POV-test BMW M 1000 RR: horrorrit op een kanon

Laten we wel wezen, de toeristische aspiraties van BMW’s M 1000 RR zijn beperkt tot een trofee die elk jaar op het eiland Man wordt uitgedeeld. En misschien nog wat sportieve toerritjes in de buurt van Paul Ricard. In de handen van heren als Hickman en Reiterberger kwijten de M zich uitstekend van die taak. Maar hoe doet hij het in het echte leven als toermotor?

Ik was uitgenodigd op een event op het Noord-Franse circuit van Folembray en vroeg daarom vriendelijk aan de mensen van BMW of ze een R 1300 R of RS hadden staan. Mijn idee was dat voor een rit waarin je toerisme koppelt aan wat sportiviteit, deze boxers beter zijn dan de GS ooit zal zijn. Maar het werd een M 1000 RR, want die hadden ze nog staan. Dat is niet zozeer het geweer van schouder veranderen, ineens zit je op een heus kanon!

Snijdende rugbeschermer

Daar sta je dan met 210 pk onder je kont, met vleugels waarvan een volwassen condor moet slikken en een prijskaartje waar ik liever niet aan denk. Voor me ligt ongeveer een TT Superstock-waardige afstand van 210 kilometer, maar in plaats van de Mountain Course gaat het over Noord-Franse wegen. Parijs-Roubaix. De Hel van het Noorden. Een gps monteren lukt niet op de clip-ons, die ergens ter hoogte van de vooras gemonteerd lijken. Die clip-ons zouden trouwens niet misstaan in een sportschool door een stuurdemper die bij snelheden onder de 50 km/u aanvoelt alsof de voorband lek is. De gordel van m’n rugbeschermer snijdt nu al in m’n huid bij het vooroverhangen. Dat ligt – toegegeven – ook aan mezelf en m’n lichamelijke conditie, op een GS zou ik dat probleem veel minder hebben gevoeld. Ook m’n rugzak rust zwaar op m’n schouders. Koffers waren handig geweest. En zonder gps ben ik verplicht de groep te volgen die allemaal op een stevige adventuremotor rijden met een anatomisch verantwoorde zithouding. Dolletjes… ik kijk ernaar uit.

Knarsen

Telkens als de vierpitter agressief blaffend tot leven komt, schiet de vrijloop gehoormatig tot een omwenteling of 15.000. Het duurt telkens een kleine minuut voor de automatische choke eraf lijkt te gaan. Bij BMW draalde ik om te vertrekken waardoor de groep al een stipje aan de horizon vormde. Ik moest haast maken en ik krijg terecht bedenkelijke blikken als ik hoorbaar een paar tanden van de versnellingsbak pijnlijk hard laat knarsen. Met meer vermogen onder m’n kont dan goed is voor een motorrijder, hang ik al snel in de slipstream voor ik de vierde versnelling selecteer. De groep bijhouden wordt qua vermogen in elk geval geen probleem.

We rijden eerst over een stuk snelweg. Bij 100 km/u valt op hoe omvangrijk de kuip is. Goed als je ergens op Cronk-Y-Voddy wat aerodynamischer voor de dag wil komen, maar op de snelweg ziet dat er hoogst belachelijk uit. Ik zit dus zo rechtop als ik kan, waarbij m’n gewicht integraal op m’n polsen rust. Door de hoge kuipruit wordt m’n borst mooi uit de wind gehouden, wat op een koude dag een voordeel lijkt. Maar je borst leunt ook niet tegen de rijwind, wat een immens nadeel is. Ik leun met m’n linkerarm op de tank. Schakel als het een beetje kan de cruisecontrol in en rijd zo lang mogelijk zonder handen. We zijn vijf kilometer op weg. Op Man zou ik nu ergens Union Mills achter me laten en volgas op Crosby afstuiven. Hier stuif ik – nou ja – op wat wegwerkzaamheden af. Op stukken asfalt die terecht aan vervanging toe zijn, valt op dat de voorvork opvallend comfortabeler werkt dan de monoshock achteraan. Elke put is een aanslag op m’n wervelkolom en nieren, hoe hard het zadel ook z’n best doet om behoorlijk breed en relatief comfortabel aan te voelen.

POV-test Suzuki GSX-R1300 Hayabusa: omdat het kan

Doctor’s Dangle

Het is fris, maar de M 1000 RR beschikt over handvatverwarming. Jammer dat m’n bloedtoevoer ter hoogte van m’n polsen zo hard wordt afgesneden dat er niks meer op te warmen valt. Bij de 70 km/u, de toegestane snelheid bij wegwerkzaamheden, voel ik wel dat m’n rechterbeen wordt warm gehouden. Ongemakkelijk warm. Beenhaarverschroeiend warm. Ik zoek naar een andere positie om m’n been te vrijwaren van de hitte die van het blok komt, maar die bestaat niet. Zelfs de ‘Doctor’s Dangle’, bekend geworden door een remmende Valentino Rossi, brengt geen soelaas. Het maakt enkel dat m’n knie roodgloeiend aanloopt. Ik pijnig m’n hersenen of ik ooit op een motor reed die zoveel hitte wist te produceren. Zelfs de Ducati 1299 Panigale komt niet in de buurt.

Ik kijk reikhalzend uit naar de 130 km/u op de Franse snelwegen, maar nog voor de grens rijden we een secundaire weg in. Door Waalse dorpskernen en over weinig ideale wegen. Op Man razen ze met dik 250 door Kirk Michael, mikkend van stoeprand naar stoeprand, maar hier geeft de teller – je raadt het nooit – 50 aan. En dat is een complete marteling. Fysiek omwille van al het bovenstaande, maar vooral mentaal, omdat het gevoel dat de M 1000 RR nog geen kwart van z’n mogelijkheden gebruikt een totale mindfuck is.

En het wordt niet beter over de Franse grens. De lintdorpen zijn minder dik bezaaid en vaak ook wat korter. En hoewel de groep geen verkeerd tempo aanhoudt, sterf ik duizend doden. Het enige wat niet pijn doet is m’n kont. Al moet ik zeggen dat de M 1000 RR zich vrij beschaafd gedraagt. Het blok volgt gedwee in ‘Road’-modus. Enkel de versnellingsbak verslikt zich soms, maar dat kan ook aan m’n intussen als een braadkip aanvoelende rechterbeen liggen. Wellicht zitten we op derde graad qua brandwonden en zijn een deel van m’n zenuwen weggeschroeid.

Straße und Gelände

En het wordt nog beter wanneer we een weg oprijden die ze zelfs in Parijs-Roubaix links laten liggen. Puur offroad-gekruid met diepe plassen en stukken modder. BMW heeft ooit in de Parijs-Dakar z’n sporen verdiend, maar dat is al even geleden. Ik glibber en glij op Metzeler Racetec RR’s en zweet peentjes. Waarbij het niet hoeft te verbazen dat dit een verkeerde afslag blijkt en we doodleuk nog even terug moeten wanneer de ‘Straße’ helemaal overgaat in ‘Gelände’, die verdacht veel weg heeft van een aardappelveld. Met beide voeten als stabiliserende schaatsen, waarbij m’n rechterknie gevoelsmatig in de vierde, nog te kwantificeren graad verschroeid raakt, bereik ik als door een wonder de begaanbare weg. Los van een excursie in een zandbak moet dit qua offroaden een wereldpremière zijn voor een M 1000 RR.

Joey’s

Een paar kilometer verder komen we eindelijk op een secundaire vierbaansweg. Ik zie een paar slingerende bochten die vaag lijken op de TT-sectie van de Gooseneck via Joey’s tot Guthrie’s. Ik ontplof. Ik trap drie versnellingen terug, gas tegen de stuit en de M 1000 RR reageert als door een wesp gestoken. De acceleratie is belachelijk. Het aanzuiggeluid aanstekelijk. Het ploffen van de quickshifter vermakelijk. De koolzaadvelden worden een gele vlek vermengd met rode waas. Oranje boven! Plots lijkt het rijwielgedeelte volkomen tot z’n recht te komen. Ik raas de groep voorbij alsof ze stilstaan. Dít is het soort toerisme waarvoor dit ding gemaakt is. Stratosferische toerentallen. Neerwaartse druk op de voorkant en een gemiddelde van een keer of drie de geldende snelheidslimiet. Helaas volgt er geen Mountain Mile, maar een nieuwe dorpskern. De reisleider rijdt me voorbij en haalt z’n schouders op. “Even de modder van de banden rijden,” bries ik met gevoel voor sarcasme terug…

Aquaplanen

We zijn intussen 215 km verder en Soissons dient zich aan. Verrassend leuke stad waarvan de charme me volkomen ontgaat door gewrichtspijn zoals ik die al lang niet meer heb gevoeld. Het valt me nu pas op dat de M 1000 RR al een paar kilometer op reserve draait. 240 km op een tank is dus haalbaar. Dat is heel netjes. Al had ik best om de 50 km een benzinestop gewenst. En verdiend. Ik slaak een zucht van verlichting wanneer we de ondergrondse parkeergarage van het hotel inrijden. Nog een laatste hartverzakking wanneer de R 1300 GS Adventure voor me op het natte, spekgladde gepolijste beton aquaplanerend met 3 km/u spontaan een kwartslag naar rechts draait. Ik stop zo behoedzaam mogelijk en begeleid de RR aan de hand naar z’n slaapplaats. Ik kruip vroeg onder de wol, want ik ben totaal niet te genieten. Deze rit was een totale catastrofe.

Caviabaan

Slechts een paar uur later voel ik m’n nog roodverbrande rechterknie naar binnen gedrukt worden in de laatste rechter van Folembray. Ik gooi m’n lichaam om, nog voor het helemaal afronden van die rechter, naar de overzijde voor de aansluitende linkerknik, terwijl ik het gas weinig gedoseerd en zo hard als ik durf opendraai. De M 1000 RR schiet naar voren en op het korte rechte stuk van hoogstens 200 meter zet ik drie andere rijders in de vuile wind en duik de daaropvolgende loeiharde links-rechtscombinatie in. Geen idee hoe hard de vleugels werken, maar ik heb het gevoel dat ze op m’n rug zijn gemonteerd. Voor de aansluitende chicane rem ik er nog eens moeiteloos drie andere rijders uit. De banden geven geen krimp. Het rijwielgedeelte evenmin. Zo stabiel als een huis. De motor briest het uit bij elke acceleratie en zelfs de walgelijk krappe haarspeld helemaal bovenaan de baan doet geeneens verkeerd aan. Folembray, een caviabaan die niet in de schaduw mag staan van de Isle of Man TT, maar de BMW blijkt zelfs hier verrassend goed tot z’n recht te komen. Wat. Een. Motor. En ik snap weer volkomen waarom hij zoveel trofeeën in de kast heeft staan…

Foto’s: Pieter Ryckaert

GEBRUIKERSSCORE

Ben jij eigenaar van dit type en jaartal motorfiets? Doe dan mee met de gebruikersscore. Vul onderstaande velden in zodat andere geïnteresseerden nog meer informatie hebben voor dat ze eventueel tot aankoop overgaan.

Deel jouw ervaring met dit model met andere motorrijders

Motorblok
Stuureigenschappen
Vering en Demping
Remmen
Comfort
Afwerking
Uitrusting
Verbruik
Prijs/Kwaliteit

Gebruikers die hun ervaring hebben gedeeld (0)

Er zijn nog geen ervaringen van eigenaren/gebruikers van deze motor.

Laatste Artikelen

Gerelateerde artikelen