Na seizoen 2026 valt het doek voor EAB Racing Team. Daarmee verdwijnt een Nederlands motorsportteam dat jarenlang een vaste waarde was in de internationale productieracerij. EAB behoorde nooit tot de grootste teams in de paddock. Toch wist het met relatief beperkte middelen kampioenschappen te winnen, talenten kansen te geven en tot op het hoogste niveau van de World Supersport voor podiumplaatsen en overwinningen te strijden.
Het verhaal begint in 2006, wanneer Ferry Schoenmakers EAB Racing Team opricht. Vanaf 2008 wordt de Nederlandse formatie een vaste verschijning binnen de internationale Superstock-kampioenschappen, destijds belangrijke opleidingsklassen binnen het WorldSBK-paddock. Daarbij ontstaat een nauwe samenwerking met Ten Kate Racing, een constructie die al snel resultaten oplevert.
Interview Eddie de Boer, IDC Superbike-kampioen: “Ik heb er drie jaar keihard voor gewerkt”
In 2009 volgt het eerste absolute hoogtepunt. De dan 19-jarige Gino Rea wordt op een Honda CBR600RR Europees kampioen Superstock 600. De Brit stelt de titel tijdens de finale veilig met slechts één punt voorsprong. Het past precies bij de filosofie die EAB in de jaren daarna zou blijven kenmerken: jonge coureurs een kans geven om zich op internationaal niveau te ontwikkelen. Rea zou later onder meer races winnen in het WorldSSP en jarenlang op WK-niveau actief blijven.
Drie jaar later volgt misschien wel het bekendste hoofdstuk uit de geschiedenis van het team. Michael van der Mark rijdt in 2012 voor het EAB Ten Kate Junior Team en maakt van het Europese Superstock 600-kampioenschap een rechtstreeks duel met de Italiaan Riccardo Russo. Van der Mark wint zes van de tien wedstrijden en verschijnt ondanks een kort daarvoor gebroken sleutelbeen gewoon aan de start op de Nürburgring. Hij wint daar ook nog eens. Tijdens de seizoensfinale in Magny-Cours maakt hij het karwei af: overwinning én Europese titel. Een jaar later stroomt Van der Mark door naar het World Supersport, waarin hij in 2014 wereldkampioen zou worden. De EAB-constructie had daarmee precies gedaan waarvoor de Superstock-klasse bedoeld was: talent afleveren voor de wereldtop.

Glenn van Straalen scoorde tweemaal een podium voor het EAB Racing Team tijdens hun thuiswedstrijd op het TT Circuit.
Andere weg
Na jarenlang met Honda te hebben gewerkt, slaat EAB in 2014 een andere weg in. Het team stapt over naar Ducati en komt met Fabio Massei en Alex Schacht uit in de FIM Superstock 1000 Cup. Ook daar weet het kleine Nederlandse team zich tussen grote internationale teams te mengen. Massei pakt in Imola de eerste poleposition voor EAB in de klasse en wordt een dag later tweede. Over het gehele seizoen behaalt hij twee podiumplaatsen met de Ducati 1199 Panigale R.
Wanneer de Superstock-klassen langzaam verdwijnen, verschuift ook het werkterrein van EAB. Via projecten met onder anderen Anthony West komt het team uiteindelijk terecht in het FIM Supersport World Championship. In 2018 en 2019 wordt met Kawasaki gereden, waarna in 2020 opnieuw wordt samengewerkt met Ten Kate – maar ditmaal met de Yamaha YZF-R6. In de jaren die volgen groeit EAB uit tot een herkenbaar Nederlands team in het World Supersport.
Nieuwe hoofdstukken
Vooral op het TT Circuit Assen worden nieuwe hoofdstukken aan de geschiedenis toegevoegd. Randy Krummenacher rijdt in 2021 naar de derde plaats. Een jaar later komt Glenn van Straalen voor eigen publiek nog dichter bij de overwinning. De Nederlander rijdt een ijzersterke wedstrijd, maar wordt in de slotfase door Dominique Aegerter gepasseerd en eindigt als tweede. Later dat seizoen wordt Van Straalen opnieuw tweede in Magny-Cours. In 2023 staat hij in Assen wederom op het podium, ditmaal als derde.
In 2024 keert EAB terug naar Ducati, nu met de Panigale V2 en Niki Tuuli. Opnieuw levert Assen een podium op, maar het hoogtepunt volgt enkele maanden later in Frankrijk. Op een verraderlijk halfnat Magny-Cours kiest Tuuli voor slicks en rijdt hij in de uitgestelde eerste race naar de overwinning.
Constante factor
De constante factor achter al die verschillende hoofdstukken was Ferry Schoenmakers. Coureurs kwamen en gingen, fabrikanten wisselden en kampioenschappen veranderden, maar Schoenmakers bleef kansen creëren. Niet alleen voor gevestigde namen, maar juist ook voor rijders die een stap omhoog wilden zetten of opnieuw een plek in de internationale racerij zochten. Gino Rea, Michael van der Mark, Jed Metcher, Anthony West, Randy Krummenacher, Glenn van Straalen en Niki Tuuli: het is slechts een deel van de lange lijst die door de jaren heen met EAB verbonden was.
Op 31 mei 2025 overleed Schoenmakers op 59-jarige leeftijd na een lang ziekbed. Hij had vanwege zijn gezondheid de dagelijkse leiding eerder dat seizoen al overgedragen. Zijn overlijden betekende niet direct het einde van het raceteam, maar wel het verlies van de man die het bijna twintig jaar eerder had opgebouwd.
Tussen de grote namen
Na het seizoen 2026 wordt dat hoofdstuk definitief afgesloten. Teammanager Pjotr Groenenberg noemt de beslissing gezien ‘de onzekerheid richting de toekomst en alles wat er de afgelopen twee jaar is gebeurd’ het juiste moment. Tegelijk overheerst de trots over wat een relatief kleine groep mensen op internationaal niveau heeft neergezet.
En misschien is dat uiteindelijk wel de beste samenvatting van EAB Racing Team. Geen gigantisch fabrieksteam met onbeperkte mogelijkheden, maar een Nederlandse ploeg die jarenlang tussen de grote namen stond. Met twee Europese titels, internationale overwinningen en podiumplaatsen, maar vooral met een lange rij coureurs die er de kans kregen om hun volgende stap te zetten. Wanneer eind 2026 de garagedeur voor de laatste keer sluit, verdwijnt daarmee een klein team met een opvallend grote voetafdruk uit de internationale wegracerij.
Foto’s: Damon Teerink










