegen meer ervaren landgenoten demonstreerde Buis zijn talent. Vooral in duels bleek hij ijzersterk. Dat viel ook op bij Yamaha, dat hem probeerde te helpen aan een WK-zitje voor 2019. Er werd getest bij een Italiaans team, maar het goede gevoel ontbrak. Dat gevoel was er wel bij het Belgische MTM Kawasaki, gesteund door Kawasaki Nederland. Achteraf bleek die keuze de juiste. Er werd een team met vier rijders opgezet, met Scott Deroue en Robert Schotman als titelkandidaten. Buis en Dion Otten waren de jonge rijders die ervaring mochten opdoen. Vooral van Deroue leerde Buis veel in zijn eerste jaar. “Ik had dit toen nog niet zo door. Ik was nog maar 17 jaar. Maar van de manier waarop Scott het racen benaderde, op en buiten de baan, leerde ik veel. Ook hoe agressief je moest zijn met inhalen in deze klasse,” vertelt Jeffrey. Deroue had toen niet kunnen bedenken dat Buis een jaar later zijn concurrent voor de wereldtitel zou zijn.

Gedurende zijn eerste WK-jaar liet Buis zich steeds vaker in de top tien zien, wat hem een contractverlenging voor 2020 opleverde. Vanwege COVID-19 werd de start van het seizoen lang uitgesteld en begon het pas in juli. Tijdens de wintertests was Buis al razendsnel geweest en dat demonstreerde hij vervolgens ook in de races. De grote doorbraak kwam in Aragón, waar hij drie van de vier races wist te winnen. Vooral zijn beslissende inhaalactie in de laatste bocht, waarbij hij buitenom zijn concurrenten passeerde, maakte veel indruk. Buis stond ineens aan de leiding in het wereldkampioenschap. “Natuurlijk was dat raar, maar het gaf ook heel veel vertrouwen. Ik wist ineens dat ik kon winnen.”

Buis zette zijn sterke reeks voort en versloeg zijn titelconcurrent Deroue onder andere in een rechtstreeks duel tijdens een regenrace in Magny-Cours. Met een comfortabele voorsprong reisde hij af naar de slotronde in Estoril, waar hij het karwei afmaakte. Nog geen vier maanden eerder had de 18-jarige coureur nog nooit op het podium gestaan en nu was hij ineens wereldkampioen. Het ging allemaal zo snel dat een overstap naar de World Supersport nog te vroeg kwam.

Assen boven alles

Met startnummer 1 op de kuip reed Buis ook in 2021 voor MTM Kawasaki. Opnieuw was hij snel, maar zijn nieuwe teamgenoot Adrián Huertas was nog iets sneller. Toch had de Nederlander voor het laatste raceweekend nog een kleine kans op de wereldtitel, maar die ging door een crash verloren. Buis had genoeg laten zien om binnen de Kawasaki-familie de overstap naar de World Supersport te maken, al vroeg dat wel om een flink budget, ondanks dat hij alleen de Europese races reed voor Motozoo Racing by Puccetti.

Na het familiaire MTM Kawasaki had Buis het niet makkelijk bij het Italiaanse team. Hij was de enige coureur, wat voor hem een groot nadeel was. Ook het afstellen van de motor kwam op zijn schouders terecht, terwijl hij nog geen ervaring had in deze klasse. Het werd een moeizaam jaar en door crashes en budgetproblemen werd de neerwaartse trend alleen maar versterkt. Financieel was er simpelweg geen mogelijkheid om nog een jaar World Supersport te rijden, waardoor Buis terugkeerde naar het oude honk in de World Supersport 300.

MTM Kawasaki had net een zeer tragische periode achter de rug na het overlijden van Victor Steeman. Buis benadrukte in 2023 regelmatig dat hij ter nagedachtenis aan zijn landgenoot reed. En opnieuw liet hij zien hoe goed hij was in de Supersport 300 door voor de tweede keer wereldkampioen te worden. “Bij de eerste wereldtitel besefte ik nog niet zo goed wat ik had gepresteerd, dat gevoel was er veel meer bij deze tweede titel.” Toch bleek een stap hogerop opnieuw niet haalbaar, maar Buis kreeg wel een mooie aanbieding om bij Freudenberg KTM te racen. De Oostenrijkse fabrikant speelde ook met plannen om de overstap naar de World Supersport te maken en dat bood mogelijk kansen voor Buis. Uiteindelijk gebeurde dat niet. Wel liet Buis zien dat hij ook met deze motor kon winnen. Onder warme omstandigheden werd de KTM RC390 echter te heet, waardoor de prestaties terugliepen. Dat was een van de oorzaken dat Buis in zowel 2024 als 2025 ‘slechts’ vijfde werd in de eindstand.

Ondanks zijn twee wereldtitels had Buis nog nooit in Assen gewonnen. In 2024 ging het flink mis toen hij in leidende positie crashte en door een achterligger tegen zijn hoofd werd geraakt. Wonderwel hield hij daar alleen een hersenschudding aan over. Maar in 2025 lukte het wel om in Assen te winnen. Niet één, maar zelfs twee races. Ook afgelopen jaar, toen de World Sportbike zijn intrede deed, wist Buis een race te winnen op de Suzuki van het Nederlandse Wixx Racing. “Voor mij waren de zeges in Assen de mooiste momenten uit mijn carrière. Voor eigen publiek winnen was specialer dan twee keer wereldkampioen worden.” Aan het begin van het World Sportbike-seizoen leek Buis een absolute titelkandidaat. Zijn Suzuki werd gedurende het jaar echter minder competitief en doordat hij meerdere races miste, zakte hij naar de achtste plaats in de eindstand.

Kampioen zonder kapsones

En toen kwam, een aantal dagen na het laatste raceweekend, het bericht dat Buis stopte met racen. Maar waren er dan geen mogelijkheden om door te gaan? “Ik had zelfs hele goede opties, die financieel zo aantrekkelijk waren dat ik er een jaar eerder een gat voor in de lucht had gesprongen. Ik kon zo mijn handtekening zetten. Maar je kunt deze sport alleen doen wanneer je er honderd procent voor gaat en dat gevoel heb ik niet meer. Ook is er weinig toekomstperspectief. De World Supersport is voor mij niet realistisch. De bedragen zijn bijna verdubbeld ten opzichte van 2022 en toen was het voor mij al amper te betalen. Ik heb twintig jaar wedstrijden gereden en nog nooit een bot gebroken. Ik besef heel goed dat ik er goed doorheen ben gekomen. Het is een geweldig avontuur geweest, waarvoor ik iedereen die mij heeft geholpen enorm wil bedanken!” sluit Buis af. Met achttien WK-zeges, dertig podiumplaatsen en twee wereldtitels is Buis de succesvolste Nederlandse solocoureur aller tijden. Het zijn statistieken die zelfs rijders als Jan de Vries (14 GP-zeges), Michael van der Mark (12 WK-zeges) en Hans Spaan (9 GP-zeges) niet kunnen overtreffen. Wel werd De Vries, net als Buis, twee keer wereldkampioen. De enige die betere cijfers in de wegrace kan overleggen, is Egbert Streuer, die samen met Bernard Schnieders drie keer wereldkampioen werd en in totaal 22 Grand Prix-zeges behaalde.

Foto’s: Randy van Maasdijk, Henk Teerink

De achttiende en laatste WK-overwinning scoorde Buis voor eigen publiek in 2026.

Stay tuned

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en mis nooit het laatste nieuws! Onze nieuwsbrief wordt iedere week op dinsdag (bij veel nieuws) en donderdag verstuurd.


Gerelateerde artikelen